Zienswijzennota 1 e250076566
Tekst van het document
BIJLAGE 1 BEHORENDE BIJ BESLUIT MET KENMERK e250076516 (Definitief ongelakt besluit) Zienswijzennota Op deze zienswijzennota rust geheimhouding op grond van artikel 28 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). 1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo (hierna: burgemeester en wethouders) hebben op 3 september 2025 een aanvullend ontwerpbesluit genomen waarin is aangekondigd dat zij voornemens zijn om de (revisie)vergunning voor de onderdelen milieu , bouwen en planologisch strijdig gebruik die Tomassen Duck-To B. V. op 30 januari 2018 heeft aangevraagd en op 29 februari 2024 heeft gewijzigd , te weigeren en de vergunningen die burgemeester en wethouders in het verleden voor het bedrijf hebben verleend , in te trekken. Aan dit ontwerpbesluit ligt artikel 2.20 , eerste lid , van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: “Wabo”) juncto artikel 3 , eerste lid aanhef en onder b , van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: “Wet Bibob”) ten grondslag. Het Landelijk Bureau Bibob (hierna: LBB) heeft voorafgaand aan het ontwerpbesluit , op verzoek van burgemeester en wethouders en nadat op 1 oktober 2024 een Bibob-tip als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob had ontvangen van het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie , een advies uitgebracht.
Het LBB heeft in het Bibob-advies geconcludeerd dat sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3 , eerste lid , aanhef en onder b , van de Wet Bibob (de zogenoemde “b-grond”). Het ontwerpbesluit heeft van 16 september 2025 tot en met 28 oktober 2025 ter inzage gelegen. Binnen de termijn van de terinzagelegging hebben burgemeester en wethouders diverse zienswijzen ontvangen , waarin uiteenlopende procedurele , inhoudelijke en principiële bezwaren naar voren zijn gebracht. In deze zienswijzennota reageren wij op de zienswijzen die tegen het ontwerpbesluit zijn ingediend. Deze reactie is als volgt opgebouwd. Eerst wordt het beoordelingskader geschetst (paragraaf 2). Daarna volgt een overzicht van de ingediende zienswijzen (paragraaf 3). Paragraaf 4 bevat een samenvatting van de ingediende zienswijzen. Onder iedere samengevat weergegeven zienswijze staat onze reactie. Beoordelingskader 2. Reikwijdte van het Bibob-instrumentarium 2. 1. Bibob biedt een bestuurlijk instrument om overheden te ondersteunen bij het De Wet voorkomen van het door hen ongewild faciliteren van criminele activiteiten. Het Bibobinstrumentarium heeft een preventieve werking , omdat het doel van het instrumentarium is te voorkomen dat door het verlenen – of in stand laten van - vergunningen , de 1 overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert.
1 Kamerstukken
II 1999–2000 , 26 883 , nr. 3 , p. 6.
Uit systematiek van de Wet Bibob volgt dat de taak van het bestuursorgaan in een Bibob-procedure zich toespitst op het beantwoorden van de vraag of er , gelet op de uitkomsten van het Bibob-onderzoek , een ernstig gevaar bestaat dat vergunningen mede zullen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen , op geld waardeerbare , voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen (hierna: “de gevaarsbeoordeling”). 2. 2. Wettelijk kader Het toetsingskader op basis waarvan de gevaarsbeoordeling wordt vastgesteld , staat in artikel 3 , eerste , tweede , derde en vierde lid , van de Wet Bibob. Op grond van artikel 3 , eerste lid , van de Wet Bibob , kunnen bestuursorganen , voor zover zij bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen – zoals in de artikelen 2. 20 en 5. 19 van de Wabo (voornoemd) – weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken , indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om: a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen , op geld waardeerbare voordelen te benutten , of b. strafbare feiten te plegen. Op grond van artikel 3 , tweede lid , van de Wet Bibob , wordt voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid , aanhef en onderdeel a betreft , de mate van het gevaar vastgesteld op basis van: a.
feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het eerste lid , onderdeel a,
b. c.
d.
ingeval van vermoeden de ernst daarvan , de aard en de relatie , en de grootte van de verkregen of te verkrijgen voordelen.
