Septembercirculaire+gemeentefonds+2023 e230046900
Tekst van het document
Gemeentefonds
Septembercirculaire 2023
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 19 september 2023 Kenmerk 2023-0000570821
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
septembercirculaire gemeentefonds 2023 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2023 (2023-0000285703); decembercirculaire 2022 (2022-0000678404); septembercirculaire 2022 (2022-0000522394); meicirculaire 2022 (2022-0000259109) 19 september 2023 1 juli 2024
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
2
Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire gemeentefonds 2023. Via de meicirculaire 2023 zijn gemeenten over de financiële kaders voor hun begrotingen geïnformeerd. De septembercirculaire 2023 geeft zoals gebruikelijk een geactualiseerd beeld, gebaseerd op de Miljoenennota 2024 van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Hugo de Jonge
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
3
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
4
Inhoud 1
2
Hoofdpunten ................................................................................................................. 7 1.1
Inleiding ............................................................................................................... 7
1.2
Algemene uitkering ................................................................................................ 7
1.3
Belangrijkste mutaties ............................................................................................ 8
1.4
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ................................................................. 8
Algemene uitkering ........................................................................................................ 9 2.1
Inleiding ............................................................................................................... 9
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ................................................. 9 Accres 2024 ........................................................................................................ 10 Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 .............................................................. 13 Financieringssystematiek ....................................................................................... 14 Knelpunten verdeelproblematiek ............................................................................. 14 Re-integratie ........................................................................................................ 14 Wet Visueel beperkten ........................................................................................... 15 Bijzondere bijstand en vroegsignalering ................................................................... 15 Hulpmiddelen thuis laten staan ............................................................................... 15 Rijksvaccinatieprogramma ..................................................................................... 15 Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg .......................................................................... 16 Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III) ........................................... 16
3
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering .................................................................... 16
2.4
Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactoren en overige uitkeringsonderdelen 17
Decentralisatie- en integratie- uitkeringen ....................................................................... 21 3.1
Inleiding .............................................................................................................. 21
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen .................................. 21 Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................................................................. 22 Knelpunten verdeelproblematiek ............................................................................. 23 Vrouwenopvang i.v.m. Wet Seksuele Misdrijven (a) en Specialistische functies (b) ........ 23 Indexatie voogdij bijzondere functies ...................................................................... 23 Outreachend werken ............................................................................................. 24 Regionale Energie Strategieën ................................................................................ 24 Compensatie Wsw voor bijzondere WML-verhoging ................................................... 24 Begeleiding jongeren naar werk .............................................................................. 24 Veilig wonen......................................................................................................... 25 A58 Goes ............................................................................................................. 26 Versterken arbeidsmarktregio’s...............................................................................
26 Regionale doelgroepen specifieke aanpak................................................................. 27 Verkeersveiligheid ................................................................................................. 27 Veilige steden ....................................................................................................... 27 LHBTI beleid Regenboogsteden ............................................................................... 28
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
5
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen28
3.3.1 Beschermd wonen ................................................................................................ 28 4
Overige mededelingen ................................................................................................... 29 4.1
Inleiding .............................................................................................................. 29
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen .......................... 29
4.3
Energietoelage ..................................................................................................... 30
4.4
Actualisatie decentralisatie-uitkeringen Vrouwenopvang en Maatschappelijke Opvang ... 30
4.5
Intensivering beschut werk .................................................................................... 30
4.6
Wegbeheer .......................................................................................................... 31
4.7
Aanpak laaggeletterdheid ...................................................................................... 31
4.8
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ........................ 31
4.9
Integraal overzicht financiën gemeenten .................................................................. 32
4.10
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ............................................................... 32
4.11
Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................ 32
Bijlagen ............................................................................................................................ 34 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2023 ................................................ 35 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2023 per cluster............................................................ 37 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ................................................ 39 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2024 per cluster............................................................ 41 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2023-2028 ....................................................... 43 Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf woonruimten .................................. 44 Bijlage 2.4.2 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ........................................................... 52 Bijlage 2.4.3 Volumina maatstaven 2023-2028 .................................................................... 54 3.2-2
Decentralisatie-uitkering Knelpuntenverdeelproblematiek ....................................... 57
3.2-6
Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën ......................................... 58
3.2-8
Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk ....................................... 59
3.2-9
Decentralisatie-uitkering Veilig Wonen.................................................................. 60
3.2-11
Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarktregio’s ........................................ 68
3.2-12
Decentralisatie-uitkering Regionale doelgroepen specifieke aanpak .......................... 69
3.2-13
Decentralisatie-uitkering Verkeersveiligheid .......................................................... 70
3.2-14
Decentralisatie-uitkering Veilige steden ................................................................ 71
3.2-15
Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid Regenboogsteden ........................................ 72
4.4
Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang .................................................... 73
4.7
Decentralisatie-uitkering Aanpak Laaggeletterdheid ................................................... 74
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
6
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de reguliere normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Het kabinet heeft vorig jaar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) het voorstel gedaan om het volumedeel van het accres voor 2022– 2025 vast te zetten op stand Voorjaarsnota 2022. De VNG heeft met dit voorstel ingestemd. Het IPO heeft niet met dit voorstel ingestemd. Het accres voor het provinciefonds wordt daarom tot en met 2025 op de reguliere wijze berekend. De accresraming voor het jaar 2023 en verder is in deze circulaire opgenomen. Het kabinet heeft, als uitwerking van het coalitieakkoord, besloten dat het gemeente- en provinciefonds vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeente- en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen.
