Provincie Gelderland Samenvoegbestand Richtlijn opschalingskorting 2025
Tekst van het document
Datum
21 juni 2024 Zaaknummer
2024-008558 Onderwerp
Richtlijn opschalingskorting 2025, indexatie WMO, verlenging richtlijn jeugdzorg, verlenging richtlijn klimaat en raming BTW compensatiefonds Inlichtingen bij
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 5
Geachte leden van de raad, Eind maart hebben wij u geïnformeerd over de uitgangspunten voor de komende begroting door middel van de begrotingscirculaire. Inmiddels zijn de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk, de Meicirculaire 2024 en het Hoofdlijnenakkoord verschenen met daarin gevolgen voor uw gemeente. Met deze aanvulling op de begrotingscirculaire informeren wij u over onderwerpen die hieruit voortkomen en die belangrijk zijn voor de begroting 2025-2028. Daarnaast informeren wij u over de manier waarop wij deze onderwerpen zullen beoordelen in de komende begroting en meerjarenraming. Dit document kunt u beschouwen als een aanvulling op de informatie uit de begrotingscirculaire. Bijgevoegd vindt u de richtlijn opschalingskorting 2025, indexatie WMO, verlenging richtlijn jeugdzorg, verlenging richtlijn klimaat en raming BTW compensatiefonds. Alle richtlijnen zijn tot stand gekomen in overleg met o.a. het ministerie van Binnenlandse Zaken, VNG en IPO en kunnen worden gebruikt bij het opstellen van Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Judith van Baast Teammanager Bestuur & Toezicht
Bijlagen
Bijlage 1: Richtlijn opschalingskorting 2025 Bijlage 2: Indexatie WMO Bijlage 3: Verlenging richtlijn jeugdzorg Bijlage 4: Verlenging richtlijn klimaat Bijlage 5: Raming BTW compensatiefonds
Datum
21 juni 2024 Zaaknummer
2024-008558 Blad
2 van 5
1. Afspraak eenmalige korting € 675 miljoen op het gemeentefonds 2025 Op 15 april heeft het Rijk haar voorjaarsnota gepubliceerd. De voorjaarsnota van het Rijk kan worden gezien als de voorloper van de meicirculaire. In deze voorjaarsnota geeft het Rijk aan dat de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies eerder wordt ingesteld. De nieuwe financieringssystematiek (op basis van het BBP in plaats van “trap op trap af systematiek”) gaat al in per 1-1-2024 in plaats van 1-1-2027. Het nadeel compenseert het Rijk voor 2024 volledig, maar voor 2025 slechts voor de helft aan gemeenten. Dit betekent dat gemeenten in 2025 eenmalig € 675 miljoen minder algemene uitkering ontvangen dan was voorzien in de laatste circulaire. In het BOFv1 van 10 april 2024 hebben het Rijk en de koepels (VNG, IPO) afgesproken om met de financieel toezichthouders, en in afstemming met gedeputeerden verantwoordelijk voor financiële toezicht, een afspraak te maken. Het doel van deze afspraak is dat de eenmalige daling van het gemeentefonds in 2025 door toezichthouders in de meerjarenbegroting 2025-2028 voor de jaarschijf 2025 als incidenteel wordt gezien. Gemeenten kunnen de eenmalige daling van het gemeentefonds van € 675 miljoen in 2025 aanmerken als negatieve incidentele baat. Zij zijn hiertoe niet verplicht.
Wanneer gemeenten hiervoor kiezen, moet in ieder geval rekening gehouden worden met de volgende punten:
2.
Neem de negatieve incidentele baat op in het overzicht van incidentele baten en lasten en licht deze post toe; Baseer de hoogte van dit bedrag op basis van de meicirculaire 2024. Dit kunt u bepalen door de € 675 miljoen te delen door het bedrag per uitkeringsfactor en dan te vermenigvuldigen met de uitkeringsbasis (exclusief de negatieve OZB maatstaf); Voor het financieel toezicht gelden verder onverminderd de uitgangspunten van het Gemeenschappelijk Toezichtkader.
Extra middelen voor indexatie Wmo
In de voorjaarsnota reserveert het Rijk een bedrag van € 75 miljoen in 2026 oplopend naar € 300 miljoen in 2029 voor de kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing Wmo. Deze middelen zijn op een aanvullende post gereserveerd en nog niet verwerkt in het gemeentefonds. Ons kader blijft dat gemeenten de algemene uitkering op basis van minimaal de meicirculaire moeten ramen. Zo lang deze middelen nog niet verwerkt zijn in de circulaire van het gemeentefonds kunnen gemeenten deze dus niet ramen.
1
BOFv: Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen
Datum
21 juni 2024 Zaaknummer
2024-008558 Blad
3 van 5
3.
Verlengen richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028
Op basis van de financiële reeks, zoals opgenomen in de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW), zijn in eerdere meicirculairen voor de jaren 2022, 2023, 2024 en 2025 aanvullende, incidentele middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Naast de besparingsopgave die volgt uit de uitspraak van de CvW heeft het kabinet besloten tot het realiseren van een aanvullende besparing van structureel € 511 miljoen, welke een Rijksverantwoordelijkheid is gemaakt. Concreet betekent dit dat het aan de Rijksoverheid is om de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen en het budgettaire risico draagt ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Zo is in de meicirculaire 2024 de korting voor 2025 van € 500 miljoen ongedaan gemaakt. Dit betekent dat als u vorig jaar een stelpost voor 2025 had opgenomen deze moet komen te vervallen. Per saldo is het effect dus budgettair neutraal. De reeks van € 511 miljoen vanaf 2026 is nog wel opgenomen in de gemeentefondsbegroting. Het nieuw te vormen Kabinet heeft het voornemen om deze korting vanaf 2026 te schrappen.
