CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Septembercirculaire e250055906

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 202533.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeentefonds

Septembercirculaire 2025

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 september 2025 Kenmerk 2025-0000554447

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

septembercirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334); meicirculaire 2025 (2025-0000332806) 16 september 2025 1 juli 2026

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De septembercirculaire 2025 informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

1

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

2

Inhoudsopgave 1

2

Hoofdpunten ....................................................................................................... 6 1.1

Inleiding...................................................................................................... 6

1.2

Algemene uitkering....................................................................................... 6

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................ 7

Algemene uitkering .............................................................................................. 8 2.1

Inleiding...................................................................................................... 8

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ....................................... 8

1.

Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 9

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 .................................................... 11

3.

Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten ..................................... 11

4.

Implementatie Participatiewet in balans ........................................................ 12

5.

Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 12

5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 ........................................................ 12 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) ................................................................................................... 12

3

6.

Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 ............................. 13

7.

Toezicht gastouderopvang ........................................................................... 13

8.

Kinderopvang pleegouders .......................................................................... 13

9.

Rijksvaccinatieprogramma ........................................................................... 14

10.

Wet integrale suïcidepreventie ..................................................................... 14

11.

Indexatie Wmo demografie .......................................................................... 14

12.

Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen ....................................................... 14

13.

Kiezers buiten Nederland............................................................................. 14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering...........................................................15

2.4

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ...........15

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................................................20 3.1

Inleiding.....................................................................................................20

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................20

1.

Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ................................. 22

2.

Spreidingswet ............................................................................................ 22

3.

Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 22

4.

Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak ............................................................... 22

5.

Voorbereiding bouw kerncentrales ................................................................ 23

6.

Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..................................................... 23

7.

Aanpak overlast asielzoekers ....................................................................... 24

8.

Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR) ................................................... 24

9.

Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................. 24

10.

Register Externe Veiligheid (REV) ................................................................. 24

11.

Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................ 25

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

3

12.

Work in NL ................................................................................................ 25

12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen................................ 25 12b. Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) ............................................. 25 13.

Aanpak ondermijning zeehavens .................................................................. 25

14.

Aanpak van criminele machtsstructuren ........................................................ 25

15.

Actieagenda mkb-dienstverlening ................................................................. 26

16.

Pilot denormalisering drugs bij evenementen ................................................. 26

17.

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)................. 26

18.

Overheidsbrede Dienstverlening ................................................................... 27

19.

Regeling heroïnebehandeling ....................................................................... 27

20.

Vrouwenopvang ......................................................................................... 27

21.

Bureau regioburgemeesters ......................................................................... 27

22.

Erfgoedregistratie ....................................................................................... 28

23.

Digitale tweeling ........................................................................................ 28

24.

Versterking arbeidsmarktregio’s ................................................................... 28

25.

Volume-indexatie 2026 Beschermd Wonen (IU) .............................................. 28

26.

Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) ................................................................... 28

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .............................................................................................29

3.3.1. Beschermd wonen .......................................................................................29 3.3.2. Maatschappelijke opvang..............................................................................29 3.3.3. Vrouwenopvang ..........................................................................................30 3.3.4. Aanpak laaggeletterdheid .............................................................................30 4

Overige mededelingen .........................................................................................31 4.1

Inleiding.....................................................................................................31

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen.................31

4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2026 ........................32

4.4

Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ...............33

4.5

‘Weeffout’ Jeugdzorg....................................................................................33

4.6

Landelijke Vreemdelingen Voorziening ...........................................................33

4.7

Wegenbeheer..............................................................................................34

4.8

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ......................................................34

4.9

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................34

4.10

Cijfers belastingcapaciteit .............................................................................35

Bijlagen...................................................................................................................36 Bijlage 2.1.1

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ....................................37

Bijlage 2.1.2

Bedragen per eenheid 2025 per cluster ...............................................39

Bijlage 2.1.3

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ....................................41

Bijlage 2.1.4

Bedragen per eenheid 2026 per cluster ...............................................43

Bijlage 2.2.1

Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ...........................................45

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten .........................46 Bijlage 2.4.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ..........................................................54

