CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke inspraakreactie B Schutz HISWA-RECRON

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente ErmeloBij agendapunt: Kadernota 20252.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

---------- Forwarded message --------Van: Björn Schutz <b.schutz@hiswarecron.nl> Date: vr 14 jun 2024 om 16:55 Subject: Mail HISWA-RECRON N.a.v. Kadernota 2025 én Visie Recreatie & Toerisme To: gemeenteraad@ermelo.nl <gemeenteraad@ermelo.nl> Geachte leden van de Gemeenteraad, Op 5 juni jl. was ik namens HISWA-RECRON inspreker bij uw Beeldvormende Raadsbijeenkomst over de Visie Recreatie en Toerisme om u daarmee qua inhoud te feliciteren maar ook om mijn zorg te delen, voornamelijk over wat er op pagina 37 van de Visie stond over uw ambities met Toeristen- en forensenbelasting. Namelijk dat die “een remmende kracht kunnen uitoefenen op uw ambities en speerpunten zoals opgenomen in de visie.” Met een betoog over de afgelopen twee jaren verder toegenomen, gestapelde impact van energiekosten, inflatie, loonkosten, uw voorgenomen toeristenbelastingstijging én de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord om alle verblijfvormen waarin de gast het kampeermiddel niet zelf meeneemt i.p.v. tegen 9% tegen 21% te gaan afrekenen (dus én, én, én, én, én), heb ik bij die gelegenheid toegelicht dat de investeringscapaciteit en de vitaliteit van recreatieondernemingen in Ermelo daarmee ernstig onder druk komen te staan. Dit omdat prijselasticiteit – zeg maar uitval van de vraag op basis van gestegen prijzen – zich zal doen manifesteren.

Het zijn dus vooral deze verhoogde kosten die ondernemers in voorgaande jaren aan gasten hebben doorberekend. Mij werd bij de beeldvormende bijeenkomst door de vertegenwoordiger uit uw Raad van ik meen de SGP gevraagd of dit betoog over prijselasticiteit en uitval van de vraag ergens op is gebaseerd of dat het natte vinger werk was. Ik bevestigde dat sprake is van een onderbouwing en dat ik een tweetal rapporten van Ginder aan u zou doen toekomen. Door middel van deze brief met bijlagen los ik die toezegging in. Het eerste document betreft een rapport van een onderzoek van ZKA (thans Ginder) uit 2019 over stapeling van lasten voor recreatieondernemers (Bijlage 1). Het tweede betreft een recent onderzoek van Ginder naar het Maatschappelijk en economisch effect van btw-verhoging van logies. (Bijlage 2) Van beide onderzoeken is HISWA-RECRON de opdrachtgever. Deze rapporten dienen in samenhang met elkaar te worden bezien. Hoewel het tweede genoemde rapport over btw-verhoging gaat is het ook voor u als Gemeenteraad relevant, omdat de voorgenomen toeristenbelastingtariefstijging zoals gezegd daar nog eens bovenop komt en dus de in het rapport genoemde effecten van lastenstijging versterkt. Gezien de bronnenlijst heeft Ginder zich gebaseerd op statische gegevens en nationale en internationale literatuur over ondermeer prijselasticiteit.

HISWA-RECRON heeft dus niet zomaar wat in elkaar gefröbeld of laten fröbelen. Daarvoor is de situatie te serieus en te dreigend voor de recreatiesector.

Voor uw leesgemak heb ik de meest relevante passages geel gemarkeerd. Laat u zich bij het lezen daar niet toe beperken. Samengevat is de inhoud en strekking van het eerste bijgevoegde document uit 2019 dat Ginder toe constateerde dat in 2018 en voorliggende jaren er landelijk gezien lokaal, in gemeenten sprake was van stijging van soms tientallen procenten. Dat was geen uitzondering. Dat leidde tot voor ondernemers onverwachte en forse lastenstijgingen, waarbij steeds de keuze diende te worden gemaakt of de lasten dienen te worden doorbelast, wat niet gunstig is voor de concurrentiepositie ten opzichte van andere ondernemers die dat niet doen. Echter, het niet doorbelasten treft de ondernemer ook, maar dan in de brutomarge. Daarnaast constateerde Ginder een zeker mate van willekeur in den lande bij toepassing van lokale tarieven. Enerzijds spelen overheden een rol in de vitalisering van vakantieparken maar juist op het vlak van lastendruk (financiën en belastingen) ontbreekt volgens Ginder regie en samenhangend beleid. Zo ons inziens ook in Ermelo, waarbij beleid op vitaliteit, fiscaal beleid én de Visie Recreatie en Toerisme niet op elkaar aansluiten en dus integraliteit ontberen.

