Statutenwijziging stichting Proo e250042576 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
KAeP Dossiernummer: Ref: KH
-
2025.0123.05
090725.V4
STATUTENWIJZIGING
Heden, @, verschijnt Utrecht: @, en handelend
voor
mij,
(geanonimiseerd) nn
notaris te
als hierna vermeld.
De verschenen persoon verklaart: dat het bestuur van de stichting:
Stichting Proo Noord-Veluwe, statutair gevestigd te gemeente Harderwijk, kantoorhoudende te 8071 PA Nunspeet, Elspeterweg 22 A, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 08111837, heeft besloten tot wijziging van de statuten zoals hierna vermeld; -__dat het bestuur voorts heeft besloten de verschenen persoon aan te wijzen om deze akte te verlijden; van de gemelde besluiten van het bestuur blijkt uit een uittreksel uit de -__dat notulen van de betreffende vergadering, dat aan deze akte wordt gehecht (Bijlage); -__dat van de vereiste goedkeuring door de raad van toezicht van de stichting: Stichting Aurora OnderwijsGroep, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 74466410, blijkt uit een document dat aan deze akte wordt gehecht (Bijlage); -__dat van de vereiste goedkeuring door de gemeenteraad van de gemeente Elburg, de gemeente Epe, de gemeente Ermelo, de gemeente Harderwijk, de gemeente Heerde, de gemeente Nunspeet, de gemeente Oldebroek en de gemeente Putten, blijkt uit een document dat aan deze akte wordt gehecht (acht Bijlagen); -__dat van de instemming van de gemeenteraad van de gemeente Zeewolde -
ten aanzien van de inhoud van de hierna omschreven statuten in het kader van haar verantwoordelijkheid voor de continuïteit van het openbaar -
voortgezet onderwijs
binnen
de
gemeente Zeewolde,
statutenwijziging vanuit de stichting wordt voorzien dat aan deze akte wordt gehecht (Bijlage). De verschenen persoon, handelend het hiervoor genoemde besluit,
van
statuten
van
de
stichting algeheel
als
-
in welk
blijkt
uit
onderwijs een
na
document
vermeld,
verklaart voorts, ter uitvoering met ingang van de dag na heden, de te wijzigen zodat deze komen te luiden als en
volgt: STATUTEN Artikel
1.
Begripsbepalingen. 1.
In deze statuten betekenis:
hebben
de
volgende begrippen
de
daarachter vermelde
Awr betekent Algemene wet inzake rijksbelastingen. bestuur betekent het orgaan van de stichting dat is belast met het statutaire
-
2 -
bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting. bestuurder betekent een lid van het bestuur dan wel de enig bestuurder van de stichting. Code betekent de Governancecode Funderend Onderwijs 2025 dan wel de daarvoor in de plaats tredende code. coördinatiepunt betekent het overlegplatform van de stichting als nader omschreven in artikel 24 bestaande uit afgevaardigden van de gemeente Elburg de gemeente Epe de gemeente Ermelo de gemeente Harderwijk de gemeente Heerde de gemeente Nunspeet de gemeente Oldebroek de gemeente Putten en de gemeente Zeewolde. dagen betekent alle dagen van een week en derhalve niet uitgezonderd algemeen erkende feestdagen of daarmee op grond van de Algemene termijnenwet gelijkgestelde dagen. gekwalificeerde meerderheid betekent een meerderheid van minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is een vergadering waarin een dergelijk besluit aan de orde is niet voltallig dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering.
In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad van toezicht rechtsgeldig omtrent het voorstel zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was worden besloten mits met een meerderheid van minimaal twee derde van de uitgebrachte stemmen. gemeenteraden betekent de gemeenteraad van de gemeente Elburg de gemeente Epe de gemeente Ermelo de gemeente Harderwijk de gemeente Heerde de gemeente Nunspeet de gemeente Oldebroek de gemeente Putten en de gemeente Zeewolde tenzij evident anders blijkt. GMR PO betekent de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden aan de stichting ten behoeve van de scholen voor basisonderwijs die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen. GMR VO betekent de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden aan de stichting ten behoeve van de scholen voor voortgezet onderwijs die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen. onderwijsadviesbureau betekent een onderwijsadviesbureau als omschreven in de Code. raad van toezicht betekent het orgaan van de stichting dat is belast met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wpo respectievelijk artikel 3. 1 Wvo.
school/scholen betekent de door de stichting in stand gehouden openbare school/scholen voor basisonderwijs en/of voortgezet onderwijs; schriftelijk betekent een bericht dat is overgebracht bij brief e-mail of enig ander elektronisch communicatiemiddel mits het bericht leesbaar en reproduceerbaar is. statuten betekent de statuten van de stichting. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
3 -
stichting betekent de stichting waarvan de interne organisatie wordt beheerst door de statuten te weten de stichting: Stichting Proo NoordVeluwe ingeschreven in het handelsregister onder nummer 08111837. Wpo betekent Wet op het primair onderwijs. Wvo betekent Wet voortgezet onderwijs 2020. 2. Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van de statuten tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven. 3. Met verwijzingen in deze statuten naar ‘hij’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘zij’ alsmede 'hen' of 'die'. Met verwijzingen in deze statuten naar ‘zijn’ (anders dan als werkwoord) of ‘hem’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘haar’ alsmede 'hen' of 'hun'. Artikel 2. Naam en zetel. 1. De stichting draagt de naam: Stichting Proo Noord-Veluwe. 2. De stichting is statutair gevestigd in de gemeente Harderwijk. 3. De stichting is opgericht op vierentwintig december tweeduizend twee. Artikel 3. Doel. 1. De stichting heeft ten doel: a. het geven en bevorderen van openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in de gemeente Elburg de gemeente Epe de gemeente Ermelo de gemeente Harderwijk de gemeente Heerde de gemeente Nunspeet de gemeente Oldebroek en de gemeente Putten met inachtneming van artikel 48 Wpo; b.
