Omgevingsplan e250005537 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
In het grondwater uit peilbuis M-01 zijn met uitzondering van een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie en licht verhoogde gehalten aan barium en naftaleen geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. ,
,
,
,
,
,
,
Het aangetoonde gehalte aan minerale olie overschrijdt de interventiewaarde en hangt samen met de in 2013 aangetoonde en in 2017 nader onderzochte verontreiniging met minerale olie in de vaste bodem en in het grondwater. Het aangetoonde gehalte aan minerale olie in het grondwater ligt circa 25 % lager dan het gemeten gehalte in 2013. ,
Op basis van het nader onderzoek uit 2017 is de aangetroffen olieverontreiniging beperkt van omvang en bestaat op dit moment geen saneringsnoodzaak. Hunneman adviseert de aangetoonde verontreiniging op een “natuurlijk moment” te saneren bijvoorbeeld nieuwbouw of herinrichting. ,
Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit op het overige terrein afdoende vastgelegd en bestaan buiten de aangetroffen olieverontreiniging geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijziging van en nieuwbouw op de locatie. ,
,
Hunneman adviseert om bij ontwikkeling van de locatie te werken met een gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden. ,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 43 van 390
Sanering Inmiddels is de verontreiniging gesaneerd door Verhoeven Milieutechniek. Het evaluatierapport daarvan is opgenomen als Bijlage 4. Hierna worden de resultaten en conclusies daarvan besproken. In de putwand (controlemonster CW03) ter plaatse van de bebouwing is een restverontverontreiniging achtergebleven. Civieltechnisch was het niet mogelijk om hier verder te ontgraven.
In controlemonster CW03 die is samengesteld van de restverontreiniging is een sterk verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de terugsaneerwaarde (=interventiewaarde). In de overige controlemonsters zijn geen verhoogde gehalten voor minerale olie ten opzichte van de interventiewaarde aangetoond. De aangetoonde gehalten blijven dus beneden de terugsaneerwaarde (= interventiewaarde). ,
,
In de grondwatermonsters uit de controle peilbuis PB01 zijn tijdens de eerste en tweede bemonsteringsronde maximaal een licht verhoogde gehalte voor minerale olie aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. De aangetoonde gehalten blijven dus beneden de terugsaneerwaarde (= interventiewaarde). Op basis van de zintuiglijke waarnemingen van de milieukundig begeleider en de analyseresultaten van de controlemonsters wordt geconcludeerd dat de bodemverontreiniging met minerale olie voor zover als mogelijk en in voldoende mate is verwijderd. De sanering kan daarmee als voldoende afgerond worden beschouwd. 4. 1. 2
Activiteiten
en
milieuzonering
Onder de Omgevingswet is ook een goede afstemming nodig om hinder tussen woningen en bedrijven te voorkomen. Waar onder de Wet milieubeheer gesproken werd over milieubelastende 'inrichtingen' gaat het in de Omgevingswet over milieubelastende 'activiteiten'. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen hier niet onder. ,
Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is het concept van de VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' uit 2022 gebruikt. Deze nieuwe handreiking (verwacht eerste kwartaal 2024) is gebaseerd op de Omgevingswet en vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019. Bij deze nieuwe uitgave zit ook een nieuwe tabel waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten zones met afstanden zijn aangegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft zones voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geluid en geur. ,
Dit project voorziet in nieuwe woningen. Daarmee is alleen sprake
van
inwaartse zonering.
Aan De Beek 73 is een schapen- en paardenhouderij gevestigd. Hiervoor geldt geluidzone 1 en geurzone 2. De grootste richtafstand bedraagt 50 meter. De afstand tot de projectlocatie bedraagt ruim 200 meter. Ten zuiden van de locatie is een paardensport- en fokkerijorganisatie (KNHS) aanwezig aan De Beek 125. Dit komt het best overeen met 'paardenfokkerijen' uit de VNG-uitgave. Hiervoor geldt geluidzone 1 en geurzone 2 met een richtafstand van 50 meter. Dit bedrijf is op meer dan 600 meter ten zuiden van de locatie gelegen. Er wordt dus ruimschoots aan de richtafstand voldaan. ,
Tot slot grenst aan de locatie De Beek 75. Dat perceel ligt in hetzelfde bouwvlak als het werkingsgebied van deze omgevingsplanwijziging voor De Beek 77. Planologisch is daar alleen een plattelandswoning met bijbehorende bouwwerken toegestaan. Een agrarisch bedrijf is daar dus niet toegestaan.
Overige milieubelastende activiteiten zijn op ruimere afstand gelegen. Conclusie Milieuzoneringen vormen geen belemmering voor dit project. In de nieuwe situatie zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 44 van 390
Geluid 4. 1. 3 Op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers- railverkeers- en industrielawaai. Er wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een basisgeluidemissie en geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde. De beoordeling van deze geluidbronnen bij gevoelige gebouwen ligt bij het bevoegd gezag. ,
Voor dit project is door adviesbureau AWG Geluidadvies een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 bij deze motivering. Hierna worden de uitkomsten kort besproken. De locatie is gelegen binnen het tijdelijke geluidaandachtsgebied van de provinciale weg N302 (Flevoweg). De provincies moeten een geluidproductieplafond (GPP) vaststellen voor de provinciale wegen. Totdat Gedeputeerde Staten de GPP’s vaststellen wordt het geluid van provinciale wegen beoordeeld volgens het oude recht de Wet geluidhinder (Art. 3. 5 Aanvullingswet geluid). Dit geldt ook voor het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen langs provinciale wegen. Daar moet geluid volgens de Omgevngswet in principe worden getoetst met gebruikmaking van geluidbrongegevens uit het geluidregister en die zijn er nog niet. Toepassing van oud recht betekent bijvoorbeeld ook dat het Reken- en meetvoorschrift 2012 van toepassing is en dat bij overschrijding van de voorkeursgrens- waarde hogere waarden verleend moeten worden. ,
,
Op basis van verkeersgegevens van de provincie Gelderland en de gemeente Ermelo is de maatgevende intensiteit bepaald voor peiljaar 2034. Deze bedraagt resp. 13. 072 mvt/etmaal. Het wegdek bestaat uit DAB en de maximum snelheid bedraagt 80 km/uur. De geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen voldoen vanwege de provinciale weg vrijwel overal aan de voorkeursgrenswaarde van L den =48 dB en incl. aftrek van 2 dB ex art. 110g Wgh. Alleen op de westgevel van de tweekapper is een geluidbelasting van L den = 49 dB berekend. Daarvoor is dan een hogere grenswaarde nodig. Het bevoegd gezag wordt gevraagd deze vast te stellen. Er zijn daarmee voor alle woningen geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte aanwezig. Het plan past binnen de randvoorwaarden van het gemeentelijke geluidbeleid. De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels moet voor een binnenniveau voldoen aan de minimale eis uit het Bbl van G a;k = 20 dB incl. de ventilatie.