De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op het 8-jarig historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. De indexatie voor inflatie volgt de prijs van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. De grondslagen waarover deze indexatie berekend wordt, worden op gelijke wijze bepaald als de huidige grondslagen, waarover vanaf 2026 de huidige loon- en prijsindexatie wordt berekend.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
7
Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2.1 en meer in detail in bijlage 11 van de Miljoenennota 2024. Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF). Ten opzichte van de septembercirculaire 2022 is de ruimte onder het plafond van gemeenten voor het jaar 2023 gestegen met € 38,45 miljoen. De totale ruimte onder het plafond voor gemeenten in 2023 bedraagt € 359,367 miljoen wat bij deze circulaire aan de algemene uitkering van het gemeentefonds is toegevoegd. Ten opzichte van de septembercirculaire 2022 is ook voor 2024 tot en met 2028 de verwachte ruimte onder het plafond gestegen met name door het hoger totaal plafond als gevolg van de intensiveringen uit het Coalitieakkoord die doorwerken op een hoger accres.
1.3
Belangrijkste mutaties
Bijzondere bijstand en vroegsignalering Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is er in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. In 2024 zal eveneens € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Loon- en prijsbijstelling Jeugd In deze circulaire worden de middelen voor de loon- en prijsbijstelling 2022 over de reserveringen jeugdzorg op de Aanvullende Post (AP) toegekend. Deze overboeking heeft betrekking op 2024 (€ 45,2 miljoen) en 2025 (€ 27,1 miljoen), omdat voor die jaren de middelen van de AP zijn vrijgegeven. Rijksvaccinatieprogramma Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten. Bij deze septembercirculaire worden de bijbehorende middelen, circa € 4 miljoen per jaar, voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie aan het gemeentefonds toegevoegd.
1.4
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2023 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
8
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen over de algemene uitkering die in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2023 tot en met 2028 ten opzichte van de meicirculaire 2023. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
9
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2023 (in duizenden euro's)
stand meicirculaire 2023
2023
2024
2025
2026
2027
2028
35.180.736
37.858.978
39.944.720
38.018.899
39.142.390
40.314.906
433.854
370.846
338.789
1.057.937
1.448.097
-76.000
-76.000 -100
algemene mutaties 1) 2) 3) 4)
Accres 2024 Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 Financieringssystematiek Knelpunten verdeelproblematiek
359.367
taakmutaties 5) 6) 7)
cluster Participatie Re-integratie Wet Visueel beperkten Bijzondere bijstand en vroegsignalering
8)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Hulpmiddelen thuis laten staan
9)
cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma
10)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg
11)
cluster Infrastructuur, ruimte en milieu Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III)
-900 50.000
-940
-980
-1.010
-20.000 -1.050
500
700
800
800
1.000
4.427
4.427
4.162
4.162
4.162
45.174
27.092
1.797
1.797
1.797
1.797
1.797
1.797
35.542.100
38.393.830
40.348.642
38.363.467
40.130.076
41.672.812
200
stand deze circulaire
Toelichting tabel 2.2.1 Accres 2024 De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2024 en verder. In de Startnota 2022 van het kabinet Rutte IV zijn twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering van de fondsen toegelicht. Ten eerste is in het coalitieakkoord besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het gereserveerde accres vanaf 2026 wordt wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het Centraal Planbureau (CPB) wordt geraamd. Ten tweede is er besloten dat tot en met 2025 het accres op basis van de bestaande koppeling aan de rijksuitgaven wordt berekend. Nieuw daarbij waren de uitzondering op de ARU voor een aantal investeringsfondsen. Daarnaast heeft het kabinet aangegeven om nader te bezien of het wenselijk is om het accres stabieler te maken. Het kabinet heeft vorig jaar daarom het voorstel aan de VNG en het IPO gedaan om het volumedeel van het accres voor 2022–2025 vast te zetten op de stand van de Voorjaarsnota 2022. De VNG heeft met dit voorstel ingestemd. Het IPO heeft laten weten niet met dit voorstel in te stemmen.
