CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering e260008134

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Leuvenumseveld 5023.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Algemene gebiedsoverstijgende

regels voor activiteiten

(thema's)

Hoofdstuk 2 bevat algemene gebiedsoverstijgende regels voor bepaalde thema’s. In dit plan zijn regels opgenomen voor activiteiten in archeologische waardengebieden en regels over parkeren. Parkeren In de Algemene regels over parkeren is geregeld dat voldaan moet worden aan de Nota Parkeernormen Ermelo. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van deze normen, indien voldaan wordt aan de in de regels opgenomen voorwaarden.

Gemeente Ermelo

TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo - vastgesteld

pagina 26 van 27

5.2.3

Activiteiten

Hoofdstuk 3 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het besluitgebied voorkomende activiteiten en gebiedsaanwijzingen. De regels zijn onderverdeeld in.: Toepassingsbereik: op welke locatie de regels gelden; Oogmerk: wat wordt er beoogd met de toegestane activiteiten; Gebruiksactiviteiten; Bouwactiviteiten. Een TAM-omgevingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke activiteiten waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo Op voor ‘Wonen - Leuvenumseveld 50 Ermelo’ aangewezen gronden is het wonen in woningen en, onder voorwaarden, aan huis gebonden beroepen toegestaan. Voor het bouwen van woningen zijn woningtypen aangegeven, te weten twee-aaneen en vrijstaand. De woningen moeten binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Bij dit woningtype zijn goot- en bouwhoogten en inhoudsmaten opgenomen. Verder zijn er bouwregels opgenomen voor toegestane bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Bij de gebruiksregels is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Op basis hiervan mogen de woningen alleen gebruikt worden indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd binnen 1 jaar na gereedmelding van de bouw van de woningen. 5.2.4

Algemene regels

In hoofdstuk 4 zijn nog algemene verbodsbepalingen opgenomen. 5.2.5

Overgangsregels

Hoofdstuk 5 bevat overgangsrechtelijke bepalingen voor activiteiten. Deze algemene regels gelden voor het hele perceel Nijkerkerweg 54-56. De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten mogen, indien legaal aanwezig, worden voortgezet zolang de nieuwe ontwikkeling nog niet is gerealiseerd.

Gemeente Ermelo

TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo - vastgesteld

pagina 27 van 27

Hoofdstuk 6 Inspraak en overleg 6.1

Vooroverleg

Tijdens het principetraject is dit plan gesproken op de gemeentelijke omgevingstafel. Daarbij zijn ook de provincie Gelerland, de Veligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en het waterschap Vallei en Veluwe betrokken geweest.

6.2

Participatie

De buurtbewoners zijn geïnformeerd over het initiatief. Daaruit zijn geen bezwaren naar voren gekomen. De verslaglegging hiervan is bij de gemeente bekend.

6.3

Ontwerp

Het ontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan heeft van 11 december 2025 tot en met 21 januari 2026 ter inzage gelegen. Toen zijn geen zienswijzen ingediend.

Gemeente Ermelo

TAM-omgevingsplan 22n Leuvenumseveld 50 Ermelo - vastgesteld

Heeft u naar aanleiding van de inhoud nog vragen,

Raadhuisplein 2

dan kunt u zich richten tot...

www.ermelo.nl

Postbus 500 3850 AM Ermelo t

0341 56 73 21

f

0341 56 73 69

e

gemeente@ermelo.nl

i

www.ermelo.nl

L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G • Leuvenumseveld 50 - Speuld • Tubbergen, 21 februari 2025 - Definitief

L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G Datum:

7 juni 2024, Mander

Gewijzigd:

21 februari 2025, Mander

Status:

Definitief

Opgesteld:

N+L Landschapsontwerpers i.s.m. Veluwse Architecten nl-landschap.nl info@nl-landschap.nl

Auteur: Getekend: Gecontroleerd:

Ing. DE Ing. DA Ing. NH

Inhoudsopgave:

1. Aanleiding 03 2. Huidige situatie 04 3. Landschapsanalyse 06 4. Nieuwe situatie 08 5. Groen en natuur- 10 inclusief bouwen

2

1. Aanleiding 1.1 Korte historie planlocatie Aan het Leuvenumseveld 50 te Speuld bevindt zich het erf van de initiatiefnemer. Op het erf zijn twee woningen gesitueerd. Achter de woonboerderij bevinden zich de opstallen. Het erf ligt ten noordoosten van Speuld in het kampenlandschap, op de overgang naar de heideontginning. De kenmerken van dit landschap zijn zichtbaar op de planlocatie. Het erf kent een kleinschalige, rechtlijnige structuur met de nokrichting van de gebouwen haaks op de weg of met de richting van de weg mee. Het erf wordt omzoomd met houtopstanden, die zich langs de (onverharde) weg bevinden en aan de linker- en rechterkant van het erf. Op het achtererf bevinden zich enkele grote bomen, met name populieren.

1.3 Landschappelijke inpassing De gemeente Ermelo stelt een landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling. In deze onderbouwing wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

1.2 Wens initiatiefnemer Op het erf van de initiatiefnemer staan voormalig agrarische gebouwen. In het verleden is dit een agrarisch bedrijf geweest, dat in de afgelopen jaren gestaakt is. De initiatiefnemer wenst een deel van de schuren te slopen en de functie te veranderen van (voormalig) agrarische bebouwing naar wonen. In den lande kennen we dit als het rood voor rood principe, waarbij de oppervlakte van de gebouwen wordt ingezet om te gebruiken voor extra woonrecht(en). In dit geval houdt dat in dat er een vrijstaande woning en een twee-onder-een kap woning gerealiseerd kunnen worden.

3

2. Huidige situatie 2.1 Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen ten noordoosten van Speuld, in de gemeente Ermelo. Het erf ligt in een divers landschap met enken, kampen, dichte bossen en open heidegebieden. De planlocatie ligt in het overgangsgebied van het kampenlandschap naar de heide ontginning. Het erf kent de kleinschaligheid van het kampenlandschap, in een rechtlijnige opzet dat gelijkenissen vertoont met de heideontginning, omzoomd met groenstructuren waardoor het erf in een landschappelijke kamer ligt. Tot de jaren ‘30 van de twintigste eeuw was er nog geen bebouwing op de planlocatie, maar waren er groenstructuren in de vorm van houtwallen / -singels. Ten zuiden van de planlocatie is een grootschalig heidegebied gelegen, het Speulderveld. Op historische kaarten is te zien dat het gebied van de jaren ‘30 werd ontgonnen. Vanaf die tijd zijn er (zand)paden te zien door het toenmalige heidegebied. Rondom de planlocatie zijn kenmerken van het kampen- en enkenlandschap te vinden, zoals robuuste groenstructuren en een meer organische structuur in verkaveling en wegenpatroon.

