CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage houdbaarheidstest 2021 e220004780

Gemeenteraad 29 maart 2022, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 29 maart 20228.752 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente e Ermelo o

R Rappo ortagge Ho oudbaaarhe eidstest Ge emee entefiinancciën 2021 2 Kleijn, Rob

Verssie 07‐02‐ 20 022

Inhoudsopgave 0. Samenvatting ................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 3 2. Korte beschrijving van de methodiek van de houdbaarheidstest gemeentefinanciën .................. 4 2.1 Het houdbaarheidstekort .......................................................................................................... 4 2.2 De financiële conditie index ...................................................................................................... 5 2.3 Kanttekeningen bij de houdbaarheidstest ................................................................................ 6 3. Toelichting uitkomsten Houdbaarheidstest 2021 ........................................................................... 7 3.1 Gehanteerde gegevens ............................................................................................................. 7 3.2 Schuldratio en solvabiliteitsratio ............................................................................................... 7 3.3 Vermogenspositie......................................................................................................................

8 3.4 Exploitatie .................................................................................................................................. 9 3.5 Voorzieningenniveau ............................................................................................................... 10 4. Weerbaarheid ................................................................................................................................ 12 4.1 De scenario’s ........................................................................................................................... 12 4.2 Doorrekening van de scenario’s .............................................................................................. 13 4.3 De Financiële Conditie Index ................................................................................................... 14 4.4 Algemene conclusie financiële conditie .................................................................................. 17 5. Enkele aanbevelingen .................................................................................................................... 18 Bijlage Nadere toelichting van de gehanteerde begrippen .............................................................. 19 1. Kasstromen ................................................................................................................................ 19 2.

Netto schuldquote ..................................................................................................................... 19 3. Effectieve netto schuldquote .................................................................................................... 19 4. Solvabiliteitsratio ....................................................................................................................... 20 5. Exploitatieresultaat ................................................................................................................... 20 6. Onbenutte belastingcapaciteit OZB .......................................................................................... 21 7. Afhankelijkheidsratio ................................................................................................................. 21 8. Netto investeringsquote............................................................................................................ 22 9. Netto lasten per inwoner .......................................................................................................... 22 10. Houdbaarheidsquote............................................................................................................... 23 11. Kasgeldratio ............................................................................................................................. 23

1

0. Sam menvatting g Als college hebben wij w de toezeggging aan de raad gedaan n om nog voo or de raadsvverkiezingen van maart 20022 een Hou udbaarheidsttest Gemeenntefinanciën voor de gem meente Ermeelo uit te voeren. Wij hebben deze Houdbaarheidstestt Gemeenteffinanciën 202 21(versie ma aart 2021) inggevuld op ba asis van de financiële gegeveens van de Jaarrekeningeen uit 2019, 2020 2 en de raming van d e Primitieve Begro‐ ting 2021. Er zijn eeen aantal sceenario’s doorgerekend. U Uiteraard zijn n nog veel meer varianteen denkbaar.. We hebben een keuze geemaakt: 1. 2. 3. 4.

De feitelijke situatie naar de stand vaan de jaarrekkeningen 201 19 en 2020 o gebaseerd op de trend 2022‐2026 inclusief een economischh slechtweerr scenario Een scenario Een pessimisstisch scenarrio met een aafname van het investeringsvolume vvan 13 resp. 50% Een optimisttisch scenario met een affname van het h investerin ngsvolume vaan 13 resp. 50% 5

In onderrstaande tabel staan de uitkomsten u vvan de Houdbaarheidstesst 2021 met de diverse scenario’s voor Erm melo gepreseenteerd:

De concllusie uit dezee test is dat de d financiën van de gemeente Ermelo op dit mom ment houdbaar zijn, met een cijfer van ro ond de 6. Doorrekening vvan het slech htweer scena ario alsmedee het pessimiistische o laat een verrslechtering zien van de netto schuld dquote, de solvabiliteitsrratio, de nettto inves‐ scenario teringsquote alsmed de de houdba aarheidsquo te. Bij beide scenario’s wordt w de schuuldquote op langere onhoudbaar en zullen aa anvullende m maatregelen in de vorm van v ombuiginngen noodza akelijk termijn o zijn. Ookk bij het optimistische sce enario zijn o mbuigingen noodzakelijkk, maar dezee liggen bedu uidend lager.

2

1. Inleiding Voor u ligt de Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën 2021. Het is de eerste keer dat de gemeente Ermelo gebruik maakt van deze test. Als college hebben wij de toezegging aan de raad gedaan om nog voor de raadsverkiezingen van maart 2022 een Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën voor de gemeente Ermelo uit te voeren. Wij hebben deze Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën 2021(versie maart 2021) ingevuld op basis van de financiële gegevens van de Jaarrekeningen uit 2019, 2020 en de raming van de Primitieve Begroting 2021 In 2013 is de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF) aangenomen. Deze wet moet er voor zor‐ gen dat de schulden van de totale Nederlandse overheid niet te hoog worden. Ook gemeenten heb‐ ben een plek in deze wet gekregen. De VNG heeft in het verlengde van deze wet een test ontwikkeld die gemeenten inzicht geeft of hun financiën robuust genoeg zijn om financiële tegenslagen in de toekomst op te kunnen vangen. De gemeentefinanciën zijn houdbaar als een gemeente ook bij een door de VNG nagebootst scenario met economisch slecht weer genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te blijven voldoen zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen. De houdbaarheidstest gemeentefinanciën 2021 is in de eerste plaats een stresstest.

De houdbaar‐ heidstest meet de structurele ombuigingen op de exploitatie die bij een (gestandaardiseerd) slecht‐ weer‐scenario minimaal nodig zijn voor houdbare gemeentefinanciën. Voor dit slechtweer‐scenario zijn de gevolgen van de Grote Recessie 2008‐2014 voor de gemeentefinanciën van Nederland het uitgangspunt. In afwijking daarvan gaat het slechtweer‐scenario uit van een stijging van de rente op schulden met 3 procentpunten. Voor het in beeld brengen van de omvang van de ombuigingsopgaaf wordt het financiële kengetal de houdbaarheidsquote gebruikt. Naast de stresstest maakt de test een diagnose van de huidige financiële conditie van een gemeente. Daarvoor berekent de test de uitkomsten van negen aanvullende financiële kengetallen. Deze negen kengetallen belichten de aandachtgebieden die de toekomstige begrotingsruimte van Nederlandse gemeenten in sterke mate beïnvloeden. Met de totale set kengetallen en bijbehorende signaalwaar‐ den wordt de uitkomst van de financiële conditie index bepaald. Met deze index wordt een algeheel oordeel over de houdbaarheid van de gemeentefinanciën geveld. Als de financiële conditie goed is, kan een gemeente tegenslagen zonder onoverkomelijke problemen financieel opvangen. Met de houdbaarheidstest kunnen ook simulaties voor de gemeentelijke begrotingspolitiek worden gemaakt.

Op de stand handmatig wordt het slechtweer‐scenario uitgezet en kunnen verschillende scenario’s met een tijdhorizon van tien jaar voor de gemeente in beeld worden gebracht. Bij een gewenste financiële vermogenspositie op de middellange termijn kan de financiële begrotingsruimte worden bepaald. In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de werking van de houdbaarheidstest. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de uitkomsten van de houdbaarheidstest. In hoofdstuk 5 wor‐ den een aantal scenario’s doorgerekend. In hoofdstuk 5 tenslotte worden enkele aanbevelingen naar aanleiding van deze test gedaan. Voor een nadere toelichting van de gehanteerde begrippen alsmede de daarbij behorende signaal‐ waarden wordt verwezen naar de bijlage. 3

2. Korte beschrijving van de methodiek van de houdbaarheidstest gemeen‐ tefinanciën 2.1 Het houdbaarheidstekort De houdbaarheidstest gemeentefinanciën is een kasstroommodel. Anders gezegd bij de berekenin‐ gen worden diverse posten verwijderd waar geen feitelijke inkomsten of uitgaven tegenover staan, daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden als interne verrekeningen, afschrijvingslasten alsmede mu‐ taties in de reserves en dotaties aan de voorzieningen. Deze posten doen dus niet mee in het model. Het rekenmodel houdbare gemeentefinanciën berekent aldus de toekomstige financieringsstromen (cashflow) van een gemeente bij ongewijzigd beleid en laat daar vervolgens een slechtweer‐scenario op los. De mogelijkheid bestaat om daar zelf scenario’s aan toe te voegen. Op basis van de eindbalans van het boekjaar 2020 en de begrote inkomsten en uitgaven uit de begro‐ ting 2021 voorspelt het model het verloop van de netto schuld als aandeel van de inkomsten. Bij die voorspelling houdt de test rekening met de invloed van demografische, sociale en economische vari‐ abelen zoals inflatie, economische groei en de bevolkingsgroei op de ontwikkeling van de toekomsti‐ ge inkomsten en uitgaven. Daardoor houdt de test ook rekening met een eventueel structureel fi‐ nancieringstekort als begrotingsruimte.

