20251105 Stikstofonderzoek
Tekst van het document
Uw omgeving. Ons vakgebied.
STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK GEMEENTE ETTEN-LEUR WOONGEBIED HAANSBERG (DEELGEBIEDEN 1,2,4 EN 5)
Opdrachtgever:
Gemeente Etten-Leur Postbus 10.100 4870 GA Etten-Leur
Projectnummer: Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:
60250356-LDB NC60250356.R001-1 Definitief 5 november 2025
Projectleider (mede)Auteur
Ing. N.A.M. von Burg Ing. T.A.G. Massuger
par: par:
Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808
Wematech milieu adviseurs b.v. Windmolen 23 4751 VM Oud Gastel
T +31 (0)165 565910 E milieuadviseurs@wematech.nl www.wematech.nl
KvK BTW IBAN
20104745 NL 810303255B01 NL60 RABO 0102 5687 15
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
INHOUDSOPGAVE 1.
BESCHRIJVING PLANONTWIKKELING .......................................................................... 3
2.
NABIJ GELEGEN TE BESCHERMEN GEBIEDEN ............................................................... 4
3.
TOETSINGSKADER .................................................................................................... 5
3.1. Wettelijk kader ......................................................................................................... 5 3.2. Vergunde situatie ..................................................................................................... 6 4.
UITGANGSPUNTEN STIKSTOFEMISSIE ......................................................................... 7
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5.
Projectplanning ........................................................................................................ 7 Emissiebronnen aanlegfase ........................................................................................ 8 Emissiebronnen gebruiksfase ....................................................................................12 Cumulatieve stikstofemissie in het jaar van realisatie ...................................................14 Emissiekengetallen ..................................................................................................14
5.
REKENRESULTATEN .................................................................................................15
6.
PASSENDE BEOORDELING ........................................................................................16
6.1. 6.2. 6.3. 6.4.
Bepaling referentiesituatie ........................................................................................16 Referentiesituatie (beweiden/bemesten) .....................................................................17 Stikstofemissie referentiesituatie ...............................................................................17 Emissiekengetallen referentiesituatie..........................................................................20
7.
REKENRESULTATEN TOV REFERENTIESITUATIE ...........................................................20
7.1. Verschilberekeningen ...............................................................................................20 7.2. Additionaliteitsvereiste .............................................................................................24 7.3. Resumé mitigerende maatregel (intern salderen).........................................................26 8.
CONCLUSIE.............................................................................................................27
Bijlagen Bijlage 1a: Bijlage 1b: Bijlage 1c:
Uitgangspunten emissiebronnen aanlegfase deelgebied 1 en 2 Uitgangspunten emissiebronnen gebruiksfase deelgebieden 1, 2 (en 4 & 5) Uitgangspunten emissiebronnen referentiesituatie kadastrale percelen ‘beweiden en bemesten’
Bijlage 2a: Bijlage 2b: Bijlage 2c:
Invoergegevens en rekenresultaten Aerius (cumulatieve emissie 2027) Invoergegevens en rekenresultaten Aerius (gebruiksfase 2033) Invoergegevens en rekenresultaten Aerius (gebruiksfase 2040)
Bijlage 3a: Bijlage 3b: Bijlage 3c:
Invoergegevens en rekenresultaten Aerius verschilberekening (cumulatieve emissie 2027) Invoergegevens en rekenresultaten Aerius verschilberekening (beoogde situatie 2033) Invoergegevens en rekenresultaten Aerius verschilberekening (beoogde situatie 2040)
Bijlage 4a: Bijlage 4b: Bijlage 4c: Bijlage 5:
Rekenresultaten projectberekeningen Hulpmiddel beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect (jaar 2027) Rekenresultaten hexagonen met een hersteldoel (jaar 2027) Vergunning Veehouderij
Pagina: 2 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
1. BESCHRIJVING PLANONTWIKKELING Voorliggend stikstofdepositie onderzoek is opgesteld in opdracht van gemeente Etten-Leur in het kader van de planontwikkelingen aan de Hoevenseweg/Haansberg te Etten-Leur. Gemeente Etten-Leur is voornemens woongebied Haansberg te realiseren met ca. 2.850 woningen welke zijn verdeeld over 5 deelgebieden. Het plangebied bestrijkt een totale omvang van ca. 115 hectare. In 2026 wordt aangevangen met de werkzaamheden. De doorlooptijd van het gehele project zal ca. 15 jaar in beslag nemen. In onderstaande afbeelding is de planontwikkeling inclusief de deelgebieden schematisch weergegeven. Afbeelding 1.1 Weergave plangebied incl. deelgebieden (bron Aerius Calculator)
De deelgebieden 1 en 2 zien toe op de realisatie van respectievelijk 150 en 1.300 wooneenheden in diverse wooncategorieën, uiteenlopend van appartementen, zorgstudio's, bijzondere woonvorm 'patio's', tussen-, hoek-, 2-onder-1-kap en vrijstaande woningen. Daarnaast wordt in deelgebied 1 een tijdelijke school gerealiseerd en in deelgebied 2 een permanente school. Deelgebied 3 omvat de realisatie van ca. 100 woningen en wordt thans gerealiseerd. De deelgebieden 4 en 5 zullen voorzien in ca. 1.300 extra wooneenheden van diverse wooncategorieën. Daarnaast is voor deze deelgebieden beoogd om recreatie- en commerciële voorzieningen te realiseren.
Pagina: 3 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Middels onderhavig onderzoek is beoordeeld wat de bouwwerkzaamheden (aanlegfase) van deelgebied 1 en 2 en de bewoning/exploitatie (gebruiksfase) van het plangebied (deelgebieden 1,2,4 en 5) aan stikstofdepositie tot gevolg kunnen hebben ter plaatse van omliggende stikstofgevoelige gebieden. Voor een volledige beschrijving wordt verwezen naar de milieueffectrapportage (MER). Gezien het feit dat de deelgebieden 4 en 5 in de periode 2033-2039 gerealiseerd zullen worden en er continue ontwikkelingen plaatsvinden in de bouwsector die zich richten op schoner materieel en meer duurzame bouwmethoden, zijn deze deelgebieden voor de aanlegfase in onderhavig onderzoek niet beoordeeld. Wel is de gebruiksfase van 2033 en 2040 (beoogde situatie) beoordeeld.
2. NABIJ GELEGEN TE BESCHERMEN GEBIEDEN Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Wel is in de omgeving van het plangebied een aantal Natura 2000-gebieden gesitueerd. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van de omliggende gebieden voor zover deze zijn gelegen binnen 25 km van het plangebied. Tabel 2.1 Overzicht nabij gelegen te beschermen gebieden Gebied:
Afstand: Nederlandse Natura 2000-gebieden Ulvenhoutse Bos 12 km Hollands Diep 13 km Biesbosch 15 km Krammer-Volkerak 19 km Brabantse Wal 20 km Belgische Natura 2000-gebieden Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop Vallei van 14 km Marke De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld 17 km Kalmthoutse Heide 21 km
Gebied aangewezen als: Habitatrichtlijn Vogel- en Habitatrichtlijn Vogel- en Habitatrichtlijn Vogel- en Habitatrichtlijn Vogel- en Habitatrichtlijn
Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogel- en Habitatrichtlijn
Afbeelding 2.1 Overzicht nabij gelegen te beschermen gebieden (bron Aerius Calculator)
Pagina: 4 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
3. TOETSINGSKADER 3.1. Wettelijk kader Op grond van artikel 5.1 lid 1e van de Omgevingswet is het verboden zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten, tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval, zoals opgenomen in Besluit activiteiten leefomgeving hoofdstuk 11 (artikel 11.21). Een Natura 2000-activiteit is een activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het Besluit activiteiten leefomgeving afdeling 11.1 zijn de activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden nader uitgewerkt. Onder artikel 11.6 lid 1 is aangegeven dat alle maatregelen moeten worden genomen om gevolgen te voorkomen, ongedaan te maken, te beperken of achterwege te laten. Onder lid 2b is de plicht beschreven dat op voorhand moet worden nagegaan of op grond van objectieve gegevens verslechterende of significante verstorende gevolgen kunnen worden uitgesloten.