Buitenproportionele stapeling van heffingen en belastingen leiden tot groeiende onvoorspelbaarheid van het verwachte bedrijfsresultaat van de recreatieondernemers op de lange termijn die de stabiliteit van recreatiebedrijven kan bedreigen. De prijselasticiteit bleek uit bijlage 1 volgens Nyfer in 2019 geduid als -0,79. D.w.z. Bij een stijging van 5% is er een uitval van de vraag van 4%. De toenmalige btwstijging van 6% naar 9% werd toen al vermoed effect te hebben op de concurrentiepositie. Steeds moet een ondernemer zich afvragen: “Moet ik kiezen voor mijn concurrentiepositie of mijn brutomarge?” Lastenverzwaringen kúnnen het verschil maken tussen winst en verlies. Kijk ik naar de huidige situatie in Ermelo, dan ben ik – voorzichtig geformuleerd – nog niet overtuigd dat enige mate van willekeur hier geen rol speelt. Dat gevoel bekruipt me omdat er tot op heden erg veel focus was op taakstelling en opbrengst maximalisatie voor de gemeente zónder dat men zich heeft afgevraagd en met de sector heeft besproken wat de effecten zijn en hoe die zouden kunnen worden gemitigeerd. Een sheet in de presentatie van JE Consultancy van vorig jaar spreekt boekdelen. Vanwege de inhoud en anders de gebruikte kleuren zult u zich dit waarschijnlijk nog wel herinneren. “Totale opbrengststijging: Groen: 10% per jaar gedurende 4 jaar: EUR 800.000 (verhoging in één keer door te voeren).

Oranje 20% per jaar => 4 jaar: EUR 1.600.000. Rood: 25% per jaar: => 4 jaar: EUR 2.000.000. En overigens betaalt geen inwoner van Ermelo toeristenbelasting. En er zijn bijna geen mensen die hun keuze voor een vakantie locatie laten afhangen van de hoogte van toeristenbelasting.“ Toen ik dit las werd ik even stil. Wordt er door een adviseur die door de gemeente Ermelo is ingehuurd (en door de gemeente zelf?) zó naar de sector gekeken? Waar is de zorgvuldigheid gebleven? En de afweging van alle ter zake doende belangen? De focus lag en ligt dus duidelijk op opbrengstmaximalisatie voor de taakstelling van de gemeente. En de sector die het voor u moet innen moet het maar uitzoeken. Dat heeft men gedaan: Ik voeg als bijlage 3 de tabellen en grafieken over de ontwikkelingen van Toeristenbelasting resp. Forensenbelasting over de jaren heen

versus de ontwikkeling van indexatie. Zonneklaar wordt daarmee dat er trends uit het verleden worden doorbroken en dat de sector als ware het een melkkoe wordt gebruikt. Steeds zonder de vraag, ook nu weer, wat doet het met de sector? Wat doet het met de middenstand die van toerisme afhankelijk is? Wat doet het met werkgelegenheid in Ermelo? Wat doet het op de lange termijn met de lokale economie en voorzieningenniveau? Tenslotte merken wij op dat niet alleen toeristen gebruikmaken van voorzieningen en dus moeten betalen. Ook inwoners en niet bijdragende dagrecreanten van buiten de gemeente gebruiken die. Het is dus fair breder te kijken dan alleen de niet in uw gemeente stemmende toerist/verblijfsrecreant. De laatste hierboven geciteerde zin uit de sheet van JE Consultancy is na lezing van het als bijlage 2 bijgevoegde rapport en het bronnenmateriaal aantoonbaar onjuist. Evenzeer ben ik bezorgd van de uitspraak van de wethouder tijdens de Beeldvormende raadsbijeenkomst over de Visie Recreatie en Toerisme toen hij aangaf dat de EUR 800.000 al sinds vorig jaar vaststaat. Hoe zit het dan met de motie die vorig jaar is aangenomen die de taakstelling over een veel breder veld legt dan alleen de recreatiesector. Namelijk de hele (lokale) economie.

