CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoek Armoedefonds Oktober 2025

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 20257.871 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Rosmalen, oktober 2025

S T OP AR MOEDE IN NEDER L AND

EEN ONDER ZOEK N A AR TRENDS BINNEN HE T WERK V ELD VAN ARMOEDEBE S TRI JDING

OK TOBER 2025 | 2 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Rosmalen, oktober 2025 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Tel. 073 - 7440181

© Oktober 2025. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.

OK TOBER 2025 | 3 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD.................................................................................................................4 SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN . ......................................................................5 1.

INLEIDING......................................................................................................................7 1.1 Armoede in Nederland............................................................................................7 1.2 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds ..................................................8 1.3 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds...........................................................8

2.

TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALFJA AR......12 2.1 Aantal hulpvragen. ...............................................................................................12 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen.............................................................13 2.3 Weerbaarheid in beeld..........................................................................................16 2.4 Soort hulpvragen..................................................................................................18

3.

KRACHT VAN LOK ALE HULPORGANISATIES . ...........................................................20 3.1 Middelen van organisaties . ..................................................................................20 3.2 Financiële kracht lokale hulporganisaties ............................................................21 3.3 Hulporganisaties met een wachtlijst . ...................................................................22

4.

TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST.......................23 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst ......................................................................23 4.2 Benodigde middelen ............................................................................................23

5.

CONCLUSIES................................................................................................................25

6.

A ANBEVELINGEN........................................................................................................27 BRONNEN.....................................................................................................................29

OK TOBER 2025 | 4 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

VOORWOORD Wat zegt het over ons land als shampoo, wasmiddel, tandpasta en menstruatie­ producten steeds vaker onbetaalbaar worden? Op papier lijkt bovenstaande een eenvoudig boodschappenlijstje. In werkelijkheid zijn het precies de basisproducten die mensen in armoede vaak tekort komen. Wat voor de één vanzelfsprekend is, wordt voor de ander een luxe. En juist nu, in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, schuurt dat contrast des te meer. Terwijl partijen spreken over miljarden en de toekomst van Nederland, zijn mensen in armoede vooral bezig met vandaag. Hoe zorg ik dat mijn kinderen met een gevulde rugzak naar school gaan? Hoe betaal ik het wasmiddel zodat mijn kleren voor het sollicitatiegesprek schoon zijn? En hoe verkrijg ik vandaag wat gisteren al miste? De cijfers liegen er niet om. Bijna twee op de drie lokale armoedehulporganisaties in Nederland ziet steeds meer mensen aankloppen voor hulp. De doelstelling van het kabinet - armoede gelijk houden - is simpelweg onvoldoende. Daar komt bij dat de rek eruit is bij veel organisaties. Eén op de acht hulporganisaties werkt met een wachtlijst. Een derde komt vrijwilligers of betaalde krachten tekort. Soms staat zelfs het voorbestaan van een hulporganisatie op het spel. Dat zijn niet alleen cijfers; dat zijn alarmsignalen van een vangnet dat dunner wordt.

En terwijl de overheid mensen oproept zich voor te bereiden op rampscenario’s, laat dit onderzoek zien dat juist dát onmogelijk is voor velen. Een noodpakket samenstellen? Voor mensen in armoede is hun dagelijkse leven de noodsituatie. Laat dit onderzoek een oproep aan politiek en overheid zijn: er moet structureel ingezet worden op het terugdringen van armoede naar nul. Tot die tijd zijn het de lokale armoedehulporganisaties die met een arm om de schouder mensen blijven bijstaan en blijven steunen. Dat blijft broodnodig. Henk de Graaf | Stichting Armoedefonds

OK TOBER 2025 | 5 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

SAMENVATTING EN A ANBEVELINGEN In Nederland leven 540.000 mensen onder de armoedegrens en 1,2 miljoen mensen zitten daar vlak boven. De gevolgen van armoede en de ernst van deze geldzorgen worden daarbij steeds groter. Voor mensen met geldzorgen is ondersteuning vanuit armoedehulporganisaties van onschatbare waarde. Het Armoedefonds ziet de toegenomen ernst van armoede terug in de praktijk. 60% van de armoede­ hulporganisaties zag in het afgelopen half jaar een stijging in het aantal hulpvragen. Met name alleenstaanden met kinderen, AOW’ers en ouderen en alleenstaanden zonder kinderen blijven in de knel zitten. Ook mensen die werk als primaire inkomen hebben, vragen vaker om hulp. Daarnaast geven de hulporganisaties aan dat zij gemiddeld 1.304 cliënten helpen. Voorgaande onderzoeken lag dit nog op gemiddeld 1.100 mensen. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in juni 2025 uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 493 vrijwilligers en medewerkers van organisaties uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede in Nederland. In het onderzoek staan drie thema’s centraal: 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES SINDS HET LA ATSTE HALF JA AR VERANDERD? Lokale hulporganisaties ervaren opnieuw een stijging in het aantal hulpvragen. Waar dit in eerdere onderzoeken leek te stagneren op een kleine meerderheid van de hulporganisaties die een stijging ervaren, neemt dit aantal nu weer toe. Bijna twee op de drie hulporganisaties (60%) ervaarde in het afgelopen half jaar een stijging in het aantal mensen dat een beroep doet op hun hulp. Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen en AOW’ers/ouderen. Daarbij zien steeds meer organisaties dat mensen met betaald werk in de knel komen.

Mensen in armoede niet voorbereid op noodsituaties Mensen moeten voorbereid zijn op noodsituaties of rampscenario’s, zoals extreem weer, oorlog of een grote storing. De overheid roept op: weerbaarheid is belangrijk. Toch geeft slechts 1% van de ondervraagde hulporganisaties aan dat mensen die zij helpen voldoende zijn voorbereid. Ongeveer de helft van de hulporganisaties heeft hier niet voldoende zicht op. En de andere helft geeft aan: mensen in armoede zijn niet of nauwelijks in staat om zich voor te bereiden op noodsituaties.

OK TOBER 2025 | 6 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Het soort problemen waar men dagelijks tegenaan loopt is het betalen van bood­ schappen, gebrek aan een financiële buffer en schulden. Daarnaast zien hulp­ organisaties dat mensen door hun financiële situatie beperkte toegang hebben tot basisproducten als voedsel, verzorgingsproducten of kleding. Opvallend is dat meer hulporganisaties tekorten aan verzorgingsproducten signaleren (66%) dan aan voedsel (64%). Het soort verzorgingsproducten dat men mist zijn bijvoorbeeld shampoo, douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/tandpasta. 2.

