CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Verweerschrift (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Haspel 99-1297.377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hekkelman

Advocaten

Oranjesingel 6511 NJ

NV.

Postbus

1

6501

Nijmegen

T

www.nekkelman.nl

1094

3B

-

024

Nijmegen 58285

84

advocatuur@hekkelman.nl

Hekkel m d |

>

advocaten

B

Afdeling bestuursrechtspraak de

van

Raad

State

van

Postbus 20019 2500

EA

DEN

Tevens

Veilig

per

Nijmegen, Ons

HAAG

16

Mailen

december

met

webformulier

een

2024 Telefoonnummer

Uw

Ermelo/Ontwikkeling Haspel 20241358 4014222/3 HW/

kenmerk

(geanonimiseerd) |

202405754/1/R4

kenmerk

E-mail

Faxnummer

Betreft

-

-

(geanonimiseerd)

024

382

-

83

88

Verweerschrift beroep

bestemmingsplan VERWEERSCHRIFT Geacht

college,

advocaat-gemachtigde van de gemeenteraad van de gemeente Ermelo (hierna: ‘de raad') dien ik in bovenstaande beroepsprocedure, die betrekking heeft op het bestemmingsplan ‘Haspel 99-129’, het verweerschrift in. De procedure is bij u bekend onder zaaknummer 202405754/1/R4. Als

Het

verweerschrift

is als

volgt opgebouwd.

2.4,

ve.2 Inleiding 2 Het bestenmagsplanmmummete SN) DEFOED MOB van Beroepsgronden nee sesesesiueineednn ure neswsowsonese 3 AGeMEEnssnmmnn a eR 3 4 AERIUS=rappörtadeSunennenrnnnaeenmnnen 4 Berekening emissiewpallettabriekkmunsmernmwnsnitene Ruimtelijke samenhang

25

TOME

2.6.

AgRP

2e

Maximale

1

…..…..assersovnsrsensersenensneersenensneersenvensennranernoenensnenennenenmssnenenneeenneens

Eed.

eee

E22,

ane

2,

era

…sisuvsrverssrseerendinensnwieddsn

2E,

eN

22

mensenn

2.3:

nennen

AES

meneere

woe

tnt

reren

3.

planologische mogelijkheden Verzoek intrekken vergunningen eendenhouderijen Beroepsgronden Jacarja @.a.

Sd.

Beheer ensondernhoudbosstrookinamsumnmmnmmmamndstnm

28:

…

„.nsssrranssrendersenenr

Hekkeirnan advocaten

en

Hekkelman

NV. (KvK

Op onze

beperking

Notarissen

dienstverlening van

de

notarissen nr.

is

de

handelsnaam

09170507),

zijn van toepassing

aansprakelijkheid

is

de

waaronder

beide statutair

algemene

opgenomen.

Hekkeiman

wenen

voorwaarden

:

tte

Advocaten

gevestigd te Nijmegen,

wemesesna

snee

NV.

ieder

(KvK

voor

(zie www.hekkelman.nl)

nr.

09170462)

an

eigen rekening werken. waarin

onder andere

een

| notarissen

Hekkel man Pagina

2/20 92

Voorwaardelijke verplIChtINOG Beroepsgronden (geanonimiseerd) MN

4. dl,

VNG =niehtafstand

4,2,

Woon-

en

4,3.

Ruimtelinke

5.

Conclusie

1.

leefklimaat

…

….

deden

anemune

beleid. …..

14

eeeeneaeervanssennensnnnerernnnneeenn

eeen

eeen saret 15

enerverende

BHO

entre

Ed

OL

17

erneer

18

dte

nnee

OLO

EE

ECOLO

On

wenesaneen

„20

Inleiding

1.1.

Op

10

meeneem

Het 26

bestemmingsplan

maart

2024

heeft de

raad

het

bestemmingsplan ‘Haspel maakt

99-129’

bestemmingsplan’) vastgesteld. Het bestemmingsplan van een bestaande pallet- en timmerfabriek aan de Haspel

99-101

Ten

de

(hierna:

‘het

uitbreiding beoogde eindsituatie mogelijk, welke tot stand is gekomen na een uitgebreid participatieproces (net zoals bij de rest van het plan) en wat ook zal leiden tot een ruimtelijk betere situatie dan nu het geval is (dat was ook een voorwaarde van de gemeente om uitbreiding toe te staan). Reden is onder meer dat activiteiten in de eindsituatie inpandig gaan plaatsvinden. tweede

maakt

het

bestemmingsplan woningbouw

4014222/3

Ter

van

123a

aan

staat

het

eerste

tot de

Haspel 123a en de Haspel bestemmingsplan 10 reeds

mogelijk. plaatse Haspel vergunde woningen met een ondergeschikte zorgfunctie toe. Daarnaast staat het bestemmingsplan ter plaatse van de Haspel 123-129 de ontwikkeling van 24 kavels vrijstaande woningen en 8 sociale woningen toe. De planverbeelding die bij het bestemmingsplan hoort wordt hieronder weergegeven: 123-129

de

ten

de

voor

Hekkel man, Pagina

3/20

1,2,

Beroep partijen volgende partijen: aantal

Een

heeft

beroep ingesteld tegen

(geanonimiseerd) namens B

1.

stichting Mobilisation 5 september 2024;

de

coöperatie

for the

het

bestemmingsplan.

Mobilisation

Environment

(geanonimiseerd) van Schoenmaker Advocaten B

(hierna

for the

tezamen:

Het

gaat

Environment ‘de

MOB")

bij

om

en

de

de

brief

van

vennootschap onder firma mevrouw Recreatiepark Jacarja en haar vennoten, de heer (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) B. MN de heer gevestigd respectievelijk woonachtig (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN de Haspel 97 te (3852 LT) Ermelo (hierna: ‘Jacarja e.a.”) bij brief van 6 aan september 2024; en (geanonimiseerd) wonende aan de Haspel 121 te (3852 LR) Ermelo (hierna: U (geanonimiseerd) EW, brief van 11 2024. september (geanonimiseerd) bij B),

2.

en

3.

namens

de

BEN

MOB, Jacarja e.a. en BEM (geanonimiseerd) kunnen zich niet verenigen met (delen van) het bestemmingsplan. Zij verzoeken de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het bestemmingsplan (deels) te vernietigen. In de volgende paragrafen worden de om beroepsgronden nader besproken en weerlegd, De

Bij

brief

7 oktober

van

heeft

2024

verweerschrift

uw

Afdeling

raad

in te

aangegeven dat het wegens verweerschrift binnen de gegeven

het

namens

de

indienen

van

het verweerschrift.