Plangebied, Ten noordoosten van Speuld. (Bron: geo.overijssel.nl)

2.2 Huidige erfindeling Het erf is aan het einde van de jaren ‘50 ontstaan. Op deze plek waren al groenstructuren te vinden die het bestaande erf nog altijd omzomen. Richting het zuiden is de openheid van de heideontginning te herkennen. Het erf kent een duidelijke hiërarchie en heeft een Planlocatie. (Bron: geo.overijssel.nl)

4

kenmerkende opzet. De hoofdwoning heeft een karakteristieke wolfskap en staat met de nok haaks op de weg. De bijgebouwen staan dwars op het hoofdgebouw, met de nokrichting haaks op die van het hoofdgebouw of met de nokrichting parallel aan de weg. Op het voorerf is een solitaire boom te vinden en het erf wordt aan de zijkanten en de achterzijde met groenstructuren omzoomd. 2.3 Nieuwe elementen De woonhuizen blijven behouden. De schuren zullen worden gesloopt en daarvoor worden twee nieuwe gebouwen terug gebouwd, namelijk een vrijstaande woning en een twee-onder-één kap woning. De kenmerkende opzet van het erf zal behouden blijven, omdat de gebouwen met de nokrichting haaks op de weg gepositioneerd zijn of met de nokrichting parallel aan de weg. Het nieuw te realiseren erf vormt nog steeds een compact erfensemble dat karakteristiek is voor het kampenlandschap. Het geheel wordt landschappelijk ingepast met robuuste houtopstanden en solitaire bomen, die passen in het landschap.

Locatie plangebied: 1880, 1920 en 1980 (Bron: topotijdreis.nl)

5

3. Landschapsanalyse Geomorfologie De natuur is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en het water. Onder koude omstandigheden in de laatste ijstijd heeft de wind ervoor gezorgd dat geërodeerd zand op de hogere delen in het landschap werd afgezet, zoals op de stuwwallen en tegen de flanken van de stuwwallen. Het plangebied is op de oostelijke flank van de stuwwal van het droge Veluwemassief gelegen. De omgeving bestaat voornamelijk uit dekzandgebied dat wordt doorsneden door beekdalen. Het gebied kent daarnaast grootschalige heide- en bosgebieden. De heide is van nature open en de bossen gesloten. Dit zorgt in dit gebied voor een afwisselend natuurlijk landschap. Zo ook aan de Leuvenumseveldweg. Cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden, zoals het plangebied. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem.

De heideplaggen kwamen van de grootschalige open heidecomplexen die pas laat zijn ontgonnen door 6

in eerste instantie - gebrek aan kennis. Op de historische kaarten zijn deze grootschalige heidevelden terug te zien. Op de locatie van het plangebied was voor 1900 al voor een deel ontgonnen, dat terug te zien is aan de structuren van de houtopstanden. Het erf ligt op de overgang tussen het heideontginningsgebied (geel op de analysekaart op blz. 7) en het kampenlandschap (bruin op de kaart). De heidegebieden waren functioneel verbonden met het enken- en het kampenlandschap. Op de heidegronden werden plaggen gestoken voor in de stal. Deze plaggen, vermengd met mest, dienden als bemesting voor de akkergronden op de enken. Door ontwikkelingen in de landbouw, met name de uitvinding van kunstmest en verbeterde afwateringstechnieken, konden de heidevelden ook gebruikt worden als akkergrond. De ontginning werd planmatig en grootschalig aangepakt wat zorgde voor relatief grote, open ruimtes, zoals ook te zien op de planlocatie. Erven lagen in blokken aan de weg en de wegen kennen een rechtlijnige structuur. Beplantingen vinden we hier terug in de vorm van lanen en bosjes. De rechtlijnigheid van het landschap is op het analysebeeld te herkennen evenals de beplanting langs de wegen. In het plangebied was van oudsher als beplanting te vinden in de vorm van houtwallen en -singels. Rondom de planlocatie is de openheid van de (voormalige heidegebieden) nog te herkennen.

Het Speulderveld is aan de randen wat meer bebost geraakt. Het enken- en kampenlandschap was

organischer en kleinschaliger in de opzet. In het plangebied is de hoofdwoning vaak te herkennen aan de (rieten) wolfskap die loodrecht georiënteerd is op de weg. De bijgebouwen zijn achter de hoofdwoning gesitueerd, vaak haaks op de richting van het hoofdgebouw of in dezelfde richting. Deze opzet is ook op de planlocatie te herkennen.

Hoogtekaart, met de stuwwal aan de westzijde. (Bron: ahnviewer).

Geomorfologie: plateau op de flank van de stuwwal. (Bron: atlasleefomgeving).

Landschapsanalyse Leuvenumseveld 50. (Bron: N+L landschapsontwerpers).

7

4. Nieuwe situatie 4.1 Samenvatting huidige situatie De planlocatie ligt op de flank van de stuwwal, op de overgang van het kampenlandschap naar het heideontginningsgebied. De planlocatie kent een rechtlijnige, maar kleinschalige opzet. Het erf is omzoomd door groenstructuren in de vorm van houtwallen en -singels. Het erf heeft een kenmerkende opzet met een duidelijke hoofdwoning met de nokrichting haaks op de weg en de bijgebouwen daarachter staan met de nokrichting haaks op het hoofdgebouw of parallel aan het hoofdgebouw. De omgeving kent een afwisselend landschap met dichte boscomplexen en open heidegebieden. 4.2 Nieuwe situatie De bestaande woningen zullen behouden blijven (A en B op de tekening). De kapschuur achter de hoofdwoning (A) wordt gesloopt en zal vervangen worden door een nieuw bijgebouw.. De andere bijgebouwen zullen gesloopt worden (G). Daarvoor worden twee nieuwe gebouwen terug gebouwd, bestaande uit een vrijstaande woning (E) en een twee-onder-een kap woning (D) met bijbehorend bijgebouw (F). Op deze manier blijft er sprake van een compact erfensemble dat passend is in de kleinschalige opzet van het landschap. Op het erf landschappelijk in te passen zullen nieuwe houtopstanden worden aangeplant. Aan de westzijde van het erf zal een nieuwe bomenrij worden aangeplant met lindes (I), die de bestaande structuur van de houtopstand (van noord naar zuid) volgt.

