PID omgevingsvisie e240054648
Tekst van het document
Project Initiatie Document
Nr. Zaaknr. 02330000068313
Projectnaam Versie, datum, status Planning
Omgevingsvisie Ermelo 2.0 Fase 1 29 oktober 2024 Startdatum: januari 2025
1. Achtergrond
De op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet verplicht gemeenten een omgevingsvisie vast te stellen. Zo’n visie moet onder andere het te voeren integrale beleid voor de fysieke leefomgeving bevatten. De raad heeft op 26 januari 2022 de Omgevingsvisie Ermelo vastgesteld.
Einddatum: oktober 2025
Het college heeft op 27 februari 2024 de organisatie de opdracht gegeven een Project Initiatie Document op te stellen voor het proces om te komen tot een Omgevingsvisie 2.0. 2. Probleemstelling
De huidige omgevingsvisie geeft geen duidelijk antwoord op nieuwe maatschappelijke opgaven die een ruimteclaim met zich meebrengen (o.a. grootschalige woningbouw, vraag vanuit Defensie). Hetzelfde geldt voor een aantal in het coalitieprogramma opgenomen ambities en moties vanuit de raad (o.a. visie op hoogbouw, ontwikkeling nieuw bedrijventerrein). De huidige omgevingsvisie wordt niet of slechts in bepekte mate ingezet bij actuele ruimtelijke opgaven en ambities en bij beleidskeuzes over de fysieke leefomgeving. Ook is geen invulling gegeven aan hoe de omgevingsvisie uit te werken en actueel te houden.
3. Doelstelling
4. Resultaat
1.
Met een omgevingsvisie 2.0 een inhoudelijke slag maken, zodat bovengenoemde actuele maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities meer dan nu het geval is onderdeel gaan vormen van de omgevingsvisie. Waarmee die opgaven, zoals woningbouw, doelmatiger en daarmee sneller uitgevoerd kunnen worden.
2.
Komen tot een duidelijke werkwijze. Een procesmatige aanpak, waarbij met inzet van instrumenten als de omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan een ‘beleidshuis’ wordt gecreëerd welke de basis vormt voor organisatie en bestuur om het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving op een gerichte, integrale wijze vorm te geven, vast te stellen en uit te voeren. De omgevingsvisie vormt het fundament voor zo’n ‘beleidshuis’.
3.
Bewustwording creëren bij organisatie, college en raad van de meerwaarde van een gerichte, integrale wijze van vormgeven en uitvoeren van omgevingsbeleid en daar vanuit komen tot een cultuuromslag waarmee integraal werken als het ware in de genen gaat zitten.
Een Ermelose werkwijze van omgevingsbeleid 2.0 maken. Wat de basis vormt voor de volgende fases, het inhoudelijk herijken van de omgevingsvisie en het implementeren van het integraal werken bij organisatie en bestuur.
onze ref. pagina
2 van 4
5. Afbakening
Een nieuwe werkwijze is alleen mogelijk als organisatie, college en raad dit omarmen. En de beoogde inhoudelijke actualisatie van de omgevingsvisie kan pas uitgevoerd worden als duidelijkheid bestaat over die werkwijze. Belangrijke vraag die daarbij antwoord vraagt is op welke wijze college en raad de omgevingsvisie willen inzetten. Volstaat het om aan de wettelijke verplichting tot het hebben van zo’n visie te voldoen, waarbij nieuwe opgaven ad hoc beschouwd en toegevoegd worden? Of wordt de omgevingsvisie aangemerkt als het centrale document voor het strategische omgevingsbeleid , waar vanuit de ruimtelijke opgaven en ambities worden uitgewerkt. Verder is het essentieel voor een integrale benadering van de leefomgeving en voor het maken van inhoudelijke keuzes, bijvoorbeeld over bedrijventerreinen en woningbouw, dat er bij college en raad overeenstemming bestaat over wat we voor een gemeente in de toekomst willen zijn. Omarmen we bijvoorbeeld het bestaande dorpse karakter? Of zetten we in op groei en de daarmee gepaard gaande verstedelijking? Het inhoud geven aan de herijking van de omgevingsvisie vereist als eerste antwoord op deze basisvraag. Daarom zetten we in op een fasegewijze aanpak om tot een omgevingsvisie 2.0 te komen. Fase 1 richt zich op de werkwijze en de beantwoording van de basisvraag.
6. Projectfasering
Een volledig geïmplementeerde omgevingsvisie 2.0 vraagt tijd. Het gaat om een langdurig traject, dat niet vooraf tot in detail uitgewerkt kan worden. Voortgang en richting zullen afhangen van tijdens het traject te maken keuzes. Om die reden wordt uitgegaan van drie fases: 1. Voorbereiding (Q1 t/m Q3 2025) Vastleggen van een Ermelose werkwijze van omgevingsbeleid maken en uitvoeren. En het creëren van bewustzijn bij onder andere de raad van de meerwaarde van integraal werken. Vastleggen van een basisgedachte over wat we als Ermelo in 2050 willen zijn. 2. Uitwerking (Q4 2025 t/m Q2 2026) Opstellen en vaststelling van de Omgevingsvisie Ermelo 2.0. Het inhoudelijk herijken van de omgevingsvisie, met heldere keuzes over hoe we de maatschappelijke opgaven van nu en van morgen ruimtelijk gaan invullen. Dit aan de hand van het antwoord op de basisvraag. 3. Implementatie. Implementeren van de Ermelose werkwijze bij organisatie en bestuur. De implementatie betreft het invullen van een nieuwe structuur maar ook een cultuuromslag waarmee integraal werken als het ware in de genen gaat zitten. Dit PID ziet op fase 1, de voorbereiding. De invulling van de volgende fases hangt af van de uitkomst van fase 1. De gekozen werkwijze bepaalt de betekenis en positie van de omgevingsvisie en daarmee ook de inhoud en implementatie.