Bij

van

31

brief

heeft de Met 2.

raad

raad

verzocht

oktober

om

een

om

ik

nadere

uw

Afdeling

uiterlijk

om

uiterlijk

4 november

16

december

een

nadere

2024

een

gegeven. De Afdeling verweerschrift in te dienen.

termijn

die termijn.

aan

Beroepsgronden

verzocht

termijn gereed te maken. Ik heb u daarom termijn van 6 weken te verlenen voor het

heeft

2024

verzocht

deze brief voldoe

raad

Bij brief van 30 oktober 2024 heb ik namens de vereist nader onderzoek voor de raad niet mogelijk was

een

om

de

dienen.

2024

MOB

2,1.

Algemeen beroep van de MOB ziet uitsluitend op het aspect stikstof. Volgens de MOB is het bestemmingsplan in strijd met het Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht vastgesteld omdat het plan mogelijk leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Hoofdargument is dat volgens de MOB een ontoereikend stikstofonderzoek met ontoereikende stikstofberekeningen aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt. Het

Mede

naar

toepassing

aanleiding

herstelbesluit

te

hersteld.

dat

Aan

beoordeeld

4014222/3

beroep van de MOB is de raad voornemens om, met de Algemene wet bestuursrecht (hierna: ‘Awb'), een waarin het bestemmingsplan op een aantal punten wordt

6:19

nemen

van

herstelbesluit wordt

stikstofberekeningen worden

het

van

artikel

van

ten

of,

een

nieuw

stikstofonderzoek

met

nieuwe

grondslag gelegd, waarin per ruimtelijke ontwikkeling niet gelet op de treffen mitigerende maatregelen,

al dan

zal

sprake

Ylekkel mai\ Pagina

4/20 kan zijn van significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kenmerken van de betreffende gebieden worden aangetast.

of dat de natuurlijke

In het nadere stikstofonderzoek zullen alle gehanteerde uitgangspunten nog een keer worden langsgelopen en zal waar nodig ook een nadere onderbouwing worden gegeven.

2. 2.

AERĨUS-rapportages

De MOB voert aan dat ten onrechte de volledige AERIUS-berekeningen bij het bestemmingsplan ontbreken. Volgens de MOB kunnen de berekeningen en de gehanteerde uitgangspunten nu niet gecontroleerd worden. De in de stikstofberekening gehanteerde uitgangspunten kunnen volgens de MOB daarom niet reëel en aannemelijk zijn. In dat kader stelt de MOB dat significante effecten niet zijn uitgesloten. Volgens de MOB kwalificeert het ontbreken van de berekeningen gelet op het vorenstaande als een motiveringsgebrek. Verder is volgens de MOB ook sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestemmingsplan omdat de berekeningen ook niet ter inzage zijn gelegd en evenmin de raadsvergadering aan de raad zijn voorgelegd. ,

in

Reactie: De raad merkt ten eerste op dat in het stikstofrapport bij de plantoelichting de relevante gehanteerde uitgangspunten voor de stìkstofberekeningen staan. Wat daar echter ook van zij zoals in de reactie in paragraaf 2. 1 van het verweerschrift is toegelicht zal op basis van een nieuw stikstofonderzoek inclusief stìkstofberekeningen een hersteìbesluit worden genomen. Het nieuwe stikstofonderzoek en de daaraan ten grondslag liggende stìkstofberekeningen zullen te zijner tijd separaat aan de MOB worden toegezonden. ,

,

,

,

,

2. 3.

Berekening emissie paiietfabńek De MOB voert aan dat de emissies van de palletfabriek onjuist zijn berekend. Daarbij verwijst de MOB naar de contra-expertise 'Evaluatie stikstofonderzoek bestemmingsplan Haspel 99-129 Ermelo' van GĩSPOINT. Volgens de MOB is bij de berekening van emissies in stookinstallaties (abusievelijk) gerekend met de concentratie stikstof per kubieke meter hout in plaats van de concentratie stikstof per kubieke meter rookgas. De MOB stelt dat er geen 2 kg maar 1. 214 kg NOx per jaar vrijkomt. ,

,

Tot slot merkt de MOB ook nog op dat in het stikstofonderzoek geen worst-case benadering gehanteerd zou zijn. Reactie: De raad verwijst naar paragraaf 2. 1 van het verweerschrift. Zoals de raad daar heeft toegelicht zal een hersteìbesluit worden genomen waaraan een nieuw stikstofonderzoek met bijbehorende stìkstofberekeningen ten grondslag zal worden gelegd. In het nieuwe stikstofonderzoek zal ook nader worden ingegaan op de emissies van de palletfabriek.

4014222/3

Ylekkel

mai\

Pagina

5/20

2. 4.

Ruimtelijke samenhang De MOB stelt zich op het standpunt dat in de stikstofberekeningen ten onrechte rekening is gehouden met de voorgenomen woningbouwontwikkeling en de uitbreiding van de pallet- en timmerfabriek als één ruimtelijke ontwikkeling. De MOB wijst er daarbij op dat gelet op het ontbreken van ruimtelijke samenhang de woningbouwontwikkeling en de uitbreiding van de pallet- en timmerfabriek twee afzonderlijke ontwikkelingen zijn. ,

Reactie: Zoals in de reactie in paragraaf 2. 1 van het verweerschrift is toegelicht zal er op basis van een nieuw stikstofonderzoek inclusief nieuwe stikstofberekeningen een herstelbesluit genomen worden. In dat nieuwe stikstofonderzoek zullen de woningbouwontwikkelingen en de (eindsituatie van de) pallet- en timmerfabriek als afzonderlijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden beschouwd. ,

,

,

2. 5.

Intern salderen De MOB stelt zich op het standpunt dat interne saldering met de eendenhouderijen ten behoeve van het bestemmingsplan niet mogelijk is. Reden hiervoor is volgens de MOB dat de eendenhouderijen waarmee Intern gesaldeerd wordt geen onderdeel uitmaken van de referentiesituatie (feítelijke planologisch legale situatie) omdat deze feítelijk al enige tijd niet meer in bedrijf zijn. ,

,

Daarbij wijst de MOB ten eerste op de stallen op de locatie Haspel 121-125. Volgens de MOB zijn die stallen al járen niet meer in gebruik. De MOB wijst erop dat de stal op het voorerf niet meer beschikt over een dak en dat een andere stal al deels is afgebroken waar ook bomen door het dak heen groeien. Verder merkt de MOB - onder verwijzing naar luchtfoto's op topotijdreis. nl - ook nog op dat de eendenhouderij aan de Haspel 121-125 ook nooit in werking is geweest conform de meest recente vergunning. Dit betekent volgens de MOB ook dat de vergunning waarmee wordt gesaldeerd is vervallen. ,

Ten tweede wijst de MOB op de stallen op de locatie Haspel 127-129. Ook die stallen zijn volgens de MOB al enige tijd feítelijk niet meer in gebruik. Daarbij wijst de MOB erop dat de stallen al járen leegstaan. De vergunde situatie is volgens de MOB niet relevant. Reactie: Wederom verwijst de raad naar paragraaf 2. 1 van het verweerschrift waarin is toegelicht dat er op basis van een nieuw stikstofonderzoek met bijbehorende nieuwe stikstofberekeningen een herstelbesluit worden genomen. In het nieuwe stikstofonderzoek zal per ruimtelijke ontwikkeling worden beoordeeld of al dan niet gelet op de treffen mitigerende maatregelen sprake kan zijn van significante gevolgen op Natura 2000-gebieden of dat de natuurlijke kenmerken van de betreffende gebieden worden aangetast. ,

2. 6.