het geven en bevorderen van openbaar en algemeen toegankelijk voortgezet onderwijs in de gemeente Epe de gemeente Harderwijk en de gemeente Zeewolde overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs met inachtneming van artikel 2. 3 alsmede de artikelen 3. 10 en 3. 11 Wvo; c. het (doen) initiëren ontwikkelen en organiseren van dag- peuter- voortussen- buiten- en naschoolse opvang van maatschappelijke aard aan kinderen in de leeftijd van nul tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. 2. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door: a. het oprichten en/of in stand houden van scholen voor openbaar onderwijs; b. het samenwerken met de overheid andere onderwijsinstellingen dan wel organisaties en/of personen die eenzelfde dan wel een aanverwant doel nastreven; c. zich aan te sluiten bij voor de stichting relevante onderwijs- en besturenorganisaties; d. het oprichten in stand houden en exploiteren van een of meer voorzieningen voor opvang van kinderen in de meest brede zin van het woord; e. het initiëren en realiseren van projecten die het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen bevorderen en/of die bijdragen aan vernieuwing en/of verdieping van het aanbod van ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
4 -
voorschoolse schoolse en vrije tijdsvoorzieningen; het tot stand brengen van samenwerking met andere instellingen organisaties en ondernemingen werkzaam op het terrein van jeugdbeleid in het bijzonder van kinderopvang onderwijs en jeugdwelzijn en daarnaast door alles wat met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn alles in de meest ruime zin van het woord. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. Artikel 4. Karakter openbaar onderwijs. De stichting heeft als uitgangspunt dat de onder haar beheer vallende school/scholen: a. onderwijs aanbieden dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden; b. toegankelijk zijn voor alle leerlingen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing; c. onderwijs aanbieden met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Artikel 5. Vermogen. 1. Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. alle ontvangen bijdragen; b. subsidies giften en donaties; c. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; d.
hetgeen op andere wijze wordt verkregen. 2. Het bestuur draagt zorg voor het vaststellen van een treasury-statuut. Hierin wordt in ieder geval vastgelegd op welke wijze met (het beheer van) de geldmiddelen van de stichting wordt omgegaan. Artikel 6. Bestuur: samenstelling. benoeming. schorsing en ontslag. ontstentenis en belet. 1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal bestuurders. Bij een meerhoofdig bestuur wordt de verdeling van taken bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bestuurders bij reglement vastgelegd. 2. De raad van toezicht benoemt de bestuurders met dien verstande dat: a. een bestuurder: i. geen familie van een andere bestuurder of een lid van de raad van toezicht mag zijn waarbij onder familie in dit verband moet worden verstaan: bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad ,
f.
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
5 -
waarbij samenwoning wordt gezien als een huwelijk; geen relatie mag hebben met een andere bestuurder of een met lid van de raad van toezicht waarbij onder relatie in dit verband moet worden verstaan: een huwelijk geregistreerd partnerschap of samenwonend dan wel op andere wijze een gezamenlijke huishouding voerend; iii. niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder kan vervullen bij een andere onderwijsorganisatie binnen het primair onderwijs en/of voortgezet onderwijs tenzij het een toezichthoudende functie betreft binnen een samenwerkingsverband voor passend onderwijs waar de stichting deel van uitmaakt; iv. niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder kan vervullen in een aanpalende onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied; niet tegelijkertijd een zodanige andere functie kan bekleden waarbij v. sprake kan zijn van onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen waaronder in ieder geval begrepen een directe betrokkenheid als eigenaar bestuurder toezichthouder of werknemer bij een onderwijsadviesbureau waarbij onder werknemer wordt verstaan iedere persoon die op grond van welke vorm van een arbeidsrelatie dan ook werkzaam is; b.
een voormalig lid van de raad van toezicht van de stichting gedurende een periode van vier jaar na het einde van zijn functie van intern toezichthouder niet benoembaar is tot bestuurder; c. een besluit tot benoeming van een bestuurder wordt genomen met een gekwalificeerde meerderheid. De bestuurders worden benoemd met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde en vooraf openbaar gemaakte profielschets. Het voorgenomen besluit tot vaststelling of wijziging van een profielschets wordt ter advisering voorgelegd aan de GMR PO en de GMR VO. In het geval van een meerhoofdig bestuur benoemt de raad van toezicht een van de leden als voorzitter. De raad van toezicht stelt een reglement vast waarin nadere regels zijn vastgesteld omtrent de procedure voor de werving en selectie van de bestuurders. Het reglement mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met de statuten. Het reglement voorziet tenminste in: a. de instelling van een sollicitatiecommissie waarvan in elk geval deel uitmaken: i. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR PO dat uit en door het personeel is gekozen; ii. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR VO dat uit en door het personeel is gekozen; iii. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR PO dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen; iv.
een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de GMR VO dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen; ii.
,
,
,
,
,
,
,
3.
4.
-
b. 5.
