CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota beantwoording zienswijzen e250021101

Gemeenteraad 25 juni 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen Gebiedsvisie Speuld e.o.5.769 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ontwerp Gebiedsvisie Speuld e.o. en bijbehorend omgevingsprogramma Uitvoeringsagenda visie Speuld.

Zaaknummer : 02330000069091 Afdeling :

Ruimtelijke Ontwikkeling

Datum :

april 2025 1

Inhoudsopgave 1.

Algemeen ....................................................................................................................................... 3

2.

Reactie op zienswijzen ................................................................................................................... 4

3.

2.1.

Zienswijze 1 ............................................................................................................................. 4

2.2.

Zienswijze 2 ............................................................................................................................. 5

2.3.

Zienswijze 3 ............................................................................................................................. 6

2.4.

Zienswijze 4 ............................................................................................................................. 8

2.5.

Zienswijze 5 ............................................................................................................................. 8

2.6.

Zienswijze 6 ............................................................................................................................. 8

2.7.

Zienswijze 7 ............................................................................................................................. 9

2.8.

Zienswijze 8 ............................................................................................................................. 9

2.9.

Zienswijze 9 ........................................................................................................................... 10

2.10.

Zienswijze 10 ..................................................................................................................... 10

Ambtshalve wijzigingen ................................................................................................................ 13

2

1. Algemeen De ontwerp Gebiedsvisie Speuld en bijbehorende uitvoeringsagenda heeft ter inzage gelegen van 28 november 2024 t/m 8 januari 2025. Tijdens deze periode is er op 12 december 2024 een inloopavond georganiseerd in basisschool Speulderbrink.

Tijdens de ter inzage periode zijn 10 zienswijzen ingediend. Belangrijkste onderwerpen 1 2 3

Agrarisch landschap, natuur, wonen, voorzieningen, samenleven, bedrijvigheid, verkeer, veiligheid, duurzaamheid en energietransitie. Participatie, wonen, landschap. Agrarische bedrijvigheid.

4

Natuur.

5 6

Wonen. Natuur, verkeer, veiligheid.

7

Landschap, handhaving.

8 9

Natuur, landbouw, voorzieningen, verkeer, veiligheid, landschap. Landschap, verkeer, veiligheid.

10

Woningbouw, rechtsbescherming.

Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend. In deze nota worden de zienswijzen samengevat en voorzien van een beoordeling in hoofdstuk 2. Daarnaast hebben wij gedurende de periode van inzage aanleiding gezien om een aantal ambtshalve wijzigingen voor te stellen. Deze zijn weergegeven in hoofdstuk 3. Ambtshalve wijzigingen.

3

2. Reactie op zienswijzen 2.1.Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze: Er wordt waardering uitgesproken over de visie en het participatie proces om te komen tot de gebiedsvisie en uitvoeringsprogramma. Op een aantal punten worden aanvullingen en opmerkingen meegegeven. Het uitgangspunt om agrarisch landschap en natuur te beschermen, behouden en ondervinden wordt onderschreven. En waar mogelijk wordt wil indiener meewerken en betrokken worden als een landschapswerkgroep wordt gevormd. Indiener is blij met de voorkeur voor herontwikkeling en verdichting van bestaande erven en is geen voorstander van nieuwe ontwikkelingen op onbebouwde agrarische gronden. Specifiek wordt de eventuele nieuwe ontwikkeling langs de weg van Tonnenkaart benoemd. Het landschap met openheid en reliëf is volgens indiener waardenvol. Nieuwe ontwikkeling gaan ten koste van bestaande zichtlijnen van de Tonnenberg. Deze waardevolle openheid en zichtlijnen ontbreken op de kaart. Indiener ziet houtsingels als een beter optie en verzoekt om de nieuwe ontwikkelingen voor wonen langs de Tonnenberg uit de visie te verwijderen. Indiener onderschrijft de ambities over Voorzieningen en Samenleving. Kleinschalige bedrijvigheid met maximaal 5 werknemers wordt als passend omschreven. Er moet voorkomen worden dat er bedrijven ontstaan die op een bedrijventerrein thuishoren.

De onveilige kruispunten zoals benoemd in de visie zijn herkenbaar. De snelheid zou naar een maximum van 30 km per uur moeten worden verlaagd op de onverharde wegen (ook buiten de bebouwde kom). Er zou meer gedaan moeten worden met betrekking tot klimaatverandering en de verslechtering van de biodiversiteit. En er moet meer gestreefd worden naar een ecologische samenleving. Beoordeling Zienswijze De positieve uiting over de gebiedsvisie en het doorlopen proces wordt met dank aangenomen. Wanneer de uitvoeringsagenda ter hand wordt genomen kan indiener betrokken worden bij de te vormen landschapswerkgroep. Het wordt zeer gewaardeerd wanneer bewoners en of ondernemers in het gebied willen meewerken aan de uitvoering van deze visie. Een uitgebreid participatietraject met alle bewoners, ondernemers en andere belanghebbende vanuit het gebied heeft gedurende 1,5 jaar plaatsgevonden. Algemene avonden, verdiepingsgesprekken, en het meerdere malen consulteren van alle belanghebbenden is georganiseerd, om met elkaar te komen tot een visie om de leefbaarheid van Speuld e.o. voor de komende jaren op peil te houden. Voor een goede leefbaarheid is het essentieel dat er voldoende woonvoorzieningen zijn. Deze behoefte ligt voornamelijk in Speuld, zodat er ook in de toekomst voldoende woonmogelijkheden zijn voor de mensen die binding hebben met het gebied en daar graag willen (blijven) wonen.