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

4

Bijlage 3.2-2 Spreidingswet .....................................................................................57 Bijlage 3.2-3 Pilot dakloze EU-burgers ......................................................................61 Bijlage 3.2-6 Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..............................................62 Bijlage 3.2-7 Aanpak overlast asielzoekers ................................................................70 Bijlage 3.2-8 Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ............................................71 Bijlage 3.2-9 Impulsbudget sociale infrastructuur .......................................................72 Bijlage 3.2-12a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen .....................75 Bijlage 3.2-18 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ........76 Bijlage 3.2-19 Overheidsbrede Dienstverlening ..........................................................80 Bijlage 3.2-20 Regeling heroïnebehandeling...............................................................88 Bijlage 3.2-25 Versterking arbeidsmarktregio’s ..........................................................89 Bijlage 3.3.2 Maatschappelijke opvang ......................................................................90 Bijlage 3.3.4 Aanpak laaggeletterdheid .....................................................................91 Bijlage 4.3

Referentiewaarden EMU-saldo 2026 gemeenten .........................................92

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

5

1 1.1

Hoofdpunten Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2

Algemene uitkering

Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar.

Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

6

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat om de aanpassing van bestaande uitkeringen, omzetting van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen en om nieuwe uitkeringen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen:

-

De decentralisatie-uitkering Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe. Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd.

-

De decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze decentralisatie-uitkering vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. Met deze uitkering wordt in 2026 een totaalbedrag van € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.

-

De integratie-uitkering Rijksbijdrage Beschut Werk. In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie).

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

7

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025. Wijziging in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

8

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2025 (in duizenden euro's)

stand meircirculaire 2025 1) 2) 3)

algemene mutaties Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

40.898.452

41.889.943

43.374.270

43.785.630

45.719.390

47.904.210

-78.420

-136.328

-144.642

-185.005

-310.361

428.279 1.450

taakmutaties 4)

cluster Participatie Implementatie Participatiewet in balans

36.325

15.204

3.561

1.000

1.000

1.000

5) 5a) 5b) 6) 7) 8)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Hervormingsagenda Jeugd Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 728.000 Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Toezicht gastouderopvang Kinderopvang pleegouders -10.700

-23.000 23.492 1.400 -10.700

-24.000 19.196 2.200 -10.700

-22.000 19.201 2.200 -600

-22.000 18.987 1.800 -600

-22.000 18.987 1.700 -600

9) 10)

Cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma Wet integrale suïcidepreventie

10.000

10.000

10.000

10.000

300 10.000

11)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Indexatie Wmo demografie

12) 13)

cluster Bestuur en ondersteuning Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Kiezers buiten Nederland

stand deze circulaire

2.300

75.000

60.000 1.120

42.145.226

41.827.919

43.238.199

43.650.789

45.543.572

47.678.236

Toelichting algemene uitkering 1.

Bijstelling accres-tranches

Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. In de onderstaande tabel zijn de actuele cijfers opgenomen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

9

Tabel 2.2.2 Indices CPB Indices CPB bbp MEV 2026 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

2026

2027

2028

2029

2030

1,9% 2,5% 4,4%

1,8% 2,5% 4,3%

1,7% 2,7% 4,4%

1,5% 2,5% 4,1%

2,2% 2,4% 4,6%

Indices CPB bbp CEP 2025 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

1,9% 2,6% 4,5%

1,8% 2,5% 4,3%

1,7% 2,7% 4,3%

1,5% 2,5% 4,1%

2,2% 2,4% 4,6%

Verschil (nieuw-oud) Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

0,0% -0,1% -0,1%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accresraming zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026 op basis van de bbp-cijfers uit de MEV 2026. Tabel 2.2.4 bevat de accresraming zoals deze opgenomen staat in de Voorjaarsnota 2025. Tabel 2.2.5 presenteert de mutatie in de accresraming tussen Voorjaarsnota 2025 en Miljoenennota 2026. Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Gemeentefonds Miljoenennota 2026 In miljoenen euro 2026 2027 2028 Grondslag Gemeentefonds 41.770 40.506 39.098 Accres Gemeentefonds tranche 2026 volume bbp tranche 2026 prijs bbp tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres

2029 39.059

2030 39.012

745 990 717 1.049 706 1.145 683 1.122 1.002 1.113 9.272

798 1.060

774 1.028 745 1.089

747 992 719 1.051 707 1.148

746 991 718 1.050 707 1.147 684 1.123

1.858

3.635

5.364

7.166

Tabel 2.2.4 Accres Gemeentefonds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 tranche 2026 volume bbp 791 tranche 2026 prijs bbp 1.145 tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres 1.936

2027 781 1.131 772 1.088

2028 754 1.091 745 1.050 735 1.134

2029 753 1.090 744 1.049 734 1.133 717 1.131

3.772

5.509

7.351

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

2030 752 1.089 743 1.047 733 1.131 716 1.130 1.056 1.185 9.583

10

Tabel 2.2.5 Mutatie accres Gemeentefonds sinds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 2027 tranche 2026 volume bbp 7 -8 tranche 2026 prijs bbp -85 -103 tranche 2027 volume bbp -27 tranche 2027 prijs bbp 1 tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totale mutatie -78 -136

2.

