CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Etten-Leur 2-7-2024

Raad besluit 11 juni 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vervangen verordening Aanleg Ondergrondse infractructuren4.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De raad van de gemeente Etten-Leur; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 april 2024; met overneming van de daarin genoemde motieven; gelet op artikel 10.23 Omgevingswet (voorheen artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht), artikelen 5.2 en 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 149 en 154, eerste lid van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Etten-Leur en de daarbij behorende toelichting, inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen.

HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN ARTIKEL 1

BEGRIPSBEPALINGEN

In deze verordening wordt verstaan onder: a. AVOI

Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Etten-Leur;

b. belanghebbenden

de omwonenden en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen;

c. bovengrondse voorzieningen

transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk, als bedoeld in onderdeel o. van dit artikel, die bovengronds worden geplaatst;

d. breekverbod

tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel u. van dit artikel;

e. burgemeester en wethouders

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur;

f.

ongewenste situatie in een netwerk die een zodanig gevaar of hinder in de openbare ruimte oplevert dat direct ingrijpen noodzakelijk is;

calamiteit

g. ernstige belemmering of storing ongewenste situatie in een netwerk die de reguliere dienstverlening door de netbeheerder in de weg staat waarbij reparatie geen uitstel kan lijden;

1 van 16

h. gedoogplichtige

degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst;

i.

handboek

alle door burgemeester en wethouders vastgestelde onderdelen (inclusief bijlagen) van het ‘Handboek kabels en leidingen’;

j.

instemmingsbesluit Telecombedrijven

besluit van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de telecommunicatiewet;

k. kabels en/of leidingen

een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributieen/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteunings-werken en beschermingswerken;

l.

Komen na deze voor de geleiding van een leiding aangebrachte infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan leidingentunnels en leidingenviaducten, en in infrastructuur aanwezige voorzieningen ten behoeve van de geleiding van kabels of leidingen;

kunstwerk

m. marktconforme kosten

kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

n. netbeheerder

degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk;

o. netwerk

samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

p. openbaar netwerk

een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden;

q. openbare gronden

openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

r.

registratiesysteem

digitaal systeem dat burgemeester en wethouders hanteren om meldingen, vergunningen en instemmingen van werkzaamheden aan te vragen, zoals genoemd in onderdeel u. van dit artikel, en alles wat daarmee samenhangt te verwerken en gebruikt als algemeen communicatiemiddel om onder ander breekverboden aan te geven;

s.

spoedeisende werkzaamheden werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel u. van dit artikel, voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het

2 van 16

betreffende netwerk is opgetreden en/of zodanig gevaar of hinder in de openbare ruimte oplevert; t.

vergunning, niet-Telecom bedrijven

besluit van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 5 – niet telecombedrijven - , eerste lid, van deze verordening;

u. werkzaamheden

handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in of op openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen;

v. werkzaamheden van niet ingrijpende aard

werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel u. van dit artikel, met een gezamenlijke tracélengte tot 10 meter en waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist en/of bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; het maken of wegnemen van huisaansluitingen; het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 vierkante meter; Lasgaten met een oppervlakte van maximaal 4 vierkante meter in de openbare ruimte;

w. Wet

ARTIKEL 2

Telecommunicatiewet.

TOEPASSELIJKHEID

Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden die door of namens een netbeheerder plaatsvinden in openbare gronden of invloed hebben op openbare gronden binnen de gemeente EttenLeur. Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor zover hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet of privaatrechtelijke overeenkomsten.

ARTIKEL 3

NADERE REGELS

1. Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2. Deze nadere regels hebben betrekking op: a. openbare orde en veiligheid; b. het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van werkzaamheden; c. het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; d. ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; e. de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die moeten worden verstrekt; De onderdelen a tot en met e worden in ieder geval verwerkt in het handboek 3 van 16

f. g. h. i. j. ARTIKEL 4

nadeelcompensatie in geval van het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen; de verrekening van herstel-, beheer- en degeneratiekosten; beleidsregels grondtransactie; het al dan niet toestaan van de aanleg van een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk; mandaatregeling COÖRDINATIE VAN WERKZAAMHEDEN

1

Burgemeester en wethouders zijn belast met de coördinatie van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen.

2

Hierbij worden mede betrokken andere werkzaamheden in of op openbare gronden.

3

Burgemeester en wethouders bevorderen het medegebruik van voorzieningen, waarbij in ieder geval de technische mogelijkheden in acht worden genomen.

