CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel e260016462

Gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Omgevingsplan Garderenseweg 1841.236 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Nr. 02330015107060 Zaaknr. 02330000083285

Onderwerp Datum voorstel Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar

: : : :

Raadsvoorstel vaststelling TAM-omgevingsplan Garderenseweg 184 31 maart 2026 H.R. van Veen T. Visser, telefoon 0341 56 73 29

Voorstel 1. Het ontwerp TAM-omgevingsplan Garderenseweg 184 ambtshalve te wijzigen, zoals beschreven in de bij dit besluit horende 'Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ (e260001357). 2. Het TAM-omgevingsplan Garderenseweg 184 bestaande uit de geometrische planobjecten als vervat in het bestand NL.IMRO.0233.TAMGarderensew182-0301 met bijbehorende bestanden, langs elektronische weg en in analoge vorm op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet (Ow) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gewijzigd vast te stellen. 3. Op basis van de aanmeldnotitie mer-beoordeling vast te stellen dat de wijziging van het omgevingsplan Garderenseweg 184 geen aanzienlijke milieueffecten heeft, waardoor voor zowel de plan- als project-mer-beoordeling geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk is, en daarbij te verklaren dat de raad zich er conform de Lbv-plus-systematiek van heeft vergewist dat de ingezette stikstofemissieruimte niet nodig is voor instandhoudings- of passende maatregelen en kan worden volstaan met de uitzondering van artikel 16.53c, tweede lid, van de Omgevingswet. Inleiding De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden aan de Garderenseweg 182-184 te Ermelo, gelegen aan de rand van het buurtschap Speuld.

De daar gevestigde kalverhouderij is aangemerkt als piekbelaster en neemt deel aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV-plus). Inmiddels is de veehouderij feitelijk beëindigd. De initiatiefnemer heeft een plan gemaakt voor functieverandering. Het plan behelst primair de sloop van de bestaande agrarische bebouwing en de realisatie van 1.500 m² aan bedrijfsgebouwen voor een caravan- en camperstalling. Daarnaast worden negen woningen en een kampeerterrein voor maximaal 30 campers gerealiseerd. De plannen zijn in samenspraak met de gemeente en provincie uitgewerkt en passend bevonden binnen de relevante beleidskaders. De haalbaarheid en uitvoerbaarheid zijn aangetoond in de motivering en de onderliggende onderzoeken. Van 20 november 2025 tot en met 31 december 2025 heeft het ontwerp-omgevingsplan ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is één zienswijze ingediend, welke na overleg tussen de indiener en initiatiefnemer is ingetrokken. Om waar mogelijk tegemoet te komen aan de oorspronkelijke bezwaren van de indiener, is het plan op onderdelen ambtshalve aangepast. Voor een overzicht van de aanpassingen wordt verwezen naar de ‘Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’. Het plan is nu gereed voor vaststelling.

onze ref. pagina

02330015107060 2 van 4

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto bestaande situatie

Figuur 2. Inrichting gewenste situatie Beoogd effect Met dit plan wijzigt de bestemming van de Garderenseweg 184 in Ermelo van 'agrarisch' naar 'bedrijf', 'wonen' en 'verblijfsrecreatie'. Dit maakt de realisatie van 1.500 m2 aan bedrijfsgebouwen (voor een caravan- en camperstalling), negen woningen en een kampeerterrein voor maximaal 30 campers mogelijk. De intensieve veehouderij wordt blijvend beëindigd. Het plan draagt zo bij aan het doel van de Lbv-plusregeling: het verminderen van de stikstofneerslag op omliggende Natura 2000-gebieden. Argumenten 1.1 Het plan heeft er inzage gelegen en is naar aanleiding van een zienswijzen op onderdelen ambtshalve aangepast Het ontwerp-omgevingsplan heeft conform de wettelijke procedure ter inzage gelegen, waarbij één zienswijze is ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft constructief overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en de indiener van de zienswijze. Ook vanuit de gemeente is ambtelijk gesproken met de