Artikel 3 , derde lid , van de Wet Bibob , bepaalt dat voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid , aanhef en onderdeel b betreft , de mate van het gevaar wordt vastgesteld op basis van: a. feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die zijn gepleegd bij activiteiten die overeenkomen of samenhangen met activiteiten waarvoor de beschikking wordt gevraagd dan wel is gegeven , b. ingeval van vermoeden de ernst daarvan , c. de aard van de relatie , en d. het aantal van de gepleegde strafbare feiten. Op grond van artikel 3 , vierde lid , van de Wet Bibob staat de betrokkene in relatie tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en derde lid , indien: a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan , b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan , zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan , of c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan , zeggenschap heeft dan wel heeft gehad
verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene , of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan. over , vermogen
Op grond van artikel 3 , vijfde lid Wet Bibob vindt weigering dan wel intrekking , bedoeld in het eerste lid van artikel 3 , slechts plaats indien deze evenredig is met: a. de mate van gevaar: en b. voorzover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid , onderdeel b , betreft , de ernst van de strafbare feiten. 2. 3. Het Bibob-advies De wetgever heeft het LBB aangewezen als het centrale expertisecentrum dat bestuursorganen adviseert over de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 , eerste lid , 2 van de Wet Bibob. In het Bibob-advies dat het LBB in deze zaak heeft uitgebracht , heeft het LBB geconcludeerd dat een ernstig gevaar bestaat dat de (aangevraagde) vergunningen mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen , zoals bedoeld in artikel 3 , eerste lid , aanhef en onder b , van de Wet Bibob. Burgemeester en wethouders mogen in beginsel afgaan op het Bibob-advies , mits zij zich — op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: “Awb”) — ervan hebben vergewist dat het onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat burgemeester en wethouders in redelijkheid mogen uitgaan van de deskundigheid en zorgvuldigheid van het LBB , maar wel moeten nagaan of de feiten en bevindingen die in het advies staan , de conclusie van het LBB kunnen dragen.
Volgens vaste Afdelingsrechtspraak mag een bestuursorgaan in beginsel vertrouwen op 3 de expertise van het LBB , mits aan de vergewisplicht is voldaan. Burgemeester en wethouders hebben aan deze verplichting voldaan en hebben zich , na toetsing aan de vergewisplicht , kunnen verenigen met de conclusie van het LBB dat sprake is van een ernstig gevaar. 2. 4. Afbakening ten opzichte van andere procedures In verschillende zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor: vermeende contractuele verplichtingen van de gemeente op grond van een Letter of Intent; het politieke proces rondom de besluitvorming; en de mogelijke strafrechtelijke gevolgen van openbaarmaking van Bibob-gegevens in het ontwerpbesluit. Deze onderwerpen vallen buiten de reikwijdte van de gevaarsbeoordeling op grond van de Wet Bibob. De gevaarsbeoordeling is uitsluitend gericht op de beoordeling van het gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob , en niet op de vraag of andere bestuursorganen of derden of burgemeester en wethouders in het verleden zorgvuldig , 4 proportioneel of contractueel juist hebben gehandeld. Dergelijke onderwerpen staan los
2 Kamerstukken II 1999–2000 , 26 883 , nr. 3 , p. 13. 3 ABRvS 18 juli 2007 , ECLI:NL:RVS:2007:BA9799. 4 Kamerstukken II 1999–2000 , 26 883 , nr. 3 , p. 61.
van
de
Bibob-beoordeling
advies
en
de
daarin
en
kunnen
niet afdoen
de
door
het LBB
zienswijzen ontvangen.
Het
betreft
aan
opgestelde
gevaarsbeoordeling.
opgenomen
Zienswijzen Burgemeester en wethouders zienswijzen:
daarom
3.
Nr
-
Indiener
hebben
-
18
Ingediend
-
Hierna
-
door
de
volgende
Ontvan gen
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
op
2025
-
6-10-25
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
(geanonimiseerd)
3
(geanonimiseerd)
-
10-1025
-
7-10-25
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) |
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 10
-
11
-
(geanonimiseerd)
12
13
14
15
16
17
18
-
-
-
-
-
-
-
(geanonimise rd)
4.
Reactie
In deze
paragraaf
-
16-0925
Ee
30-0925
(aangev uld op
9-
10-25) 18-0925
"
23-0925
-
-
1-09-25
29-0925
-
14-1025
zienswijzen worden
de
samengevat weergegeven
zienswijzen samengevat zienswijze, staat de reactie
weergegeven. van
Onder
burgemeester
en
ieder wethouders.
_
Zienswijze B (geanonimiseerd) onderschrijft het ontwerpbesluit en spreekt steun uit voor het optreden van burgemeester en wethouders. | (geanonimiseerd) vraagt aan burgemeester en wethouders om het ontwerpbesluit te bekrachtigen en haar een afschrift te sturen van het definitieve besluit.
4.1.