4 van 16

HOOFDSTUK 2: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN INZAKE KABELS EN LEIDINGEN, NIET ZIJNDE KABELS TEN DIENSTE VAN EEN OPENBAAR ELEKTRONISCH TELECOMMUNICATIENETWERK ARTIKEL 5

VERGUNNINGSVEREISTE

1. Het is verboden werkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders afgegeven vergunning. Indien Omgevingswetplichtig, dan dient deze ook aangevraagd te worden, volgens de daarbij horende procedures. 2. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen vergunning, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om redenen van veiligheid delen van het grondgebied aan te wijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is. In geval van voorgenomen werkzaamheden van niet ingrijpende aard, moet de aanvrager minimaal vijf werkdagen voor uitvoering deze werkzaamheden bij de gemeente melden op een door de gemeente aan te geven wijze. Op grond van belangen als genoemd in artikel 8, eerste lid, van deze verordening, kan het college bepalen dat realisatie op een ander tijdstip moet plaats vinden. 3. De werkzaamheden moeten binnen een jaar na de datum waarop de vergunning is verleend zijn voltooid. 4. De werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten binnen het in de goedgekeurde melding bepaalde tijdvak zijn voltooid. . 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente. 6.

Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de belanghebbenden en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt altijd een breekverbod, zoals opgenomen in het digitale registratiesysteem. De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren.

ARTIKEL 6

AANVRAGEN EN MELDEN

1. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient een vergunning, als bedoeld in artikel 5, bij burgemeester en wethouders te worden aangevraagd. 2. In verband met de voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met burgemeester en wethouders om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. 5 van 16

3. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte. 4. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard of de aanvang van werkzaamheden moet(en) vijf werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. 5. Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. Als dit vooraf niet mogelijk is, moet dit uiterlijk binnen een werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan. Dan wordt bekeken of er alsnog een melding of vergunning conform deze AVOI aangevraagd moet worden.

ARTIKEL 7

GEGEVENSVERSTREKKING

1. Voor het aanvragen van een vergunning, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, dient gebruik te worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. 2. Bij een aanvraag voor een vergunning, als bedoeld in artikel 5, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d. vereiste vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren en/of beheerders van openbare gronden; e. een digitale BGT tekening (PDF- en/of DWG-formaat) met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1°. een opgave van het gewenste tracé; 2°. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3°. een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen. f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1°.

binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2°. dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3°. dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. g. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; i. een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; 6 van 16

j.

indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de vergunningstekening weergeven.

3. Voor een melding, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, dient gebruik te worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt: f. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; g. de omschrijving van de werkzaamheden die zijn of worden uitgevoerd. ARTIKEL 8

VOORSCHRIFTEN BIJ DE VERGUNNING

1. Burgemeester en wethouders kunnen in de vergunningvoorschriften opnemen in het belang van: a. de openbare orde; b. veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid; c. het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van groenvoorzieningen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten; f. het blijven functioneren van de andere nutsvoorzieningen. 2. De voorschriften, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: a. het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden; b. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld; c. afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken. 3. De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.

7 van 16

4. Het is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.

ARTIKEL 9

(MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN

1. Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. Indien de voorziening in eigendom is van de gemeente, dan is voor het medegebruik schriftelijk toestemming van de gemeente vereist. 2. In het vooroverleg als bedoeld in artikel 6, tweede lid, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL 10

TERMIJNEN

1. De beslissing op een complete aanvraag voor een vergunning wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Indien een besluit over een vergunning niet binnen de bij wettelijke termijn vanuit de Algemene Wet Bestuursrecht kan worden genomen, delen burgemeester en wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het besluit over een vergunning wel genomen kan worden. 3. De goedkeuring op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard wordt genomen binnen vijf werkdagen. 4. De goedkeuring op een melding voor spoedeisende werkzaamheden volgt, met in acht name van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, uiterlijk vijf werkdagen nadat de melding is gedaan. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

8 van 16

HOOFDSTUK 3: AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN INZAKE KABELS TEN DIENSTE VAN EEN OPENBAAR ELEKTRONISCH TELECOMMUNICATIENETWERK ARTIKEL 11

INSTEMMINGSVEREISTE

1. Het is verboden werkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders genomen instemmingsbesluit. Indien de werkzaamheden Omgevingswetplichtig zijn, dan dient deze ook aangevraagd te worden, volgens de daarbij horende procedures. 2. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om redenen van veiligheid delen van het grondgebied aan te wijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is. In geval van voorgenomen werkzaamheden van niet ingrijpende aard, moet de aanvrager minimaal vijf werkdagen voor uitvoering deze werkzaamheden bij de gemeente melden op een door de gemeente aan te geven wijze. Op grond van belangen als genoemd in artikel 14, eerste lid, van deze verordening, kan het college bepalen dat realisatie op een ander tijdstip moet plaats vinden. 3. De werkzaamheden moeten binnen een jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 4. De werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten binnen het in de goedgekeurde melding bepaalde tijdvak zijn voltooid. 5.

Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente. 6. Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de belanghebbenden en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt altijd een breekverbod, zoals opgenomen in het digitale registratiesysteem. De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren.

ARTIKEL 12

AANVRAGEN EN MELDEN

1. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden dient een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 11, bij burgemeester en wethouders te worden aangevraagd. 2. In verband met de voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met burgemeester en wethouders om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden.

9 van 16

3. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte. 4. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard of de aanvang van werkzaamheden moet(en) vijf werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. 5. Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders Als dit vooraf niet mogelijk is, moet dit uiterlijk binnen een werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan. Dan wordt bekeken of er alsnog een melding of instemmingsbesluit conform deze AVOI aangevraagd moet worden.