Besluitvorming over de toevoeging aan het gemeentefonds voor 2026 en latere jaren heeft nog niet plaatsgevonden en is nog niet verwerkt in een circulaire gemeentefonds. De provincies als financieel toezichthouder erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en brengen daarom een actualisatie van de gezamenlijke richtlijn uit:
Gemeenten mogen in de jaarschijven 2026, 2027 en 2028 de middelen zoals die in de Hervormingsagenda zijn afgesproken als structurele en reële raming meenemen in hun meerjarenraming. Concreet gaat het om respectievelijk € 284 miljoen, € 211 miljoen en € 250 miljoen (zie tabel 1: richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028); Daarnaast mogen gemeenten in hun begroting rekening houden met een besparing op de uitgaven van € 500 miljoen in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen (structureel) als gevolg van maatregelen die het Rijk zal uitwerken (zie tabel 1: richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028).
De vertaling van de genoemde bedragen naar gemeentelijk niveau is aan de gemeenten zelf (eventueel in overleg met de toezichthouder), bijvoorbeeld op basis van het aandeel in het cluster jeugd van de Algemene Uitkering. Tabel 1: richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028 volgt op de volgende pagina.
Datum
21 juni 2024 Zaaknummer
2024-008558 Blad
4 van 5
Tabel 1: richtlijn extra middelen jeugdzorg voor 2025-2028 Macro bedragen in miljoenen €
2025
2026
2027
2028
Tekort CvW reeks
1.828
1.828
1.828
1.828
Maatregelen HA
374
961
1.017
1.017
Maatregelen coalitieakkoord
0
500
511
511
Aanvullende middelen
1.454
367
300
300
Uitvoeringskosten HA
9
9
9
9
Centrale investeringen vanuit CvW
86
74
80
41
Totaal naar gemeentefonds Overgeheveld bij Voorjaarsnota’s
1.359 284
211
250
Nog over te hevelen na advies commissie van deskundigen (vanuit de aanvullende post) Meenemen in begroting bovenop circulaire in miljoenen €: Lager te ramen uitgaven
0
500
511
511
Hoger te ramen middelen
0
284
211
250
NB: de richtlijn verschilt ten opzichte van vorig jaar doordat 2025 gewijzigd is (stelpost komt door het vervallen van de korting ook te vervallen, effect is budgettair neutraal) en 2028 is er nieuw bijgekomen.
4.
Verlengen richtlijn extra middelen klimaat voor 2025-2028
Wij hebben u eerder geïnformeerd over de wijze waarop u de middelen voor de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid kunt ramen. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Het Rijk ondersteunt gemeenten hierbij met geld voor de jaren 2023 tot en met 2025. In de brief van minister Jetten (Klimaat en Energie) van 25 oktober 2022 aan gemeenten en provincies leest u hier meer over. Voor de jaren 2023 tot en met 2030 is er in totaal € 5,38 miljard beschikbaar voor de uitvoeringskosten voor gemeenten en provincies. Voor het jaar 2023 verdeelt het Rijk ca. € 341 miljoen aan gemeenten. De verdeling van deze middelen over de gemeenten is zeker voor het jaar 2023. Voor de jaren 2024 en 2025 is meer geld beschikbaar dan wat gemeenten in totaal in 2023 hebben ontvangen. Of uw gemeente recht heeft op dit extra geld, hangt af van uw plannen. Dit heet daarom planfinanciering. Elk plan krijgt een vast bedrag, afhankelijk van het type plan (zeroemissiezone, windpark, zonneweide of gebouw). De precieze bedragen per plan zijn nog niet vastgesteld. Er is geen maximaal bedrag per aanvraag. In totaal is hier voor 2024 € 90 miljoen en voor 2025 € 300 miljoen beschikbaar. Over het vervolg na 2026 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt dat deze regeling wordt vastgelegd in een wet. Hoe dit verder vorm wordt gegeven is op dit moment nog niet duidelijk.
Rijk, provincies en gemeenten overleggen over hoe vorm wordt gegeven aan de langjarige zekerheid na 2025.
Datum
21 juni 2024 Zaaknummer
2024-008558 Blad
5 van 5
Gemeenten kunnen gezien het bovenstaande erop rekenen dat ze voor de jaren na 2023 in ieder geval hetzelfde bedrag ontvangen als in 2023 voor de basis financiering. Gemeenten mogen het bedrag wat zij in 2023 ontvangen voor de klimaat- en energiegelden opnemen als structurele baat in de begroting 2025 voor de jaren 2025 tot en met 2028. Voor wat betreft de planfinanciering is nog veel onzeker. Gemeenten kunnen dit ramen op basis van de verkregen beschikking. We gaan er voor zowel de basis- als de planfinanciering vanuit dat gemeenten een gelijk bedrag aan extra lasten opnemen voor de klimaat- en energietaken.
5.
Raming BTW Compensatiefonds
Gemeenten kunnen in de ramingen in hun begroting en meerjarenraming rekening houden met de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF). Omdat de hoogte van deze ruimte erg onzeker is zijn in het verleden afspraken tussen de gezamenlijke toezichthouders en BZK gemaakt over wat een reële hoogte van deze ruimte is. Afgesproken is dat de laatst gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond de maximaal toegestane ruimte is die gemeenten mogen ramen in hun begroting en meerjarenraming. Deze gerealiseerde ruimte wordt bekendgemaakt in de meicirculaire. Voor de raming in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 wordt dus de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2023. Bij gemeenten die de ruimte onder het BCF-plafond hoger ramen dan maximaal de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het BCF-plafond, merken wij het hogere bedrag aan als niet reëel en zal het structureel saldo in de begroting of meerjarenraming negatief bijgesteld worden.