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Bij een groot aantal hulporganisaties staat de eigen capaciteit onder druk. Zo geeft 43% van de hulporganisaties aan onvoldoende middelen - zoals geld of menskracht - te hebben om iedereen te helpen die bij hen komt. Daarnaast geeft 6% van de hulp­ organisaties aan dat ze vanwege geldgebrek zo kwetsbaar zijn dat hun voortbestaan op het spel staat. Ook werkt een toenemend aantal hulporganisaties met een wachtlijst. Dat gaat inmiddels om 1 op de 8 hulporganisaties.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN? Voor lokale armoedehulporganisaties ziet de toekomst er moeilijk uit. Veel van hen verwachten dat het aantal mensen dat hulp nodig heeft de komende maanden zal toenemen. Tegelijkertijd zijn ze sterk afhankelijk van het binnenhalen van geld, producten en andere hulpbronnen. Om hun werk goed te kunnen blijven doen, geven ze aan hard steun nodig te hebben van gemeenten, de overheid, donateurs én het aanbod van Stichting Armoedefonds. Ten slotte zien lokale hulporganisaties dat mensen in armoede weinig mogelijkheid hebben om zich voor te bereiden op noodsituaties. A ANBEVELINGEN Armoedehulporganisaties helpen meer mensen, maar hun capaciteit staat onder druk. Bovendien kunnen mensen in armoede zich nauwelijks voorbereiden op noodsituaties omdat de middelen ontbreken. Het Armoedefonds doet daarom vier aanbevelingen gericht op beleid en het versterken van armoedehulp: 1. Weerbaarheid is geen luxe: iedereen moet zich kunnen voorbereiden op een noodsituatie. Investeer daarom in samenredzaamheid. 2. Steun hulporganisaties: hulporganisaties staan onder druk door toenemende hulpvragen en wachtlijsten. Dit komt de hulp aan mensen met geldzorgen niet ten goede. Structurele financiering is nodig om het vangnet te versterken. 3.

Armoededoelstelling: de capaciteit van armoedehulp staat onder druk terwijl de hulpvragen toenemen. Het kabinetsdoel om armoede gelijk te houden is daarom onvoldoende. Er moet een wettelijke doelstelling komen om armoede terug te dringen tot nul. Groepen met de grootste tekorten moeten beter geholpen worden. 4. Eerlijke armoededefinitie: schulden worden in dit onderzoek vaak benoemd als reden waardoor mensen niet rondkomen. Om te zorgen dat armoedecijfers een goed beeld geven van de problematiek moeten in de armoededefinitie schulden, werkelijke zorgkosten en specifieke doelgroepen als studenten, arbeidsmigranten en vluchtelingen worden meegenomen.

OK TOBER 2025 | 7 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

1. INLEIDING 1.1 ARMOEDE IN NEDERLAND Ondanks de welvaart in Nederland, leeft een aanzienlijk deel van de bevolking in financiële onzekerheid. In 2023 bevonden 540.000 mensen zich onder de armoede­ grens, terwijl nog eens 1,2 miljoen mensen net erboven leefden met weinig of geen financiële buffer 1. Een derde van de mensen in armoede is langdurig arm: zij leven al minstens drie jaar van een inkomen onder de armoedegrens.

“Het aantal mensen dat bij ons om hulp vraagt is heel lang stabiel geweest. Nu de winter er weer aankomt zie je het weer stijgen. Dat zien we vaker.” Voedselbank Zeeuws-Vlaanderen

Volgens de nieuwe armoededefinitie is het aantal mensen in armoede de afgelopen jaren gedaald 2. Maar de groep onder de armoedegrens, komt gemiddeld meer tekort 3. Uit het Centraal Economisch Plan 2025 blijkt bovendien dat juist huishoudens met inkomen uit werk (loon of zelfstandig) steeds vaker behoren tot de groep die dieper in de armoede zit. Zij komen gemiddeld meer tekort dan voorheen. Tussen 2018 en 2021 lag het inkomen van mensen in armoede gemiddeld 10% onder de armoedegrens, maar in de jaren daarna is dat tekort opgelopen tot gemiddeld 20%. Dit komt doordat vooral huishoudens die net onder de grens zaten, er nu bovenuit stijgen. Terwijl het aantal mensen met een zeer laag inkomen vrijwel gelijk blijft. Kortom, de ernst van armoede neemt toe: de mensen in de diepste armoede zijn nog verder in de knel gekomen. Op 6 juli 2025 is er een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin het Nationaal Programma Armoede en Schulden wordt gepresenteerd 4. Het demissionaire kabinet heeft de ambitie om de toename van (kinder)armoede te voorkomen, de langetermijneffecten van armoede tegen te gaan en mensen in armoede te helpen vooruit te komen. Toch wordt gesteld dat het doel is om (kinder)armoede op het niveau van 2024 te houden. In figuur 1.1 is de relatie tussen verschillende cijfers rondom armoede, schulden en geldzorgen te zien.

De overlapping tussen de groepen betreft een schatting. Eén op de 28 kinderen in Nederland groeit op in armoede 6. Uit het rapport ‘Opgroeien in onzekerheid’ van de Kinderombudsman blijkt dat zij hun leven gemiddeld een lager cijfer geven dan leeftijdsgenoten zonder geldzorgen 7. Kinderen die opgroeien in armoede ervaren structurele onzekerheid, sociale uitsluiting en emotionele stress, wat hun welzijn en toekomstkansen ernstig onder druk zet. De huidige kabinetsmaatregelen blijken onvoldoende effectief om deze problematiek te doorbreken, aldus de Kinderombudsman.

OK TOBER 2025 | 8 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 1.1 Armoede en schulden in Nederland 5

Eén op de drie mensen in armoede kampt met geregistreerde problematische schulden. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van cijfers over 2023 8. In dat jaar hadden volgens het CBS 163.000 mensen die in armoede leven geregistreerde problematische schulden. Het gaat in dit geval over schulden bij de Belastingdienst, een geregistreerde betalingsachterstand bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) of een achterstand in het betalen van de zorgpremie of verkeersboetes. Uit onderzoek van verschillende ministeries blijkt dat de kosten van problematische schulden van huishoudens tot nu toe stevig zijn onderschat. In een zogenoemd Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) keken ambtenaren naar ‘problematische schulden’ van huishoudens 9. Dit zijn schulden die iemand nu of in de nabije toekomst niet meer kan aflossen. Bijna 750.000 huishoudens hadden in 2024 problematische schulden. Dit kost de maatschappij jaarlijks 8,5 miljard euro, blijkt uit het rapport.

