260507 Verslag formateur Etten-Leur
Tekst van het document
Breda, 7 mei 2026
Geachte leden van de gemeenteraad van Etten Leur Graag doe ik verslag van mijn werkzaamheden tot nu toe als uw informateur/formateur. In dit advies licht ik toe op welke wijze ik, op basis van de gevoerde gesprekken en gemaakte afwegingen, kom tot een voorkeurscombinatie van partijen die verder met elkaar in gesprek zouden moeten gaan om te komen tot een college van burgemeester en wethouders dat uitvoering kan geven aan het door de raad opgestelde raadsprogramma. Voor mij was dit de eerste keer dat ik als formateur werkte met een proces met een raadsakkoord. Dat was net als voor de nieuwkomers in uw raad, soms even wennen, maar ik kijk met vertrouwen en waardering naar het traject dat we tot toe met elkaar lopen. Ik ben onder de indruk van de inhoudelijke kwaliteit, betrokkenheid en zorgvuldigheid waarmee alle fracties hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het raadsprogramma. In het opgestelde raadsprogramma zijn voor alle fracties herkenbare accenten en inhoudelijke keuzes terug te vinden. Het programma is daarmee geen onherkenbare brij geworden, maar een samenhangend geheel. Op diverse onderdelen is bovendien sprake van een herbevestiging en doorontwikkeling van de beleidslijnen die in het raadsprogramma in de vorige bestuursperiode zijn ingezet. 1.
Uitgangspunten van het motorblok Mijn werkzaamheden gericht op het komen tot collegedragende partijen, zijn aangevangen nadat het eerste concept van het raadsprogramma gereed was. Ik ben gestart met gesprekken met de fracties APB en CDA, die tijdens het duidingsdebat op 2 april door alle fracties uit uw raad zijn aangeduid als het beoogde motorblok. In deze gesprekken verkende ik expliciet de uitgangspunten en waarden die deze fracties richtinggevend achten voor de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. APB en CDA gaven daarbij aan dat een nieuw college dient in te zetten op: • continuïteit van lopende en ingezette beleidslijnen; • constructieve samenwerking met de gehele gemeenteraad; • een evenwichtige politieke samenstelling van het college; • integer, betrouwbaar en professioneel bestuur; • en een collegevorming die uitlegbaar en herkenbaar is voor de inwoners van Etten-Leur. Daarnaast benadrukten beide fracties het belang van vertrouwen en stabiliteit, zowel binnen het college van burgemeester en wethouders als in het samenspel tussen raad en college. Deze uitgangspunten heb ik gedurende het verdere traject als inhoudelijk referentiekader gehanteerd. 2.
Gesprekken met alle fracties Na deze eerste gesprekken met het zogenaamde motorblok heb ik een gespreksronde gevoerd met alle fracties in de gemeenteraad, waarbij per fractie steeds twee leden deelnamen. In deze gesprekken sprak ik met iedere fractie over:
1
•
de wijze waarop zij denken bij te kunnen dragen aan het realiseren van de door het motorblok geformuleerde uitgangspunten en waarden; • de rol die zij daarin voor zichzelf zien, zowel binnen als buiten een eventueel college; • hun visie op samenwerking in het licht van het opgestelde raadsprogramma; • de mogelijke wethouderskandidaat. Ik vind het positief om te kunnen concluderen dat alle partijen de bereidheid hebben uitgesproken om de uitvoering van het raadsprogramma mede vorm te geven. Bij al deze gesprekken waren, naast ondergetekende, de heer Wim Voeten (griffier) en mevrouw Saskia de Smet (adviseur bestuur en directie) aanwezig. 3. Tussenconclusie: vorming van het Motorblok+ Na afronding van deze gespreksronde concludeerde ik dat er breed draagvlak bestond om D66 toe te voegen aan het motorblok. Daarbij werd gewezen op inhoudelijke aanknopingspunten met de door APB en CDA benoemde waarden en op het brede vertrouwen in D66 als samenwerkingspartner, mede gegroeid door de gezamenlijke inzet bij het werken aan het raadsprogramma. Met deze stap was het Motorblok+, bestaande uit APB, CDA en D66, gevormd. 4. Gesprek met het Motorblok+ Met het Motorblok+ heb ik gezamenlijk het gesprek gevoerd. Het doel van dit gesprek was om te verkennen of er voldoende basis bestaat voor duurzame samenwerking en welke partij passend zou zijn om te komen tot een stabiel en evenwichtig college.
In dat gesprek stelde ik vast dat binnen het Motorblok+ sprake was van voldoende onderling vertrouwen en een gedeeld commitment aan de eerder benoemde waarden. Vanuit die gezamenlijke basis verschoof de aandacht naar de vraag welke partij het best zou kunnen bijdragen aan een stabiele en uitlegbare collegesamenstelling, waarbij JA21, Ons Etten-Leur en de VVD als mogelijke vierde partijen in beeld kwamen. Daarbij stelde ik vast dat er voor de andere twee raadsfracties GroenLinks/PvdA en Leefbaar Etten-Leur geen blokkades waren, maar dat er minder draagvlak was. Geconstateerd is dat deelname van de VVD, mede gezien de verkiezingsuitslag, als moeilijk uitlegbaar kan worden ervaren. Geconstateerd is dat JA21 als een van de winnaars van de verkiezingen, een mogelijke kandidaat is als collegedragende partij. Deze fractie heeft echter op dit moment weinig ervaring met zowel het raadswerk en het werken met een raadsprogramma, als met collegeverantwoordelijkheid en dat zij zich in de campagne nadrukkelijk heeft uitgesproken tegen veel punten van de huidige koers. Tegelijkertijd is brede waardering uitgesproken voor de wijze waarop de fractievoorzitter van JA21 zijn rol vervult, waarbij is opgemerkt dat na de verkiezingen bij het opstellen van het raadsprogramma een constructieve toon is aangeslagen door de fractie.