6 -
regeling omtrent de voorafgaande adviesaanvraag aan zowel de GMR PO als de GMR VO ter zake van de voorgenomen aanstelling van de bestuurders. Een bestuurder kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de raad van toezicht. Een besluit tot schorsing of ontslag wordt door de raad van toezicht genomen met een gekwalificeerde meerderheid en met redenen omkleed. De schorsing vervalt indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. De betreffende bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of de verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Voordat de raad van toezicht tot ontslag kan besluiten wordt zowel de GMR PO als de GMR VO in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen ten aanzien van het voorgenomen ontslag. De bestuurders worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun aanstelling. Een bestuurder defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag ex artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek door de rechtbank; d.
door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht zulks na een voorafgaande adviesaanvraag aan zowel de GMR PO als de GMR VO ter zake van het voorgenomen ontslag; e. door het verstrijken van de duur van zijn aanstelling; f. door onder bewindstelling van zijn gehele vermogen; g. door zijn ondercuratelestelling. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van één lid van een meerhoofdig bestuur neemt het overblijvende lid respectievelijk de overblijvende leden het gehele bestuur waar. Een niet voltallig bestuur blijft volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een of meer perso(o)n(en) die daartoe door de raad van toezicht steeds moet(en) zijn een
,
,
,
6. 7.
,
8.
,
aangewezen. Deze persoon
kan niet een lid van de raad van toezicht zijn. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld. De raad van toezicht is gehouden zo spoedig mogelijk in de vacature te voorzien. Indien alle bestuurders ontbreken en de raad van toezicht voor die situatie geen persoon heeft aangewezen en niet binnen vier weken na het ontstaan van die situatie alsnog een dergelijk persoon heeft aangewezen dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzitter van het coördinatiepunt op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is ,
-
7 -
of wordt aangewezen. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een bestuurder. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat: a. een bestuurder gedurende een periode van meer dan één maand onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of b. een bestuurder is geschorst. 9. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurders geschiedt door de raad van toezicht. De raad van toezicht laat zich daarbij leiden door algemeen aanvaarde maatschappelijke inzichten en vigerende wet- en regelgeving. Het salaris van de bestuurders als ook andere vergoedingen die aan de bestuurders zijn uitgekeerd worden in de jaarrekening van de stichting zichtbaar gemaakt en nader toegelicht. 10. Tenzij de raad van toezicht anders oordeelt mag een bestuurder evenals zijn bloed- en aanverwanten tot de tweede graad geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting noch zich schuldig maken aan enig andere vorm van belangenverstrengeling of zich blootstellen aan de schijn daarvan. 11.
Al dan niet betaalde nevenfuncties - waaronder begrepen bestuursfuncties commissariaten en adviseurschappen - worden door de bestuurders uitsluitend aanvaard na vooraf verkregen toestemming van de raad van toezicht een en ander met inachtneming van hetgeen daartoe is bepaald in de Code. De raad van toezicht legt de criteria op basis waarvan toestemming wordt gegeven of onthouden vast in een reglement. Nevenfuncties van de bestuurders worden gemeld in het bestuursverslag. Artikel 7. Bestuur. taak en bevoegdheden. 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het bestuur zich naar het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie waaronder begrepen het belang van de scholen met bijzondere aandacht voor de leerlingen en de medewerkers van de scholen en het belang van de samenleving. Het bestuur is gehouden te handelen in overeenstemming met de statuten reglementen wet en de Code. 2. Het bestuur is het bestuur in de zin van het Burgerlijk Wetboek en heeft alle taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de statuten aan anderen zijn toegekend. Het bestuur oefent alle taken en bevoegdheden uit van het bevoegd gezag als bedoeld in de Wpo en Wvo. Een eventuele verdeling van taken bevoegdheden en verantwoordelijkheden kan nader bij bestuursreglement als bedoeld in artikel 11 lid 13 worden vastgelegd. 3.
Het bestuur maakt jaarlijks een begroting op. Na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting voor eenendertig december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft vastgesteld door het bestuur. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
4.
8 -
Het bestuur: zakelijke transacties aangaan met rechtspersonen personenvennootschappen of eenmanszaken waarin een bestuurder of lid van de raad van toezicht zakelijke of (in)directe persoonlijke banden of belangen hebben. Onder zakelijke transacties wordt in ieder geval verstaan het sluiten van een contract of het verstrekken van een opdracht; b. is - na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht - bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging vervreemding en bezwaring van registergoederen; c. is - na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht - bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Bij de besluitvorming respectievelijk de goedkeuring als bedoeld in dit artikellid wordt rekening gehouden met de bepalingen die zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde onderwijs wet- en regelgeving. Voorts heeft het bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van de (meerjaren)begroting; b. de vaststelling van de jaarrekening; c. de vaststelling van het beleidsplan en het strategisch meerjarenplan; d.
het wijzigen van de statuten; fusie of splitsing van de stichting waaronder begrepen het besluit tot e. ondertekening van een voorstel tot fusie of splitsing; f. het doen van een voorstel tot opheffing of afsplitsing van (een deel van) (een) school/scholen aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de betreffende school/scholen is/zijn gevestigd; g. aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de stichting; h. de ontbinding van de stichting; i. de oprichting van een nieuwe rechtspersoon alsmede de vaststelling van de statuten van een nieuwe rechtspersoon; j. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen alsmede verbreking van een zodanige samenwerking indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is; k. het aangaan van het lidmaatschap van een coöperatie; l. het verlenen van procuratie of anderszins doorlopende algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid alsmede het intrekken en wijzigen hiervan; m. het voeren van processen niet zijnde incassoprocessen processen in kort geding of arbeidsrechtelijke processen; het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging vervreemding n. bezwaring huur en verhuur van registergoederen; o. het verstrekken of aangaan van geldleningen of kredieten; p. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of a.
mag geen
,
,
,
5.