Dit is ook belangrijk voor het in stand houden van de voorzieningen, waaronder de basisschool. Men wil een buurtschap blijven met een landelijk karakter en niet uitgroeien tot een dorp. Daarom heeft het de voorkeur om gebruik te maken van autonome ontwikkelingen, zoals functieverandering van vrijkomende agrarische percelen en verdichting van bestaande erven. De verwachting is dat deze ontwikkelingen voldoende mogelijkheden bieden in de komende jaren om de leefbaarheid op peil te houden. Wanneer autonome ontwikkelingen onvoldoende ruimte bieden, kunnen nieuwe ontwikkelingen worden overwogen in de vorm van kleinschalige erven op landschappelijk aanvaardbare plekken, zoals omschreven in de gebiedsvisie in paragraaf 6.2. De locaties hiervoor zijn vanuit de participatie en de gebiedsanalyse in hoofdstuk 3 van de gebiedsvisie bepaald. Specifiek voor de locatie langs de Tonnenberg kan het volgende worden aangegeven. Vanuit landschappelijk oogpunt is de locatie langs de Tonnenberg een logische plek voor het toevoegen van een kleinschalig erf, passend bij de richtlijnen uit de gebiedsvisie. Indien sprake is van een mogelijke ontwikkeling op deze locatie, wordt zorgvuldig afgewogen op welke locatie en in welke vorm bebouwing wordt toegevoegd.

4

Belangrijk hierbij is dat de nieuwe bebouwing wordt opgehangen aan een bestaande landschapsstructuur, zodat de impact op het landschap zo minimaal mogelijk is en zichtlijnen zoveel mogelijk behouden blijven. Tevens kan het toevoegen van woningen samengaan met landschapsherstel, dat hoeft elkaar niet in de weg te staan. Een nieuwe ontwikkeling kan zelfs aanleiding zijn voor het versterken van de landschapsstructuur zodat synergie ontstaat. Tot slot wordt benadrukt dat de omschrijving van de nieuwe ontwikkelingen als ambitie in de visie is opgenomen, maar (nog) niet geldt als toetsingskader voor toekomstige initiatieven. Daarvoor is nog onderzoek nodig naar de woningbouwbehoefte en de exacte landschappelijke, stedenbouwkundige en juridisch-planologisch borging. Indiener verzoekt om afwaardering van de snelheid naar maximaal 30 km/u op onverharde wegen. De onverharde paden zijn een belangrijk onderdeel van het landelijk karakter van het gebied en zorgen als vanzelf voor het matigen van de snelheid. In de uitvoeringsagenda staat opgenomen dat aandacht moet zijn voor het handhaven of wijzigen van de inrichting van specifieke weggedeelten. In het kader van de uitvoeringsagenda wordt dit onderwerp nader onderzocht. Ten aanzien van de zienswijze met betrekking tot klimaat en biodiversiteit wordt de roep om urgentie onderschreven. Er wordt kennis genomen van de “Groene Actiegids”.

Tevens wordt verwezen naar de gebiedsaanpak ‘GEUS’ waar deze onderwerpen nader worden uitgewerkt.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.2.Zienswijze 2 Samenvatting Zienswijze Indieners geven aan dat de werkgroep en buurtvereniging geen eerlijke vertegenwoordiging van Speuld betreft. En geven aan dat de betrouwbaarheid van de uitwerking het participatieproces (o.a. de stickeravond) discutabel is. Specifiek wordt de locatie van nieuwe woningbouwplannen genoemd . Indieners geven aan dat de ambitie om nieuwe ontwikkelingen van kleine woonerven in het buitengebied meer verstening in het buitengebied met zich mee brengt en niet geschikt zullen zijn voor starters. Tevens vervallen volgens indieners de zichtlijnen vanuit de Brink naar de Heide wanneer er huizen komen. In ander GEUS gebieden wordt wel in de kern bijgebouwd, waarom is Speuld hierop een uitzondering? Ook wordt het Speulderveld aangemerkt als een weg waarlangs nieuwe ontwikkelingen kunnen worden gerealiseerd. Deze locatie heeft sinds 1994 een beschermde natuurstatus heeft. Er komt een speeltuin op een plek waar eerder het plan om daar een speeltuin te plaatsen is afgekeurd. Beoordeling Zienswijze Een uitgebreid participatietraject met alle bewoners, ondernemers en andere belanghebbende vanuit het gebied heeft gedurende 1,5 jaar plaatsgevonden. Algemene avonden, verdiepingsgesprekken, en het meerdere malen consulteren van alle belanghebbenden is georganiseerd, om met elkaar te komen tot een visie om de leefbaarheid van Speuld e.o.

voor de komende jaren op peil te houden. Deze avonden zijn begeleid door Stimuland en later door N+L Landschap ontwerpers. De voorgestelde ambities in de gebiedsvisie zijn objectief onderbouwd vanuit landschap. De landschapsanalyse die is uitgevoerd is een objectieve analyse en staat los van mogelijke individuele meningen of invloeden. De geomorfologische vorming van het landschap wordt niet door meningen geleid. Er kan dus geen sprake zijn van partijdigheid in de landschapsanalyse. Participatie is een traject van wensen, kansen en belangenafweging en dit resultaat zien wij terug in de onderliggende gebiedsvisie. Wij kunnen de constatering dat de inhoud van de visie discutabel is en er sprake is van belangverstelling, niet onderschrijven. Met betrekking tot het specifieke moment van de “stickeravond” kunnen wij het volgende aangeven. Tijdens deze avond hebben wij geconstateerd dat het plakken van de stickers geen representatief resultaat heeft opgeleverd. Dat is dan ook de reden dat de resultaten hiervan niet zijn meegenomen in het opstellen van de gebiedsvisie en hebben derhalve geen invloed gehad op het resultaat.

