CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Haansberg

Raad besluit 15 december 2025, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Voorstel vaststellen Masterplan Haansberg20.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

blad 26 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-11 Waterlopen Haansberg en omgeving (Water en bodem sturend de Haansberg, Arcadis, 2024)

Veel functies, zoals landbouw en recreatie, zijn afhankelijk van oppervlaktewater. Er kunnen tijdelijke watertekorten optreden als de vraag naar water groter is dan de aanvoer via neerslag en de grote rivieren en kanalen. In grote delen van het plangebied is geen wateraanvoer mogelijk (zie Figuur 3-12). Deze gebieden zijn afhankelijk van neerslag en grondwaterreserves. Bij een klimaatscenario met sterke klimaatverandering in 2050 blijft de beschikbaarheid van oppervlaktewater vergelijkbaar (Nationaal watermodel, 2019).

Figuur 3-12 Tekort oppervlaktewater in een gemiddeld jaar (bron: Nationaal Water Model, 2019)

blad 27 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Grondwater De maaiveldhoogte in het plangebied varieert tussen 7,5 meter boven NAP in het zuidoosten en 3,10 meter boven NAP in het noordwesten. Door deze verschillen in maaiveldhoogte varieert ook de gemeten grondwaterstand in het plangebied. De grondwaterstanden volgen de seizoenen: in de zomer dalen de standen door een neerslagtekort, terwijl ze in de winter stijgen door een neerslagoverschot. Voor woningbouw geldt als richtlijn een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 meter om overlast te voorkomen. Wanneer de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) hoger is dan deze ontwateringsdiepte, moet hiermee rekening worden gehouden bij de ontwikkelingen door het maaiveld te verhogen of de grondwaterstanden te verlagen. In Figuur 3-13 is de gemiddeld hoogste grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld in het plangebied weergegeven. De GHG is het gemiddelde van de drie hoogst waargenomen grondwaterstanden per jaar, over een periode van minimaal acht jaar. De GHG is dus geen extreem natte situatie. In het zuidoosten van het plangebied, in Haansberg-Zuid, is de grondwaterstand het laagst, met een diepte van 190 tot 60 cm beneden het maaiveld. In Haansberg-Oost varieert de gemiddelde grondwaterstand tussen 30 en 80 cm beneden maaiveld. In de Veldbloemenhof is de GHG 50 tot 60 cm beneden het maaiveld.

In het stedelijk uitloopgebied en Haansberg-Noord zijn de grondwaterstanden te vinden, met slechts 10 tot 30 cm beneden het maaiveld.

Figuur 3-13 Huidige gemiddelde hoogste grondwaterstand (bron: Nationaal Water Model, 2019)

In 2050 kan de grondwaterstand veranderen door veranderingen in het klimaat, water en landgebruik. Figuur 3-14 geeft inzicht in de verwachte gemiddelde hoogste grondwaterstand bij een hoog scenario van klimaatverandering. In Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid wordt een lichte stijging van de grondwaterstand (0,1-0,25 m) verwacht.

blad 28 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-14 Verandering van de gemiddelde hoogste grondwaterstand in scenario 2050 hoog (bron: Nationaal Water Model, 2019)

In Figuur 3-15 is de kwel en infiltratiekaart van het plangebied weergegeven. Infiltratiegebieden zijn plaatsen waar de bodem onverzadigd is waardoor water de bodem in kan dringen. Kwelgebieden zijn gebieden waar het grondwater onder druk aan de oppervlakte uit de bodem komt. Gebieden met veel kwel zijn vaak minder geschikt voor waterberging. In Haansberg is er sprake van infiltratie (wegzijging) in de bodem. Bij een hoog scenario van klimaatverandering is er op het grensgebied tussen Haansberg-Zuid en Haansberg-Noord kans op enige toename (0,1-0,5 mm/dag) van kwel in 2050. Haansberg bestaat voornamelijk uit leemige zandgronden en heeft over het algemeen een redelijk tot goed doorlatende bodem3. In Haansberg-Oost zijn verspreid over het terrein leemlagen aangetroffen. De doorlatendheid van de bodem is op deze locaties significante lager dan in de zandlagen 4.

3

Memo Grondonderzoek Haansberg, Arcadis, 2024

4 Geohydrologisch onderzoek ontwikkelingsgebied Haansberg-Oost te Etten-Leur, Geofox Lexmond, 2016

blad 29 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-15 Kwel en infiltratiekaart (bron: Nationaal Water Model, 2016)

Figuur 3-16 Verandering van de kwel en infiltratie in 2050 bij een hoog scenario van klimaatverandering (bron: Nationaal Water Model, 2016)

In de omgeving van De Haansberg zijn grondwateronttrekkingspunten aanwezig. Ook in Haansberg-Zuid bevindt zich een onttrekkingslocatie (Zie Figuur 3-17). In 2006 is er geohydrologisch onderzoek uitgevoerd voor het ontwikkelingsgebied Haansberg-Oost in Etten-Leur door Geofox Lexmon5. Naar verwachting kan de stopzetting

5

Geohydrologisch onderzoek ontwikkelingsgebied Haansberg-Oost te Etten-Leur, Geofox Lexmond, 2016 blad 30 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

van grondwateronttrekkingen van één of meerdere onttrekkingen op het bedrijventerrein Vosdonk resulteren in een zeer geringe toename van de grondwaterstanden in het plangebied. Er is beperkte informatie beschikbaar over de diepte en debieten waarmee grondwater rondom het plangebied wordt onttrokken. De exacte effecten van deze grondwateronttrekking op het grondwatersysteem en de grondwaterstanden zijn daarmee nog onbekend. In aanvulling op het geohydrologisch onderzoek voor Haansberg-Oost zal het grondwatermonitoringsonderzoek de huidige grondwatersituatie in Haansberg verder in beeld brengen. Met de resultaten kan de benodigde ophoging of ontwateringsdiepte in het plangebied worden bepaald. De eerste onderzoeksresultaten duiden op een goede beheersing van de grondwaterstanden bij langdurige regenval door de aanwezige ontwateringsystemen (o.a. sloten en drainage).

Figuur 3-17 Grondwateronttrekking De Haansberg (WKO, Grondwatermonitoringsplan, Arcadis 2024)

Overstromingsrisico Haansberg bestaat voornamelijk uit onverhard agrarisch gebied. De wegen en woonerven met bestaande verharding liggen langs de randen van het plangebied. In Figuur 3-18 is het overstromingsrisico binnen het plangebied in beeld gebracht. In het plangebied is geen sprake van een overstromingsrisico bij een middelgrote kans (1 keer in de 100 jaar).

blad 31 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-18 Overstromingsdiepte bij een middelgrote kans (bron: landelijk informatiesysteem water en overstromingen, 2022)

Wateroverlast Wateroverlast kan het resultaat zijn van een (te) hoge grondwaterstand of hevige regenval. Figuur 3-19 toont de waterdiepte bij kortdurende hevige neerslag. Verspreid in het gehele plangebied is sprake van wateroverlast bij hevige neerslag (70 mm/2 uur). Op de landbouw percelen is lokaal er sprake van een waterdiepte tussen de 5 en 10 centimeter. Langs de watergangen, in het noordwesten van Haansberg-Zuid en op de woonerven langs de Hoevenseweg en de Haansberg kan de waterdiepte oplopen tot meer dan 30 cm.

blad 32 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-19 Waterdiepte bij hevige bui 70 mm/2 uur (bron: Deltares ROR, 2018).