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
9 -
hoofdelijk medeschuldenaar verbindt zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt q. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of in een kort tijdsbestek; r. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of in een kort tijdsbestek. 6. Aan de goedkeuring van de raad van toezicht zijn eveneens onderworpen de besluiten als hiervoor in lid 5 sub d. sub e. sub h. sub n. en sub p. van dit artikel omschreven indien en voor zover een bestuurder deze besluiten neemt: a. in zijn hoedanigheid van lid van een (raad van) bestuur van een rechtspersoon waarin hij in zijn hoedanigheid van bestuurder van de stichting is benoemd; b. als vertegenwoordiger van de stichting in een situatie waarin de stichting optreedt als bestuurder van een rechtspersoon. 7. Het bestuur heeft tevens de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten waarbij ten aanzien van één of meer - maar niet alle - bestuurders sprake is van een tegenstrijdig belang als bedoeld in artikel 8 lid 6. Artikel 8. Bestuur: vergadering. besluitvorming. tegenstrijdig belang. 1. Iedere bestuurder is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
Een meerhoofdig bestuur streeft bij de totstandkoming van de besluitvorming naar consensus. Het bestuur kan besluiten nemen met gewone meerderheid van stemmen tenzij in de statuten uitdrukkelijk anders staat vermeld. 2. Een besluit kan slechts worden genomen indien alle bestuurders ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Een bestuurder kan zich door een medebestuurder doen vertegenwoordigen. Iedere bestuurder kan één stem uitbrengen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 3. Vergaderingen van het bestuur kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties of door middel van enig ander communicatiemiddel mits elke deelnemende bestuurder door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 4. Het bestuur kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten maar uitsluitend voor zover geen van de bestuurders zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het besluit wordt in het verslag van de eerstvolgende vergadering opgenomen. 5. Van het verhandelde in de vergadering worden notulen opgemaakt. Het bestuur kan besluiten dat in plaats van notulen een besluitenlijst wordt opgemaakt. 6.
In het geval dat een lid van een meerhoofdig bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting dient hij dit te melden aan de overige bestuurders respectievelijk de andere bestuurder en aan de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
10 -
7.
De betreffende bestuurder dient zich van de beraadslagingen omtrent de aangelegenheid waarbij het tegenstrijdig belang speelt te onthouden hij heeft ter zake geen stemrecht en evenmin telt hij mee voor een mogelijk quorum dat bij de besluitvorming geldt een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 6. 8. In het geval dat alle bestuurders een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. 9. Het bestuur draagt te allen tijde zorg voor een zorgvuldige verslaglegging van de besluitvorming indien sprake is van een tegenstijdig belang als bedoeld in lid 6 van dit artikel. 10. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. De vergadering wordt besloten gehouden wanneer een bestuurder dit nodig acht. Het bestuur beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 11. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden; d.
ieder ander - naar inzicht van het bestuur te bepalen - zwaarwegend belang. 12. Het bijwonen van een vergadering kan alleen na een schriftelijke aanmelding bij het bestuur. De aanmelding moet minimaal vierentwintig uur voor aanvangstijd van de vergadering door het bestuur zijn ontvangen via een e-mail met bericht van ontvangst. 13. Een toehoorder heeft in de vergaderingen van het bestuur geen recht om het woord te voeren. Het is niet toegestaan om gesprekken en/of beelden van een vergadering van het bestuur op te nemen dan wel uit te zenden via welk elektronisch communicatiemiddel dan ook. 14. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het bestuur anders beslist. Artikel 9. Informatievoorziening door het bestuur. 1. Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie en gegevens waaronder informatie en gegevens die op welke wijze dan ook verband houden of kunnen houden met hetgeen in artikel 7 lid 5 staat vermeld. 2.
Het bestuur rapporteert regelmatig en in ieder geval zo vaak de raad van toezicht daarom verzoekt aan de raad van toezicht over de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de strategie en het beleid van de stichting alsmede over de financiële gang van zaken binnen de stichting en over de gebruikte beheers- en controlesystemen. 3. Nadere bepalingen rondom het verstrekken van informatie als bedoeld in dit artikel kunnen worden vastgelegd in een door het bestuur en de raad van ,
,
,
,
,
,
-
11 -
toezicht gezamenlijk op te stellen informatieprotocol. Artikel 10. Vertegenwoordiging. 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts is iedere bestuurder zelfstandig bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 2. Het bestuur dan wel de voorzitter is afzonderlijk bevoegd aan anderen volmacht te verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 3. De raad van toezicht vertegenwoordigt de stichting wanneer hij in zijn verantwoordelijkheid als werkgever van het bestuur handelt. Artikel 11. Raad van toezicht: samenstelling. benoeming. beloning. 1. Onverminderd hetgeen is bepaald ten aanzien van de gemeenteraden in de statuten de Wpo en de Wvo is het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht; met inbegrip van het toezicht op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen en de Code. 2. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen waarvan ten minste één persoon geen kind heeft die als leerling staat ingeschreven bij een door de stichting in stand gehouden school. 3.