AquaPri-arrest Verder voert de MOB ook aan dat de vergunningen van de eendenhouderijen waarmee wordt gesaldeerd ten onrechte niet passend beoordeeld zijn. Dit betekent volgens de MOB niet alleen dat een passende beoordeling vereist is maar ook dat moet worden ,

4014222/3

,

Hekkel man Pagina

6/20 intrekking van die vergunningen nodig is. Daarbij verwijst de MOB zogenoemde AquaPri-arrest van het Europese Hof van Justitie van 10 november (ECLI:EU:C:2022:864). beoordeeld

of

naar

het

2022

Reactie: Het

AquaPri-arrest

het

van

Hof

van

Justitie

van

10

november

2022,

verwijst, ziet op een casus in Denemarken over (ECLI:EU:C:2022:864) verleende In dat arrest ging het om een vergunning die was een in 2006 vergunning. verleend voor bepaalde tijd, waarin als voorschrift was opgenomen dat de voorzetting van het project afhankelijk was van het verkrijgen van een nieuwe vergunning. Het arrest is daarom alleen relevant indien de voortzetting van het project afhankelijk is van een nieuwe vergunning op grond van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn (hierna: VERD waarnaar

De

raad

arrest

sluit

aan

(HvJEU

10

bij

de

de

MOB

bij dit tekstpassage hierover in de annotatie van mr. (geanonimiseerd) WN onder M en R 2023/9, 5): 2022, ECLI:EU:C:2022:864,

november

overwegingen van het HvJ EU alleen van belang zijn in een vergunning (of nationale regeling) de voortzetting van de exploitatie afhankelijk stelt van de voorwaarde dat een nieuwe vergunning in de zin van art. 6 lid 3 Hri wordt verkregen (onderstreping door advocaat). In dat verband wijs ik op de conclusie van de A-G (Conclusie A-G 12 mei 2022, ECLI:EU:C:2022:383), waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen een nieuwe vergunning die slechts een ‘formaliteit’ is (randnr, 45 van deze conclusie) en een vergunning waarmee daadwerkelijk over de voortzetting van een activiteit wordt beslist (randnr. 46 van deze conclusie). Is sprake van een ‘formaliteit’ dan hoeft een nieuwe beoordeling onder art. 6 lid 3 Hr! niet aan de orde te zijn; is de in nationaal recht opgenomen vergunningplicht noodzakelijk om de vergunde activiteit te kunnen voortzetten, dan is, in de ogen van de A-G, een nieuwe beoordeling onder art. 6 lid 3 Hrl wél aan de orde als de eerdere beoordeling niet (meer) voldoet aan art. 6 lid 3 Hrl, Mogelijkerwijs is dit een onderscheid dat bij de formulering van de vergunningplicht “Het arrest laat zien dat de

situatie

voor

In

waarin

een

intern salderen

relevant kan zijn.”

aanvulling hierop wenst de raad het volgende te benadrukken: het bestemmingsplan is, anders dan in het AquaPri-arrest, geen toestemming waarvoor op grond van artikel 6, derde lid, van de Hrl een passende beoordeling is vereist; het bestemmingsplan gaat uit van intern salderen; en het bestemmingsplan kwalificeert, anders dan in het AquaPri-arrest, niet als een vergunning, laat staan de voortzetting van een vergunning, -

-__

aanvulling op het bovenstaande merkt de raad verder nog op dat in het geval van het AquaPri-arrest het al bij de vorige toestemming in rechte vast was komen te staan dat de beoordeling van die toestemming, vanwege het ontbreken van een cumulatietoets, gebrekkig was. Deze uitzonderingssituatie is voor het bestemmingsplan geheel niet aan de orde. De referentiesituatie voor het bestemmingsplan wordt namelijk niet ontleend aan een voormalige vergunning waarbij uit is gegaan van een passende beoordeling. Voor de referentiesituatie van het plan is ook niet gebleken dat de beoordelingsverplichting van artikel 6, derde lid, van de Hri niet is nagekomen. In

4014222/3

'Hekkel mai\ Pagina

7/20 De conclusie is dus dat het AquaPri-arrest niet relevant is voor voorliggende bestemmingsplanprocedure. De raad ziet in het aangevoerde bovendien geen reden voor een andersluidend oordeel dan in rechtsoverweging 6. 7 van de uitspraak van uw Afdeling over het'circuit Zandvoorť van 5 juli 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2587). De beroepsgrond slaagt niet.

2. 7.

Maximale planologische mogelijkheden Volgens de MOB is in het stikstofonderzoek ten onrechte niet gekeken naar de maximale planologische mogelijkheden. Volgens de MOB is het niet genoeg dat in artikel 3. 1 van de planregeis een koppeling met de uitgangspunten in het stikstofrapport is gemaakt. De MOB wijst er daarbij op dat het stikstofonderzoek geen duidelijk plafond geeft en dat de activiteiten enkel op hoofdlijnen zijn beschreven. Volgens de MOB is het onduidelijk of sprake is van overtreding wanneer de activiteiten zoals beschreven in het stikstofrapport uitgevoerd worden met een hogere emissie bijvoorbeeld doordat miiieuprestatìes van de biomassaverbrandingsinstallatie in de praktijk minder goed zijn dan waar in het stikstofrapport vanuit wordt gegaan. ,

Verder wijst de MOB er ook op dat het planologische bouwvlak binnen de bestemming 'Bedrijf' ter plaatse van de pallet- en timmerfabriek veel groter is dan de huidige bebouwing. ,

Volgens de MOB is onduidelijk welke activiteiten in welke loodsen zijn toegestaan welke stoffen wel en niet mogen worden gestookt.

en

Reactie: In het nieuwe stikstofonderzoek (zie paragraaf 2. 1 van het verweerschrift) zuilen zoals reeds opgemerkt de gehanteerde uitgangspunten nog een keer worden langsgelopen en zal waar nodig worden voorzien in een nadere onderbouwing. Indien nodig zal met het herstelbesluit ook een wijziging in de planregeis worden doorgevoerd. ,

,

,

2. 8.