Tot 1 januari 2024 was de Wet natuurbescherming in werking, waarbij het op grond van artikel 2.7 lid 2 verboden was om zonder vergunning projecten of andere handelingen uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. De juridische basis voor de Omgevingswet en de voorgaande Wet natuurbescherming zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Per Natura 2000-gebied zijn voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelen bepaald. Het grootste gedeelte van de Nederlandse natuurgebieden heeft te lijden onder verzuring, vermesting en verdroging. Hierdoor gaan kwetsbare en vaak bijzondere planten- en diersoorten achteruit en maken plaats voor meer algemene soorten. Een teveel aan stikstof, in de vorm van stikstofoxiden en ammoniak, is hier voor een groot deel debet aan. Met behulp van het rekenprogramma (Aerius Calculator) moet worden bepaald of voor nieuwe of gewijzigde activiteiten een bijdrage (>0,00 mol/ha/jaar) aan stikstofdepositie veroorzaken ter plaatse van Natura 2000-gebieden.
Dit uitgangspunt wordt aangehouden sinds op 29 mei 2019 de Raad van State uitspraak heeft gedaan, dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Indien een bijdrage wordt berekend, dient het plan passend beoordeeld te worden waarbij in lijn met de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 (kenmerk: ECLI:NL:RVS:2024:4923)1 voor intern salderen eveneens een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit aangevraagd moet worden. 1
Uitspraak RENDAC 18 december 2024; ECLI:NL:RVS:2024:4923 Pagina: 5 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
3.2. Vergunde situatie Voor het betreffende projectgebied aan de Hoevenseweg/Haansberg te Etten-Leur is voor zover bekend in het verleden geen vergunning verleend voor een Natura 2000-activiteit ingevolge de Omgevingswet dan wel een vergunning verleend / melding gedaan ingevolge de Wet natuurbescherming (voorheen Natuurbeschermingswet 1998) /PAS. Wel is voor de in het plangebied gelegen rundveehouderij gevestigd aan de Haansberg 25 te Etten-Leur in het verleden een natuurvergunning afgegeven in gevolge artikel 16 en 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, Z/005999 d.d. 26 mei 2016 door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Daarnaast is een groot deel van het plangebied volgens het bestemmingsplan aangewezen als agrarisch. Aan de hand van de handreiking ‘Beweiden en bemesten’ is onderzocht welke ‘stikstofrechten’ aan deze agrarische percelen (ca. 77 ha van 115 hectare binnen het plangebied) ontleend kunnen worden. Hierbij is de agrarische grond behorende bij de rundveehouderij niet meegenomen.
Pagina: 6 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
4. UITGANGSPUNTEN STIKSTOFEMISSIE In voorliggend hoofdstuk wordt nader ingegaan op de bronnen die stikstofoxiden en ammoniak emitteren als gevolg van de activiteiten gedurende zowel de aanlegfase (bouwwerkzaamheden deelgebieden 1 en 2) als de gebruiksfase (bewoning/exploitatie van woongebied Haansberg voor deelgebieden 1,2, 4 en 5) en die daardoor een stikstof-depositie kunnen veroorzaken op beschermde natuurgebieden.
4.1. Projectplanning De planontwikkelingen betreft de realisatie van woongebied Haansberg welke is verdeeld in 5 deelgebieden. Onderhavig stikstofdepositie onderzoek richt zich op de deelgebieden 1, 2, 4 en 5. Om de stikstofemissie te kunnen bepalen is van belang welke bouwwerkzaamheden wanneer plaatsvinden en op welk moment woningen in gebruik genomen worden. Hiervoor is door de gemeente Etten-Leur een inschatting gemaakt hoeveel woningen per jaar worden gerealiseerd en in welke jaren de infrastructuur (wegen + groen- /blauwnet) wordt aangelegd. In onderstaande tabel is indicatief de planning van de gemeente Etten-Leur weergegeven. Tabel 4.1 Overzicht realisatie woongebied Haansberg Deelgebied
Aantal woningen:
1
150 woningen en tijdelijke school
2
1.300 woningen en permanente school
4&5
1.300 woningen en recreatie
Bouwactiviteiten: infra 40 % 50 woningen Tijdelijke school 100 woningen infra 60 % 250 woningen Permanente school 250 woningen 250 woningen 250 woningen 300 woningen Bouwframe gelijk aan realisatie 2026-2032
Realisatie jaartal:
Gebruik vanaf jaartal:
2026
2027
2027 2027
2028 2028
2028
2029
2029 2030 2031 2032
2030 2031 2032 2033
2033-2039
2040
Voor de gebruiksfase is aangehouden dat na ieder bouwjaar de gerealiseerde woningen in gebruik genomen zullen worden. Dit betekent bijvoorbeeld dat in het jaar 2027, 100 woningen en 60% van de infra wordt aangelegd en daarnaast de stikstofemissie is meegenomen van de 50 woningen die in het bouwjaar 2026 in Haansberg Oost (deelgebied 1) zijn gerealiseerd. Voor de overige gebruiksfuncties zoals de scholen/recreatie zijn de stikstofemmisies als gevolg van deze functies verdisconteerd in de emissie van de woningen, gezien deze gebruik zullen maken van de faciliteiten. De stikstofemissie als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase zijn meegenomen voor de bouwjaren 2026 t/m 2033 (deelgebied 1 en 2). Gezien het feit dat de deelgebieden 4 en 5 vanaf 2033 gerealiseerd zullen worden en de continue ontwikkelingen in bouwmethoden en ‘schoner’ bouwmaterieel, is de aanlegfase als gevolg van deze deelgebieden niet beoordeeld maar enkel de totale gebruiksfase in het jaar 2040 wanneer alle woningen zijn gerealiseerd. Pagina: 7 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
In onderstaande tabel 4.2 is een overzicht weergegeven van de diverse berekeningen die zijn beschouwd in onderhavig onderzoek. Tabel 4.2 Overzicht stikstofemissie bronnen woongebied Haansberg Jaartal:
Emissiebronnen aanlegfase:
Emissiebronnen gebruiksfase:
2026
infra 40 % 50 woningen tijdelijke school
--
2027
infra 60 % 100 woningen
50 woningen
2028
250 woningen permanente school
150 woningen
2029 2030 2031 2032 2033 2040
250 woningen 250 woningen 250 woningen 300 woningen -
400 woningen 650 woningen 900 woningen 1150 woningen 1450 woningen 2750 woningen
4.2. Emissiebronnen aanlegfase In dit stadium van het planproces zijn nog geen aannemers gekozen voor de realisatie van de woningen. Voor het inzichtelijk maken van de emissie effecten als gevolg van de bouwwerkzaamheden wordt derhalve aangesloten bij het TNO rapport2 R10541. Dit rapport is gebaseerd op een woningbouwproject van >100 woningen. Voor de bouwwerkzaamheden voor de aanleg van een (tijdelijke) school is aangesloten bij ervaringscijfers van vergelijkbare projecten. De werkzaamheden vinden plaats tussen maandag t/m vrijdag in de dagperiode (7.00-19.00 uur) gedurende 260 werkdagen per jaar. De gedurende de aanlegfase aanwezige emissiebronnen die een bijdrage kunnen leveren aan de stikstofdepositie betreffen: • voertuigen/ voertuigbewegingen (rijdend verkeer en koude start); • stationair draaien van voertuigen; • mobiele werktuigen aangedreven door fossiele brandstoffen. In bijlage 1a, zijn de uitgangspunten voor het aanleggen van 100 woningen uitgewerkt; Vervolgens zijn deze uitgangspunten verrekend per bouwjaar (2026 t/m 2032) aan de hand van de hoeveelheid woningen/infra (tabel 4.2). De uitgangspunten op basis van 100 woningen zijn hierna nader toegelicht.