5

Er wordt door de indieners gesteld dat ontwikkelingen van kleine erven met maximaal 5 wooneenheden in maximaal 3 gebouwen niet geschikt/ beschikbaar zullen zijn voor starters. Opgemerkt moet worden dat het maximum aantal gebouwen de woongebouwen en (losse) bijgebouwen betreffen. Dit betekent dat er juist rekening gehouden wordt met geschakelde woningen die toereikend kunnen zijn voor starters, omdat de vraag vooral bij deze doelgroep ligt. Een erf kan zodoende bestaan uit een vrijstaande woning, een gezamenlijk bijgebouw en een 3^1 of 4^1. Tevens wordt door indieners gesteld dat zichtlijnen vanuit de brink naar de heide vervallen als er huizen komen te staan. Door de kleinschaligheid en verspreidheid van erven met een maximum aan het aantal gebouwen, blijven de zichtlijnen juist zoveel mogelijk behouden. Een belangrijk karakteristiek kenmerk van het gebied zijn de verspreid liggende erven. Tussen de erven door zijn er zichtlijnen richting het landschap. Deze blijven zoveel mogelijk gerespecteerd bij mogelijke ontwikkelingen. Tot slot wordt benadrukt dat de omschrijving van de nieuwe ontwikkelingen als ambitie in de visie is opgenomen, maar (nog) niet geldt als toetsingskader voor toekomstige initiatieven.

Daarvoor is nog onderzoek nodig naar de woningbouwbehoefte en de exacte landschappelijke, stedenbouwkundige en juridisch-planologisch borging, zoals is opgenomen in de uitvoeringsagenda. Indieners stellen dat in andere GEUS-gebieden wel in de kern wordt bijgebouwd. Vraag is of Speuld hierop een uitzondering is. Ja, Speuld is een uitzondering. Speuld is namelijk geen kern, maar behoort tot het buitengebied en heeft derhalve een landelijk karakter: er is sprake van een agrarische enclave. In het proces is afstemming geweest met het GEUS-project om de uitzonderingspositie van Speuld veilig te stellen. Indien Speuld als kern zou worden gezien zou sprake kunnen zijn van verdere verdichting, waardoor het landelijk karakter in zijn geheel zou (kunnen) verdwijnen. Een speeltuin is een nadrukkelijke wens van de gemeenschap. Het vinden van een goede locatie is een uitdaging en vormt onderdeel van de uitvoeringsagenda. Er zal onderzoek gedaan worden naar de behoefte en mogelijkheden voor een speeltuin, naast het zoeken naar een nieuwe locatie kan ook worden gekeken om dit mee te nemen in het onderzoek naar het multifunctionele gebruik van de Speulderbrink. Parallel aan het proces om deze gebiedsvisie vast te stellen, wordt de actualisatie van het Speelbeleid van Ermelo opgepakt waar Speuld ook onderdeel van is.

Het bedrag zoals opgenomen in de uitvoeringsagenda wordt aangepast naar € 50.000,=.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen in de uitvoeringsagenda.

2.3.Zienswijze 3 Samenvatting Zienswijze Indiener herkent zich niet in de beeldvorming over het gebied. In de Gebiedsvisie ontbreekt het aan realistisch toekomstperspectief voor de vergunde en gevestigde middelgrote en grote (agrarische) bedrijven. In de Uitvoeringsagenda is opgenomen dat er enkel ruimte is voor kleinschalige bedrijvigheid die past in het landschap. Het ontbreekt aan perspectief voor de bestaande (agrarische bedrijven). Door het ontbreken van perspectief voor bestaande bedrijven is voorliggende Gebiedsvisie onvolledig en niet voor alle inwoners, betrokkenen en gevestigde ondernemers opgesteld. Dit gebrek moet worden hersteld. In de Gebiedsvisie zijn meerdere bedrijfslocaties van indiener aangemerkt als ‘indicatief: eventueel mogelijkheden voor herontwikkeling’. Indiener vraagt of bevestigd kan worden dat de bestaande (agrarische) bedrijven die gevestigd zijn in Speuld gefaciliteerd worden wanneer dat voor hun bedrijfsvoering noodzakelijk is. En indiener wil bevestiging ten aanzien van de toevoeging van woningen binnen het plangebied dat de rechten van de bestaande (agrarische) bedrijven blijvend worden gerespecteerd. Ook vraagt indiener of bevestigt kan worden dat er geen ‘ontmoedigingsbeleid’ word gevoerd ten aanzien van de gevestigde (agrarische) bedrijven vanwege het ontbreken van toekomstperspectief voor bestaande bedrijven.