Het volumedeel van het accres is voor de periode 2022-2025 dan ook alleen voor de gemeenten vastgezet. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren 2022 tot en met 2025 voor gemeenten slechts nog wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres voor gemeenten zijn bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Voor een uitgebreide uitleg van de berekening van het accres wordt verwezen naar bijlage 11 (Accres Gemeentefonds en Provinciefonds) van de Miljoenennota 2024.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
10
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten om het gemeente- en provinciefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeente- en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De indexatie wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. In de Miljoenennota 2024 is deze indexering uitgewerkt. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. De grondslagen waarover deze indexatie berekend wordt, worden op gelijke wijze bepaald als de huidige grondslagen, waarover vanaf 2026 de huidige loon- en prijsindexatie wordt berekend. Ten slotte wordt de tranche van het lopend jaar bij Voorjaarsnota definitief. De bbp groei (zowel voor volume als prijs) is daarbij gebaseerd op de CEP-raming (Centraal Economisch Plan) van het CPB. Tabel 2.2.2 toont de indices voor het accres van het gemeentefonds. Tot en met 2026 is het volume accres vastgezet en vindt bijstelling plaats op basis van loon- en prijsontwikkeling (LPO) zoals deze door het CPB wordt geraamd.
De loon- en prijsontwikkeling in het accres wordt bijgesteld met een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon, consumptie en investeringen aangehouden. De individuele indexen worden in procenten met één cijfer achter de komma bijgehouden, de gecombineerde index wordt bijgehouden met twee cijfers achter de komma. De indices worden bijgesteld op basis van het CEP-raming van het CPB in het voorjaar en op basis van de MEV-raming (Macro Economische Verkenning) in september. Bij de meicirculaire is ook voor 2027 en 2028 LPO-bijstelling toegepast in afwachting op de bbpindexatie. Daarnaast was er een reservering voor de bbp-indexatie gemaakt, deze was nog niet in het accres verwerkt. In deze septembercirculaire zijn de indices van de nieuwe bbp-systematiek opgenomen, wat leidt tot meer accres. Tabel 2.2.2 Indices LPO en bbp MEV-raming 2024
2025
2026
2027
2028
Loonvoet sector overheid (60%)
6,7%
5,3%
4,7%
n.v.t
n.v.t
Index prijs materiele overheidsconsumptie (IMOC, 20%)
3,5%
2,0%
2,0%
n.v.t
n.v.t
Index prijs overheidsinvesteringen (IBOI, 20%) 8-jaars historisch gemiddelde bbp (t-2 t/m t-9) Prijs bbp
3,0%
1,9%
1,9%
n.v.t
n.v.t
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
1,8%
1,6%
n.v.t.
n.v.t
n.v.t
2,8%
2,4%
Gecombineerde index
5,3%
4,0%
3,6%
4,7%
4,1%
CPB-raming meicirculaire (LPO)
4,2%
4,2%
3,6%
3,2%
3,2%
Mutatie
1,1%
-0,2%
0,0%
1,5%
0,9%
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
11
De onderstaande tabellen tonen de tranches van de loon- en prijsontwikkeling en volumeontwikkeling op basis van de Miljoenennotastand en de MEV-raming (tabel 2.2.3). Daaronder is de raming uit de Voorjaarsnota weergegeven (tabel 2.2.4) en de mutaties als gevolg van de verschillen tussen de twee ramingen (tabel 2.2.5). Door de uitwerking van de bbp-indexatie verschuift een deel van het accres van de prijs-tranches naar de volume-tranches in 2027 en 2028, per saldo is het accres hoger ten opzichte van LPO. Tabel 2.2.3 Accres Miljoenennota 2024 (bedragen in miljoenen) 2024
2025
2026
2027
2028
tranche 2024 volume
1.135
1.135
tranche 2024 prijs
2.026
2.026
1.842
1.838
1.832
1.444
1.441
1.436
tranche 2026 volume
1.464
1.464
1.464
tranche 2026 prijs
1.365
1.362
1.358
706
703
1.117
1.114
tranche 2025 volume
920
tranche 2025 prijs
1.557
tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume
670
tranche 2028 prijs
997
Totaal accres
3.161
5.639
6.114
7.928
9.575
Tabel 2.2.4 Accres Voorjaarsnota 2023 (bedragen in miljoenen) 2024
2025
tranche 2024 volume
1.135
1.135
2026
2027
2028
tranche 2024 prijs
1.592
1.592
1.460
1.418
1.418
1.507
1.464
1.464
tranche 2026 volume
1.464
1.464
1.464
tranche 2026 prijs
1.345
1.306
1.306
150
150
1.217
1.217
tranche 2025 volume
920
tranche 2025 prijs
1.620
tranche 2027 volume (reservering) tranche 2027 prijs tranche 2028 volume (reservering)
150
tranche 2028 prijs
1.256
Totaal accres
2.727
Tabel 2.2.5 Mutatie sinds Voorjaarsnota
5.268
5.775
7.020
8.427
2024
2025
2026
2027
2028
434
434
382
420
414
-63
-63
-23
-28
20
56
51
tranche 2024 volume tranche 2024 prijs tranche 2025 volume tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
12
tranche 2027 volume
556
553
tranche 2027 prijs
-100
-104
tranche 2028 volume
520
tranche 2028 prijs
-259
Totaal accres
434
371
339
908
1.148
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. Tot en met de meicirculaire 2022 werd de toevoeging of uitname over het gemeente- en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF. Echter doordat de VNG heeft ingestemd met het voorstel van het kabinet om het volumedeel van het accres voor de periode 2022-2025 vast te zetten en het IPO niet, worden het gemeente- en provinciefonds per 2022 op verschillende wijze geïndexeerd. Het volume-accres 2022-2025 voor het gemeentefonds is vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2022 en wordt alleen nog gewijzigd naar aanleiding van de LPO-ontwikkeling, terwijl het accres voor het provinciefonds meebeweegt met de Rijksuitgaven.
