Reactie college op inspraak mevr. R. Staal
Tekst van het document
Reactie op inspraakreactie van mevrouw R. Staal d.d. 21 mei 2025 – Beeldvormende Tafel Stedenbouwkundige Uitwerking Hart van Horst Wij danken mevrouw Staal voor de inspraakreactie en de aanwezigheid bij de beeldvormende tafel op 21 mei jl. Deze betrokkenheid bij de ontwikkeling van het Hart van Horst wordt zeer gewaardeerd De reactie getuigt van zorgvuldige bestudering van de diverse kaarten en beleidsdocumenten in het gebied. Wij gaan hieronder in op de voornaamste punten die zijn ingebracht. Vraag 1. Mevrouw Staal signaleert verschillen tussen diverse kaartbeelden, waaronder die uit de omgevingsvisie, het Landschapsontwikkelingsplan (LOP), de Groenvisie, en het Ontwikkelingsperspectief Horst en Telgt (2021). Zij stelt dat met name de grenzen van de Telgter Eng en de aanduiding van landschapstypen niet consistent zijn. Antwoord: Wij erkennen dat er verschillen bestaan in de wijze waarop grenzen zijn weergegeven. . Deze verschillen zijn grotendeels te verklaren doordat deze kaarten elk zijn opgesteld vanuit een eigen beleidsdoel en met een eigen schaalniveau. Zo zijn kaarten binnen strategische visies, zoals de omgevingsvisie of het LOP, bedoeld om op hoofdlijnen richting te geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied. Deze kaarten hanteren een abstracter niveau, waarbij landschapstypen en ruimtelijke kwaliteiten globaal worden aangeduid.
In contrast hiermee zijn kaarten binnen bijvoorbeeld stedenbouwkundige uitwerkingen of omgevingsplannen veel concreter van aard en kennen daardoor een gedetailleerder karakter. Het feit dat deze kaarten niet altijd op dezelfde manier zijn opgebouwd of ingetekend, betekent niet dat er sprake is van onzorgvuldigheid. Het is eerder een gevolg van de verschillende functies die beleidskaarten vervullen binnen het ruimtelijk instrumentarium van de gemeente. Vraag 2. Mevrouw Staal benadrukt dat het perceel naast Telgterweg 251 tot het enkdorpenlandschap behoort en dat dit gebied de provinciale kernkwaliteit ‘openheid’ draagt. Antwoord De waarde die het gebied kenmerkt in de verschillende beleidsdocumenten, wordt ook door de gemeente meegenomen in de afwegingen. De mogelijke uitplaatsing van bedrijven naar gronden met deze kernkwaliteit is alleen bespreekbaar als deze ruimtelijk zorgvuldig wordt ingepast en geen afbreuk doet aan de openheid of deze juist versterkt. Op de digitaal raadpleegbare kaart van de provincie is het gebied aangeduid als “Landschap: Open Gebied”,. Het gebied is echter niet als waardevol open gebied aangemerkt, waarbij de visuele openheid als 'halfbesloten, plaatselijk weids' wordt benoemd. https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=3da4f90c02454091bd0fa736e0 b6f2ce
De kwaliteitsgids landschap Gelderland geeft aan: "Versterk de herkenbaarheid van enkcomplexen, door deze open te houden en de randen te verdichten". De historische kaarten op topotijdreis tonen ook aan dat de locatie Telgterweg nabij 251 ook al heel lang een omranding met een houtwal heeft gehad. Er is een zorgvuldige belangenafweging gemaakt tussen het behoud van landschappelijke waarden enerzijds en het versterken van de ruimtelijke structuur anderzijds. De voorgestelde stedenbouwkundige uitwerking voorziet in een ontwikkeling die verenigbaar is met de kernkwaliteiten, dan wel leidt tot versterking ervan. Het plan voor de Telgterweg 251 voldoet hieraan.
Vraag 3. Mevrouw Staal stelt vragen over de status van het veehandelsbedrijf, de milieuvergunningen en de wenselijkheid van verplaatsing. Antwoord De huidige bestemming aan de Telgterweg 333 is een agrarische bestemming met intensieve veehouderij. Onder de agrarische bestemming zijn nevenfuncties mogelijk zoals het veehandelsbedrijf en materieel opslag boomkwekerij. De milieucontouren die bij de betreffende activiteiten van toepassing zijn wettelijk vastgelegd en bedragen 50,30 en 10 meter uitgaande van een gemengd gebied. Het gaat er bij het bepalen van de milieu contouren niet om wat het feitelijk gebruik is, maar ook welke rechten een initiatiefnemer juridisch en planologische heeft. Op basis hiervan is een milieucontour over Hart van Horst gelegen en is een groot deel van de woningbouw op deze locatie niet mogelijk. Vraag 4. Mevrouw Staal geeft aan dat op enkele van de eerdere zienswijzen en brieven mogelijk onvoldoende of niet concreet is gereageerd. Antwoord Hiervoor onze excuses. Wij zullen uw vragen uit deze en eerdere inspraakreacties betrekken bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en de planologische procedure. Tot slot danken wij u nogmaals voor uw inspanning en uw scherpe oog voor de planologische en landschappelijke context van het gebied. Uw bijdrage helpt ons om tot een zorgvuldige afweging te komen.
Mocht deze reactie voor u op onderdelen toch onvoldoende duidelijk zijn of verdere vragen oproepen, dan nodigen wij u van harte uit voor een gesprek voor een nadere toelichting en uw aandachtspunten verder te bespreken.