Verzoek intrekken vergunningen eendenhouderijen Tot slot voert de MOB aan dat er sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het vaststellingsbesluit. Daartoe wijst de MOB erop dat zij reeds heeft verzocht om intrekking van de vergunningen van de eendenhouderijen als passende maatregel. Met dit verzoek heeft de raad ten onrechte geen rekening gehouden aldus MOB. ,

Reactie: De raad begrijpt de beroepsgrond van de MOB zo dat gedoeld wordt op de toetsing aan het additìonaliteitsvereiste. De raad merkt in eerste plaats op dat voor zover toepassing wordt gegeven aan intern salderen een toetsing aan het additionaliteitsvereiste niet aan de orde is. Ten tweede merkt de raad op dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan bovendien ook geen intrekkingsbesluit was genomen. Niet door de gemeente noch door het college van gedeputeerde staten. ,

,

4014222/3

Ylekkel mai\ Pagina

8/20 Tot slot merkt de raad op dat in het nieuwe stikstofonderzoek (zie paragraaf 2. 1 van het verweerschrift) zoals reeds opgemerkt ook zal worden ingegaan op de înzet van mitigerende maatregelen waarbij ook aandacht zal worden besteed aan het additionaliteitsvereiste. ,

3.

Beroepsgronden Jacarja e. a. Het beroep van Jacarja e. a. ziet uitdrukkelijk uitsluitend op het plandeel dat ziet op (de eindsituatie van) de pallet- en timmerfabriek op het perceel aan de 99-101 Volgens Jarcarja e. a. is de landschappelijke inpassing in dat plandeel onvoldoende geborgd Jacarja e. a. wijzen daarbij op een aantal omissies. ,

31

Beheer en onderhoud bosstrook Jacarja e. a. voeren aan dat het beheer en onderhoud van de bosstrook achter het perceel aan de Haspel 99 direct grenzend aan het perceel van Jacarja e.a. in het landschappelijk inpassingsplan ten onrechte niet is geborgd. Reden is volgens Jacarja e. a. dat in het landschappelijk inpassingsplan in de paragraaf'beheer en onderhoud' niet is ingegaan op het beheer en onderhoud van de bosstrook. Daarbij wijzen Jacarja e. a. erop dat in de'Beheervisie en beheerplan Haspel 99-129' een dergeiijke omschrijving wel is opgenomen maar dat dat stuk geen onderdeel uitmaakt van de planregels. Jacarja e. a. stellen voor om alsnog een beschrijving van de wijze van beheer en onderhoud van de bosstrook op te nemen. ,

,

,

,

,

Reactie: Zowel de woningbouw als de (eindsituatie van de) pallet- en timmerfabriek moet goed landschappelijk worden ingepast. Daartoe is ook een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit betreft het 'Landschappelijk inpassingsplan Haspelstrook te Ermelo Haspel 99-129' van juni 2023zoals opgenomen als bijlage 4 bij de piantoelichting en bijlage 3 bij de planregels (hierna: 'landschappelijk inpassingsplan'). Hieronder wordt de beoogde landschappelijke inpassing weergegeven: ,

,

Het recreatiepark van Jacarja e. a. ligt direct ten westen van het plangebied aangrenzend aan het perceel van de pallet- en timmerfabriek. Tussen het recreatiepark van Jacarja ,

4014222/3

Ylekkel mai\ Pagina

9/20 e. a. en de pallet- en

timmerfabriek moet volgens het landschappelijk inpassingsplan een bosstrook aangeplant worden. Tegen die achtergrond is aan die strook in het bestemmingsplan ook de bestemming 'Bos' toegekend. Daarnaast moet op die strook ook een grondwal gerealiseerd worden en in stand worden gehouden. Om díe reden rust op dat stuk grond ook de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos - bos en beplante grondwal' waar gelet op artikel 4. 1 onder d van de planregels 'een grondwal van minimaal 10 meter breed en 475 meter hoog met bomen en struiken als geluidwerende voorziening en daarnaast bos met bomen en struiken ten behoeve van visuele afscherming en landschappelijke inpassing van de pallet- en timmerfabriek' is toegestaan. De grondwal is reeds vergund en gerealiseerd. Op onderstaande uitsnede van de plankaart wordt de locatie van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos bos en beplante grondwal' weergegeven (het oplichtende deel binnen de rode omìijnen en ter plaatse van de rode iocatiebutton): ,

,

,

Dat de hiervoor bedoelde bosstrook en de grondwal tussen de pallet- en timmerfabriek en het recreatiepark Jacarja ook daadwerkelijk moet worden gerealiseerd en in stand worden gehouden is geregeld in de voorwaardelijke verplichtingen zoals opgenomen in artikel 12. 4 en 12. 6 van de planregels In die artikelen is geregeld dat bouw en gebruik van de gronden overeenkomstig de bestemmingen alleen is toegestaan voor zover landschappelijke inpassing conform het landschappelijk inpassingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden (artikel 12. 4) en voor zover een grondwal conform het landschappelijk inpassingsplan is gerealiseerd en in stand wordt gehouden (artikel 12.6) De raad meent dat de realisatie en in stand houding van de bosstrook conform het landschappelijk inpassingsplan hiermee voldoende is geborgd. ,

,

Om echter enige discussie over de wijze van instandhouding en het onderhoud van de bosstrook te voorkomen en om tegemoet te komen aan de beroepsgrond van Jacarja e.a. zal de raad in het herstelbesluit een geactualiseerd landschappelijk inpassingsplan als bijlage bij de planregels bijvoegen waarvan ook de beschrijving van de wijze van ,

,

4014222/3

,

Vlekkel mai\ Pagina

10/20 onderhoud van de bosstrook onderdeel Haspel 99-129').

uitmaakt (conform de 'Beheervisie en beheerplan

Tot slot merkt de raad op dat hij heeft geconstateerd dat de strekking van de huidige planregeling duidelijk is maar dat de regelingen desondanks op dit moment nog niet voldoende sluitend zijn. De geconstateerde gebreken lenen zich echter voor herstel. De raad zal dat in het herstelbesluit meenemen. De raad verwijst hiervoor naarde reactie in paragraaf 3. 2 van het verweerschrift. ,

3. 2.

Voorwaardelijke verplichting Verder voeren Jacarja e. a. aan dat de voorwaardelijke verplichting zoals opgenomen in artikel 12. 4 van de planregels onvoldoende is. Daarbij wijzen Jacarja e. a. erop dat in artikel 12. 4 van de planregels is geregeld dat het gebruiken of laten gebruiken van gronden alleen is toegestaan indíén de landschappelijke inpassing van de direct aansluitende gronden binnen driejaar na het onherroepelijk worden de benodigde omgevingsvergunning gerealiseerd wordt maar dat niet duidelijk is wat onder'benodigde omgevingsvergunningen' wordt verstaan. Daarnaast kan volgens Jacarja e. a. op deze manier gewacht worden met de landschappelijke inpassing totdat het gehele plangebied ontwikkeld is. ,