2028 -7 -99 -26 1 -27 14 -145

2029 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -185

2030 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -54 -71 -310

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2025 tot en met 2030 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeentes is voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) Geraamd plafond BCF BCF Plafond totaal Plafond aandeel gemeenten VJN25 Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN26 Uitputting gemeenten Ruimte onder plafond gemeenten

3.

2025

2026

2027

2028

2029

2030

5.052

5.295

5.484

5.722

5.943

6.390

4.469 2

4.671 19

4.865 0

5.078 0

5.281 0

5.627 1

0

-12

-17

-20

-27

23

4.470

4.678

4.848

5.059

5.254

5.651

4.042

4.042

4.042

4.042

4.042

4.042

428

636

806

1.017

1.212

1.609

Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten

In de periode 2021 tot en met 2024 is een bedrag van € 908.000 per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie ook paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2021).

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

11

De gemaakte kosten in de jaren 2021-2025 zijn lager dan het bedrag dat is onttrokken uit de algemene uitkering. Derhalve vindt er een afrekening plaats. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,5 miljoen dat aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. 4.

Implementatie Participatiewet in balans

Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De middelen worden verdeeld via het cluster Participatie. 5.

Hervormingsagenda Jeugd

5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Bij Voorjaarsnota 2025 is ten behoeve van de Hervormingsagenda jeugd een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2025. Zoals in de meicirculaire aangegeven vond toen nog het gesprek plaats over de verdeling van een deel van de middelen en deze zijn daarom toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten dat deze Hervormingsagenda-middelen worden ingezet via de VWS-begroting (betreft uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) en daarom worden deze middelen nu weer onttrokken aan het gemeentefonds.

Het gaat om € 23 miljoen in 2026, € 24 miljoen in 2027 en jaarlijks € 22 miljoen vanaf 2028.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

12

6.

Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023

Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd, zie paragraaf 2.2.8 van de meicirculaire 2023. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen vanaf 2029. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 7.

Toezicht gastouderopvang

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Het gaat om € 1,4 miljoen in 2026, € 2,2 miljoen in 2027 en 2028 en daarna aflopend naar € 1,8 miljoen in 2029 en structureel € 1,7 miljoen vanaf 2030. De reeks kent een incidentele component die is bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. De bedragen zijn tot stand gekomen in overleg tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), VNG en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Nederland.

De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 8.

Kinderopvang pleegouders

Bij Voorjaarnota 2025 is ten behoeve van de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.6 van de meicirculaire 2025. Deze middelen zijn toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten deze middelen niet via het gemeentefonds voor dit doel in te zetten, maar via de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze middelen worden daarom nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Dit betreft een overboeking naar de VWS-begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027 van € 10,7 miljoen per jaar en € 600.000 per jaar structureel vanaf 2028.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

13

9.

Rijksvaccinatieprogramma

Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn. Deze veranderingen in het RVP schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Vanaf 2030 gaat het jaarlijks om € 300.000. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 10.

Wet integrale suïcidepreventie

Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 11.

Indexatie Wmo demografie

In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot € 300 miljoen in 2029 (zie paragraaf 2.2.10 van de septembercirculaire 2024). Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 12.

Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen

Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf inwoners. 13.

Kiezers buiten Nederland

De gemeente Den Haag is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vervroegde verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. Aan de gemeente Den Haag is daarom eenmalig € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

14

29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die de gemeente Den Haag jaarlijks via het gemeentefonds krijgt voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf Verkiezingen Den Haag. 2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

2.4

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

15

Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 1. Woonruimten De actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaren 2024 en 2025 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2025 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Gewicht per maatstaf De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor zijn een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2025-2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bpe’s voor 2025 en 2026. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de Onroerendezaakbelasting (OZB)maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis.