Op dit toekomstige verloop van de netto schuldquote (= net‐ to schuld uitgedrukt als procentueel aandeel van de baten voor mutatie van de reserves) wordt ver‐ volgens de scenario’s ingeboekt. Het beeld over 2020 wordt wel enigszins verstoord door de corona effecten 2020. Standaard gaat het model uit van het slechtweer‐scenario. Bij dit scenario worden de toekomstige inkomsten verlaagd, de toekomstige uitgaven verhoogd, de rente op nieuwe leningen verhoogd, en de uitgezette leningen afgewaardeerd. Ook wordt een val aan inkomsten uit de grondexploitatie ingeboekt. Hierdoor loopt de netto schuldquote in het rekenmodel op. De gemeentelijke organisatie reageert vervolgens op die tegenvallers met ombuigingen. Maar de mogelijkheden voor ombuigingen door een gemeente zijn vanwege verschillende redenen begrensd. De belastingen kunnen maar beperkt worden verhoogd en op bijvoorbeeld rentelasten en afschrij‐ vingslasten kan niet worden omgebogen. Met het model kan vervolgens de benodigde structurele ombuiging op de exploitatie voor een houdbare gemeenteschuld in kaart worden gebracht. Met de ombuigingen keert de gemeente op de middellange termijn het oplopen van de netto schuldquote.

Door met de houdbaarheidstest de omvang van de structurele ombuigingen te bepalen, waarbij de netto schuldquote niet meer oploopt, wordt de weerbaarheid van de gemeente bij een slechtweer‐ scenario in beeld gebracht. De houdbaarheidstest kijkt dus hoeveel een gemeente bij een fictief slechtweer‐scenario structureel op de baten en lasten moet ombuigen om het oplopen van de netto schuldquote te keren. Een alsmaar oplopende (netto) schuldquote wordt gezien als het teken voor een op (middellange) termijn onhoudbare financiële situatie. Bij een licht dalende netto schuldquote is sprake van een houdbare gemeenteschuld. De huidige schuld en de toekomstig verschuldigde ren‐ te kunnen in dat geval geheel uit de toekomstige kasstroom van de exploitatie en de investeringen inclusief grondexploitatie worden terugbetaald. Het model veronderstelt hierbij, dat de gemeente zijn publieke investeringen op een gezond peil handhaaft en de belastingen niet verder verhoogd dan een aanvaardbaar niveau.

4

Het bedrag aan structurele ombuigingen dat nodig is om de netto schuldquote te stabiliseren, wordt het houdbaarheidstekort genoemd. Hoe lager het houdbaarheidstekort bij het fictieve slechtweer scenario is, des te weerbaarder de gemeentefinanciën zijn. Het houdbaarheidstekort uitgedrukt in procenten van de uitgaven waarop ombuigingen mogelijk zijn, wordt de houdbaarheidsquote ge‐ noemd. 2.2 De financiële conditie index De houdbaarheidstest bevat tevens een financiële conditie index. Deze index kijkt breder naar de houdbaarheid van de gemeentefinanciën door aanvullend ook een oordeel over de actuele hoogte van de schuld, de actuele exploitatieresultaten, de actuele belastingdruk, de actuele hoogte van de investeringen en de actuele hoogte van de lopende uitgaven te vellen. Voor die oordelen wordt juist uitgegaan van prudente of aanvaardbare niveaus. De financiële conditie index wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van een gemeente op tien financiële kengetallen. Deze kengetallen zijn daarbij gerangschikt naar de thema’s vermogenspo‐ sitie, exploitatie, voorzieningenniveau en weerbaarheid. De tien kengetallen belichten elk één van de aandachtsgebieden van de financiële structuur die in hoge mate de toekomstige begrotingsruimte bepalen. Vermogenspositie 1. Druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie (netto schuldquote) 2.

Hoogte van de effectieve schuld (effectieve netto schuldquote) 3. Schuldbelasting van het bezit (solvabiliteitsratio) Exploitatie 4. Mate waarin de uitkomst van de exploitatierekening positief is (exploitatieresultaat) 5. Ruimte voor verhoging van de eigen belastinginkomsten (onbenutte belastingcapaciteit) 6. Gevoeligheid voor bezuinigingen op Rijksoverdrachten (afhankelijkheidsratio) Voorzieningenniveau 7. Hoogte van de netto lopende uitgaven op de exploitatie (netto lasten per inwoner) 8. Hoogte van de investeringsuitgaven (netto investeringsquote) Weerbaarheid 9. Benodigde structurele ombuigingen bij een slechtweer‐scenario (houdbaarheidsquote) 10. Gevoeligheid op de korte termijn voor renteverhogingen (kasgeldratio)

Voor elk aandachtsgebied wordt een financieel kengetal gebruikt (deze staan tussen haken achter de aandachtsgebieden). Voor het signaleren van financiële stress op een aandachtsgebied maakt de index gebruik van signaalwaarden voor elk van deze kengetallen. Als de uitkomst op een kengetal de signaalwaarde overschrijdt, is er potentieel sprake van financiële stress op het desbetreffende aan‐ dachtsgebied. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van de signalen licht op oranje en licht op rood. De financiële conditie index die start op tien wordt bij een kengetal met het licht op oranje met een half punt verlaagd en bij een kengetal met het licht op rood met een vol punt verlaagd. Bij het overschrijden van de signaalwaarden op een, twee, drie of vier kengetallen heeft een ge‐ meente nog steeds een voldoende financiële conditie. De financiële conditie index bedraagt dan respectievelijk negen (zeer goed), acht (goed), zeven (ruim voldoende) en zes (voldoende). De financiële conditie index staat daarmee bijvoorbeeld toe dat een gemeente met een goede finan‐ ciële vermogenspositie zich exploitatietekorten en hoge investeringen kan veroorloven. De financiële 5

conditie is daarmee niet onder de maat. Er wordt tijdelijk op grote voet geleefd, maar daar is ook eenmalig geld als buffer voor beschikbaar. Worden echter de signaalwaarden van meer dan vier kengetallen overschreden en staan de lichten daarvan op rood, dan is er sprake van potentieel onhoudbare gemeentefinanciën. De financiële con‐ ditie is dan zwak (vijf) of onvoldoende (vier of lager). 2.3 Kanttekeningen bij de houdbaarheidstest De houdbaarheidstest is niet volmaakt. Het is ook geen test die de totale financiële gezondheid van de gemeente meet. Het is juist de combinatie van de diverse kengetallen welke reeds deel uitmaken van Meerjarenbegroting en Jaarrekening alsmede de houdbaarheidstest die laat zien hoe de financi‐ ele positie van de gemeente er voor staat. Een belangrijke tekortkoming van het model is dat het investeringsvolume van het afgelopen en het lopende jaar in de tijd wordt doorgetrokken. Beter zou het zijn om jaarlijks een afzonderlijk investe‐ ringsvolume te kunnen ingeven voor de komende 10 jaar. Dit omdat investeringen in de tijd nogal behoorlijk kunnen fluctueren. Een zelfde verhaal kan gezegd worden over de grondexploitatie. Ook zouden wij willen zien dat voor de algemene belastingen over aparte stijgingspercentages van de tarieven/opbrengsten kunnen worden ingegeven. Dat is thans niet het geval.