“We kennen een man die samen met zijn vrouw structureel geld tekort komt. Hij heeft zijn dochter van de banketbakkersschool moeten halen, zodat ze mee kon verdienen voor het gezin. Anders konden ze niet rondkomen en werden ze het huis uitgezet” Stichting Villa Vonk

Armoede uit zich op verschillende fronten. Zo blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O, in opdracht van Kruidvat en het Armoedefonds, dat verzorgingsarmoede een steeds groter wordend probleem is in Nederland 10. Steeds meer mensen kunnen zich essentiële verzorgingsproducten zoals tandpasta, wasmiddel en deodorant niet veroorloven. 1 op de 5 Nederlanders heeft te maken met verzorgingsarmoede. Er wordt gesproken van verzorgingsarmoede als men in de afgelopen twaalf maanden geen

OK TOBER 2025 | 9 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

dagelijkse verzorgingsproducten, zoals tandpasta, wasmiddel en deodorant heeft kunnen kopen vanwege een tekort aan financiële middelen. Daarbij heeft bijna vier op de tien Nederlanders die kampen met verzorgingsarmoede een fulltimebaan. Het aantal scholieren en studenten dat te maken kreeg met verzorgingsarmoede steeg van 5 procent in 2024 naar 9 procent in 2025 en dit tekort heeft ook een forse impact op hun mentale welzijn: 37 procent ervaart het als persoonlijk falen, 36 procent ervaart stress en 12 procent mist medische afspraken zoals de huisarts of tandarts. 11 1.2 DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In Nederland leven 1,7 miljoen mensen met geldzorgen. Het zijn vaak lokale hulporganisaties, zoals een Voedselbank, SchuldHulpMaatje of kledingbank die het verschil maken in hun dagelijks leven. Zij zorgen ervoor dat gezinnen een volle boodschappentas krijgen, dat kinderen kunnen meedoen op school, dat persoonlijke verzorging geen luxe wordt en dat menstruatiearmoede wordt tegengegaan. Dankzij deze organisaties kunnen mensen die in armoede leven nét even op adem komen. Stichting Armoedefonds werkt nauw samen met ruim 1.300 lokale armoedehulp­ organisaties verspreid door heel Nederland. Zij hebben waardevolle inzichten in de praktijk van armoedehulp.

Door hen te bevragen, brengen we niet alleen de staat van de lokale armoedebestrijding in kaart, maar leggen we ook bloot waar de grootste zorgen én veerkracht liggen. Daarom onderzoekt Stichting Armoedefonds periodiek hoe het ervoor staat met deze organisaties. Hoe gaat het met hen? Waar lopen ze tegenaan? En wat verwachten ze van de toekomst? Met dit onderzoek willen we meer inzicht geven in de veerkracht en knelpunten van lokale hulporganisaties. We kijken terug, staan stil bij het heden en werpen een blik op wat er komen gaat. Daarbij staan drie kernvragen centraal: 1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 1.3 DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In de eerste week van juli 2025 heeft Stichting Armoedefonds een vragenlijst verspreid onder ruim 1.300 hulporganisaties door heel Nederland die zich inzetten voor mensen met een krappe beurs. In totaal vulden 493 unieke organisaties de vragenlijst in. Het invullen van de afzonderlijke vragen was niet verplicht; sommige vragen zijn dus ingevuld door minder organisaties. De groep respondenten bestaat uit een diverse mix van hulporganisaties, zoals weergegeven in figuur 1.2.

Met name ‘overige’ organisaties vullen het onderzoek in. Dit gaat om informele armoedehulpinitiatieven, die vaak maar in één gemeente actief zijn en niet onder een landelijke koepel te plaatsen zijn. Ook bieden de meesten hulp op meerdere vlakken, bijvoorbeeld voedsel én kleding.

OK TOBER 2025 | 10 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 1.2 Wat voor soort hulporganisatie betreft het? (Ingevuld door 488 organisaties) Overig

34%

Voedselbank

20%

Leergeld

10%

Voedselhulp

9%

Kleding- en/of Speelgoedbank

8%

SchuldHulpMaatje

7%

Urgente Noden

4% 3%

Vincentius Dak- en thuislozen

2%

Quiet

2% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

Hulporganisaties uit heel Nederland nemen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.3. Sommige hulporganisaties werken in meerdere regio’s.

Figuur 1.3 In welke provincie(s) is jouw organisatie actief? (Ingevuld door 489 organisaties) Zuid-Holland

21%

Noord-Brabant

19%

Gelderland

15%

Noord-Holland

12%

Utrecht

7%

Overijssel

7%

Limburg

7%

Landelijk

5%

Groningen

5%

Drenthe

4%

Friesland

4%

Flevoland

3%

Zeeland

3% 0%

5%

10%

15%

20%

De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) hygiëne- en verzorgings­ producten (48%), voedselhulp (46%), kleding (42%) of schoolspullen (37%) aan. Zie figuur 1.4.

25%

OK TOBER 2025 | 11 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 1.4 Wat voor soort hulp biedt jouw organisatie? (Ingevuld door 490 organisaties) Hygiëne-/verzorgingsproducten

48%

Voedselhulp

46%

Kleding

42%

Schoolspullen, laptops of schoolspullenactie

37%

Ontmoetingsplek/uitjes/samenzijn

32%

Begeleiding naar zelfredzaamheid

31%

Speelgoed

27%

Overig

24%

Ondersteuning (financiële) administratie

24%

Fietsen

23%

Financiële (nood)hulp

23%

Sport & Cultuur: (sportspullen, muziek, zwemles)

22% 18%

Spullen/witgoed Scholing/training/cursus

13%

Binnen-en buitenschoolse activiteiten

13%

Vakantie

12% 4%

Onderdak en woonbegeleiding 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

“Wij bieden voedselhulp. We zorgen dat mensen die bij ons komen elke week warme maaltijden krijgen. We zijn ook een MUP en geven ook weleens verzorgingsproducten uit. We zijn actief om ook andere dingen te doen om te helpen, bijvoorbeeld via organisaties in de gemeente. We proberen actief andere initiatieven te betrekken.” Voedselbank Zeeuws-Vlaanderen

OK TOBER 2025 | 12 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

2. TOENAME IN HET A ANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALFJA AR Lokale hulporganisaties staan midden in de samenleving en hebben dagelijks contact met mensen die om hulp vragen. Daardoor zien zij van dichtbij welke problemen er spelen, welke doelgroepen het zwaarst worden getroffen en of de druk op de hulpverlening toeneemt. Hun ervaringen zijn van grote waarde om trends en ontwikkelingen in kaart te brengen. Daarom is hen gevraagd: hoe zijn de hulpvragen in het afgelopen halfjaar veranderd? 2.1 A ANTAL HULPVRAGEN Stichting Armoedefonds vraagt lokale armoedehulporganisaties elk halfjaar of zij veranderingen zien in het aantal hulpvragen. Van de 462 organisaties die reageerden, meldt 60% (276 organisaties) een toename in het aantal hulpvragen in de afgelopen zes maanden. 36% (165 organisaties) geeft aan dat het aantal gelijk is gebleven, terwijl 5% (21 organisaties) een daling registreert. Zie figuur 2.1.