Daarnaast zullen twee erfbomen worden aangeplant, een walnoot en 8

een fladderiep (J). Op het voorerf zal haaks op de weg een (beuken) haag worden aangeplant. De ontsluiting van het erf zal plaatsvinden via de reeds bestaande opritten. Op deze manier zal het erf omzoomd blijven door de bestaande houtopstanden (H) waardoor het erf kleinschalig en compact blijft aanvoelen. De bestaande houtopstand aan de oostzijde van het erf zal worden versterkt (N) door het aanplanten van bosplantsoen met de soorten hazelaar, vuilboom, lijsterbes, meidoorn en Gelderse roos. Aan de achterzijde van het erf (zuidkant) zal kruidenrijk grasland worden gerealiseerd (L). Met de voorgenomen ontwikkeling en genoemde maatregelen zal voldaan worden aan het gestelde beleid.

A:

Bestaande woning.

B:

Bestaande woning.

C:

Nieuw te bouwen bijgebouw t.b.v. (A) (B) en (E).

D:

Nieuw te bouwen twee-onder-een-kapper.

E:

Nieuw te bouwen vrijstaande woning.

F:

Nieuw te bouwen gedeeld bijgebouw voor woning (D), bijgebouw voorzien van 2 parkeerplaatsen.

G:

Te slopen opstallen.

H:

Bestaande te behouden houtopstanden.

I:

Nieuw te planten bomenrij om oprijlaan te versterken. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Aanplanten met de soort: Linde, totaal: 4 stuks.

J:

Nieuw te planten solitaire bomen. Aanplanten in de maat 14-16 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Aanplanten met de soort: Walnoot en Fladderiep, totaal: 2 stuks.

K:

Nieuw te planten haag. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) gerekend met 5 stuks per m1. Totaal: 320 stuks op een totale lengte van 64 meter. Soort: beuk of haagbeuk.

L:

Kruidenrijk grasland met een totale oppervlakte van c.a. 300 m2.

M:

Erfverharding met parkeermogelijkheden gesitueerd met gras betonklinkers. Totaal: 10 stuks.

N:

Te versterken houtopstand, aanplanten met bosplantsoen in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soorten: hazelaar, vuilboom, lijsterbes, meidoorn en Gelderse roos. Plantafstand 1,5 x 1,5 meter in gelijke verhouding. Totaal 190 stuks op een oppervlakte van 430 m2.

O:

Aan te leggen wadi met noodoverstort naar achtergelegen sloot.

Fragment uit 1920 (bron; topotijdreis.nl) Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L landschapsontwerpers).

9 Project: Landschappelijke inpasssing

Getekend:

DA

Status:

DO

Noord:

Adres:

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal: 1:1000

Datum:

21-02-2025

Leuvenumseveld 50

Locatie: Ermelo

^

5. Groen- en natuurinclusief bouwen Na vaststelling van de Groenvisie 2017-2027, dient een uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen op te worden gesteld. De strekking van de nota dient te zijn dat bij elke nieuwbouwaanvraag het thema groen- en natuurinclusief bouwen aan de orde is en zo mogelijk ook uitvoering hiervan wordt verlangd. Op 16 april 2019 is in de commissie Infrastructuur en Ruimte het voorstel met betrekking tot de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen behandeld. De Wethouder heeft toen op verzoek van de commissieleden het voorstel teruggenomen en toegezegd: • het addendum van de commissie mee te nemen in het afwegingskader woningbouw; • wel door te gaan met stimuleringsbeleid voor groen- en natuurinclusief bouwen. Doelstellingen groen- en natuurinclusief bouwen Het groen in, op en aan gebouwen is van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van Ermelo. Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer groen in de woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van groot belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor de biodiversiteit in Ermelo, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Het begrip “groen- en natuurinclusief bouwen” wordt dus breed uitgelegd. 10

Het puntensysteem Bij projecten, waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen), en bij wijzigingen van bestemmingsplannen wordt een verplicht puntensysteem gehanteerd. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten bijv. aanleg infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. De essentie van het puntensysteem is dat de initiatiefnemer maatregelen neemt waarbij elke maatregel 1, 2 of 3 punten waard is. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. De keuze uit de onderstaande lijst van maatregelen dient gebaseerd te zijn op ecologische advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groen- en natuurinclusief bouwen. Overigens is dit niet (geheel) nieuw. Immers bij (bouw) projecten wordt nu al natuuronderzoek gedaan waar ook vaak advies over maatregelen met betrekking tot groen- en natuurinclusief bouwen wordt gegeven, maar deze zijn dan niet verplicht. Nu worden de maatregelen wel verplicht. Gekozen is voor praktische en compacte lijst van maatregelen met verwijzingen naar voorbeelden.

5.1 Stappenplan Stap 1 – bepalen omvang project De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang, hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld: A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2. B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2.000 m2 C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m2 en 10.000 m2. D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m2. Stap 2 – het verplichte aantal te behalen punten: A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2, 5 punten. B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2.000 m2, 11 punten. C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m2 en 10.000 m2, 16 punten. D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m2,

De ontwikkeling wordt ingeschaald onder “C”. Het betreft een grootschalig project met een oppervlakte tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2. 5.2 Maatregelen inclusief punten Onderdeel gevel/daken 1 Geveltuin 1 Groen dak met sedum 2 Groen dak met sedum, grassen en kruiden 3 Groen dak met sedum, grassen, kruiden en dwergheesters 3 Groen dak met sedum, grassen, kruiden, dwergheesters, struiken en bomen 3 Bruindak met zand en steen als nestplaats voor o.a. scholeksters en plevieren 2 Bekleding van gevels en losse muren met inheemse planten In het plan zijn er geen aspecten opgenomen op het gebied van gevel-, muur- of dakbekleding. Er zijn derhalve geen punten toegekend op dit onderdeel.

26 punten.

11

Onderdeel fauna

Onderdeel flora

1 Insectenstenen of insectenhotels 1 Nestkast voor vlinders 3 x 1 Nestplaats voor vogels (o.a. zwaluw, mus, enz.) 1 Het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar 1 Verblijfplaats voor vleermuizen 1 Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen 1 Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o.a. egel)

1 Drie inheemse bomen 1 Vijf inheemse struiken 1 De vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen inheemse bloeiende planten 4 x 1 Inheemse haag > 10 meter 1 Takkenril langer dan 5 meter en breder dan 1 meter 2 Boomgaard met > 10 fruitbomen 1 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen kleiner dan 100 m2 2 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 100 m2 en kleiner dan 1000 m2 3 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 1000 m2 1 Zoomvegetatie langs perceelrand(en) 1 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen korter dan 50 meter breder dan 3 meter 2 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen langer dan 50 meter breder dan 3 meter 1 Inheems bosje > 50m2 en kleiner dan 100 m2 2 Inheems bosje > 100 m2 kleiner dan 300 m2 3 Inheems bosje > 300 m2

In het plan zijn aspecten opgenomen op het gebied van fauna. Het gaat om meerdere zaken waaronder meerdere nestplaatsen voor vogels. Verblijfplaats voor vleermuizen en de tuinverlichting wordt afgestemd op vleermuizen. Met de voorgenomen maatregelen brengt het totaal op 5 punten.