ARTIKEL 13

GEGEVENSVERSTREKKING

1. Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, dient gebruik te worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. 2. Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d. vereiste vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren en/of beheerders van openbare gronden; e. een digitale BGT tekening (PDF- en/of DWG-formaat) met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1°. Een opgave van het gewenste tracé; 2°. Een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3°. Een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen. f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1°.

Binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2°. Dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3°. Dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. g. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; i. een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; 10 van 16

j.

indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de instemmingstekening weergeven.

3. Voor een melding, als bedoeld in artikel 11, tweede lid, dient gebruik te worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt: f. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; g. de omschrijving van de werkzaamheden die zijn of worden uitgevoerd.

ARTIKEL 14

VOORSCHRIFTEN BIJ INSTEMMINGSBESLUIT

1. Burgemeester en wethouders kunnen in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen in het belang van: a. de openbare orde; b. veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid; c. het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van groenvoorzieningen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten; f. het blijven functioneren van de andere nutsvoorzieningen. 2. De voorschriften, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: a. het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden; b. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld; c. afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken. 3. De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 11 van 16

4. Het is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.

ARTIKEL 15

(MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN

1. Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. Indien de voorziening in eigendom is van de gemeente dan is voor het medegebruik schriftelijk toestemming van de gemeente vereist. 3. In het vooroverleg als bedoeld in artikel 12, tweede lid, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL 16

TERMIJNEN

1. De beslissing op een aanvraag voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Indien een instemmingsbesluit niet binnen de bij Telecommunicatiewet art 5.4 lid 2 bepaalde termijn kan worden genomen, delen burgemeester en wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit wel genomen kan worden. De termijn van acht weken kan worden verlengd met ten hoogste acht weken. 3. Het college kan een beslissing op een melding of aanvraag instemmingsbesluit aanhouden als conform de Telecommunicatiewet art 5.4 en 5.5 en in deze AVOI art 13 de aanvraag niet compleet is. 4. De goedkeuring op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard wordt genomen binnen vijf werkdagen. 5. De goedkeuring op een melding voor spoedeisende werkzaamheden volgt, met in acht name van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, uiterlijk vijf werkdagen nadat de melding is gedaan. 6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

12 van 16

HOOFDSTUK 4: OVERIGE BEPALINGEN ARTIKEL 17

HET NEMEN VAN MAATREGELEN EN NADEELCOMPENSATIE

1. De netbeheerder is verplicht op verzoek van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk. 2. Eventuele nadeelcompensatie in verband met het bepaalde in het eerste lid wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling. Echter, indien een leiding ligt op basis van zakelijk recht dan is deze nadeelcompensatie niet aan de orde. 3. Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken.

ARTIKEL 18

OVERLEG

1. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden worden uitgenodigd. 2. In dit overleg worden de plannen van de gemeente en van de diverse netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden besproken en afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. 3. Burgemeester en wethouders stemmen af met de betrokken netbeheerders indien gronden verkocht, verpacht of verhuurd worden waar (mogelijk) kabels en leidingen in liggen.

ARTIKEL 19

NIET OPENBAAR NETWERK

1. Deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente met betrekking tot een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk. 2. Bij werkzaamheden aan een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk, is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL 20

INFORMATIEPLICHT

1. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen van een kabel en/of leiding. Dit geldt ook als een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een netwerk in of op openbare gronden. Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen verlangen.

13 van 16

2. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.

14 van 16

HOOFDSTUK 5: TOEZICHT EN HANDHAVINGSBEPALINGEN ARTIKEL 21

TOEZICHT EN HANDHAVING

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht en/of Telecommunicatiewet. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een vergunning of een instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, de vergunning in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen bij zowel vergunning als instemmingsbesluit, indien: a. de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; b. de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; c. er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit; d. er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; e.

er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod.

15 van 16

HOOFDSTUK 6: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 22

INTREKKING OUDE VERORDENING

1. De Verordening op de aanleg, het houden, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van kabels en leidingen in de openbare ruimten in de gemeente Etten-Leur (VKLE), die inwerking is getreden op 24-12-2008, wordt ingetrokken, bij het inwerking treden van deze verordening.

ARTIKEL 23

OVERGANGSBEPALINGEN

1. De verordening, genoemd onder artikel 22, blijft van kracht op vergunnings- en instemmingsverzoeken en meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordening is beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd. 2. Deze verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen, ongeacht op welke grondslag deze zijn aangelegd. 3. Op aanvragen en meldingen waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.

ARTIKEL 24

INWERKINGTREDING

Deze verordening treedt in werking per 1 september 2024.

ARTIKEL 25

HARDHEIDSCLAUSULE

Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

ARTIKEL 26

CITEERTITEL

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Etten-Leur.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Etten-Leur in zijn openbare vergadering van 2 juli 2024

drs. W.C.M. (Wim) Voeten MBA griffier

drs. M.C. (Marina) Starmans-Gelijns voorzitter 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=37c55e7f-55f3-4229-8826-6130df18eff4