van
33 dB
,
Wegverkeerslawaai staat de uitvoerbaarheid 4. 1. 4
van
dit project niet in de weg.
Luchtkwaliteit
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. In paragraaf 5. 1. 4. 1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO)2 en fijnstof (PM) 10 opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. De Omgevingswet hanteert bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit het begrip 'aandachtsgebieden'. Aandachtsgebieden luchtkwaliteit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) en zijn benoemd in artikel 5.51 lid 2 van het Bkl. In het werkgebied van de Omgevingsdienst Veluwe liggen geen aandachtsgebieden. Ook grenst de gemeente Ermelo niet aan een aandachtsgebied van een andere gemeente nóch doen zich specifiek benoemde situaties voor waardoor geen verder onderzoek/nadere beschouwing nodig is. Het aspect luchtkwaliteit vormt op zich geen belemmering voor het initiatief. ,
,
,
4. 1. 5 Externe veiligheid De instructieregels voor externe veiligheid zijn opgenomen in paragraaf 5. 1. 2 van het Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 45 van 390
het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor) buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal Kwetsbare gebouwen en locaties ,
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. ,
Plaatsgebonden risico In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over het plaatsgebonden risico voor het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen. Dit is een grenswaarde van 1 op de 1. 000. 000 per jaar. Dit geldt voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties. De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) -6 kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-contour van een activiteit komen. In acht nemen van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente alleen van de grenswaarde mag afwijken onder de voorwaarden die in het Bkl staan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moeten gemeenten rekening houden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. De standaardwaarde is 1 op de 1. 000. 000 per jaar. Aandachtsgebieden Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Het aandachtsgebied vormt een instrument om het gesprek over veiligheid en bescherming door het treffen van maatregelen te starten. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand) overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden: brandaandachtsgebied explosieaandachtsgebied gifwolkaandachtsgebied De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5. 15 van het Bkl. ,
,
,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 46 van 390
Uitsnede risicokaart Uit de risicokaart blijkt dat de locatie niet gelegen is binnen de invloedsfeer van risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. De locatie is niet gelegen in of nabij een aandachtsgebied. Wel ligt de locatie langs een transportas voor gevaarlijke stoffen. Het betreft de provinciale weg N302; de Flevoweg. In het geldende bestemmingsplan is het volgende beschreven over deze transportas: Voor Ermelo is een onderzoek verricht naar de risicobronnen binnen de gemeente Ermelo. Voor de N302 blijkt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen langs de N302 rekening gehouden moet worden met het groepsrisico. Daarbij geldt als criterium voor het niet hoeven uitvoeren van een nadere analyse een maximale bevolkingsdichtheid van 2236 p/ha uitgaande van eenzijdige bebouwing op een afstand van 200 meter van de weg. Ingeval van een grotere bevolkingsdichtheid of kortere afstand tot de transportas is een nadere analyse noodzakelijk. Dit project voorziet niet in een ontwikkeling waarbij de bevolkingsdichtheid groter dan 2236 p/ha bedraagt. Externe veiligheidsrisico's staan de uitvoerbaarheid van dit project niet in de weg. Milieueffectrapportage 4. 1. 6 Dit bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De milieueffecten zijn onderzocht in deze paragraaf.
Daaruit volgt geen aanleiding om tot een vormvrije m. e. r. -beoordeling over te gaan.