In het plan zijn aspecten opgenomen op het gebied van flora. Totaal kunnen er daarmee 8 punten worden toegekend.

12

Onderdeel ecologie

Onderdeel regenwater

2 Creëren overhoekje met graansoorten > 100 m2 2 Mantel- en zoomvegetatie toegepast in de overgang naar bosranden > 100 m2 1 Het maaibeleid houdt nadrukkelijk rekening met natuurwaarden. 1 Natuurlijke poel doorsnede kleiner dan 20 meter 3 Natuurlijke poel doorsnede groter dan 20 meter 1 Tuinvijver 1 Waterschaal voor vogels 2 Natuurvriendelijke oever > 10 m 1 Ecologische wadi

1 Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een tweede gebruik 1 Alle oppervlakten op het terrein zijn water doorlaatbaar 1 Grijswater wordt verwerkt op het terrein en hergebruikt

In het plan zijn er geen aspecten opgenomen op het gebied van regenwater. Er zijn derhalve geen punten toegekend op dit onderdeel.

Op het gebied van ecologie is geen rekening gehouden met één aspect. Derhalve kan geen enkel punt worden toegekend.

13

Onderdeel overig 1 Bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en de tuin wordt op het terrein gecomposteerd. 1 Gerecycleerde materialen worden op het terrein gebruikt. 2 Natuurspeelplaats (voor vlinders, bijen, vogels en planten) > 100 m2 3 Al het bestaande groen in het plangebied blijft behouden In het plan zijn aspecten opgenomen op het gebied van overig. Het bestaande groen in het plan wordt behouden. Daarom worden er 3 punten toegekend. Zijn andere maatregelen toegestaan? Ja, andere maatregelen zijn toegestaan. De andere maatregelen dienen gebaseerd te zijn op ecologisch advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groenen natuurinclusief bouwen. Op deze wijze kan maatwerk worden geleverd en is de lijst geen limitatieve lijst met maatregelen. Mocht dit zich voordoen dan zal de vakspecialist van de gemeente de maatregelen beoordelen en de punten bepalen. 5.3 Verplicht aantal punten Alle punten dienen bij elkaar op te worden geteld en er dient te worden gezorgd dat het verplichte aantal punten is behaald. (Meer punten mag natuurlijk ook). De aan de punten verbonden maatregelen dienen 14

onlosmakelijk deel uit te maken van het project. Zij worden vastgelegd in de (anterieure) overeenkomst met de initiatiefnemer en in een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Ook bij projecten, waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen) dient aan het verplichte aantal punten te worden voldaan. Tevens dient dan de aan de punten verbonden maatregelen onlosmakelijk deel uit te maken van het project. Alleen aanvragen van projecten die het verplicht aantal punten hebben behaald worden meegenomen in de prioriteringsronde van het afwegingskader woningbouw. Met voorgenoemde worden op de volgende onderdelen punten behaald: - Fauna - Flora - Overig

5 punten 8 punten 3 punten

Totaal is er sprake van 16 punten waarmee voldaan wordt aan de vereiste van minimaal 16 punten. De maatregelen zijn opgenomen op de landschappelijke inpassing met uitzondering van de maatregelen op het gebied van de fauna. Deze maatregelen zullen naderhand op aanwezigheid getoetst moeten worden.

A:

Het plaatsen van 3 nestkasten.

B:

Vleermuizenverblijfplaats.

C:

Drie nieuw te planten inheemse bomen.

D:

Inheemse haagelementen van 10 meter of langer.

E:

Bloemrijk grasland/kruidenrijke rand met een oppervlakte meer dan 100 m2 en kleiner dan 1000 m2.

F:

Nieuw aan te planten zoomvegetatie.

Nieuwe situatie natuurinclusief bouwen, niet op schaal. (Bron: N+L landschapsontwerpers).

15 Project: Landschappelijke inpasssing

Getekend:

DA

Status:

DO

Noord:

Adres:

Gecontroleerd:

NH

Formaat:

A3

Schaal: 1:1000

Datum:

18-10-2024

Leuvenumseveld 50

Locatie: Ermelo

^

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

16

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschap.nl • www.nl-landschap.nl

Verliesfactor

Verliesfactor 1

Categorie Totalen Totale oppervlakte (ha) Verliespunten

Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op 0,0000 0

Impactfactor

Impactfactor 1

Categorie Basispunten per wooneenheid Aantal eenheden Basispunten per woonbestemming ha. Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden? Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen

Woningen 20 3 400 0,7 Nee Nee Nee Nee 340 340

Impactfactor 2

Categorie Basispunten per eenheid Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden?

Bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 1500 -0,11 Nee Nee Nee

Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen Totalen Totale oppervlakte (ha), excl. windturbines Impactpunten

Nee -165 -165 0,5900 175

Versterkingsmaatregelen

Versterkingsmaatregel 1 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Versterkingsmaatregel 2 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Versterkingsmaatregel 3 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Totalen Totale oppervlakte (ha) excl. speciale elementen Versterkingspunten

Houtwal, houtsingel, elzensingel 3000 0,043 Nee Nee 129 129 Struweelhaag of scheerhaag 3000 0,006 Nee Nee 18 18 Kruiden- en faunarijke akker 1000 0,03 Nee Nee 30 30 0,0790 177

Balans versterkingsopgave en versterkingsmaatregelen

Verliesfactor Totaal verliespunten Totale oppervlakte Hectare m² Impactfactor Totaal impactpunten Totale oppervlakte excl. windturbines Hectare m² Versterkingsopgave Totaal punten Versterkingsmaatregelen Totaal versterkingspunten Totale oppervlakte excl. speciale elementen Hectare m² Balans Balans = versterkingsmaatregelen versterkingsopgave =

0,00 0,00 0 175,00 0,59 5900 175 177,00 0,08 800 2

Titelblad

ADRES:

Leuvenumseveld 50

POSTCODE:

3852 PG

PLAATS:

Ermelo

NAAM:

Teus' Advies

ADRES:

Anthonie Fokkerstraat 61K

POSTCODE:

3772 MP

PLAATS:

Barneveld

TELEFOONNUMMER:

06-38907230

CONTACTPERSOON:

Dhr. D. Anbeek

E-MAILADRES:

dave@teusadvies.nl

NAAM:

SMV Milieukundig Veldwerker BV (K46240/10)

VELDWERKER:

Dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt

DATUM VELDWERK:

2 mei 2025

DATUM MONSTERNEMING GRONDWATER:

13 mei 2025

PROJECTNUMMER:

250432

PROJECTLEIDER:

Mevr. A.V. (Vera) Joustra

AUTORISATIEDATUM:

29 september 2025

Versiebeheer Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer

Autorisatiedatum

Wijzigingen

1

5 juni 2025

Geen; eerste uitgifte

2

29 september 2025

Een aantal druppelzones is (her)bemonsterd. De conclusies van de anayseresultaten zijn aangepast.