Figuur 2.1 Aantal hulpvragen sinds het afgelopen jaar. (Ingevuld door 462 organisaties) 80% 60%

60% 36%

40%

20% 5% 0%

Het aantal hulpvragen daalt

Het aantal hulpvragen blijft gelijk

Het aantal hulpvragen stijgt

In eerdere onderzoeken gaf een meerderheid van de hulporganisaties aan een stijging te zien in het aantal hulpvragen. Dit leek te stabiliseren op de helft van het aantal organisaties, echter gaat het nu weer om bijna twee op de drie. 60% van de hulporganisaties geeft namelijk aan dat het aantal mensen dat om hulp vraagt is gestegen. Dat percentage is gelijk aan de meting van april dit jaar en ligt tien procentpunt hoger dan in oktober 2024.

OK TOBER 2025 | 13 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

De hulporganisaties die een stijging ervaren zijn met name overige organisaties (37%), voedselbanken die bij Voedselbanken Nederland zijn aangesloten (16%) of Stichting Leergelden (11%). Zie figuur 2.2.

“We bestaan sinds 1,5 jaar en het aantal mensen in armoede dat we helpen stijgt gigantisch. Maar ook het aantal mensen dat hulp nodig heeft wordt alleen maar meer.” Quiet Waalwijk

Figuur 2.2 Organisaties die een stijging ervaren. (Ingevuld door 276 organisaties) Overig

37%

Voedselbank

16%

Leergeld

11%

Voedselhulp

9%

SchuldHulpMaatje

7%

Kleding- en/of Speelgoedbank

7%

Urgente Noden

6%

Quiet

3%

Dak- en thuislozen

3%

Vincentius

1% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

2.2 A ARD VAN DE VERANDERING IN HULPVRA AG Als we hulporganisaties vragen welke doelgroepen vaker om hulp vragen, valt één groep duidelijk op: alleenstaande ouders met kinderen. 52% van de organisaties ziet een toename in hulpvragen binnen deze groep. Ook AOW’ers en andere ouderen (29%) en alleenstaanden zonder kinderen (26%) worden vaker genoemd. Zie figuur 2.3. Wat daarnaast opvalt: in oktober vorig jaar gaf 35% van de organisaties aan meer hulpvragen te krijgen van vluchtelingen. Dit jaar is dat gedaald naar 25%.

40%

OK TOBER 2025 | 14 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 2.3 Onder welke groepen is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen? (Ingevuld door 460 organisaties) Alleenstaand met kinderen

52%

AOW’ers (ouderen)

29%

Alleenstaand zonder kinderen

26%

Vluchtelingen

25%

(Arbeids)migranten

25%

Paar met kinderen

25%

Personen met beperking of cronisch ziek

22%

Daar heb ik geen zicht op

21%

Ondernemers en ZZP’ers

16%

Overig

12% 3%

Hulpvraag is onder geen groep toegenomen 0%

10%

20%

30%

40%

50%

Naast de eerder besproken doelgroepen, vroegen we hulporganisaties ook of ze veranderingen zien bij mensen met betaald werk. 42% van de organisaties geeft aan dat deze groep vaker om hulp vraagt. Dat is een lichte toename ten opzichte van eerder dit jaar, toen 36% dit signaleerde. Zie figuur 2.4.

“Juist degene die, naast dat hun partner werk heeft, ook een baantje krijgen komen in de problemen. En dan toch kunnen ze niet rondkomen. Stel je hebt een baan als schoonmaker en kinderen, dan kun je soms gewoon niet rondkomen. Of ze redden het net maar vallen dan buiten subsidieregelingen.” Inloophuis de Paraplu

Figuur 2.4 Hoe ontwikkelt het aantal hulpvragen zich onder mensen met betaald werk? (Ingevuld door 460 organisaties) 60%

40%

42% 29%

28%

20%

0%

1% Er is een stijging

Het blijft gelijk

Er is een daling

Heb ik geen zicht op

60%

OK TOBER 2025 | 15 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Hulporganisaties is ook gevraagd hoe zij de hulpvragen zien ontwikkelen bij jongeren (18-27). 36% van de hulporganisaties zegt daar geen zicht op te hebben. 34% van de organisaties ziet een stijging. Zie figuur 2.5.

Figuur 2.5 Hoe ontwikkelt het aantal hulpvragen zich onder jongeren (18-27)? 60%

40%

34%

36% 29%

20%

0%

0% Er is een stijging

Het blijft gelijk

Er is een daling

Heb ik geen zicht op

Bij 36% van de hulporganisaties wordt een stijging gezien in het aantal hulpvragen onder ouderen (65+). Nog eens 33% zegt geen zich te hebben op de ontwikkeling van hulpvragen onder deze doelgroep. Zie figuur 2.6.

Figuur 2.6 Hoe ontwikkelt het aantal hulpvragen zich onder ouderen (65+)? 60%

40%

36%

33%

30% 20%

0%

1% Er is een stijging

Het blijft gelijk

Er is een daling

Heb ik geen zicht op

Lokale hulporganisaties hebben dagelijks contact met mensen die financieel klem zitten. Zij horen van dichtbij waar het misgaat en welke uitgaven het moeilijkst zijn. Daarom vroeg het Armoedefonds aan deze organisaties wat zij signaleren bij de mensen die om hulp vragen. Boodschappen en andere dagelijkse uitgaven worden het vaakst genoemd als knelpunt: 71% van de organisaties ziet mensen hiermee worstelen. Ook schulden komen veel voor (68%), net als het ontbreken van een financiële buffer (67%) – waardoor

OK TOBER 2025 | 16 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

onverwachte kosten direct voor problemen zorgen. Daarnaast noemen organisaties stijgende energiekosten (55%), zorg- en tandartskosten (45%) en woonlasten zoals huur of hypotheek (39%) als financiële zorgen die vaak terugkomen. Zie figuur 2.7.

Figuur 2.7 Waar lopen hulpvragers in het dagelijks leven tegenaan? (Ingevuld door 462 organisaties) Huishoudelijke uitgaven (boodschappen)

71%

Schulden

68%

Geen financiële buffer (spaarpot) hebben

67%

Energiekosten

55%

Zorg- en tandartskosten

45%

Woonlasten (huur, hypotheek)

39%

Schoolkosten

36%

Vastlopen door bureaucratie

36%

Vervoerskosten (auto, benzine, trein, bus, etc.)

31%

Overige (geef nadere toelichting)

18%

Weet ik niet

7% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

2.3 WEERBA ARHEID IN BEELD De overheid roept via de campagne Denk Vooruit op om voorbereid te zijn op rampen of crisissituaties, bijvoorbeeld met een noodpakket voor 48 uur. Hiermee wordt van mensen verlangd hun weerbaarheid te vergroten. Dit betekent dat men het vermogen heeft om zich te kunnen beschermen ten aanzien van alle risico’s en incidenten, zoals natuurrampen of andere incidenten. Maar voor mensen die in armoede leven, is dat niet altijd haalbaar of realistisch. Stichting Armoedefonds vroeg lokale hulporganisaties of de mensen die zij ondersteunen voorbereid zijn op noodsituaties - en zo niet, wat hen daarin belemmert.