Desalniettemin geeft de houdbaarheidstest toch een bepaalde trend weer. Die trend sluit zeker aan bij de feitelijke financiële situatie van de gemeente en bevestigt de conclusies van andere kengetal‐ len uit de Meerjarenbegroting en Jaarrekening.

6

3. Toellichting uitkomste u en Houdba aarheidsttest 2021 3.1 Geh hanteerde gegevens g De thanss gebruikte Houdbaarhei H idstest Gemeeentefinanciën is de verssie van maarrt 2021. Jaarllijks wordt in n maart een nieuwe n geüp pdatete test uitgebracht. De gegeven ns van de huiidige test zijn n geba‐ seerd op p de Jaarrekeeningen 2019 9, 2020 alsm mede de Prim mitieve begroting 2021 vaan de gemeente Er‐ melo. Co omplicatie is wel dat de houdbaarhei h idstest uitgaat van de ind deling volgenns de IV3 aan nleverin‐ gen, terw wijl de gemeeentelijke administratie ddaar niet op is ingericht. Zo Z goed als m mogelijk is dit door ons benaaderd. Uit het m meest recentte investeringsprogramm ma (Meerjare enraming 202 22‐2025) blijjkt dat het niet reel is om uit tee gaan van het h hoge nive eau waar thaans meegerekend wordt. Weliswaar w wordt uitgeggaan van netto invvesteringsvo olume van € 25.659.000 2 ((stand primittief 2021) terwijl het werrkelijke volum me als gevolg van overloop van krediete en alsmede hhet heroverw wegingsprog gramma € 355.666.000 voo or 2021 olume de kom mende jaren snel. De totale (netto) in nvesteringsbbehoefte bed draagt de bedraagtt, zakt dit vo komende 10 jaar € 98.503.000, 9 gemiddeld g € 9.850.000 per jaar. Het investeringsv i volume voorr 2023 bedraagtt € 18.125.00 00 en zakt daarna nog veeel verder.

Gemiddeld G ne eemt het invvesteringsnivveau af met 11% % per jaar, heet eerste jaarr met 13%. W Wij zijn dan ook o uitgegaan van een affname van het inves‐ teringsvo olume met 13% 1 voor alle e scenario’s vvanaf 2022. Voorts is in het h pessimisttisch en het optimis‐ tisch sceenario nog geerekend mett als variant eeen afname van 50%

3.2 Schu uldratio en n solvabilite eitsratio De schulldendruk wo ordt bepaald op basis vann de netto scchuldquote (aandeel gem meenteschuld ten opzichtee van de gem meentelijke baten). De neetto schuldqu uote is een maatstaf m vooor de mate waarin w aan n rente‐ en aaflossingen kan wor‐ den n voldaan. Eeen netto schuldquote bovven de 100% % leidt tot een lagere fina anciële condditie index. De schuld‐ meente Ermelo komt ratio van de gem or 2021 uit oop 59% (2020 0 48,1%). voo De schuldratio vvoor een gemeente bevvindt zich noormaal tussen n de 20% en 70%. Bij eenn verdere stijging van 0% en de schuldratio ttussen de 70 7

80% spriingt het lichtt voor een ge emeente op oranje. Zoalss bekend zullen de komeende jaren in n ver‐ band meet een aantal grote investeringen exttra middelen op de kapitaalmarkt mooeten worden aange‐ trokken. Deze ratio zal z dus in de toekomst onnvermijdelijkk verder versslechteren. De solvaabiliteitsratio o meet het aandeel a van hhet eigen vermogen ten opzichte vann het totaal ver‐ v mogen (eigen en vreeemd vermoggen). Het geeeft inzicht in g in staat is aan dde financi‐ de mate waarin de gemeente ele verplichtingen tee voldoen. Ho oe hoger de solvabili‐ o, hoe groterr de weerbaa arheid van dde gemeen‐ teitsratio te. De so olvabiliteitsraatio van de gemeente g Er melo komt voor 20221 uit op 30,9% (2020 39 9,7%). Deze rratio zal eveneen ns in de toeko omst door aantrekken vaan nieuwe leningen n verder versslechteren.

3.3 Verm mogenspossitie Voor de bepaling van n de vermoggenspositie ggaat het mod del uit van ee en drietal kenngetallen: 1. De netto sch huldquote 2. De effectievee netto schuldquote 3. De solvabiliteitsratio De netto o schuldquotte van de gemeente Erm melo bedraaggt over 2021 37,2% (20200 1,7%). Dit iss de netto sch huld als aand deel van de inkomsten. i D De hoogte vaan de inkomssten bepaaltt in belangrijke mate hoeveel schulden eeen gemeente e kan dragen . Hoe hoger de inkomste en, des te meeer schuld ee en ge‐ meente kan dragen. Voor een ge emeente gelddt dat het liccht op rood springt s als dee netto schuldquote boven dee 130% uitko omt. Voor Errmelo leidt d it nog tot ee en groene sig gnaalwaardee in het mode el. Nog‐ maals dee schuldquotte loopt wel op. Bij een m meer dan gem middelde voorraad bouw wgrond of ee en grote porttefeuille uitggeleend geld is een netto sch huldquote hoger dan 130 0% minder aalarmerend. De voorrade en bouwgronnd kunnen da an als een aand deel van de inkomsten i worden uitgedrukt, de d voor‐ raadquo ote. De uitgelleende gelden kkunnen ook als a aandeel van de in nkomsten wo orden uitgedru ukt, de uitleeenquote. De gemeeente heeft een e voor‐ raadquo ote van 2,9% en een uitleenquote van 5,7 7%. Deze zijn beide voor Ermeelo dus laag.

Dit komt doord dat de ge‐ a meente bijna geen actieve grondcomplexen meeer heeft, niet op de plaanning heeftt staan. en ook n

8

Door de voorraadquote en de uitleenquote van de netto schuldquote af te trekken, ontstaat de ef‐ fectieve schuld die werkelijk op de exploitatie drukt. Bij de gemeente is dat 35,8% (2020: 2,2%). In bijgaand figuur worden deze percentages nogmaals grafisch weergegeven. 3.4 Exploitatie Voor de toetsing van de exploitatie gaat het model uit van een viertal kengetallen: 1. 2. 3. 4.

Exploitatieresultaat (op kasstroombasis) Negatieve exploitatieresultaat in laatste 3 jaar (op kasstroombasis) Onbenutte belastingcapaciteit Afhankelijkheidsratio

Het kengetal exploitatieresultaat beantwoordt de vraag of een gemeente zijn bezit zwaarder met schuld belast, doordat het exploitatieresultaat negatief is. Bij structureel negatieve exploitatieresul‐ taten wordt de schuldbelasting van de bezittingen op de balans op termijn hoger dan 100%. Er wor‐ den dan kosten van lopende consumptieve uitgaven op een toekomstige generatie inwoners afge‐ wenteld. Vanwege dit argument zijn structureel negatieve exploitatieresultaten bij gemeenten on‐ gewenst. Voor een positieve solvabiliteitsratio heeft een gemeente zelfs structureel positieve exploi‐ tatieresultaten nodig. Juist een exploitatietekort kan een signaal zijn voor het ontstaan van financiële stress. Uit de houdbaarheidstest blijkt dat het exploitatieresultaat voor jaar 2021 negatief scoort, toch heeft de gemeente een op begrotingsbasis een positief resultaat. Hoe komt dit? Dit heeft te maken dat het model met kasstromen werkt, waarbij voor de gemeente sprake is van een tekort tussen kasinkom‐ sten en kasuitgaven. In de gemeentebegroting worden dit tekort gedekt uit de reserves. Daarnaast is ook de exploitatieresultaten van de twee voorafgaande jaren (2019 en 2020) negatief. Het exploita‐ tieresultaat wordt daarmee door het model aangemerkt als structureel negatief. Beide signalen lei‐ den tot een rood stoplicht in het model.

