Uitspraak e260027722 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState
Raad
500
Postbus
3850
|
Ermelo
de gemeente
van
AM
|
ERMELO
Datum
Gemeente
1
Ermelo 1 7 NOV. 2025
|
| Uw
Ons nummer
13 november
B
Pagina 1 van
kenmerk
202503421/2/R4
2025
Onderwerp
Inlichtingen
Ermelo TAM omgevingsplan
(geanonimiseerd) Procedure
Voorlopige
voorziening
Geachte
heer/mevrouw ,
In bovengenoemde procedure daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak
Aangezien
dit bericht
heeft de Afdeling treft
u
geautomatiseerd
hierbij
uitspraak gedaan.
De
Beek
77
De procedure
is
aan.
is aangemaakt ,
is dit niet ondertekend.
Hoogachtend , de griffier
4398976(CAO) 8976( )
Postbus
Bij
ee
20019
2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden -
13 80
-
www. raadvanstate. nl
Raad
vanState 202503421/2/R4. Datum
uitspraak:
13 november
2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak
de voorzieningenrechter van van de Raad van State op een verzoek om voorziening (artikel 8:81 van de Algemene in het geding tussen: van
de Afdeling bestuursrechtspraak het treffen van een voorlopige wet bestuursrecht , hierna: Awb)
(ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) verzoekers ,
en
de raad van verweerder.
de gemeente
Ermelo ,
202503421/2/R4
2
13
november
2025
Procesverloop Bij besluit
14 mei 2025 heeft de raad het “TAM omgevingsplan De Beek 77” als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente vastgesteld (hierna: het besluit tot wijziging).
Tegen
van
dit besluit
Hendriksen
voorziening De raad
heeft
( g e a n o nAN i m i s e e r d ) ve
heeft de voorzieningenrechter te treffen.
heeft
verweerschrift
ingediend.
Vastgoed
en
een
(Me geanonimiseerd) ingediend.
B. V.
de raad
Ermelo
ingesteld. verzocht
hebben
een
voorlopige
nadere
stukken
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld o 25 september 2025 , waar (g geeaannoonniimmiisseeeerrdd)) advocaat in Utrecht , vergezeld door ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) en de raad , door vertegenwoordigd (ggeeannoonniimmiisseeeerrdd)) , zijn verschenen. Voorts is ter zitting HCB , vertegenwoordigd door ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) als partij gehoord.
Overwegingen 1. karakter 2.
Het
oordeel van de voorzieningenrechter en is niet bindend in de bodemprocedure.
heeft
een
voorlopig
Het
besluit tot wijziging maakt de bouw van 3 nieuwe woningen De Beek 77 in Ermelo. Op die locatie was voorheen een mogelijk veehouderij gevestigd en die is nu wegbestemd. De bestaande boerderij blijft behouden als woning en op de plek van de stallen komt een vrijstaand huis en een twee-onder-een-kap woning. Hendriksen woont op het aangrenzende perceel en heeft een aantal bezwaren tegen het plan. aan
3.
getreden
Op 1 januari 2024 en
die wet
is de Omgevingswet (hierna: Ow) is op deze procedure van toepassing. Op
in werking 18 juli 2025
is
aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de omgevingsplanactiviteit bouwen van de twee-onder-een-kapwoning. Anders dan voorheen bij bestemmingsplannen onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening , heeft onder de Ow het instellen van beroep tegen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan géén schorsende werking. Gelet op artikel 16.78 , eerste lid , van de Ow leidt dit ertoe dat meestal 4 weken na de bekendmaking dus vóór afloop van de beroepstermijn het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in werking treedt en de aangevraagde omgevingsvergunning kan worden verleend , ook als tijdens de beroepstermijn om een voorlopige voorziening is verzocht. Dit betekent dat er een spoedeisend belang is bij het verzoek om een voorlopige voorziening. een
voor
een
—
4, De voorzieningenrechter het beroep door de Afdeling in de
—
zal vooruitlopend op de beoordeling van hoofdzaak hieronder een zogenoemd “voorlopig rechtmatigheidsoordeel " geven , dat wil zeggen een inschatting maken van de kans van slagen van de belangrijkste beroepsgronden.