2
Bron: Een vergelijking tussen de uitstoot bij de bouw van nieuwe woningen en die van de mobiele bronnen buiten de bouw, TNO rapport TNO | 2023 R10541 | 17 maart 2023 Pagina: 8 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Algemeen In het TNO-rapport2 is de fasering van de bouwactiviteiten voor de aanleg van 100 woningen beschreven in §2.5. Hierin staat in een tabel beschreven wat de inzet is in een fasering van de aanleg. • Grondwerk. • Aanleg riolering. • Fundering (heien). • Ruwbouw. • Afbouw. • Aanbrengen waterberging. • Aanleg wegen, paden en constructies. Infrastructuur Voor het aanleggen van de grove infrastructuur in het woongebied is de inzet van het bouwmaterieel met de aanleg van riolering, het aanbrengen van waterberging, wegen en paden en toebehorende constructies opgenomen. Gemeente Etten-Leur verwacht in het eerste bouwjaar (2026) 40% van deze infrastructuur te realiseren en in het tweede bouwjaar (2027) de overige infrastructurele werkzaamheden (60%). Woningen Voor de aanleg van de woningen zijn de werkzaamheden naar rato van het aantal woningen doorgevoerd per bouwjaar. Hierin zijn de werkzaamheden opgenomen van de fasering van aanleg zoals grondwerk, fundering (heien), ruw- & afbouw. Verkeersbewegingen bouwverkeer Woningbouw/infra Voor het aanvoeren van materialen voor de woningbouw wordt aangesloten bij het TNO rapport. Voor de aanvoer van materiaal zijn ca. 10 zware vrachtwagens waaronder bijvoorbeeld betonmixers benodigd per woning. Gedurende de aanleg van de infrastructuur wordt gerekend met 6 personenwagens/bestelbussen en 6 vrachtwagens per dag.
Voor de aanleg van de woningen wordt gerekend met 40 bestelbussen/personenwagens per dag, welke de planlocatie aandoen. Bouw school Voor de aanleg van de scholen (tijdelijke en permanente school) wordt gerekend met 10 personenwagens/bestelbussen en 5 vrachtwagens per dag (gedurende 260 dagen) welke de planlocatie aandoen. Modellering Voor de directe hinder is aangenomen dat alle voertuigen (personenwagens, bestelbussen en vrachtwagens) op en over het terrein rijden ter plaatse van de planlocatie. Aangezien op het terrein eveneens wordt gemanoeuvreerd, is als wegtype ‘binnen de bebouwde kom, stagnerend’ aangehouden. De snelheid van het verkeer wordt gedefinieerd als: "Stadsverkeer met een grote mate van congestie, een gemiddelde snelheid kleiner dan 15 km/uur, gemiddeld ongeveer 10 stops per afgelegde kilometer." Hierdoor kan verondersteld worden dat de emissies als gevolg van manoeuvreren reeds zijn verdisconteerd in de aangehouden emissiefactor.
Pagina: 9 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Voor de indirecte hinder is ervan uitgegaan dat al het bouwverkeer komt uit of vertrekt via de Haansberg over een aan te leggen weg die deelgebied 2 van deelgebieden 4 en 5 scheidt, over de Floralaan, Hoevenseweg en Vossendaal (N640) in zuidwestelijke richting. Zodra het verkeer de splitsing Hoevenseweg/Vossendaal heeft bereikt, kan worden gesteld dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld3. Voor de bouwjaren 2027 en 2028 wordt hiervan afgeweken, gezien de hoge verkeersintensiteit als gevolg van het aanleggen van zowel 150 woningen, een tijdelijke school, als de infrastructuur van deelgebied 2. Indirecte hinder tgv het bouwverkeer is hier gemodelleerd tot aan de rotonde aan de Roosendaalseweg/Vosdonk. Ter plaatse is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld3. Voor de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) is uitgegaan van wegtype ‘binnen de bebouwde kom, doorstromend’. De snelheid van het verkeer wordt gedefinieerd als: "Stadsverkeer met minder congestie”, waarbij een relatief groter aandeel ‘free-flow’ rijgedrag plaatsvindt, een gemiddelde snelheid tussen de 30 en 45 km/uur, gemiddeld ongeveer 1,5 stops per afgelegde kilometer”. Koude start De koude start heeft betrekking op de voertuigen (licht/middel/zwaar) welke de motor starten na 2 uur te hebben stil gestaan.
De emissie als gevolg van het starten met een koude motor dient gemodelleerd te worden als separate bron. De vrachtwagens zullen enkel de planlocatie aandoen voor het laden/lossen waarbij de motor naar verwachting niet >2 uur is uitgeschakeld. Worst case is voor het lichte bouwverkeer aangehouden dat deze te allen tijde vertrekt met een koude start. Stationair draaien van voertuigen Woningbouw/Infra Voor het stationair draaien van vrachtwagens op de bouwplaats wordt een emissie bijdrage opgenomen van 1 kg NOx per woning volgens het TNO rapport2. In onderhavige berekening is uitgegaan van een emissiebijdrage 1 kg NOx ten aanzien van het stationair draaien. De emissiebijdrage van ammoniak (NH3) is vastgesteld op basis van de emissiefactor stationaire emissies zwaar wegverkeer zoals opgenomen in ‘bijlage 1 van de Instructie gegevensinvoer Aerius 2025v1 van BIJ12’. Bouw school Voor de bouw van de tijdelijke school in deelgebied 1 (2026) en de definitieve school in deelgebied 2 (2028) zullen vrachtwagens de planlocatie aandoen ten behoeve van het laden en lossen van materialen waarbij de motor stationair draait. Uitgangspunt is dat in totaal (per school) 100 mixerwagens de planlocatie aandoen. De motoren van de mixerwagens zullen maximaal 30 minuten stationair draaien. De mixerwagens zijn worst case gemodelleerd als zwaar utiliteitsvoertuig (ZUT).
Voor elke overige vrachtwagen is uitgegaan dat de motor gedurende 5 minuten stationair draait (laden/lossen) op de planlocatie.
3
Hier is het verkeer verdund tot enkele procenten (≤ 5%) van het heersende verkeersbeeld Bron: CIMLK (Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit) en Bron: Goudappel B.V. kenmerk: 018512.20250328.R1.05 van d.d. 30 juni 2025 Pagina: 10 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Mobiele werktuigen Woningbouw Voor de inzet van de fossiele brandstoffen aangedreven mobiele werktuigen is aangesloten bij het TNO rapport2 op basis van 100 woningen. De opdrachtgever is uit oogpunt van haar duurzaamheidsambities voornemens het in te zetten (diesel aangedreven) bouwmaterieel te beperken. Het uitgangspunt is gebruik te maken van groot bouwmaterieel (75 ≤ kW ≤ 560) van stageklasse IV of hoger. Voor klein bouwmaterieel (kW ≤ 56) worden grotendeels elektrische uitvoeringen ingezet. Om geen onderschatting te geven van de stikstofemissie zijn in bijlage 1a.1 tot en met 1a.7 de uitgangspunten gedurende 7 bouwjaren uitgewerkt ten aanzien van diesel aangedreven materieel. Hierbij is worst case voor de bouwjaren 2026 en 2027 voor het kleine bouwmaterieel gerekend met diesel aangedreven materieel. Voor de diverse bouwjaren is het bouwmaterieel gebaseerd naar rato van een woningbouwproject van ca. 100 huizen. De opgenomen uitgangspunten zijn per bouwjaar doorgerekend met Aerius Calculator 2025. Voor de realisatie van de woningbouw wordt bouwmaterieel ingezet als: • Hydraulische kranen. • Shovels • Bronnering. • Minigravers. • Funderingsmachines. Infrastructuur Voor het aanleggen van de infrastructuur in het woongebied is de inzet van het bouwmaterieel gefaseerd (40%/60%) berekend in het 1e bouwjaar (2026) en het 2e bouwjaar (2027).