Het kengetal onbenutte belastingcapaciteit geeft aan hoeveel een gemeente bij een slechtweer‐ scenario zijn inkomsten kan verhogen. Voor Ermelo is ten opzichte van het tarief voor een aanvraag van saneringssteun artikel 12 Financiële‐verhoudingswet nog sprake van enige ruimte in het verho‐ gen van de belastingtarieven. Of dat politiek gewenst is, is vers 2. Indien een gemeente overgaat tot het aanvragen van een artikel 12 status wordt zij hiertoe wel verplicht. Dit artikel 12 tarief wordt overigens als een aanvaardbaar belastingtarief gezien. Gezien deze ruimte is de signaalwaarde van het model dan ook groen. Daarmee is het kengetal ook zelf een signaal voor het ontstaan van financiële stress. Bij een negatieve uitkomst is sprake van een hoge belastingdruk, wat het politieke draagvlak voor de bijbehorende uitgaven ondermijnt. Een hoge belastingdruk kan ook een teken zijn dat de lopende uitgaven aan publieke voorzieningen onder druk staan. Het kengetal afhankelijkheidsrelatie geeft aan in hoeverre een gemeente voor zijn inkomsten afhan‐ kelijk is van overdrachten van het Rijk en geeft daarmee de gevoeligheid weer voor kortingen op deze overdrachten van de centrale overheid bij een recessie. De afhankelijkheidsratio’s van gemeen‐ ten in Nederland lopen met een variatie van minder dan 40% tot meer dan 80% ver uiteen. Voor 9

Ermelo b bedraagt dezze 68,9% voo or 2021. Dit is aan de hoge h kant. De signaalw waarde voor de d afhankelijk‐ heidsratio bedraagt 72,5%. Als een gemeentte deze signaaalwaarde overschrrijdt, dan is de d afhankelijk van overrdrachten groot en de ge e‐ voeligheeid voor kortingen op dezze overdrachhten dus ookk groot. Mede als gevolg vvan de kome ende herverdeeling van hett gemeentefonds alsmedde de invoeriing van het woonplaatsb w beginsel zal deze d ratio kunnen w wijzigen. Samenvaattend bepaaalt het mode el de volgendde ratio’s voo or de exploittatie 2021:

3.5 Voo orzieningen nniveau Voor de toetsing van n het voorzie eningenniveaau gaat het model m uit van n de kengetaallen: 1. Nettto investeringsquote 2. Nettto lasten perr inwoner De netto o investeringgsquote beoordeelt of eeen gemeente e voldoende investeert vvoor het behoud van een aanvvaardbaar vo oorzieningen nniveau. Vooor de bereken ning van de netto n investeeringsquote wordt een periode van vierr jaar in ogen nschouw gennomen, zodat fluctuaties in de hoogtee van de inve esterin‐ mee over ee en eventuele politieke invvesteringscyclus gen tussen jaren weggvallen. Ook wordt daarm heen gekkeken. Te lage investeringen n kunnen oo ok een signaaal zijn dat een gemeente een probleeem heeft om de lo‐ o de exploit atie te beheersen. Een gemeente kann ook te amb bitieus pende uitgaven en reentelasten op h oplopen van de netto o schuld‐ zijn en tee veel willen investeren. Te hoge inveesteringen zorgen voor het quote en n daarmee voor het oplo open van de sschuldverplichtingen. Oo ok leggen de hogere afschrij‐ vingslastten van de in nvesteringen n dan een grooter deel van n de exploitatierekening vast, waardo oor de ruimte vvoor ombuigiingen op de lopende uitggaven van de e exploitatie kleiner is. De netto o investeringgsquote kent dan ook signnaalwaarden n voor lage in nvesteringenn en voor hoge inves‐ teringen n.

Het kengettal kijkt daarbij alleen na ar de achterrliggende perriode, en nieet vooruit. De signaaalwaarde vo oor de netto investeringssquote voor een e laag inve esteringsniveeau bedraaggt 0%. De signaalw waarde voor een e hoog invvesteringsnivveau bedraagt 5%. 10

Voor Ermelo bedraagt deze 14,6% voor 2021 en is daarmee zeker aan de (te) hoge kant. De netto lasten per inwoner kengetal belicht, evenals het kengetal onbenutte belastingcapaciteit, de flexibiliteit van de exploitatierekening van een gemeente voor het realiseren van ombuigingen. Het kengetal netto lasten per inwoner geeft daarnaast ook informatie over de hoogte van de uitgaven aan de niet‐taakgebonden lopende uitgaven aan publieke voorzieningen. Lage netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zijn een indicatie dat het niveau aan noodzakelijke publieke voorzieningen mogelijk onder druk staat. Hoge netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten kunnen een signaal zijn dat een gemeente op een te grote voet leeft. De signaalwaarden voor dit kengetal worden bepaald aan de hand van een vergelijking van alle netto lasten per inwoner in een jaar binnen de desbetreffende klasse. Voor gemeenten uit de klasse mid‐ den met een redelijke of matige sociale structuur en een redelijke tot geen centrumfunctie (hieron‐ der valt Ermelo) ligt de onderste signaalwaarde in 2021 op € 1.593 en de bovenste signaalwaarde op € 2.0421. Bij een onderschrijding van de lage signaalwaarde heeft een gemeente lage netto lasten per inwoner. Bij een overschrijding van de bovenste signaalwaarde heeft een gemeente hoge netto lasten per inwoner.

Gemeente Ermelo nadert met daarmee de bovenste signaalwaarde.

1

Bedragen in € 1,00

2019

2020

2021

Slechtweer

Netto lasten per inw. Signaalwaarde

2.035 2.123

1.947 2.123

1.998 2.042

1.998 2.042

Pessimis‐ tisch 1.992 2.042

Optimistisch

Voor de jaren 2019/2020 bedraagt voor de klasse midden de onderste signaalwaarde € 1.582 euro en de bovenste € 2.123.

11

2.001 2.042

4. Wee erbaarheiid 4.1 De sscenario’s Met de h houdhoudbaaarheidstest zijn een aanttal scenario’’s doorgerekend. Standaard gaat het model m uit van n het slechtw weer‐scenariio. Bij dit sce enario wordeen de toekom mstige inkomsteen verlaagd, de toekomsstige uitgave n verhoogd, de rente op nieuwe leniingen verhoo ogd, en de uitgezette leningeen afgewaardeerd. Ook w wordt een vaal aan inkom msten uit de ggrondexploittatie ingeboekt. Hierdoor loopt de nettto schuldquuote in het re ekenmodel op. o Dit is dooorgerekend met m een dalend in nvesteringsvvolume van 13%. 1 Wij hebb ben een pesssimistisch en n een optimisstisch scenarrio toegevoe egd om aan dde wens van de raad voor doo orrekening van v meerdere e scenario’s te voldoen. Met het pessimistisch enn optimistisch scena‐ rio hebb ben wij eigen inschattinge en gehanteeerd, ieder van nuit hun eige en invalshoekk. Beide extrra scena‐ rio’s zijn doorgerekeend met een investeringssvolume van ‐13% en ‐50%. In ondersstaande tabe el staan de verschillende vero onderstellinggen bij de divverse scenarrio’s opgesom md. Uiteraarrd zijn er nogg veel meer mo ogelijkheden n denkbaar.

12

orrekening van de scen nario’s 4.2 Doo Houdbaaarheidsquotte Door meet de houdbaaarheidstest de omvang vvan de struccturele ombu uigingen te bbepalen, waa arbij de netto sch huldquote niet meer oploopt, wordtt de weerbaa arheid van de e gemeente bbij de diverse scena‐ rio’s in b beeld gebracht. De houdb baarheidstesst kijkt dus hoeveel een gemeente g bijj een fictief slecht‐ s weer‐sceenario structtureel op de baten en lassten moet om mbuigen om het oplopenn van de nettto schuldqu uote te keren n. Zonder om mbuigingen zzien we de netto‐schuldq quote sterk ooplopen en wordt w deze op lange termijjn onhoudba aar.