Door de verschillende wijze van indexering van het gemeente- en provinciefonds zal de indexering van het gemeentefondsdeel van het BCF-plafond verschillen van de indexering van het provinciefonds-deel van het BCF-plafond. Daarom wordt de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond apart verrekend met respectievelijk het gemeente- en provinciefonds. Daartoe zullen de taakmutaties vanuit het Rijk naar het gemeente- en provinciefonds apart worden bijgehouden. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2023 tot en met 2028 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeenten is voor 2023 geraamd op € 359 miljoen. Dit is € 211 miljoen lager dan geraamd bij de septembercirculaire 2022. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. De ruimte onder het plafond is in alle jaren, behalve 2027, afgenomen ten opzichte van de ramingen bij de septembercirculaire 2022.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
13
Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) 2023
2024
2025
2026
2027
2028
BCF Plafond totaal
4.458
4.815
5.124
5.156
5.391
5.612
Plafond aandeel gemeenten VJN23
3.944
4.241
4.528
4.513
4.566
4.714
Taakmutaties
13
2
2
1
76
76
Toevoeging accres sinds voorjaarsnota
-
24
16
39
118
165
Plafond aandeel gemeenten MN24
3.957
4.268
4.547
4.553
4.760
4.955
Uitputting gemeenten
3.598
3.598
3.598
3.598
3.598
3.598
Ruimte onder plafond gemeenten
359
671
949
955
1.163
1.358
Financieringssystematiek Bij Voorjaarsnota 2023 heeft het kabinet vanaf 2027 structureel € 1 miljard beschikbaar gesteld aan gemeenten. Zoals reeds in de meicirculaire 2023 (paragraaf 2.2.3) aangekondigd dient van dit bedrag een deel te worden afgestort in het BCF. Die afstorting wordt in deze circulaire verwerkt. Het gaat concreet om een bedrag van € 76 miljoen per jaar. Knelpunten verdeelproblematiek Dit betreft een mutatie die samenhangt met de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. De hogere kosten voor de gemeenten waar het onderhoud aan de wegen wordt verricht door waterschappen, worden met deze uitkering gecompenseerd (zie ook paragraaf 3.2-2 van deze circulaire). De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2028. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp Knelpunten verdeelsystematiek voor het jaar 2028 zichtbaar met een bedrag van structureel € 0,1 miljoen.
Deze middelen worden binnen de gemeentefondsbegroting overgeheveld naar het onderdeel Decentralisatie-uitkeringen. Re-integratie Met de Voorjaarsnota 2023 1 heeft het kabinet besloten om vanaf 2028 het re-integratiebudget voor gemeenten structureel met € 20 miljoen te verlagen (cluster Participatie). Deze maatregel is onderdeel van de ombuigingen die de Rijksbegroting op orde houden. Het Rijk realiseert zich dat gemeenten hierdoor mogelijk minder bijstandsgerechtigden kunnen ondersteunen.
1
Kamerstukken II, 2022-2023, 36 350, nr. 1, p.127
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
14
Wet Visueel beperkten De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen dat tot doel heeft om de uitvoering van technische werkvoorzieningen voor mensen uit de doelgroep Participatiewet met een visuele beperking over te dragen aan het UWV. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen is het de bedoeling dat de middelen voor de werkvoorzieningen en de structurele uitvoeringskosten budgettair neutraal worden overgeheveld van het cluster Participatie in het gemeentefonds naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Voor 2024 gaat het om € 0,9 miljoen, oplopend naar circa € 1,05 miljoen in 2028. De structurele hoogte bedraagt € 2,3 miljoen per jaar. De incidentele uitvoeringskosten zullen worden opgevangen binnen de begroting van het ministerie van SZW. Bijzondere bijstand en vroegsignalering Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. 2 Van dit bedrag is er in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld (zie ook paragraaf 2.2-5 van de meicirculaire 2023). Voor 2024 wordt ook in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld (cluster Participatie).
3 Hulpmiddelen thuis laten staan De motie Westerveld (GroenLinks) en Bikker (Christen-Unie) 4 verzoekt de regering om met betrokken partijen landelijke afspraken te maken over het behoud van hulpmiddelen thuis voor cliënten die verhuizen naar een instelling in de zin van de Wet langdurige zorg (Wlz) en aangeven thuis te willen logeren. Naar aanleiding van deze motie heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bestuurlijke afspraken gemaakt met de VNG, Ieder(in), Firevaned (brancheorganisatie van leveranciers van deze hulpmiddelen) en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken is dat de hulpmiddelen die vanuit de Wmo zijn verstrekt thuis blijven staan en gemeenten de financiering daarvan voortzetten. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd. Vanaf 2023 wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering (cluster Individuele voorzieningen Wmo), oplopend tot € 1 miljoen per 2028. 5 Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten.