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Inhoud Titelblad ................................................................................................................................ 2 Inhoud ................................................................................................................................... 3 Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1.

2

3

Inleiding ........................................................................................................................ 6 1.1

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................... 6

1.2

Normering en certificatie ....................................................................................... 6

Vooronderzoek .............................................................................................................. 7 2.1

Onderzoekslocatie ................................................................................................. 7

2.2

Historisch onderzoek.............................................................................................. 8

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie ......................................................................... 9

2.4

Terreininspectie en visuele inspectie.....................................................................10

2.5

Onderzoekshypothese ..........................................................................................10

2.6

Onderzoeksopzet ..................................................................................................13

Veldonderzoek .............................................................................................................14 3.1 Boringen en peilbuizen .............................................................................................14 3.2 Bemonstering ...........................................................................................................14

4

Laboratoriumonderzoek ...............................................................................................16 4.1

Laboratorium ........................................................................................................16

4.2

Resultaten en interpretatie ....................................................................................17

Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................19

Bijlagen A. Tekeningen B. Foto’s C. Vooronderzoek D. Boorprofielen en veldverslag E. Analysecertificaten F. Toetsingsresultaten G. Functiescheiding

Samenvatting In opdracht van Teus’ Advies is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740:2023 en NEN 5707+C2:2017 uitgevoerd op de locatie Leuvenumseveld 50 te Ermelo. De aanleiding is de voorgenomen herontwikkeling van een deel van het perceel. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit in relatie met de gewenste toekomstige functie van de locatie en om na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het bodemonderzoek is uitgevoerd de volgende strategieën en hypotheses: Gehele terrein: De onderzoekslocatie is op kleinschalig niveau onverdacht voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.1). De oppervlakte van de deze locatie is ongeveer 4.200 m2. Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Druppelzones: Ter plaatse van de vier druppelzones wordt uitgegaan van een verdachte actuele contactzone op de locatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbest ter plaatse van het terreindeel met de panden met golfplaten. De toplaag wordt als verdachte laag beschouwd. In mengmonsters MMA01 en MMA02 is geen asbest aangetoond. In mengmonsters MMA03 en MMA04 is een licht gehalte aan asbest aangetoond. Dit overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg.ds), of de waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg.ds), niet. MMA03 en MMA04 zijn nogmaals bemonsterd. Bij deze herbemonstering zijn ook MMA05.1, MMA02.2 en MMA05.2 geanalyseerd. Hierbij zijn maximaal lichte gehaltes aan asbest aangetroffen. Het gehalte voor nader onderzoek wordt niet overschreden. Een nader onderzoek is niet benodigd. De resultaten van de (her)bemonstering zijn grofweg vergelijkbaar. Kleine verschillen kunnen ontstaan doordat de inspectiegaten op verschillende plekken zijn gegraven. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt echter wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

Overig: Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

1. Inleiding

In opdracht van Teus’ Advies is een verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de NEN 5740:2023 en NEN 5707+C2:2017 uitgevoerd op de locatie Leuvenumseveld 50 te Ermelo. De aanleiding is de voorgenomen herontwikkeling van een deel van het perceel. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit in relatie met de gewenste toekomstige functie van de locatie en om na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem.

Baecx B.V. is gecertificeerd (certificaatcode NC-SIK-20353) door Normec Certification voor het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken conform BRL SIKB 2000, met bijbehorende protocollen 2001, 2002 en 2018 en werkt volgens de normeringen NEN 5707, 5725, 5740, 5744 en 5755. Het kwaliteitssysteem van Baecx B.V. voldoet aan de eisen van de NEN EN-ISO 9001:2015. SMV Milieukundig Veldwerker BV verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 (zie bijlage G). Dit verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740:2023 en NEN 5707+C2:2017. Het veldwerk wordt uitgevoerd conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ met de daarbij behorende protocol 2001, 2002 en 2018 versie 7.0.

2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en conform, voor zover relevant, de NEN 5725:2023. Toch kan het zijn dat bepaalde informatie niet naar voren is gekomen uit de beschikbare bronnen. Voorafgaand aan het veldwerk is er een terreininspectie als afsluiting van het vooronderzoek uitgevoerd (zie § 2.4).

Kadastrale gegevens Coördinaten Functie perceel Voormalig gebruik Toekomstig gebruik Bebouwing Oppervlakte onderzoekslocatie

EML00 D 1839 X: 52.28132669302347, Y: 5.715125137645716 Agrarisch Agrarisch Wonen Meerdere panden 4.200 m²

Afbeelding onderzoekslocatie te slopen panden en toekomstige nieuwbouw

De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Ermelo. Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. Het maaiveld is deels voorzien van een tegelverharding. Het overige terrein is momenteel onverhard. In bijlage A is op de kadastrale kaart de afbakening van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage B zijn een aantal foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

Onderstaand zijn de verschillende geraadpleegd bronnen en relevante informatie weergegeven met betrekking tot onder andere potentieel bodembedreigende activiteiten. Bodemloket Gemeente, omgevingsdienst en Provincie Opdrachtgever en eigenaar Topotijdreis Asbestkansenkaart (indien beschikbaar) Eventuele overige bronnen Eigen archief Hieronder zijn de verkregen bodemgerelateerde documenten nader omschreven. Dit is naar voren gekomen vanuit ons eigen archief. Type Auteur Referentie Autorisatiedatum Leuvenumseveld 50 Ermelo Asbestinventarisatie Baecx B.V. 231180 10 november 2023 Conclusie: Meerdere panden aangetroffen met asbesthoudende daken

De betreffende documenten zijn niet toegevoegd als bijlage, maar wel digitaal beschikbaar en bij Baecx B.V. opvraagbaar. Zie bijlage C voor een uitgebreidere samenvatting per document. Uit de historische informatie van de Provincie Gelderland blijkt dat er op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen activiteiten/calamiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Volgens de Asbestkansenkaart van de Provincie Gelderland is de onderzoekslocatie verdacht op asbest en zijn er asbestverdachte gebouwen aanwezig, zie bijlage C. Bron

Van toepassing

Toelichting

Historische calamiteit met asbest geweest? (storm, brand, explosie)

Nee

-

Asbest producerende bedrijven aanwezig geweest?

Nee

-

Opstallen met asbestverdacht dak of wandbeplating?

Ja

Meerdere panden, zie bijlage C

Ophooglaag aanwezig?

Nee

-

Asbestwegen, -erven, -dammen, -dempingen?

Nee

-

Bron

Van toepassing

Toelichting

Asbesthoudende beschoeiingen?