,

Omdat het plangebied volgens Jacarja e. a. uit twee delen bestaat (de (uitbreiding van de) pallet- en timmerfabriek en de woningbouwontwikkeling) moet volgens Jacarja e. a. ,

onderscheid worden gemaakt tussen de landschappelijke inpassing van de pallet- en timmerfabriek en de landschappelijke inpassing van de woningbouwontwikkeling. Verder wijzen Jacarja e. a. er ook op dat de koppeling met een omgevingsvergunning niet handig is omdat dan de situatie kan ontstaan wanneer voor het deelgebied met de bestemming 'Bedrijf' geen omgevingsvergunningen worden aangevraagd landschappelijke inpassing dus ook uit kan blijven. De omstandigheid dat er een exploitatieovereenkomst met realisatieafspraken is gesloten doet daar volgens Jacarja e.a niet aan af. Jacarja e. a. stellen gelet op het bovenstaande voor om artikel 12. 4 en artikel 12. 6 van de planregels te wijzigen en met die wijziging 'de benodigde omgevingsvergunningen' te koppelen aan de deelgebieden van het bestemmingsplan én toe te voegen dat de verplichting tot het landschappelijk inpassen ook geldt als er geen omgevingsvergunning wordt aangevraagd. ,

,

,

,

Reactie: Zoals reeds opgemerkt is het de bedoeling dat zowel de woningbouwontwikkeling als de (eindsituatie van de) pallet- en timmerfabriek goed landschappelijk wordt ìngepast conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 4 bij de plantoelichting en bijlage 3 bij de planregels. ,

Met het oog op borging van realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing van de woningbouwontwikkeling en de (uitbreiding van de) pallet- en

4014222/3

ÌHekkel mai\

Pagina

11/20

timmerfabriek en de realisatie en instandhouding van de grondwal 12. 4 en artikel 12. 6 in de planregels opgenomen.

heeft de raad artikel

,

Artikel 12. 4 van de planregels bepaalt dat het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken slechts is toegestaan indien de landschappelijke inpassing van de gronden binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de benodigde omgevingsvergunningen of indien geen vergunningplicht meer geldt binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan en het beeldkwaliteitsplan. ,

,

,

Artikel 12. 4 van de planregels luidt: " 12.4 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruik of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken is slechts toegestaan indien de landschappelijke inpassing van de gronden is gerealiseerd en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden: overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in 1. bijlage 3 ; 2. binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de benodigde omgevingsvergunningen of indien geen vergunningplicht meer geldt binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan ; overeenkomstig het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 4. " 3. ,

,

,

,

In artikel 12. 6 van de planregels is verder geregeld dat het gebruik of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken slechts is toegestaan indien binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos- bos en beplante grondwaľ binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de benodigde omgevingsvergunningen of indien geen vergunningplicht meer geldt binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan een grondwal van minimaal 10 meter breed en 475 meter hoog is gerealiseerd en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan. Artikel 12. 6 van de planregels luidt: ,

,

,

,

,

" 12.6 Voorwaardelijke verplichting - grondwal Het gebruik of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken is slechts toegestaan indien een grondwal mede als geiuidwerende voorziening van minimaal 10 meter breed en 475 meter hoog ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - bos en beplante grondwaľ is gerealiseerd en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden: overeenkomstig met het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in 1. bijlage 3 ; 2. binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de benodigde omgevingsvergunningen of indien geen vergunningplicht meer geldt binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan ; " ,

,

,

,

,

,

4014222/3

,

ÌHekkel mai\

Pagina

12/20 Alhoewel de bedoeling van beide bepalingen naar oordeel van de raad duidelijk is heeft de raad mede naar aanleiding van de beroepsprocedure ook geconstateerd dat de huidige regeling niet voldoende sluitend is en daarnaast ook tot onwenselijke situaties kan leiden. De raad heeft het volgende geconstateerd: het is niet voldoende duidelijk wat met 'de benodigde omgevingsvergunningen' bedoeld wordt en wat er gebeurt als er geen omgevingsvergunningen meer nodig zijn en/of niet worden aangevraagd ; het is onwenselijk dat de woningbouwontwikkeling afhankelijk wordt gesteld van de landschappelijke inpassing/ het realiseren van een grondwal van/bij de pallet,

,

,

en -

timmerfabriek (en andersom) ;

de voorwaardelijke verplichtingen zien onbedoeld ook op bestaand (legaal) gebruik en houden daarom onbedoeld een gebodsbepaling in.

De raad is voornemens om bovengenoemde gebreken in het herstelbesluit te herstellen. De raad wil dat doen door artikel 12. 4 en 12. 6 uit de planregels te schrappen en daarvoor in de plaats voorwaardelijke verplichtingen op te nemen die specifiek gelden voor de bestemming 'Wonen' en de bestemming 'Bedrijf' De voorwaardelijke verplichting om te voorzien in landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de planregels voor de bestemming 'Wonen' geldt dan alleen voor de landschappelijke inpassing in het deelgebied waarde woningbouwontwikkeling wordt voorzien. De voorwaardelijke verplichting om te voorzien in landschappelijke inpassing en een grondwal zoals opgenomen in de planregels voor de bestemming 'Bedrijf' geldt alleen voor de landschappelijke inpassing en de grondwal in het deelgebied waar de pallet- en timmerfabriek is gevestigd. Op die manier wordt de landschappelijke inpassing/ de realisatie van de grondwal voor beide ontwikkelingen uit elkaar getrokken. Daarnaast wordt de termijn alleen nog gekoppeld aan het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Op die manier worden discussies over het begrip 'vereiste omgevingsvergunningen' weggenomen. Met deze wijzigingen komt de raad ook tegemoet aan de beroepsgrond van Jacarja e. a. ,

Concreet zal de raad in het herstelbesluit voor de bestemming 'Bedrijf' in de specifieke gebruiksregels artikel 3. 3. 2 en artikel 3. 3. 3 toevoegen. Artikel 33.2 ziet op de borging ,

van de

landschappelijke inpassing en komt als volgt te luiden: " Artikel 3. 3. 2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik of laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 3. 1 opgenomen bestemmingsomschrijving is voorzover het gaat om de nieuwbouw een uitbreiding en/of wijziging van de reeds bestaande bebouwing en/of een uitbreiding en/of wijziging van het bestaande gebruik op het perceel aan de Haspel 99-105 alleen toegestaan indien binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan deelgebied 1 zoals weergegeven in bijlage @ bij de planregels landschappelijk is ingepast en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij de planregels en het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 4 bij de planregels. " ,

,

,

,

4014222/3

,

Vlekkell mai\ Pagina

13/20 Artikel 3. 3. 3 ziet op de borging van de grondwal en komt als volgt te luiden: " Artikel 3. 3. 3 Voorwaardelijke verplichting grondwal Het gebruik of laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 3. 1 opgenomen bestemmingsomschrijving is voor zover het gaat om de nieuwbouw een uitbreiding en/of wijziging van de reeds bestaande bebouwing en/of een uitbreiding en/of wijziging van het bestaande gebruik op het perceel aan de Haspel 99-105 alleen toegestaan indien binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bos - bos en beplante grondwal' een grondwal van minimaal 10 meter breed en 475 meter hoog is gerealiseerd en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij de plan regels. " ,

,

,

,

In de planregels over de bestemming 'Wonen' voegt de raad in de specifieke gebruiksregels artikel 9. 4. 3 toe. Dit artikel ziet op de borging van de landschappelijke inpassing van het deelgebied waar de woningbouw komt en komt als volgt te luiden: " Artikel 9. 4. 3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De bouw en ingebruikname van nieuwe woningen overeenkomstig de in artikel 9. 1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien binnen 3 jaar na het onherroepelijk van het bestemmingsplan deelgebied 2 zoals weergegeven in bijlage @ bij de planregels landschappelijk is ingepast en duurzaam wordt onderhouden en in stand wordt gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 3 bij de planregels en overeenkomstig het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in bijlage 4 bij de planregels. " ,

,

Om duidelijk te maken wat wordt bedoeld met 'deelgebied ľ en 'deelgebied 2' zal in de bijlagen bij de planregels onderstaande verbeelding worden opgenomen.