Hittestress Het stedelijk hitte-eiland effect verwijst naar het verschijnsel waarbij de temperatuur in stedelijke gebieden enkele graden hoger is dan in landelijke gebieden. Dit wordt veroorzaakt door factoren zoals lage windsnelheden, het gebruik van donkere, warmte-absorberende materialen en de warmte die door menselijke activiteiten wordt gegenereerd. Dit effect heeft invloed op de gezondheid, leefbaarheid en waterbeheer. Figuur 3-21 toont een kaart met het gemodelleerde stedelijk hitte-eiland effect voor het plangebied. In HaansbergOost en Haansberg-Zuid is het hitte eiland effect van Etten-Leur duidelijk zichtbaar. Het temperatuur effect loopt op tussen 0,6 en 0,8 graad Celsius nabij de stadsrand.

blad 33 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-20 Stedelijk hitte eiland effect (Bron: RIVM, 2020).

(Drink)waterbescherming Het plangebied ligt niet in of nabij een innamepunt voor drinkwater, waterwingebied en grondwater beschermingsgebied (Zie Figuur 3-21).

Figuur 3-21 Waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden.

blad 34 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

KRW Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewaterlichamen met een KRW (Kaderrichtlijnwater)status. Het dichtstbijzijnde KRW-oppervlaktewaterlichaam (Mark en Vliet) ligt op ongeveer4,5 km ten noorden van het plangebied. Op ongeveer6 km ten zuiden van het plangebied ligt het KRW-oppervlaktewaterlichaam de (Bijloop – Turfvaart). Gezien deze afstanden wordt niet verwacht dat Haansberg effect heeft op de KRWoppervlaktewaterlichamen.

3.5.2

Effecten Haansberg De ontwikkeling van Haansberg-Zuid en Haansberg-Oost hebben vergelijkbare effecten en zijn hieronder gezamenlijk beschouwd. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het watersysteem in Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid verschillen kent. Zo loopt de waterafvoer van Haansberg-Oost richting Etten-Leur en van Haansberg-Zuid richting de Laakse Vaart. Oppervlaktewater De realisatie van Haansberg vereist het verleggen en dempen van een aantal bestaande watergangen in het plangebied. De watergangen langs de rand van het gebied, enkele watergangen tussen woningen/boerderijen en de uitgaande A-watergangen blijven bestaan. In het Masterplan zijn de uitgangspunten van het waterbeheerplan benoemd. De groenblauwe hoofdstructuur vormt de basis van Haansberg. Water wordt in het gebied vastgehouden, geïnfiltreerd en vertraagd afgevoerd. Water wordt in het gebied vastgehouden door infiltratie en/of lokaal gebruikt bijvoorbeeld voor beregening en het spoelen van toiletten. Wanneer dit niet mogelijk is vindt infiltratie en/of berging plaatst in de groenblauwe zone. En wanneer dit ook niet mogelijk is vindt vertraagde afvoer via een systeem van waterbergingen naar het oppervlaktewatersysteem plaats richting de Laakse Vaart (in geval van HB zuid) of de kern van Etten-Leur (in HB Oost). Door de toenemende verharding in het plangebied wordt hemelwater versneld afgevoerd.

In het huidige afvoersysteem, via de Laakse Vaart, is geen extra capaciteit beschikbaar. Daarom is het van belang dat er voldoende waterberging in het gebied wordt gerealiseerd. De gebiedsontwikkeling moet voldoen aan de hemelwaterverordening van de gemeente Etten-Leur. Dit betekent dat er per m² nieuw bebouwd of verhard oppervlak minimaal 60 mm waterberging gerealiseerd moet worden. Hemelwater dient zoveel mogelijk op eigen terrein te worden geïnfiltreerd. Indien afvoer naar het openbaar riool noodzakelijk is, mag deze niet meer bedragen dan 2 liter per m² per uur. Daarnaast geldt de waterschap verordening van waterschap Brabantse Delta: er mag geen versnelde afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewatersysteem plaatsvinden zonder voldoende compensatie. Bij een toename van het verhard oppervlak groter dan 500 m² geldt een waterbergingsopgave van minimaal 60 mm per m² verharding. Het huidige detailniveau van de planuitwerking geeft geen duidelijkheid over de vraag of er voldoende capaciteit zal zijn. Echter, wanneer aan bestaande regelgeving wordt voldaan in de planuitwerking leidt de ontwikkeling niet tot nadelige effecten op de capaciteit binnen het oppervlaktewatersysteem. Grondwater Het aandeel verhard oppervlak in het gebied neemt toe door de ontwikkeling van Haansberg.

Hierdoor stroomt oppervlaktewater sneller af en is minder kans voor infiltratie van hemelwater in de bodem en wordt de grondwatervoorraad mogelijk minder goed aangevuld. In de groenblauwe hoofdstructuur inclusief waterberging in het stedelijk uitloop gebied kan water wel infiltreren in de bodem. De ambitie om te voldoen aan de hemelwaterverordening biedt kansen voor het aanvullen van de grondwatervoorraad. Haansberg wil voldoen aan de hemelwaterverordening en kansen benutten om tot 70 mm/m 2 in het gebied te kunnen bergen. Regenwater wordt zo lang mogelijk vastgehouden in de hoger geleden gebieden (HaansbergZuid). In het stedelijk uitloopgebied wordt het water opgevangen, waardoor de druk op het afvoersysteem richting de Laakse vaart afneemt en er meer water kan infiltreren in de bodem. Uit het grondwateronderzoek uitgevoerd door Arcadis in 2023, 2024 en 2025 blijkt dat er in grote delen van het plangebied voldoende ontwateringsdiepte aanwezig is. Lokale maaiveldverlagingen dienen opgehoogd te blad 35 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

worden om een ontwateringsdiepte van 70 cm in het plangebied te realiseren (Arcadis, 2024). Om overal voldoende waterdiepte te creëren wordt het plangebied waar nodig opgehoogd. Overstromingsrisico De ontwikkeling van Haansberg heeft geen effecten op het overstromingsrisico. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van primaire of secundaire keringen of belangrijke waterbergingsgebieden. Wanneer onvoldoende bergingscapaciteit in het plangebied wordt gerealiseerd ontstaan er problemen met de waterafvoer in de Laakse Vaart. Daarmee is er een kans dat de Laakse Vaart buiten zijn oevers treedt bij hevige regenval. Wateroverlast Door de toename van verharding is er een verhoogd de kans op wateroverlast. De waterbergingscapaciteit van de huidige landbouwpercelen wordt beperkt, waardoor water op straat kan komen te staan. Met open verharding en waterberging wordt voorkomen dat er overlast optreedt in de omgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van open verharding. Hierdoor is er meer ruimte voor infiltratie in het gebied. Daarnaast wordt ingezet op voldoende bergingscapaciteit in de groenblauwe structuur. Hemelwater, dat niet direct geïnfiltreerd kan worden, wordt via het oppervlak afgevoerd richting deze groenblauwe structuren. De mate waarin wateroverlast beperkt blijft in het gebied hangt af van de lokale ophoging, de mate van waterberging en infiltratie.