4. 2
Archeologie , cultuurhistorie en monumenten
De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart geldt voor de locatie deels een hoge verwachting. Hier is archeologische onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 cm.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 47 van 390
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Ermelo Dit project voorziet in drie nieuwe woningen. Daarmee wordt de ondergrens van 100 m 2 overschreden. Hierom heeft afstemming plaatsgevonden met de regioarcheoloog. De regioarcheoloog heeft aangegeven dat een archeologisch onderzoek niet nodig is. De stallen zijn namelijk onderkelderd tot een diepte van 80-100 centimeter. De regioarcheoloog heeft aangegeven dat het door de aanwezigheid van de kelders onmogelijk is dat er nog intacte archeologische waarden te verwachten zijn. Op de locatie zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook ligt de locatie niet binnen een beschermd dorps- of stadsgezicht. ,
4. 3
,
Natuur
Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet waarborgt het welzijn van de mens verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. ,
Voor dit project is door adviesbureau Baecx een natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 6. Hierna worden de uitkomsten van dit onderzoek besproken. Soortenbescherming Aan de hand van het vooronderzoek en het veldwerk concludeert Baecx dat in en rondom het plangebied geen beschermde flora of fauna is vastgesteld. Er is gekeken naar vogelnesten vleermuisverblijfplaatsen -en foerageerroutes en andere beschermde soorten die mogelijk aanwezig zouden kunnen zijn zijn aangetroffen of verblijven. Er is daarom geen ontheffing noodzakelijk. Een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. ,
,
Gebiedsbescherming De locatie behoort tot de Groene ontwikkelingszone maar ligt buiten Natura 2000. De voorgenomen activiteiten hebben geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied in de omgeving van de locatie en tasten de kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Groene ontwikkelingszone niet aan. ,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 48 van 390
Stikstofdepositie-onderzoek Voor dit project is en stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De berekeningen voor de aanlegfase en gebruiksfase zijn opgenomen als Bijlage 7 bij deze toelichting. Uit de berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase volgen geen toenames hoger dan 000 mol/ha/jaar. Gezien het resultaat van de met Aerius uitgevoerde berekeningen zijn geen negatieve effecten aan de orde door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het project is niet vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit). ,
,
4. 4
Verkeer en parkeren
De gemeente Ermelo heeft een nieuw parkeerbeleid vastgesteld op 30 juni 2016 het Parkeerbeleidsplan Ermelo. Op basis daarvan is een Nota Parkeernormen opgesteld. In de Nota Parkeernormen Ermelo zijn de parkeernormen benoemd per functie. Dit project voorziet in een nieuwe woonfunctie. Gezien de ligging in het buitengebied volgen de aan de houden parkeernormen voor het buitengebied. ,
De parkeernorm voor een twee-onder-een-kapwoning in het buitengebied is 22 parkeerplaatsen per woning. De norm voor een vrijstaande woning is 24 parkeerplaatsen. De totale parkeernorm komt daarmee neer op 68 parkeerplaatsen. Op de nieuwe erven is voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. ,
,
,
Wat betreft de verkeersgeneratie voorziet dit project in de drie nieuwe woningen. Op basis van CROW-publicatie 381 is een inschatting van de toename in de verkeersgeneratie te maken. Voor een twee-onder-een-kapwoning in het buitengebied is het maximale kengetal 82 verkeersbewegingen per etmaal. Voor een vrijstaande woning is dat 86 verkeersbewegingen per etmaal. Naar verwachting zal de verkeersgeneratie dus met afgerond 25 verkeersbewegingen per etmaal toenemen door de komst van de nieuwe woningen. Deze toename is gemakkelijk op te vangen binnen de bestaande capaciteit van de Flevoweg. ,
,
4. 5
Waterparagraaf
Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5. 37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: watercompensatie in verband met toenemende verharding bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning Voor dit project is een digitale watertoets uitgevoerd. Het resultaat hiervan is opgenomen als Bijlage 9 Hieruit blijkt dat geen relevante waterschapsbelangen geraakt worden. Waterberging Met dit project neemt het totale verhardingsoppervlak op de locatie met ongeveer 900 m 2 af van circa 1. 350 m 2 naar 450 m.2 Compenserende maatregelen voor waterberging zijn daarom niet nodig. Het hemelwater dat op de nieuwe gebouwen valt zal opgevangen omliggende gronden waar het de bodem kan infiltreren.
en
afgevoerd worden richting de
,
Oppervlaktewater Op de locatie en in de omgeving is geen grondwateroverlast bekend. Direct naast de locatie ligt een C-watergang. Dit project wijzigt niets aan die watergang. Vuilwaterafvoer De vuilwaterafvoer van de nieuwe woning zal aangesloten worden rioleringssysteem. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet
4. 6
aan
op
het bestaande gemeentelijke
de orde.
Economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 49 van 390
In deze motivering is onderbouwd dat deze wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie wordt bereikt en dat de toegekende functie binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Zodoende kan aangenomen worden dat het project economisch uitvoerbaar is. Kostenverhaal Op grond van artikel 13. 11 Omgevingswet is de gemeente verplicht kosten te verhalen indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten uit artikel 8. 13 van het Omgevingsbesluit. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8. 15 Omgevingsbesluit maakt op andere wijze verzekerd zijn of vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8. 14 Omgevingsbesluit. ,
,
,
Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat alle kosten die samenhangen met het deze wijziging voor rekening komen van initiatiefnemer. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 50 van 390
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
5. 1
Wijziging omgevingsplan
5. 1. 1
Omgevingsplan
van
rechtswege
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de Bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2. 4 en 22. 6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. ,
5. 1. 2
,
Toepassing TAM-IMRO
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV) zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen. nl. ,
,
,
,
,
Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2024. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd mag het ook na 1 januari 2025 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). ,
Werkingsgebied 5. 1. 3 De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie De Beek 77 waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL. IMRO. 0233. TAMdebeek77-0401 zoals weergeven op https://www. ruimtelijkeplannen. nl. ,
Overzicht wijzigingen 5. 1. 4 Dit TAM-omgevingsplan wijzigt de volgende planregels Aan de verbeelding wordt ter plaatse wonen toegekend.
