Raadsvoorstel e250061321
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Nr. 02330015074686 Zaaknr. 02330000067285
Onderwerp Datum voorstel Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar
: : : :
Herstelbesluit bestemmingsplan Haspel 99-129 31 maart 2026 H.R. van Veen Projectleider ruimtelijk domein/ Juridisch beleidsadviseur ruimtelijk domein
Voorstel 1. De inhoud en conclusies uit de aangepaste rapportage ‘MER-onderzoek BP Haspel 99-129 – Gecombineerd project- en plan-m.e.r.-beoordeling’ van 16 maart 2026 te onderschrijven, en te concluderen dat de ruimtelijke ontwikkelingen in het herstelde bestemmingsplan niet leiden tot belangrijke c.q. aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu, en daarmee dat er geen project- of plan-milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld; 2. Het gewijzigde bestemmingsplan “Haspel 99-129”, als vervat in de bestandenset met identificatienummer NL.IMRO.0233.BPhaspel99tm129-0402, langs elektronische weg en in analoge vorm, op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht vast te stellen, conform bijgevoegd raads-/herstelbesluit met kenmerk 02330015074688 inclusief bijlagen. 3. Bij de hernieuwde gewijzigde vaststelling geen exploitatieplan, conform 6.12 Wet ruimtelijke ordening, vast te stellen aangezien met de ontwikkelde partijen een anterieure overeenkomst is gesloten. Inleiding Bij besluit van 10 juli 2024 heeft uw raad het bestemmingsplan ‘Haspel 99-129’ vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een planologisch toegestane eindsituatie voor de bestaande pallet- en timmerfabriek mogelijk. Daarnaast maakt het bestemmingsplan woningbouw aan de Haspel 123a en aan de Haspel 125-129 mogelijk.
Tegen het bestemmingsplan is door drie partijen beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’). Die beroepsprocedure loopt op dit moment nog. Er is nog geen mondelinge behandeling geweest. Wel heeft uw raad bij brief van 16 december 2024 reeds een verweerschrift ingediend bij de Afdeling. Mede gelet op de ingediende beroepen stellen wij u voor om, met toepassing van artikel 6:19 van de Awb, een herstelbesluit te nemen. Met dit herstelbesluit wordt een tweetal geconstateerde gebreken/onduidelijkheden hersteld. Deze gaan over de aspecten stikstof (Natura 2000 (en daarmee samenhangend mer)) en landschappelijke inpassing. Met de wijzigingen is het bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en de (overige) wet- en regelgeving en wordt ook tegemoetgekomen aan de ingediende beroepen tegen het bestemmingsplan. Beoogd effect Een gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan, zodat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
onze ref. pagina
02330015074686 2 van 4
Argumenten 1.1 Er hoeft nog steeds geen milieueffectrapport te worden opgesteld Om te bezien of de ontwikkeling mogelijk nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, is de planmer- beoordeling opgesteld en als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Deze is aangepast naar aanleiding van het nieuwe stikstofonderzoek en de passende beoordeling. De conclusie is hetzelfde gebleven: op grond van de kenmerken, locatie en potentiële effecten van het project wordt geconcludeerd dat voor de meeste milieuaspecten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden verwacht als gevolg van het bestemmingsplan ‘Haspel 99-129’, mits de verschillende noodzakelijke randvoorwaarden, optimalisaties, mitigerende of compenserende maatregelen worden genomen. Voor het milieuaspect industrielawaai treden wel relevante milieueffecten op ten aanzien van de woningen Haspel 99 en 103 (de woningen op het terrein van de pallet- en timmerfabriek), maar die worden van een passende geluidsnorm voorzien in het omgevingsplan. De conclusie is dat er geen MER nodig is. 2.1 Het gewijzigde plan komt tegemoet aan de beroepen Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.19 van de Algemene wet bestuursrecht wordt er door de gemeenteraad een herstelbesluit genomen waarbij het bestemmingsplan wordt gewijzigd.
De wijzigingen worden in dit voorstel beknopt toegelicht en zijn letterlijk weergegeven in het raadsbesluit. 2.2 Stikstof vormt geen belemmering voor de vaststelling van het plan Voor wat betreft stikstof is geconstateerd dat het stikstofonderzoek bij het oorspronkelijke bestemmingsplan niet toereikend was. Voor het herstelbesluit is daarom een nieuw stikstofonderzoek gemaakt met een (nieuwe) passende beoordeling. In het nieuwe onderzoek is per ruimtelijke ontwikkeling beoordeeld of sprake is van mogelijke significante gevolgen op Natura 2000-gebieden en of de natuurlijke kenmerken van de betreffende gebieden worden aangetast. Uit het nieuwe stikstofonderzoek volgt dat de ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt op zichzelf leiden tot stikstofdepositiegevolgen in Natura 2000-gebieden, maar dat na toepassing van mitigerende maatregelen (salderen), de natuurlijke kenmerken van de betreffende gebieden niet worden aangetast. De toepassing van de mitigerende maatregelen wordt ook geborgd doordat met het herstelbesluit een aantal voorwaardelijke verplichtingen ten aanzien van stikstof in de planregels wordt opgenomen. Gelet daarop kan worden geconcludeerd dat het (herstelde) bestemmingsplan in overeenstemming met het Natura 2000-gebiedsbeschermingsrecht kan worden vastgesteld.