De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraden met inachtneming van de voordrachtsrechten als bepaald in dit artikel en met dien verstande dateen lid van de raad van toezicht: i. geen familie van een ander lid van de raad van toezicht of een bestuurder mag zijn waarbij onder familie in dit verband moet worden verstaan: bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad waarbij samenwoning wordt gezien als een huwelijk; ii. geen relatie mag hebben met een ander lid van de raad van toezicht of een bestuurder waarbij onder relatie in dit verband moet worden verstaan: een huwelijk geregistreerd partnerschap en samenwonend dan wel op andere wijze een gezamenlijke huishouding voerend; iii. niet tevens deel kan uitmaken van het bestuur of de oudergeleding van de medezeggenschapsraad; iv. niet in dienst van de stichting kan zijn of op andere wijze werkzaamheden voor de stichting kan verrichten; v.
niet een zodanige andere functie kan bekleden dat het lidmaatschap van de raad van toezicht kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen waaronder in ieder geval begrepen een directe betrokkenheid als eigenaar bestuurder toezichthouder of werknemer bij een onderwijsadviesbureau waarbij onder werknemer wordt verstaan iedere persoon die op grond van welke vorm van een arbeidsrelatie dan ook werkzaam is; ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
12 -
vi.
in een periode gelegen vier jaar voor diens benoeming als lid van de raad van toezicht niet de functie van bestuurder van de stichting mag hebben vervuld. In het reglement van de raad van toezicht kunnen ook andere functies worden vastgelegd welke onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de raad van toezicht een en ander met inachtneming van hetgeen daartoe is bepaald in de Code. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van de raad van toezicht vragen waarbij de raad van toezicht als geheel in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten affiniteit met de doelstelling van de stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De raad van toezicht is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar de bestuurders en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Voorts waarborgt de raad van toezicht de deskundigheid en onderlinge diversiteit in de brede zin van het woord binnen de raad van toezicht. Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en vooraf openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven.
Het voorgenomen besluit tot vaststelling of wijziging van de profielschets wordt ter advisering voorgelegd aan zowel de GMR PO als de GMR VO. De benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt in inachtneming van de volgende bepalingen: a. Zowel de GMR PO als de GMR VO worden op een bij reglement nader te regelen wijze in de gelegenheid gesteld om ieder voor één zetel in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen op basis van het vastgestelde profiel. b. De oudergeleding van zowel de GMR PO als de GMR VO wordt op een bij reglement nader te regelen wijze door de raad van toezicht uitgenodigd een bindende voordracht te doen voor ten minste een derde doch geen meerderheid van het aantal zetels in de raad van toezicht op basis van het vastgestelde profiel. c. De voordracht van de GMR als hiervoor onder a. omschreven geldt bij het bepalen van het aantal zetels waartoe de oudergeleding van de GMR is gerechtigd een voordracht uit te brengen als hiervoor onder b. omschreven tevens als voordracht van de oudergeleding tenzij de geledingen hiermee niet instemmen. Bij reglement kan - met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de vigerende wet- en regelgeving is bepaald - nader worden vastgelegd op welke wijze in een dergelijke situatie wordt gehandeld.
Ten aanzien van de voordrachten als omschreven in dit lid geldt dat deze geen betrekking kunnen hebben op de functie van voorzitter van de raad van toezicht. Ter zake wordt verwezen naar hetgeen in lid 8 van dit artikel staat vermeld. ,
4.
,
,
5.
6.
,
,
,
,
13 -
-
d.
Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de GMR Po en de GMR VO alsmede de GMR PO en GMR VO geen voordrachtsrecht hebben of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen twee maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht doch voor slechts één zittingsperiode. 7. De in lid 6 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. Het bestuur wordt betrokken in de werving- en selectieprocedure. De samenstelling taak en werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in lid 5 van dit artikel. 8. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 9. Een lid van de raad van toezicht wordt benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en is aansluitend herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar met dien verstande dat niemand langer dan acht jaar - al dan niet aaneengesloten - lid van de raad van toezicht kan zijn. 10. Leden van de raad van toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of persoonlijk voordeel genieten uit leveringen aan of overeenkomsten met de stichting. 11.
Een lid van de raad van toezicht wordt geacht opgave te doen aan het bestuur en de overige leden van de raad van toezicht van diens hoofd- en nevenfuncties waaronder bestuursfuncties commissariaten en adviseurschappen. Deze worden opgenomen in het eigen jaarverslag van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 13 lid 1 onder e. 12. De leden van de raad van toezicht ontvangen geen bezoldiging noch middellijk noch onmiddellijk. De leden van de raad van toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie (in redelijkheid) gemaakte kosten en kunnen voorts een niet bovenmatig vacatiegeld/vergoeding ontvangen een en ander in lijn met eventueel van toepassing zijnde wet- en regelgeving - waaronder begrepen de Code - en passend bij de aard en omvang van de stichting. Het besluit tot vaststelling van de hoogte van het vacatiegeld wordt genomen met een gekwalificeerde meerderheid en na overleg met het bestuur. De vergoedingen worden in de jaarrekening van de stichting zichtbaar gemaakt en nader toegelicht. Artikel 12. Raad van toezicht: defungeren. schorsing. ontstentenis en belet. 1. Een lid van de raad van toezicht defungeert door: a. zijn overlijden; b. zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd; d. zijn ontslag hem verleend door de gemeenteraden; e. onder bewindstelling van zijn gehele vermogen; f.
ondercuratelestelling; g. doordat sprake is van een situatie als omschreven in artikel 11 lid 3. ,
,
,
,
,
,
,
,
-
2.
3.
14 -
De gemeenteraden zijn - na overleg met de raad van toezicht - te allen tijde bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de gemeenteraden en de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De verder te volgen procedure terzake het ontslag van leden van de raad van toezicht door de gemeenteraden kan door de stichting en de gemeenteraden nader bij convenant worden uitgewerkt De gemeenteraden kunnen een lid van de raad van toezicht schorsen. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt indien de gemeenteraden niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluiten tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een lid van de raad van toezicht kan voorts worden geschorst door de raad van toezicht voor een periode van ten hoogste drie maanden. Een besluit tot schorsing kan slechts worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid.