5. 2
van
van
het omgevingsplan:
het werkingsgebied nieuwe bouwvlakken
en
de functie
Artikelsgewijze toelichting functies
Artikel 3 Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden Met artikel 3 is de functie Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden toegekend aan het werkingsgebied. Hiermee wordt voorzien in gronden naast de woonbestemming. Er is geen bouwvlak aangegeven waarmee hier ook geen gebouwen toegestaan zijn. Artikel 4 Wonen Met artikel 4 is de functie Wonen toegekend aan het werkingsgebied. Hiermee wordt voorzien in de bestaande en nieuwe woningen op het perceel. De inhoud van een vrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 750 m.3 Voor een twee-onder-één-kapwoning bedraagt de maximale inhoud 550 m 3 per woning. Voor een woning geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5 meter. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een twee-onder-een-kapwoning mag niet meer bedragen dan 75 m.2 Voor een vrijstaande woning is dat 150 m.2 ,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 51 van 390
Hoofdstuk 6 6. 1
Inspraak en overleg
Vooroverleg
Het concept van deze wijziging van het omgevingsplan is toegezonden worden aan de provincie Gelderland en het waterschap Vallei en Veluwe in het kader van kennisgeving en participatie volgens artikel 10. 2 van het Omgevingsbesluit. Dit concept is niet toegezonden aan de Rijksoverheid aangezien er geen nationale belangen in het geding zijn. ,
6. 2
Voorontwerp
De ontwikkeling die dit project mogelijk maakt heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Andere bebouwde percelen zijn op ruime afstand gelegen. Daarom heeft geen voorontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan voor inspraak ter inzage gelegen. De buurtbewoners zijn geïnformeerd over het initiatief. Het gaat om de bewoners van de Beek 73 75 89 en 91. De reacties waren overwegend positief. Men gaf aan het een positieve ontwikkeling te vinden dat de stal gesloopt wordt en er nieuwe woningen voor in de plaats komen. Er zijn geen bezwaren geuit. ,
,
,
,
6. 3
Ontwerp
Het ontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan heeft van 12 december 2024 tot en met 23 januari 2025 ter inzage gelegen. Toen is één zienswijzen ingediend.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 52 van 390
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 53 van 390
Bijlagen bij motivering
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
pagina 54 van 390
Bijlage 1
Gemeente Ermelo
Advies Gelders Genootschap
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
ERFADVIES DE BEEK 77 ERMELO GEMEENTE ERMELO
NOTITIE UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN 2019
ERFADVIES DE
Jouzed UI
orjemjsBunoBwo |
turdeyasjoue8sapje3mm |
BEEK
77
ERMELO
GEMEENTE
ERMELO
COLOFON
Initiatiefnemer
Dhr
(geanonimiseerd)
Adviseur
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Contactpersoon
(geanonimiseerd) gemeente Ermelo B
Datum
advies
Advies 25 november 2019
Gelders
Genootschap
026
Ervenconsulent
-
Aangepast
26-09-2024
4421742
(geanonimiseerd) nn
(geanonimiseerd) BMegeldersgenootschap.nl
NOTITIE
UITGANGSPUNTEN
EN
RANDVOORWAARDEN
2019
INLEIDING Aan De Beek 77 in Ermelo ligt een agrarisch bedrijf dat gebruik wil maken van de regeling functieverandering van de gemeente Ermelo. Hiervoor worden de schuren met mestkelders gesloopt met een oppervlakte van 1. 446 m2. Een groot deel van de schuren is al gesaneerd. Bij het basispakket + mag er 45% worden teruggebouwd. Daarbij gaat het om een woongebouw met twee wooneenheden en een vrijstaande woning en
bijbehorende bijgebouwen.
Landschap: De locatie ligt in het deelgebied: Jonge Heideontginningenlandschap. Uitgangspunten hier zijn: • < Maximaal 2 vrijstaande woningen (750m³). • Maximaal 4 rijwoningen. • Openhouden en verdichten aan de randen. • Beplanting moet aansluiten bij omliggende landschap. Mogelijke plussen zijn o. a. natuurherstel recreatie en starterswoningen. ,
Landschapsontwikkelingsplan Ermelo De locatie ligt in het jonge heideontginningslandschap. Naast grote heide•
De gemeente Ermelo wil dat veranderingen in het buitengebied bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De ervenconsulent van het Gelders Genootschap is gevraagd om onafhankelijk advies te geven over deze erftransformatie. Dit advies geeft uitgangspunten en randvoorwaarden voor het ruimtelijk ontwerp van de locatie en de bebouwing. RELEVANT BELEID • Structuurvisie Functieverandering gemeente Ermelo Belangrijk bij functieverandering is dat de belangen van actieve agrariërs niet uit het oog worden verloren. Nieuwe bewoners en nieuwe functies zijn in het buitengebied te gast bij de boer. In het functieveranderingsbeleid wordt gesproken over de ‘één erf gedachte’. Daarmee wordt bedoeld dat er sprake is van één geheel van bebouwing en inrichting op het erf. Het ,
,
,
functieveranderingsbeleid streeft behoud dit archetype het authentieke karakter dat het heeft in het buitengebied en daarom wordt er altijd eerst naar één erf toe worden gewerkt. Beeldkwaliteit erven: De nieuwe bebouwing staat achter de huidige boerderij. De bebouwing vormt een ensemble en zijn familie van elkaar waarbij de boerderij het hoofdgebouw is. Nieuwe bebouwing heeft een heldere en eenvoudige hoofdvorm. In materialisering en bestrating is sprake van versterking van het authentieke karakter van het boerenerf. De hoofdkleuren van de nieuwe bebouwing het materiaal en het erf zijn afgestemd op de karakteristiek van het landschap waarbij gedekte of natuurlijke kleuren voorop staan. De daken zijn gedekt met riet/stro of gebakken pannen met een kleurstelling die past bij de karakteristiek van het gebied. naar
van
en
,
,
en
bosgebieden maken agrarische enclaves onderdeel van het landschap.
Er wordt gestreefd naar versterking van het afwisselden half open
landschap en het verbeteren van de beeldkwaliteit van erven. Benadruk de rechtlijnige blokverkaveling met houtwallen en -singels herstel en behoud landschapselementen als houtwallen en houtsingels. Belangrijke elementen zijn solitaire bomen boomgroepen en/of boomgaarden op het erf. ,
,
PROVINCIAAL EN RIJKSBELEID Natuur: De locatie ligt op de Veluwe in het GGO Gelderse Groene ontwikkelingszone. Er is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De locatie grenst aan het GNN het Gelders Natuur Netwerk waar natuur centraal staat. Belangrijk element is hierin de Staverdensche beek. Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone deelgebied Speuld - Ermelose heide: • Ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N302 • Ontwikkeling kleinschalige ontginningen met singels en ruigteranden • Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen • Leefgebied Das Landschap: De locatie ligt in het Nationaal Landschap De Veluwe. Ontwikkelingen zijn hier mogelijk mits de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Daarbij gaat het onder andere om natuur en cultuurhistorie. Waardevol is de afwisseling tussen open en besloten gebieden. Cultuurhistorie: Het perceel grenst aan het beschermd dorpsgezicht van Staverden. Het samenhangend geheel van landgoed en ontginningen. •
ap rt ne r ni o m evg ni sg wk a etli
,
,
ti
w| w w . eg l ed rs eg no o sct ah . p n
l
3
|
ANALYSE
p rat n e r ni o m g ve ni sg wk a elit
Kaart landschap 1930. De locatie is nog niet ontgonnen en bestaat uit heidegronden. Herkenbaar is wel het landgoed Staverden om de Staverdensche beek en de agrarische enclave van Elspeet aan de oostzijde van de beek.