SAR
Reactie: De
zienswijze
heeft
niet tot
aanpassing van het besluit geleid. Op grond van 3.12, vijfde lid, van de Wabo en artikel 3:44, eerste lid onder b, van de Awb zal aan de gemachtigde van (geanonimiseerd) | een exemplaar van de openbare versie van het definitieve besluit worden gezonden.
Zienswijze (geanonimiseerd) Burgemeester en wethouders maken uit ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
42.
de
zienswijze
op
(geanonimiseerd) het GN
dat
Reactie:
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.19.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. De
de
Zienswijze (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) onderschrijft het ontwerpbesluit en spreekt steun uit voor het optreden van verzoekt burgemeester en wethouders burgemeester en wethouders. (geanonimiseerd) | 4,3.
om
het
ontwerpbesluit
bekrachtigen
te
en
haar
een
afschrift
te
sturen
van
het definitieve
besluit.
Reactie: heeft
De
zienswijze
lid,
van
van
(geanonimiseerd) een |
worden
de
Wabo
en
aanpassing van het besluit geleid. Op grond van 3.12, vijfde 3:44, eerste lid onder b, van de Awb zal aan de gemachtigde exemplaar van de openbare versie van het definitieve besluit
niet tot artikel
gezonden.
_ Zienswijze (geanonimiseerd)
4.4. Uit de
zienswijze leiden burgemeester ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) het WN
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
(geanonimiseerd) _ Zienswijze MN
4.5. Uit de niet
zienswijze leiden burgemeester evenwichtig vindt.
en
wethouders
af dat
de
(geanonimiseerd) het ontwerpbesluit BM
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op de zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. Voor zover B (geanonimiseerd) ingaat op de ontwerpverklaring van geen bedenkingen, geldt dat tegen dat ontwerp eerder zienswijzen ingediend konden worden. Daarom gaan burgemeester en wethouders niet verder in op de ontwertpverklaring van geen bedenkingen en wat (geanonimiseerd) EN eaarover opmerkt. 4.6.
(geanonimiseerd) _ Zienswijze HEM
Uit de
zienswijze leiden burgemeester evenwichtig vindt. Reactie:
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) het ontwerpbesluit niet BM
De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
de
MN _ Zienswijze (geanonimiseerd)
4.7. Uit de
zienswijze leiden burgemeester en wethouders (geanonimiseerd) B ass niet evenwichtig wordt beschouwd.
af dat
het
ontwerpbesluit
door
(geanonimiseerd) B
Reactie:
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. De
Zienswijze (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
de
48.
Uit de
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) het WN
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
(geanonimiseerd) _ Zienswijze MN
4.9. Uit de niet
zienswijze leiden burgemeester evenwichtig vindt.
en
wethouders
af dat
de
(geanonimiseerd) het ontwerpbesluit BEN
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
QW
Zienswijze (geanonimiseerd) GN (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
4.10.
Uit de
en
wethouders
af dat
de
(geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) het
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
(geanonimiseerd) Zienswijze MN zienswijze leiden burgemeester ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
de
4.11.
Uit deze
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) MM net
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
de
4.12.
Zienswijze (geanonimiseerd) MN zienswijze leiden burgemeester evenwichtig vindt.
Uit de niet
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) het ontwerpbesluit BEM
Reactie:
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. De
zienswijze (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester en wethouders ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
de
413
Uit de
af dat
de
(geanonimiseerd) het
Reactie:
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. De
4.14.
Zienswijze (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester evenwichtig vindt.
Uit deze niet
en
wethouders
af dat
de
(geanonimiseerd) het ontwerpbesluit BM
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat.
de
(geanonimiseerd) Zienswijze
415. Uit deze
zienswijze leiden burgemeester ontwerpbesluit niet evenwichtig vindt.
en
wethouders
af dat
(geanonimiseerd) het
Reactie: De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. zienswijze (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester en wethouders ontwrpbesluit niet evenwichtig vindt.
de
116.
Uit de het
af dat
de
(geanonimiseerd)
Reactie:
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. De
Zienswijze (geanonimiseerd) zienswijze leiden burgemeester en ontwerpbesluit niet evenwichtig vinden.
de
4.17.
Uit de
Reactie:
wethouders
af dat
de
(geanonimiseerd) het NN
De
zienswijze heeft niet tot aanpassing van het besluit geleid. Voor de reactie op zienswijze wordt verwezen naar de reactie die in paragraaf 4.18.14 van deze zienswijzennota, onder het onderdeel “Ontwerpbesluit niet evenwichtig”, staat. Zienswijze (geanonimiseerd) MN Vertrouwensbeginsel stelt dat het ontwerpbesluit (geanonimiseerd) BN
de
4.18.