4014222/3

Hekkel man, Pagina

14/20

De

raad

wenst

tot

slot

nog

aan

Jacarja

e.a.

toe

te lichten

waarom

de

nieuwe

voorwaardelijke verplichtingen alleen nog zullen zien op nieuwe woningen en de uitbreiding en/of wijziging van de pallet- en timmerfabriek. Een dergelijke wijziging is noodzakelijk omdat het gelet op de Wet ruimtelijke ordening niét mogelijk is om gebodsbepalingen in de planregels op te nemen. Wanneer de voorwaardelijke verplichtingen ook zouden zien op bestaand legaal gebruik, dus op bestaande (legale) woningen en de bestaande (legale) pallet- en timmerfabriek, zou dat een gebodsbepaling inhouden. Er wordt dan immers een directe verplichting om de landschappelijke inpassing/ de grondwal te realiseren opgelegd. Een dergelijke bepaling is juridisch niet houdbaar en kan door de bestuursrechter in een eventuele handhavingsprocedure zelfs, vanwege evidente strijd met de Wet ruimtelijke ordening, onverbindend verklaard worden. Zie ter illustratie een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel van 1 oktober 2024 (ECLI:NL:RBOVE:2024:5100, r.o. 10.2.6) waarin de bestuursrechter oordeelde dat een aantal bepalingen niet voorzagen in een voorwaardelijke verplichting, maar in een directe plicht om de landschappelijke inpassing te realiseren. De bestuursrechter oordeelde dat dit gebod zich niet verdroeg met de Wet ruimtelijke ordening, waardoor de bepalingen onverbindend werden verklaard. 4.

(geanonimiseerd) _ Beroepsgronden

Het

beroep

toestaan geen

van

van

bezwaar

4014222/3

(geanonimiseerd) ziet uitdrukkelijk uitsluitend MEN

woningbouw heeft

tegen

op de

op

het

plandeel dat

Haspel perceel EM andere percelen/ ontwikkelingen. het

aan

de

1235.

ziet op

(geanonimiseerd) merkt

het

op dat

hij

Hekkel man, Pagina

15/20 4.1.

VNG-richtafstand

(geanonimiseerd) voert

bestemmingsplan ten onrechte woningbouw toestaat binnen meter van zijn paardenmennerij. Daarbij wijst MN (geanonimiseerd) op de voorziene woningbouw op het perceel aan de Haspel 123a. Volgens (geanonimiseerd) s ten onrechte geen rekening gehouden met de omstandigheid dat op zijn perceel, aan Haspel 121, een bestemming ‘recreatie-paardenmennerij’ is toegekend en dat hij daarvoor ook beschikt. Volgens over een milieuvergunning (geanonimiseerd) leidt het afwijken van de VNGrichtafstand tot een (onaanvaardbare) beperking van zijn bedrijfsvoeringmogelijkheden, gelet op de aspecten licht, stof, geluid en geur, Daarbij wijst (geanonimiseerd) BEW ook op de op zijn perceel aanwezige buitenbak en voer- en vaste mestopslagen. de

aan

VNG-richtafstand

dat

het

van

30

Reactie:

bestemmingsplan staat ter plaatse van de bestemmingsvlakken ‘Wonen’ 10 woningen met een ondergeschikte zorgfunctie, 8 sociale woningen en 24 vrijstaande woningen toe. De zuidwestzijde van de bestemmingsvlakken ‘Wonen’ grenst nagenoeg aan de paardenmennerij van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) mean de Haspel 121, Op het perceel van | Tonselse Veld 2014’ de bestemming waar op grond van het vigerende ‘Bestemmingsplan ‘Recreatie’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie paardenmennerij’ geldt, worden is niét toegestaan). mogen paarden gehouden (een manege Het

—

zuidwestelijk gelegen bestemmingsvlak ‘Wonen’, waarbinnen nieuwe vrijstaande woningen worden toegestaan, tot aan het perceel van (geanonimiseerd) bedraagt circa 7,6 meter. De afstand van de overige bestemmingsvlakken met de bedraagt ten minste 50 meter. bestemming ‘Wonen’ tot aan het perceel van (geanonimiseerd) A onderstaande Zie ter illustratie afbeelding: De afstand

4014222/3

van

het

meest

Afstand

en

Afstand:

7.62

oppervlakte meten m

3

Hekkel Pagina

16/20 is, anders dan MW, (geanonimiseerd) van vrijstaande woningen op relatief korte raad

De

niet wordt voldaan

staan.

Dat

af. Ter

nadere

toelichting

VNG-brochure

In de

paardenfokkerij. In dit

geval

of

van

een

meter

ook

dan

zijn

dat

afstand

van

het

alleen

richtafstanden

geldt,

In

van

30

meter

voor

een

doet

daar

niet

aan

volgende, opgenomen

gemengd

een

manege en voor een richtafstand van 30 meter.

raad

van

van

oordeel

een

gebied, een manege (dat is uitdrukkelijk

niet

het, gelet op de aard, omvang en intensiteit het gebruik, ruimtelijk aanvaardbaar is om 3 woningen op een korte afstand van de paardenmennerij van BN (geanonimiseerd)toe te staan. De raad heeft daarvoor de volgende Hoe

drie

toegestaan) paardenfokkerij. In zoverre is het de vraag of de VNG-richtafstand van 30 van toepassing moet worden verklaard op onderhavige situatie.