In rood is het beschermd dorpsgezicht van Staverden aangegeven.
Luchtfoto landschap 2015. De heide , het landgoed en de agrarische enclave zijn nog te herkennen. Wel is de bebouwing in de enclave toegenomen. Het heidegebied van de locatie , ten westen van de beek is na de tweede wereldoorlog ontgonnen en bestaat uit rationele kavels met boerderijen aan de (nieuwe) weg.
Donkergroen is GNN , lichtgroen het GGO.
it
.
w| w w
eg l ed rs eg n o o sct ah . p n
l
4
|
ANALYSE
LANDSCHAP De locatie ligt in het jonge Heideontginningslandschap. De locatie is pas laat begonnen en kent dan ook een rationele verkaveling. De verkaveling volgt de bestaande ontginningslijnen van Staverden. Het erf wijkt daarvan af is georiënteerd op Flevoweg (N302). De gebouwen staan met de noklijnen grotendeels haaks op deze weg. Een relatief nieuwe weg die pas in de jaren ‘60 op de kaarten verschijnt. Bijzonder zijn de contrasten tussen de oude ontginningen en natuur rondom de beek de open ruimten van de nieuwe ontginning het groen rondom de weg en de grote open ,
,
heidegebieden. Het perceel ligt op de rand van de overgang van de hoge droge heide en het wat lage en natte beekdal rondom de Staverdensche beek.
Bebouwing georiënteerd op de weg , het erf ligt achter het groen aan de weg in een open ruimte met op de achtergrond de beplanting rondom de beek.
ap rt ne r ni o m evg ni sg wk a etli
ti
w| w w .
Het grote open heidegebied aan de overzijde van het erf.
eg l ed rs eg no o sct ah . p n
l
5
|
ANALYSE
KARAKTERISTIEKEN ERF EN GEBOUWEN A. B.
C.
C
B
C
D p rat n e r ni o m g ve ni sg wk a elit it
.
l
6
F. G.
A G
E F Luchtfoto 2015 , een groot deel van de schuren zijn al gesaneerd.
w| w w
eg l ed rs eg n o o sct ah . p n
|
D. E.
Oorspronkelijke situatie met schuren en kuiplaten
De bedrijfswoning georiënteerd op de weg. Het gebouw heeft een agrarische en landelijke uitstraling en blijft staan. Op De Beek 77 heeft nieuwbouw plaatsgevonden. De boerderij met schuur is gesloopt en wat verder op de kavel is nieuw gebouwd. De nieuwe situatie wordt meegenomen ,
bij het uitwerken van het plan. De grote schuur met mestkelders en asbest wordt geheel gesaneerd. Vanaf de Flevoweg is er een toegang naar beide erven. Waardevolle beplanting langs de Flevoweg. Onderdeel van het GNN. Flevoweg. Waardevolle bomensingel op de kavelgrens. De kavelrichting sluit aan op de verkaveling rondom de beek.
ANALYSE Het jonge erf heeft een rationele indeling met twee woningen aan de weg en duidelijk onderscheid in ‘voor’ met wonen en siertuin en ‘achter’ met de schuur. De gebouwen staan grotendeels met de noklijn in de zelfde richting haaks op de weg. Wat grotendeels afwijkt van de verkavelingsrichting. Er staat geen cultuurhistorische bebouwing op het erf. Het oorspronkelijke erf was groter dan in de huidige situatie. Vanuit de ‘één erf gedachte’ bood het oorspronkelijke erf meer ruimte voor terugbouwen op de bouw,
,
kavel zelf. Ook nabij gelegen erven zijn georiënteerd op de weg en niet op de verkavelingsrichting. Ter hoogte van de bebouwing staat op de zuidelijke kavelgrens een bomensingel. Het groene decor wort vooral gevormd door de stevige groene beplantingsstrook langs de weg.
Aanknopingspunten ontwikkeling erf: - Versterking jonge heideontginningslandschap. - Versterking erfbeplanting en beeldkwaliteit - Sanering vrijkomende schuren (en asbest). - Opheffing veehouderij (milieu en natuur). - Traditionele indeling van het erf in ‘voor’ en ‘achter’. - Hoofdhuis aan de weg met eenvoudige landelijke uitstraling. - Aansluiten op cultuurhistorische lijnen en natuurlijk landschap. - Ligging op de overgang van droge hoge heide en lagere en natter beekdal.
ap rt ne r ni o m evg ni sg wk a etli
ti
w| w w . eg l ed rs eg no o sct ah . p n
l
7
|
UITGANGSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN
E
I B
C
E D
A
H G
F p rat n e r ni o m g ve ni sg wk a elit
Schets mogelijke uitwerking uitgangspunten en randvoorwaarden
A.
B.
it
.
eg l ed rs eg n o o sct ah . p n
8
,
de bestaande bebouwing op het erf zodat het aansluit bij de ontginningsgeschiedenis van het gebiedje. Het gebouw heeft een enkelvoudige hoofdvorm één bouwlaag met gesloten kap en wordt uitgevoerd in gedempte kleuren en natuurlijke materialen. De berging is inpandig. Op het oostelijk deel van het erf komt de vrijstaande woning binnen het bouwvlak. Ook deze woning wordt uitgevoerd in een enkelvoudige hoofdvorm één bouwlaag met gesloten kap en wordt uitgevoerd in gedempte kleuren en natuurlijke materialen. De berging is inpandig. Als bijgebouw is een hooiberg mogelijk. Deze staat bij de boerderij. Bijgebouwen bij de nieuwe woningen zijn gezamenlijk of inpandig. Alle woningen worden ontsloten via de bestaande pad aan de noordzijde van het erf. Langs het pad komt een streekeigen haag van
F. G. H.
,
w| w w
l
De bestaande bedrijfswoning blijft behouden. Door de uitstraling en positie voor op het erf is dit het hoofdgebouw op het erf. Overige bebouwing op het erf is daar qua uitstraling aan ondergeschikt. Rijwoningen twee onder een kap. Deze staan evenwijdig aan
|
C.