De maternale kinkhoestvaccinatie wordt dan toegevoegd aan de opsomming van vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, in het Besluit publieke gezondheid. Bij deze septembercirculaire worden de
Kamerstukken II, 2022-2023, 36 200 XV, nr. 2, p.68 Kamerstukken II, 2022-2023, 24 515, nr. 654 4 Kamerstukken II, 2021-2022, 24 170, nr. 255 5 Kamerstukken II, 2022-2023, 24 170, nr 286 2 3
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
15
bijbehorende middelen, circa € 4 miljoen per jaar, voor de uitvoering van de maternale kinkhoestvaccinatie aan het gemeentefonds toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg In de meicirculaire 2023 (zie paragraaf 2.2.8) is de loon- en prijsbijstelling 2023 voor jeugdzorg, voor zover deze betrekking heeft op de reserveringen voor jeugdzorg op de AP, aan het gemeentefonds toegevoegd voor de jaren 2024 en 2025. In deze circulaire worden de middelen voor de loon- en prijsbijstelling 2022 over de reserveringen jeugdzorg op de AP toegekend. Ook deze overboeking heeft nu betrekking op 2024 (€ 45,2 miljoen) en 2025 (€ 27,1 miljoen), omdat voor die jaren de middelen van de AP zijn vrijgegeven (zie paragraaf 2.2.7 van de meicirculaire 2023). De middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III) De algemene uitkering wordt vanaf 2023 structureel met circa € 1,8 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren.
Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De middelen worden uitgekeerd via het cluster Infrastructuur, ruimte en milieu.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.4.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
16
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie
Verdeelwijze
algemene mutaties 1) 2) 3) 4)
Accres 2024 Afrekening ruimte onder plafond BCF 2023 Financieringssystematiek Knelpunten verdeelproblematiek
uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor
taakmutaties 5) 6) 7)
cluster Participatie Re-integratie Wet Visueel beperkten Bijzondere bijstand en vroegsignalering
via maatstaven cluster via maatstaven cluster via maatstaven cluster
8)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Hulpmiddelen thuis laten staan
via maatstaven cluster
9)
cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma
via maatstaven cluster
10)
cluster Individuele voorzieningen Jeugd Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg
via maatstaven cluster
11)
cluster Infrastructuur, ruimte en milieu Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD III)
via maatstaven cluster
2.4
Maatstaven, bedragen per eenheid, uitkeringsfactoren en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop in deze paragraaf). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2023 6. Begin juli 2023 zijn de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaar 2022 en 2023 worden toegepast.
Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2023 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer.
6
‘Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds’, Rijksoverheid.nl.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
17
Bedragen per eenheid De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2023-2028 ten opzichte van de meicirculaire 2023 gewijzigd. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 40 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 29,5 miljard). De – landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.4.2 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
-
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.4.3 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
Ten opzichte van de meicirculaire 2023 zijn er geen wijzigingen in de uitkeringsfactoren voor 2021 en 2022. Deze blijven ongewijzigd, respectievelijk 1,689 en 1,824. De ontwikkeling van de uitkeringsfactor voor 2023 en verder is hieronder onder de verticale toelichting nader toegelicht. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2023-2028 is opgenomen in tabel 2.4.1.
Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2023-2028 Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
1,311 29.749
1,406 29.968
1,480 29.873
1,441 29.324
1,489 29.584
1,532 29.778
De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen. 7 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van de MEV 2024 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder een
7 De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (ARU) waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
18
tabel waarin de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2023 (verticale toelichting). Verticale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2023. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2023-2028 2023 stand meicirculaire 2023 1,304 mutaties deze circulaire algemene mutaties 0,012 uitkeringsbasis/OZB -0,005 overig 0,000
2024 1,395
2025 1,471
2026 1,433
2027 1,460
2028 1,490
0,014 -0,003 0,000
0,012 -0,003 0,000
0,011 -0,003 0,000
0,033 -0,004 0,000
0,046 -0,004 0,000
uitkeringsfactor stand deze circulaire
1,406
1,480
1,441
1,489
1,532
1,311
De uitkeringsfactoren vallen voor de jaren 2023–2028 hoger uit ten opzichte van de meicirculaire 2023. Deze stijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door de algemene mutaties die in deze circulaire zijn verwerkt. Het betreft de nieuwe accresstanden in 2024-2028 (met name de indexaties in 2027 en 2028) en de ruimte onder het BCF-plafond in 2023. Verder zijn de uitkeringsfactoren ook gewijzigd als gevolg van aanpassingen in de ramingen van de volumina van de verdeelmaatstaven en de belastingcapaciteit (OZB-maatstaven). Hier spelen onder andere de actualisatie van het aantal bijstandsontvangers, inwoners 75+ met drempel, regionale en landelijke centrumfunctie, leerlingen voortgezet onderwijs en de omvang van de OZB-maatstaven een rol. Per saldo is in alle jaren sprake een neerwaartse invloed op de uitkeringsfactoren. Op basis van de MEV 2024 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2023 en de stand van deze circulaire.