Nee

-

Aanwezigheid van glastuinbouw? (of geweest?)

Nee

-

Aanwezigheid van puin houdende grond of depots (of voormalige)

Nee

-

Op de locatie is in het algemeen een asbestverdenking omdat boerenerven als asbestverdacht bestempeld worden vanwege het veel voorkomen van asbest in en op gebouwen. Vanuit de geraadpleegde historische kadasterkaarten (Topotijdreis) is niet af te leiden dat er dempingen of ophogingen aanwezig zijn, zie bijlage C. Ook is de Bodemkwaliteitskaart geraadpleegd om inzicht te krijgen in de vermoedelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Hieruit is gebleken dat het onderzoeksgebied ligt in de zone ‘Landbouw/ Natuur’ van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Ermelo. Uit de ontgravingskaart blijkt dat de bovengrond voldoet aan de klasse ‘Landbouw/ Natuur’ en de ondergrond aan klasse ‘Landbouw/ Natuur’. Conclusie bureaustudie Op de onderzoekslocatie zijn geen verdachte activiteiten of verontreinigingen bekend. Wel zijn meerdere panden met mogelijke asbesthoudende daken aanwezig. Hier zijn mogelijke druppelzones aanwezig die verdacht zijn op asbest. Dit maakt het terrein tevens verdacht op asbest. Het overige terrein is naast de verdenking op asbest onverdacht. De verwachte bodemkwaliteit van zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Landbouw/ Natuur’.

Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De geohydrologische bodemopbouw is samengevat in onderstaande tabel. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zicht circa 23 meter boven NAP. Diepte (m-mv) 0,00 – 0,30 0,30 – 0,55 0,55 – 0,90 0,90 – 9,00

Samenstelling Zand Zand Zand Zand

Parameters Matig fijn Matig fijn Matig grof, grindig Matig grof, grindig

Bron: Dinoloket

De verwachte grondwaterstand bedraagt 1,5 meter minus maaiveld. Regionaal is de stromingsrichting van het grondwater noordelijk gericht.

Op 2 mei 2025 is het onderzoeksgebied bezocht door dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt. Hierbij zijn aanvullende gegevens over de onderzoekslocatie verzameld. Deze vormden geen aanleiding tot het wijzigen van de eerder vastgestelde hypothese en onderzoeksopzet. Aan de hand van de ervaring van de veldwerker, het type grond, de conditie van de toplaag en de conditie van het maaiveld is de inspectie-efficiëntie geschat op 70% - 90. Er is geen asbestverdacht materiaal en/ of puin op het maaiveld aangetroffen. Bij pand A is aan de noordkant een druppelzone aangetroffen. Bij panden B en D zijn geen druppelzones aangetroffen. Bij panden C, E en F is aan de westkant een druppelzone aangetroffen. Tijdens de terreinverkenning is aandacht besteed aan de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop. Deze is niet aangetroffen op of rond het terrein.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie op kleinschalig niveau onverdacht is voor bodemverontreiniging. Er is op dit moment niets bekend over de aanwezigheid van eventuele ondergrondse tanks. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. Op basis van het vooronderzoek bestaat geen noodzaak het aantal stoffen uit het standaardpakket te wijzigen of aan te vullen. Gehele terrein: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie op kleinschalig niveau onverdacht is voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.1). De oppervlakte van de deze locatie is ongeveer 4.200 m2. Asbestverdacht terrein: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt geconcludeerd dat het boerenerf verdacht is voor bodemverontreiniging, namelijk asbest. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). De oppervlakte van de deze locatie is ongeveer 4.200 m2.

Druppelzones: Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een verdachte actuele contactzone op de locatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbest ter plaatse van het terreindeel met de panden met golfplaten. De toplaag wordt als verdachte laag beschouwd. De druppelzones zijn gedefinieerd als 1 meter breed gemeten vanaf de bebouwing ter plaatse van de inspoelzone*. Er wordt uitgegaan van een duidelijke verontreinigingskern. De onderzoekshypothese wordt verdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “verdachte locatie op asbest met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern, namelijk de toplaag (VEP)” (zie NEN 5707 paragraaf 6.4.4.). * Geofox-Lexmond B.V. en Eelerwoude B.V., Erosie van asbestdaken, Bijzonder inventariserend onderzoek, 201361980/JOOS, d.d. 29-9-2014

Op basis van het vooronderzoek worden de druppelzones en het asbestverdachte boerenerf op asbest onderzocht. De overige locatie wordt geanalyseerd op het standaardpakket.

A

C

E

D

F

Afbeelding onderzoekslocatie met deellocaties

B

Gehele terrein De te onderzoeken deellocatie bedraagt ca. 4.200 m². Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “onverdachte locatie (ONV)” (zie NEN paragraaf 5.1). Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses: * **

11 boringen in de bovengrond tot 0,5 meter – maaiveld 3 boringen in de ondergrond tot maximaal 2 meter – maaiveld of grondwaterniveau 1 boring met peilbuis 3 standaardpakketten grond* 1 standaardpakket grondwater**

Standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie. Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie.

Asbestverdacht terrein De te onderzoeken deellocatie bedraagt ca. 4.200 m². Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5707, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). Volgens de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses:

12 minimaal visueel te inspecteren punten op maaiveld 12 inspectiegaten in de verdachte laag 2 boringen tot de onverdachte ondergrond 2 standaardpakketten asbest in grond

Deze onderzoekslocatie kan eventueel wegvallen indien geen asbestverdachte materialen worden waargenomen in de grond en op het terrein. Druppelzones Gezien de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: “verdacht op asbest, diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming” (zie NEN5707 paragraaf 6.4.5). Volgens deze strategie dienen minimaal de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk: Analyses:

2 minimaal visueel te inspecteren punten op maaiveld 2 inspectiegaten tot de onverdachte ondergrond 1 standaardpakketten asbest in grond

3

Veldonderzoek

Op 2 mei 2025 is het veldwerk uitgevoerd door dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt conform de BRL SIKB 2000, versie 6.0 en het bijbehorende protocollen 2001 (versie 7.0), 2002 (versie 7.0) en 2018 (versie 7.0). De onderzoekslocatie is visueel beoordeeld en er zijn geen verontreinigingen zintuigelijk waargenomen. Het maaiveld is voorzien van tegelverharding. In bijlage A is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie met hierop de geplaatste boringen en peilbuizen opgenomen. Er zijn 11 ondiepe boringen, 3 diepe boringen en 1 peilbuis geplaatst. Ook zijn 6 inspectiegaten gegraven. De opgeboorde grond is visueel beoordeeld en de zintuigelijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen (zie bijlage D). Op 29 augustus 2025 is aanvullend veldwerk uitgevoerd door dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt conform de BRL SIKB 2000, versie 6.0 en het bijbehorende protocol 2018 (versie 7.0). Hierbij zijn druppelzones DZ03, DZ04, DZ05.1 en DZ05.2 bemonsterd. Tijdens het boren zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De verdenking op asbest is derhalve niet van toepassing op de onderzoekslocatie, met uitzondering van de druppelzones. Als filters van geplaatste peilbuizen geplaatst zijn in goed doorlatende bodemlagen, kan het aanvullen van het boorgat met filtergrind achterwege blijven (BRL SIKB protocol 2001, versie 7.0, pagina 18).