,
,
D. E.
I.
beuk of haagbeuk ter hoogte van de boerderij en een boomsingel van eik ter hoogte van de nieuwe schuurwoningen. Bestaande natuurzone tussen de Flevoweg en het erf. De bestaande beplanting aan de zuidzijde het erf ter hoogte van de boerderij bijft behouden. Het perceel ligt aan de rand van het beekdal van de Staverdensche beek. Dit biedt mogelijkheden voor vernatting van het perceel door de bestaande sloot te versterken met natuurvriendelijke oevers en begeleidende streekeigen beplanting van knotwilgen en zwarte els. Zo ontstaat er een route met dekking voor de das en de verkaveling van het heideontginningslandschap wordt benadrukt. Een streekeigen erfbosje van eiken met lijsterbes veldesdoorn en boswilg of boomgaard creëert privacy en geeft de bebouwing een groen decor. Ook draagt het bij aan ecologische waarden. Hagen op het achtererf bestaat uit streekeigen soorten van beuk haagbeuk liguster of veldesdoorn. ,
,
,
,
ADVIES TOELICHTING In deze paragraaf worden randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd voor het ruimtelijk ontwerp van het erf. Het maakt duidelijk wat de ambities zijn en reikt inspiratie aan om mooie plannen te ontwerpen. De schetsen geven een mogelijke uitwerking van het advies andere uitwerkingen binnen het gegeven advies zijn mogelijk. De initiatiefnemer wordt aangeraden een architect in te schakelen bij de uitwerking van plannen voor deze locatie. Functieverandering moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Een goede landschappelijke inpassing van het erf is voor de gemeente Ermelo
Legenda Plangebied
Enkelbestemmingen AW-NL W
,
belangrijk.
De
Be e
75 k
1084
WR-AH WR-AM
1083
Gebiedsaanduidingen
77
[vrij]
W
4
WR-AH
903
Functieaanduidingen (swr-l2) (swr-n1) (swr-n2)
specifieke vorm van waarde - landschapswaarden 2 specifieke vorm van waarde - natuurwaarden 1 specifieke vorm van waarde - natuurwaarden 2
Bouwaanduidingen [tae] [vrij]
1074
Waarde - Archeologie H Waarde - Archeologie M overige zone - natuurrand
[vrij] WR-AM
[tae] 75 (swr-l2)AW-NL (swr-n1) (swr-n2)
Op het bestaande erf met het nieuwe woongebouw blijft het agrarische karakter behouden. De bestaande woning met siertuin staat centraal voor op het erf. Het woongebouw in schuurarchitectuur volgt de zelfde richting als de schuren in de omgeving en vormt zo met de bestaande bebouwing een geheel. De inrichting op het achtererf is functioneler en eenvoudiger. Door de beplanting op de kavelgrenzen te versterken ontstaat een groen decor voor de nieuwe woonfunctie.
Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden Wonen
Dubbelbestemmingen
693
twee-aaneen vrijstaand
Bouwvlakken
bouwvlak
Maatvoeringen 4
maximum aantal wooneenheden Get. : Datum: WDK 19-06-2024 Formaat: Schaal: A3 1:1000 Tekeningnummer: NL. IMRO. 0233.TAMDeBeek77-0101 GIS/CAD Ondersteuning en software
Bestemmingsplan: TAM-omgevingsplan , De Beek 77 Ermelo Gemeente Ermelo Opdrachtgever:Teus Advies Status: ontwerp
Noordpijl
DTel:a e0413-303279 nstraat 4 B , 5466 P M Eerde E-mail: info @bragis.nl Web:www. bragis.nl
Verbeelding ap rt ne r ni o m evg ni sg wk a etli
Bijdrage pluspakket Door het verdwijnen van de intensieve veehouderij en de landschappelijke inrichting van het erf wordt het jonge heideontginningslandschap en de ecologische waarden versterkt. De kavelgrensbeplanting draagt bij aan de verbetering voor het leefgebied van de das. De nieuwe woningen sluiten aan bij de gewenste beeldkwaliteit voor erven. Streekeigen beplanting • Houtsingel en -wal: eik ruwe berk zwarte els lijsterbes meidoorn veldesdoorn boswilg hondsroos. • Laan: eik. • Boomgaard: hoogstamfruit of eikengaarde. • Solitair en boomgroep: eik beuk kastanje linde noot. • Hagen: beuk haagbeuk liguster of veldesdoorn. • Langs de sloot: knotwilgen en zwarte els. ,
,
,
,
,
,
ti
,
,
,
,
,
,
,
w| w w . eg l ed rs eg no o sct ah . p n
l
9
|
INSPIRATIEBEELDEN
Inspiratiebeelden erfinrichting en erfbeplanting.
p rat n e r ni o m g ve ni sg wk a elit it
.
w| w w
eg l ed rs eg n o o sct ah . p n
l
10
|
Diverse voorbeelden van woningen in schuurarchitectuur.
BIJLAGE: Erfprincipes Van oudsher zijn erven op een bepaalde manier ontstaan en gegroeid. Daardoor zijn het duidelijk herkenbare eenheden met een logische plek in het landschap. Bij transformatie van erven is het belangrijk om de herkenbare eenheid van erven te behouden. Onderstaande zogenaamde erf-principes zijn daarom ook het uitgangspunt bij de advisering bij erftransformaties. Zodat het nieuwe erf bijdraagt aan de versterking van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit. ,
1. Een erf is een herkenbaar ensemble in het land-
4. Er is een duidelijke hoofdentree.
schap. Het bestaat uit gebouwen erfinrichting en beplanting. ,
2. Het erf wordt gevormd door een aantal gebouwen waarvan er één de belangrijkste is. Het hoofdgebouw staat voor op het erf.