Bijstandsontvangers Stand meicirculaire 2023 Stand septembercirculaire 2023
2023 405.675 405.786
2024 401.992 400.647
2025 408.094 406.297
2026 2027 416.907 423.517 416.586 425.111
2028 430.912 433.252
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: -
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
-
Eveneens ontvangt een beperkt aantal gemeenten een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog.
-
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
19
het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad is verwerkt in een suppletie-uitkering (zie paragraaf 2.5-2 van de meicirculaire 2022). -
Vòòr 2023 hadden alle gemeenten te maken met de suppletie-uitkering IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). In verband met de invoering van de nieuwe verdeling van de algemene uitkering is deze suppletie-uitkering komen te vervallen. In de decembercirculaire 2020 paragraaf 2.4.1 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022 in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds (zie septembercirculaire 2021 paragraaf 2.4). De suppletie-uitkering voor 2022 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. De definitieve bedragen van de suppletie-uitkering 2022 zijn opgenomen in de internetbijlage bij deze circulaire.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
20
3
Decentralisatie- en integratie- uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2023 over de periode 2023 tot en met 2028. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht. Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen. Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2023-2028 (bedragen in duizenden euro's)* 2023 stand meicirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
4.796.011 4.421.367 4.344.513 4.262.571 4.190.071 4.117.359
1
Faciliteitenbesluit opvangcentra
2
Knelpunten verdeelproblematiek
144
3a
Vrouwenopvang ivm Wet Seksuele Misdrijven
3b
Vrouwenopvang ivm Specialistische functies
4 5 6
Regionale Energie Strategieen
7
Compensatie Wsw voor bijzondere WML-verhoging
8
Begeleiding jongeren naar werk
9
Veilig wonen
2.415
10
A58 Goes
1.243
11
Versterken arbeidsmarkt regio
12
Regionale doelgroepen specifieke aanpak
13
Verkeersveiligheid
95
95
14
Veilige steden
360
360
15
LHBTI beleid Regenboogsteden
679
679
679
679
100 882
896
1.023
990
990
-1.003
-781
-781
-781
-781
-781
Indexatie voogdij bijzondere functies
-381
-381
-381
-381
-381
-381
Outreachend werken
143
stand deze circulaire
26.584
8.781
8.781
8.781
8.781
8.781
25.076
23.420
21.793
20.197
19.235
2.415
2.415
2.415
42
631
631
631
631
95
95
95
95
360
360
14.895
2.392
4.828.682 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
21
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2023-2028 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar
2023
2024
2025
2026
2027
2028
- IU Participatie 1.933.969 1.870.593 1.805.402 1.741.146 1.676.953 1.613.279 - IU Beschermd wonen 1.641.470 1.642.005 1.642.644 1.643.312 1.643.312 1.643.312 - IU Voogdij/18+ 61.642 32.124 32.124 32.124 32.124 32.124 - Maatschappelijke opvang 385.057 385.057 385.057 385.057 385.057 385.057 - Vrouwenopvang 229.725 230.829 230.843 210.970 210.937 210.937 - Inkomstenderving 2021 (covid-19) 132.526 85.000 85.000 85.000 85.000 85.000 85.000 - Armoedebestrijding kinderen - Nationaal Actieplan Dakloosheid 55.000 - Vergunningverlening, toezicht en handhaving 46.700 46.700 46.700 46.700 46.700 46.700 - Voorschoolse voorziening peuters 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 - Jeugd 21.700 21.700 21.700 21.700 21.700 21.700 - Leerlingenvervoer Oekraine 21.400 - Taal voor ontheemden uit oekraine 15.000 - Versterking arbeidsmarktregio's 14.541 14.583 14.582 14.582 14.582 14.582 - Beeldende kunst en vormgeving 13.500 13.500 13.500 13.500 13.500 13.500 - Extra capaciteit BOA's 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 - Maatschappelijke begeleiding 12.855 - Wet kwaliteitsborging bouw 10.068 10.076 10.076 10.000 - Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verwa 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 0 - Wet goed verhuurderschap 9.188 - RES regio's 8.781 8.781 8.781 8.781 8.781 8.781 - Bodembescherming 8.583 - Begeleiding jongeren naar werk 7.895 14.895 - Veiligheidshuizen 7.699
7.699 7.699 7.699 7.699 7.699 - Pilot EU burgers 7.000 - Aanpak laaggeletterdheid 6.650 7.300 - Uitstapprogramma prostituees 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 - Jeugdhulp aan kinderen in een AZC 5.100 5.100 5.100 5.100 5.100 5.100 - BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders 4.731 4.731 4.731 4.731 4.731 4.731 - Aanpak lerarentekort G4 4.000 - Knelpunten verdeelproblematiek 3.956 4.047 4.140 4.235 4.332 4.432 - Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 3.825 3.825 - Veilig wonen 2.415 2.415 2.415 2.415 - Regionale doelgroepen specifieke aanpak 2.392 - Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) 1.649 - Experiment gesloten coffeeshopketen 1.378 1.378 - A58 Goes 1.243 - Slavernijverleden 958 958 - LHBTI beleid Regenboogsteden 679 679 679 679 - Veilige steden 360 360 360 360 - Outreachend werken 353 - Jeugdcontributie bibliotheken 312 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 144 - Outreachend werken 143 - Verkeersveiligheid 95 95 95 95 95 95