Gelet op het nieuwe stikstofonderzoek (in de vorm van een passende beoordeling) is verder ook de merbeoordelingsnotitie aangepast, waarop een gecombineerd plan- en project-mer-beoordelingsbesluit wordt genomen. Conclusie is dat de ontwikkelingen uit het bestemmingsplan niet leiden tot belangrijke c.q. aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu, en dat voor het bestemmingsplan dus ook geen plan- of project-milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Door het toevoegen van de passende beoordeling en de aanpassing van de mer-beoordelingsnotitie wordt ook voldaan aan de meest recente jurisprudentie van januari 2026 van de Afdeling over stikstof en bestemmingsplannen. 2.3 De landschappelijke inpassing is beter geborgd Voor wat betreft landschappelijke inpassing is geconstateerd dat de artikelen 12.4 en 12.6 van de oorspronkelijke planregels onvoldoende sluitend waren. Er is geconstateerd dat 1. het niet voldoende duidelijk was wat met ‘de benodigde omgevingsvergunningen’ bedoeld werd en wat er gebeurde als er geen omgevingsvergunningen meer nodig waren en/of zouden worden aangevraagd, 2. het onwenselijk was dat de woningbouwontwikkeling afhankelijk werd gesteld van de landschappelijke inpassing/het realiseren van een grondwal van/bij de pallet- en timmerfabriek (en andersom) en 3.
de voorwaardelijke verplichting ook onbedoeld op bestaand (legaal) gebruik zagen en daarom onbedoeld een gebodsbepaling inhielden.
onze ref. pagina
02330015074686 3 van 4
Met dit herstelbesluit wordt deze geconstateerde gebreken hersteld. De artikelen 12.4 en 12.6 van de planregels worden met dit herstelbesluit geschrapt en vervangen door de artikelen 3.3.2, 3.3.3 en 9.4.3 van de planregels. Met deze wijziging gelden de voorwaardelijke verplichtingen om te voorzien in landschappelijke inpassing en een grondwal, zoals opgenomen in de planregels voor de bestemming 'Bedrijf', alleen voor de landschappelijke inpassing en de grondwal in het deelgebied waar de pallet- en timmerfabriek is gevestigd. De voorwaardelijke verplichting om te voorzien in landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in de planregels voor de bestemming 'Wonen' geldt alleen voor de landschappelijke inpassing in het deelgebied waar de woningbouwontwikkeling wordt voorzien. Daarnaast zijn de voorwaardelijke verplichtingen in artikel 3.3.2, artikel 3.3.3 en artikel 9.4.3 van de planregels met het herstelbesluit zo ge(her)formuleerd dat deze voldoende duidelijk zijn (aan de voorwaardelijke verplichtingen is een duidelijke termijn van 3 jaar gekoppeld) en ook niet meer op bestaand legaal gebruik zien. Verder is aan het herstelbesluit ook een nieuwe versie van het landschappelijk inpassingsplan ten grondslag gelegd. In de nieuwe versie van het landschappelijk inpassingsplan heeft een actualisatie plaatsgevonden en is een aantal punten nader uitgewerkt/verduidelijkt.
De inhoud en strekking van het landschappelijk inpassingsplan is ongewijzigd gebleven. 2.4 Het herstelbesluit zal automatisch onderdeel uitmaken van de beroepsprocedure Gelet op artikel 6.19 Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt het opnieuw vastgestelde bestemmingsplan automatisch deel uit van de al lopende procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak over het eerder vastgestelde bestemmingsplan. Appellanten kunnen hun beroep nog aanvullen/wijzigen en daarnaast kunnen anderen ook een nieuw beroep indienen, maar dan uitsluitend tegen de wijzigingen in het plan. De Afdeling en appellanten worden op de hoogte gesteld van het vastgestelde herstelbesluit. 3.1 Kostenverhaal is anderszins verzekerd Het plan betreft een bouwplan in het kader van artikel 6.12 lid 1 Wro jo artikel 6.2.1, onder a. en b. van het Besluit ruimtelijke ordening. Een exploitatieplan opstellen is noodzakelijk, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Bij voorliggend plan is het verhaal van kosten anderszins verzekerd door de eerder gesloten anterieure overeenkomst van 14 december 2023. Hierdoor kan een exploitatieplan achterwege blijven. Kanttekeningen 2.1 De aanpassingen zorgen niet voor 100% zekerheid In juridische procedures is nooit met 100% zekerheid aan te geven of een aangepast plan ook daadwerkelijk in stand blijft.
Communicatie Het vastgestelde bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. Daarnaast wordt de vaststelling doorgegeven aan appellanten, initiatiefnemers en de Afdeling, zodat de beroepszaak verder kan worden afgerond. Financiële gevolgen en dekking Niet van toepassing. Planning Indien u besluit tot vaststelling van het plan, worden de belanghebbenden hiervan op de hoogte gebracht en wordt het besluit gepubliceerd.
onze ref. pagina
02330015074686 4 van 4
Evaluatie Niet van toepassing.
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, M. Jacobs, P.J.T. van Daalen, secretaris, burgemeester,
Bijlage(n)
:
1. 2.
3. 4. 5. 6. 7.
Uitnodigen belanghebbende(n)
:
Raadsbesluit (herstelbesluit), kenmerk 02330015074688/e250061323 Bijlage 1 bij het raadsbesluit (herstelbesluit), Raadsbesluit 10 juli 2024 (e240001533), nieuw kenmerk 02330015106844/e260016237 Bijlage 2 bij het raadsbesluit (herstelbesluit), Gewijzigde verbeelding, kenmerk 02330015107186/e260016589 Bijlage 3 bij het raadsbesluit (herstelbesluit), Wijzigingen plantoelichting, kenmerk 02330015107187/ e260016590 Bijlage 4 bij het raadsbesluit (herstelbesluit) Gewijzigd bestemmingsplan, kenmerk 02330015107208/e260016617 Ingediende beroepen (geanonimiseerd), kenmerk 02330015107209/ e260016618 Verweer (geanonimiseerd), kenmerk 02330015107210/ e260016619
Initiatiefnemers, appellanten