Voor de realisatie van de infrastructuur wordt bouwmaterieel ingezet als: • Hydraulische kranen. • Shovels. • Bronnering. • Minigravers. • Aggregaten. • Mobiele kranen. • Asfalt-spreidmachine. • Wals. • Knijperauto. Bouw school Voor de inzet van bouwmaterieel voor de realisatie van beide scholen is aangesloten ervaringscijfers van vergelijkbare projecten. Voor de realisatie is uitgegaan van één kalenderjaar aan bouwactiviteiten. Voor de realisatie van de scholen wordt diesel aangedreven bouwmaterieel ingezet als: • Mobiele kraan. • Shovel. • Heistelling. • Betonpomp (per vrachtwagen). • Hoogwerker. • Minigraver/bobcat. • Trilplaat. Pagina: 11 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Adequate maatregelen stikstofemissie beperking Conform artikel 7.19a uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving dienen tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden adequate maatregelen genomen te worden om de emissie van stikstof naar de lucht te reduceren. Om aan deze maatregelen te voldoen kan het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen4 gevolgd worden. Hierin zijn minimumeisen opgenomen waaraan het in te zetten materieel tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden dient te voldoen. Met de uitgangspunten in onderhavige berekening wordt hiermee nog niet voldaan aan deze maatregelen. De initiatiefnemer dient voorafgaand aan de werkzaamheden met deze maatregelen rekening te houden.
4.3. Emissiebronnen gebruiksfase De te realiseren woningen en overige gebruiksfuncties worden aardgasvrij opgeleverd zodat in onderhavig onderzoek enkel de emissies zijn beschouwd vanwege de verkeersbewegingen die plaatsvinden tijdens de gebruiksfase. In bijlage 1b zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de gebruiksfase (bewoning) van de deelgebieden 1, 2, 4 & 5 in de verschillende jaren (tabel 4.2) uitgewerkt en hieronder toegelicht op basis van 100 woningen. De getallen zijn vermenigvuldigd met het aantal in gebruik genomen woningen in het desbetreffende beoordeelde kalenderjaar. Voertuigbewegingen Rijdend verkeer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van het plangebied in de gebruiksfase is gebruik gemaakt van de kengetallen uit de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering’. Het plangebied is gelegen in ‘rest bebouwde kom’ gemeente Etten-Leur en is aan te merken als gebiedstypering5 ‘matig stedelijk’. Voor de woningen, welke in uiteenlopende categorieën zullen worden gerealiseerd, van vrijstaand tot appartementen en zorgstudio’s, kan worden uitgegaan van een verkeersgeneratie variërend van een minimum van 2 tot maximaal 8,6 verkeersbewegingen per dag per woning. Op basis van de aangeleverde informatie van de opdrachtgever over Haansberg Oost (deelgebied 1) wordt in onderhavig onderzoek gerekend met 7,7 verkeersbewegingen per dag per woning.
Er is aangenomen dat dit nog een overschatting van het aantal verkeersbewegingen betreft, omdat in deelgebied 1 voornamelijk koopwoningen worden beoogd. Uitgegaan wordt van een toename van verkeer in het woongebied van 385 lichte (motor-) voertuigen per dag door bewoning, op basis van ingebruikname van 100 woningen gehanteerd. Voor de overige gebruiksfuncties zoals de scholen en recreatie in het woongebied zijn de stikstofemissies als gevolg van deze functies verdisconteerd in de verkeersemissie als gevolg van de woningrealisatie. De bewoners zullen immers gebruik maken van deze faciliteiten. De verkeersbewegingen zullen plaatsvinden gedurende 365 dagen per jaar. Voor de projectlocatie is ervan uitgegaan dat er voldoende parkeerplaatsen ontwikkeld worden of geparkeerd kan worden direct aan de openbare weg. Derhalve is in onderhavige berekeningen enkel de indirecte hinder opgenomen. 4 5
Bron: Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) met routekaart Bron: RIVM AtlasLeefomgeving.nl Pagina: 12 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
De CROW-publicatie 744 geeft aan dat vrachtverkeer naar en van woongebieden doorgaans verwaarloosbaar is. Het betreft 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdag-etmaal. Voor het woongebied Haansberg resulteert dit in één vrachtwagen per dag (gemodelleerd als 2 zware vrachtautobewegingen) per 100 woningen. Deze bewegingen zullen plaatsvinden gedurende 260 dagen per jaar. Modellering Voor de indirecte hinder is een representatieve rijlengte aangehouden voor beweging van het verkeer door de nieuwe wijk en het verkeersnetwerk van Gemeente Etten-Leur met de weergave van een rijlijn over een aannemelijke doorstromende rijroute. Voor het in gebruik nemen van de woningen van deelgebied 1 is een rijlijn aangehouden door de nieuwe woonwijk (3.5 km) vanaf Spoorlaan/Markt tot aan de Concordialaan. Voor het in gebruik nemen van de eerste 250 woningen van deelgebied 2 is een rijlijn aangehouden door de nieuwe woonwijk (6,3 km) vanaf de rotonde Roosendaalseweg/Heistraat tot aan de rotonde Schoonhout/Parklaan. Worst case is bij de ingebruikname van 400 woningen (vanaf jaartal 2029) gerekend, door een representatieve rijlijn vanaf de snelweg A58 (op-/afrit 19 Etten-Leur West) door de woonwijk tot aan de snelweg A58 (op-/afrit 18 Etten-Leur Oost) aan te houden (10.1 km).
Voor de toename van het aantal voertuigen als gevolg van de planontwikkeling is een beschouwing gemaakt of gesteld kan worden gesteld dat het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Aangezien een groot gedeelte van het verkeer binnen de stad verblijft en slechts een gedeelte van het verkeer daadwerkelijk via deze toegangswegen de snelweg op gaat, dan wel het dorp verlaat, kan gesteld worden dat het verkeer bij het bereiken van de snelweg verdund zal zijn tot enkele procenten (≤5%) van het autonome verkeersbeeld3. Voor de modellering van de stagnatie van de indirecte hinder en de daarbij behorende emissiefactoren in de gebruiksfase is aangesloten aan de situatie die is gehanteerd zoals in de aanlegfase. Koude start Voor de emissie als gevolg van het starten met een koude motor in de gebruiksfase is worst case voor al het woonverkeer op de planlocatie is aangehouden dat deze 100% van de tijd middels een koude start plaatsvindt. Dit is een overschatting aangezien, aangesloten bij de Handreiking koude start versie 0.1 wordt aangehouden dat maximaal twee maal per dag (woon/werkverkeer en één voor eigen gebruik zoals boodschappen/ sport/kinderen ophalen) per voertuig wordt gerekend. Het vrachtverkeer zal niet langer dan 2 uur op locatie verblijven en is derhalve niet opgenomen in dit berekeningsonderdeel.
Pagina: 13 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
4.4. Cumulatieve stikstofemissie in het jaar van realisatie Het cumulatieve effect van de stikstofemissie zoals deze gedurende één jaar (12 aaneengesloten maanden) kan plaatsvinden dient eveneens inzichtelijk te worden gemaakt. Dat wil zeggen het cumulatieve effect van bewoning van opgeleverde woningen (gebruiksfase) tijdens de bouw van nog te realiseren woningen (bouwfase).