Vindplaats september 2023, § 3.2-7 mei 2023, § 3.2-18 september 2023, § 3.2-4 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2023, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-14 mei 2020, § 3.3.8 mei 2023, § 3.2-10a mei 2017, § 4.2 september 2022, § 3.2-4 juni 2012, § 6.9 mei 2023, § 3.2-8 mei 2023, § 3.2-4 september 2023, § 3.2-11 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2023, § 3.2-15 september 2022, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-19 mei 2023, § 3.2-1 september 2023, § 3.2-6 mei 2023, § 3.2-9 september 2023, § 3.2-8 juni 2012, § 6.11 mei 2023, § 3.2-10b september 2019, § 3.2-7 september 2022, § 3.2-6 december 2019, § 3.3.1 mei 2020, § 3.3.7 mei 2023, § 3.2-6 september 2023, § 3.2-2 september 2020, § 3.2-15 september 2023, § 3.2-9 september 2023, § 3.2-12 mei 2023, § 3.2-2 mei 2022, § 3.2-20 september 2023, § 3.2-10 mei 2021, §3.2-15 september 2023, § 3.2-15 september 2023, § 3.2-14 mei 2023, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-7 september 2023, § 3.2-1 september 2023, § 3.2-5 september 2023, § 3.2-13
Totaal 4.828.682 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029 *Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Toelichting Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het op 1 januari van het uitkeringsjaar aantal in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum (zie paragraaf 3.2-3 van de decembercirculaire 2022). Het bedrag van € 143.925 voor 2023 betreft een nabetaling aan de gemeenten Harderwijk (€ 138.630) en Eijsden-Margraten (€ 5.925 ten behoeve van het opvangcentrum in Cadier en Keer) over 2021 om hun werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden.
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
22
Knelpunten verdeelproblematiek Dit betreft een overheveling van € 0,1 miljoen vanuit het onderdeel algemene uitkering van de gemeentefondsbegroting. Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen. Gemeenten zijn op grond van de Wet herverdeling wegenbeheer verplicht om het onderhoud aan hun wegen te bekostigen. Doorgaans kunnen gemeenten de voor het onderhoud van de wegen afgedragen btw declareren bij het BCF. Als het beheer van de wegen is uitbesteed aan de waterschappen is dat echter niet mogelijk. De hogere kosten voor de gemeenten waar het onderhoud aan de wegen wordt verricht door waterschappen, worden met deze uitkering gecompenseerd (zie ook paragraaf 2.2-4 van deze circulaire). De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2028. De middelen voor 2028 worden binnen de gemeentefondsbegroting overgeheveld en toegevoegd aan deze decentralisatie-uitkering. De middelen worden verdeeld op basis van een historisch verdeelmodel. Het budget en de verdeling worden jaarlijks naar rato geïndexeerd. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-2 van deze circulaire. Vrouwenopvang i.v.m. Wet Seksuele Misdrijven (a) en Specialistische functies (b) a.
Wet Seksuele Misdrijven In de meicirculaire 2023 (paragraaf 3.3.6) is gecommuniceerd dat de invoering van de Wet Seksuele Misdrijven (a), naar verwachting, zal leiden tot een verhoogde instroom bij de Centra voor Seksueel Geweld (CSG). De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen zullen gemeenten vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet gecompenseerd worden via de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. Voor 2024 en 2025 gaat het om circa € 0,89 miljoen, voor 2026 om circa € 1,02 miljoen en voor 2027 en 2028 om € 0,99 miljoen. b. Specialistische functies Op verzoek van de VNG, na consultering van de betrokken wethouders van de centrumgemeenten vrouwenopvang, wordt met ingang van 2023 een structureel bedrag van € 781.000 uitgenomen uit de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. Daarnaast wordt in 2023 een incidenteel bedrag uitgenomen van € 222.000. Het betreft een voortzetting van de uitname in voorgaande jaren. Het genoemde bedrag wordt overgeboekt naar de begroting van het ministerie van VWS. Het bedrag wordt gebruikt voor het ophogen van de specifieke uitkering Specialistische functies aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in 2023 en verder voor een drietal onderdelen: -
Hulp aan slachtoffers eergerelateerd geweld seksuele uitbuiting
-
Het Landelijk Centrum Seksueel Geweld
-
Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating Indexatie voogdij bijzondere functies
In de meicirculaire 2023 (paragraaf 3.2-13) is structureel € 5,4 miljoen overgeheveld naar de
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
23
begroting van het ministerie van VWS. Het betrof de middelen vanuit de integratie-uitkering Voogdij/18+ voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’. Besloten is om deze twee onderwerpen landelijke functies in het vervolg te financieren via een specifieke uitkering. Voor deze twee onderwerpen is nog een bedrag van € 381.000 aan loon- en prijsontwikkeling toegekend. Dit bedrag wordt nu ook structureel overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS. Outreachend werken Het ministerie van SZW draagt bij aan het preventieve deel van het ‘breed offensief tegen ondermijnende criminaliteit’ en het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)’. Beide richten zich op de gestapelde problematiek in dezelfde 20 focusgebieden. Naar aanleiding van een werkbezoek in 2022 is gebleken dat de gemeente Schiedam slecht(er) scoort op een aantal sociaaleconomische indicatoren. Via deze decentralisatie-uitkering ontvangt de gemeente Schiedam in 2023 een bedrag van € 143.000 om een extra inspanning te kunnen doen voor de kwetsbare gebieden in de gemeente. Regionale Energie Strategieën Een belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord op weg naar 2030 is het opstellen, beleidsmatig verankeren en uitvoeren van de Regionale Energie Strategieën (RES).