202503421/2/R4 5. worden
Anders
3 dan
ste: ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) BN
13
hoeft geen
afstand
50
van
2025
te
m
aangehouden woningen zijn perceel , op zijn perceel een agrarisch bedrijf zou zijn gevestigd. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de intensieve veehouderij op het perceel van Hendriksen reeds enkele jaren geleden is gestaakt. De raad wijst er terecht op dat in het bestemmingsplan “Buitengebied , Agrarische enclave en Speuld” , dat sinds 1 januari 2024 van rechtswege deel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan , de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning' is toegekend aan zijn perceel en daardoor uitsluitend plattelandswoningen en geen agrarisch bedrijf zijn toegestaan. Dat nog steeds sprake is van een agrarisch bedrijf dat wordt beperkt in de bedrijfsvoering , zoals ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) stelt kan zonder nadere onderbouwing niet worden gevolgd. Ook volgt de voorzieningenrechter ( g e a n o n i m i s e e r d ) in zijn betoog dat het waterschap niet zou hebben ingestemd met dit plan. Bij de overgelegde stukken is een e-mailbericht gevoegd van een medewerker van het waterschap Vallei en Veluwe van 13 september 2024 , waarin expliciet is vermeld dat het waterschap akkoord is met het besluit tot wijziging. Evenmin klopt de stelling van ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) gebruik zou zijn gemaakt van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijen.
De voorzieningenrechter volgt ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) dan ook niet in zijn betoog dat sprake is van een dubbele inzet tussen
de nieuwe
november
omdat
en
-
. -
EN
< =:
stikstofrechten. De stelling van ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) dat de voorziene vrijstaande woning buiten het agrarische bouwvlak van het voorheen geldende plan zou liggen mist feitelijke grondslag. Daardoor volgt de voorzieningenrechter Hendriksen niet in zijn betoog dat het plan leidt tot aantasting van het Gelders Natuurnetwerk (hierna: GNN). Weliswaar ligt het perceel aan De Beek 77 in de GNN , maar het besluit tot wijziging voorziet niet in nieuwe bouwmogelijkheden in de GNN , zoals ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) betoogt. Wat betreft het betoog van ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) dat sprake is van bodemverontreiniging en dat daarvoor een voorwaardelijke verplichting in de planregels moet worden opgenomen , wijst de voorzieningenrechter op het rapport van Verhoeven Milieutechniek B. V. van 26 augustus 2022 , dat als bijlage 4 bij het besluit tot wijziging is gevoegd. Daaruit blijkt dat de vervuilde grond enkele jaren geleden al is gesaneerd en dus voor een dergelijke planregel geen noodzaak meer bestaat. Nog daargelaten of het relativiteitsvereiste als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb op dit punt niet in de weg staat aan vernietiging van het bestreden besluit in de hoofdzaak.
Het betoog van ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) ten onrechte geen regel in het besluit tot wijziging is opgenomen over hogere waarden voor de geluidsbelasting op de voorziene woningen , zal naar verwachting van de voorzieningenrechter in de bodemprocedure niet tot vernietiging van het bestreden besluit kunnen leiden , omdat het relativiteitsvereiste daaraan in de weg staat. Al de hiervoor vermelde betogen slagen naar het oordeel van de voorzieningenrechter dus niet en geven dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit tot wijziging onrechtmatig is en dus geen reden voor het treffen van een voorlopige voorziening. van
N=:
6. notariële
Voor zover akte in 1987
(EN. g eisa n o n i m i s e e r d )
gevestigd ,
op een verwacht
erfdienstbaarheid
die bij de voorzieningenrechter
niet
202503421/2/R4
En
13
november
2025
dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat daardoor sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering die aan de uitvoering van het plan in de weg staat. De uitleg daarvan betreft een privaatrechtelijke kwestie , waarvoor de burgerlijke rechter bevoegd is. De bewuste erfdienstbaarheid voor een recht van overpad is zodanig ruim geformuleerd dat op voorhand niet evident is dat voor de beoogde ontsluiting van de 3 nieuwe woningen niet van dat recht van overpad gebruik zou kunnen worden gemaakt. Bovendien is tijdens de zitting geconstateerd dat op het perceel voldoende ruimte bestaat om zo nodig een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen , waarbij in het geheel geen gebruik hoeft te worden gemaakt van de erfdienstbaarheid. Dit staat dus niet in de weg aan uitvoering van het besluit tot wijziging en geeft dus ook geen reden een voorlopige voorziening te treffen. 7.
De
tot
wijziging ,
voorzieningenrechter ziet mogelijk wel een gebrek in het besluit waar het gaat om de berekening van de sloopmeters. aan dat het bestreden besluit is gebaseerd ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) op onjuiste uitgangspunten wat betreft de in aanmerking te nemen sloopmeters omdat ten onrechte gebouwen een illegaal op het perceel van ( g e a n o n i m i s e e r d ) schuurtje zijn meegeteld. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat inderdaad gebouwen op het perceel van EN: ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) betrokken in de van de Dit berekening sloopmeters. betoog lijkt te berusten op een onjuiste lezing van het ‘Erfadvies De Beek 77 Ermelo’ dat in bijlage 1 bij het besluit tot wijziging is opgenomen. Wel betwijfelt de voorzieningenrechter of een aanwezige aanbouw achter de bestaande stal terecht is meegenomen. Tijdens de zitting is geen uitsluitsel gekregen over de exacte hoogte van die aanbouw. Daarmee is niet duidelijk of die vergunningsvrij mocht worden gebouwd en legaal aanwezig is. Omdat de feiten op dit punt niet helemaal duidelijk zijn , zou het kunnen dat het besluit tot wijziging op dit punt mogelijk gebrekkig is. Dat vergt nader onderzoek naar die feiten.