Indien van toepassing is dit terug te vinden in de boorprofielen (bijlage D).

De monstername van de grond heeft plaatsgevonden op 2 mei 2025 door dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt. Veldwaarnemingen: Er zijn geen afwijkende veldwaarnemingen geconstateerd die kunnen duiden op een bodemverontreiniging tijdens het veldwerk. Ook zijn er geen asbestverdachte materialen aangetroffen in de boringen of op het maaiveld. De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 13 mei 2025 door dhr. J.G.J. (Joris) Bosvelt. Bij het afpompen en de monsterneming zijn geen bijzonderheden waargenomen. De veldmetingen aan het grondwater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Peilbuis PB01

Grondwaterstand (m-mv) 1,40

Zuurgraad (-) 7.51

Geleidbaarheid (µS/cm) 830

Troebelheid (NTU) 41.4

De waarden voor de zuurgraad en de geleidbaarheid worden als normaal beschouwd. In het grondwatermonster is een verhoogde troebelheid gemeten (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Wij achten dan ook dat het licht verhoogde troebelheid het eindresultaat niet negatief beïnvloed heeft. De grondwaterstand tijdens de watermonstername was 10 centimeter lager dan de bepaalde grondwaterstand tijdens de plaatsing van de peilbuis. Dit heeft aannemelijk geen gevolgen voor de resultaten.

4

Laboratoriumonderzoek

Van de genomen monsters zijn door de projectleider 3 mengmonsters samengesteld welke vervolgens door het laboratorium zijn samengevoegd. De monsters zijn afzonderlijk verpakt, geconserveerd en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van AL-West B.V. te Deventer. Het laboratorium is door Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd. De monsteranalyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS 3000 en de onderliggende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabel. Gehele terrein Monstercode MMG01 MMG02 MMG03

Boorgaten 01.1 + 02.1 + 05.1 + 06.1 + 08.1 + 09.1 + 10.1 + 11.1 03.1 + 04.1 + 07.1 + 12.1 + 13.1 + 14.1 + 15.1 01.2 + 01.3 + 02.2 + 02.3 + 03.2 + 03.3 + 04.3

Traject (m – mv) 0,00 – 0,50

Analysepakket standaardpakket grond*

0,00 – 0,50

standaardpakket grond*

0,50 – 1,00

standaardpakket grond*

Grondwater Samenstelling PB01 *

Nummer 1

Analysepakket standaardpakket grondwater*

standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie

Druppelzones Monstercode MMA01 MMA02 MMA03 MMA04

Boorgaten DZ1.1 + DZ1.2 DZ2 DZ3.1 + 3.2 DZ4

Traject (m – mv) 0,00 – 0,30 0,00 – 0,30 0,00 – 0,30 0,00 – 0,30

Analysepakket Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond

Per abuis is bij de druppelzones tot 0,30 m -mv gegraven in plaats van 0,10 m -mv. kijkend naar de analyseresultaten zal het gehalte aan asbest nog steeds onder 50 mg/kg.ds blijven indien alle aangetroffen asbest zich in de bovenste 0,10 m -mv bevindt. De resultaten worden derhalve als representatief gezien. Heranalyses druppelzones Omdat ter plaatse van de druppelzones tot 0,30 m -mv is gegraven in plaats van 0,10 m -mv, is ervoor gekozen om de druppelzones waar een gehalte aan asbest is aangetoond opnieuw te bemonsteren. Ook zijn hierbij de benamingen van de druppelzones aangepast (zie bijlage A). DZ05 is gesplitst in DZ05.1 en DZ05.2 en DZ06 betreft een nieuwe druppelzone die tijdens het eerste veldwerkbezoek niet is bemonsterd.

Monstercode MMA02 MMA03 MMA04 MMA05.1 MMA05.2

Boorgaten DZ02.2 DZ03 DZ04 DZ05.1 DZ05.2

Traject (m – mv) 0,00 – 0,10 0,00 – 0,10 0,00 – 0,10 0,00 – 0,10 0,00 – 0,10

Analysepakket Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond Asbest in grond

De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage E. De tabel met berekende toetsingswaarden resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage F. Gehele terrein Monstercode*

MMG01 MMG02 MMG03

> LN -

>I -

-

-

-

-

LN= Landbouw/ Natuur (licht verhoogd) I = interventiewaarde (sterk verhoogd) * Allen conform toetsing aan Omgevingswet

Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Grondwater Grondwatermonster

>S -

PB01

>I -

S = streefwaarde (licht verhoogd) I = interventiewaarde (sterk verhoogd)

Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in het grondwater. Druppelzones Monstercode

MMA01 MMA02 MMA03 MMA04

Gewogen concentratie <2

Overschrijding interventiewaarde (100 mg/kg ds) Nee

<2

Nee

13

Nee

5,9

Nee

In het laboratorium is het aantal en de soort vezels in de fractie <0,5 mm onderzocht met de optische lichtmicroscoop. Het aantal en soort vezels is onderaan het analysecertificaat weergegeven. Volgens Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is de grens voor de interventiewaarde in het kader van een risicobeoordeling van asbest voor deze vezels 10 mg/kg droge stof. Door de geringe hoeveelheid aangetoonde vezels in de mengmonsters is het niet mogelijk dat er een gehalte van >10 mg/kg droge stof aanwezig is. Naar ons idee is het gerapporteerde asbestgehalte hiermee voldoende onderzocht en is een SEM-analyse niet nodig.

In mengmonsters MMA01 en MMA02 is geen asbest aangetoond. In mengmonsters MMA03 en MMA04 is een licht gehalte aan asbest aangetoond. Dit overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg.ds), of de waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg.ds), niet. Heranalyse druppelzones Monstercode

MMA02 MMA03 MMA04 MMA05.1 MMA05.2

Gewogen concentratie 4 6,2

Overschrijding interventiewaarde (100 mg/kg ds) Nee

17

Nee Nee

<2

Nee

26

Nee

In de heranalyse van MMA03 en MMA04 is een laag gehalte aan asbest aangetoond. De waarde voor nader onderzoek of voor een SEM-analyse wordt niet overschreden (50 mg/kg.ds). Ook in de overige druppelzones wordt dit gehalte niet overschreden.