4.18.1.
in
strijd
is met
het
vertrouwensbeginsel.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.2.
naar
leidt niet tot
Bijlage
Schending
BN
(geanonimiseerd) stelt dat
2
aanpassing de
van
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
reactie
wordt
Antwoordnota.
onschuldpresumptie sprake is van schending
van
de
onschuldpresumptie.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.3.
naar
leidt niet tot
Bijlage
Schending
2
aanpassing de
van
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
Antwoordnota.
geheimhoudingsplicht
ste!t dat burgemeester (geanonimiseerd) BN
en
wethouders
in
strijd
hebben
gehandeld
met
de
geheimhoudingsplicht. Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.4.
naar
leidt niet tot
Bijlage
Schending
2
aanpassing de
van
verbod
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Antwoordnota.
vooringenomenheid en zorgvuldigheidsbeginsel (geanonimiseerd) stett dat burgemeester en wethouders in strijd handelen met het verbod BN vooringenomenheid en het zorgvuldigheidsbeginsel. op
op
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.5.
naar
leidt niet tot
Bijlage
Schending
ne
2
aanpassing
van
bis
in
de
van
het besluit.
de
inhoudelijke
reactie
wordt
idem-beginsel
(geanonimiseerd) stett dat burgemeester en wethouders EN idem
Voor
Antwoordnota.
in
strijd
handelen
met
het
ne
bis in
beginsel.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.6.
naar
leidt niet tot
Bijlage
Schending
BN
(geanonimiseerd) stelt dat
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Antwoordnota.
hoorplicht derden burgemeester en
wethouders
in
strijd
hebben
gehandeld
met
de
hoorplicht. Reactie: De
zienswijze
verwezen
naar
leidt niet tot
Bijlage
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Antwoordnota.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
4.18.7.
Schending
vergewisplicht
stett dat burgemeester (geanonimiseerd) EN
en
wethouders
in
strijd
hebben
gehandeld
met
de
vergewisplicht. Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.8.
naar
Geen
leidt niet tot
Bijlage ernstig
stett dat (geanonimiseerd) BN
er
2
aanpassing
van
gevaar
de
vanwege
ernstig
geen
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Antwoordnota. het
gevaar
beperkt aantal strafbare is gelet op het beperkte
feiten aantal
strafbare
feiten.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.9.
naar
Ernst
leidt niet tot
Bijlage van
steet dat (geanonimiseerd) BN
2
aanpassing
van
de
de strafbare er
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
inhoudelijke
reactie
wordt
feiten
sprake
geen
van
Antwoordnota.
is
van
ernstige
strafbare
feiten.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
naar
leidt niet tot
4.18.10.
Geen
EN
dat
(geanonimiseerd) ste:
Voor
de
zakelijk samenwerkingsverband geen zakelijk samenwerkingsverband
is.
Bijlage
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Antwoordnota.
er
Reactie: De
zienswijze
verwezen
naar
4.18.11.
leidt niet tot
Bijlage Geen
(geanonimiseerd) stelt dat BN
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Voor
de
inhoudelijke
reactie
wordt
Antwoordnota.
sprake van samenhang geen sprake is van samenhang.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
naar
leidt niet tot
Bijlage
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Antwoordnota.
Ontwerpbesluit niet geschikt het ontwerpbesluit niet geschikt
4.18.12.
BN
(geanonimiseerd) stett dat
is.
Reactie: De
zienswijze
verwezen
4.18.13.
BN
naar
leidt niet tot
Bijlage
van
de
van
het besluit.
Antwoordnota.
Ontwerpbesluit niet noodzakelijk het ontwerpbesluit niet noodzakelijk
(geanonimiseerd) stelt dat Reactie:
2
aanpassing
is.
De
zienswijze
verwezen
leidt niet tot
naar
Bijlage
2
aanpassing
van
de
van
het besluit.
Voor de
inhoudelijke
reactie
wordt
Antwoordnota.