“Er wordt op televisie en op school of de sportclub veel gepraat over het noodpakket. De gezinnen die wij helpen, kunnen dit niet. Er wordt helaas veel gevraagd naar deze spullen en mensen zijn echt bezig met de voorbereiding op noodsituaties. Maar onze hulpvragers kunnen dit gewoon niet, dat geeft veel onrust.” Help ons Helpen 0297

51% van de hulporganisaties geeft aan dat weinig tot geen van de mensen die zij helpen goed is voorbereid. 1% van de organisaties geeft aan dat een deel van de mensen die ze helpen goed is voorbereid. De overige organisaties hebben geen goed beeld hierover. Zie figuur 2.8.

OK TOBER 2025 | 17 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 2.8 Zijn de mensen die jullie helpen voldoende voorbereid op een ramp of noodsituatie? (Ingevuld door 453 organisaties)

47% Weet ik niet / n.v.t. 33% Nee, (bijna) niemand van de mensen die we helpen is goed voorbereid 18% Nee, weinig mensen zijn goed voorbereid 1%

Ja, een deel is goed voorbereid

0%

Ja, het grootste gedeelte van de mensen die we helpen is goed voorbereid

Hulporganisaties geven aan dat de voornaamste reden dat mensen niet zijn voorbereid financiële aspecten zijn. Bijvoorbeeld omdat mensen de spullen uit een noodpakket nu al nodig hebben voor dagelijks gebruik (ingevuld door 38%), doordat mensen geen geldbuffer of contant geld hebben om achter te houden (ingevuld door 35%) of omdat de benodigde spullen te duur zijn (ingevuld door 28%). Ook mentale redenen spelen hierin een rol: mensen hebben al te veel aan hun hoofd (door 34% van de organisaties benoemd). Zie figuur 2.9.

Figuur 2.9 Wat zijn de belangrijkste redenen waarom mensen niet goed voorbereid zijn? (Ingevuld door 448 organisaties) Weet ik niet/n.v.t.

39%

Financieel; mensen hebben de spullen uit een noodpakket nu al nodig voor dagelijks gebruik (zoals voedsel, hygiëneproducten of medicijnen)

38%

Financieel; mensen hebben geen geldbuffer of contant geld om apart te houden voor noodgevallen

35%

Mentaal; mensen hebben te veel aan hun hoofd of leven van dag tot dag, waardoor voorbereiding geen prioriteit is

34%

Financieel; de benodigde spullen voor een noodpakket zijn te duur

28%

Praktisch; gebrek informatie. Mensen weten niet wat ze in huis moeten halen voor een noodsituatie

18%

Praktisch; mensen spreken de taal onvoldoende om voorlichtingsmateriaal goed te begrijpen

18% 7%

Overige Praktisch; er is te weinig opslagruimte in huis voor een noodvoorraad

4% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

OK TOBER 2025 | 18 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

“Als je maar een klein budget hebt om uit te geven maandelijks, ga je niet dat geld uitgeven aan spullen voor een noodpakket.” Help ons Helpen 0297

2.4 SOORT HULPVRAGEN Voor veel mensen zijn zaken als schoon ondergoed, een warme maaltijd of een fles shampoo heel gewoon. Maar voor wie leeft met geldzorgen, zijn dit geen vanzelfsprekende onderdelen van het dagelijks leven. Uit de signalen van lokale hulporganisaties blijkt al langere tijd dat mensen moeite hebben om basisproducten in huis te halen. Daarom vroeg het Armoedefonds waar de grootste tekorten zitten. Verzorgingsproducten worden het vaakst gemist: 66% van de organisaties noemt deze als tekort. Ook voedsel (64%), kleding (44%) en schoonmaakartikelen (40%) worden vaak genoemd. Zie figuur 2.10. Opvallend is dat de prioriteiten licht verschoven zijn: eerder dit jaar werd voedsel nog het vaakst genoemd, nu staan verzorgingsproducten bovenaan.

Figuur 2.10 Aan welke basisproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort? (Ingevuld door 443 organisaties) Verzorgingsproducten

66%

Voedsel

64%

Kleding

44% 40%

Schoonmaakartikelen Medische hulpmiddelen

37%

(bijv. steunkousen, een beugel, bril, lenzen, gehoorapparaat, rollator)

Ondergoed en sokken

34%

Witgoed

31%

(bijv. wasmachine, koelkast)

Beddengoed/handdoeken

25%

Overige

19% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

“Er is bij ons veel behoefte aan maandverband. Maar ook deodorant, was­ middel en shampoo. Dat zijn producten die duur kunnen zijn en zijn echt een extra uitgave. We proberen de basale dingen aan te bieden. Dat is altijd binnen no-time weg.” Quiet Waalwijk

OK TOBER 2025 | 19 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Het soort verzorgingsproducten waar hulpvragers een tekort aan hebben is nauwelijks veranderd. 63% van de organisaties zegt dat men te weinig shampoo en douchegel heeft. Ook wasmiddel (61%), menstruatieproducten (60%), tandenborstels en tand­ pasta (53%) en deodorant (53%) worden genoemd door organisaties. Zie figuur 2.11.

Figuur 2.11 Aan welke verzorgingsproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort? (Ingevuld door 416 organisaties) Shampoo en douchegel

63%

Wasmiddel

61%

Menstruatieproducten

60%

Tandenborstels en tandpasta

53%

Deodorant

53%

Luiers

46%

Schoonmaakartikelen

45% 31%

Scheerspullen

27%

Zonnebrand Incontinentiemateriaal

22%

Overig

21% 18%

Voorbehoedsmiddelen

16%

Luizenshampoo

12%

Cosmetica 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

“Mensen die bij ons komen zijn heel blij met verzorgingsproducten. Doordat ze dit van ons krijgen, houden ze geld over voor bijvoorbeeld boodschappen. Dan kunnen ze een keer beleg kopen op hun brood.” Quiet Waalwijk

70%

OK TOBER 2025 | 20 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

3. KRACHT VAN LOK ALE HULPORGANISATIES Het succes van een hulporganisatie wordt niet alleen bepaald door de hulpvragen die binnenkomen. Ook praktische zaken zoals voldoende vrijwilligers, de juiste middelen, financiële ruimte en mogelijke wachttijden spelen een flinke rol. Wie echt wil begrijpen hoe armoedehulporganisaties in Nederland ervoor staan, moet dus verder kijken dan alleen de hulp zelf. In dit hoofdstuk onderzoeken we daarom in hoeverre deze organisaties de hulpbehoefte kunnen opvangen. 3.1 MIDDELEN VAN ORGANISATIES Hulporganisaties is gevraagd of ze voldoende middelen hebben om hulp te kunnen bieden. Denk hierbij aan menskracht en financiële middelen. Het merendeel van de organisaties geeft aan dat ze voldoende middelen hebben om mensen op de nodige manier te helpen (57%). De rest van de organisaties geeft aan te weinig financiële middelen, menskracht, tijd of kennis te hebben. Zie figuur 3.1.