In de Kadernota is dat over het hoofd gezien, net als in het antwoord van de wethouder tijdens de Beelvormende Raadsbijeenkomst van 5 juni jl. De recreatiesector mag niet alleen verantwoordelijk gemaakt worden voor keuzes van de Gemeenteraad. Meer precies: de Kadernota 2024 is vastgesteld in de Raadsvergadering van 5 juli 2023. Door de aangenomen motie van Eén Ermelo “We kopen tijd en zekerheid” is deze naar Economie gegaan: “In de begroting 2024-2027 voor subprogramma 3 (Economie) vanaf 2025 een taakstelling van € 800.000 op te nemen.” Dat is dus veel breder dan alleen de recreatiesector. Wat zien we nu in de Kadernota 2025? Daar staat de taakstelling van € 800.000 niet in het Programma Samen Ondernemen, maar opeens alleen als taakstelling voor Forensen- en Toeristenbelasting (verder TB/FB) met als toelichting: “De afgelopen jaren zijn er ambtelijk en bestuurlijk verschillende overlegmomenten geweest met de sector en beroepsverenigingen (VERON en HISWA-RECRON). Deze gesprekken hebben gezorgd voor duidelijkheid over de cijfers rondom TB/FB. Vanuit de sector is er input gegeven op deze taakstelling, met een aantal voorstellen hoe we deze het beste kunnen gaan invullen” In de herinnering van deelnemende ondernemers is dit onjuist.

De gesprekken met de ambtenaar gingen niet over de invulling van de taakstelling, maar waren een eerste stap te spreken over systematiek en categorieën van TB/FB Het college suggereert ten onrechte dat het over de taakstelling ging. En verder: “Omdat het uitvoeren van deze taakstelling niet binnen de bestaande capaciteit kan worden ingevuld, wordt er een inhuurtraject opgestart. Het verwerken van de input van de sector en het verder handen en voeten geven van de taakstelling wordt dan onderdeel van deze inhuur. Zodra de inhuur is ingevuld zijn we van plan de sector opnieuw te informeren door middel van een brief. De sector is mondeling op de hoogte gebracht van deze ontwikkelingen.”

Alsof de motie niet is aangenomen. De lokale recreatieondernemers kunnen zich niet vinden in het tekstdeel uit de Kadernota 2025. Er zijn twee gesprekken geweest met een ambtenaar Financiën van Meerinzicht over TB/FB. Deze gesprekken hebben anders dan gesteld in de Kadernota niet geleid tot duidelijkheid over de cijfers. Van de gesprekken zijn geen verslagen gemaakt en dus ook niet gedeeld met de sector. Tijdens de in de Kadernota genoemde gesprekken is er geen duidelijkheid gekomen over het aantal objecten dat is omgevormd van recreatiebestemming naar woonbestemming en de effecten die dat heeft voor WOZ en de Toeristen- en Forensenbelasting. Er is ook geen duidelijkheid over het aantal objecten voor de Forensenbelasting per categorie. Na dit korte uitstapje naar de lokale financiële en fiscale context terug naar het tweede deel van het antwoord dat ik aan uw collega van de SGP tijdens de beeldvormende raadsvergadering gaf. Er is een tweede rapport van Ginder, dat ziet meer toe op de huidige btw-stijging van 9% naar 21% op grond van het Hoofdlijnenakkoord, maar is qua effecten des te relevanter omdat die effecten nog eens worden versterkt door uw lastenverzwarende voornemen in de Kadernota.

Samengevat, in het rapport wordt nog eens duidelijk gemaakt welk belang vakanties hebben voor consumenten, namelijk als uitlaatklep om te ontstressen, gelukkig te zijn en blijven en gezond te blijven. Hoewel vrije tijd en vrije tijdbesteding onder druk staat is in de Grondwet opgenomen dat de overheid voorwaarden schept voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding. Er wordt uitgelegd waarom vakantie voor een groot deel van de bevolking niet mogelijk is (te duur) en op basis van gegevens van het NIBUD/Deloitte/Universiteit van Leiden dat 30% van de Nederlandse huishoudens financieel ongezond is en nog eens 30% financieel kwetsbaar. Er wordt in geduid waarom Nederland voorheen een verlaagd btw-tarief hanteerde (inkomensverdeling, stimulering van consumptie, bevordering van arbeidsparticipatie en werkgelegenheid voor praktisch opgeleiden). Tevens wordt ingegaan op wat een btw-verhoging in Europees perspectief betekent. In de rest van Europa is de btw - m.u.v. het Verenigd Koninkrijk, Scandinavië, Kroatië en Griekenland - veel lager. In ons omringende landen zoals Duitsland 7% en in België zelfs met 6%.