Conclusies en aanbevelingen Het bodemonderzoek is uitgevoerd de volgende strategieën en hypotheses: Gehele terrein: De onderzoekslocatie is op kleinschalig niveau onverdacht voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. De onderzoeksstrategie is hierbij “kleinschalig onverdachte locatie (ONV-NL)” (zie NEN paragraaf 5.1). De oppervlakte van de deze locatie is ongeveer 4.200 m2. Er zijn geen verhogingen aangetoond aan analytisch onderzochte stoffen in de boven- en ondergrond. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Druppelzones: Ter plaatse van de vier druppelzones wordt uitgegaan van een verdachte actuele contactzone op de locatie met betrekking tot de aanwezigheid van asbest ter plaatse van het terreindeel met de panden met golfplaten. De toplaag wordt als verdachte laag beschouwd. In mengmonsters MMA01 en MMA02 is geen asbest aangetoond. In mengmonsters MMA03 en MMA04 is een licht gehalte aan asbest aangetoond. Dit overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg.ds), of de waarde voor nader onderzoek (50 mg/kg.ds), niet. MMA03 en MMA04 zijn nogmaals bemonsterd. Bij deze herbemonstering zijn ook MMA05.1, MMA02.2 en MMA05.2 geanalyseerd. Hierbij zijn maximaal lichte gehaltes aan asbest aangetroffen.

Het gehalte voor nader onderzoek wordt niet overschreden. Een nader onderzoek is niet benodigd. De resultaten van de (her)bemonstering zijn grofweg vergelijkbaar. Kleine verschillen kunnen ontstaan doordat de inspectiegaten op verschillende plekken zijn gegraven. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese formeel gezien te worden geaccepteerd. De locatie wordt echter wel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Overig: Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Bijlage A

sit uat ie t ekening onderzoek Le u ve n u m se ve ld 5 0 Er m e lo project code 250432

N

dat um 2 9 -0 9 -2 0 2 5 schaal 1 :7 5 0 op A4 paraaf

13

legenda

14

07

04

peilbuis boring < 0.5m boring < 1m

15

boring < 1.5m

DZ1 DZ1.1

boring < 2m

12 06

DZ1.2 DZ1 08

boring > = 2m

DZ4 DZ04.2

inspect iegat

03

sleuf

DZ05.1.1

05

DZ05.2.1 11

DZ03.1

02

DZ05.1.2

DZ05.2.2

DZ05.2.1

DZ3.1 DZ05.2.2 DZ03.3

01

DZ03.2 DZ3.2 DZ03.4

DZ2 DZ02.2

09

10

25 m

slib depot overigen

onderzoekslocatie druppelzones Regionale grondwaterstroming noordelijk

Bijlage B

DZ01

DZ02

DZ03

DZ04

DZ05.1

DZ05.2

DZ06

Bijlage C

Type Auteur Leuvenumseveld 50 Ermelo Asbestinventarisatie Baecx B.V. Conclusie:

Referentie

Autorisatiedatum

231180

10 november 2023

Meerdere panden aangetroffen met asbesthoudende daken

Bovengrond

Ondergrond

Bijlage D

01

1

berm / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal bruin, edelm an

1 50

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart , edelm an

2 100

-100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, edelm an

3 150 4 200

200

250

300

300 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

-300

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 9 6 .8 2 4 7 6 5 6 3 .6 9 1 .5

02

cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal bruin, edelm an

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, , edelm an

50

0

-50

100 3 150 t ype dat um boorm eest er x y

-150

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 5 4 .1 9 4 7 6 5 6 9 .1 5

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Le u ve n u m se ve ld 5 0 Er m e lo 250432 N EN 6 6 9 3

03

berm / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal bruin, edelm an

50 2 100

-100 3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, , edelm an

150 t ype dat um boorm eest er x y

-150

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 1 4 .6 7 4 7 6 5 8 0 .7 0

04

berm / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, zeer fijn, st erk silt ig, donker bruin, edelm an

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an

0

50 -60

100 4 150 t ype dat um boorm eest er x y

-150

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 0 1 .2 3 4 7 6 5 9 5 .6 1

05

berm / cm t ov m aaiveld

0

0

, edelm an 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 8 8 .2 1 4 7 6 5 7 7 .5 5

06

berm / cm t ov m aaiveld

0

0

, edelm an 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 8 1 .2 8 4 7 6 5 8 1 .3 3

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Le u ve n u m se ve ld 5 0 Er m e lo 250432 N EN 6 6 9 3

07

berm / cm t ov m aaiveld

0

0

, edelm an 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 7 0 .7 8 4 7 6 5 9 9 .3 9

08

berm / cm t ov m aaiveld

0

0

, edelm an 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, edelm an -50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 6 8 .6 8 4 7 6 5 7 7 .1 3

09

cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 8 9 .5 7 4 7 6 5 5 1 .3 0

10

cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 9 4 .9 3 4 7 6 5 4 2 .0 6

11

cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, geel, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, geel, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, geel, edelm an

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 0 2 .4 9 4 7 6 5 7 1 .8 8

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Le u ve n u m se ve ld 5 0 Er m e lo 250432 N EN 6 6 9 3

12

cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 0 1 .6 5 4 7 6 5 8 5 .1 1

13

cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 7 6 .1 3 4 7 6 6 0 9 .5 8

14

cm t ov m aaiveld

0 1

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 9 6 .8 2 4 7 6 5 9 9 .9 2

15

cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, zeer fijn, st erk silt ig, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, zeer fijn, st erk silt ig, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, zeer fijn, st erk silt ig, donker bruin, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, geel, edelm an

-50

g r on d b or in g 0 6 -0 5 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 1 5 .3 0 4 7 6 5 8 9 .8 4

DZ0 2 .2 0

berm / cm t ov m aaiveld 1

0

zand, zwak silt ig, , schep -10

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 2 9 -0 8 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 3 8 5 .1 6 4 7 6 5 5 9 .4 9

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Le u ve n u m se ve ld 5 0 Er m e lo 250432 N EN 6 6 9 3

DZ0 4 .1 0

berm / cm t ov m aaiveld 1

0

zand, zwak silt ig, , schep -10

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 2 9 -0 8 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt

DZ0 5 .1 .1 0

1

berm / cm t ov m aaiveld

0

zand, zwak silt ig, , schep -10

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 2 9 -0 8 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 1 9 .5 5 4 7 6 5 7 7 .8 7

DZ0 5 .2 .1 0

1

berm / cm t ov m aaiveld

0

zand, zwak silt ig, , schep -10

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 2 9 -0 8 -2 0 2 5 Jor is Bosve lt 1 7 7 4 1 5 .6 1 4 7 6 5 7 0 .3 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16644565/1