Figuur 3.1 Zijn er op dit moment voldoende middelen beschikbaar om hulp te bieden die nodig is? (Ingevuld door 447 organisaties)

57% Ja, we hebben voldoende middelen 24% Overige (geef nadere toelichting) 20% Nee, we hebben geen of te weinig financiële middelen 11% Nee, we hebben geen of te weinig menskracht 6%

Nee, we hebben geen of te weinig tijd

1%

Nee, we hebben geen of te weinig kennis

“We redden het gewoon niet met inkomsten om iedereen te kunnen helpen. Er gaan bijvoorbeeld toetsenborden stuk of computers, om alle administratie te doen. Dan kun je langzaam minder betalen en helpen.” Stichting Villa Vonk

OK TOBER 2025 | 21 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Veel hulporganisaties leunen op vrijwilligers; de meeste hulporganisaties hebben geen betaalde medewerkers (zie mediaan figuur 3.2). Gemiddeld zijn er per organisatie 100 vrijwilligers. Daarnaast is organisaties gevraagd hoeveel mensen ze helpen op jaarbasis. Gemiddeld helpen organisaties 1.304 mensen. Zie figuur 3.2. Dit is een toename in vergelijking met april 2025. Toen lag het gemiddeld aantal klanten per hulporganisatie 16% lager. Figuur 3.2 Hoeveel medewerkers en vrijwilligers zijn actief bij de hulporganisatie en hoeveel klanten/cliënten ondersteunen zij actief? Afgerond op gehele getallen. Aantal betaalde medewerkers

Aantal vrijwilligers

Aantal klanten op jaarbasis

April 2025

Oktober 2025

April 2025

Oktober 2025

April 2025

Oktober 2025

Gemiddeld

20

31

72

100

1.123

1.304

Mediaan

0*

0*

30

28

300

315

*254 van de 481 hulporganisaties die deze vraag hebben ingevuld, hebben geen betaalde krachten.

In totaal geeft 66% van de respondenten aan voldoende vrijwilligers en betaalde krachten in huis te hebben. In april 2025 gaf 65% van de hulporganisaties aan voldoende menskracht te hebben. Eén op de drie hulporganisaties (34%) geeft aan een tekort te hebben aan vrijwilligers en/of betaalde krachten. Zie figuur 3.3.

Figuur 3.3 Heeft jouw organisatie voldoende vrijwilligers/betaalde krachten? (Ingevuld door 446 organisaties) Ja, we hebben voldoende mensen

66%

Nee, we komen vrijwilligers tekort

23%

Nee, we komen betaalde krachten tekort

6%

Nee, we hebben een tekort aan vrijwilligers én betaalde krachten

5% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

3.2 FINANCIËLE KRACHT LOK ALE HULPORGANISATIES Om een beeld te krijgen van de financiële vitaliteit van hulporganisaties is hen gevraagd hoe ze er financieel voorstaan, zie figuur 3.4. Van de 447 organisaties die de vraag invulden, gaf 51% aan dat ze zich redden met hun middelen. Nog eens 31% zegt hulp van derden nodig te hebben, 19% heeft ‘overig’ ingevuld en 14% van de organisaties zegt hun reserves te moeten aanspreken. Bij 6% staat het voortbestaan op het spel. In april 2025 gaf 5% van de hulporganisaties dit signaal.

70%

OK TOBER 2025 | 22 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Figuur 3.4 Hoe staat jouw organisatie er financieel voor? (Ingevuld door 447 organisaties) 60% 50%

51%

40% 31%

30%

19%

20%

14%

10% 0%

6% We redden het met onze middelen

We hebben hulp van derden nodig

Overige

We moeten onze reserves aanspreken

Slecht, ons voortbestaan staat op het spel

“We waren onderdeel van een andere club en zijn in zwaar weer geraakt. Alle kosten werden duurder en we hadden niet genoeg inkomsten, bijvoorbeeld uit subsidies, om rond te komen. Je moet de energie en menskracht hebben om uit fondsen of van subsidies geld te werven. Dat redden we gewoon niet.” Stichting Villa Vonk

3.3 HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Van alle armoedehulporganisaties die deelnemen aan dit onderzoek geeft één op de acht organisaties aan te werken met een wachtlijst, zie figuur 3.5. Op de vraag hoeveel personen op de wachtlijst staan, is de mediaan 32 personen. Na gemiddeld 78 dagen worden deze mensen geholpen. Figuur 3.5 Werkt jouw organisatie momenteel met een wachtlijst? (Ingevuld door 491 organisaties)

12% Ja 88% Nee

OK TOBER 2025 | 23 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

4. TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST In september dit jaar maakte het Centraal Planbureau de nieuwe koopkrachtplaatjes bekend, inclusief de verwachting van het aantal mensen in armoede. Hierin wordt de (economische) groei van Nederland voorspeld. Het Centraal Economisch Planbureau (CEP) verwacht dat het armoedecijfer in 2024 is toegenomen en daarna zal dalen. Daarbij is de verwachting dat de groep in de diepste armoede nagenoeg gelijk blijft. In dit hoofdstuk bekijken we hoe armoedehulporganisaties het aantal mensen inschatten dat bij hen aanklopt voor ondersteuning. Zo krijgen we een indruk van hoe men in de praktijk verwacht dat de hulpvragen zich ontwikkelen. Wat betekent dit voor de organisaties zelf? Hoe willen ze deze hulp organiseren en aanbieden? En welke trends zien ze in de vraag naar ondersteuning? 4.1 A ANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST Wanneer hulporganisaties gevraagd wordt naar hun verwachting voor het komende half jaar geeft 83% aan een stijging in het aantal hulpvragen te verwachten, zie figuur 4.1. 17% Geeft aan geen stijging te verwachten. Dit zijn exact dezelfde percentages als eerder dit jaar, toen 399 organisaties deze vraag beantwoordde.

Figuur 4.1 Verwacht u dat het aantal hulpaanvragen het komende half jaar zal stijgen? (Ingevuld door 491 organisaties)

83% Ja 17% Nee

4.2 BENODIGDE MIDDELEN Om hulp te kunnen blijven bieden zijn hulporganisaties vaak afhankelijk van verschillende vormen van fondsenwerving. Zie figuur 4.2. Hier is te zien hoe organisaties geld- en hulpbronnen werven. Van de 446 hulporganisaties die de vraag

OK TOBER 2025 | 24 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

hebben ingevuld, geeft 76% aan dat ze donateurs en eenmalige giftgevers verzamelen. Ook het aanbod van Stichting Armoedefonds (ingevuld door 71%), subsidies van gemeente of overheid (ingevuld door 58%), en bijdragen vanuit de kerk (ingevuld door 56%) worden genoemd.