HM
8: intern
dat bij het plan gebruik is gemaakt (eee: g e a n o n i m iens e e rdaarbij d ) ten verder onrechte is
salderen
gemaakt.
geen
passende
beoordeling
de Afdeling van 18 december 2024 , ECLI:NL:RVS:2024:4923. Over de toepassing van die uitspraak in bestemmingsplannen en omgevingsplannen moet de Afdeling nog een uitspraak doen. Gezien de complexiteit van dat vraagstuk leent deze procedure zich niet om vooruitlopend op die uitspraak daar een voorlopig oordeel over te geven. Tijdens de zitting is meegedeeld dat in februari 2025 een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is ingediend bij de provincie Gelderland en dat daarbij een ecologische onderbouwing is gevoegd om te voldoen aan de eerdergenoemde uitspraak. Tijdens de zitting is door HCB meegedeeld dat die vergunning naar verwachting binnenkort zal worden verleend door de provincie.
g.,
Hierbij verwijst hij naar de uitspraak
van
van
De voorzieningenrechter ziet in de onduidelijkheid over de hoogte van de aanbouw en het toepassen van intern salderen echter geen reden voor het schorsen van het besluit tot wijziging. Over de aanbouw staat nog niet vast dat er een gebrek is , dat moet nog worden opgehelderd in de bodemprocedure. Maar zelfs als de Afdeling daarin tot het oordeel zou komen dat het bestreden besluit wat betreft de berekende sloopmeters gebrekkig is , verwacht de voorzieningenrechter dat
202503421/2/R4
5
13
november
2025
dit met toepassing van de bestuurlijke lus of anderszins hersteld kan worden. Dit geeft dus geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Ook de vragen omtrent intern salderen geven in dit geval geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Mede gelet op de belangen van HCB en het feit dat de ontwikkelingen waarin het besluit tot wijziging voorziet niet kunnen worden gerealiseerd zonder omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit , ziet de voorzieningenrechter in de problematiek omtrent intern salderen in deze zaak geen aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe te wijzen. Hoewel alle partijen daar tijdens de zitting toestemming voor 10. hebben gegeven , ziet de voorzieningenrechter geen reden om in dit geval van de bevoegdheid van artikel 8:86 , eerste lid , van de Awb gebruik te maken. Voor de sloopmeters en het intern salderen is namelijk nog nader onderzoek nodig voor beoordeling van de zaak. Tt
Ten slotte brengt de voorzieningenrechter in herinnering dat ter de orde is geweest dat het wenselijk zou zijn als partijen alsnog zitting tot een onderling akkoord zouden kunnen komen. Blijkens de stukken en wat tijdens de zitting is besproken komt deze procedure grotendeels voort uit een geschil over de erfgrens en een erfdienstbaarheid voor een toegangsweg , waarover de Afdeling ook in de bodemprocedure geen definitief oordeel kan Daarmee kan het werkelijke , onderliggende geschil niet worden geven. opgelost in deze procedure tegen het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. Bovendien hangt de legalisatie van de illegale bewoning van een plattelandswoning op het perceel ((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd)) waarover de Afdeling op 13 augustus 2025 , ECLI:NL:RVS:2025:3820 , uitspraak heeft af van het onherroepelijk worden van het voorliggende besluit tot gedaan wijziging van het omgevingsplan. Beide partijen hebben er dus belang bij deze procedure te beëindigen. aan
vann
—
12.
De raad
hoeft geen
proceskosten
te
vergoeden.
202503421/2/R4
6
13
november
Beslissing De voorzieningenrechter van State:
wijst
het verzoek
de Afdeling
van
vastgesteld tegenwoordigheid
door van
((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))
((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))
november
fier.
griffier
in het openbaar
13
de Raad
voorzieningenrechter , in
((ggeeaannoonniimmiisseeeerrdd))
voorzieningenrechter
571 Verzonden:
van
af.
Aldus
Uitgesproken
bestuursrechtspraak
2025
op
13
november
2025
2025
Raad vanstate
P
pe
mn
wen
air
ZATENE
ORLOGEN ied
É
Ke
tee
Postbus 20019
e
kes
-
2500 EA
Den
Haag
®
PostNL Port Betaald Port Payé
Pays-Bas
Û
|