Ontwikkeling netto n schuldquotee voor en na omb buigingen bij slechtweerscenario

uiging van 7% % per jaar nooodzakelijk iss om de Voor hett slechtweerr scenario betekent dit daat een ombu netto sch huldquote op termijn om m te buigen. Deze ombuiging leidt tott het rechterrplaatje.

Ontwikkelling netto schuldq quote voor en na ombuigingen bijj pessimistisch sce enario (invest.vollume ‐50%)

Voor hett pessimistisch scenario betekent b dit dat een ombuiging van 6,75% per jaaar bij een investe‐ ringsvolu ume van ‐13% en 5,75% bij een invessteringsvolum me van ‐50% %. Een afnam me van het investe‐ ringsvolu ume op langere termijn met m 50% is hheel realistiscch gelet op de d hoogte vaan het huidigge inves‐ teringsprogramma.

13

Ontwikkeeling netto schuld dquote voor en naa ombuigingen bijij optimistisch sce enario (invest.voluume ‐50%)

buiging van 2,1% per jaarr bij een investerings‐ Voor hett optimistisch scenario betekent dit ddat een omb volume vvan ‐13% en 1,3% bij een n investeringgsvolume van n ‐50%. Een afname a van het investeringsvo‐ lume op langere term mijn met 50% % is heel rea listisch gelett op het huid dige investeriingsprogram mma. De houd dbaarheidsqu uote is dan onder o het sleechtweer alsm mede het pe essimistisch sscenario negatief. Uit deze cijffers blijkt duiidelijk dat de e gemeente tte ambitieuss is in haar uitgavenpatrooon. Er is gee en struc‐ tureel evvenwicht tusssen kasuitga aven en kasinnkomsten. Teveel uitgaven worden ggedekt uit de e reser‐ ves wat op langere termijn financieel niet geezond is. Omb buigingen zijn noodzakellijk. Een omb buiging mstenverhogi ng als een uitgavenreductie betekennen. Zolang er e maar kan zowel een structturele inkom nwicht wordt gevonden in de kasuitggaven. Dit be eleid is inmid ddels al in ga ng gezet. Bij de een even Meerjareenbegroting zijn de OZB tarieven struuctureel verh hoogd. Toch gevven deze cijfers wel een belangrijk siggnaal af.

Kasgeldrratio De kasgeeldratio meeet het risico van v sterk stijggende rentelasten op de e korte termiijn door herffinancie‐ ring van de kortlopende schuld bij b een stijgennde marktre ente. De ratio o geeft weerr of het saldo o van de a li quide midde elen hoog of laag is. Bij eeen hoog sald do is de kortlopeende schuldeen minus de aanwezige gevoeliggheid voor stijgende rentelasten doorr een rentescchok op de korte k termijnn groot. Voorr de sig‐ naalwaarde van de kasgeldratio k is aangesloteen bij de wetttelijke signa aalwaarde vaan 8,5% van het be‐ k emeente grotingsttotaal. Bij eeen overschrijding van de signaalwaarde voor de kasgeldratio heeft een ge een hogee rentegevoeeligheid op de d korte term mijn. Ermelo scoort hier zeer z goed m et ‐0,2%. 4.3 De F Financiële Conditie C Index Met de h houdbaarheiidstest wordt ook een finnanciële conditie index bepaald b aan dde hand van elf ken‐ getallen over de finaanciële structtuur die een grote invloe ed hebben op p de begrotinngsruimte. De D ken‐ getallen zijn gerangsschikt naar de thema’s veermogenspositie, exploitatie, voorzieeningennivea au en weerbaaarheid. Voor elk kengetall heeft het reekenmodel signaalwaard s den benoemdd. Een overschrijding van de signaalwaarden zegt iets over de fina nciële weerb baarheid en leidt tot aftrrekpunten. Hoe H meer aftrekpu unten hoe lagger de Financiële Conditiie Index.

Bij het overschrijden n van de signaalwaarden op twee, driie of vier ken ngetallen heeeft een geme eente oende financciële conditiee. Dit geeft aan a dat een gemeente g bijijvoorbeeld tekorten t nog steeeds een voldo of extra investeringeen kan opvan ngen. Als er oop meer dan n vier kengetallen signaallwaarden wo orden overschrreden, is dit een signaal voor v een moogelijk onhou udbare financiële positie.. 14

De uitko omst van de financiële f co onditie index is dat de financiële cond ditie van de ggemeente Errmelo matig is.. Op een aantal kengetallen overschrrijden we de door het rekkenmodel geehanteerde signale‐ s ringswaaarde. Op bassis van de ove erschrijdingeen benoemt het model de d volgende oongewenste symp‐ tomen: 1. Negatieve uiitkomst van de exploitatiierekening (e exploitatiere esultaat) 2. G Geen structu ureel positieff exploitatierresultaat (aaantal negatieve exploitatiieresultaten in drie jjaar tijd); 3. Hoge investeeringsuitgave en (netto invvesteringsquote); 4. Benodigde structurele ombuigingen bij alle doorgerekende scenario’s (hooudbaarheid dsquote) Deze onggewenste syymptomen le eiden tot eenn aftrek van 4 punten (20 019 en 2020)) en 3 punten n (2021). Daarmeee komt de fin nanciële conditie index uuit op 6 resp.. 7, dit is volg gens het moddel matig. We W geven hierondeer een toelichting op de ongewenstee symptomen n. 1) Negattieve uitkomst exploitatie eresultaat (eexploitatieresultaat); Indien de baten lageer zijn dan de e lasten is sprrake van een n structureel nadelig expploitatieresultaat. Met een n nadelig exp ploitatieresultaat moetenn reserves wo orden ingeze et om de expploitatie sluittend te krijgen.

2) Geen structureel positief p explo oitatieresulttaat (exploitaatieresultaat); Indien de baten structureel lagerr zijn dan de lasten is sprrake van een structureel nadelig exploitatie‐ resultaatt. Met een sttructureel na adelig exploiitatieresultaaat moeten re eserves wordden ingezet om o de exploitattie sluitend te t krijgen. Dit vergroot d e financierin ngsbehoefte van de gemeeente. Ermelo h heeft volgens het model in 2021 een structureel nadelig exploitatieresulttaat. De hoge ere las‐ ten word den in de begroting gede ekt door een onttrekkingg aan de gem meentelijke reeserves. 15

Daarnaast kijkt het model naar de exploitatieresultaten in het lopende jaar en de twee daaraan voor‐ afgaande jaren. Wanneer in meer jaarschijven sprake is van een nadelig exploitatieresultaat leidt dit tot aftrekpunten bij het bepalen van de financiële conditie index. Voor Ermelo is er volgens het mo‐ del sprake van twee jaarschijven waarbij het exploitatieresultaat negatief is. Bij het bepalen van het exploitatieresultaat wordt in het model van de houdbaarheidstest geen reke‐ ning gehouden met een correctie voor incidentele baten en lasten. Daarom sluit het gehanteerde kengetal in de houdbaarheidstest niet aan bij de structurele exploitatieruimte in de paragraaf weer‐ standsvermogen. In de paragraaf weerstandsvermogen houden we wel rekening met een correctie voor incidentele baten en lasten. Hiermee geven we een beter beeld van de structurele ruimte in de begroting (zijn de structurele baten ten minste gelijk aan de structurele lasten). 3) Niveau investeringsuitgaven Zoals eerder opgemerkt. Het huidige investeringsvolume ligt op een zeer hoog niveau. Dit volume loopt de komende jaren echter sterk terug doordat nieuwe investeringen zoals Huis van de Gemeen‐ te, Dialoog en het nieuwe sportcentrum (zwembad en sporthal) dan zijn afgerond. Wel dient bedacht te zijn dat bijvoorbeeld in de toekomst voor onderwijs nog nieuwe (vervangings)investeringen nood‐ zakelijk kunnen zijn.