De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •

De informatie uit de tabellen 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties

•

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.

•

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.4.2 bevat informatie over de (raming van de) volumina van de maatstaven en of deze (raming van de) volumina voor deze circulaire zijn geactualiseerd.

•

1

De belastingcapaciteit.

Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

16

Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2024 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,418 naar 1,417. Deze daling wordt veroorzaakt door de herziene actualisatie van de maatstaf Bijstandontvangers. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.4.1. Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2025-2030

Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1,486 31.170

1,490 31.017

1,534 31.086

1,577 30.524

1,623 30.870

1,675 31.216

De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen 2. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2025 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.4.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 2026

2027

2028

2029

2030

stand meicirculaire 2025 mutaties deze circulaire

1,472

1,493

1,539

1,583

1,630

1,687

Volume-effect gelijkblijvend GF Effect algemene mutaties Effect taakmutaties OZB Suppletie

-0,002 0,014 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,002 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,004 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,005 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,006 0,000 0,002 0,000

-0,004 -0,010 0,000 0,002 0,000

uitkeringsfactor stand deze circulaire

1,486

1,490

1,534

1,577

1,623

1,675

De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 2

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

17

De uitkeringsfactoren voor de jaren 2025 tot en met 2030 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2025. Voor 2025 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2025 van 14 punten. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de verwerking van de actualisatie van de geraamde ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (€ 428 miljoen). Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor voor elk uitkeringsjaar neerwaarts wordt bijgesteld ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Dit is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van de accresraming voor de betreffende jaren wat een effect heeft dat oploopt naar -10 punten in 2030. Daarnaast draagt ook de actualisatie van de prognoses van de volumina van de maatstaven voor de komende jaren bij aan de neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactoren. Dit effect loopt op naar -4 punten in 2030. De actualisatie van de belastingcapaciteit via de OZB-maatstaven op de uitkeringsfactor heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 2 punten in de gehele periode 20252030. Verwerking van de taakmutaties beïnvloedt de uitkeringsfactor zowel via de omvang van de algemene uitkering, als via de wijziging van de uitkeringsbasis als gevolg van de gewijzigde gewichten (bpe’s).

Het effect van de mutatie van de omvang van de algemene uitkering als gevolg van de taakmutaties en de wijziging van de uitkeringsbasis zijn ongeveer met elkaar in evenwicht, waardoor het gecombineerde effect op de uitkeringsfactor minimaal is. Op basis van de MEV 2026 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.4.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2025 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.4.3 Bijstandsontvangers Stand meicirculaire 2025 Stand septembercirculaire 2025

2025 375.451 375.451

2026 378.588 378.634

2027 381.786 381.612

2028 386.491 385.600

2029 392.672 390.583

2030 399.581 397.892

Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

•

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

18

•

Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024).

•

Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027 zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad, zoals aangekondigd in de brief over Vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds 3.

3

Kamerstukken II, 2024-2025 36 600, B, nr. 24

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

19

3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2025 over de periode 2025 tot en met 2030. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

20

Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2025 tot en met 2030. Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2025-2030 (in duizenden euro's)* 2028

2029

2030

- IU Participatie 2.124.797 2.049.850 1.983.904 1.876.909 - IU Beschermd wonen 1.833.044 1.848.649 1.848.649 1.848.649 - IU Voogdij/18+ - Maatschappelijke opvang 385.057 385.057 385.057 385.057 - Vrouwenopvang 230.621 222.748 222.894 222.894 - Armoedebestrijding kinderen 85.000 85.000 85.000 85.000 - Uitvoeringskosten Omgevingswet 80.679 - Openbare bibliotheken 59.282 59.282 - Nationaal Actieplan Dakloosheid 55.000 55.000 55.000 55.000 - Vergunningverlening, toezicht en handhaving 46.700 46.700 46.700 46.700 - Impulsbudget arbeidsmarktregio's 35.233 28.959 39.094 45.201 - Impulsbudget sociale infrastructuur 36.706 33.035 33.035 33.035 - Voorschoolse voorziening peuters 30.000 30.000 30.000 30.000 - Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe 28.172 61.700 - Alleenverdienersproblematiek 27.468 - Versterking arbeidsmarktregio's 23.440 23.440 23.440 23.440 - Wet betaalbare huur 19.256 16.406 9.150 7.352 - Spreidingswet 15.300 - Begeleiding jongeren naar werk 14.895 - Beeldende kunst en vormgeving 13.500 13.500 13.500 13.500 - Extra capaciteit BOA's 13.000 13.000 13.000 13.000 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 12.267 - Toekomstbestendig maken energiebeleid 10.375 - Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties 10.282 - Wet kwaliteitsborging bouw 10.076 10.000 g gg p - gedrag 10.000 10.000 10.000 - RES regio's 8.781 8.781 8.781 8.781 - Bodembescherming 8.636 8.636