Gelet op de hoge belasting van het huidige afvoersysteem, in combinatie met klimaatverandering en toenemende verharding, is het essentieel om stevig in te zetten op waterretentie binnen het gebied. De mate van effectiviteit is op dit abstractieniveau nog moeilijk vast te stellen en dient in een nadere fase verder te worden uitgewerkt. Stedelijke hitte-eiland effect Door de realisatie van nieuwe woningen en het verdwijnen van agrarisch groen neemt het stedelijk hitte-eiland effect toe. Door het stedelijk hitte-eiland effect zijn stedelijke gebieden aanzienlijk warmer dan hun landelijke omgeving, naar verwachting toenemen. De aanleg van de groenblauwe structuur in Haansberg heeft een positieve bijdrage op het mitigeren van hittestress. (Drink)waterbescherming De ontwikkeling van Haansberg heeft geen effecten op de drinkwaterbeschermingsgebieden en de KRWoppervlaktewateren. Door water lokaal op te vangen en vast te houden in een groenblauwe structuur kan de kwaliteit van het water, door biologische processen, verbeteren. Afspoelende nutriënten en vervuiling kunnen worden opgenomen door in het water levende organismen.

3.5.3

Conclusie Bij realisatie van voldoende waterberging in het plangebied wordt een toenemende druk op de Laakse Vaart en het risico op wateroverlast in en rondom het plangebied als gevolg van de ontwikkeling voorkomen. Daarmee worden er met de realisatie van voldoende waterberging geen aanzienlijke milieueffecten verwacht voor het thema ‘water’.

3.5.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: •

•

Uitwerken van de waterbeheerplannen voor Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid, waarbij voldoende waterberging binnen het plangebied wordt geborgd. Het realiseren van voldoende bergingscapaciteit in het stedelijk uitloopgebied is essentieel om wateroverlast in het plangebied en op de Laakse Vaart te voorkomen. Het ophogen van laaggelegen gebieden is belangrijk om voldoende ontwateringsdiepte te realiseren en wateroverlast te voorkomen. blad 36 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

•

In de verkenning Water en Bodem sturend De Haansberg (Arcadis, 2024) ligt de centrale waterberging van heel Haansberg in het Stedelijk uitloopgebied. Het is nog niet duidelijk hoe deze verkenning geïmplementeerd wordt. Gezien de planuitwerking van het stedelijk uitloopgebied gelijk oploopt met de realisatie van Haansberg-Oost is het van belang om in dit deelgebied voldoende waterbergingscapaciteit te realiseren.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Water en klimaat. In aanvulling op de noodzakelijke mitigerende en compenserende maatregelen kan het thema water en klimaat verder worden versterkt door het implementeren van de volgende maatregelen: •

Het voorkomen van hittestress kan worden bevorderd door het aanleggen van bomen die schaduw geven, groene daken, waterpartijen en het verminderen van verharding in de openbare ruimte.

3.6

Verkeer en mobiliteit

3.6.1

Huidige situatie Verkeersstructuur Het plangebied Haansberg ligt in het noordwesten van Etten-Leur en wordt omsloten door de Hoevenseweg, Bankenstraat, Goorstraat, Haansberg (straat) en Oude Grind. De infrastructuur in en rond Haansberg bestaat momenteel uit een aantal bestaande wegen, waaronder de Hoevenseweg en Haansberg (straat), waarvan de Haansberg(straat) voornamelijk een lokale functie vervuld. De Hoevenseweg betreft een gebiedsontsluitingsweg. De omgeving wordt gekenmerkt door een mix van agrarisch gebruik en bebouwing, met verspreide woningen, boerderijen en een beperkte verkeersintensiteit. De belangrijkste infrastructuurelementen in de directe omgeving van Haansberg zijn 6: •

• • • • • •

Hoevenseweg – een gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden en een maximumsnelheid van 50 km/u. 'In de referentiesituatie 2040 verwerkt deze weg binnen de bebouwde kom ongeveer 9.200 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) en buiten de bebouwde kom ongeveer 10.400 (mvt/etm). Spoorlaan (Tussen Markt en Anna van Berchemlaan): ongeveer 9.100 mvt/etm Anna van Berchemlaan: circa 7.900 mvt/etm Concordialaan: ongeveer 9.400 mvt/etm Bredaseweg: ongeveer 24.500 mvt/etm Haansberg (straat): ongeveer 900 mvt/etm, Sander: ongeveer 900 mvt/etm

Daarnaast vormt de snelweg A58, aan de zuidzijde van Etten-Leur, een belangrijke verkeerscorridor. In de referentiesituatie worden op de aangrenzende trajectdelen van de A58 de volgende intensiteiten geregistreerd: • • •

A58 west: 84.300 mvt/etmaal A58 midden: 88.400 mvt/etmaal A58 oost: 96.300 mvt/etmaal

Uit de uitgevoerde toets blijkt dat de onderzochte wegvakken in het algemeen goed functioneren in relatie tot hun functie, vormgeving en toekomstig gebruik. Voor de Spoorlaan en de Concordialaan geldt dat de intensiteit in de referentie situatie hoger is dan de wenselijke auto intensiteit van de weg.

6

'Referentiewaardes 2040 uit Verkeersonderzoek Haansberg, Goudappel, 2025 blad 37 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

De Spoorlaan (westelijk deel tussen de Markt en de Anna van Berchemlaan) is een gebiedsontsluitingsweg met een maximumsnelheid van 50 km/uur en vrijliggende fietsvoorzieningen aan beide zijden. De gemeten verkeersintensiteit bedraagt circa 9.100 mvt/etmaal. Daarmee wordt de richtwaarde van circa 8.000 mvt/etmaal voor dit type weg overschreden. Dit betekent dat de huidige verkeersbelasting hoger is dan wenselijk op basis van de functie van de weg. De vormgeving, waaronder rijbaanbreedte, markering en oversteekvoorzieningen, sluit grotendeels goed aan bij de functie, al zorgt het langsparkeren voor een mindere aansluiting tussen gebruik en inrichting. De Concordialaan (westelijk deel) heeft een vergelijkbaar profiel en functie als gebiedsontsluitingsweg met vrijliggende fietspaden en een maximumsnelheid van 50 km/uur. De verkeersintensiteit bedraagt circa 9.400 mvt/etmaal, eveneens boven de richtwaarde van 8.000 mvt/etmaal. De vormgeving past in hoofdlijnen bij de functie, maar het langsparkeren beperkt de doorstroming en verkeersveiligheid. Vooral gezien het intensieve gebruik door schoolgaande kinderen is de huidige verkeersbelasting hoger dan wenselijk. Openbaar vervoer en langzaam verkeer Het plangebied Haansberg is momenteel nog onbebouwd en kent binnen zijn grenzen geen directe voorzieningen voor openbaar vervoer.

Wel is het gebied indirect aangesloten op het bestaande regionale OVnetwerk via de omliggende infrastructuur. De Hoevenseweg, die de zuidzijde van het plangebied begrenst, is een belangrijke verkeersas waarop enkele regionale buslijnen actief zijn. Onder deze lijnen bevindt zich buslijn 380, die behoort tot het netwerk van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV). Deze lijn verbindt diverse kernen in de regio, zoals Etten-Leur en Breda. De HOV-functie van deze lijn houdt in dat deze bus geen omwegen maakt via woonwijken en alleen stopt op hoofdlocaties. Hierdoor is de lijn efficiënt voor forensen, maar minder geschikt voor fijnmazige ontsluiting van nieuwe woonwijken zoals Haansberg. Binnen het plangebied zijn momenteel geen bushaltes aanwezig. Reizigers maken gebruik van de bestaande haltes aan de Hoevenseweg of in de nabijgelegen wijken, op enkele minuten loop- of fietsafstand. Op de Hoevenseweg rijdt ook lijn 162. Lijn 162 rijdt van Roosendaal Tolberg via Roosendaal Station, Rucphen en Sint Willebrord naar Etten-Leur. Op de Hoevenseweg is de frequentie doorgans 4 keer per uur per richting. Daarnaast ligt het treinstation Etten-Leur op 5 tot 10 minuten fietsen van het plangebied. Dit station is onderdeel van de spoorverbinding tussen Breda en Roosendaal en vormt een belangrijke schakel in het regionale en landelijke openbaar vervoersnetwerk.