Ontwerpbesluit niet evenwichtig betoogt dat ontwerpbesluit niet evenwichtig (geanonimiseerd) BN 4.18.14.
is
Reactie: opgenomen reactie is afkomstig uit de beantwoording zoals opgenomen in de Antwoordnota. Voor zover deze beantwoording relevant is voor de weerlegging van de De
hierna
(overige) zienswijzen, wordt naar de beantwoording afkomstig uit de Antwoordnota verwezen. Daarbij dient BMW, (geanonimiseerd) daar waar relevant, te worden begrepen als ‘indiener van de zienswijze’. “Anders
dan
(geanonimiseerd) meent, BEM
is de
intrekking
weigering van de vergunningen (wel) evenwichtig. Zoals in het besluit uiteen is gezet, hebben burgemeester en wethouders als het ware een dubbele evenredigheidstoets verricht, namelijk enerzijds aan de hand van artikel 3, vijfde lid, van de Wet Bibob en anderzijds aan de hand van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. en
In artikel
3, vijfde lid, van de Wet Bibob staat dat de intrekking en weigering van een vergunning op grond van de Wet Bibob slechts plaatsvindt als dat evenredig is met (a) de mate van het gevaar en (b) voorzover het om een ernstig gevaar gaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b (b-grond), betreft, de ernst van de strafbare feiten. genoemde toetsingskader voert WM (geanonimiseerd) aan dat de van dat een ernst omstandigheden zodanige zijn intrekking of weigering van de vergunningen als evenredig kan worden beschouwd. Dit betoog volgen burgemeester en wethouders niet. In het kader feiten
van
het hiervoor
niet
en
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Dat
een
dragend weg
deel is
van
voor
dat hieraan
de
(vermoedelijk) gepleegde strafbare mogelijk niet zelfstandig geconcludeerde mate van gevaar aangaande de b-grond, neemt niet bij de beoordeling van de evenredigheid wel betekenis toekomt, omdat
de
samenhang met de andere feiter (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) bijdragen aan het oordeel dat doorslaggevend belang bestaat bij de weigering en intrekking van de vergunningen.” Anders dan (geanonimiseerd) aanvoert, maken alle (vermoedelijk) gepleegde strafbare feiten en de ernst daarvan, dat het besluit evenredig is, in de zin van artikel 3, vijfde lid, van de Wet Bibob. deze feiten
in
Het tweede
onderdeel
evenredigheidstoets die burgemeester en wethouders toets aan artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. In dat uitgevoerd, artikel staat dat de voor belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In de jurisprudentie is deze evenredigheidstoets nader uitgewerkt. Op basis van het moet een besluit (i) geschikt (zie toetsingskader uit de hetgeen burgemeester en wethouders uiteen hebben gezet in paragraaf 1.1.12 van deze antwoordnota) en (ii) noodzakelijk (zie hetgeen burgemeester en wethouders uiteen hebben gezet in paragraaf 1.1.13 van deze antwoordnota) zijn om het doel te bereiken en (iii) evenwichtig zijn. hebben
van
de
betreft de
“Harderwijk-rechtspraak”*
evenredigheidstoets betoogt WN (geanonimiseerd) cat kort gezegd te weinig oog zouden hebben (gehad) voor burgemeester en wethouders de belangen van haar bedrijfsvoering en dat ze al geruime tijd de slachterij exploiteert. Burgemeester en wethouders bestrijden dat en hebben bij de besluitvorming nadrukkelijk de bedrijfsbelangen van WM (geanonimiseerd) betrokken. In
de context
van
dit onderdeel
—
van
de
—
Deze
belangen zijn afgewogen tegen het zwaarwegende publieke belang dat de Wet Bibob beoogt te beschermen, namelijk het voorkomen dat de overheid strafbare activiteiten faciliteert. Gelet op de ernst en de structurele aard van de geconstateerde feiten hebben burgemeester en wethouders geoordeeld dat dit algemene belang in dit geval zwaarder weegt dan het individuele bedrijfsbelang van WN (geanonimiseerd) De opmerking van | (geanonimiseerd) dat de slachterij decennialang probleemloos is geëxploiteerd, mist feitelijke grondslag. Het Bibob-advies en de daarin vermelde (vermoedelijk) gepleegde strafbare feiten en ce verder bekende, (geanonimiseerd) meer recente feiten, tonen het tegendeel aan. Burgemeester en wethouders benadrukken, onder verwijzing naar rechtsoverweging 7.4 van de Harderwijk-uitspraak, dat zij zich realiseren dat de intrekking en weigering van de is voor vergunningen nadelig (geanonimiseerd) maar dat een besluit met “harde” gevolgen niet WM, per definitie een onevenredig besluit is. Ook in dit geval is, ondanks de mogelijk harde gevolgen, geen sprake van een onevenredig besluit. Over de
verwijtbaarheid merken burgemeester en wethouders op dat uit het Bibobblijkt dat het concern, althans aan EJ (geanonimise rd) WAN (geanonimiseerd) (en aan hem gelieerde ondernemingen), de geconstateerde, al dan niet vermoedelijk gepleegde, strafbare feiten zelf hebben gepleegd. Althans, de gebleken feiten kunnen WN (geanonimiseerd) in vee! gevallen worden toegerekend. (geanonimiseerd) advies
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) >
Zie
ABRvS
17
6
Zie
ABRvS
2 februari
juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2450. 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) waarbij de burgemeester en wethouders (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) B. B opmerken dat de uitoefening van toezicht en het noodgedwongen handhaven jegens (geanonimiseerd) vee! vraagt van de BM beschikbare
capaciteit
en
middelen
van
de overheid.