5. Het erf is verankerd in het landschap
door o. a. positie en oriëntatie van gebouwen erfbeplanting en wandelpaden. ,
ap rt ne r ni o m evg ni sg wk a etli
3. De gebouwen staan dicht bij elkaar , gegroepeerd op en rond een gemeenschappelijke
ti
ruimte.
w| w w . eg l ed rs eg no o sct ah . p n
l
11
|
POSTADRES Postbus 68 6800 AB Arnhem TELEFOON +31 (0)26 442 17 42 E-MAIL
info @geldersgenootschap.nl WEBSITE www. geldersgenootschap. nl
partner in
omgevingskwaliteit
pagina 67 van 390
Bijlage 2
Gemeente Ermelo
Rekentabel Groene ontwikkelingszone
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
Verliesfactor
Verliesfactor 1
Categorie
Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op
Totalen Totale oppervlakte (ha) Verliespunten
00000 , 0
Impactfactor
Impactfactor 1
Categorie Basispunten per wooneenheid Aantal eenheden Basispunten per woonbestemming ha. Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden? Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)?
Woningen 20 4 400 0475 , Ja Ja Nee
Nee
Impactpunten
Basis Incl. toeslagen
270 1080
Impactfactor 2
Categorie Basispunten per eenheid Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden?
Bedrijventerrein milieucategorie 3 en 4 3000 -0486 , Nee Ja
Is er sprake van een Ecologische
Nee
verbindingszone (EVZ)? Impactpunten
Basis Incl. toeslagen Totalen Totale oppervlakte (ha) , excl. windturbines Impactpunten
-1. 458 -2. 916 -00110 , -1. 836
Versterkingsmaatregelen
Versterkingsmaatregel 1 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Totalen Totale oppervlakte (ha) excl. speciale elementen Versterkingspunten
Struweelhaag of scheerhaag 3000 0005 , Nee Nee 15 15 00050 , 15
Balans versterkingsopgave en versterkingsmaatregelen
Verliesfactor Totaal verliespunten Totale oppervlakte Hectare m²
Impactfactor Totaal impactpunten Totale oppervlakte excl. windturbines Hectare m²
Versterkingsopgave Totaal punten Versterkingsmaatregelen Totaal versterkingspunten Totale oppervlakte excl. speciale elementen Hectare m²
Balans
000 , 000 , 0 -1.83600 , -001 , -100 -1836 1500 , 001 , 100
Balans = versterkingsmaatregelen versterkingsopgave =
1851
pagina 71 van 390
Bijlage 3
Gemeente Ermelo
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
TAM-omgevingsplan , hoofdstuk 22b , De Beek 77 - vastgesteld
HUNNEMAN
2%
hf
MILIEU - ADVIES
(geanonimiseerd)
De heer Verkennend
bodem-
de locatie
De
aan
en
asbestonderzoek op
Beek 77 te Ermelo
Projectnummer:
210062/am/sh
Datum:
1
april 2021
Opdrachtgever
(geanonimiseerd) De Beek 77 3852 PL
ERMELO
Hunneman
Milieu-Advies
Raalte BV
Postbus 253 8100 AG
RAALTE
Tel: 0572-360998 E-mail:
info@hunneman-milieu.nl
ettswan,
Ë
pe
%
Dbehee*
BRL-SIKB
& Ss & 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1
2
VOORONDERZOEK
2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 3
ONDERZOEKSAANLEIDING ACHTERGRONDINFORMATIE HISTORISCHE INFORMATIE EN VOORGAANDE BODEMONDERZOEKEN BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE B ETROUWBAARHEID ONDERZOEK
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
.. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .
VELDONDERZOEK LABORATORIUM ONDERZOEK TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
. . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
4. 1 4. 2 4. 3
. . . .. . . .. . . .. . . . .
. .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 4
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .
ASBESTONDERZOEK VASTE BODEM EN GRONDWATER CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . .
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem grondwater en asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie ,
TEKENING: 1-1 Situatie met boringen monsterpunten en peilbuis ,
2
2 2 3 4 4 5 6
6 7 7 9
10
10 10 11
Hunneman
1
Milieu-Advies
INLEIDING
BN
In opdracht van de heer (geanonimiseerd) s in februari 2021, door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV, een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek overzicht Het
van
uitgevoerd
op de locatie aan De Beek 77 te Ermelo. Voor de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1.
verkennend
bodemonderzoek
bestemmingswijziging
van
en
Het
tot
doel
onderzoek
heeft
milieuhygiënische
is
uitgevoerd
naar
aanleiding
een
kadastraal
van
de
voorgenomen
inzicht
te
geven
nieuwbouw op de locatie. een
actueel
en
betrouwbaar
in
de
bodemkwaliteit.
veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het
Het
procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: Vooronderzoek
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
.
.
.
Veld-
en
laboratorium onderzoek
Interpretatie
Verkennend bodem-
en
onderzoeksresultaten
asbestonderzoek,
De Beek
77 te Ermelo
1
Hunneman Milieu-Advies ______________
_______________________________________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. dienen verschillende Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens 2. bodemopbouw
eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o. b. v. BKK o. b. v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering
en
geohydrologie
3. verwachting t. a. v. de
bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van
de locatie verdachte situatie activiteiten ongewoon voorval 5. terreinverkenning ,
,
,
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E F G O O
O
O
O
A. bodemonderzoek , par. 6. 2. 1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk) , par. 6. 2. 5; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek , par. 6. 2. 2; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk) , par. 6. 2. 6; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s , par. 6. 2. 7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk) , par. 6. 2. 3; D. partijkeuring , par. 6. 2. 4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing , wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2. 1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6. 2. 1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie voorgaande bodemonderzoeken; • www. bodemloket. nl; www. topotijdreis; • • Bagviewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn voor zover relevant in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. ,
2. 2
,
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan De Beek 77 te Ermelo en staat kadastraal bekend als: gemeente Ermelo sectie C nummer 903ged. De locatie heeft een oppervlakte van circa 6. 000 m.2 Op de locatie is een woning met diverse bijgebouwen en schuren/stallen gesitueerd. Het maaiveld rondom de bebouwing is grotendeels verhard met klinkers beton en asfalt en deels braakliggend. Op de locatie zijn de volgende verdachte deellocaties aanwezig: • 1 voormalige ondergrondse dieseltank (6 m)3 met afleverzuil; • 1 voormalige bovengrondse dieselolietank (2 m)3 in lekbak; 3 • 2 voormalige ondergrondse HBO-tanks (2 x 1 m). Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1. ,
,
.