blad 38 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-22 Fietsnetwerk

Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid in en rond het gebied Haansberg is op dit moment overwegend goed, met relatief lage verkeersintensiteiten en een wegenstructuur die grotendeels voldoet aan de richtlijnen voor veilige inrichting. Het gebied zelf bestaat momenteel hoofdzakelijk uit landbouwgronden en kent weinig verkeersbewegingen. De directe ontsluitingswegen, zoals de Hoevenseweg, Haansberg, Spoorlaan en Concordialaan, Kattestraat en Vossendaal vormen de voornaamste verkeersaders in de omgeving. De Hoevenseweg is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 50 km/u en een vrijliggend fietspad. In de huidige situatie verwerkt deze weg binnen de bebouwde kom ongeveer 7.800 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) en buiten de bebouwde kom ongeveer 10.200 mvt/etm, wat ruim onder de richtwaarde van 25.000 mvt/etm ligt die geldt voor dit wegtype. Uit de verkeersveiligheidsanalyse met de Wegenscan blijkt dat het gebruik van de Hoevenseweg past bij haar functie. Ook de vormgeving is overwegend passend, met uitzondering van de ontbrekende lengtemarkering, wat tot een verhoogd risico op onduidelijkheid bij weggebruikers kan leiden. De Haansberg zelf is momenteel een rustige weg met een lage verkeersintensiteit van ongeveer 900 mvt/etm. De inrichting is eenvoudig, passend bij het beperkte gebruik.

De verkeersveiligheidsrisico’s op deze weg zijn op dit moment zeer beperkt, mede doordat er nauwelijks sprake is van doorgaand verkeer of gemengd gebruik

blad 39 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

door verschillende vervoersmodi. Op Haansberg is er wel sprake van gemengd gebruik. Er ontbreekt een trottoir waardoor mensen op de rijbaan lopen. De risico's zijn beperkt omdat de intensiteiten zeer laag zijn. Ook op andere omliggende wegen, zoals de Spoorlaan, Anna van Berchemlaan, Rijsdijk en Concordialaan, zijn geen structurele onveilige situaties vastgesteld. De intensiteiten zijn in lijn met de functies van de wegen, en de infrastructuur beschikt over gescheiden voorzieningen voor fietsers waar dat nodig is. Samenvattend kan gesteld worden dat de verkeersveiligheid in het gebied Haansberg en directe omgeving geen knelpunt betreft. De beperkte verkeersdruk, passende snelheden, gescheiden fietsinfrastructuur en overzichtelijke weginrichting dragen bij aan een veilige verkeerssituatie. De grootste knelpunten die zijn vastgesteld, zijn kleinschalig en vooral van infrastructurele aard, zoals ontbrekende markeringen. Zolang de verkeersstromen beperkt blijven, is de kans op ongevallen of conflicten tussen verkeersdeelnemers gering.

3.6.2

Effecten Haansberg De beoogde ontwikkeling brengt een verandering met zich mee in de ruimtelijke en verkeerskundige structuur van dit deel van Etten-Leur. Om de effecten van deze ontwikkeling op het verkeer te kunnen beoordelen, is een verkeersonderzoek uitgevoerd met behulp van het regionale verkeersmodel BBMA2024 West-Brabant. Er zijn in dit onderzoek meerdere varianten doorgerekend. In de mer-beoordeling is uitgegaan van variant 1: Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid met een verkeersknip op de Haansberg ten zuiden van huisnummer 52. Deze knip voorkomt doorgaand verkeer tussen het noorden en zuiden van de wijk via de Haansberg en dwingt verkeer om via de hoofdontsluitingen te rijden. Deze variant is vergeleken met een referentiesituatie 2040 zonder de geplande woningbouwontwikkeling, waarin al gerealiseerde woningen (zoals Veldbloemenhof) wél zijn opgenomen.

Figuur 3-23 Variant 1 (bron: Verkeersonderzoek Haansberg, 2025)

Verkeerstructuur Op vrijwel alle wegen binnen Etten-Leur neemt het verkeer toe, waarbij vooral de wegen rondom de ontwikkeling Haansberg de grootste stijging laten zien. Op de Hoevenseweg, (tussen Oude Grind en Concordialaan), is de grootste toename waarneembaar van 3.400 mvt/etm, waardoor het verkeer daar 12.500 mvt/etm bedraagt. Daarnaast zijn er onder meer toenames waargenomen op de volgende locaties: • Spoorlaan: +2.900 mvt/etm • Anna van Berchemlaan: +2.500 mvt/etm blad 40 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

• Hoevenseweg (Tussen Oude Grind en Kattestraat): +2.100 mvt/etm

Figuur 3-24 Relevante toe- en afnames t.o.v. referentievariant 2040 (mvt/etm, afgerond op 100-tallen) (Bron: Verkeersonderzoek Haansberg, Goudappel, 2025)

Aan de andere kant zorgt de knip ook voor een afname van verkeer op verschillende wegen. Op de Haansberg is dat vanzelfsprekend met een daling van 1.400 mvt/etm, maar ook op de Hoevenseweg oost (-700 mvt/etm), de Spoorlaan west (-700 mvt/etm) en de Anna van Berchemlaan (-600 mvt/etm) wordt een afname waarneembaar. Deze gegevens tonen aan dat de knip effect heeft op het beperken van doorgaand verkeer door de wijk, maar ook op de druk op andere routes die verkeer omleiden ten opzichte van wanneer er geen knip wordt toegepast.

blad 41 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-25 Effecten van de knip t.o.v. de referentie situatie (Bron: Verkeersonderzoek Haansberg, Goudappel, 2025)

Verkeersafwikkeling en capaciteit De verkeersafwikkeling is beoordeeld op de belangrijkste ontsluitingspunten van Haansberg. De ontwikkeling moet worden ontsloten op het wegennet. In het verkeersonderzoek is de mate van verkeersafwikkeling op de ontsluiting van de ontwikkeling Haansberg op de Hoevenseweg inzichtelijk gemaakt. Uit berekeningen blijkt dat de I/C-waarden (verhouding intensiteit/capaciteit) ruim onder de norm van 0,7 blijven, zowel tijdens de ochtend- als avondspits: • Rotonde Kattestraat: I/C maximaal 0,56; • Oostelijke ontsluiting Haansberg: I/C maximaal 0,58; Dit wijst erop dat de geplande infrastructuur voldoende capaciteit heeft om het verwachte verkeer vlot en veilig af te wikkelen, zonder dat er knelpunten ontstaan.

blad 42 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-26 Onderzochte kruispunten

Openbaar vervoer en langzaam verkeer Binnen Haansberg staat een gezonde en veilige manier van verplaatsen voorop. Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als dienst en Privéauto) vormt het uitgangspunt in Haansberg. De volgorde (STOMP) geeft de voorkeursvolgorde van vervoersmiddelen weer, van meest duurzaam (lopen) tot minst duurzaam (eigen auto). De fiets en wandelpaden kunnen zowel functioneel als recreatief worden gebruikt. Fietsers en voetgangers hebben prioriteit binnen de wijk. De auto is te gast en heeft een maximale snelheid van 30 km/h of lager. In de toekomstige situatie wordt in het Masterplan ingezet op het maximaal stimuleren van het gebruik van openbaar vervoer en deelmobiliteit. Gezien de ligging van Haansberg op enkele minuten fietsen van station Etten-Leur en andere belangrijke bestemmingen, wordt het gebied beschouwd als uitstekend gepositioneerd binnen het regionale mobiliteitssysteem. Concreet komen er twee bushaltes aan de Hoevenseweg, aan de rand van de wijk. Hier wordt gezorgd voor: • Goede fietsenstallingen; • Veilige oversteekplaatsen; • Aansluiting op bestaande buslijnen, waaronder de BravoDirect 380 en de Bravo streeklijn 162. Vanwege het karakter van deze HOV-lijn (hoogwaardig openbaar vervoer) is gekozen om deze niet door de wijk zelf te laten rijden, omdat deze snel en zonder vertragingen van A naar B moet kunnen rijden.