Indien een lid van de raad van toezicht wordt geschorst door de raad van toezicht deelt de voorzitter van de raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan de gemeenteraden mee. Het bepaalde in lid 3 van dit artikel is voor het overige op de schorsing van toepassing. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door een persoon die daartoe door de raad van toezicht steeds moet zijn aangewezen. Indien de raad van toezicht een dergelijke persoon niet heeft aangewezen dan kan door een lid van de raad van toezicht dat niet langer dan vier jaar is afgetreden op verzoek van het bestuur dan wel een andere belanghebbende met inachtneming van het in deze statuten bepaalde een tijdelijk nieuw lid van de raad van toezicht worden benoemd die op zijn beurt voorziet in de (voorbereiding van de) benoeming van de leden van de raad van toezicht door de gemeenteraden conform het bepaalde in deze statuten. Van ontstentenis is sprake als: a. een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd; of b. een lid van de raad van toezicht overlijdt. Van belet is in elk geval sprake indien het lid van de raad van toezicht door: a.
schorsing; b. ziekte langer dan twee maanden; of c. onbereikbaarheid langer dan twee maanden tijdelijk niet bevoegd of in staat is de aan een lid van de raad van toezicht bij of krachtens de wet deze statuten of reglementen van de stichting ,
4.
,
,
5.
,
,
,
,
,
,
6.
7.
,
,
,
,
-
15 -
toegekende taken of bevoegdheden uit te oefenen. Artikel 13. Raad van toezicht: taak en bevoegdheden. 1. De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. Daaronder wordt in ieder geval verstaan: a. het vooraf goedkeuren van de besluiten als bedoeld in artikel 7 leden 5; b. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen de Code en de afwijkingen van de Code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting verkregen op grond van de Wpo en/of Wvo; d. het in overleg met de bestuurder aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 BW die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht; e. het jaarlijks afleggen van verantwoording in een eigen jaarverslag over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor in lid 1 onder a. tot en met d. van dit artikel omschreven. 2. De raad van toezicht staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie waaronder begrepen het belang van de scholen en het belang van de samenleving. 3.
De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen 4. De raad van toezicht hanteert een toezichtkader waarin doelstellingen en indicatoren voor het eigen toezicht zijn opgenomen. 5. De raad van toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met (een afvaardiging van) zowel de GMR PO als (een afvaardiging van) de GMR VO een en ander in lijn met het bepaalde in de van toepassing zijnde wet- en regelgeving rondom medezeggenschap. 6. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen na in kennisstelling van het bestuur. Artikel 14. Raad van toezicht: vergadering. besluitvorming. tegenstrijdig belang. 1. Vergaderingen van de raad van toezicht worden gehouden zo vaak de leden van de raad van toezicht dat wensen maar minimaal vier keer per jaar. 2. De bijeenroeping van een vergadering geschiedt door de voorzitter van de raad van toezicht dan wel namens deze door een door hem aan te wijzen persoon en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen op een termijn van minimaal vijf dagen de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan vijf dagen is besluitvorming toch mogelijk mits ter vergadering alle in functie zijnde leden ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
16 -
de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van de raad van toezicht besluiten van de wijze van oproeping en/of de termijn van oproeping af te wijken. De vergaderingen van de raad van toezicht worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht. Bij afwezigheid van de voorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding. De vergaderingen van de raad van toezicht worden bijgewoond door het bestuur tenzij de raad van toezicht met opgaaf van redenen de wens te kennen geeft zonder het bestuur te willen vergaderen. Het bestuur heeft in de vergadering van de raad van toezicht geen stemrecht maar wel een adviserende stem. Vergaderingen van de raad van toezicht kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties of door middel van enig ander communicatiemiddel mits elke deelnemend lid van de raad van toezicht door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. De raad van toezicht streeft bij de totstandkoming van de besluitvorming zoveel mogelijk naar consensus. De raad van toezicht kan geldige besluiten nemen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen tenzij in de statuten anders staat vermeld. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een medelid doen vertegenwoordigen. Een gevolmachtigde kan als zodanig voor één ander lid van de raad van toezicht optreden.
Ieder lid van de raad van toezicht kan één stem uitbrengen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. De raad van toezicht kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten maar uitsluitend voor zover geen van de leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het besluit wordt in het verslag van de eerstvolgende vergadering van de raad van toezicht opgenomen. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen opgesteld door een door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon onder vermelding van de namen van de personen die bij de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd waren. In plaats van notulen kan een besluitenlijst worden opgesteld. In het geval dat een lid van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie dient hij dit te melden aan de overige leden van de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht dient zich van de beraadslagingen en besluitvorming omtrent de aangelegenheid waarbij het tegenstrijdig belang speelt te onthouden hij heeft ter zake geen stemrecht en evenmin telt hij mee voor een mogelijk quorum dat bij de besluitvorming geldt.
Indien alle leden van de raad van toezicht een tegenstrijdig belang hebben met de stichting kan de raad van toezicht niettemin besluiten nemen mits onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. De raad van toezicht draagt te allen tijde zorg voor een zorgvuldige van
3. 4.
,
5.
,
,
6.
,
7.
8.
9.
,
10.
,
11.
,
12.
,
13.