4.5. Emissiekengetallen In onderstaande tabel is weergegeven met welke emissiekengetallen is gerekend en waaraan deze kengetallen zijn ontleend. Tabel 4.3 Emissiekengetallen Bron: Personenwagens/ bestelbussen directe hinder Vrachtwagens directe hinder Personenwagens/ bestelbussen indirecte hinder Vrachtwagens indirecte hinder
Emissie: licht verkeer binnen bebouwde kom stagnerend zwaar verkeer binnen bebouwde kom stagnerend licht verkeer binnen bebouwde kom doorstromend zwaar verkeer binnen bebouwde kom doorstromend
Koude start
Licht verkeer
Stationair draaien bouwverkeer (aanleg woning)
1 kg NOx per woning
Bron emissiekengetal:
Kengetallen Aerius standaard wegverkeer
Kengetallen Aerius Koude start: overig TNO-Rapport Een vergelijking tussen de uitstoot bij de bouw van nieuwe woningen en die van mobiele bronnen buiten de bouw’ (kenmerk: TNO | 2023 R10541 | 17 maart 2023), paragraaf § 2.4
Stationair draaien
zwaar verkeer, (worst case 2025) 77,7120 g NOx/uur 1,0116 g NH3/uur
Bij12 Instructie gegevensinvoer voor Aerius Calculator 2025v1, bijlage 1
Mobiele werktuigen
Stageklasse Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue
TNO-Rapport Een vergelijking tussen de uitstoot bij de bouw van nieuwe woningen en die van mobiele bronnen buiten de bouw’ (kenmerk: TNO | 2023 R10541 | 17 maart 2023) paragraaf § 2.5
Pagina: 14 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
5. REKENRESULTATEN De berekeningen van de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase zijn uitgevoerd met de Aerius calculator (versie 2025). Hierbij zijn tevens rekenpunten gelegd op de Belgische Natura 2000-gebieden middels eigen rekenpunten voor zover deze gelegen zijn binnen 25 km van het plangebied in directe omgeving van reeds overbelaste kritisch gevoelige natuurgebieden. In navolgende tabel is een beknopte samenvatting weergegeven van de rekenresultaten, gedurende de jaren van realisatie en de beoogde situatie bij de diverse kritisch gelegen omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden. Tabel 5.1 Overzicht rekenresultaten Bijdrage mol/ha/jaar Krammer-Volkerak
Bijdrage mol/ha/jaar Brabantse Wal
0,02
0,01
0,02
0,04
0,04
0,02
0,03
2028
0,01
0,01
--
0,01
2029
0,02
0,01
--
0,01
2030
0,03
0,02
0,01
0,01
2031
0,03
0,03
0,01
0,02
2032
0,04
0,03
0,01
0,02
Jaartal
Bijdrage mol/ha/jaar Ulvenhoutse Bos
2026
0,03
2027
Bijdrage mol/ha/jaar Biesbosch Jaren van realisatie
Beoogde situatie 2033
0,04
0,03
0,01
0,02
2040
0,03
0,02
0,01
0,01
De volledige rekenresultaten van de emissiebronnen gedurende de verschillende jaren (aanleg, gebruik en gecumuleerde emissie) zijn weergegeven in bijlage 4a. Aan de hand van de invoergegevens en rekenresultaten gedurende de verschillende bouwjaren kan worden beoordeeld dat voor ieder kalenderjaar een depositie wordt berekend ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. Cumulatieve emissie (ingebruikname van woningen +aanleg) wordt feitelijk na het afronden van de bouwwerkzaamheden van de eerste woningen verwacht. Het maatgevende jaar betreft 2027 waarbij een bijdrage van 0,04 mol/ha/jaar ter plaatse van natuurgebied het ‘Ulvenhoutse Bos’ wordt berekend. Voor de Belgische Natura 2000gebieden wordt in 2027 ten hoogste een bijdrage van 0,02 mol/ha/jaar berekend. De invoergegevens en rekenresultaten van de emissiebronnen van de jaren: • 2027 maatgevende bouwjaar (gecumuleerde emissie aanleg- en gebruik 2027) is weergegeven in bijlage 2a; • 2033 beoogde situatie (deelgebied 1 en 2), is weergegeven in bijlage 2b; • 2040 beoogde situatie (deelgebied 1,2,4 en 5) is weergegeven in bijlage 2c.
Pagina: 15 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Omdat op voorhand negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten dient onderzocht te worden of middels een passende beoordeling (artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn) significant negatieve effecten alsnog kunnen worden uitgesloten. Een passende beoordeling kan bestaan uit een ecologische beoordeling, intern salderen en extern salderen. De passende beoordeling is uitgewerkt in hoofdstuk 6.
6. PASSENDE BEOORDELING In onderhavige situatie is gekeken of een passende beoordeling kan worden opgesteld op basis van intern salderen. Middels een mogelijke referentiesituatie tijdens de van toepassing zijnde referentiedata, kan onderzocht worden welke stikstofruimte er beschikbaar is op basis van het omgevingsplan (voorheen bestemmingplan) en afgegeven natuurvergunningen binnen het plangebied. Hiertoe dient een verschilberekening te worden gemaakt tussen de verschillende jaartallen en de referentiesituatie.
6.1. Bepaling referentiesituatie Als gevolg van de planontwikkeling wordt een bijdrage berekend ter plaatse van diverse Nederlandse en Belgische Natura 2000-gebieden. Om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid tot intern salderen is de datum van belang waarop de betreffende gebieden zijn aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van deze data. Tabel 6.1 Referentiedata Natura 2000-gebieden Referentiedatum voor Habitatrichtlijn:
Referentiedatum voor Vogelrichtlijn:
Ulvenhoutse Bos
24-3-2000
7-12-2004
Holland Diep
7-12-2004
24-3-2000
--
7-12-2004
Biesbosch
7-12-2004
11-10-1996
De Maatjes, Wuustwezelheide, Groot Schietveld (België)
7-12-2004
--
Brabantse Wal
24-3-2000
7-12-2004
Krammer-Volkerak
7-12-2004
18-7-1995
Kalmthoutse Heide (België)
7-12-2004
10-6-1994
Natura 2000-gebied:
Heesbossen, Vallei van Marke en Merkske en Ringven met valleigronden langs de Heerlese Loop Vallei van Marke (België)
Uit bovenstaande tabel blijkt dat 10 juni 1994 de maatgevende referentiedatum betreft. Voor het plangebied is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden tot intern salderen in relatie tot de vergunde situatie (Natuurbeschermingswet 1998, Z/005999 d.d. 26 mei 2016) van de rundveehouderij aan de Haansberg 25 te Etten-Leur. Als gevolg van de planontwikkeling zullen de activiteiten van de in het plangebied gelegen rundveehouderij worden beëindigd.
Pagina: 16 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Verder wordt voor de resterende, bij de planontwikkeling betrokken, percelen in het plangebied onderzocht welke stikstofrechten aan deze percelen kunnen worden ontleend aan de hand van de Handreiking Beweiden en bemesten6. Een groot deel van het plangebied is volgens het bestemmingsplan aangewezen als agrarisch.
6.2. Referentiesituatie (beweiden/bemesten) Om te bepalen of gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid tot intern salderen dient uitgegaan te worden van de reeds vergunde situatie vóór de maatgevende referentiedatum van 1994 dan wel de activiteiten die op grond van het bestemmingsplan mochten worden ontplooid. De relevante informatie ter bepaling van de referentiesituatie is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 6.2 Overzicht relevante vergunningen Soort vergunning / melding Binnen deelgebied 1 Bestemmingsplan Groot-Sander Agrarische doeleinden kernrandzone I Binnen deelgebied 2 Buitengebied agrarisch bestemmingsplan Etten-Leur
Datum
Bevoegd gezag
8-7-1991
Kenmerk Z/005999 Gemeente Etten-Leur
30-9-2013
Natuurvergunning rundveehouderij
26 mei 2016
Binnen deelgebied 3, 4 en 5 Buitengebied agrarisch bestemmingsplan Etten-Leur
30-9-2013
Gemeente Etten-Leur Kenmerk Z/005999 GS Noord Brabant Gemeente Etten-Leur
6.3. Stikstofemissie referentiesituatie Voor de agrarische percelen is onderzocht welke stikstofruimte van de agrarische gronden komen te vervallen na realisatie van het plan. In dit geval geldt volgens jurisprudentie van de Afdeling7 de planologisch legale situatie (ten tijde van de vaststelling van de Natura 2000-gebieden) als referentiesituatie. Het besluit waarop deze beoordeling betrekking heeft, betreft een besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan/omgevingsplan. De in de deelgebieden gelegen percelen zijn gedurende de laatste decennia in gebruik als grasland/akkerbouw, zoals ook blijkt uit luchtfoto’s/kaarten uit Topotijdreis (afbeelding 6.1). Op grond van de planologisch legale situatie kan intern gesaldeerd worden met zowel landbouwgronden in het plangebied alsook de natuurvergunning van de veehouderij gelegen aan de Haansberg 25 te Etten-Leur. Laatstgenoemde vergunning komt te vervallen bij het beëindigen van de activiteiten.