Figuur 4.2 Op welke manier doet uw organisatie aan werving van geld- en hulpbronnen? (Ingevuld door 446 organisaties) Donateurs en eenmalige giftgevers

76%

Aanbod van stichting Armoedefonds

71%

Subsidies gemeente of overheid

58%

Bijdrage vanuit de kerk

56%

Giften uit het bedrijfsleven

48%

Acties door particulieren

47%

Vermogensfondsen, landelijke hulporganisaties en serviceclubs

39%

Acties door bedrijven

38%

Online met donatiemogelijkheid op eigen website

36%

We krijgen veel hulp in natura

36% 24%

Online met sociale media Overig

13%

We hebben eigen reserves/noodfonds

12%

Online met digitale nieuwsbrief

9%

Onze koepelorganisatie heeft een calamiteitenfonds

4%

Niet van toepassing

2% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

50%

70%

80%

“Wat we ook merken is dat veel dingen steeds duurder worden. Zoals de boodschappen. Daarom bieden we ook bijvoorbeeld een gratis lunch aan, puur zodat ze deze gezonde maaltijd krijgen. Straks wordt het weer kouder en dan gaat de energierekening ook weer omhoog.” Inloophuis de Paraplu

OK TOBER 2025 | 25 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

5. CONCLUSIES Stichting Armoedefonds werkt nauw samen met ruim 1.300 lokale armoedehulp­ organisaties verspreid door heel Nederland. Voor dit periodieke onderzoek hebben 493 van deze organisaties hun waardevolle inzichten gedeeld. Door hen te bevragen, brengen we niet alleen de staat van de lokale armoedebestrijding in kaart, maar leggen we ook bloot waar de grootste zorgen én veerkracht liggen. Om een helder beeld te krijgen van de actuele ontwikkelingen binnen de armoedehulp, zijn drie centrale onderzoeksvragen geformuleerd. In dit hoofdstuk worden deze vragen één voor één beantwoord. Want juist de lokale organisaties worden geconfronteerd met de realiteit van armoede, elke dag. Zij zien van dichtbij wat armoede doet met mensen en zetten zich dagelijks in om dit te verzachten én te bestrijden. De uitkomsten van dit onderzoek bevestigen wat zij al langer signaleren: het aantal hulpvragen blijft toenemen. Dit staat in contrast met de landelijke cijfers. 1.

HOE IS HET A ANTAL HULPVRAGEN BIJ LOK ALE HULPORGANISATIES IN HET AFGELOPEN HALF JA AR VERANDERD? Dit onderzoek sluit aan op een ontwikkeling die eerder dit jaar zichtbaar werd. Nog altijd ziet een meerderheid van de hulporganisaties een toename in het aantal hulpvragen: 60% meldt dat het aantal mensen dat aanklopt voor hulp is gestegen in de afgelopen zes maanden. Deze stijging doet zich vooral voor onder alleenstaande ouders met kinderen, AOW’ers, ouderen en alleenstaanden zonder kinderen. Het zijn met name de informele, lokale hulporganisaties en Voedselbanken die deze groei signaleren. Tegelijkertijd neemt het aandeel organisaties dat een afname van hulpvragen ervaart verder af: waar in oktober 2024 nog 16% van de hulporganisaties een daling zag, was dit eerder dit jaar 7%, en inmiddels slechts 5%. Via een overheidscampagne wordt opgeroepen om de weerbaarheid te vergroten. Mensen moeten voorbereid zijn op noodsituaties of rampscenario’s, zoals extreem weer, oorlog of een grote storing. Slechts 1% van de hulporganisaties die zijn ondervraagd in dit onderzoek geeft aan dat een deel van de mensen die zij helpen goed is voorbereid. De helft van de hulporganisaties geeft aan dat weinig tot geen van de mensen die zij helpen goed voorbereid is. Hun weerbaarheid staat dus onder druk.

De helft van de ondervraagde hulporganisaties uit dit onderzoek is niet op de hoogte van de mate waarin hun hulpvragers zich kunnen voorbereiden op een eventuele noodsituatie. Een toenemend aantal organisaties merkt dat ook mensen met betaald werk steeds vaker hulp nodig hebben. Waar begin dit jaar 36% van de hulporganisaties deze groep zag groeien, is dat nu opgelopen tot 42%. Daarnaast signaleert 34% een stijging van het aantal jongeren dat aanklopt voor ondersteuning.

OK TOBER 2025 | 26 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

Volgens hulporganisaties hebben mensen vooral moeite met het betalen van huishoudelijke uitgaven, het omgaan met schulden en het ontbreken van een financiële buffer. Ook energiekosten en tandartskosten blijven grote financiële knelpunten. Daarnaast is de beperkte toegang tot basisproducten een groeiende zorg. Opvallend is dat meer hulporganisaties tekorten aan verzorgingsproducten signaleren (66%) dan aan voedsel (64%). Het gaat hierbij om producten als shampoo en douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten, tandenborstels en tandpasta en deodorant. Deze cijfers maken duidelijk dat het essentieel is dat hulporganisaties mensen kunnen blijven ondersteunen met toegang tot deze onmisbare producten. 2.

IN WELKE MATE ZIJN LOK ALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STA AT (GESTELD) OM A AN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Op dit moment zegt 57% van de hulporganisaties dat ze genoeg middelen hebben om hulp te bieden. Dat gaat om zaken als vrijwilligers, producten of geld. Begin dit jaar was dat percentage nog een stuk hoger: toen gaf 77% aan dat zij voldoende in staat zijn om aan de hulpvragen te voldoen. Tegelijkertijd zegt 1 op de 5 organisaties juist dat er te weinig geld is om goed te kunnen helpen. Het Armoedefonds maakt zich zorgen over een andere ontwikkeling: steeds meer organisaties moeten met een wachtlijst werken. Dat geldt nu voor 12%, terwijl dat begin dit jaar nog 8% was. Het aantal organisaties dat financieel zo kwetsbaar is dat hun voortbestaan onzeker is, blijft gelijk. Net als vorig jaar geeft 6% dit aan.

3.

HOE VERWACHTEN LOK ALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MA ANDEN GA AN ONTWIKKELEN? Voor lokale armoedehulporganisaties ziet de toekomst er moeilijk uit. Veel van hen verwachten dat het aantal mensen dat hulp nodig heeft de komende maanden flink zal toenemen. Tegelijkertijd zijn ze sterk afhankelijk van het binnenhalen van geld, producten en andere hulpbronnen. Om hun werk goed te kunnen blijven doen, geven ze aan hard steun nodig te hebben van gemeenten, de overheid, donateurs én het aanbod van Stichting Armoedefonds. Dat 83% van de organisaties verwacht dat de hulpvraag verder zal stijgen in het komende halfjaar, maakt de noodzaak van deze ondersteuning extra duidelijk.