Hierdoor worden de bushaltes strategisch aan de rand van de wijk gepositioneerd. Daarnaast wordt gekeken naar innovatieve oplossingen in de toekomst, zoals autonome shuttles of andere vormen van slim vervoer, als onderdeel van de bredere mobiliteitstransitie waar de gemeente op wil inspelen. Verkeersveiligheid Voor de belangrijkste wegen in het gebied is een Wegenscan uitgevoerd, waarin de relatie tussen functie, vormgeving en gebruik wordt beoordeeld volgens CROW-richtlijnen. • Hoevenseweg: scoort goed; het ontbreken van lengtemarkering is een aandachtspunt, maar de aanleg van rotondes verbetert de oversteekbaarheid en verkeersveiligheid. Met deze aanleg wordt de Hoevenseweg ook opnieuw aangelegd. • Haansberg: kent beperkte verkeersintensiteiten die passen bij de wegfunctie; de huidige fietsstroken zijn toereikend. • Spoorlaan en Concordialaan: deze wegen zijn in de referentiesituatie al druk en overschrijden de wenselijke grens voor gebiedsontsluitingswegen met langsparkeren. Door Haansberg nemen de blad 43 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

•

intensiteiten verder toe, maar blijven binnen de technische capaciteit. De inrichting vraagt wel aandacht voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Anna van Berchemlaan, Rijsdijk, Aletta Jacobslaan: alle scoren goed op vormgeving en gebruik. Oversteekvoorzieningen en fietsvoorzieningen zijn adequaat.

Over het geheel genomen is de infrastructuur in het gebied grotendeels goed voorbereid op de toekomstige verkeersdruk.

3.6.3

Conclusie Concluderend kunnen de huidige wegvakken de verwachte toename in verkeersdrukte goed verwerken, zonder grote knelpunten. Voor de Spoorlaan en de Concordialaan geldt dat de intensiteit in de referentie situatie hoger is dan de wenselijke auto intensiteit van de weg. Als gevolg van de ontwikkeling Haansberg neemt de intensiteit op deze wegvakken verder toe. Dit zorgt echter niet voor nieuwe knelpunten. Er worden rotondes aangelegd en bushaltes aan de rand van de wijk geplaatst om het openbaar vervoer te verbeteren. Daarnaast wordt de verkeersveiligheid gewaarborgd, met name voor langzaam verkeer. Al met al zijn de geplande aanpassingen voldoende om de verkeerssituatie veilig en efficiënt te houden, terwijl de milieueffecten minimaal blijven.

3.6.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: •

Knip in de straat Haansberg: De knip is essentieel om de gewenste verkeersstructuur en gedragsverandering te realiseren. Door gemotoriseerd verkeer hier af te sluiten en uitsluitend doorgang voor fietsers en voetgangers toe te staan, ontstaat een veilige verbinding voor voetgangers en fietsers richting de locatie van de tijdelijke school, station en centrum. Het voet- en fietsverkeer wordt ontvlecht van het autoverkeer.

•

Interne ontsluitingsstructuur met rotondes: De wijk Haansberg wordt ontsloten via twee aansluitingen op de Hoevenseweg: de al gerealiseerde rotonde bij de Kattestraat en de nog aan te leggen rotonde bij de Oude Grind. Deze infrastructuur is noodzakelijk om een veilige en goed functionerende verbinding met het hoofdwegennet te waarborgen.

•

Tijdelijke ontsluitingsweg voor vracht- en landbouwverkeer: Voor vracht- en landbouwverkeer naar de bedrijven en gronden ten noorden van Haansberg is een tijdelijke ontsluitingsweg noodzakelijk. Deze waarborgt de bereikbaarheid van het gebied zolang de knip in de straat Haansberg van kracht is.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Verkeer en mobiliteit. In aanvulling op de noodzakelijke mitigerende en compenserende maatregelen kan het thema verkeer en mobiliteit verder worden versterkt door het implementeren van de volgende maatregelen: •

Straat Sander: Toevoegen van plateau’s en wegverspringingen om autoverkeer te ontmoedigen. Verkeerskundig niet strikt noodzakelijk, maar gewenst om leefbaarheid te verbeteren.

blad 44 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.7

Geluid

3.7.1

Huidige situatie Effecten van het huidige geluidklimaat op de mogelijkheden voor ontwikkeling van Haansberg Geluid van wegverkeer In de referentie situatie bedraagt het wegverkeerslawaai op de rand van het plangebied maximaal 64 dB, afkomstig van de Hoevenseweg. Binnen het grootste deel van het plangebied wordt voldaan aan de standaardwaarde. Alleen in de op Hoevenseweg is sprake van overschrijding van de standaardwaarde, maar nergens in het onderzoeksgebied of de directe omgeving wordt de grenswaarde overschreden. Voor de woningen langs de Hoevenseweg geldt dat de standaardwaarde al in de referentiesituatie wordt overschreden. Voor de overige woningen binnen en nabij het plangebied wordt in de referentiesituatie voldaan aan de standaardwaarde.

Figuur 3-27 Wegverkeerslawaai referentiesituatie Haansberg (Bron: Antea Group, 2025)

Geluid van spoorwegen Het plangebied ligt in het geluidaandachtsgebied van de hoofdspoorweg Roosendaal – Breda. Voor deze spoorweg gelden geluidproductieplafonds. De geluidemissies van de spoorweg zijn vastgelegd in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG), die is geraadpleegd voor de modellering van het geluid afkomstig van spoorwegen. Hiervoor is de versie van 2025-07-19 gehanteerd. Spoorweglawaai is binnen het onderzoeksgebied niet of nauwelijks van belang. In het overgrote deel van het plangebied wordt voldaan aan de standaardwaarde. Slechts op één punt aan de rand van het plangebied wordt de standaardwaarde overschreden; hier bedraagt de geluidbelasting afkomstig van spoorwegen 56 dB.

blad 45 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-28 Spoorweglawaai Haansberg referentiesituatie (bron: Antea Group, 2025)

Geluid van industrie en bedrijven Een deel van het plangebied is gesitueerd binnen de geluidzone van het industrieterrein ‘Bedrijventerrein Vosdonk’. In Artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid is geregeld dat wanneer geen geluidproductieplafond is vastgesteld voor een industrieterrein, de Wet geluidhinder van kracht blijft. Voor het industrieterrein ‘Bedrijventerrein Vosdonk’ is nog geen geluidproductieplafond vastgesteld. Daarom wordt de systematiek van de Wet geluidhinder gehanteerd. In het kader van de Wet geluidhinder is om het industrieterrein een zone vastgesteld, waarbuiten de geluidbelasting van de gezamenlijke bedrijven op het industrieterrein niet meer mag bedragen dan: • 50 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; • 45 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur; • 40 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur. Voor geluidgevoelige bestemmingen buiten het industrieterrein, maar binnen de zone zijn hogere geluidbelastingen vanwege de gezamenlijke inrichtingen toelaatbaar, waarvoor dan een Maximaal Toelaatbare Grenswaarde (MTG) moet zijn verleend. Deze maximaal toelaatbare grenswaarde is 55 dB(A). De Wet geluidhinder stelt geen grenswaarden aan de geluidniveaus voor woningen gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein. Industrielawaai is een aandachtspunt in het zuidoosten van het plangebied, met name op de hogere liggingen.