onze ref. pagina

02330015107060 3 van 4

reclamant, waarbij is bevestigd dat er sprake is geweest van een constructieve dialoog (zie gespreksverslag e260011193). Als resultaat van dit overleg is de zienswijze door de indiener ingetrokken. Om waar mogelijk alsnog tegemoet te komen aan de oorspronkelijke bezwaren, is het plan op onderdelen ambtshalve aangepast. Voor een overzicht van deze aanpassingen wordt verwezen naar de ‘Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’. 1.2 Stikstof vormt geen belemmering Naar aanleiding van recente juridische ontwikkelingen in het stikstofdossier, waaronder de PasgeldWest-uitspraak van 15 januari jl., is dit aspect aanvullend gewogen. Voor de beoogde nieuwe situatie binnen het plangebied is reeds een onherroepelijke natuurvergunning verleend. Omdat het omgevingsplan exact dezelfde activiteiten en effecten mogelijk maakt als deze vergunning, wordt een beroep gedaan op de uitzondering in artikel 16.53c, tweede lid, van de Omgevingswet. Nieuwe stikstofberekeningen zijn voor dit omgevingsplan dan ook niet noodzakelijk. Tevens kan de raad zich er conform de Lbv-plus-systematiek van vergewissen dat de ingezette stikstofemissieruimte door het bevoegd gezag niet nodig wordt geacht als instandhoudingsmaatregel.

2.1 De gemeenteraad is bevoegd gezag voor het vaststellen van een omgevingsplan Volgens artikel 2.4 van de Omgevingswet is de gemeenteraad aangewezen als bevoegd gezag voor het vaststellen van een omgevingsplan. 3.1 De wijziging van het omgevingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig en voldoet aan de aanvullende eisen voor stikstof (Lbv-plus) De beoogde functiewijziging wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject, waarvoor op basis van de Omgevingswet zowel een plan- als een project-mer-beoordeling noodzakelijk is. Uit de bijgevoegde aanmeldnotitie mer-beoordeling blijkt dat de ontwikkeling geen aanzienlijke nadelige milieueffecten heeft op aspecten zoals geluid, bodem en spuitzones, waardoor het opstellen van een milieueffectrapport (MER) niet vereist is. Voor de stikstofaspecten wordt specifiek gebruikgemaakt van de uitzondering in artikel 16.53c, tweede lid, van de Omgevingswet. Omdat voor de nieuwe activiteiten reeds een natuurvergunning met passende beoordeling is verleend en het plan niet meer mogelijk maakt dan wat in die vergunning is vastgelegd, kan een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven. Dit betekent dat er ook langs deze weg geen plan-mer-plicht ontstaat.

Daarnaast kan de raad voldoen aan de vergewisplicht door vast te stellen dat de inzet van 15% stikstofemissieruimte, conform de landelijke Lbv-plus-systematiek, door het bevoegd gezag niet nodig wordt geacht als instandhoudingsmaatregel voor Natura 2000-gebieden. Om het intern salderen juridisch te borgen, voorziet het plan in het wegbestemmen van het agrarisch bouwvlak. De veehouderij is feitelijk overigens ook reeds beëindigd. Kanttekeningen N.v.t. Communicatie In juli 2024 en mei 2025 heeft de initiatiefnemer de direct omwonenden en omliggende bedrijven geïnformeerd over het voorgenomen plan. Het plan is positief ontvangen en er zijn geen bezwaren ontvangen. Een participatieverslag is bijgevoegd. Tijdens de inzagetermijn van het ontwerp omgevingsplan heeft een van de omliggende bedrijven in een zienswijze aangegeven niet meegenomen te zijn in de buurtparticipatie. Hierop heeft initiatiefnemer alsnog met deze belanghebbende gesproken en zijn er afspraken gemaakt over ondergeschikte aanpassingen in het plan. Dit heeft geleid tot het formeel intrekken van de zienswijze. Een en ander zoals ook beschreven in de bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’. Financiële gevolgen en dekking

onze ref. pagina

02330015107060 4 van 4

Voor dit plan is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hierin geregeld, waardoor geen publiekrechtelijk kostenverhaal (in het omgevingsplan) hoeft plaats te vinden. Planning Nadat uw raad het omgevingsplan heeft vastgesteld, wordt het plan zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn van terinzagelegging kan tegen het besluit van de gemeenteraad tot vaststelling van het omgevingsplan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State door belanghebbenden. Als gedurende genoemde periode geen beroep of voorlopige voorziening wordt ingesteld, dan is het omgevingsplan na deze zes weken onherroepelijk. Evaluatie N.v.t. Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, M. Jacobs, P.J.T. van Daalen, secretaris, burgemeester,

Bijlage(n)

:

e260016464: Raadsbesluit e260001357: Nota beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen e260017089: Motivering TAM-omgevingsplan e260017090: Regels TAM-omgevingsplan e260017091: Plankaart TAM-omgevingsplan e250064328: Participatieverslag

Uitnodigen belanghebbende(n)

:

De initiatiefnemer wordt uitgenodigd voor de relevante raadsvergadering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16806773/1