OK TOBER 2025 | 27 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

6. A ANBEVELINGEN Uit dit onderzoek blijkt dat armoedehulporganisaties steeds meer mensen helpen, terwijl de eigen capaciteit bij veel organisaties onder druk staat. Tegelijkertijd kunnen mensen in armoede zich nauwelijks voorbereiden op noodsituaties. Simpelweg omdat de middelen ontbreken. Om de financiële weerbaarheid van mensen en lokale armoedehulp te versterken, doet het Armoedefonds de volgende (beleidsmatige) aanbevelingen: 1.

MA AK WEERBA ARHEID BEREIKBA AR VOOR IEDEREEN Iedereen moet zich voorbereiden op een noodsituatie, maar dit onderzoek laat zien dat dit voor mensen in armoede vaak niet tot de mogelijkheden behoort. Versterk daarom de weerbaarheid van mensen in armoede: meedoen aan crisismaatregelen mag geen luxe zijn. Lokale hulporganisaties zijn cruciaal in tijden van crisis. Investeer daarom in een samenwerking tussen gemeenten, (armoede)hulporganisaties en vrijwilligers om onderlinge steun te vergroten en investeer in samenredzaamheid.

2.

ERKEN DE ROL VAN ARMOEDEHULPORGANISATIES IN BELEID EN VERSTERK DE STEUN Maar liefst 1 op de 8 hulporganisaties werkt noodgedwongen met een wachtlijst. Mensen in nood, die behoefte hebben aan hulp, kunnen dus niet altijd direct geholpen worden. Daarnaast geeft 6% van de hulporganisaties in dit onderzoek aan dat hun voortbestaan op het spel staat en geven bijna twee op de drie hulporganisaties aan meer mensen te ondersteunen dan eerst. Hulporganisaties zijn vaak de eerste stap naar formele hulp. Zij zijn cruciaal in het signaleren van financiële problemen en het bieden van de eerste hulp. Structurele financiering is nodig om dit vangnet te behouden en te versterken.

3.

STEL EEN DUIDELIJK DOEL OM ARMOEDE TERUG TE DRINGEN TOT NUL Meer lokale hulporganisaties signaleren tekorten aan verzorgingsproducten, zoals shampoo, menstruatieproducten en tandpasta. De armoede lijkt te verdiepen. Het huidige beleid, gericht op het gelijk houden van armoede, is onvoldoende om de mensen in de diepste armoede vooruit te helpen. Alleen met een duidelijke en ambitieuze doelstelling – armoede terugdringen naar nul – kan structureel het verschil worden gemaakt. Om de toegenomen ernst van armoede aan te pakken, is het zaak om prioriteit te stellen bij de groepen met de grootste inkomenstekorten.

4.

ARMOEDE BLIJFT TE VA AK ONZICHTBA AR: KOM TOT EEN EERLIJKE ARMOEDEDEFINITIE Schulden worden in dit onderzoek vaak benoemd als reden waardoor mensen niet rondkomen. Toch is dit precies een van de onderdelen die niet terugkomt in de nieuwe armoededefinitie. Dat heeft als resultaat dat de armoedecijfers een vertekend

OK TOBER 2025 | 28 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

beeld schetsen over welke groepen in de financiële problemen zitten. Om te zorgen dat de armoededefinitie een goed beeld geeft van de problematiek moeten in de armoededefinitie ook schulden, werkelijke zorgkosten en specifieke doelgroepen als studenten, arbeidsmigranten en vluchtelingen worden meegenomen. Waar data ontbreekt, is een bandbreedte wenselijk. Het Armoedefonds benadrukt dat nieuw armoedebeleid – zowel lokaal als landelijk – niet op deze smalle definitie ingestoken mag worden. Wanneer de focus alleen ligt op deze beperkte definitie, dreigen juist groepen als mensen met hoge zorgkosten, dak- en thuisloze mensen of mensen met problematische schulden buiten de boot te vallen. Terwijl zij vaak het meest afhankelijk zijn van ondersteuning.

OK TOBER 2025 | 29 DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANIS ATIE S IN NEDERL AND

BRONNEN 1. CBS (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. www.cbs.nl/nl-nl/ publicatie/2024/42/de-nieuwe-methode-om-armoede-in-nederland-te-meten 2. CBS (2025). Opnieuw meer mensen in de bijstand. https://www.cbs.nl/item?sc_ itemid=165c08c8-c643-416a-aac2-ba8ec13c4c24&sc_lang=nl-nl. 3. CBS (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. www.cbs.nl/nl-nl/ publicatie/2024/42/de-nieuwe-methode-om-armoede-in-nederland-te-meten 4. Centraal Planbureau (2025). Centraal Economisch Plan. https://www.cpb.nl/system/files/ cpbmedia/omnidownload/CPBRaming-Centraal-Economisch-Plan-2025-.pdf 5. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2025). Het Nationaal Programma Armoede en Schulden in vogelvlucht. https://open.overheid.nl/documenten/620e4f136919-4456-aa23-ead745272f20/file 6. CBS (2024). Armoede en schulden: Landelijk - Kinderen in armoede. https://www.cbs.nl/ nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=3. 7. Kinderombudsman (2025). Opgroeien in onzekerheid. Wat kinderen in armoede ons in de afgelopen 10 jaar hebben verteld over hun leven en welzijn. https://www. kinderombudsman.nl/nieuws/kinderen-in-armoede-zien-hun-toekomst-somber-in 8. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2025). Het Nationaal Programma Armoede en Schulden in vogelvlucht. https://open.overheid.nl/documenten/620e4f136919-4456-aa23-ead745272f20/file 9. Ipsos I&O (2025).

Verzorgingsarmoede in Nederland en België. https:// www.armoedefonds.nl/wp-content/uploads/2025/06/Onderzoek_Ipsos_ Verzorgingsarmoede_2025.pdf 10. CBS (2025). Bijna 1 op de 3 arme mensen heeft problematische schulden. https://www.cbs. nl/nl-nl/nieuws/2025/30/bijna-1-op-3-arme-mensen-heeft-problematische-schulden 11. Rijksoverheid (2024). Naar een beter werkende schuldenketen: IBO problematische schulden. https://www.algemenebestuursdienst.nl/binaries/abd/documenten/ publicatie/2024/06/27/naar-een-beter-werkende-schuldenketen/ Naar+een+beter+werkende+schuldenketen+eindrapport+IBO+Problematische+schulden. pdf

Steun elkaar!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16105599/1