Ook kan gedacht worden aan renovatie of nieuwbouw van de gemeentewerf en de brandweerkazerne. Dit zijn stuk voor stuk grote investeringen, welke opnieuw kunnen leiden tot het aantrekken van nieuwe leningen en de daarbij behorende verslechtering van de schuldpositie. 4) Hoge schuldendruk en een hoge schuld De schuldendruk wordt bepaald op basis van de netto schuldquote (aandeel gemeenteschuld ten opzichte van de gemeentelijke baten). De netto schuldquote is een maatstaf voor de mate waarin aan rente‐ en aflossingen kan worden voldaan. Een netto schuldquote boven de 100% leidt tot een lagere financiële conditie index. De netto schuldquote voor Ermelo is met 37,2% in 2021 gemiddeld te noemen. Oorzaken van de stijgende gemeenteschuld zijn   

de grote investeringen welke de afgelopen jaren zijn uitgevoerd de geplande nieuwe investeringen structureel hogere uitgaven dan inkomsten

Het exploitatieresultaat op kasstroombasis is negatief. De afgelopen jaren zijn de reserves veelvuldig ingezet ter dekking van de gemeentelijke opgaven. Dit was noodzakelijk om de exploitatie sluitend te houden. Aangezien reserves niet altijd in liquide middelen aanwezig zijn noodzaakte de inzetting van deze reserves wel tot het aangaan van extra leningen op de kapitaalmarkt. Dit is een van de oorzaken van een stijgende schuldquote. Daarnaast heeft de gemeente Ermelo een hoog voorzieningenniveau en een hoog ambitieniveau (bijvoorbeeld voorzieningen op het gebied van sport, cultuur, recreatie, buurthuizen en infrastructuur). Dit leidt eveneens tot een grotere financieringsbehoefte. Een aandachtspunt is de nettolasten per inwoner. De signaalwaarden voor de netto lasten per inwo‐ ner vertoont weliswaar nog een groen signaal maar dit kengetal zit wel bijna tegen de bovengrens aan (de bovenste signaalwaarde op € 2.042). Bij een onderschrijding van de lage signaalwaarde heeft een gemeente lage netto lasten per inwoner. Bij een overschrijding van de bovenste signaalwaarde heeft een gemeente hoge netto lasten per inwoner. Gemeente Ermelo nadert daarmee de bovenste signaalwaarde (uitkomst scenario’s € 1.998 resp. € 1.992 resp. € 2.001).

16

4.4 Algemene conclusie financiële conditie Tezamen zorgen de hierboven genoemde ongewenste symptomen voor het oordeel dat de financiële conditie van de gemeente Ermelo matig is. Bij de diverse scenario’s moet de gemeente structureel bezuinigen om tot een houdbare omvang van de gemeenteschuld te komen. Hogere bezuinigingen zijn nodig om een snellere verbetering van de financiële positie te realiseren. Ermelo heeft relatief best wel hoge uitgaven per inwoner. Ook het investeringsniveau was/is hoog, maar voor 2021 blijven deze net onder de signaleringswaarde. De hoge uitgaven hebben mede geleid tot een stijging van de gemeenteschuld en hogere belastingtarieven. Daarnaast heeft Ermelo volgens het model een nadelig exploitatieresultaat. Dit nadelig exploitatieresultaat is gebaseerd op de begro‐ ting 2021 waarin we circa € 5 miljoen aan reserves hebben ingezet om de begroting sluitend te ma‐ ken. Met de realisatie van de bezuinigingstaakstellingen in de komende jaren komt de exploitatie weer beter structureel in evenwicht. Daarbij zijn de realisatie van de bezuinigingen op Jeugdzorg, de herverdeling van het Gemeentefonds en het door het nieuwe kabinet niet volgen van de arbitrage Jeugdzorg een extra risico. Daarbij houdt het model geen rekening met een correctie voor incidentele lasten en baten.

Indien we dat wel doen, valt het is negatief exploitatieresultaat iets gunstiger uit, waarmee het oordeel over de financiële gezondheid iets hoger zou uitvallen. Het beeld dat komt uit de houdbaarheidstest sluit aan bij ons eigen beeld. De financiële positie van de gemeente is kwetsbaar. De grote opgave in het sociaal domein van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat we reserves hebben aan moeten spreken en tarieven hebben moeten verhogen. Extra middelen van het Rijk in het sociaal domein zijn nodig voor een gezond evenwicht tussen bud‐ get en uitgaven. Gemeenten zijn nog altijd in gesprek met de Rijksoverheid over de omvang en ver‐ deelsystematiek van het gemeentefonds en de structurele bekostiging van de jeugdzorg. Een structu‐ rele aanvulling van het Rijk verbetert de exploitatie en voorkomt dat we onze reserves verder moe‐ ten aanspreken. Daarnaast blijft een versterking van de financiële positie nodig.

17

5. Enkele aanbevelingen Op grond van de uitkomsten van de Houdbaarheidstest Gemeentefinancien 2021 komen wij tot de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1: Jaarlijks verschijnt in maart een nieuwe versie van de Houdbaarheidstest. Deze wordt uitgevoerd over het lopende jaar alsmede de afgelopen 2 jaren. Geadviseerd wordt om deze Houdbaarheidstest voortaan jaarlijks uit te voeren en op te nemen in de Meerjarenbegroting. Op deze wijze kan teza‐ men met de andere kengetallen beter de financiële positie en de financiële gezondheid van de ge‐ meente worden gevolgd. Aanbeveling 2: In dit rapport is nog geen vergelijking opgenomen met andere vergelijkbare gemeenten. Geadviseerd wordt om te bezien in hoeverre het mogelijk is om ook andere gemeenten ter vergelijking in deze test mee te nemen. Aanbeveling 3: De houdbaarheidstest geeft een duidelijk signaal af. Op lange termijn is de netto schuldquote on‐ houdbaar zonder extra maatregelen. Er dient een gezond evenwicht te zijn tussen structurele kasuit‐ gaven en inkomsten om te voorkomen dat de netto schuldquote op langere termijn onhoudbaar wordt.

18

Bijlage Nadere toelichting van de gehanteerde begrippen In deze bijlage worden enkele begrippen zoals gehanteerd in de Houdbaarheidstest Gemeentefinan‐ ciën nader door ons toegelicht. Daarbij worden ook de signaalwaarden van elk kengetal gegeven, waarboven (of waaronder) potentieel sprake is van financiële stress op het bijbehorende aandachts‐ gebied. Daarbij is gebruik gemaakt van de Handleiding Houdbaarheidstest Gemeentefinanciën van de VNG versie maart 2021. 1. Kasstromen De houdbaarheidstest gemeentefinanciën is een kasstroommodel. Het model maakt daarmee een schatting van de (toekomstige) kasstromen. Anders gezegd er worden allerlei posten uit de inkom‐ sten en uitgaven gehaald waar geen feitelijke inkomsten of uitgaven tegenover staan, daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden als interne verrekeningen, afschrijvingslasten, mutaties in reserves. De kasstroom wordt daarbij gemeten als de mutatie van het financieel vermogen in een jaar. Dat is het‐ zelfde als de mutatie van de netto‐schuld. 2.

Netto schuldquote Formule: 100% x ((Langlopende leningen + Overige langlopende schuldverplichtingen + Kortlopende leningen + Rekeningcourant kredieten + Crediteuren + Overlopende passiva – Langlopende leningen aan verbonden partijen – Langlopende leningen aan derden – Langlopende uitzettingen – Kortlopende leningen – Kortlopende uitzettingen – Vorderingen – Debiteuren – Liquide middelen – Overlopende activa) Baten voor mutatie reserves)

De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met de inkomsten van de gemeente blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. Een hoge netto schuldquote geeft aan dat bij een recessie de druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie‐uitgaven hoog kan oplo‐ pen. De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een hoge schuldendruk. Al bij een netto schuldquote hoger dan 100% springt het licht op oranje (½ punt aftrek).