6
7
Bron: BIJ12; Handreiking I beweiden en bemesten – beoordeling referentiesituatie Uitvoeringsregeling Meststoffenwet stikstofgebruiksnormen (bijlage A) Uitspraak 12 oktober 2022 kenmerk ECLI:NL:RVS:2022:2874 Pagina: 17 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Afbeelding 6.1 : Situatie nu – referentiesituatie (Bron: Topo tijdreis)
Gebied in huidige situatie
Gebied in 2006
Gebied in 1993
Het gebied is sinds de vaststelling van de referentiedata van de Natura 2000-gebieden ongewijzigd gebleven in grasland/akkerbouw, ofwel grond voor agrarisch gebruik8. Om te beoordelen of gebruik gemaakt kan worden uit de beschikbare stikstofruimte uit de referentiesituatie als mitigerende maatregel dient getoetst te worden aan het additionaliteitsvereiste in lijn met de definitie van een natuurtoestemming van BIJ129. De emissiebronnen in de referentiesituatie betreffen: • landbouwdieren in stal en beweiden; • landbouwgrond, bemesten en bewerken agrarische percelen. In bijlage 1c zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de referentiesituatie (agrarische percelen in het gelegen plangebied) uitgewerkt en onderstaand nader toegelicht. Stikstofemissie rundveehouderij Als gevolg van de planontwikkeling zullen de activiteiten van de in het plangebied gelegen rundveehouderij worden beëindigd. De door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant afgegeven natuurvergunning (kenmerk Z/005999 d.d. 26 mei 2016) zal hiermee komen te vervallen. De natuurvergunning is bijgevoegd in bijlage 5. De vergunde emissie van de rundveehouderij bedraagt in totaal 1.852,0 kg NH3 per jaar.
Stikstofemissie agrarische percelen grasland Voor de overige agrarische percelen binnen het plangebied wordt aangesloten bij de in het bestemmingsplan aangewezen gronden met de maximale beschikbare stikstofruimte op basis van grasland, volledig maaien en bemesten van de grondsoort ‘zuidelijke zandgronden’ conform handreiking ‘Beweiden en bemesten’6. De percelen behorende bij de rundveehouderij (18,32 hectare) worden niet meegenomen in de bepaling van de stikstofemissie van de agrarische percelen. Dit om het beweiden van vee in de natuurvergunning is opgenomen en anders een overschatting van de stikstofemissie in de referentiesituatie wordt gehanteerd.
8 9
Bron: Omgevingsloket: Regels op de kaart volgens bestemmingsplan/omgevingsplan Bron: https://www.bij12.nl/onderwerp/stikstof/wnb-vergunning-aanvragen/referentiesituatie/ Pagina: 18 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Voor de bouwpercelen in de deelgebieden waarvan sprake is van voormalig agrarisch gebruik kan voor de referentiesituatie de stikstofemissie worden ingezet die verbonden is aan het aanwenden van mest (dierlijke mest en kunstmest) voor de bewerking van de grond. Hoewel ook verkeersbewegingen (vanwege landbouwvoertuigen) uit de referentiesituatie mogen worden opgevoerd als geldende emissierechten is dit worst case buiten beschouwing gelaten. Met name emissies ten gevolge van de aanwending van mest op agrarische gronden hebben voor wat betreft de emissie en depositie van stikstof op nabij gelegen natuurgebieden een aanzienlijk effect. Voor het ontlenen van de stikstofgebruiksruimte is hierbij aangesloten aan het onderzoek van Wageningen Universiteit Research (WUR)10; ‘Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie’. Hierbij zijn door de WUR de emissies die vrijkomen ten gevolge van de aanwending van mest ingeschat/berekend op basis van de landelijke registratie & monitoring van de ontwikkeling van de stikstofemissies en -depositie. In het WUR rapport van 2019 (Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie) is in figuur 11 (hoofdstuk 11) de berekende emissie van ammoniak ten gevolge van de aanwending van mest per 100-100 meter gridcel weergegeven.
In de gemeenten Etten-Leur en de omliggende gemeenten varieert de berekende jaarlijkse NH3-emissie per gridcel tussen de klassen “30-40 kg NH3/hectare”, “20-30 kg NH3/hectare” en de klasse “10-20 kg NH3/hectare”. De WUR gaat in haar rapportage niet uit van een volledige benutting van de maximale bemestingsnormen (grasland volledig maaien). Voor regulier gemiddeld gebruik blijkt dat bemesting op agrarisch land doorgaans een stikstofemissie heeft van ongeveer 15 tot 35 kg/ha/jaar. Bij grasland is dat gemiddeld 30 kg/ha/jaar. Op basis van deze kencijfers en de gegevens in het WUR-rapport is in onderhavig onderzoek worst case gekozen voor een stikstofgebruiksruimte van 25,6 kg per hectare per jaar aan ammoniak (NH3) emissie. Resumé uitgangspunten referentiesituatie bouwpercelen Onderstaande emissiebronnen worden representatief geacht voor de ammoniak (NH3) emissie gedurende de referentiesituatie. Tabel 6.3 Overzicht emissie referentiesituatie per deelgebied Oppervlakte [ha]
Bijdrage NH3 kg/ha/jaar
Deelgebied 1 - Agrarische doeleinden bemesten Deelgebied 2
6,64
170,07
- Natuurvergunning rundveehouderij
18,32
- Agrarische doeleinden bemesten Deelgebied 4 - Agrarische doeleinden bemesten Deelgebied 5 - Agrarische doeleinden bemesten
15,5
1852,0 [kg/jaar] bedrijfsvoering 397,6
7,3
185,83
29,2
746,32
Soort vergunning / melding
10
Bron: Hans Kros 2019 – WUR | 2939 ‘Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie’ Pagina: 19 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
6.4. Emissiekengetallen referentiesituatie In onderstaande tabel is weergegeven met welke emissiekengetallen in de referentiesituatie is gerekend en waaraan deze kengetallen zijn ontleend of beschreven. Tabel 6.4 Emissiekengetallen referentiesituatie Bron:
Emissie: Stalemissie Runderen Vleesstieren en overig vleesvee 8-24 mnd (roodvleesproductie) Stalemissie Runderen Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar Stalemissie Runderen Vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar
Bemesten Grasland Volledig maaien, zuidelijke zandgronden
Emissie beweiden/bemesten:
A6.100 120 dieren 5,3 kg NH3/dier/jaar A1.100 80 dieren 13,0 kg NH3/dier/jaar A3.100 40 dieren 4,4 kg NH3/dier/jaar Stikstofnorm 25,6 kg NH3/ha
Natuurvergunning Z/005999 Bijlage 5
Zie toelichting Hoofdstuk 6.3
7. REKENRESULTATEN TOV REFERENTIESITUATIE 7.1. Verschilberekeningen De verschilberekeningen van de stikstofdepositie van de beoogde situatie ten opzichte van de referentiesituatie is uitgevoerd met de Aerius calculator (versie 2025). De invoergegevens en rekenresultaten (intern salderen) voor: • 2027 maatgevende bouwjaar is weergegeven in bijlage 3a; • 2033 beoogde situatie (deelgebied 1 en 2), is weergegeven in bijlage 3b; • 2040 beoogde situatie (deelgebied 1,2,4 en 5) is weergegeven in bijlage 3c. De rekenresultaten van de verschilberekeningen voor de verschillende jaartallen zijn weergegeven in bijlage 4a. Voor de verschilberekening zijn voor de referentiesituatie van het beweiden en bemesten enkel de deelgebieden meegenomen waarbinnen de werkzaamheden plaatsvinden. Als voorbeeld is voor het bouwjaar 2027 enkel de referentiesituatie van deelgebied 1 en 2 meegenomen. Dit gezien nog geen werkzaamheden plaatsvinden in de deelgebieden 4 en 5 en de agrarische activiteiten in de gebieden dan nog niet beëindigd zijn. In 2040 zullen derhalve alle deelgebieden in de referentiesituatie meegenomen worden. In tabel 7.1 is een beknopte overzicht weergegeven van de rekenresultaten van de verschilberekeningen (intern salderen), bij de diverse kritisch gelegen omliggende Natura 2000-gebieden.