Indiener verzoekt in de Gebiedsvisie een paragraaf ‘Onze huidige (agrarische) bedrijvigheid’ op te nemen. Beoordeling Zienswijze Het is spijtig te moeten lezen dat indiener zich niet kan vinden in de beeldvorming over het gebied. Met het uitgebreide participatietraject en de uitgebreide gebiedsanalyse is zorgvuldig getracht een volledig beeld van het gebied te geven. De agrarische sector is van oudsher een belangrijke speler in het gebied, zowel

6

voor de bedrijvigheid als voor de leefbaarheid en landschappelijke waarden in het gebied. In paragraaf 6.4 Visie op ‘bedrijvigheid’ staat dat de landbouwsector goed vertegenwoordigd is in het gebied en dat de inwoners het belangrijk vinden dat de agrariërs ruimte krijgen om hun bedrijfsvoering voort te zetten. Speuld is en blijft een plek waar natuur en (agrarische) bedrijvigheid naast elkaar een plek hebben en verweven zijn. Om Speuld e.o. leefbaar te houden, blijft de combinatie van landbouw en natuur behouden en waar mogelijk versterkt. We zijn ons ervan bewust dat agrariërs in het gebied vanuit de (Rijks)overheid druk voelen om het bedrijf te beëindigen. Het functieveranderingsbeleid biedt richting voor een alternatieve invulling van het agrarisch bouwperceel. Voor agrariërs die hun activiteiten willen voortzetten moet er daarnaast perspectief en ruimte zijn om te kunnen blijven boeren. Uitgangspunt is dat vrijkomende agrarische grond grotendeels agrarisch blijft en wordt ingezet voor het mogelijk maken van de extensivering van de agrarische bedrijfsvoering waar dat mogelijk en wenselijk is. Hier ligt ook een duidelijke relatie met het gebiedsproces GEUS waarin het perspectief voor de agrariërs nader is onderzocht.

De gemeente onderschrijft deze benadering vanuit GEUS en ondersteunt huidige agrariërs in hun agrarische bedrijfsvoering, mits voldaan wordt aan bestaande weten regelgeving vanuit gemeente, provincie en Rijk. De rechten van bestaande (agrarische) bedrijven worden gerespecteerd en de bestaande mogelijkheden voor (agrarisch) bedrijvigheid als opgenomen in het vigerende omgevingsplan blijven gehandhaafd. Dit betekent concreet dat agrariërs waar mogelijk worden gefaciliteerd indien dat voor hun bedrijfsvoering noodzakelijk is Indiener merkt vervolgens op dat meerdere locaties van zijn cliënt zijn aangemerkt als “indicatief: eventueel mogelijkheden voor herontwikkeling”. De ‘ blauwe ster’ die op de afbeelding op pagina 33 in de gebiedsvisie op een aantal locaties is geprojecteerd, geeft slechts een indicatief beeld van agrarische percelen die conform het huidige functieveranderingsbeleid in aanmerking kunnen komen om de huidige agrarische bestemming om te zetten bij bedrijfsbeëindiging. Het gebruiken van deze mogelijkheid ligt bij de grondeigenaar. De gemeente faciliteert dit slecht middels het vastgestelde beleid. Wij constateren dat bovenstaande in de onderliggende visie onvoldoende wordt beschreven. Hetgeen geleid heeft tot onderstaande aanpassingen in de tekst.

-aanpassing paragraaf 6.1 Visie op ‘agrarisch landschap en natuur’ in rood aangegeven: Het agrarisch landschap bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van Speuld e.o.. De erven zijn kenmerkend voor het gebied en het grondgebied bestaat deels uit landbouwgrond. Om Speuld e.o. leefbaar te houden moet er ruimte blijven voor landbouw. Agrariërs voelen veel druk vanuit de overheid om het bedrijf te beëindigen zonder reële alternatieven te bieden. Voor agrariërs die door willen moet er perspectief en ruimte zijn om te blijven boeren. Bij beëindiging van een agrarisch bedrijf kan (een deel van de) agrarische grond in gebruik blijven voor (extensief) agrarisch gebruik van bestaande bedrijven en/of wordt het omgevormd naar natuur. Uiteindelijk heeft de grondeigenaar hier zelf een belangrijk aandeel in. Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor wonen of bedrijvigheid. Bij alle ontwikkelingen is het belangrijkste dat het past in het karakter van het gebied en het landschap. Het kenmerkende coulissenlandschap wordt behouden en waar mogelijk hersteld. De heide is toegankelijk voor wandelaars, ruiters en mountainbikers en goed onderhouden. Voor het thema ‘agrarisch landschap en natuur’ is een visiekaart opgesteld (zie volgende pagina). Deze kaart is voortgekomen uit de landschapsanalyse.

De landschappen zijn gewaardeerd op basis van landschappelijke kwaliteiten en kansen. Als uitgangspunt is het (natuurlijke) landschap rond het jaar 1900 gebruikt. “ -aanpassingen van paragraaf 6.4 ‘Visie op ‘bedrijvigheid’ in rood aangeven: Huidige (agrarische) bedrijvigheid In het gebied is de landbouwsector goed vertegenwoordigd en de inwoners vinden het belangrijk dat de agrariërs ruimte krijgen om hun bedrijfsvoering voort te zetten. De agrariërs in het gebied zijn belangrijk voor enerzijds het behoud van het kenmerkende, landelijke karakter en anderzijds voor onze voedselvoorziening en het in stand houden en bewerken van de gronden. Voor agrariërs die kunnen en willen voortbestaan is het van groot belang dat zij door de gemeente worden ondersteund in hun agrarische bedrijfsvoering, mits voldaan wordt aan bestaande wet- en regelgeving vanuit gemeente, provincie en Rijk. De rechten van bestaande (agrarische) bedrijven worden gerespecteerd en de bestaande mogelijkheden voor (agrarisch) bedrijvigheid als opgenomen in het vigerende omgevingsplan blijven gehandhaafd. Dit betekent concreet dat agrariërs waar mogelijk worden gefaciliteerd waar dat voor hun bedrijfsvoering noodzakelijk is. Indien het

7

wenselijk of nodig is dat de agrarische bedrijvigheid gestaakt wordt moet gezocht worden naar een passende invulling van het erf. Hier kunnen mogelijkheden ontstaan voor het toevoegen van een andere functie, zoals kleinschalige bedrijvigheid of een woonfunctie. Belangrijk uitgangspunt is altijd dat het niet te grootschalig is.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot de hierboven genoemde tekstuele wijzigingen in paragraaf 6.1 en 6.4 van de gebiedsvisie door te voeren.