Voor de ondersteuning van dit belangrijke proces zijn destijds door het Rijk middelen beschikbaar gesteld aan de RES-regio’s voor drie jaar tot eind 2021 (zie paragraaf 3.2-4 van septembercirculaire 2019). Voor 2022 is afgelopen jaar een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld (zie paragraaf 3.2-12 van de meicirculaire 2022). Voor 2023 heeft het kabinet eerder voor de gemeenten eenmalig € 8,8 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld (zie paragraaf 3.2-11 van de meicirculaire 2023). Aangezien het RES-traject nog een doorlooptijd kent tot 2030 is er ook voor de komende jaren geld gereserveerd voor de ondersteuning van dit proces. Vanaf 2024 wordt er structureel € 8,8 miljoen beschikbaar worden gesteld. De middelen zijn op basis van een aantal criteria (aantal deelnemende overheden, landoppervlak en inwoners) verdeeld over de regio’s. De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.2-6 van deze circulaire. Compensatie Wsw voor bijzondere WML-verhoging Bij Voorjaarsnota 8 heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan het Wsw-onderdeel in deze integratie-uitkering.
De bedragen in de reeks lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048 en worden naar rato verdeeld via het verdeelmodel IU Participatie. Begeleiding jongeren naar werk Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om
8
Zie voetnoot 1
Septembercirculaire gemeentefonds 2023
24
kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. Hiervoor waren in het kader van het corona steun- en herstelpakket en het Nationaal Programma Onderwijs tot en met 2022 extra financiële middelen beschikbaar (zie paragraaf 3.2-2 van de decembercirculaire 2020). De jongeren op wie de Aanpak Jeugdwerkloosheid zich primair richt hebben echter een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft derhalve besloten de tijdelijke maatregelen om te zetten in structurele wet- en regelgeving. Totdat het wetsvoorstel in werking is getreden (naar verwachting in 2025) worden de middelen, net als voorgaande jaren, gelijkelijk verdeeld over de arbeidsmarktregio’s en verstrekt via een decentralisatie-uitkering (zie ook paragraaf 3.2-5 van de meicirculaire 2023). In 2024 zijn de middelen (€ 14,9 miljoen) als volgt onderverdeeld: Coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid (€ 2.520.000 ) De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s ontvangen middelen voor het coördineren van de aanpak in de regio. Hierbij kunnen centrumgemeenten partners betrekken, zoals regiogemeenten, (contact)scholen, Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMC), Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), het regionale mobiliteitsteam, het regionale werkgeversservicepunt. Elke centrumgemeente van de arbeidsmarktregio’s ontvangt voor dit onderdeel € 72.000.
Ondersteunen naar werk van kwetsbare aankomend mbo-gediplomeerden (€ 5.252.044) Daarnaast ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van aankomend mbo-gediplomeerden die naar verwachting een moeilijke start zullen hebben op de arbeidsmarkt. Aangezien mbo-studenten uit de beroepsopleidende leerweg niveau 2 en mbostudenten met een niet-westerse migratieachtergrond het meest kwetsbaar zijn, is 80 procent van de verdeling van deze middelen over de centrumgemeenten gebaseerd op het relatieve aantal studenten met deze achtergrondkenmerken die in de betreffende arbeidsmarktregio wonen. Omdat ook andere studenten kwetsbaar kunnen zijn voor jeugdwerkloosheid, is de overige 20 procent van de middelen verdeeld op basis van op het totale aantal mbo-studenten dat in de arbeidsmarktregio woont. Ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters (€ 7.122.956) Ook ontvangen centrumgemeenten middelen voor het ondersteunen naar werk van voortijdig schoolverlaters. Het gaat om jongeren zonder startkwalificatie tot 23 jaar van wie het Regionale Meld- en Coördinatie (RMC) heeft vastgesteld dat terugkeer naar het initieel onderwijs geen optie meer is. Elke centrumgemeente ontvangt een budget op basis van de in de afgelopen jaren gehanteerde verdeelsleutel van de RMC-functie.