Pagina: 20 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Tabel 7.1 Overzicht rekenresultaten verschilberekening Jaartal
Bijdrage mol/ha/jaar Ulvenhoutse Bos
Bijdrage mol/ha/jaar Biesbosch
Bijdrage mol/ha/jaar Krammer-Volkerak
Bijdrage mol/ha/jaar Brabantse Wal
Jaren van realisatie 2026
-0,16
-0,13
-0,04
-0,07 / + 0,01
2027
-0,15
-0,12
-0,04 / + 0,01
-0,06 / + 0,01
2028
-0,17
-0,15
-0,05
-0,08
2029 2030
-0,17 -0,16
-0,14 -0,14
-0,05 -0,04
-0,07 -0,07
2031
-0,15
-0,13
-0,04
-0,07
2032
-0,15
-0,13
-0,04
-0,07
2033 2040
-0,15 -0,20
-0,04 -0,05
-0,07 -0,08
Beoogde situatie -0,13 -0,18
Op basis van de uitgevoerde verschilberekeningen kan geconcludeerd worden dat als gevolg van het overgrote deel van de berekeningen geen toename (> 0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend ten opzichte van de referentiesituatie, maar een reductie van stikstofdepositie plaatsvindt. In de jaren van 2026 en 2027 wordt nog immer een bijdrage berekend ter plaatse van de Natura 2000-gebieden ‘Krammer Volkerak’ en de ‘Brabantse Wal’. Vermoedelijk volgt deze bijdrage als gevolg van randeffecten. Deze effecten worden hierna nader beschouwd. Randeffecten In de bouwjaren 2026 en 2027 wordt na de verschilberekening nog immer een bijdrage berekend. Deze bijdrage is vermoedelijk te verklaren aan de hand van randeffecten. De Aerius calculator berekent immers enkel de depositie binnen een straal van 25 km van de ingevoerde bronnen. De grens van 25 kilometer van de veehouderij komt niet overeen met die van de beoogde planontwikkeling waardoor dit randeffect11 kan optreden. In afbeelding 7.1 is het randeffect geïllustreerd. De bijdragen (>0,00 mol/ha/jaar) worden berekend voor het maatgevende bouwjaar 2027. De resultaten van de verschilberekening worden weergegeven in lila wanneer sprake is van een depositie -toename dan wel groen waar de depositie afneemt.
11
Bron: Handreiking randeffecten 25 km in AERIUS Pagina: 21 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Afbeelding 7.1: Effecten in een gebied van 25 km Bouwjaar 2027 cumulatieve emissie:
Effecten nabij 25km-grens nabij Brabantse Wal:
Aan de hand van bovenstaande afbeeldingen is te zien (ter plaatse van hexagonen die van kleur veranderen van groen naar lila), dat op een afstand van >25 km van de stallen een bijdrage (>0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend. Nadere beschouwing randeffecten aan de hand van berekeningen (bouwjaar 2027) De verschilberekening van de stikstofdepositie van de gecumuleerde emissie in het maatgevende bouwjaar 2027 ten opzichte van de referentiesituatie is weergegeven in bijlage 3a (jaar 2027). De activiteiten van de stalemissie en agrarische gronden liggen op een andere locatie dan de emissiebronnen vanwege de planontwikkeling, wat tot een ander rekengebied leidt (zie afbeelding 7.1). De hexagonen waar mogelijk een randeffect optreedt worden door Aerius bepaald en zijn in te zien middels een bijlage ‘hulpmiddeling beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect’. Deze bijlage is bijgevoegd in bijlage 4b (jaar 2027). De randeffecten op de diverse hexagonen zijn nader onderzocht op een drietal locaties met naast elkaar gelegen hexagonen binnen en buiten de 25 km afkapgrens. In afbeelding 7.2 zijn de gegevens van deze hexagonen opgenomen. Door de rekenresultaten op hexagoon niveau te bekijken, is te herleiden of na de afkapgrens van 25 km nog immer een bijdrage berekend zou moeten worden als gevolg van de referentiesituatie.
Pagina: 22 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Afbeelding 7.2: Hexagoon informatie Rekenresultaat verschilberekening (depositie – lila, afname -groen):
Tabel 7.2 Rekenpunten depositie ter bepaling randeffecten <25 km Locatie
Hexagoon
Brabantse Wal 2520213 (<25 km) 1 2517156 (>25 km) 2407085 (>25 km) 2 2408614 (<25 km) Krammer Volkerak 3098156 (>25 km) 3 3096627 (<25 km)
X
Y
Bijdrage referentie mol/ha/jaar
81775 81961 85125 85218
385345 385237 381369 381422
0,01 -0,03 0,01 -0,03
78239 78332
405654 405600
0,01 -0,02
Verschil mol/ha/jaar 0,04 0,04
0,03
Aan de hand van bovenstaande tabel kan worden geconcludeerd dat op een afstand van >25 km een bijdrage vanwege de referentiesituatie berekend zou moeten worden. Deze bijdrage is op de twee beoordeelde locaties hoger dan de toename als gevolg van het bouwjaar 2027. Hiermee kan worden vastgesteld dat de bijdrage geen depositie toename betreft, maar een afname optreedt ter plaatse van de ‘Brabantse Wal of het Krammer Volkerak’ na intern salderen. Dit wordt mede bevestigd met de rekenresultaten (bijlage 4b) waarin een afname blijkt van 0,06 respectievelijk 0,04 mol/ha/jaar voor de rekenpunten. Daarnaast wordt geen bijdrage berekend ter plaatse van hexagonen met een hersteldoel (zie bijlage 4c).
Pagina: 23 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
7.2. Additionaliteitsvereiste Om te beoordelen of de beschikbare stikstofruimte uit de referentiesituatie ingezet mag worden ten behoeve van onderhavig project dient in relatie tot de ontwikkeling van het woongebied, getoetst te worden aan het additionaliteitsvereiste. Dit houdt in dat voor het initiatief getoetst moet worden of de vergunde stikstofrechten gebruikt kunnen worden voor onderhavig project, dan wel ten goede moeten komen van de natuur ten behoeve van natuurherstel. Onderstaande onderwerpen worden aangehaald ter invulling van het additionaliteitsvereiste: • Overschatting emissie; • Bepaling emissielast tov referentiesituatie; • Stikstofruimte ten goede van de natuur. Overschatting emissie Opgemerkt wordt dat voor de berekeningen diverse worst case aannames zijn gedaan: Worst case aannames emissie gedurende verschillende jaartallen: • Modellering van voertuigbewegingen (directe hinder in de aanlegfase); • Verkeerinschatting in de gebruiksfase (voertuigen per woning); • Indirecte hinder en koude start emissie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase; • De inzet van door fossiele brandstoffen aangedreven mobiele werktuigen is in onderhavig onderzoek gebaseerd op de inzet van diesel aangedreven materieel aangesloten bij TNO2 en een aanvulling van de opdrachtgever.
Bij de aanbesteding van de realisatie van het woongebied zal rekening gehouden dienen te worden met de inzet van mobiele werktuigen en vrachtwagens zoals aangegeven in onderhavig onderzoek en SEB4; Worst case aannames referentiesituatie: • Hoeveelheid NOx dat voor het bemesten dan wel maaiwerkzaamheden met landbouwvoertuigen van de graslanden waar zich geen rundvee begeeft is buiten beschouwing gelaten. Daadwerkelijke cijfers of inzichten zijn niet verkrijgbaar en is derhalve buiten beschouwing gelaten. Bepaling emissielast tov referentiesituatie De emissielast van stikstof door stikstofoxiden ligt lager dan die van ammoniak door de verhouding van de molekuulgewichtsverdeling. Het molekuulgewicht van stikstofoxiden NO2 bedraagt volgens het periodiek systeem (14/46=21,74 mol per gram) ten opzichte van ammoniak NH3 (1/17=58,82 mol per gram). De emissielast (N) van het project kan worden berekend door de hoeveelheid neerslag om te rekenen naar de bijdrage van stikstofoxiden en ammoniak als gevolg van de activiteiten gedurende de planontwikkeling en de referentiesituatie. Om te kunnen beoordelen hoeveel de emissielast afneemt ten opzichte van de referentiesituatie zijn het maatgevende jaar (2027) en de beoogde situatie in 2033 en 2040 beschouwd. Deze emissielast is aan de hand van de rekenresultaten in bijlage 4a en beknopt in navolgende tabel (tabel 7.4) uitgewerkt.