8.636 8.636 - BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders 7.856 7.856 7.856 7.856 - Natuur bij Energieprojecten 7.828 - Veiligheidshuizen 7.699 7.699 7.699 7.699 - Pilot dakloze EU-burgers 7.000 - Aanpak laaggeletterdheid 6.500 5.000 5.000 5.000 - Uitstapprogramma prostituees 6.000 6.000 6.000 6.000 - Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) 6.012 6.709 6.709 - Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak 5.044 - Jeugdhulp aan kinderen in een AZC 5.100 5.100 5.100 5.100 - Regionale doelgroepen specifieke aanpak 4.784 4.784 - Voorbereiding bouw kerncentrales 4.182 - Knelpunten verdeelproblematiek 4.140 4.235 4.332 4.432 - Versterking omgevingsveiligheidsdiensten 3.925 4.851 4.851 3.825 - Aanpak overlast asielzoekers 3.435 - Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) 3.257 3.257 3.257 - Landelijke aanpak adreskwaliteit 2.856 - Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 2.500 2.500 - Veilig wonen 2.415 2.415 - Natuurbrandpreventie en -mitigatie 2.279 - Behoud sociale voorzieningen Groningen 1.506 - LHBTI beleid Regenboogsteden 1.232 1.232 - Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit 1.181 1.181 681 - Einde lening inburgeringsplichtig 1.000 - Register Externe Veiligheidrisico's (REV) 850 850 - Veilige steden 825 825 - Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen 405 - Aanpak ondermijning zeehavens 365 - Aanpak van criminele machtsstructuren 360 385 -

Slavernijverleden 327 - Maatschappelijke begeleiding 263 - Actieagenda mkb-dienstverlening 203 - Aanpak flakka problematiek 200 - Verkeersveiligheid 95 95 95 95 - Realisatie energietransitie 80 - Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit 35 - Pilot denormalisering drugs bij evenementen 33 67 - Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 666.340 - Overheidsbrede Dienstverlening 15.414 15.414 15.414 - Regeling heroïnebehandeling 13.347 - Bureau regioburgemeesters 880 880 880 - Erfgoedregistratie 150 - Digitale tweeling 108 108 63 Totaal 5.329.339 5.771.023 4.883.822 4.759.518 * Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft

Uitkeringsjaar

2025

2026

2027

1.809.237 1.848.649

1.743.422 1.848.649

385.057 222.894 85.000

385.057 222.894 85.000

55.000 46.700

55.000 46.700

33.035 30.000

33.035 30.000

23.440 6.500

23.440 6.500

13.500 13.000

13.500 13.000

8.781 8.636 7.856

8.781 8.636 7.856

7.699

7.699

6.000

6.000

5.100

5.100

4.534

4.638

95

95

15.414

15.414

880

880

4.637.007

4.571.296

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

Vindplaats september 2025, § 3.2-27 september 2025, § 3.2-26 mei 2024, § 3.2-20 t/m 21 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2025, § 3.2-21 mei 2020, § 3.3.8 mei 2025, § 3.2-1 september 2024, § 3.2-13 mei 2024, § 3.2-2a mei 2017, § 4.2 mei 2025, § 3.2-2 september 2025, § 3.2-9 september 2022, § 3.2-4 september 2025, § 3.2-1 mei 2025, § 3.2-4 september 2025, § 3.2-24 december 2024, § 3.2-12 september 2025, § 3.2-2 mei 2025, § 3.2-5 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-19 mei 2025, § 3.2-7 september 2022, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-6 mei 2024, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-9 juni 2012, § 6.11 september 2025, § 3.2-3 mei 2025, § 3.2-10 september 2022, § 3.2-6 september 2025, § 3.2-16 september 2025, § 3.2-4 december 2019, § 3.3.1 mei 2024, § 3.2-5 september 2025, § 3.2-5 mei 2024, § 3.2-27 september 2025, § 3.2-6 september 2025, § 3.2-7 september 2025, § 3.2-8 mei 2025, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-14 september 2023, § 3.2-9 mei 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-16 mei 2025, § 3.2-26 september 2025, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-17 september 2025, § 3.2-10 mei 2025, § 3.2-23 september 2025, § 3.2-12 september 2025, § 3.2-13 september 2025, § 3.2-14 mei 2025, § 3.2-20 mei 2025, § 3.2-21 september 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-22 september 2023, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-24 mei 2025, § 3.2-25 september 2025, § 3.2-17