In het raadsprogramma zijn daardoor ook punten van JA21 verwerkt wat de inhoudelijke afstand al heeft verkleind. Ten aanzien van Ons Etten-Leur is binnen het Motorblok+ — waarin ook partijen zitting hebben die in de afgelopen periode coalitieverantwoordelijkheid hebben gedragen — waardering uitgesproken voor de wijze waarop deze fractie in de afgelopen bestuursperiode een constructieve en stabiele bijdrage heeft geleverd aan het college van burgemeester en wethouders. Ons Etten-Leur werd daarnaast gezien als een partij die inhoudelijk goed aansluit, stabiliteit en betrouwbaarheid kan bieden en in staat wordt geacht bij te dragen aan een
2
college dat rust en continuïteit uitstraalt. Daarbij is onderkend dat electorale winst of verlies niet doorslaggevend is. In de afweging is betrokken dat Ons Etten-Leur en JA21 in zetelaantal een vergelijkbare vertegenwoordiging van kiezers kennen. Doorslaggevend was de verwachte bijdrage aan vertrouwen en stabiliteit in het bestuur. Op 5 mei jongstleden heb ik een gesprek gevoerd met de vier genoemde partijen, te weten APB, CDA, D66 en Ons Etten-Leur. In dat gesprek heb ik geconstateerd dat er voldoende vertrouwen is om te komen tot een stabiele samenwerking. Daarbij hebben zij uitgesproken dat zij vanwege de grote ambities van deze raad, uitvoering willen geven aan het raadsprogramma met vijf wethouders. Daarbij vind ik het positief om op te merken dat alle vier de partijen er blijk van geven belang te hechten aan een samenwerking en verbinding met alle fracties van de gemeenteraad om het raadsprogramma uit te voeren. 5. Reflectie op samenwerking Ik dank alle fracties voor hun open, constructieve en respectvolle houding gedurende dit proces. Ook voor fracties die mogelijk niet tot de college-dragende partijen zullen behoren, zie ik ruimte om bij te dragen aan de realisatie van gezamenlijke opgaven. De wijze waarop van alle in de gemeenteraad vertegenwoordigde partijen punten zijn opgenomen in het concept raadprogramma verstrekt mijn gevoel.
Het realiseren van het raadsprogramma vraagt om een vragende, open en samenwerkingsgerichte houding van de leden van het college van burgemeester en wethouders, maar evenzeer van de gemeenteraad als geheel, waarbij blijvend wordt gezocht naar wat bindt, in plaats van wat onderscheidt. In dit samenspel zie ik een actieve rol voor de burgemeester in haar hoedanigheid van voorzitter van de raad en voor de griffier. Het werken met een raadsprogramma kan deze rol ondersteunen en bijdragen aan vertrouwen, voorspelbaarheid en bestuurlijke rust. 6. Conclusie Op basis van de gevoerde gesprekken en de gemaakte afwegingen kan ik concluderen dat APB, CDA, Ons Etten-Leur en D66 kunnen komen tot een werkbaar college van burgemeester en wethouders dat in staat is om, vanuit vertrouwen en stabiliteit, uitvoering te geven aan het door de raad opgestelde raadsprogramma. Gelet op de voorgestane bestuurscultuur doet deze midden-samenstelling recht aan een evenwichtige politieke constellatie, waarbij een dergelijk college zowel richting de rechter- als de linkerflank nadrukkelijk op zoek kan gaan naar (wisselende) meerderheden; ik verwacht dat dit de duale politieke cultuur die in Etten-Leur bestaat opnieuw een impuls zal geven.
Tot slot wil ik benadrukken dat Etten-Leur met het raadsakkoord een unieke manier van politiek samenwerken in handen heeft. Ik realiseer me dat de teleurstelling groot kan zijn bij fracties die geen directe bijdrage leveren aan het college van burgemeester en wethouders. Tegelijkertijd heb ik in dit proces duidelijk ervaren dat er veel ruimte blijft om vanuit de raad daadwerkelijk zaken te realiseren, juist binnen de kaders van het raadsprogramma. Dat gevoel wordt versterkt doordat ik, bij de grootste fractie in de gemeenteraad, nadrukkelijk merk dat deze verantwoordelijkheid niet alleen wordt uitgesproken, maar ook daadwerkelijk wordt gedragen. Dat stemt mij positief voor de komende periode.
3
Rest mij niets meer dan mijn ondersteuning in de persoon van Wim Voeten, Carole Vermeegen, Kelsey Kats, Lars Wandel en Saskia de Smet hartelijk te bedanken voor de samenwerking tot nu toe. Ik zie er naar uit om dit advies met u te bespreken in de vergadering van 12 mei a.s. Met vriendelijk groet,
Joris Bengevoord Informateur/formateur gemeente Etten-Leur
4