Pagina: 24 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
Tabel 7.4 Overzicht emissielast (mol N/jaar) referentiesituatie Beoogde Emissielast stikstof (mol N/jaar) Omrekenfactor situatie (mol N/g) Referentie situatie Beoogde situatie 2027 Maatgevende bouwjaar (cumulatieve emissie) NH3 (kg/j) 2.419,7 84,9 58,82 142.327 4.994 NOx (kg/j) -3.414,6 21,74 -74.233 Totaal emissielast (mol N/jaar) 142.327 79.227 Verhouding emissielast beoogde- en referentiesituatie (%) 56% Beoogde Emissielast stikstof (mol N/jaar) Referentie Omrekenfactor Emissie situatie situatie (mol N/g) Referentie situatie Beoogde situatie 2033 Beoogde situatie 2033 NH3 (kg/j) 2.419,7 199,1 58,82 142.327 11.711 NOx (kg/j) -2.347,4 21,74 -51.032 Totaal emissielast (mol N/jaar) 142.327 62.744 Verhouding emissielast beoogde- en referentiesituatie (%) 44% Beoogde Emissielast stikstof (mol N/jaar) Referentie Omrekenfactor Emissie situatie situatie (mol N/g) Referentie situatie Beoogde situatie 2040 Beoogde situatie 2040 NH3 (kg/j) 3.246,7 198,1 58,82 190.971 41.576 NOx (kg/j) -1.912,4 21,74 -11.652 Totaal emissielast (mol N/jaar) 190.971 53.228 Verhouding emissielast beoogde- en referentiesituatie (%) 28% Emissie
Referentie situatie
Stikstofruimte ten goede van de natuur Op basis van tabel 7.4 mag worden geconcludeerd dat de tijdelijke gecumuleerde emissielast (aanleg + gebruik jaartal 2027) ten hoogste 56% bedraagt van de emissielast van de referentiesituatie (deelgebieden 1 en 2) gedurende de jaren van aanleg (bouwwerkzaamheden). Gedurende de overige jaren van realisatie is dit lager. Gedurende de bouwwerkzaamheden vanaf 2033 (deelgebieden 4 en 5) waarin de bouwmethoden en de beschikbaarheid van ‘schoner’ bouwmaterieel groter is, zal de gemiddelde emissielast lager zijn ten opzichte van de referentiesituatie. De beoogde situatie (bewoning in jaartal 2033) van deelgebieden 1 en 2 ten opzichte van de referentiesituatie (gebied 1 en 2 inclusief de veehouderij) betreffen een emissielast van ten hoogste 44%. Voor de beoogde situatie (bewoning in jaartal 2040) van het gehele woongebied Haansberg (deelgebieden 1,2,4 en 5) ten opzichte van de referentiesituatie (gebieden 1,2,4 en 5 inclusief de veehouderij) betreft dit ten hoogste 28%. De overige emissie uit de activiteiten van de referentiesituatie komen >50% ten goede van de natuur. Geacht wordt dat hiermee wordt voldaan aan het additionaliteitsvereiste voor de realisatie van het nieuwe woongebied.
Pagina: 25 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
7.3. Resumé mitigerende maatregel (intern salderen) Emissiebijdragen De emissiebijdragen zijn aan de hand van de rekenresultaten in bijlage 4a en beknopt in navolgende tabel (tabel 7.5) uitgewerkt. Tabel 7.5 Overzicht afname depositielast Jaartal
Bijdrage mol/ha/jaar Ulvenhoutse Bos
Bijdrage mol/ha/jaar Biesbosch
Bijdrage mol/ha/jaar Krammer-Volkerak
Bijdrage mol/ha/jaar Brabantse Wal
Referentiesituatie Referentiesituatie (deelgebied 1+2) Referentiesituatie (deelgebied 1,2,4+5)
0,18
0,16
0,05
0,08
0,23
0,20
0,06
0,10
Emissie verschillende jaartallen 2027 (aanleg+gebruik) 2033 (beoogd gebruik) 2040 (beoogd gebruik)
0,04
0,04
0,02
0,03
0,04
0,03
0,01
0,02
0,03
0,02
0,01
0,01
Emissie afname gedurende jaartallen 2027 (aanleg+gebruik) 2033 (beoogd gebruik) 2040 (beoogd gebruik)
-0,15
-0,13
-0,04
-0,07
-0,15
-0,13
-0,04
-0,07
-0,20
-0,18
-0,05
-0,08
Stikstofafname ten goede van de natuur 2027 (aanleg+gebruik) 2026-2032 *1 (aanleg+gebruik) 2033 *2 (beoogd gebruik) 2040 *3 (beoogd gebruik)
44% 62% 56% 72%
*1 Voor de gemiddelde emissielast gedurende de aanleg komt (100-38=) 62% van de emissielast (ten opzichte van de referentiesituatie van de deelgebieden 1 en 2) ten goede van de natuur; *2 Voor de beoogde situatie in 2033 komt (100-44=) 56% van de emissielast (ten opzichte van de referentiesituatie van de deelgebieden 1 en 2) ten goede van de natuur; *3 Voor de beoogde situatie in 2040 komt (100-28=) 72% van de emissielast (ten opzichte van de referentiesituatie van deelgebieden 1,2,4 en 5) ten goede van de natuur.
De stikstofdepositie gedurende de jaren van realisatie van woongebied Haansberg is weergegeven in tabel 5.1. De verschilberekeningen geven een afname van depositie bijdrage weer in tabel 7.1 waarin de (in jaartal 2026 en 2027) berekende toename bijdrage gerelateerd kunnen worden aan randeffecten >25 km-grens van de planontwikkeling (zie hoofdstuk 7.1) De berekeningen van de emissielast van N (tabel 7.5) toont >44% afname gedurende realisatie van de planontwikkeling en 72% afname van de emissiebronnen die stikstofoxiden en ammoniak emitteren als gevolg van de activiteiten in het beoogde plangebied (2040). Geacht wordt dat hiermee wordt voldaan aan het additionaliteitsvereiste voor de realisatie van het nieuwe woongebied. Pagina: 26 / 27
Stikstofdepositie onderzoek Gemeente Etten-Leur Kenmerk: NC60250356.R001-1 Datum: 5 november 2025
8. CONCLUSIE In opdracht van de gemeente Etten-Leur is onderhavig stikstofdepositie onderzoek opgesteld in het kader van de projectontwikkeling woongebied Haansberg aan de Hoevenseweg/ Haansberg te Etten-Leur. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat in diverse bouwjaren een depositie (>0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend op diverse Natura 2000gebieden. Aan de hand van de rekenresultaten van het maatgevende (bouw-)jaar 2027 betreft dit een bijdrage van maximaal 0,04 mol/ha/jaar ter plaatse van natuurgebied ‘Ulvenhoutse Bos’. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is onderzocht of gebruik gemaakt kan worden van de mitigerende maatregel intern salderen. Hiertoe is een verschilberekening gemaakt tussen de beoogde situatie en de referentiesituatie (agrarische percelen en rundveehouderij). Op basis van de verschilberekeningen kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ geen bijdrage (> 0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend ten opzichte van de referentiesituatie. Ter plaatse van de Natura 2000-gebied de ‘Brabantse Wal en Krammer Volkerak’ wordt echter nog immer een bijdrage (>0,00 mol/ha/jaar) berekend. Deze depositie is echter het gevolg van de afkapgrens op 25 km.