Oplegger e250036281
Tekst van het document
Nr. 02330000289726 Zaaknr. 02330000073385
Wijzigingen en afwegingen ontwerp Huisvestingsverordening gemeente Ermelo 2026 De belangrijkste verschillen ten opzichte van de geldende Huisvestingsverordening zijn de urgentieregeling die nu onderdeel uitmaakt van de verordening en een aantal nieuwe mogelijkheden die op basis van een aanpassing van de Huisvestingswet zijn toegevoegd. Dit betreft het kunnen sturen op de toewijzing van nieuwbouw sociale koopwoningen en toevoegen van regionale maatschappelijkeen/of economische binding voor maximaal 50% van de verleende huisvestingsvergunningen (voor sociale huurwoningen en nieuwbouw sociale koopwoningen). Urgentieregeling Met de aanstaande komst van de wet “Versterking regie volkshuisvesting” worden een negental groepen op basis van deze wet verplicht urgent en dienen deze groepen opgenomen te zijn in de urgentieregeling. Deze in de voorgenomen Regiewet aangewezen urgente groepen zijn toegevoegd aan de bestaande urgentieregeling waarmee we anticiperen op de komst van de wet. Daarnaast is er de keuze gemaakt om in lijn met de bestaande urgentieregeling ook enkele urgente groepen toe te voegen op basis van een eigen regionale keuze. Het gaat om urgentie voor statushouders en urgentie in het geval van herstructurering, het onbewoonbaar worden van de woning, scheiding of relatiebreuk met kinderen, te hoge woonlasten en huiselijk geweld in de thuissituatie.
Bindingseisen Nieuw in de voorliggende Huisvestingsverordening is het geven van voorrang aan woningzoekenden met maatschappelijke- en/of economische binding aan de woningmarktregio. Deze vorm van regulering dient, zoals omschreven in de Huisvestingswet, te worden afgezet tegen nut en noodzaak. Er is daarom gekeken naar de werkelijke verhuisbewegingen in de regio. De conclusie die hieruit is getrokken is dat ook zonder vergaande sturing op maatschappelijke- en/of economische binding het merendeel van de sociale huur- en koopwoningen wordt betrokken door huishoudens afkomstig uit de gemeente of regio. In de gemeente Ermelo is weliswaar slechts 46% van het totale aanbod van alle nieuwbouw koopwoningen tussen 2019 en 2024 verkocht aan eigen inwoners. Dit is echter inclusief dure nieuwbouw koopwoningen. Tussen de jaren 2019 en 2024 is er in Ermelo relatief weinig sociale koop gerealiseerd. Nut en noodzaak van vergaande (lokale) binding binnen de categorie sociale koop kan daarom niet worden onderbouwd. Met de komst van de wet “Versterking regie volkshuisvesting” worden de regio’s echter verplicht om zorg te dragen voor een evenwichtige verdeling van (urgent) woningzoekenden over de woningmarktregio. In de voorliggende verordening is daarom gekozen voor het toepassen van maatschappelijke- en/of economische binding aan de woningmarktregio.