2.4.Zienswijze 4 Samenvatting zienswijze Indiener vindt de Gebiedsvisie Speuld een sterk initiatief waarmee de toekomst van Speuld eerlijk en met respect voor de natuur veilig wordt gesteld. Beoordeling zienswijze Wij onderschrijven deze positieve reactie. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.5.Zienswijze 5 Samenvatting zienswijze Indiener is het eens met de kleinschalige uitbreiding en bouw, vooral voor (oud)inwoners en jongeren die er willen wonen, terugkomen en voor ouderen die er kunnen blijven. Beoordeling zienswijze Wij onderschrijven deze positieve reactie. Conclusie Zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

2.6.Zienswijze 6 Samenvatting zienswijze Indiener uit zich positief over de inhoud van de gebiedsvisie. En geeft aan of het mogelijk is het Hessenmeer specifieker mee te nemen. De Hessenmeer is natura 2000-gebied en is een zandweg die vaak wordt gebruikt als sluiproute en tourroute. Er wordt hard gereden, terwijl het ook voor een deel een klompenpad is en een losloopgebied voor honden. Maak de straat autoluw of uitsluitend voor bestemmingsverkeer. Beoordeling zienswijze In de visie wordt in hoofdstuk 3 een uitgebreide landschapsanalyse beschreven. De Hessenmeer maakt hier onderdeel van uit. Onverharde paden, zoals de Hessenmeer horen bij het landelijk karakter van het gebied en zorgen vaak als vanzelf voor een aanpassing van de snelheid. Specifieke verkeersmaatregelen maken geen onderdeel uit van de visie, maar hebben een plek in de uitvoeringsagenda gekregen. In overleg met gemeente, politie en buurtvereniging wordt nader onderzocht waar aandacht moet zijn voor het handhaven of wijzigen van de inrichting van specifieke weggedeelten. Conclusie Zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

8

2.7.Zienswijze 7 Samenvatting zienswijze Indiener geeft aan dat het mooi en compleet plan is, waarbij rekening is gehouden met diverse meningen en ideeën. Indiener draagt aan om een doorkijk langs de hei (houtdorper- en Speulderveld) te realiseren en verzoekt om te handhaven op loslopende honden om het beheersplan voor de heide te realiseren. Beoordeling zienswijze In paragraaf 6.1. Visie op ‘agrarisch landschap en natuur’ staat onder het kopje ‘Kansrijk heidegebied’ Speulderveld genoemd. Daarin wordt tevens gesteld dat de ‘Langetermijnvisie heideterreinen Gemeente Ermelo’ vastgesteld op 6 maart 20024 uitgangspunt is voor het gehele gebied. De wens van inwoners is om de heide weer meer open te maken, zodat vanuit Speuld het zicht op de heide weer hersteld. Dit hoort bij het karakter van het gebied en wordt door inwoners als zeer waardevol gezien. De richting hier: het heidegebied open maken waar mogelijk is, maar passend binnen de heidebeheervisie. De handhaving van loslopend honden is onderdeel van het beheersplan en wordt op dit moment uitgevoerd. Conclusie Zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen

2.8.Zienswijze 8 Samenvatting zienswijze Indiener geeft aan dat de visie een goed verhaal neerzet dat herkenbaar is vanuit de participatiebijeenkomsten. Positieve punten zijn onder meer: geen grootschalige nieuwbouw, natuur en landbouw naast elkaar. Verkeersveiligheid is een belangrijk aandachtspunt, volgens indiener moet een maximale snelheid van 30 km/uur komen. Daarnaast moet de heide opgehouden worden voor schapen en koeien. De brink moet leeg blijven, geen bebouwing. Beoordeling zienswijze In het hoofdstuk Ambitie onder 5.5 ‘Verkeer en veiligheid’ is benoemd dat onverharde wegen bijdragen aan het landelijke karakter en dat het behoud van deze wegen een belangrijk streven is. Specifieke verkeersmaatregelen maken geen onderdeel uit van de visie, maar hebben een plek in de uitvoeringsagenda gekregen. In overleg met gemeente, politie en buurtvereniging wordt nader onderzocht waar aandacht moet zijn voor het handhaven of wijzigen van de inrichting van specifieke weggedeelten. In paragraaf 6.1. Visie op ‘agrarisch landschap en natuur’ wordt gesteld dat de ‘Langetermijnvisie heideterreinen Gemeente Ermelo’ vastgesteld op 6 maart 20024 uitgangspunt is voor het gehele gebied. De wens van inwoners is om de heide weer meer open te maken, zodat vanuit Speuld het zicht op de heide weer hersteld.