september 2025, § 3.2-18 september 2025, § 3.2-19 september 2025, § 3.2-20 september 2025, § 3.2-22 september 2025, § 3.2-23 september 2025, § 3.2-24

21

Toelichting decentralisatie-uitkeringen 1.

Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe

Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun 4, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd. De gemeente Groningen is als budgethouder verantwoordelijk voor de verdeling van de middelen. 2.

Spreidingswet

Vanuit de Spreidingswet hebben gemeenten een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken (zie ook paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2024). Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit het gemeentefonds. Voor gemeenten is er een bijdrage van in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar. Elke gemeente ontvangt een vast bedrag van € 20.000. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van de verdeling van het aantal opvangplaatsen per gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3.

Pilot dakloze EU-burgers

In 2025 wordt € 7 miljoen beschikbaar gesteld voor de specifieke aanpak voor dakloze Europese Unie (EU)-burgers, conform het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers. Dit betreft een voortzetting van de pilot dakloze EU-burgers (zie paragraaf 3.2.2b van de meicirculaire 2024). Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld aan de 6 pilotgemeenten: Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en Venlo. Het bedrag wordt via het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) over de 6 gemeenten verdeeld. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3. 4.

Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak

De G4-gemeenten ontvangen een bijdrage van € 5 miljoen voor de uitvoering van een pilot gericht op het uitbreiden en intensiveren van de wijkgerichte vaccinatieaanpak. Het doel van de pilot is om in de praktijk te leren op welke wijze het meest doelmatig kan worden ingezet op het verhogen van de vaccinatiegraden in wijken waar de deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma achterblijft. Geleerde lessen uit de pilot worden landelijk gedeeld, zodat alle gebieden met een lage vaccinatiegraad deze kunnen benutten.

4

Sociale agenda voor Groningen en Noord-Drenthe gepresenteerd | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

22

Op basis van de plannen van de gemeenten is de verdeling per pilotgemeente als volgt: Amsterdam: € 1.500.000, Den Haag: € 1.536.000, Rotterdam: € 1.278.000 en Utrecht: € 730.000. 5.

Voorbereiding bouw kerncentrales

Kernenergie is belangrijk voor het bredere energiesysteem dat dit kabinet voor ogen heeft waarbij kernenergie een betrouwbare CO2-arme energiebron is. Het kabinet zet in op de realisatie van nieuwe kerncentrales 5. Voor twee kerncentrales heeft de toenmalige Minister voor Klimaat en Energie in 2022 locatie Borssele in de provincie Zeeland aangewezen als voorkeurslocatie. De gemeente Borsele krijgt financiële ondersteuning waarmee de gemeente bijvoorbeeld extra personele capaciteit kan bewerkstelligen. Vanuit de projectprocedure worden andere mogelijke locaties onderzocht op geschiktheid in de provincies Groningen en Zuid-Holland. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) vindt het belangrijk dat voor een zorgvuldige procedure de belangen en zorgen van stakeholders en inwoners van deze locaties hierin een plek krijgen. Het ministerie van KGG wil derhalve gemeenten en provincies financieel ondersteunen om lokale en regionale kennis op te bouwen / in te brengen ten behoeve van samenwerking met het Rijk. In totaal is er een bedrag van € 4,2 miljoen voor gemeenten beschikbaar. De verdeling is als volgt: Borsele: € 2.290.000, Het Hogeland: € 473.000, Rotterdam: € 473.000, Terneuzen € 473.000, Vlissingen: € 473.000. 6.

