Uitleg systematiek belastingcapaciteit
Tekst van het document
Uitleg systematiek belastingcapaciteit
Conclusie In de Algemene uitkering wordt gerekend met het landelijk gemiddelde OZB-tarief. Dat de OZBtarieven van Ermelo hoger liggen, heeft geen direct negatief effect.
Inleiding De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds van een gemeente hangt mede af van de zogenoemde belastingcapaciteit van een gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen en wordt bepaald door de totale WOZ-waarde van alle woningen en niet-woningen in de gemeente. Hoe meer geld een gemeente aan onroerende zaakbelastingen kan binnenhalen, des te minder geld zij krijgt uit de algemene uitkering. Reden is dat het Rijk van gemeenten met een grotere capaciteit om eigen inkomsten op te halen verwacht dat zij ook een groter deel van hun eigen kosten dragen. Daarmee komen alle gemeenten in theorie tot een financieel gelijkwaardige uitgangspositie. Berekening van de belastingcapaciteit De huidige verdeling van het gemeentefonds verevent 80% van de belastingcapaciteit op woningen en 70% van de belastingcapaciteit op niet-woningen. Dit geschiedt aan de hand van de WOZwaarden in die gemeenten x het landelijk bepaald rekentarief. Dus er wordt gekeken naar de WOZ waarden in een gemeente. Deze waarde telt mee voor 80 resp 70%. Het uiteindelijke kortingsbedrag wordt bepaald door deze waarde te vermenigvuldigen met een rekentarief. Er zijn er drie: een voor woningen, een voor niet-woningen eigenaar en een voor nietwoningen gebruiker. Dit rekentarief is gelijk aan het landelijk gemiddelde OZB-tarief.
Aanpassing van het rekentarief Dit landelijk gemiddelde tarief wordt slechts een keer in de vier jaar opnieuw bekeken. Wel vindt jaarlijks vindt een correctie op het rekentarief plaats. Dit komt omdat ieder jaar de WOZ-waarden in een gemeente opnieuw worden getaxeerd. Dit noemt men de jaarlijkse hertaxatie. Het rijk wil met deze uitkomsten van de hertaxatie graag rekening houden in de rekentarieven. Dat doe zij als volgt: als de WOZ-waarden stijgen met bijvoorbeeld 5% dan zullen de rekentarieven in beginsel met 5% dalen, bij een daling van de WOZ-waarden zullen juist de rekentarieven in beginsel stijgen. Er is echter wel een addertje onder het gras: het Rijk houdt met de jaarlijkse correctie op de rekentarieven rekening met de inflatie. Met andere woorden zij geeft die correctie niet één op één door. Dit heeft tot gevolg dat de belastingcapaciteit altijd stijgt met in ieder geval de inflatie. Zou de WOZ-waarden niet veranderen dan is de gemeente dus altijd slechter af. Het Rijk veronderstelt dat de gemeente dit dan maar halen bij de burgers en bedrijven door een verhoging van de OZB tarieven.
René de Boer, 26-09-2023 Team Fin B&O