Binnen een deel van het plangebied wordt de grenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) overschreden. Op de uiterste rand wordt ook de MTG-waarde van 55 dB(A) overschreden. De gevels van geluidgevoelige gebouwen (huidig & plansituatie), dienen daarom in principe niet-geluidgevoelig te worden uitgevoerd. Bij de beoordeling is gebruikgemaakt van een actueel zonemodel. Omdat hierbij geen rekening wordt gehouden met de planologische mogelijkheden (opgevuld zonemodel), kan het zijn dat de toekomstige geluidniveaus hoger uitvallen dan nu berekend.

blad 46 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-29 Industrielawaai Haansberg referentiesituatie (bron: Antea Group, 2025)

Bedrijvenlawaai heeft gelokaliseerd invloed binnen het plangebied. Alleen op zeer korte afstand zal rekening moeten worden gehouden met de emissies van deze bedrijven. Op de rekenpunten aan de rand van het plangebied bedraagt het bedrijvenlawaai in de plansituatie ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde.

Figuur 3-30 Bedrijvenlawaai Haansberg referentiesituatie (bron: Antea Group, 2025)

Cumulatieve geluidsbelasting wegverkeer, spoor en industrie Binnen het plangebied bedraagt de cumulatieve geluidbelasting grotendeels 50 tot 60 dB. De belangrijkste bronnen zijn wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. De hoogste berekende cumulatieve geluidbelasting ligt aan de rand van het plangebied en bedraagt 64 dB, vrijwel volledig afkomstig van verkeer op de Hoevenseweg.

blad 47 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-31 Cumulatie geluid Haansberg referentiesituatie (bron: Antea Group, 2025)

3.7.2

Effecten Haansberg Geluid van wegverkeer In de plansituatie wordt ten opzichte van de referentiesituatie de weg Haansberg ‘doorgeknipt’. Hierdoor is het niet meer mogelijk voor doorgaand verkeer om de weg te gebruiken. In de plansituatie neemt het wegverkeerslawaai op enkele locaties binnen het plangebied toe door: • De aanleg van nieuwe lokale wegen, en; • Een hogere verkeersintensiteit op de Hoevenseweg. Langs het zuidelijke deel van de Haansberg neemt het wegverkeerslawaai juist af, doordat de weg hier wordt doorgeknipt. Op een aantal gevels langs de Hoevenseweg neemt het geluid toe. Figuur 3-33 laat deze toename zien voor een aantal maatgevende gevels. Op de meeste van deze punten langs de Hoevenseweg bedraagt de toename maximaal 1 dB, wat in de praktijk niet of nauwelijks hoorbaar is. Op één punt aan de Hoevenseweg is een toename van meer dan 2 dB berekend, op een achtergevel. Deze toename hangt samen met de aanleg van de nieuwe interne wegen. Op dit punt wordt de standaardwaarde echter niet overschreden. Voor de overige gevels langs de Hoevenseweg blijft de standaardwaarde in de plansituatie overschreden worden; dit was echter ook al het geval in de referentiesituatie.

Uit analyse van de verkeersgegevens in de wijdere omgeving blijkt dat vrijwel nergens de verkeersintensiteit toeneemt met meer dan 40%, wat onder gelijke uitgangspunten overeenkomt met een toename van 1,5 dB. Alleen op de weg ‘Sander’ ligt dit percentage hoger. Hier neemt de verkeersintensiteit met een factor 2,3 toe. Echter kan uit figuren 3-27 en 3-32 worden opgemaakt dat hier aan de standaardwaarde wordt voldaan in zowel de plansituatie als de referentiesituatie. Daarnaast geldt dat in de referentiesituatie als de plansituatie de verkeersintensiteit lager ligt dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal, waardoor het buiten het toepassingsbereik van Artikel 5.78af valt (Artikel 5.78ae lid 1a).

blad 48 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-32 Wegverkeerslawaai Haansberg plansituatie (bron: Antea Group, 2025)

Figuur 3-33 Hoogste toename wegverkeerslawaai op bestaande gevels Haansberg (bron: Antea Group, 2025)

Geluid van spoorwegen In de plansituatie verandert de situatie ten aanzien van spoorweglawaai niet, omdat er geen wijzigingen in het spoorwegverkeer of de ligging van spoorlijnen binnen of nabij het plangebied plaatsvinden. Spoorweglawaai is gelijk aan de referentiesituatie.

Figuur 3-34 Spoorweglawaai plansituatie Haansberg (bron: Antea Group, 2025)

blad 49 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Geluid van industrie en bedrijven Industrielawaai is gelijk aan de referentiesituatie, en dus een aandachtspunt in het zuidoosten van het plangebied, met name op hogere liggingen. Binnen het plangebied wordt de grenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) op een deel overschreden. Wanneer binnen de industrielawaai-contour nieuwe woningen worden gerealiseerd, geldt dat hiervoor hogere waarden moeten worden vastgesteld, aangezien de grenswaarde van 50 dB(A) op die locaties wordt overschreden. Voor locaties waar de MTG-waarde van 55 dB(A) wordt overschreden, is woningbouw alleen mogelijk als gevels niet-geluidgevoelig worden uitgevoerd of aanvullende maatregelen worden getroffen. Bedrijvenlawaai heeft lokaal binnen het plangebied een geringe invloed. Alleen op zeer korte afstand zal rekening moeten worden gehouden met de emissies van deze bedrijven. In de plansituatie zal één bedrijfsbestemming verdwijnen. Op de rekenpunten aan de rand van het plangebied bedraagt het bedrijvenlawaai in de plansituatie ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor de bedrijfsbestemming aan de Hoevenseweg (rood omcirkeld in onderstaande afbeeldingen) geldt dat het de intentie is om deze niet meer op te nemen in het nieuwe omgevingsplan Haansberg-Zuid. Hiermee neemt de invloed van bedrijvenlawaai in de plansituatie verder af.

Figuur 3-35 Bedrijvenlawaai plansituatie Haansberg (bron: Antea Group, 2025)

Cumulatieve geluidsbelasting wegverkeer, spoor en industrie De enige geluidsbron die toeneemt in het plangebied is wegverkeer. Na realisatie van het plan zal de cumulatieve geluidbelasting in een groot deel van het plangebied dan ook lager worden. Dit komt doordat de nieuwe bebouwing geluid afschermt, waardoor de invloed van wegverkeer, spoor en industrie binnen het plangebied vermindert.

Figuur 3-36 Cumulatie geluidsbelasting Haansberg plansituatie (bron: Antea Group, 2025)

blad 50 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.7.3

Conclusie Het akoestisch onderzoek laat zien dat binnen het grootste deel van het plangebied wordt voldaan aan de geldende standaardwaarden. Nabij de Hoevenseweg en aan de zuidoostzijde van het plangebied treden overschrijdingen van de standaardwaarden op, maar dat is ook in de referentiesituatie al zo en ze blijven binnen de wettelijke grenswaarden. Als hier geluidgevoelige functies worden gerealiseerd, dienen mitigerende maatregelen te worden meegenomen. Voor de bestaande woningen in de omgeving heeft de ontwikkeling geen merkbare negatieve effecten; eventuele toename van geluid langs de Hoevenseweg is zeer beperkt en blijft binnen de wettelijke normen, terwijl het geluidsniveau elders licht afneemt door minder verkeer en afschermende bebouwing. Cumulatief blijft de geluidbelasting aanvaardbaar, aangezien wegverkeer de enige geluidsbron is die toeneemt, en deze neemt voor een deel van het plangebied naar verwachting verder af door afschermende werking van toekomstige bebouwing.