De kans dat toeristen uit die ‘lagere btw-landen Nederland - en daarbinnen plaatsen met een hoog toeristenbelasting tarief, in het bijzonder - gaan mijden of korter aan zullen doen en de kans dat Nederlanders die na Corona net Nederland hebben herontdekt hun volgen naar andere oorden (ook anders dan Ermelo) neemt daarmee toe. Dat wordt nader toegelicht bij de uitwerking van bestaande onderzoeken naar prijsen inkomenselasticiteit. De prijselasticiteit van hotels (leisure) varieert tussen de -0,6 tot -0,8 (10% stijging -> 6 tot 8% uitval) en wordt op campings, vakantieparken en watersportbedrijven als -1,2 berekend (10% stijging -> 12% uitval). De reactie van de consument zal zijn dat hij minder op vakantie gaat, korter op vakantie gaat of uitgaven beperkt, kiest voor een andere accommodatie of een andere bestemming. “Het is dus te verwachten dat de bezettingsgraad van hotels, vakantieparken en andere bedrijven die met de btw-verhoging te maken krijgen, gaat dalen. Aangezien Nederlandse Logies bedrijven ook concurreren met buitenlandse bestemmingen, is de verwachting dat dit effect in het hele land zichtbaar zal zijn. In grensgebieden is het effect mogelijk sterker, omdat alternatieven dan op korte afstand beschikbaar zijn.”

De ondernemer komt voor de keuze te staan. Wel of niet doorberekenen? Zowel voor btw als toeristen- en forensenbelasting. Kiest die voor concurrentiepositie of marge? Linksom of rechtsom, dat raakt de ondernemer in zijn investeringscapaciteit en dus vitaliteit en lokale voorzieningen in steden en dorpen, wat overheden ook belangrijk vinden. Een minder functionerende gastvrijheidssector – zeker daar waar het een belangrijke sector is in de lokale economie – raakt iedereen. Toen de wethouder aangaf dat vorig jaar al tot de taakstelling van EUR 8 ton is besloten (maar anders dan geïmpliceerd, niet alleen voor de recreatiesector) heb ik de aanwezige raadsleden gevraagd alstublieft ten halve te keren dan ten hele te dwalen met het voorliggende voorstel in de Kadernota voor zover dat ziet op de Toeristen- en Forensenbelasting. Aan de aangekondigde aanpassing van het btwtarief naar een hoogtarief voor delen van de sector kunt u niets doen. Op dat punt zullen wij onze lobby voorzetten als de hoofdlijnen uit het Hoofdlijnenakkoord op ministeries nader worden ingevuld. Aan de toeristenbelastingstijging die daar bovenop kunt u wel wat doen. Dit omdat een stapeling van deze effecten, gecombineerd met een grote stap met toeristenbelasting de sector in Ermelo geen goed zal doen en daarmee op de langere termijn het economisch klimaat en het voorzieningenniveau in Ermelo.

Alstublieft, neem de Kadernota op dit punt niet zo aan. Geef B&W alstublieft opdracht realistischer beleid te voeren en met dito voorstellen te komen en serieus, met oog voor wederzijdse belangen in gesprek te treden met de sector. Met vriendelijke groet, Mr. B.A. (Björn) Schutz Regiomanager Zuid-Holland & Zeeland (werkend: maandag t/m donderdag) 033-3039731 | b.schutz@hiswarecron.nl HISWA-RECRON | Storkstraat 24│ 3833 LB Leusden | 033 – 303 97 00 www.hiswarecron.nl | KVK: 75776529 Facebook | LinkedIn | Twitter Wie zijn we en wat doen we? Bekijk onze gloednieuwe film op ons YouTubekanaal.

Deze e-mail is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n). Indien dit bericht bij vergissing bij u terechtgekomen is, wilt u ons daarvan dan direct op de hoogte brengen via e-mailadres info@hiswarecron.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287393/3