Een hoge netto schuldquote hoeft niet te betekenen dat een gemeente relatief gezien hoge schulden heeft. Mogelijk heeft de gemeente tegenover de schulden grote voorraden onderhanden werk grondexploitatie staan die op korte termijn worden verkocht. Daarmee daalt de schuld. Ook kan het aandeel uitgeleende gelden in de netto schuldquote laag zijn, zodat de gemeente maar een zeer be‐ perkt wanbetalingsrisico op deze uitzetting loopt. 3. Effectieve netto schuldquote Formule: Netto schuldquote + (risico op wanbetaling uitgeleende gelden x Uitleenquote) + (voorraadrisico bouwgrondexploitatie x Voorraadquote) – Voorraadquote

Uit de netto schuldquote kan tezamen met de uitleenquote en de voorraadquote het kengetal effec‐ tieve netto schuldquote worden gedefinieerd. De uitleenquote is daarbij de omvang van de uitge‐

19

leende gelden gedeeld door de baten voor mutatie van de reserves. De voorraadquote wordt bere‐ kend door de omvang van de voorraden te delen door de baten voor mutatie van de reserves2. Een hoge effectieve netto schuldquote geeft aan dat er mogelijk al sprake is van een risico op finan‐ ciële stress door hoge schulden. Een lage effectieve netto schuldquote, ondanks een hoge netto schuldquote, geeft aan dat er geen sprake is van te hoge schulden. De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote van de gezamenlijke gemeenten bedraagt 120% (licht op rood, 1 punt aftrek). Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft een ge‐ meente een hoge schuld. Al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% sprint het licht op oranje (½ punt aftrek).

4. Solvabiliteitsratio Formule: 100% x ((Algemene reserve + Bestemmingsreserves + Resultaat van de rekening) Balanstotaal)

De solvabiliteitsratio meet in hoeverre het bezit op de balans niet met schulden is belast. Zo is bij een solvabiliteitsratio van 30% dus 70% van het bezit wel met schulden belast. Bij een uitkomst voor de solvabiliteitsratio lager dan 0% zijn de schulden hoger dan de balanswaarde van de bezittingen. Er is in dat geval sprake van een negatief eigen vermogen. Een lage solvabiliteitsratio is een teken dat een gemeente met zijn exploitatieresultaten weinig tot niet spaart voor de financiering van investerin‐ gen. Voor de signaalwaarde van de solvabiliteitsratio wordt enige ruimte aangehouden. De resterende buffer aan leencapaciteit is dan bedoeld als remweg voor het tijdelijk opvangen van exploitatietekorten. Daarom springt al bij een solvabiliteitsratio van 20% het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een lagere waarde is sprake van een hoge schuldbelasting van het bezit. De signaalwaarde voor het licht op rood bedraagt voor de solvabiliteitsratio 0% (1 punt aftrek).

5. Exploitatieresultaat Formule: 100% x ((Algemene reserve ultimo + Bestemmingsreserves ultimo + Resultaat van de rekening ultimo – Algemene reserves primo (inclusief saldo van de rekening) – Bestemmingsreserves primo) Baten voor mutatie reserves)

Dit kengetal beantwoordt de vraag of een gemeente zijn bezit zwaarder met schuld belast, doordat het exploitatieresultaat negatief is. Bij structureel negatieve exploitatieresultaten wordt de schuldbe‐ lasting van de bezittingen op de balans op termijn hoger dan 100%. Er worden dan kosten van lopen‐ de consumptieve uitgaven op een toekomstige generatie inwoners afgewenteld. Vanwege dit argu‐ ment zijn structureel negatieve exploitatieresultaten bij gemeenten ongewenst. Voor een positieve solvabiliteitsratio heeft een gemeente zelfs structureel positieve exploitatieresultaten nodig. Juist een exploitatietekort kan een signaal zijn voor het ontstaan van financiële stress. 2

Voor het berekenen van de effectieve schuldquote wordt uitgegaan van een wanbetalingsrisico op uitgeleende gelden van 12%. Daar‐

naast wordt ervan uitgegaan dat bij financiële stress de bouwplannen van de voorraad onderhanden werk voor 70% van de waarde waar‐ tegen ze op de balans staan, kunnen worden verkocht. Het voorraadrisico bedraagt daarmee 30%.

20

De signaalwaarde voor het kengetal exploitatieresultaat bedraagt daarom 0%. Voor het bepalen van de financiële conditie index maakt de test gebruik van twee oordelen over het exploitatieresultaat. Ten eerste wordt gekeken naar het exploitatieresultaat in het lopende jaar. Is dat negatief dan springt het licht op rood (1 punt aftrek). Ten tweede wordt gekeken naar de uitkomsten van de exploitatieresultaten in het lopende jaar en de twee daaraan voorafgaande jaren. Is er sprake van drie negatieve exploitatieresultaten op rij dan springt er nog een licht op rood (extra punt aftrek). Het exploitatieresultaat is in dat geval structureel negatief. Bij twee negatieve exploitatieresul‐ taten in drie jaar springt het licht op oranje (extra ½ punt aftrek).

6. Onbenutte belastingcapaciteit OZB Formule: 100% x (Redelijk tarief OZB x (waarde woningen + 2 x waarde niet‐woningen)) – (opbrengst OZB woningen + opbrengst OZB eigenaren niet‐woningen + opbrengst OZB gebruikers niet‐woningen) Baten voor mutatie reserves)

Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente bij een slechtweer‐scenario zijn inkomsten kan verho‐ gen. Een negatieve uitkomst geeft aan dat een gemeente geen ruimte voor ombuigingen op zijn be‐ lastingbaten heeft. Een negatieve uitkomst voor het kengetal betekent ook, dat de belastingdruk hoger is dan wat als een aanvaardbaar belastingtarief wordt gezien. Daarmee is het kengetal ook zelf een signaal voor het ontstaan van financiële stress. Bij een negatie‐ ve uitkomst is sprake van een hoge belastingdruk, wat het politieke draagvlak voor de bijbehorende uitgaven ondermijnt. Een hoge belastingdruk kan ook een teken zijn dat de lopende uitgaven aan publieke voorzieningen onder druk staan. Het redelijk tarief voor een aanvraag van saneringssteun artikel 12 Financiële‐verhoudingswet bedraagt 120% van het gewogen gemiddelde tarief onroerende‐zaakbelastingen van alle gemeenten in het voor‐voorgaande jaar. De belastingopbrengst onroerendezaakbelasting bij dit tarief dient als uitgangspunt voor de signaalwaarde van het kengetal onbenutte belastingcapaciteit. Is de belastingopbrengst hoger dan heeft een gemeente geen onbenutte belastingcapaciteit meer en springt het licht op rood (1 punt aftrek). De uitkomst voor het kengetal is in dat geval negatief. Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor het kengetal onbenutte belastingcapaciteit heeft een gemeente een hoge belastingdruk.

7. Afhankelijkheidsratio Formule: 100% x ((Inkomsten uit het gemeentefonds + Inkomsten uit specifieke uitkeringen) Baten voor mutatie reserves)

Dit kengetal geeft aan in hoeverre een gemeente voor zijn inkomsten afhankelijk is van overdrachten van het Rijk en geeft daarmee de gevoeligheid weer voor kortingen op deze overdrachten van de centrale overheid bij een recessie. Een hoge afhankelijkheidsratio wordt internationaal als een na‐ deel voor de financiële conditie gezien. De afhankelijkheidsratio’s van gemeenten in Nederland lopen met een variatie van minder dan 40% tot meer dan 80% ver uiteen. De signaalwaarde voor de afhankelijkheidsratio bedraagt 72,5% (licht op oranje, ½ punt aftrek). Als een gemeente deze signaalwaarde overschrijdt, dan is de afhankelijk van overdrachten groot en de gevoeligheid voor kortingen op deze overdrachten dus ook groot. Er is voor dit kengetal geen stand rood.