3.7.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: •

Wegverkeerslawaai: Langs en nabij de Hoevenseweg worden de standaardwaarden voor wegverkeerslawaai overschreden. Om dit te beperken dienen mitigerende maatregelen te worden onderzocht. Een realistische optie is de toepassing van een geluid reducerend wegdek. Dit kan dan gecombineerd worden met de saneringsverplichting weg verkeerslawaai uit de Wet geluidhinder.

•

Industrielawaai: In delen van het plangebied wordt de grenswaarde van 50 dB(A) overschreden. Als hier geluidgevoelige functies, zoals woningen, worden gerealiseerd, is het noodzakelijk om hogere waarden vast te stellen. Op locaties waar de MTG-waarde van 55 dB(A) wordt overschreden, mogen geen geluidgevoelige gevels worden gerealiseerd; gevels dienen daar dus niet-geluidgevoelig te worden uitgevoerd.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Geluid. In aanvulling op de noodzakelijke mitigerende en compenserende maatregelen kunnen de effecten op het thema geluid verder worden verminderd door de volgende maatregelen:

3.8

•

Geluidluwe gevels: Bij de planuitwerking kan op woningniveau worden gestuurd op het realiseren van een geluidluwe gevel en buitenruimte. Dit bevordert de leefkwaliteit.

•

Stedenbouwkundige afscherming: Positioneren van bebouwing zodat deze fungeert als geluidsbuffer voor achterliggende functies.

•

Industrieterrein Vosdonk: Er wordt bekeken of de huidige geluidruimte van industrieterrein Vosdonk beperkt kan worden. De huidige geluidruimte wordt immers niet geheel benut.

Luchtkwaliteit De stoffen in de lucht die schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid zijn onder andere fijnstof en stikstofoxiden. Fijnstof PM2,5, en PM10 en NO2 zijn categorieën van luchtverontreinigende deeltjes die in de lucht zweven. De aanduidingen " PM2,5" en " PM10" verwijzen naar de grootte van de deeltjes, waarbij PM staat voor Particulate Matter (deeltjes). PM2,5 zijn deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer of kleiner, terwijl PM10 deeltjes zijn met een diameter van 10 micrometer of kleiner. Stikstofdioxide is een ander type luchtverontreiniging dat ontstaat door verbrandingsprocessen in voertuigen, industrieën en verwarmingsinstallaties.

blad 51 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

De gemeentelijke ambitie is om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiertoe heeft de gemeente Etten-Leur in 2022 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Bij het aanbesteden van werkzaamheden in het openbare gebied hanteert de gemeente duurzaamheidseisen, die resulteren in een lagere uitstoot van luchtverontreiniging. In de Omgevingswet is de belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit vastgelegd. De concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. De Omgevingswet bevat de rijksomgevingswaarden voor deze stoffen, deze zijn gebaseerd op de EU-richtlijn luchtkwaliteit 2008/50/EG. De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 advieswaarden gepubliceerd die gezondheidskundige grenzen aangeven voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Op 22 september 2021 zijn door de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd, deze zijn aanzienlijk verlaagd ten opzichte van de eerdere richtlijnen uit 2005. De herziene advieswaarden zijn gebaseerd op recent wetenschappelijk bewijs dat sterke verbanden heeft aangetoond tussen luchtverontreiniging en gezondheidseffecten. De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit voor 2030.

In Tabel 3-1 zijn de wettelijke grenswaarden, de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005 en 2021 en het voorstel voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit naast elkaar weergegeven. Tabel 3-1 Wettelijke grenswaarden en WHO-advieswaarden luchtkwaliteit

Stof

Toetsingsperiode

Europese grenswaarde 2008/ rijksomgevingswaarde

WHO Advieswaarde (2005)

Nieuwe WHO Advieswaarde (2021)

Voorstel nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit7

NO2

Jaargemiddeld

Maximaal 40 μg/m3

Maximaal 40 μg/m3

Maximaal 10 μg/m3

Maximaal 20 μg/m3

PM10

Jaargemiddeld

Maximaal 40 μg/m3

Maximaal 20 μg/m3

Maximaal 15 μg/m3

Maximaal 20 μg/m3

PM2,5

Jaargemiddeld

Maximaal 25 μg/m3

Maximaal 10 μg/m3

Maximaal 5 μg/m3

Maximaal 10 μg/m3

Het naleven van deze advieswaarden is belangrijk om de negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te verminderen en de algehele kwaliteit van de lucht te verbeteren.

3.8.1

Huidige situatie In Figuur 3-37 zijn de huidige fijnstof en stikstofdioxideconcentraties in het plangebied weergegeven.

7

Op 26 oktober 2022 heeft de Europese Commissie het voorstel gepubliceerd voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit. Raad en Europees Parlement hebben op 20 februari 2024 een voorlopig politiek akkoord bereikt over het voorstel voor een herziening van de EU-richtlijnen inzake luchtkwaliteit. Het voorlopige politieke akkoord wordt nu ter goedkeuring voorgelegd aan de vertegenwoordigers van de lidstaten in de Raad (het Coreper) en de Commissie milieubeheer van het Europees Parlement. Vanaf de inwerkingtreding van de richtlijn hebben de lidstaten 2 jaar om deze in nationale wetgeving om te zetten.

blad 52 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-37 Fijnstof en stikstofdioxide concentraties in het plangebied: links PM2,5, midden PM10, NO2 (RIVM 2022)

Autonoom neemt de luchtkwaliteit toe door schonere mobiliteit en bedrijfsprocessen. De verwachting is dan ook dat de concentraties in de toekomst onder de wettelijke norm, Europese advieswaarden en WHO-norm 2005 blijven. De WHO 2021 is dermate streng dat hieraan voldoen langer zal duren en meer landelijke maatregelen zal vragen. De lokale invloed hierop is beperkt. In het luchtkwaliteitsonderzoek (Antea Group, 2025) zijn het huidige fijnstof- (PM 10) en stikstofdioxideconcentraties op de wegen nabij het plangebied via een modelberekening in beeld gebracht (zie onderstaande figuren).

Figuur 3-38 Jaargemiddelde concentratie NO2 in de referentiesituatie

blad 53 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-39 Jaargemiddelde concentratie PM10 in de referentiesituatie

3.8.2

Effecten Haansberg Uit de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek (Antea Group, 2025) blijkt dat, ondanks de verwachte verkeerstoename, aan de aan de vigerende omgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10) wordt voldaan. De hoogste jaargemiddelde concentraties zijn berekend ter hoogte van de aansluitingen met de snelweg A58. Ter hoogte van het plangebied variëren de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) in de plansituatie tussen de 12 en 16 µg/m3. In de referentiesituatie is dit tussen de 12 en 15 µg/m3. Ter hoogte van het plangebied variëren de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (PM10) in de plansituatie en de referentiesituatie tussen de 15 en 17. De maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 ter hoogte van het plangebied bedraagt 1,0 µg/m3. De maximale toename van de jaargemiddelde concentratie PM10 ter hoogte van het plangebied bedraagt 0,1 µg/m3.

blad 54 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

. Figuur 3-40 Jaargemiddelde concentratie NO2 in de Plansituatie

Figuur 3-41 Jaargemiddelde concentratie PM10 in de Plansituatie

Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit door de uitstoot van bouwmaterieel en aan/afvoer van materiaal door vrachtwagens. Gezien de aard van de planontwikkeling is deze uitstoot beperkt en tijdelijk. Bij aanbestedingen en bouwprojecten streeft de gemeente naar de inzet van schone en emissie loze bouwmethoden (ook relevant voor het stikstofeffect op natuur, zie verder).

blad 55 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.8.3

Conclusie Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de aan de wettelijke omgevingswaarden wordt voldaan. Daarnaast zijn de concentratiebijdragen van NO2 en PM10 ten gevolge van het project minder dan 1,2 µg/m3. Hiermee draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Er is daarmee voor het aspect luchtkwaliteit geen belemmering om het plan in ontwikkeling te brengen.