,
-
17 -
verslaglegging van het besluitvormingsproces indien sprake is van een tegenstrijdig belang. 14. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar. De vergadering wordt besloten gehouden wanneer een lid van de raad van toezicht dit nodig acht. De raad van toezicht beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 15. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden; d. ieder ander - naar inzicht van de raad van toezicht te bepalen zwaarwegend belang. 16. Het bijwonen van een vergadering kan alleen na een schriftelijke aanmelding bij het bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht. De aanmelding moet minimaal vierentwintig uur voor aanvangstijd van de vergadering door het bestuur en de voorzitter van de raad van toezicht zijn ontvangen via een e-mail met bericht van ontvangst. 17. Een toehoorder heeft in de vergaderingen van de raad van toezicht geen recht om het woord te voeren.
Het is niet toegestaan om gesprekken en/of beelden van een vergadering van de raad van toezicht op te nemen dan wel uit te zenden via welk elektronisch communicatiemiddel dan ook. 18. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad van toezicht anders beslist. Artikel 15. Boekjaar. jaarrekening. 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting van de stichting te maken en op papier te stellen. Ter zake wordt verwezen naar hetgeen dat in artikel 165 lid 1 sub b. Wpo respectievelijk artikel 5. 46 Wvo staat vermeld. 4. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een door de raad van toezicht aan te wijzen registeraccountant die daarvan een verslag opstelt.
Alvorens de jaarrekening vast te stellen behoeft het bestuur de goedkeuring van de raad van toezicht. De jaarrekening dient ter vaststelling door alle bestuurders en ter goedkeuring door alle leden van de raad van toezicht te worden ,
,
,
,
,
-
18 -
ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 5. De jaarrekening is openbaar en wordt direct na vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 bedoelde boeken bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. 6. Het functioneren van de accountant wordt door de raad van toezicht jaarlijks geëvalueerd. Ten minste eenmaal in de vijf jaar wordt de functie van accountant opnieuw aanbesteed. Artikel 16. Verantwoording. 1. Het bestuur brengt jaarlijks - na goedkeuring van de raad van toezicht - aan de gemeenteraden een openbaar verslag uit omtrent zijn werkzaamheden als bedoeld in artikel 391 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Het bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Voorts wordt in het verslag vermeld op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de Code en - voor zover mogelijk en van toepassing gemotiveerd weergegeven op welke onderdelen van de Code in de praktijk wordt afgeweken. In het bijzonder wordt in het verslag verantwoording afgelegd over de wijze waarop door middel van samenwerking invulling wordt gegeven aan de brede maatschappelijke verantwoordelijkheid als nader omschreven in de Code. 2.
Het bestuur verschaft de gemeenteraden desgevraagd tijdig alle inlichtingen die de gemeenteraden voor de vervulling van diens taak redelijkerwijs nodig heeft. 3. Het bestuur stelt de gemeenteraden desgevraagd in de gelegenheid met hem overleg te voeren over die aangelegenheden die de taak van de gemeenteraden betreffen. Artikel 17. Commissies. 1. Het bestuur kan één of meerdere commissies instellen en opheffen. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel stelt de raad van toezicht een auditcommissie een remuneratiecommissie en een onderwijscommissie in. 3. Het orgaan dat een commissie instelt stelt de taak en de bevoegdheden van de betreffende commissie vast. Artikel 18. Auditcommissie. 1. De raad van toezicht stelt een auditcommissie in. De raad van toezicht benoemt de leden van de auditcommissie welke commissie uit twee leden van de raad van toezicht bestaat. 2. De auditcommissie is in het bijzonder belast met het toezicht op het bestuur ten aanzien van de financiële aangelegenheden binnen de stichting alsmede met die taken en bevoegdheden zoals deze kunnen worden vermeld in een reglement. In dat reglement worden tevens nadere regels gesteld ten aanzien van de werkwijze en bevoegdheden van de auditcommissie. Artikel 19. ,
,
,
,
,
,
-
19 -
Remuneratiecommissie. 1. De raad van toezicht stelt een remuneratiecommissie in. De raad van toezicht benoemt de leden van de remuneratiecommissie welke commissie uit twee leden van de raad van toezicht bestaat. De voorzitter van de raad van toezicht kan niet tevens voorzitter zijn van de remuneratiecommissie. 2. De remuneratiecommissie is belast met het voorbereiden van de besluitvorming van de raad van toezicht ten aanzien van het vaststellen van de omvang van de beloning en vergoedingen voor de bestuurders en de leden van de raad van toezicht alsmede met die taken en bevoegdheden zoals deze kunnen worden vermeld in een reglement. In dat reglement kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de werkwijze van de remuneratiecommissie. Artikel 20. Onderwijscommissie. 1. De raad van toezicht stelt een onderwijscommissie in. De raad van toezicht benoemt de leden van de onderwijscommissie welke commissie uit twee leden van de raad van toezicht bestaat. 2. De onderwijscommissie is belast met het toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en heeft als aandachtsgebied de resultaten de onderwijsontwikkeling en hoe die georganiseerd wordt binnen de scholen. Hierbij is specifieke aandacht voor de onvoldoendes uitgedeeld door de inspectie voor de innovatie en voor de uitdagingen.