burgemeester en wethouders perspectief geboden. Daarbij is, anders meent, niet gezegd dat WN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) pes over vijf jaar in aanmerking kan MN komen voor nieuwe vergunningen. Burgemeester en wethouders hebben juist aangegeven dat in het licht van de evenredigheid niet op voorhand vaststaat dat een eventuele nieuwe aanvraag van een vergunning binnen de vijfjaarsperiode altijd geweigerd zal worden, maar dat dit afhankelijk is van wat zich in de tussentijd heeft voorgedaan en van de belangenafweging.” De vijfjaarstermijn is overigens gebaseerd op artikel 29 van de Wet Bibob, op grond waarvan een Bibob-advies in beginsel gedurende vijf jaar opnieuw mag gebruiken voor een ander besluit, dan waarvoor het advies is uitgebracht (waaronder dus een besluit op een nieuwe aanvraag). Daarnaast
hebben
as an
Dat 36
boerenbedrijven en andere verwerkers en leveranciers hun bestaansrecht zouden verliezen en een aanzienlijke omzetderving zouden ondervinden, heeft (geanonimiseerd) niet WN onderbouwd. Geen van deze boerenbedrijven heeft concrete gegevens overgelegd betreffende de aard en omvang van de financiële afhankelijkheid van het voortbestaan Ss an BM (geanonimiseerd) en evenmin over de (on)mogelijkheden voor deze (indirecte) toeleveranciers om uit te wijken naar andere slachthuizen. Daarbij merken burgemeester en wethouders bovendien op dat, voor zover toeleveranciers enig ongemak zouden ondervinden van een eventuele beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van (geanonimiseerd) dit niet opweegt tegen de ernst van de geconstateerde wat niet kan worden uitgesloten feiten en de mate van gevaar die uit het Bibob-onderzoek naar voren zijn gekomen en die aanleiding vormen voor het besluit. —
Burgemeester en wethouders achten het in dit verband niet onaanvaardbaar weigering en intrekking van de vergunningen ook effect heeft of kan hebben bredere
juist
keten
bedoeld
toeleveranciers
van
voorkomen
afnemers
van
BM
(geanonimiseerd) De
wet
binnen
de
Bibob is immers
overheidsbesluiten, direct of indirect, strafbare activiteiten mogelijk maken of op enige manier faciliteren. Dat de intrekking en weigering van de vergunningen daardoor ook doorwerkt in de bedrijfsstructuur rondom (geanonimiseerd) in de aard en de bedoeling van de Wet Bibob besloten. (geanonimiseerd) ligt om
te
en
dat de
dat
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Burgemeester
en
uiten
mogelijke gevolgen
7
Zie
wethouders
over
de
ABRvS
7 december
2022,
erkennen voor
BM
de zorgen die (geanonimiseerd) en haar medewerkers het personeel. De verklaringen van medewerkers
ECLI:NL:RVS:2022:3620.
maken
duidelijk dat een beëindiging van de exploitatie aanzienlijke persoonlijke en gevolgen voor hen kan hebben. Niettemin geldt dat deze sociale en economische gevolgen geen doorslaggevende belemmering vormen bij de beoordeling van de weigering en intrekking van de vergunningen. (geanonimiseerd)
financiële
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Burgemeester en waaruit blijkt dat een
wethouders
verwijzen
in Ermelo
de directe
substantieel aantal
en
bovendien
naar
recente
omgeving (binnen
vacatures beschikbaar
is
voor
onder
een
arbeidsmarktgegevens straal van 25 kilometer)
meer
productiemedewerkers, magazijnmedewerkers en operators. Zo stonden op het platform werk.nl, een website van het UWV, op 14 november 2025 bijvoorbeeld 305 vacatures open voor productiemedewerkers en magazijnmedewerkers, en 482 vacatures wanneer ook operatorfuncties worden meegeteld. Deze vacatures zijn te vinden bij zowel uitzendbureaus als reguliere werkgevers en laten zien dat er in de regio structureel werk beschikbaar is. Dit betekent dat (een aanzienlijk deel van) de werknemers in staat moet worden geacht ander werk te vinden binnen de regio, waardoor het scenario dat zij vrijwel onmogelijk elders een baan zouden vinden, onvoldoende aannemelijk is. De medewerkers
kunnen
zich
wenden
tot het UWV.