3.8.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Er zijn geen mitigerende en compenserende maatregelen noodzakelijk om significant negatieve milieueffecten te voorkomen. Wel kan het thema luchtkwaliteit verder worden versterkt door het inzetten op het beperken en voorkomen van emissies tijdens de bouw.

3.9

Trillingen De ontwikkeling van Haansberg leidt op zichzelf niet tot wezenlijke nieuwe trillingsbronnen en daarmee niet tot wezenlijke toename van trillingshinder in en rond het plangebied. Treinverkeer en vrachtverkeer vormen een belangrijke bron van trillingen in bebouwd gebied. Rondom de ontwikkeling is geen spoorverbinding aanwezig en is geen sprake van wezenlijke toename van vrachtverkeer. Daarmee is de verwachting dat de ontwikkeling geen wezenlijke hinder ondervindt van trilling vanuit de omgeving.

3.10

Geur De ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid leidt niet tot wezenlijke nieuwe geurhinder veroorzakende bronnen. Ook ondervindt de ontwikkeling geen wezenlijke geurhinder vanuit de omgeving. Voor het thema ‘geur’ worden er dus geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht.

3.11

Licht De ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid leidt tot nieuwe licht uitstralende bronnen. Door het versterken van de groenstructuur rondom Haansberg en het toepassen van slimme verlichting kan een deel van de uitstralende lichtbronnen richting de omgeving worden beperkt. Daarmee wordt de duisternis in de omgeving behouden, en blijft de impact op soorten die gevoelig zijn voor lichtvervuiling beperkt. De ontwikkeling ondervindt geen wezenlijke lichthinder vanuit de omgeving. Voor het thema ‘licht’ worden er daarom op voorhand geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht.

3.12

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid betreft het voorkomen en beperken van risico's voor mensen en het milieu als gevolg van mogelijke incidenten met gevaarlijke stoffen, branden, explosies of andere calamiteiten in de leefomgeving. Dit omvat zowel preventieve maatregelen als responsstrategieën om de gevolgen van dergelijke incidenten te minimaliseren.

3.12.1 Huidige situatie In Figuur 3-42 zijn de plaatsgebonden risico contouren 10-6 en brand- en gifwolkaandachtsgebieden van het plangebied weergegeven. Het gehele plangebied ligt binnen het gifwolkaandachtsgebied van Afvalstoffen Terminal Moerdijk B.V (niet weergegeven op de kaart). Aan het gifwolkaandachtsgebied kunnen geen voorschriftengebied worden aangewezen dus dit vormt geen beperkingen voor de ontwikkeling. De meest effectieve maatregel bij een gifwolk is afschakelbare ventilatie dit is al verplicht onder de Omgevingswet voor alle nieuwbouw. Het plangebied ligt niet binnen het brand-, gifwolk- en explosieaandachtsgebied van het spoor en is daarmee geen relevante risicobron. blad 56 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Binnen het plangebied zijn geen activiteiten met gevaarlijke stoffen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt een risico contour rondom de spoorweg en twee ammoniak koelinstallaties op het industrieterrein.

Spoorweg Ammoniak koelinstallatie Figuur 3-42 Plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden (Ministerie IenW, 2024)

Ontplofbare oorlogsresten De Haansberg in Etten-Leur heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot ver voor de moderne tijd. De Tweede Wereldoorlog heeft echter een blijvende invloed gehad op het gebied, zowel in termen van militaire activiteit als mogelijke achtergebleven explosieven. Uit het historisch vooronderzoek naar niet-gesprongen explosieven (NGE) blijkt dat Haansberg meerdere keren betrokken was bij oorlogshandelingen en militaire operaties. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de regio rondom Haansberg betrokken bij militaire operaties van zowel de Duitse bezetter als de Geallieerde strijdkrachten. Zo blijkt uit archiefdocumenten dat op 31 oktober 1944 het 79th Medium Regiment zich in een hoofdkwartier nabij Haansberg vestigde. Gedurende de dag voerden zij artilleriebeschietingen uit op Duitse posities, waarbij honderden granaten werden afgevuurd. Ook andere gevechtseenheden waren actief in de omgeving. De 104e infanteriedivisie rapporteerde machinegeweerposities rondom strategische locaties en meldde de aanwezigheid van versperringen, mijnenvelden en wegversperringen in de bredere regio, inclusief Haansberg Het historisch onderzoek naar NGE wijst erop dat er in Haansberg mogelijk nog explosieven in de bodem kunnen liggen. In het verleden zijn hier al verschillende explosieven aangetroffen.

Een concreet voorbeeld is de vondst van een granaatkartets op Haansberg in 2006. Dit suggereert dat het gebied potentieel risico loopt op de aanwezigheid van achtergebleven munitie uit de oorlog. Daarnaast was Haansberg in november 1939 een van de locaties waar verdedigingswerken werden aangelegd, waaronder versperringen. Hoewel deze structuren op zichzelf geen direct gevaar vormen, geeft het wel aan dat het gebied strategisch belangrijk was en mogelijk meer restanten uit de oorlog bevat. Concluderend bevestigen de historische gegevens dat Haansberg een belangrijke rol speelde in de militaire activiteiten rond Etten-Leur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gezien de vastgestelde aanwezigheid van explosieven en de intensieve gevechtshandelingen in het gebied, is het noodzakelijk om bij de ontwikkeling in Haansberg rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. blad 57 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Een aanvullend opsporingsonderzoek kan vaststellen of er nog oorlogsresten aanwezig zijn en de eventuele risico’s uitsluiten of wegnemen.

3.12.2 Effecten Haansberg De ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid bevat geen nieuwe risicobronnen. Er is daarmee geen toename van risico’s op de omgeving. Maar de ontwikkeling van Haansberg leidt wel tot een toename van het aantal mensen dat woont, werkt en verblijft in de nabijheid van bestaande risicobronnen en aandachtsgebieden. Het brand-, explosie en gifwolkaandachtsgebied van het spoor liggen buiten het plangebied en hebben daarmee geen effect op het plangebied. Bij stedelijke ontwikkelingen wordt het risico van ongelukken met gevaarlijke stoffen zorgvuldig meegewogen, en veiligheidsmaatregelen zijn bedoeld om de gevolgen voor mensen binnen risico- en aandachtsgebieden te beperken. Er is een onderscheid gemaakt in de plaatsing van gebouwen. Zeer kwetsbare gebouwen zoals basisscholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen mogen vanwege de beperkte zelfredzaamheid van de gebruikers niet in explosieaandachtsgebieden, 200 meter vanaf het spoor worden geplaatst. De ontwikkelingen van Haansberg ligt buiten de ze aandachtsgebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=88dd2a51-e6f1-4ac2-9c56-e442afd63cb1