Dit hoort bij het karakter van het gebied en wordt door inwoners als zeer waardevol gezien. De richting hier: het heidegebied open maken waar mogelijk is, maar passend binnen de heidebeheervisie. Tot slot wordt in Ambitie 1 ‘Agrarisch landschap en natuur’ en Ambitie 2 ‘Wonen’ specifiek benoemd dat de openheid van het landschap zoveel mogelijk behouden blijft, zoals de open Brink en onder ‘Specifieke zaken per buurtschap’ is de open Brink benoemd als belangrijk punt genoemd. Daarmee wordt de openheid van de Brink afdoende geborgd. Conclusie Zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen

9

2.9.Zienswijze 9 Samenvatting zienswijze Indiener geeft aan dat het een doorwrochte visie betreft en dat er een mooi participatieproces is doorlopen. Daarnaast hoopt indiener op herstel van de open zichtlijnen van het Hessenmeer. En verzoekt om Hessenmeer als 30 km/uur-zone aan te wijzen. Beoordeling zienswijze In het hoofdstuk Ambitie onder 5.5 ‘Verkeer en veiligheid’ is benoemd dat onverharde wegen bijdragen aan het landelijke karakter en dat het behoud van deze wegen een belangrijk streven is. Specifieke verkeersmaatregelen maken geen onderdeel uit van de visie, maar hebben een plek in de uitvoeringsagenda gekregen. In overleg met gemeente, politie en buurtvereniging wordt nader onderzocht waar aandacht moet zijn voor het handhaven of wijzigen van de inrichting van specifieke weggedeelten. In paragraaf 6.1. Visie op ‘agrarisch landschap en natuur’ wordt gesteld dat de ‘Langetermijnvisie heideterreinen Gemeente Ermelo’ vastgesteld op 6 maart 20024 uitgangspunt is voor het gehele gebied. De wens van inwoners is om de heide weer meer open te maken, zodat vanuit Speuld het zicht op de heide weer hersteld. Dit hoort bij het karakter van het gebied en wordt door inwoners als zeer waardevol gezien. De richting hier: het heidegebied open maken waar mogelijk is, maar passen binnen de heidebeheervisie. Conclusie Zienswijze De zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen

2.10.

Zienswijze 10

Samenvatting zienswijze Indiener geeft aan dat het karakter van de gebiedsvisie onduidelijk is, evenals de manier waarop deze moet aansluiten op het stelsel van instrumenten dat de Omgevingswet biedt. Dit kan leiden tot verminderde rechtsbescherming en rechtsonzekerheid. Indiener geeft een aantal opmerkingen mee met het verzoek tot aanpassing. Dit betreft het onderwerp engenlandschap op pagina 14. De gronden op de foto zijn in eigendom van zijn client en heeft daarmee belang bij de kwalificatie. Er is geen sprake van een ‘open brink’. Dit is onterecht weergegeven op de visiekaarten. Het is onjuist dat wordt gesteld dat de gronden hoger gelegen zijn en daarom om agrarische redenen niet bebouwd zijn. De formuleringen met betrekking tot grotere erven en bebouwingsclusters zijn onduidelijk en beperken toekomstige ontwikkelingen. De dwingende formuleringen zouden moeten plaatsmaken voor een kwaliteitsgerichte benadering. De definitie van ‘grootschalig’ ontbreekt op pagina 25. Er zijn tegenstrijdigheden met betrekking tot uitbreiding aan of in het lint. Op de pagina’s 31 tot en met 34 zijn er onduidelijkheden en onjuistheden op de kaart en in de aanduidingen. De introductie van een maximumaantal boerenerven en een minimale bouwafstand tot bestaande bebouwing is niet arbitrair en niet onderbouwd.

Nieuwe ontwikkelingen moeten volgens de gebiedsvisie voldoen aan het criterium ‘niet grootschalig, maar volgens het principe van kleinschalige verspreide boerenerven met maximaal 5 wooneenheden in maximaal gebouwen’. Dit is te eng geformuleerd. Betrokkene zou graag haar woningplan ingepast zien in de visie. Het behouden doorzicht ter plaatse van de inrit zou als voldoende gekwalificeerd kunnen worden, of de pijl op pagina 33 van de visie zou verwijderd moeten worden, zodat inbreiding ter plaatse mogelijk is. Op pagina 8 van de uitvoeringsagenda wordt gesteld dat er wordt gewacht op een nieuw onderzoek naar de woningbouwbehoefte. Dit is niet wenselijk. Ook moet er bij de uitvoeringsagenda gewaakt worden voor bindende verplichtingen. Het is belangrijk om een duidelijk beleidskader te hebben dat zowel juridisch de juiste kwalificatie kent als kansen niet op voorhand elimineert en de belangenafweging uit handen van het bevoegd gezag dreigt te trekken. De gebiedsvisie en uitvoeringsagenda behoeven gedeeltelijk afzwakking dan wel nuancering.

10

Beoordeling zienswijze De omgevingsvisie en het programma zijn wettelijke instrumenten en zijn beide opgenomen in de Omgevingswet (Ow). Deze wet geeft regels over de inhoud, de procedures en het bevoegd gezag. De raad is bevoegd om een omgevingsvisie vaststellen. Deze verplichting houdt niet (direct) in dat het verboden is dat de raad beleid over de fysieke leefomgeving vastlegt in andere ‘losse’ beleidsdocumenten. Als wordt gekozen voor een zelfstandig beleidsstuk dan vereist dat, naast een uitleg over het waarom, in ieder geval afstemming tot de omgevingsvisie. Een reden kan zijn dat het onderwerp waar het beleidsstuk over gaat breder is dan alleen de fysieke leefomgeving. In onderhavige visie gaat het verder dan enkel de fysieke leefomgeving, namelijk het behoud en waar mogelijk het versterken van de leefbaarheid in Speuld e.o.. Daarom is ervoor gekozen de gebiedsvisie als separaat beleidsstuk door de raad te laten vaststellen. Parallel wordt dit jaar gestart met de actualisatie van de omgevingsvisie . De gebiedsvisie Speuld wordt dan als bouwsteen voor deze omgevingsvisie gebruikt. Het uitvoeringsprogramma Speuld e.o. wordt vervolgens aangemerkt als een vrijwillig programma.