betrekking tot de door (geanonimiseerd) gestelde bijdrage aan de aanpak van netcongestie BM en wethouders het volgende op. De gemeente heeft met diverse burgemeester ondernemingen een samenwerkingsovereenkomst gesloten gericht op projecten voor de energietransitie en optimale benutting van het elektriciteitsnet in Ermelo. In het bijzonder ziet de samenwerkingsovereenkomst op de ontwikkeling en exploitatie van een Smart Energy Hub op bedrijventerrein Veldzicht. WN (geanonimiseerd) is in de samenwerkingsovereenkomst slechts één van de deelnemende partijen. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst is niet afhankelijk van de continuering van de bedrijfsactiviteiten van WAN (geanonimiseerd) De beëindiging van de exploitatie van WN (geanonimiseerd) vormt aldus geen belemmering voor de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst. Gelet hierop kan de betrokkenheid van WM (geanonimiseerd) bij de aanpak van netcongestie niet worden aangemerkt als een omstandigheid die maakt dat het ontwerpbesluit onevenredig zou zijn. Ook kan hieruit niet volgen dat burgemeester en wethouders met dit besluit regionale economische ontwikkelingen zouden frustreren. Met
merken
Burgemeester en wethouders erkennen dat WN (geanonimiseerd) bijdraagt aan sponsoring van verenigingen. Dit maatschappelijk belang is betrokken in de besluitvorming, waarbij wordt erkend dat het wegvallen van sponsorbijdragen nadelige effecten kan hebben voor de betrokken verenigingen. Tegelijkertijd zijn deze maatschappelijke belangen afgewogen tegen het zwaarwegende publieke belang dat de Wet Bibob beoogt te beschermen, namelijk het voorkomen dat de overheid strafbare activiteiten faciliteert. Gelet op de ernst en de structurele aard van de geconstateerde feiten hebben burgemeester en wethouders geoordeeld dat dit algemene belang zwaarder weegt dan het maatschappelijke belang van sponsoring door (geanonimiseerd) lokale
Burgemeester en wethouders achten het, mede in het belang van het voorkomen van onnodig dierenleed en mede gelet op de evenredigheid niet wenselijk om direct tot handhaving over te gaan. Daarom wordt gedurende een beperkte periode van elf weken
ce publicatie van het besluit afgezien van handhavend optreden, zodat (geanonimiseerd) WN kan afbouwen. De door bedrijfsvoering gecontroleerd (geanonimiseerd) voorgestelde BE zo’n anderhalf jaar(!) wordt als onrealistisch overgangsperiode van 72 tot 76 weken beschouwd. Burgemeester en wethouders zouden door akkoord te gaan met deze termijn feitelijk de voortzetting van strafbare feiten, zoals die zijn gebleken uit het Bibob-advies, gedurende de overgangsperiode faciliteren, hetgeen onwenselijk is. Een dergelijke lange termijn is niet noodzakelijk voor een verantwoorde afschaling van de activiteiten. na
-
-
bedrijfsvoering kan binnen een aanzienlijk kortere periode namelijk elf weken op worden en wethouders hebben de zorgvuldige wijze beëindigd. Burgemeester daarbij uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1680 betrokken. Uw gemachtigde heeft toen tijdens de zitting aangegeven dat zeven tot negen maanden nodig was om te kunnen voldoen aan de opgelegde last onder dwangsom van 4 mei 2022, die zag op naleving van vergunde werktijden, geluidsproductie en verkeersbewegingen. Burgemeester en wethouders hebben u hier echter twee weken de tijd voor geboden. De voorzieningenrechter ging niet mee in uw betoog dat er zeven tot negen maanden nodig is, maar kon burgemeester en wethouders ook niet volgen in het betoog dat een termijn van twee weken voldoende De
zou
—
—
zijn.