Hiermee wordt een toename van toekomstige instroom van woningzoekenden buiten de regio (bijvoorbeeld vanuit de Randstad) waar mogelijk, binnen de wettelijke kaders, beperkt. De slaagkans van een woningzoekende, afkomstig uit de woningmarktregio, stijgt hierdoor. Dit sluit aan bij de uitgangspunten uit de Huisvestingswet. Nieuwbouw sociale koopwoningen (max. € 296.000,00; prijspeil 2025) De realisatie van woningen in dit segment (en de instandhouding hiervan) heeft al prioriteit in de regiogemeenten. In de gemeente Ermelo gebeurt dit via de Verordening en Beleidsnotitie sociale woningbouw gemeente Ermelo 2022 (inmiddels onderdeel van het omgevingsplan). Omdat de wens
onze ref. pagina
02330000289726 2 van 2
bestaat om deze woningen ook daadwerkelijk aan de bijpassende doelgroep toe te wijzen, bij voorkeur met maatschappelijke- en/of economische binding, is de woningtoewijzing van dit segment toegevoegd aan de Huisvestingsverordening. Op gebied van nieuwbouw sociale koop kan middels de nieuwe Huisvestingsverordening worden toegewezen op basis van inkomensgrenzen en regionale bindingseisen (bij maximaal 50% van het aanbod). De definities van de sociale koopgrenzen tussen gemeenten verschillen. Deze verschillen maken het opstellen van een volledig gelijke regionale regeling in de Huisvestingsverordening moeilijk. Er is daarom gekozen voor het opnemen van een inhoudelijk gelijke regeling voor alle gemeenten. Binnen deze regeling hanteren de gemeenten hun eigen koopprijs- en inkomensgrenzen (voor Ermelo is de sociale koopgrens € 296.000,00; prijspeil 2025). Hiermee ontstaan qua reikwijdte zes verschillende regelingen, echter zijn deze wel allemaal gelijk van opzet. Het college stelt voor om de inkomensgrens voor sociale koop in de gemeente Ermelo te koppelen aan maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensgrens (evenals de gemeente Harderwijk doet). De DAEB-inkomensgrens bepaalt welke groep woningzoekenden in aanmerking komen voor een sociale huurwoning.
Het toepassen van 1,5 keer de DAEB-inkomensgrens zou voor 2025 betekenen dat de maximale inkomensgrens voor nieuwbouw sociale koop voor eenpersoonshuishoudens € 74.504 bedraagt en voor meerpersoonshuishoudens € 82.271 bedraagt. Experimenten toegevoegd Afgelopen periode zijn er een aantal pilots/experimenten geweest op basis van het experimenteerartikel uit de Huisvestingsverordening. Deze pilots/experimenten - waaronder de doorstroomvoorrang voor 55+ die uit een grote sociale huurwoningen verhuizen naar een passendere kleinere sociale huurwoning - zijn nu opgenomen in de voorliggende Huisvestingsverordening. Dit geldt ook het experiment voor het passend toewijzen van grote gezinswoningen aan grote gezinnen (pilot bezettingsnorm) en het met voorrang toewijzen van starterswoningen aan jongeren tot 28 jaar. Woningzoekenden in de leeftijd van 18 tot 28 jaar behouden daarnaast hun inschrijfduur wanneer zij een studio krijgen toegewezen. Zij kunnen hierdoor, wanneer gewenst, gemakkelijker doorstromen naar een grotere woning. De starterswoning komt hierdoor weer vrij voor een nieuwe woningzoekende in de betreffende doelgroep. Lotingspercentage en bindingseis voor loting De huisvestingsverordening biedt ruimte om minimaal 10% en maximaal 20% van het totale aanbod via het lotingmodel aan te bieden.
Daarnaast biedt de huisvestingsverordening ruimte om aan de woningen die aangeboden worden via het lotingmodel kan de voorwaarde worden verbonden dat de woningzoekende economisch of maatschappelijk gebonden moet zijn aan de woningmarktregio (artikel 12). De lotingmodule biedt vooral kansen voor woningzoekenden met relatief weinig inschrijfduur. Dit verhoogt de slaagkans van een woningzoekende met maatschappelijke- en/of economische binding, die relatief weinig inschrijftijd heeft en afhankelijk is van de lotingmodule. De slaagkans van woningzoekenden van buiten de regio neemt hiermee naar verwachting verder af. Deze groep heeft over het algemeen namelijk een minder hoge inschrijfduur dan woningzoekenden afkomstig uit de regio, en is dus sterker afhankelijk van woningaanbod via de lotingmodule. De afweging over het na te streven lotingspercentage, en het al dan niet toepassen van regionale binding op alle lotingwoningen, kan lokaal worden ingevuld.