ook is de

géén sprake

ruimtelijk aanvaardbaar is om het perceel van BE (geanonimiseerd) toe te

het

de VNG-richtafstand

aan

strekt

Daarvoor

is echter

oordeel

dat

van

redenen: -

-

bedrijfsbebouwing (stallen, schuren, mestcontainer etc.) ligt aan de andere kant van het perceel, op ruime afstand van de woonbestemming/bouwvlakken binnen de woonbestemming; de kortste afstand tussen de bedrijfsbebouwing en de bouwvlakken in de o woonbestemming bedraagt circa 43 meter; o de kortste afstand tussen de bedrijfsbestemming en de woonbestemming bedraagt circa 36 meter; \s het o gelet op de ligging van het bouwvlak op het perceel van (geanonimiseerd) ook om de dichter de niet planologisch mogelijk bedrijfsbebouwing bij woonbestemming te realiseren; de afstand tussen het dierenverblijf (lees: paardenstallen) en de bouwvlakken binnen de woonbestemming bedraagt tenminste 50 meter, waarmee ook wordt de

voldaan

de

aan

50-meter-afstandseis

voor

van de (zie ook paragraaf 4.1.4 van van 23 januari 2024); Omgevingsdienst de afstand tussen locatie van de mestopslag conform de milieumelding van 2018 (zie de afbeelding hieronder) en de bouwvlakken binnen de woonbestemming bedraagt eveneens ten minste 50 meter; de afstand tussen de locatie van de mestopslag conform de milieumelding van 2018 (zie de afbeelding hieronder} en de woonbestemming bedraagt circa 45 meter;

milieubeheer

-

-

geur uit het Activiteitenbesluit de plantoelichting en het advies

|mtticumetdine 4014222/3

2018

voor

uitbreiding stal. Mestopslag nog steeds achter de stal.

Hekkel man, Pagina

17/20

-

-

kant

woonbestemmingen liggen met name weilanden waar de paarden grazen, hetgeen voor weinig tot geen overlast zal zorgen; de paarden(buiten)bak ligt op een korte afstand tot de woonbestemming, maar zal ook beperkt tot overlast leiden, omdat: het rijden in/ gebruik van de buitenbak maar op korte momenten van de o dag plaatsvindt; o tussen de woonbestemming en het perceel van (geanonimiseerd) een groenstrook ligt (met de bestemming ‘Natuur’), waar volgens het landschappelijk inpassingsplan een houtwal (met bijvoorbeeld eiken, berken en essen) en zoomvegetatie (met bijvoorbeeld meidoorn, sleedoorn, lijsterbes en vuilboom) gerealiseerd moet worden en/of in stand moet worden gehouden (zie ook pagina 7 van het landschappelijk inpassingsplan). aan

van

de

punt merkt de raad op dat de raad in het geactualiseerde landschappelijke inpassingsplan dat met het herstelbesluit als bijlage bij de planregels zal worden gevoegd (zie ook paragraaf 3.1 van het verweerschrift), een aanvullende eis zal worden opgenomen ten aanzien van de groenstrook tussen de woonbestemming op het perceel Haspel 123a en het perceel van BM (geanonimiseerd) aan de Haspel 121. Die aanvullende eis die zal inhouden dat op groenstrook een hoge, groenblijvende groenvoorziening moet worden geplaatst, waardoor eventuele stofoverlast als gevolg van gebruik van de paardenpak voorkomen wordt (maar ook bijvoorbeeld eventuele lichtoverlast). betreft

Gelet

op

het vorenstaande

4,2.

Woon-

en

het

laatste

Voor wat

slaagt

beroepsgrond

de

niet.

leefklimaat

(geanonimiseerd) wijst erop DE

omgevingsvergunning is verleend voor de de Haspel 123a. BEN realisatie van 10 zorgwoningen op perceel (geanonimiseerd) ken zich met de in 2023 vergunde ontwikkeling verenigen. (geanonimiseerd) BEN ken zich echter niet de de 15 extra woningen en ontsluitingsweg die het bestemmingsplan op verenigen met het perceel mogelijk maakt. In dat kader voert (geanonimiseerd) aan dat door de 15 extra woningen en de ontsluitingsweg die vlak langs zijn perceel loopt, zijn woon- en leefklimaat (onaanvaardbaar) wordt aangetast. In dat kader wijst (geanonimiseerd) BM erop dat van van 30 mei 2023, in het de inrichtingstekening die hoorde bij de omgevingsvergunning dat

op

30

mei

2023

al

een

het

aan

MMM

bestemmingsplan

helemaal

niets

meer

over

is.

Reactie:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo inderdaad al een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en in gebruik nemen van 10 woningen met een ondergeschikte zorgfunctie op de locatie Haspel 123a in Ermelo. Met het bestemmingsplan zijn die 10 woningen met een ondergeschikte zorgfunctie positief bestemd. Op

30

mei

2023

heeft

het

bestemmingsplan ter plaatse van de Haspel 123-129 de ontwikkeling van 8 nieuwe sociale woningen en 24 nieuwe vrijstaande woningen toe. Het is logisch dat de inrichting van het gebied wat gewijzigd is ten opzichte van de in mei 2023 vergunde situatie. Er komen immers meer nieuwe woningen bij dan waar toen vanuit is gegaan. In Daarnaast

4014222/3

staat

het

Hekkel Pagine

18/20 het

kader

bestemmingsplan landschappelijke inpassing (nu voor inpassingsplan vastgesteld. In de

van

het

plantoelichting

is per

woningbouwontwikkeling benadrukt

daarbij

ingepast,

nog waardoor de

minimum

worden

heeft de het hele

aspect uitgebreid oordeel

naar

keer

een

dat

daarom

onderbouwd

dat

de

waarom

de

(gehele)

raad

BN

op het woon- en leefklimaat van (geanonimiseerd) tot een Sterker beperkt. nog, de maatregelen uit het landschappelijk zullen ervoor zorgen dat er in het plangebied een meer natuurlijke effecten

inpassingsplan leefomgeving voor zowel mensen als dieren ontstaat. Dat van de oude en huidige situatie, gelet op de aanwezigheid Voor

en

ruimtelijk aanvaardbaar is. De raad woningbouw goed landschappelijk zal worden

van

de

opnieuw gekeken naar de plangebied) en een nieuw landschappelijk raad

zover

(geanonimiseerd) BN wijst

merkt

perceel, het beperkt

de

raad

op nieuwe

op het mogelijk maken dat de effecten daarvan

van

is

een

van

een

evenwel

verbetering ten opzichte (oude) eendenhouderijen.

ontsluitingsweg langs zijn beperkt zullen zijn, gelet op

woningen dat in het plangebied wordt toegestaan. Te meer plangebied op twee plekken wordt ontsloten en dat circa de helft van het woonverkeer niet via de ontsluitingsweg aan de kant van het perceel zal rijden. Daarnaast wijst de raad er ook nog op dat in de oude situatie op de percelen naast B (geanonimiseerd) zaten waardoor ook de (geanonimiseerd) bedrijven gevestigd, nodige verkeersbewegingen BM agrarische dicht bij het perceel van (geanonimiseerd) BEN p'aatsvonden, onder meer door zwaar verkeer. omdat

aantal

het

onaanvaardbaar concreet De 4.3.