De Ow geeft over de inhoud van vrijwillige programma’s niet meer aan dan dat een programma voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan bevat (art. 3.5 a Ow). Daar voldoet dit programma voor Speuld e.o. aan. Indiener heeft vervolgens een aantal inhoudelijke reacties geplaats. Er wordt gesteld dat er geen sprake is van een open brink. In de landschappelijke context is de definitie van een brink: ‘open ruimten binnen de bebouwde kom die gebruikt werden om het vee ’s nachts bijeen te brengen’ (Barends e.a. 2010). In Speuld is er wel degelijk sprake van een open brink. Op historische kaarten en foto’s is dit te zien en zijn schaapskooien rondom de brink te herkennen. Daarnaast wordt lokaal het begrip vooral gebruikt om het open gebied, zoals op de kaarten in de gebiedsvisie aangegeven, aan te duiden. Indiener stelt dat de gronden op de foto lager gelegen zijn dan de aanpalende gronden welke wel bebouwd zijn en de tekstuele analyse gaat om de hoger gelegen gronden. Dit is onjuist, de tekstuele analyse heeft betrekking op het engenlandschap en is daarmee correct. Indiener geeft aan dat op pagina 21 een maximum aantal woningen wordt gesteld bij nieuwe ontwikkelingen en dat dit een inperkingen’ van toekomstige ontwikkelingen met zich meebrengt.

In de visie wordt juist benadrukt dat de kleinschaligheid van de verspreide erven een belangrijk kenmerk van het gebied is. Deze kleinschaligheid dient behouden te blijven, waardoor het essentieel is dat dit in de gebiedsvisie als richting/ ambitie wordt meegegeven. Door het benoemen van een aantal gebouwen wordt de kleinschaligheid benadrukt en aangegeven dat grootschalige, gebiedsvreemde ontwikkelingen niet wenselijk zijn. Er wordt door indiener gesteld dat de dwingende formulering vervangen zou moeten worden door een kwaliteitsgerichte benadering. De gebiedsvisie is opgesteld om richting te geven aan ontwikkelingen en is juist kwaliteitsgericht. Maatwerk zou kunnen zorgen voor onduidelijkheid. Daarom is gekozen voor enkele kaders die nog nader uitgewerkt moeten worden. De omschrijving van de nieuwe ontwikkelingen zijn als ambitie in de visie is opgenomen, maar gelden (nog) niet als toetsingskader voor nieuwe initiatieven. Daarvoor is nog onderzoek nodig naar de exacte woningbouwbehoefte en de exacte landschappelijke, stedenbouwkundige en juridisch-planologisch borging zoals in de uitvoeringsagenda is opgenomen. Indiener geeft aan dat wordt gesproken over ‘dwingende architectuur’ en dat de motivering voor voornoemd architectonische analyse beperkt is. De foto’s in de gebiedsvisie zijn slechts referentiebeelden.

Wel zorgt de opmerking voor een kleine tekstuele wijziging van de visie. In de visie wordt niet bedoeld dat een hallenhuis letterlijk het criterium moet zijn, de typologie (lees: gebiedseigen bebouwing) moet het criterium zijn. De visie omschrijft dat architectuur moet passen bij de voorkomende architectuur. Indiener stelt vervolgens dat onduidelijk is wat uitbreiding in of aan het lint inhoud zoals op pagina 25 van de visie is opgenomen. Wij onderkennen dat de huidige tekst onvoldoende aangeeft wat deze uitbrieding inhoudt en stellen voor de visie op pagina25 en 34 met de in rood aangegeven tekst te verduidelijken en aan te vullen:

11

Pagina 25: “Speuld e.o. is van oorsprong een agrarische enclave in het landschap. Ook in de toekomst blijft Speuld e.o. een gebied waar je woont vanwege de ruimte en de natuur. Om de kleinschaligheid, het landelijke karakter en de sociale cohesie te behouden is grootschalige woningbouw niet passend en wordt er verder naar alternatieven gekeken dan enkel naar nieuwbouw. Bijvoorbeeld door het splitsen van woningen, (pre)mantelzorgwoningen, kleinschalige uitbreiding in het lint in plaats van aan het lint (met behoud van openheid, doorkijkjes en zichtlijnen). Het lint in Speuld is aanvankelijk niet gebiedsvreemd. De invalswegen naar Speuld werden naarmate de tijd vorderde verdicht met agrarische erven en woonerven. Hier is sprake van lintbebouwing. Het kenmerk van het oorspronkelijke lint is de variatie in erven met daartussen doorkijkjes naar het landschap. In latere instantie werd het lint verder verdicht met woningen, waardoor er een aaneengesloten lint is ontstaan zonder doorkijkjes naar het landschap. Deze verdere verdichting is gebiedsvreemd. Verdichtingen in het lint zijn mogelijk met behoud van zichtlijnen en kunnen uitsluitend in de vorm van een kleinschalige erfopzet, passend in het stramien, de oriëntatie en de schaal van de bestaande bebouwing.