Versterking omgevingsveiligheidsdiensten

De VNG, namens de gemeenten, en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn overeengekomen (in het bestuurlijk omgevingsberaad van 24 oktober 2024) dat bepaalde taken van het vervolg op de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) door gemeenten worden uitgevoerd. Het gaat om wettelijke taken op het terrein van de omgevingsveiligheid. Het gaat om een bedrag van € 3,9 miljoen in 2025, € 4,9 miljoen in 2026 en in 2027 en € 3,8 miljoen in 2028. De verdeling is gebaseerd op de gemeentelijke verdeelsleutel Externe Veiligheid (gebaseerd op aantal risicobronnen en inwonersdichtheid). Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6.

5

Kamerstukken II, 2024-2025, 32 645, nr. 132

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

23

7.

Aanpak overlast asielzoekers

Overlast en crimineel gedrag van asielzoekers heeft grote impact op de betrokkenen, de omgeving en het draagvlak voor opvang. Aanvullend op de nationale aanpak is lokaal maatwerk cruciaal omdat overlast binnen de gemeentegrenzen wordt ervaren. Om deze lokale aanpak binnen de gemeenten te ondersteunen wordt € 3,4 miljoen beschikbaar gesteld in 2025. Gemeenten konden hiervoor een aanvraag doen. Bij de verdeling van het budget is rekening gehouden met het aantal opvangplekken in de gemeente. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-7. 8.

Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR)

In het NPVR werken het Rijk en 11 regio’s langjarig samen aan het vergroten van de brede welvaart. In de periode 2025-2027 worden procesmiddelen beschikbaar gesteld voor de 11 regio’s binnen het NPVR. Elke regio krijgt een vaste jaarlijkse bijdrage voor de totstandkoming van de regioplannen en uitvoeringsagenda's die bijdrage aan de agenda van het NPVR. Er is jaarlijks € 3,3 miljoen beschikbaar voor gemeenten. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8. 9.

Impulsbudget sociale infrastructuur

Door de toekenning van de loon- en prijsontwikkeling (LPO) wijzigt de omvang van de decentralisatie-uitkering ‘Impulsbudget sociale infrastructuur’. Ook is de verdeling vanaf 2026 bijgewerkt op basis van veranderingen in samenwerkingsverbanden en de nieuwste gegevens voor de verdeelmaatstaf. Deze decentralisatie-uitkering loopt van 2025 tot en met 2034 (zie ook paragraaf 3.2.3 van de meicirculaire 2025). In 2025 gaat het om € 1,7 miljoen en vanaf 2026 tot en met 2034 om € 1,5 miljoen. Een overzicht met de ten opzichte van de meicirculaire 2025 bijgewerkte bedragen per gemeente, is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Register Externe Veiligheid (REV) Het ministerie van IenW is met medeoverheden verantwoordelijk voor het beheer van het REV (zie ook paragraaf 3.2.8 van de decembercirculaire 2024). Gemeenten ontvangen via deze decentralisatie-uitkering een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het inregelen van de beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)module binnen het REV. De bijdrage is bedoeld voor het inregelen en het mee uitwerken van een efficiënte beheeraanpak, waarbij optimaal gebruik gemaakt wordt van bestaande (basis)registraties. Het gaat om een jaarlijks bedrag van € 850.000 voor de jaren 2025 en 2026. De middelen worden evenredig over alle gemeenten verdeeld.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

24

11. Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt een bijdrage ter beschikking voor de preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ten behoeve van het voorkomen van jonge aanwas en doorgroeiers in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit (zie ook paragraaf 3.2.18 van de meicirculaire 2025). De gemeente Velsen ontvangt in de periode 2025-2027 een jaarlijkse bijdrage van € 181.000. De gemeente Tiel ontvangt in 2025 en 2026 een jaarlijkse bijdrage van € 500.000. 12. Work in NL Met het project Work in Nederland (WIN) wordt goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan EU-arbeidsmigranten gerealiseerd. 12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen Om arbeidsmigranten goed te kunnen bereiken is het noodzakelijk dat zelforganisaties (organisaties ontstaan vanuit de doelgroep) en sleutelpersonen nauw betrokken worden. Om deze aanpak te ondersteunen is een bedrag van € 405.000 beschikbaar. Het bedrag wordt evenredig verdeeld over de deelnemende arbeidsmarktregio’s en verstrekt aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s. De regio’s konden hiervoor een aanvraag doen. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12a. 12b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148386/1