De onderwijscommissie is tevens belast met taken en bevoegdheden zoals deze kunnen worden vermeld in een reglement. In dat reglement kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de werkwijze van de onderwijscommissie. Artikel 21. Reglementen. 1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen waarin die onderwerpen worden geregeld waarvan nadere regeling wenselijk wordt geacht. Het bestuur stelt in ieder geval een bestuursreglement vast. 2. Het vaststellen wijzigen of opheffen van deze reglementen behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht. 3. In afwijking van het bepaalde in leden 1 en 2 van dit artikel stelt de raad van toezicht het reglement raad van toezicht reglement auditcommissie reglement remuneratiecommissie en reglement onderwijscommissie vast. Het vaststellen wijzigen of opheffen van deze reglementen geschiedt in overleg met het bestuur. 4. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn. Artikel 22. Statutenwijziging. Fusie en splitsing. 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot goedkeuring moet worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. 2.
Het besluit van het bestuur tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van alle afzonderlijke gemeenteraden. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
-
20 -
3.
Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden. 4. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een besluit tot fusie of splitsing. Artikel 23. Ontbinding en vereffening. 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot goedkeuring moet worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. 2. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van alle afzonderlijke gemeenteraden. 3. Tenzij de raad van toezicht anders besluit is het bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 5.
Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt toegekend aan een door het bestuur met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraden te bepalen rechtspersoon in de zin van artikel 5b Awr en welke rechtspersoon een met de stichting vergelijkbare doelstelling kent of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een met de stichting vergelijkbare doelstelling kent. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden " in liquidatie." 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen (rechts)persoon. Artikel 24. Extern toezicht gemeenten op het openbaar onderwijs. coördinatiepunt. 1.
In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs dat de gemeenteraden zich vanuit hun wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs kunnen wenden tot het bestuur van de stichting. De gemeenteraden zien daarbij toe vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs. 2. De gemeenteraden zijn bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of het functioneren van het bestuur in strijd met de Wpo en/of Wvo maatregelen te nemen die de gemeenteraden nodig achten om ,
,
,
,
,
,
KAeP -21-
de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en hebben het recht om indien en voor zover dat noodzakelijk is zelf te voorzien in het bestuur -
-
de scholen
van
hiertoe
gaan toezicht. 3.
4.
Het
en
niet
nodig de stichting te ontbinden. De gemeenteraden dan na overleg met het bestuur en de raad van
zo over
bestuur
overlegt periodiek met het coördinatiepunt ten aanzien van de gang van zaken binnen de stichting. Het bestuur legt verantwoording af aan het coördinatiepunt over het gevoerde beleid, de realisatie van de doelstellingen en de kenmerken van het openbaar onderwijs en de financiële stand van zaken van de stichting. Het coördinatiepunt coördineert tezamen met het bestuur de besluitvormingsprocedures bij de gemeenteraden ten aanzien van de benoemen 11
nieuwe
van
leden
van
de raad
van
toezicht als bedoeld
in artikel
de
goedkeuring rondom voorstellen tot statutenwijziging, fusie, splitsing ontbinding. De samenstelling, taken en bevoegdheden en de werkwijze van het coördinatiepunt wordt nader uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten en de stichting. en
en
5.
Artikel
25.
Slotbepaling. 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van de statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de stichting betreffende waarin de statuten niet voorzien, beslist het bestuur na goedkeuring van de raad van toezicht. SLOTVERKLARING Ten
slotte verklaart de verschenen
ingang A.
van
de
dag
het bestuur -
van
mevrouw
persoon,
handelend
als
akte: gevormd door:
ondertekening stichting wordt Hinke Atje Ziegerink-Vaatstra, geboren na
van
de
IDEE
vermeld,
dat met
deze
(geanonimiseerd) rn
(geanonimiseerd) met de titel voorzitter;
-_mevrouw
B.
in
Anna
Maria
Leeuwen
Reus, geboren op (geanonimiseerd)
a
(geanonimiseerd) tot eerste leden van de raad van toezicht van de
afwijking van artike stichting worden benoemd:
-
-__mevrouw
Monique
Jansen-Horowitz, geboren
(geanonimiseerd) in dedatfunctie van
toezicht, tweeduizend
-
de heer
en
met
dien
verstande
zevenentwintig
Reinier Leonardus
en
alsdan
Adrianus
(geanonimiseerd) nn
van
vicevoorzitter
raad
zij uiterlijk aftreedt op één niet herbenoembaar is;
april
Govers, geboren op (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) in de functie van lid raad van toezicht, en met dien verstande dat hij uiterlijk aftreedt op één september tweeduizend
zevenentwintig
en
alsdan eenmaal
herbenoembaar
:
is;
(geanonimiseerd)
-__de heer Erik Visser, geboren op de functie van voorzitter raad van toezicht, en met dien verstande uiterlijk aftreedt op één september tweeduizend zevenentwintig en alsdan
eenmaal
herbenoembaar
is;
dat hij
KAeR -22-
-
de heer
Eric
Gerardus
Antonius
Westerhof, geboren
(geanonimiseerd) in de functie en
met
met
dien verstande
negenentwintig SLOT De verschenen
van
dat
(geanonimiseerd) in de functie en
(geanonimiseerd) an toezicht,
lid raad
hij uiterlijk aftreedt op één januari negenentwintig en alsdan eenmaal herbenoembaar
dien verstande
tweeduizend
van
en
van
lid
raad
van
is;
toezicht,
dat zij uiterlijk aftreedt op één mei tweeduizend alsdan eenmaal herbenoembaar is.
mij, notaris, bekend. ik, notaris, zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de en verschenen persoon daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen. De verschenen persoon verklaart van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en daarmee in te stemmen. Tevens verklaart de verschenen persoon uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de verschenen persoon en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Utrecht op de datum aan het begin van deze akte vermeld. Verder
heb
persoon is
(geanonimiseerd)
de