Alternatieven kunnen ook zijn het benutten van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), door middel van herbestemming of sloop en nieuwbouw. Pagina 34: Bij verdichting van bestaande erven spreken we over inbreiding waarbij bebouwing wordt toegevoegd binnen de bestaande grenzen van een erf, hierbij zou het ook kunnen gaan om bijvoorbeeld een mantelzorgwoning. Verdichting van het lint is in de basis niet mogelijk, tenzij nadrukkelijk wordt voldaan aan de volgende vereisten: een kleinschalige erfopzet, passend in het stramien, de oriëntatie en de schaal van de bestaande bebouwing. Maar ook woningsplitsing dient tot de mogelijkheden te behoren. Verdichting van bestaande erven biedt kansen voor levensloopbestendig wonen voor meerdere generaties. Indiener verzoekt om het voorliggende plan op te nemen in de gebiedsvisie. Aan dit verzoek kunnen wij niet voldoen. Deze gebiedsvisie is richtinggevend en derhalve niet de plek voor het beschrijven van concrete plannen. Tevens zijn deze plannen niet ter tafel gelegd tijdens de uitgebreide participatie bijeenkomsten. We hebben, op voorhand, de voorgenomen ontwikkeling wel getoetst aan voorliggende gebiedsvisie. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat de ontwikkeling aan Leuvenumseveld (noordelijke ontwikkeling) valt binnen de categorie ‘herontwikkeling’, in dit geval gaat het om functieverandering.

Het gaat hier om een bestaand erf met een agrarische bestemming. De agrarische bebouwing wordt gesloopt en daarvoor terug worden woningen gebouwd. Het behelst hier een inbreidingsontwikkeling waarbij de invloed op de ruimtelijke kwaliteit beperkt lijkt. Deze toets doet geen uitspraak over aantallen en stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing De definitieve toetsing van het plan vindt na vaststelling van de gebiedsvisie plaats. Voor wat betreft de zuidelijke ontwikkeling spreken we van verdichting van het lint. Ontwikkelingen in het lint zijn mogelijk indien de zichtlijnen gerespecteerd worden en in de vorm van een kleinschalige erfopzet, passend in het stramien, de oriëntatie en de schaal van de bestaande bebouwing. In dit geval gaat het om verdichting van bestaande erven. Deze ontwikkeling betekent echter wel dat de zichtlijn die in de gebiedsvisie op de kaart is ingetekend wordt belemmerd. Daarnaast is er in het lint sprake van een kenmerkend stramien met smalle kopgevels overwegend richting de weg gekeerd. De forse voorgenomen gevel past niet in dit stramien. Het plan kan kansrijk zijn indien dit wordt aangepast naar de richtlijnen zoals opgenomen in de visie. Ook hier geldt dat deze toets geen uitspraak doet over aantallen en stedenbouwkundige en landschappelijk inpassing De definitieve toetsing van het plan vindt na vaststelling van de gebiedsvisie plaats.

Tevens verzoekt indiener om de zichtlijn uit de gebiedsvisie te halen of om het te behouden doorzicht als voldoende te kwalificeren. Het ‘lint’ van bebouwing belemmert het zicht op de open brink. De zichtlijnen die behouden zijn gebleven zijn kostbaar en dienen zoveel mogelijk open te blijven. Er is dan ook geen aanleiding deze waardevolle zichtlijnen te verwijderen. Indiener geeft aan dat bevoegdheden in de uitvoeringsagenda niet kunnen worden gemandateerd aan gebiedsorganisaties. Dit is zeker niet het geval. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de agenda, maar kan daarbij wel samenwerken met andere organisaties, zonder het mandaat uit handen te geven.

12

Indiener geeft vervolgens aan dat gelet op de behoefte aan woningbouw in Nederland het niet wenselijk is nieuwe initiatieven te laten wachten door eerst een behoefte onderzoek uit te laten voeren. De noodzaak voor nieuwe woningen wordt niet betwist. Dit wordt voor de gehele gemeente onderzocht en daarin afwegingen gemaakt waar ontwikkeling mogelijk en wenselijk is. Uit de participatie is gebleken dat op basis van de categorieën herontwikkeling en verdichting van bestaande erven, in de autonome groei voor Speuld e.o. kan worden voorzien. Nieuwe initiatieven dienen vervolgens altijd te voldoen aan een evenwichtige toedeling van functie aan locaties (ETFAL). Een zorgvuldige belangenafweging op basis van uitgewerkte kaders is dan ook noodzakelijk. De uitwerking van deze kaders en het onderzoek waar behoefte aan is en hoe we daar op kunnen sturen, voert te ver voor de gebiedsvisie die op hoofdlijnen de wenselijke richting aangeeft. De uitwerking van de nieuwe ontwikkelingen wordt daarom in de uitvoeringsagenda ter hand genomen en krijgt de nodige prioritering.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding tot wijzigingen. Enkele tekstuele wijzingen zoals genoemde in de beantwoording van deze zienswijzen wordt doorgevoerd.

3. Ambtshalve wijzigingen Het omgevingsprogramma is aangescherpt door een aantal bedragen die gekoppeld zijn aan acties naar de huidige inzichten aan te passen. Tevens was een aantal acties in het ontwerp omgevingsprogramma gepland in 2024 en begin 2025. Aangezien besluitvorming eind 2e kwartaal 2025 gaat plaatsvinden, is de planning hierop aangepast.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15441896/1