(geanonimiseerd) niet concreet waardoor zijn woonBEM

maakt

Overigens

wordt

In

zoverre

is het

voor

de

raad

de

extra

leefklimaat ook

niet

mogelijk

om

te voeren.

verweer

beroepsgrond slaagt Ruimtelijk

aangetast.

en

niet.

beleid

B

Tot slot voert (geanonimiseerd) aan

woningen (ten opzichte van vergunde zorgwoningen) op perceel Haspel 123a ook in strijd is met landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarbij wijst (geanonimiseerd) BEE met name op basis waarvan alleen nieuwe bebouwing de zogenoemde ‘Rood-voor-Rood-regeling’, op kan worden toegestaan, als bestaande (agrarische) bebouwing daarvoor in de plaats wordt gesloopt. Volgens (geanonimiseerd) is er geen bebouwing op het perceel aanwezig dat BE gesloopt kan worden ten behoeve van de 15 extra woningen. de

reeds

dat

#0

de

realisatie

van

het

15

aan

de

BM

Ook

wijst (geanonimiseerd) op het beleid om het buitengebied zoveel mogelijk te ontstenen en het behouden van openheid. Gelet daarop is woningbouw in het buitengebied volgens (geanonimiseerd) niet passend en onwenselijk. BN Reactie:

woningbouwontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt, in overeenstemming met het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid. De raad verwijst daarvoor ook naar hoofdstuk 3 van de plantoelichting, waarin is ingegaan op de toetsing aan het beleid. De raad heeft daar onderbouwd dat en waarom

Anders

dan

4014222/3

(geanonimiseerd) Bste!t,

is de

Hekkel Pagina

19/20 bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid (paragraaf 3.1), provinciaal beleid (paragraaf 3.2) en het gemeentelijk beleid (paragraaf 3.3).

het

het

Voor

zover

regeling’

(geanonimiseerd) meent dat niet zou BM

merkt

de

raad

ten

eerste

worden

dat

op

voldaan

‘de

aan

Rood-voor-rood-

(geanonimiseerd) niet concreet BN

dan

echter

zou

gaan.

buiten

het

Daarnaast

toepassingsbereik

afbeelding. Daarop Functieverandering rode

merkt

de

van

raad

zwarte

2021

aangegeven.

op

plaatse

ter

die structuurvisie.

stippellijn

is met

dat

maakt

welk

om

beleid

plangebied ook doelt op niet een dergelijke regeling van toepassing is, De raad verwacht dat (geanonimiseerd) BM de sloopregeling uit de Structuurvisie Functieverandering 2021. Het plangebied valt dat

Het

het

van

Zie ook

het

toepassingsgebied plangebied bevindt zich

onderstaande de Structuurvisie

voor

plaatse

ter

de

van

locatiebutton.

ps

@

Fuactieverande

nd

|

en Eea sere

Ca

PLEKINFO

en,

en

DOCUMENTEN

Geen plek info gevonden Et is

Ger ane

KEMPAERKEN

van dit

(nog) geen plekinto gevonden plan.

Konstoleer of de deopgevraagde locate In het plaa tigtinde door binnen grenzen het pian Klikken kaan. van

tre |_

te

dìt dan tesukaatoplevers kan het is. vaarkomen geen plekdnfo beschikbaar Raadpleeg Wanneer

geen

er

de documenten

K,

over

voor meer

informatie

her plan.

8

u

je /

Voor

zover

ontstening,

se

(geanonimiseerd) wijst op BM merkt

de

raad

het behouden

verder

openheid en het (geanonimiseerd) MMM wederom niet

op dat Concreet

stimuleren

van

concreet

van

maakt

om

mogelijk. Wel wenst de raad op te de raad de woningbouwontwikkeling juist een gunstige ontwikkeling vindt ten opzichte van de huidige inrichting van het plangebied, In de huidige situatie zijn er oude, deels vervallen stallen aanwezig met veel verstening. Het plan is door middel van uitgebreide participatie en de provincie tot stand gekomen. Met het bestemmingsplan wordt het agrarische gebruik wegbestemd en wordt een woningbouwontwikkeling mogelijk gemaakt, waarbij de woningtypen goed aansluiten bij de al bestaande woningtypen in de omgeving (met name ruime vrijstaande woningen) en waarbij met de nieuwe inrichting de ruimtelijke, landschappelijke en natuurlijke kwaliteit welk

wordt

beleid

het

precies

verbeterd.

Uitgangspunt landschap en

is

Het om

zou

gaan. merken dat

verweer

voeren

is in

zoverre

niet

groene karakter van de locatie wordt behouden en versterkt. met de beoogde ontwikkeling aan te sluiten bij het historische

gelegd door bestaande bomen en bosranden te benutten en te versterken met nieuwe aanplant. Bomen en bosranden worden benut om de identiteit te bepalen, woningen worden ontwikkeld in zogenaamde boskamers (van het ruimtelijk raamwerk). De overgang van ‘woonmilieu! naar ‘boslandschap' vindt plaats door middel van het benadrukken van de

4014222/3

de

aanwezige

flora

en

fauna.

De

relatie

met

het

bos

wordt

Hekkel man, Pagina

20/20 hoogteverschillen. De

De

kernkwaliteiten

bestaande het

van

voorliggende

ontwikkeling,

Verder

de

wenst

raad

er

woningbouwontwikkeling

landschapsstructuren blijven zoveel mogelijk Nationale Landschap worden verder versterkt met

nogmaals

op

te

hier niet gaat om onbebouwde gronden. De

wijzen

dat

het

behouden.

een

op en tussen reeds vindt plaats ter plaatse

van oude agrarische bedrijven en ter woningbouwontwikkeling plaatse van bestaande bebouwing en verharding. Daarnaast zijn in de directe omgeving ook diverse agrarische bedrijven (waaronder die van BEM (geanonimiseerd) zelf) aanwezig en ligt het plangebied ook in de directe nabijheid van een aantal recreatieparken. Gelet daarop acht de raad dit juist een passende en gewenste locatie voor de voorliggende woningbouwontwikkeling.

De

beroepsgrond

5.

Conclusie

treft geen

doel,

Jacarja e‚a. geldt dat de raad aan de slag gaat met het opstellen van een herstelbesluit (zie paragraaf 2 en paragraaf 3 van het verweerschrift). Wanneer het herstelbesluit is genomen, zal deze zo spoedig mogelijk aan uw Afdeling en appellanten worden toegezonden.

Ten

aanzien

het

beroep

van

de

MOB

en

het

beroep

van

beroep van (geanonimiseerd) BWM geldt dat de beroepsgronden geen doel treffen. Het beroep moet ongegrond verklaard worden. Om tegemoet te komen aan de vrees van (geanonimiseerd) za de raad volledigheidshalve wel in het geactualiseerde BER landschappelijke inpassingsplan een extra borging voor het realiseren van groenstrook opnemen (zie paragraaf 4.1 van het verweerschrift). het

Ten

aanzien

Met

vriendelijke groet,

Hekkelman

van

Advocaten

N.V,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Advocaat

4014222/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16806736/1