21

8. Netto investeringsquote Formule: 100% x ((Immateriële activa ultimo jaar t + Materiële activa ultimo jaar t) – (Immateriële activa ultimo jaar t‐4 + Materiële activa ultimo jaar t‐4)) (4 x Baten voor mutatie reserves jaar t)

De netto investeringsquote is geschikt om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Voor de berekening van de netto investe‐ ringsquote wordt een periode van vier jaar in ogenschouw genomen, zodat fluctuaties in de hoogte van de investeringen tussen jaren wegvallen. Ook wordt daarmee over een eventuele politieke inves‐ teringscyclus heen gekeken. Gemeenten kunnen op de investeringen bezuinigen om de schuldquote door exploitatietekorten niet te laten oplopen. Te lage investeringen kunnen ook een signaal zijn dat een gemeente een probleem heeft om de lopende uitgaven en rentelasten op de exploitatie te beheersen. Door investeringen uit te stellen dalen de afschrijvingslasten in plaats van dat ze door nieuwe (vervangings‐)investeringen oplopen. Bij te lage investeringen zijn op termijn inhaalinvesteringen nodig. Een gemeente kan ook te ambitieus zijn en te veel willen investeren. Te hoge investeringen zorgen voor het oplopen van de netto schuldquote en daarmee voor het oplopen van de schuldverplichtin‐ gen. Ook leggen de hogere afschrijvingslasten van de investeringen dan een groter deel van de ex‐ ploitatierekening vast, waardoor de ruimte voor ombuigingen op de lopende uitgaven van de exploi‐ tatie kleiner is.

De netto investeringsquote kent dan ook signaalwaarden voor lage investeringen en voor hoge inves‐ teringen. Het kengetal kijkt daarbij alleen naar de achterliggende periode. De signaalwaarde voor de netto investeringsquote voor een laag investeringsniveau bedraagt 0%. Bij een negatie‐ ve netto investeringsquote springt het licht op rood (1 punt aftrek). Bij een investeringsquote lager dan 1% springt het licht al op oranje (½ punt aftrek). De signaalwaarde voor een hoog investeringsniveau bedraagt 5% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een investeringsquote boven de 4% springt het licht eveneens al op oranje (½ punt aftrek).

9. Netto lasten per inwoner Formule: (Lasten voor mutatie reserves – Rentelasten – Afschrijvingslasten – Lasten bouwgrondexploitatie – Inkomsten uit heffingen en leges – Inkomsten uit specifieke uitkeringen – Inkomsten uit decentralisatie‐uitkeringen) Inwonertal gemeente

Dit kengetal belicht de flexibiliteit van de exploitatierekening van een gemeente voor het realiseren van ombuigingen. Het kengetal netto lasten per inwoner geeft daarnaast ook informatie over de hoogte van de uitgaven aan de niet‐taakgebonden lopende uitgaven aan publieke voorzieningen. Daarmee geeft dit kengetal ook een signaal af voor lage of juist hoge lopende uitgaven per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Lage netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zijn een indicatie dat het niveau aan noodzakelijke publieke voorzieningen mogelijk onder druk staat. Hoge netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten kunnen een signaal zijn dat een gemeente op een te grote voet leeft. 22

De signaalwaarden voor dit kengetal worden bepaald aan de hand van een vergelijking van alle netto lasten per inwoner in een jaar binnen de desbetreffende klasse. De onderste signaalwaarde bedraagt het de uitkomst van het 1e kwartiel min 5%. De bovenste signaalwaarde bedraagt de uitkomst van het 3e kwartiel plus 5%. Voor gemeen‐ ten uit de klasse laag met een goede sociale structuur en geen centrumfunctie ligt de lage signaalwaarde in 2021 op 1.431 euro (licht op rood, 1 punt aftrek). De hoge signaalwaarde bedraagt 1.809 euro (licht op rood, 1 punt af‐ trek). Voor gemeenten uit de klasse midden met een redelijke of matige sociale structuur en een redelijke tot geen centrumfunctie ligt de onderste signaalwaarde in 2021 op 1.593 euro (licht op rood, 1 punt aftrek) en de bovenste signaalwaarde op 2.042 euro (licht op rood, 1 punt aftrek). Voor gemeenten uit de klasse hoog met een zwakke of matige sociale structuur en een sterke centrumfunctie ligt in 2021 de onderste signaalwaarde op 1.956 euro (licht op rood, 1 punt aftrek) en de bovenste signaalwaarde op 2.488 euro (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een onder‐ schrijding van de lage signaalwaarde heeft een gemeente lage netto lasten per inwoner. Bij een overschrijding van de bovenste signaalwaarde heeft een gemeente hoge netto lasten per inwoner.

(Voor de jaren 2019/2020 bedraagt voor de klasse laag de onderste signaalwaarde 1.426 euro en de bovenste sig‐ naalwaarde 1.832 euro. Voor de klasse midden bedraagt in 2019/2020 de onderste signaalwaarde 1.582 euro en de bovenste signaalwaarde 2.123 euro. Voor de klasse hoog bedraagt in 2019/2020 de onderste signaalwaarde 1.914 euro en de bovenste signaalwaarde 2.544 euro.)

10. Houdbaarheidsquote Dit kengetal geeft een indicatie van de ombuigings‐inspanning die een gemeente bij een slechtweer scenario moet leveren voor houdbare gemeentefinanciën. Het kengetal is daarmee de maat voor de weerbaarheid van een gemeente en drukt de houdbaarheids‐opgaaf (= bedrag aan benodigde struc‐ turele ombuigingen bij een slechtweer‐scenario) uit in % van de lasten en baten waarop ombuigingen kunnen worden gerealiseerd. Het bedrag waarop ombuigingen kunnen worden gerealiseerd is in de test de som van een positieve onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting en de netto lopende uitgaven zoals die hiervoor zijn gedefinieerd. De definitie van het kengetal houdbaarheidsquote wordt aanvullend gevormd door de architectuur van de houdbaarheidstest en de zwaarte van het slechtweer‐scenario. De signaalwaarde waarbij voor de houdbaarheidsquote het licht op oranje springt bedraagt 20% (½ punt aftrek). Dit houdt in vijf jaar lang minimaal 4% per jaar ombuigen op het totaal van de onroerende‐zaakbelastingen en ombuigingsrelevante lasten als het slechtweerscenario zich voordoet. Dat klink als onnoemlijk veel, maar daarbij moet worden bedacht dat zowel de inkomsten als de lasten in de test jaarlijks met de trendmatige ontwikkeling doorgroeien. Het jaarlijkse bezuinigingspercentage voor licht op oranje ligt dus aanzienlijk lager en onder de 2%.

De signaalwaarde waarbij het licht voor de houdbaarheidsquote op rood springt bedraagt 25% (aftrek 1 punt).

11. Kasgeldratio Formule: 100% x ((Kortlopende aangetrokken leningen + Rekeningcourant kredieten – Kortlopende uitzettingen – Liquide middelen) Baten voor mutatie reserves)

Bij de Nederlandse gemeenten is het herfinancieringsrisico door artikel 12 Financiële verhoudingswet en de aanwezigheid van twee sectorbanken voor het verstrekken van leningen aan decentrale over‐ heden verwaarloosbaar. Om die reden lopen gemeenten op de aangetrokken financiële middelen van banken en andere vermogensverschaffers alleen een renterisico. De kasgeldratio meet het risico van sterk stijgende rentelasten op de korte termijn door herfinancie‐ ring van de kortlopende schuld bij een stijgende marktrente. De ratio geeft weer of het saldo van de kortlopende schulden minus de aanwezige liquide middelen hoog of laag is. Bij een hoog saldo is de 23

gevoeligheid voor stijgende rentelasten door een renteschok op de korte termijn groot. De kas‐ geldratio is hetzelfde kengetal als voor het berekenen van de kasgeldlimiet van de Wet fido wordt gebruikt. Alleen wordt het kengetal uit de Wet fido over een periode van een kwartaal gemeten, terwijl het kengetal uit deze test de ultimo stand is van de eindbalans. Voor de signaalwaarde van de kasgeldratio is aangesloten bij de wettelijke signaalwaarde van 8,5% van het be‐ grotingstotaal. Er is alleen een signaalwaarde voor het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor de kasgeldratio heeft een gemeente een hoge rentegevoeligheid op de korte termijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11207969/1