,
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Beek 77 te Ermelo ,
,
2
Hunneman Milieu-Advies ______________
_______________________________________
2. 3
Historische informatie en voorgaande bodemonderzoeken
Op de locatie is in april 2013 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV met kenmerk 20130189/mh/sh. Tijdens dit onderzoek zijn in de vaste bodem en in het grondwater ter plaatse van de voormalige ondergrondse 6 m 3 dieseltank licht tot sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan minerale olie overschrijden de interventiewaarde. ,
,
Ter plaatse van de overige voormalige ondergrondse en/of bovengrondse tanks zijn geen tot licht verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan PAK PCB’s en minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan barium aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Asbest is niet aangetoond boven de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d. s. ). ,
Naar aanleiding van het aantreffen van sterk verhoogde gehalten aan minerale olie in de vaste bodem en in het grondwater is in 2017 door Grondvitaal BV een nader afperkend bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 1724039. Tijdens dit onderzoek is vastgesteld dat de verontreiniging in de vaste bodem en in het grondwater beperkt van omvang is respectievelijk < 25 m 3 en < 50 m.3 Voor de aangetroffen olieverontreiniging bestaat geen saneringsnoodzaak. ,
,
Tijdens het voorgaand onderzoek is op de locatie op het oostelijk terreindeel een laag met puin aangetroffen. Volgens opgave van de opdrachtgever van het onderzoek is deze puinlaag in eigen beheer verwijderd. ,
,
Volgens de asbestdakenkaart van de provincie Gelderland is op de locatie een gebouw aanwezig voorzien van een asbestverdachte dakbedekking. ,
Figuur 1:
asbestdakenkaart provincie Gelderland
De relevante gegevens uit het vooronderzoek zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Beek 77 te Ermelo ,
3
_______________________________________
2. 4
Hunneman Milieu-Advies ______________
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw De locatie is gelegen in een gedeeltelijk opgevuld glaciaal bekken de Gelderse Vallei. Oostelijk hiervan is het complex van opgestuwde rivierzanden gelegen waaruit de Veluwse stuwwallen ontstaan. Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De gegevens over de regionale bodemopbouw zijn samengevat in tabel 2. ,
,
Tabel 2:
regionale bodemopbouw
pakket
diepte (m-mv)
deklaag form. van Twente 1 e WVP form. van Twente 1 e scheidende laag Eemformatie 2 e WVP Eemformatie , form. van Drenthe 2 e scheidende laag form. van Drenthe 3 e WVP form. van Urk , Serksel , Enschede Toelichting: WVP= watervoerend pakket
0 - 25 25 - 40 40 - 50 50 - 75 75 - 90 90 - ±160
samenstelling
dekzand fijne zanden klei matig tot grove zanden kleien en slibhoudend zand grove zanden
Grondwaterstroming In het eerste watervoerend pakket stroomt het grondwater in westelijke richting. 2. 5
Hypothese
en
onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de drupzone ter plaatse van de stal voorzien van asbestverdachte dakbedekking. ,
De locaties onderzocht.
van
de voormalige tanks zijn tijdens voorgaande onderzoeken voldoende
Het bodemonderzoek is grotendeels uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grond(water)monsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Op basis van de aanwezigheid van een mogelijke asbesthoudende dakbedekking is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de “drupzone” in aansluiting op de strategie voor een verdachte locatie (strategie 6. 4. 5 uit de NEN-5707). Tijdens het in 2013 uitgevoerde onderzoek is de actuele contactzone op het overig terrein reeds onderzocht. ,
,
,
Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek veldonderzoek
boringen
laboratoriumonderzoek
tot
waarvan
met
> 05, m-mv
tot > 2 m-mv
peilbuis
verkennend NEN-5740 oppervlakte < 7000 m 2
16
4
Asbestonderzoek “drupzone”
4#
-
sublocatie/onderdeel
@: in combinatie met onderzoek onverdacht
vaste bodem*
grondwater*
1@
2 x NEN-b. grond 2 x NEN-o. grond
1 x NEN-water
-
1 x asbest in grond
-
#: putjes van 30 x 30 cm
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Beek 77 te Ermelo ,
*: inclusief arseen en chroom
4
_______________________________________
Hunneman Milieu-Advies ______________
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium , cadmium , kobalt , koper , kwik , lood ,
molybdeen nikkel en zink
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
,
PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
2. 6
X X X
-
X X X X
-
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. ,
,
Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een conform de geldende richtlijnen representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. ,
,
,
,
Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten calamiteiten sloopwerkzaamheden bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. ,
,
,
,
,
Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid. ,
,
,
,
Verkennend bodem- en asbestonderzoek De Beek 77 te Ermelo ,
5
Hunneman
3
VELD-
EN
LABORATORIUM
3.1
Veldonderzoek
Milieu-Advies
ONDERZOEK
Het veldonderzoek is uitgevoerd
op 25 februari 2021 door de gecertificeerde medewerker Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend 16 handboringen uitgevoerd (1 t/m 16). De maximale boordiepte
mn:
dhr. (geanonimiseerd) bodemonderzoek
zijn bedraagt 2,2 m-mv. Voor bestaande peilbuis.
de monstername
het
van
grondwater
is gebruik
gemaakt van
een
Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten bodemonderzoek handmatig 0,5 gegraven tot maximaal