De
voorzieningenrechter heeft toen in de uitspraak van 15 juni 2022 het besluit van 4 geschorst tot 15 augustus 2022. Feitelijk is hiermee de door burgemeester en wethouders in dit besluit van 4 mei 2022 gestelde termijn van twee weken verruimd naar (ruim) acht weken (gerekend vanaf de datum van de uitspraak). Vanaf de datum van de uitspraak waren er nog (ruim) acht weken om de overtredingen met betrekking tot werktijden, geluid en verkeersbewegingen, die onderdeel zijn van het productieproces, te beëindigen. De voorzieningenrechter heeft daarbij rekening gehouden met het verhandelde ter zitting. Ter zitting is door uw gemachtigde aangegeven dat u zelf de keten in de hand heeft, exclusief het voer. Vanuit de kant van burgemeester en wethouders is tijdens de zitting aangegeven dat het proces begint bij de eieren en u ervoor kunt zorgen dat deze niet binnenkomen. In lijn met wat tijdens deze zitting is verhandeld betogen burgemeester en wethouders dat zodra het uitbroeden van de eieren wordt gestopt, er nog acht weken zijn om de levende eenden te slachten. mei 2022
Met
een
termijn
de levende
elf weken
van
eenden
te
slachten.
bieden
burgemeester
en
eieren
per direct stop te zetten, zodat binnen elf weken worden afgebouwd. Naar de mening van burgemeester ook uit oogpunt van dierenwelzijn komt dan voor uw eigen rekening uitbroeden
van
de
eieren
wethouers
U heeft het zelf in de hand
om
u
de
mogelijkheid
het uitbroeden
van
de
bedrijfsactiviteiten
kunnen
en
wethouders
termijn
is deze
om
de
verdedigbaar. en
risico.
Elk ei dat later nog wordt uitgebroed, Dat het per direct stopzetten van het
(financiële) gevolgen
met
zich
meebrengt
behoort tot
uw
ondernemersrisico.
Burgemeester en wethouders realiseren zih dat de gevolgen van dit besluit ook de bedrijven in de keten, zoals toeleveringsbedrijven (pluimveebedrijven) en bedrijven in de afzetmarkt, raken. De geboden termijn van elf weken is echter ook voor hen een redelijk termijn zodat deze bedrijven zich aan de situatie kunnen aanpassen en de nodige maatregelen kunnen treffen. Door een termijn van elf weken te hanteren, voordat wordt overgaan tot handhaving, menen burgmeester en wethouders een goed evenwicht te hebben gevonden tussen enerzijds het algemeen belang om zo spoedig mogelijk een
einde te
maken
ernstige overtredingen en anderzijds het belang van dierenwelzijn, belang van WE (geanonimiseerd) en het belang van de bedrijven in de keten om maatregelen te kunnen nemen om zich aan te kunnen passen aan de gevolgen die dit besluit met zich meebrengt. aan
de
het
Gelet op het vorenstaande hebben burgemeester en wethouders niet alleen oog gehad voor de belangen van de Wet Bibob. Burgemeester en wethouders hebben wel degelijk
gehad voor de belangen van BM (geanonimiseerd) Dat neemt niet weg dat burgemeester en wethouders, gelet op de ernstige mate van gevaar met betrekking tot de b-grond, daarbij in aanmerking genomen de hoeveelheid en de ernst van de (vermoedelijke) gepleegde strafbare feiten, in dit geval doorslaggevend gewicht hebben mogen toekennen aan het algemeen belang dat met de Wet Bibob wordt gediend. oog
Burgemeester
wethouders
hebben
de
intrekking
en
Daarbij
hebben
het
en
weigering
de
vergunningen goede gronden evenwichtig kunnen achten om te voorkomen dat zij de (vermoedelijk) gepleegde strafbare feiten faciliteren door vergunningen te verlenen of de vergunningen in stand te laten. Met het oog op de doelen van de Wet Bibob strekt het besluit er bovendien daadwerkelijk toe te voorkomen dat in de agrarische sector in de gemeente Ermelo en de regio waarvan zij onderdeel uitmaakt, oneerlijke concurrentie ontstaat of machtsposities worden opgebouwd met gebruikmaking van te verlenen of verleende vergunningen. terecht
en
van
op
verbinden
burgemeester van
en
voorschriften
wethouders aan
de
terecht geen grond gezien om te komen tot vergunningen als bedoeld in artikel 3, zevende lid
Wet Bibob.
Burgemeester en wethouders zien niet in hoe door het verbinden van voorschriften, of bijvoorbeeld het verlenen van tijdelijke vergunningen gelet op het slechte naleefgedrag door (geanonimiseerd) BEM van regels en voorschriften op zeer uiteenlopende terreinen hetzelfde doel kan worden bereikt als met het intrekken en weigering van de vergunningen. -
-
De
zienswijze
leidt niet tot
aanpassing
van
het besluit.”