Voor de fases 2 en 3 samen wordt een eigen, door de raad vast te stellen, PID opgesteld.
onze ref. pagina
3 van 4
Fase 1 bevat de volgende stappen: 1. Opdrachtverlening extern bureau voor het uitvoeren van fase 1 (januari 2025) 2. Informeren college en raad en creëren bewustwording (februari – maart 2025) 3. Opstellen concept notitie Omgevingsvisie 2.0 (april – mei 2025) 4. Toelichting en bespreken concept notitie met college en raad (juni – juli 2025) 5. Presenteren en besluitvorming raad notitie Omgevingsvisie 2.0 (oktober 2025). Gelijktijdig wordt dan ook de PID voor de fase 2 en 3 aangeboden. De vastgestelde notitie Omgevingsvisie 2.0 geeft in ieder geval: • Een werkwijze van integraal omgevingsbeleid vormgeven en uitvoeren. Duidelijk moet zijn welke instrumenten (zoals visies en programma’s) worden ingezet en hoe deze zich tot elkaar verhouden. En duidelijk moet zijn wat de opzet en opbouw wordt van de herijkte omgevingsvisie, een inhoudsopgave op hoofdlijnen. • Antwoord op hoofdlijnen op de vraag wat we in 2050 voor een gemeente willen zijn. Dat antwoord vormt de inhoudelijke basis voor het herijken van de omgevingsvisie. • Antwoord op hoofdlijnen op de vraag hoe om te gaan met actuele maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, en in gang gezette (sectorale) beleidsvorming. Uiteraard kan niet alle planvorming on hold worden gezet gedurende het herijken van de omgevingsvisie. Dit vraagt afstemming in tijd en naar inhoud.
Duidelijk moet zijn hoe lopende sectorale beleidsvorming zich, gedurende de herijking van de omgevingsvisie, in tijd en naar inhoud te verhouden heeft tot de omgevingsvisie. De notitie Omgevingsvisie 2.0 vormt tevens de basis voor het PID voor fase 2 en 3. 7. Risico’s
Fase 1 betreft in hoofdzaak een intern traject. Binnen de organisatie worden gesprekken gevoerd met de betrokken werkvelden en zal afstemming plaatsvinden met college en raad. Dit geeft een risico op de voortgang, niet zeker is dat de planning wordt gehaald. Vroegtijdig inplannen helpt dit risico te verkleinen. Een tweede risico is de beschikbaarheid op korte termijn van een kwalitatief goed extern bureau. Inzet is zo snel mogelijk bureaus te benaderen.
8. Kosten
De kosten van het gehele traject zijn onzeker. Voorlopig worden deze ingeschat op € 300.000,-. Kosten voor fase 1 worden geraamd op maximaal € 75.000,-. In fase 1 worden in ieder geval kosten gemaakt voor het inhuren van een extern bureau. Dekking kosten: kostenplaats 6801010 43800 PALG 419 Budgethouder: Aletta de Vos
9. Projectorganisatie
De projectorganisatie wordt per fase ingericht. Voor fase 1 ziet deze er als volgt uit: Projectleiding: sr. Projectleider/adviseur (uren ca. 200) Projectondersteuning: uren ca. 80 Adviseurs: bij de stappen 2 en 3 van fase 1 wordt het Strategisch Beraad als klankbordgroep ingezet (incl. projectleider opgavegericht werken). Circa 20 uur per persoon. Communicatie: 15 uur De ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgever worden regelmatig geïnformeerd over de voortgang. Als daar aanleiding voor is worden gedurende het traject inhoudelijke vraagstukken afgestemd.
onze ref. pagina
4 van 4
College en raad worden bij alle stappen betrokken. De wijze waarop wordt tijdens stap 2 in overleg met het externe bureau bepaald. Stap 5 betreft besluitvorming door college en raad. 10. Relaties andere initiatieven
De eerste fase richt zich op de in de toekomst toe te passen werkwijze van omgevingsbeleid maken en uitvoeren. Hier ligt een duidelijke relatie met het beoogde opgavegericht werken. Dit wordt dan ook betrokken bij fase 1, de betreffende projectleider maakt deel uit van het Strategisch Beraad. Aannemelijk is dat gedurende fase 1 binnen de organisatie maar ook in regionaal verband nieuw omgevingsbeleid ontwikkeld wordt. Bij de vaststelling van de huidige omgevingsvisie is vastgelegd dat er geen nieuw sectoraal beleid wordt opgesteld. Bij eventueel nieuw (sectoraal) beleid wordt eerst gekeken naar een passende plek in de omgevingsvisie. Ondanks dat dit in de praktijk niet altijd wordt nageleefd is het advies dit als uitgangspunt te blijven aanhouden. Voorstel is het Strategisch Beraad hiervoor in te zetten. Beoogd wordt in de notitie Omgevingsvisie 2.0 gerichter te bepalen hoe om te gaan met nieuw (sectoraal) beleid.
11. Bijlagen
Nvt
Marcel Jacobs, opdrachtgever (Bestuurlijk en/of Ambtelijk)
Aletta de Vos, projectleider
Akkoord opdrachtgever
Akkoord projectleider
Datum:
Datum: