Kadernota 2026-2029
Tekst van het document
−
− − −
− −
vervroegde vervanging van PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen) als gevolg van voortschrijdende ontwikkelingen en strengere eisen van wet-/regelgeving; (13) het risico van extra kosten (werkplekfaciliteiten) voor tijdelijke huisvesting, ter overbrugging naar de 1-post situatie in Apeldoorn, is enerzijds gestegen door mogelijke extra kosten als gevolg van vervroegde verhuizing van het MAC (in 2024/2025), anderzijds wordt het risico(percentage) verlaagd (t.o.v. de begroting 2025) door de verwachting dat de extra aanpassingen hiervoor, o.a. in de ICT infrastructuur, ook blijvend kunnen worden gebruikt; (15) het risico op fouten bij (financiële berekeningen) in/uit personele systemen is verkleind met de genomen maatregelen waarbij systemen nauwer op elkaar worden aangesloten/afgestemd; (18) de kans op het risico dat voor de landelijke koepel (NIPV) hogere bijdragen verschuldigd zijn, is verkleind met een bijstelling van de te verwachten bijdragen hieraan; (19) het in de Kadernota en (Meer)jarenbegroting 2025-2028 berekende risico op rentestijgingen voor aan te trekken financiering, is fors omlaag bijgesteld i.v.m. de 2024 aangetrokken/vastgelegde leningen (ad. € 42.000.000) t.b.v.
het (lopende) vervangingsprogramma blusvoertuigen voor de komende jaren (2024-2026); het risico is bijgesteld tot het niveau van mogelijke verdere rentestijging voor aanvullende benodigde (her)financiering (ca. € 40.000.000) voor verwachte investeringen in de komende jaren; (21) het (berekende) risico van hogere kosten bij het zelf organiseren van de inzet van OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig), na de beëindiging door het Witte Kruis van het contract met de GHOR, blijft voor een lager bedrag (vooralsnog) gehandhaafd; (22) het risico van het wegvallen van OTO-stimuleringsgelden voor de specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’ t.b.v. informatie-uitwisseling tussen zorgpartners en o.a. de VNOG/GHOR, is nieuw opgenomen na het bericht dat deze gelden vervallen vanaf 2026.
Bij het opstellen en doorrekenen van de risico’s voor de benodigde weerstandscapaciteit is, naast de in 2020 vastgestelde Toekomstvisie, gekeken naar belangrijke actuele (externe) ontwikkelingen zoals: − De prijsstijgingen in de afgelopen jaren en de dreiging van nog verdere stijgingen ervan. Dit geldt zowel voor exploitatiekosten zoals energie, brandstof en kleding als voor de investeringsgoederen. Dit risico speelt ook bij kosten voor dienstverleningen zoals (ICT-) licenties. − De mogelijke stijging van rente op de geld- en kapitaalmarkt die VNOG raakt vanwege (toekomstige) investeringen. In 2024 is wel een belangrijk deel van dit risico afgedekt, door de financiering (€ 42.000.000) van de lopende (vervangings)investering in 75 blusvoertuigen; − De ambitie en noodzaak van verduurzaming die ook risico’s met zich brengt. Zo is onzeker of de levensduur van de accu’s van aan te schaffen elektrische voertuigen, toereikend is voor de hele (economische) levensduur van de auto’s. Dit brengt een het risico met zich van extra kosten voor onderhoud bij tussentijdse vervanging. − De (mogelijke) vervroegde vervanging van PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voortschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving is het mogelijk dat materialen waar PFAS in zit zoals bluskleding en -laarzen, versneld moeten worden vervangen en/of afgeschreven.
Een aantal ontwikkelingen en besluiten vraagt het nodige van de VNOG-organisatie. Te denken valt hierbij aan de externe ontwikkelingen van (elkaar opvolgende) crises en ontwikkelingen o.a. op het terrein van energietransitie, informatisering, PFAS-verontreiniging, PTSS, bezuinigingen op overheidsbijdragen (BDuR) en toename van militaire dreiging; intern gaat het om de (organisatorische) gevolgen van de eerder vastgestelde Toekomstvisie, de daarmee samenhangende vervangingen van materiaal en materieel en de demarcatie.
Pagina 26 van 39
De risico’s in de navolgende tabel zullen zich nooit allemaal tegelijk voordoen. Per risico is de verwachte kans weergegeven en het daarvoor benodigde bedrag aan weerstandscapaciteit. Het berekende bedrag komt uit op: € 3.188.000. Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's
1 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, na de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. 2 (On)voldoende bezetting /inzet en (extra) kosten werving vrijwilligers op kazernes door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 3 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 4 Hogere prijzen; exploitatiekosten stijgen uit boven (verwachte) prijsindex. Wereldwijde ontwikkelingen w.o. gewijzigde verhoudingen tussen vraag en (schaarste van) aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 5 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).
50%
bedrag 200.000
70%
558.000
391.000
10%
50.000
5.000
70%
760.000
532.000
50%
91.000
46.000
70%
150.000
105.000
7 Uitval materieel repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 8 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
30%
90.000
27.000
50%
333.750
167.000
9 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen aan eisen RI&E.
30%
25.000
8.000
10 Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Extra kosten (onderhoud) bij doorvoeren elektrificatie , nog onzeker. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). 12 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/-laarzen), versneld te worden vervangen. 13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. Aanpassingen werkplekfaciliteiten en verbindingen (crisiscentrum) ter overbrugging naar huisvesting 1-post. 14 Digitale verstoring (hack systemen), verhinderen uitvoering taken bij crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken.
19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. 21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt. 22 Wegvallen OTO-stimuleringsgelden specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’. De aansluitkosten (voor de OTO-module) stijgen na het wegvallen van de subsidie vanuit het regionaal netwerk acute zorg. Gebruik van de 'LCMS-GZ' is in belang van VNOG/GHOR.
30%
500.000
150.000
50%
600.000
300.000
50%
900.000
450.000
50%
200.000
100.000
30%
500.000
150.000
10%
450.000
45.000
10%
150.000
15.000
10%
300.000
30.000
10% 50%
85.500 900.000
9.000 450.000
10%
300.000
30.000
10%
250.000
25.000
70%
75.000
53.000
Weerstandscapaciteit (euro's) 100.000
3.188.000
Pagina 27 van 39
Naast de gekwantificeerde risico’s zijn de volgende niet kwantificeerde risico’s geïnventariseerd en in onderstaand overzicht weergegeven. Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in Weereuro's standscapaciteit (euro's) bedrag
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOGbij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Voortschrijdende ontwikkelingen w.o. bezuinigingen bij (decentrale) overheden kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv.) coördinatietaken door VNOG. 4 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. 5 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Mogelijke kosten sanering PFAS grond-/bodemverontreiniging. 6 Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken. Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's.
De vervallen, gewijzigde en nieuw opgenomen niet gekwantificeerde risico’s zijn (zie verwijzing cijfer naar overeenkomende regel in voorgaand register): − het risico van onzekere toekomstige impact in financieel of personeel opzicht, van het in 2023 gestarte project VICC (VeiligheidsInformatie en CoördinatieCentrum, thans nieuwe naam: VIK, Veiligheidsinformatieknooppunt) in Oost 5-verband voor de witte kolom, kan vervallen omdat dit project in concept is opgeleverd; − (3) het ook in de Kadernota en Begroting 2025-2028 benoemde risico van ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor (bijv.) coördinatietaken door VNOG, is in de huidige beschrijving meer toegespitst op de in 2024 aangekondigde bezuinigingen op de BDuR; − (5) het risico van verontreinigde grond/bodem bij kazernes en oefenpleinen door PFAS en de mogelijke kosten van sanering, is bij ‘niet-gekwantificeerd’ opgenomen omdat dit risico een VNOG overstijgende aangelegenheid is, dat geldt ook voor de mogelijk hieruit voortvloeiende financiële risico’s; − (6) de toegenomen landelijke aandacht voor posttraumatische stressstoornissen ook bij uitvoering van brandweertaken, kan consequenties hebben voor VNOG als gaat de daaraan te besteden tijd en middelen. − Onder andere in het kader van de nieuwe één-post in Apeldoorn wordt bezien hoe de organisatie van de brandweerzorg in Apeldoorn vorm gegeven gaat worden.
Hierbij worden onder andere bestaande vraagstukken over de roostering enerzijds en het beschikbaar hebben van voldoende beroepsmedewerkers met de vereiste brandweerkwalificaties anderzijds in evenwicht gebracht. Indien nodig komen wij hier in toekomstige kadernota’s/begrotingen op terug. Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en - waar van toepassing - de getalsmatige onderbouwing is opgenomen, treft u aan in bijlage 5.
Pagina 28 van 39
10. Risico’s versus weerstandscapaciteit 10.1. Omvang huidige reserves De huidige omvang van de reserves is als volgt (zie ook bijlage 3): stand
Reserves
weerstandscapaciteit
Algemene reserve *)
1.135.114
ja
1.135.114
Bedrijfvoeringsreserve *)
2.587.368
ja
2.587.368
250.000
ja
250.000
Post onvoorzien
totaal
3.972.482
af: saldo deel huisvesting in Bedrijfsvoeringsreserve
89.366
bij: vastgestelde toevoegingen 2024 Bedrijfsvoeringreserve
1.794.601
vastgelegde (toekomstige) mutaties Bedrijfsvoeringsreserve
-2.005.400
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.851.049
Benodigde weerstandscapaciteit
3.188.000
Weerstandsratio:
1,21
* Stand jaarrekening 2023
10.2. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat conform de beleidsregels (zie hoofdstuk 8) uit de Algemene Reserve + de Bedrijfsvoeringsreserve + de post Onvoorzien en bedraagt momenteel: € 1.135.114 + € 2.465.935 + € 250.000 = € 3.851.049 Bij de gegeven stand van de bedrijfsvoeringsreserve zijn het saldo en de verwachte mutaties die betrekking hebben op huisvestingkosten, buiten beschouwing gelaten, omdat verwacht wordt dat deze stortingen en onttrekkingen budgettair neutraal verlopen. Verder is rekening gehouden met de toevoegingen en beoogde onttrekkingen zoals eerder bestuurlijk besloten o.a. bij de vaststelling van het jaarrekeningresultaat 2023 en de halfjaarsrapportage 2024. Daarbij wordt conform laatstgenoemde rapportage voor het oplossen van de personele knelpunten bij Brandweerzorg en Bedrijfsvoering voor 2024 rekening gehouden met een beperkte(re) onttrekking (€ 107.000 i.p.v. € 617.000) uit de Bedrijfsvoeringreserve. De benodigde weerstandscapaciteit (zie hoofdstuk 9) bedraagt minimaal € 3.188.000. De huidige weerstandsratio komt daarmee uit op 1,21. Dit betekent dat VNOG momenteel een toereikende weerstandscapaciteit heeft, deze zit namelijk in het midden van de bandbreedte. 10.3. Conclusies De streefwaarde van de weerstandsratio is bepaald op een bandbreedte tussen 1,0 (“matig”) tot 1,4 (“voldoende”).
De huidige ratio (van 1,21) kan als toereikend worden aangemerkt. Uitvoering van het voorgenomen beleid van onttrekkingen uit en toevoegingen aan de Bedrijfsvoeringreserve kan in enig jaar leiden tot een ratio die op of lager uitkomt dan de het vereiste minimum van 1. Per jaar zal moeten worden bezien of aanvulling nodig is, dit zou dan bijvoorbeeld kunnen uit een toekomstig jaarrekeningresultaat.
Pagina 29 van 39
11. Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 Onderstaande meerjarenbegroting bevat de cijfers uit de vastgestelde primitieve meerjarenbegroting 2025. In de tabel daaronder staan de mutaties op deze meerjarenbegroting vanuit de voorliggende Kadernota. Voor de jaren 2026 en verder is zoals gebruikelijk nog geen loon- en prijscompensatie berekend (wel de structurele doorwerking van 2026). Meerjarenbegroting 2025 - 2028 Programma
Begroting primitief 2025
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
1.0 - Risico- en crisisbeheersing
9.767.560
9.964.260
9.962.260
9.920.760
2.0 - Brandweerzorg
33.445.205
35.462.555
36.684.555
35.974.555
3.0 - GHOR
2.209.100
2.209.100
2.208.600
2.208.600
4.0 - MON
1.363.750
1.363.250
1.363.750
1.368.250
880.300
860.300
915.300
1.060.300
6.0 - Bedrijfsvoering
17.069.818
17.015.618
17.271.618
17.278.118
7.0 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
-64.735.733
-66.875.083
-68.406.083
-67.810.583
8.0 - Kazernes in eigendom en overgangsrecht
0
0
0
0
Totaal
0
0
0
0
5.0 - Directie en control
In bovenstaand overzicht is rekening gehouden met de stijging van de kapitaallasten, de stijging van de gemeentelijke bijdragen en de onttrekking aan de egalisatiereserve afschrijvingen op basis van het meerjarig investeringsplan zoals vastgesteld bij de primitieve begroting 2025. Voor de ontwikkeling van de kapitaallasten wordt verwezen naar paragraaf 7.5.
Zie hieronder voor de ontwikkeling per begrotingsjaar: Ontwikkelingen Kadernota 2026
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
Formatie Gebieds Gerichte Aanpak Natuurbrandbeheersing Overeenkomst Rode Kruis
100.000 35.000
100.000 35.000
100.000 35.000
100.000 35.000
Inkomsten afhijsen
-70.000
-70.000
-70.000
-70.000
Looncompensatie Prijscompensatie
1.541.620 355.800
1.541.620 355.800
1.541.620 355.800
1.541.620 355.800
1.962.420
1.962.420
1.962.420
1.962.420
1.0 - Risico- en crisisbeheersing
2.0 - Brandweerzorg
3.0 - GHOR 4.0 - MKON 5.0 - Directie en control 6.0 - Bedrijfsvoering 7.0 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Totaal Kadernota 2026 - 2029
Pagina 30 van 39
Bijlage 1. Gemeentelijke bijdragen 2026 De bijdrage voor de VNOG wordt bij de gemeenten in rekening gebracht met als verdeelsleutel de procentuele verdeling tussen de gemeenten uit het verdeelmodel. Het verdeelmodel is op zijn beurt gebaseerd op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Volgens de gemeenschappelijke regeling VNOG vindt een dergelijke herijking éénmaal per vier jaar plaats. Een nieuwe herijking is daarom per 2025 doorgevoerd. De percentages per 2025 gelden voor vier jaren. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029 het dan weer herijkte model van kracht kan worden. De bijdrage voor 2026 is gebaseerd op de prognose bijdrage 2026 conform de programmabegroting 2025 - 2028 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2026.
Gemeente
Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen Totaal:
Prognose meerjarenbegro ting 2025-2028 (jaarschijf 2026)
Percentage conform verdeelmodel
1.768.000 11.728.100 2.874.100 2.502.800 1.397.100 3.864.100 1.502.600 2.229.000 1.877.300 3.212.500 775.200 1.160.100 2.530.700 2.430.600 1.825.700 1.487.400 1.946.500 2.402.700 1.620.600 1.581.500 1.912.000 3.448.800 56.077.400
Pagina 31 van 39
3,15% 20,91% 5,13% 4,46% 2,49% 6,89% 2,68% 3,97% 3,35% 5,73% 1,38% 2,07% 4,51% 4,33% 3,26% 2,65% 3,47% 4,28% 2,89% 2,82% 3,41% 6,15% 100%
Kadernota 2026
61.872 410.424 100.578 87.585 48.891 135.224 52.585 78.003 65.696 112.420 27.127 40.598 88.561 85.059 63.891 52.051 68.118 84.082 56.712 55.343 66.909 120.690 1.962.420
Voorgestelde bijdrage 2026 1.829.870 12.138.530 2.974.680 2.590.390 1.445.990 3.999.320 1.555.180 2.307.000 1.943.000 3.324.920 802.330 1.200.700 2.619.260 2.515.660 1.889.590 1.539.450 2.014.620 2.486.780 1.677.310 1.636.840 1.978.910 3.569.490 58.039.820
Bijlage 2. Programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes met elk van de 22 gemeenten afzonderlijk, conform de Regeling demarcatie9; − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn; − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Op dit moment zijn de exacte bedragen voor 2026 voor programma 8 nog niet bekend. Een indicatie van de bedragen is te vinden in de programmabegroting 2025, waarin de bedragen voor 2025 staan. De bedragen voor 2026 worden komende tijd berekend en zullen in ieder geval voorliggen in de ontwerpbegroting 2026.
De demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert (en bekostigt) in de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten. De exacte demarcatie-afspraken staan in de Regeling demarcatie die door de 22 colleges en het AB is bekrachtigd. Bepaalde taken liggen bij VNOG; gemeenten hoeven ze niet meer uit te voeren en hebben ze geschrapt uit hun begroting. De bijdrage aan VNOG is per 2023 omhoog gegaan, zodat VNOG deze overgedragen taken kan bekostigen. Dit gaat via twee stromen: − Een deel wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel en staat in programma 6 (Bedrijfsvoering). − Een ander deel (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaats vindt op basis van de werkelijke kosten. Dit is opgenomen in programma 8, dat gebruikt wordt voor individuele verrekeningen met gemeenten die geen effect hebben op de andere gemeenten. Het is de bedoeling dat vanaf 2027 ook deze kosten worden verrekend via het verdeelmodel. 9
Pagina 32 van 39
Bijlage 3. Meerjarig perspectief gemeentelijke bijdragen Hieronder staat het meerjarig perspectief (meerjarige cijferreeks) van de gemeentelijke bijdragen voor de periode 2027 - 2029. Deze reeks is nog exclusief: - Loon- en prijsindexering voor 2027 en verder (de meerjarenbegroting van VNOG is opgesteld in constante prijzen) - Demarcatiekosten / facilitaire bijdrage, etc. uit programma 8 Het meerjarig perspectief geeft dus een indicatie van de gemeentelijke bijdrage in komende jaren, maar kan door bovenstaande onderwerpen nog beïnvloed worden.
Gemeente
Aalten Apeldoorn Berkelland Bronckhorst Brummen Doetinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Hattem Heerde Lochem Montferland Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Putten Voorst Winterswijk Zutphen Totaal:
Percentage
3,15% 20,91% 5,13% 4,46% 2,49% 6,89% 2,68% 3,97% 3,35% 5,73% 1,38% 2,07% 4,51% 4,33% 3,26% 2,65% 3,47% 4,28% 2,89% 2,82% 3,41% 6,15% 100%
2027
2028
2029
1.924.501 12.766.092 3.128.427 2.724.312 1.520.745 4.206.100 1.635.626 2.426.263 2.043.463 3.496.778 843.761 1.262.775 2.754.644 2.645.733 1.987.320 1.619.019 2.118.785 2.615.345 1.764.016 1.721.423 2.081.191 3.754.001 61.040.320
1.972.411 13.083.904 3.206.309 2.792.134 1.558.604 4.310.811 1.676.345 2.486.665 2.094.335 3.583.830 864.767 1.294.211 2.823.221 2.711.598 2.036.794 1.659.324 2.171.533 2.680.454 1.807.931 1.764.278 2.133.003 3.847.457 62.559.920
1.972.411 13.083.904 3.206.309 2.792.134 1.558.604 4.310.811 1.676.345 2.486.665 2.094.335 3.583.830 864.767 1.294.211 2.823.221 2.711.598 2.036.794 1.659.324 2.171.533 2.680.454 1.807.931 1.764.278 2.133.003 3.847.457 62.559.920
Pagina 33 van 39
Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen
Rekeningresultaat 2023
+ of -/Geraamde Stand 2024 stand jaarrekening conform begroting 2023 begroting en 2025 (1-1) -wijzigingen 2.831.788
-2.831.788
+ of -/2025
Geraamde stand begroting 2026 (1-1)
+ of -/2026
Geraamde stand begroting 2027 (1-1)
+ of -/2027
Geraamde stand begroting 2028 (1-1)
+ of -/2028
Geraamde stand begroting 2029 (1-1)
0
Bestemmingsreserves Algemene Reserve Jeugdbrandweer Oost-Gelre Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
1.135.114
5.436
5.436
5.436
5.436
5.436
5.436
756.000
-756.000
0
9.074.243
-156.785
8.917.458
500.000
-1.964.465
500.000
6.952.993
-3.833.775
3.119.218
500.000
-500.000
0
Reserve incidentele veranderkosten
99.126
-99.126
Reserve frictiekosten risicobeheersing
125.000
-125.000
0
Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan
152.750
-40.000
112.750
Reserve vervanging operationeel uniform
308.264
Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’
345.456
Reserve duurzaamheid
45.000
-45.000
0
600.000
Bestemmingsreserve SOS-toegang en hogedrukleiding
235.000
-16.000
219.000
-28.000
191.000
Bestem.res gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheer
416.000
-416.000
0
Egalisatiereserve MKON
373.411
-351.400
22.011
Bedrijfsvoeringreserve
2.587.368
1.111.151
3.698.519
884.103
-36.700
847.403
totaal bestemmingsreserves
17.042.273
-930.860
16.111.413
Totaal reserves
19.874.060 -3.762.648 16.111.412 -2.258.315 13.005.695 -4.361.625
Noodfonds crisisbeheersing
-2.378.895
740.323
-319.295
421.028
0
0 0 -30.000
308.264 345.456
82.750
22.750
22.750
308.264
-30.000
308.264
52.750
308.264
308.264
345.456
345.456
345.456
345.456
600.000
600.000
600.000
600.000
153.000
153.000
153.000
0
0
0
0
22.011
22.011
22.011
22.011
3.270.469
3.270.469
-38.000
-835.850
2.862.669
40.150
-2.258.315
13.005.695
-4.361.625
-30.000
2.902.819
367.650
8.644.070
-2.041.245
6.602.825
-319.295
6.283.530
8.644.070 -2.041.245
6.602.825
-319.295
6.283.530
Voorzieningen voor risico's en verplichtingen Voorziening spaarverlof
220.400
Voorziening binenschilderwerk kazernes
158.431
Voorziening verlofsparen MKON
32.089
Voorziening regeling vervroegde uittreding
220.400 150.000
308.431
220.400 150.000
32.089
458.431
220.400 150.000
32.089
608.431
220.400 150.000
32.089
758.431
220.400 150.000
32.089
908.431 32.089
150.000
Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem Totaal voorzieningen
746.772
75.000
821.772
1.157.692
375.000
1.382.692
150.000
710.920
150.000
Pagina 34 van 39
860.920
150.000
1.010.920
150.000
1.160.920
1. Algemene Reserve − Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre). − Duur: geen einddatum − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel10 (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. 4.
Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). − Duur: 2020-2026. De duur wordt verlengd. De MKON is namelijk net van start. Einddatum wordt 2030. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 5. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) − Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. − Duur: tot eind 2024; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 6. Reserve frictiekosten Risicobeheersing (frictiekosten Omgevingswet / RB) − Doel: dekken personele frictiekosten transitie Risicobeheersing i.r.t. Omgevingswet. − Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020. − Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opleidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers. − Mutaties: via AB besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen.
− Reserve is op 31 december 2024 uitgeput en daarmee vervallen 7. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). − Hoogte: € 360.000. 10 verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis
Pagina 35 van 39
− −
Duur: tot eind 2027. Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking bij opstellen jaarrekening (werkelijke uitgaven) al naar gelang de voortgang.
8. Egalisatiereserve vervanging operationeel uniform (dienstkleding) − Doel: egaliseren vervanging dienstkleding. − Hoogte: n.v.t. − Duur: 2020-2024. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie. Wanneer iedereen voorzien is van een nieuwe uniform valt het restant vrij. − Op 31 december 2024 is deze reserve uitgeput en vervalt daarmee. 9. Egalisatiereserve inzetten (uitruk) − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. 10. Reserve duurzaamheid − Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen in de bedrijfsvoering van VNOG − Hoogte: max. € 100.000 (ingesteld december 2022) en bij AB-besluit 7-11-2024 verhoogd naar € 600.000 − Duur: 2022-2026 (ingesteld in december 2022) en bij AB-besluit 7-11-2024 verlengd tot eind 2030 − Mutaties: AB besluit 11. Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit.
− Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten
Pagina 36 van 39
Bijlage 5. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Gekwantificeerde risico's Nr.
Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % 1 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, na Na de afstemming die heeft plaatsgevonden tussen de gemeenten en 50% de invoering van de nieuwe Omgevingswet. VNOG t.a.v. de uit te voeren dienstverlening, is het de bedoeling om eind Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod 2024 een nieuw dienstverleningsconcept vast te stellen. Hiermee ontstaat van de VNOG. evenwicht tussen vraag en aanbod. De ervaringen hiermee zullen verder duidelijk (moeten) worden in 2025. Voor zolang wordt nog (beperkt) rekening gehouden met mogelijke inhuur van extra personeel om (tijdelijk) synchroom oude - (preventist) en nieuwe taken uit te voeren.
bedrag 200.000
Effect in euro's toelichting berekening Inhuur 2 fte (à € 100.000) voor uitvoering synchroon van taken oud en nieuw bij invoering per 1-1-2024 van de Omgevingswet, voor 1 jaar.
Weerstands100.000
2 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten. Daarnaast is er meer verloop onder brandweervrijwilligers en zijn zij dus minder lang aan een brandweerkorps verbonden (dit is een maatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). Ook is er sprake van schaarste bij het vinden van nieuwe vrijwilligers door (algehele) krapte op de arbeidsmarkt, met als gevolg alternatieve keuze mogelijkheden en - druk voor de mensen. 3 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve capaciteit (m.n.vrijwilligers).
Naast organiseren en participeren in activiteiten en acties die de binding van vrijwilligers bevorderen, is het opstellen en uitvoeren van strategische personeelsplanning (leeftijdsopbouw, gespreks-cyclus, opleidingsplan), per district en per post, van belang. Ook moeten er meer inspanningen worden gedaan c.q. kosten worden gemaakt om nieuwe mensen te werven. Naast sturing op voldoende inzet repressieve capaciteit (vrijwilligers); uit/doorvoeren nieuwe dagdienstregeling (beroeps)medewerkers. Ontwikkeling risico houdt verband met uitwerking bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers).
70%
558.000
Kosten opleiden 10% meer te werven vrijwilligers: 8 per jaar. Opleidings- en bijkomende kosten € 17.000 per jaar, voor 3 jaar. Werving nieuwe vrijwilligers: € 50.000 p.j. voor 3 jaar.
391.000
10%
50.000
Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijdenwet. Berek.: max. 50 medew., boete € 200 per dag (max. 5 dagen).
5.000
4 Prijsstijgingen (boven reguliere aanpassing) o.a. voor brandweermaterieel en -materiaal. Wereldwijde ontwikkelingen van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de (grondstof)prijzen w.o. die van energie en katoen, stijgen. Daarnaast brengen voortschrijdende ICTontwikkelingen, waarbij investeringen worden vervangen door jaarlijkse kosten, mogelijk extra (licentie) kosten met zich. Hogere kosten blijven hierbij voor VNOG, omdat er geen mogelijkheid is van nacalculatie. De prijsstijgingen kunnen worden versterkt door een gebrekkige marktwerking voor (specifiek) brandweermaterieel en -materiaal.
Doorrekenen financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) van mogelijke prijsstijgingen van (gebruiks)goederen (w.o. brandstof en kleding) en ICT-dienstverlening. Mogelijke prijsstijgingen van te vervangen (blus)voertuigen zijn separaat opgenomen. Bij grotere volumes en eigen eisen, kan de VNOG zelfstandig aanbesteden i.p.v. in NIPV verband.
70%
760.000
Stijging prijzen goederen en materialen (w.o. energie-, brandstofkosten en kleding) en (licentie)kosten boven reguliere index. Kosten per jaar € 12,5 mln., onderscheiden naar stijgingsperc. van 15%, 5%, 4% en 2,5% voor resp. € 2,5 mln., € 2 mln., € 4 mln. en € 4 mln.
532.000
5 Niet tijdig realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieelspreidingsplan (MSP) brandbestrijding t.a.v. materiële kosten. Vertraging vervanging (m.n. door prijsstijgingen en schaarste van grondstoffen) en voortschrijdende inzichten bij vervanging materieel, leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten.
Doorrekenen incidentele financiële gevolgen (voor weerstandscapaciteit) t.a.v.uitgestelde realisatie besparingsmogelijkheden materiële kosten bij vertraging uitvoering MSP.
50%
91.000
46.000
6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren t.a.v. aantallen vrijwilligers. Nagaan/volgen of de minder grote krimp van de vrijwilligersbezetting kan De krimp van het repressief beroepspersoneel en/of de vrijwilligers is minder groot door voorschrijdende worden opgevangen binnen de lopende budgetten/begrotingen. inzichten betreffende het benodigde aantal mensen (vrijwilligers) voor represieve inzet (per kazerne) in samenhang met de inzet/herschikking van het beschikbare/benodigde materieel.
70%
150.000
Besparingen op materiële kosten ontstaan later bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2022-2025 naar 2024-2027. Eenmalig niet gerealiseerde besparing (onderhoudskosten) 2026. Berekening extra kosten vrijwilligers bij minder grote krimp aantal (76 i.p.v. 118) . Kosten vergoedingen, opleidingen en trainingen voor het jaar 2026 (laatste jaar Toekomstvisie).
7 Uitval voor repressieve inzet incidentbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel voertuigen/brandweermiddelen. (w.o. onderdelen) voor brandbestrijding. Defect materieel kan niet tijdig gerepareerd worden, omdat onderdelen niet voorradig zijn. Heeft verband met schaarste grondstoffen en een beperkt aantal (overgebleven) leveranciers van brandweermaterieel en -materiaal.
30%
90.000
Berekening inhuurkosten (voor 3 jaar) benodigd voor vervangend materieel €. 30.000 per jaar.
27.000
50%
333.750
Berekening kapitaalslasten voor 3 jaar bij een (extra) stijging van 10% van de prijzen voor de vervangingen (15 mln.) van nog aan te schaffen materieel.
167.000
8 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen van blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
Naast de financiële gevolgen (voor de egalisatiereserve) van de huidige (najaar '24) bekende en verwachte prijsstijgingen - welke zijn/worden verwerkt in de Kadernota-/ Begroting 2026 - extra prijstijgingen voor nog aan te schaffen materieel, als risico doorrekenen (voor weerstandscapaciteit).
Pagina 37 van 39
105.000
9 Onvoldoende oefenmogelijkheden voor oefenen onder realistischer omstandigheden voor VNOG is bezig de voorwaarden in te vullen waardoor de Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. vakbekwaamheidspleinen (weer) voldoen aan de eisen. Bij onvoldoende Oefenmogelijkheden op VNOG-vakbekwaamheidspleinen worden beperkt bij het niet voldoen aan eisen mogelijkheden om met eigen faciliteiten de vakbekwaamheid op peil te van RI&E (omissies vastgesteld voor ASK). Mogelijk huur van extene locaties brengt extra kosten met zich. houden, zou gekeken kunnen/moeten worden naar het gebruik van externe locaties.
30%
25.000
Incidenteel extra kosten ter overbrugging i.v.m. voldoen vakbekwaamheidslocaties aan eisen.
8.000
10 Hogere kosten uitvoering elektrificatie voertuigen mobiliteitsplan. Elektrificatie van het wagenpark is een maatregel van VNOG om duurzaam mobiel te blijven. Een onzekere factor hierbij is of zich extra onderhoudskosten zullen voordoen met name wanneer blijkt dat de levensduur van de accu's korter is dan de afschrijvingstermijn van de voertuigen. Daarnaast is er risico op extra kosten door aanvullende eisen/wensen (w.o. eisen ander rijbewijs). 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en/of (wettelijke) eisen (w.o. de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E)). Zolang nog niet alle (gemeentelijke) kazernes voldoen aan de afgesproken - en/of wettelijke vereisten, is onzeker wie de kosten voor mogelijke (spoedeisende) aanpassingen/inrichtingen gaat betalen.
Bij de aanbesteding en aanschaf van de voertuigen wordt informatie ingewonnen/verkregen over de technische specificaties en mogelijkheden, gerelateerd aan een passend gebruik door VNOG.
30%
500.000
Berekening: vervroegd vervangen accu's/ aanvullende kosten voor (eerst) 40 voertuigen à € 12,5K per voertuig (accu's € 10K en aanvullende kosten/eisen € 2,5K per voertuig).
150.000
Uitvoering geven aan de bestuurlijke besluitvorming (dec.'21) over de demarcatie en de daarop gebaseerde verdere uitwerking (w.o. het project TWIELD). Voor mogelijke spoedeisende aanpassingen/ kosten, financiële middelen opnemen.
50%
600.000
Kosten spoedeisende verbouw/aanpassing/inrichting kazernes opnemen voor 5 kazernes à € 120.000
300.000
12 Extra -/ vervroegde investeringen/kosten vervanging PFAS-houdende materialen/kleding. Vanuit voorschrijdende ontwikkelingen en - wetgeving dienen PFAS houdende materialen (bluskleding/laarzen), versneld te worden vervangen.
Vervanging van bluskleding en - laarzen vindt periodiek (eens in de 7 jaar) plaats. VNOG zal de verwachte(externe) ontwikkelingen rond PFAS eisen en - regelgeving nauwgezet volgen en daarop ook het eigen beleid t.a.v. vervanging van materialen afstemmen.
50%
900.000
Berekende investering vervanging kleding en laarzen € 1.800.000 (per 7 jaar), bij afstoot helft levensduur: desinvestering € 900.000.
450.000
13 Extra kosten tijdelijke huisvesting (w.o. verbindingen) en faciliteiten kantoorpersoneel. De benodigde tijdelijke huisvesting in de periode ter overbrugging vertrek Europaweg en de nieuwe accomodatie (huisvesting 1-post.), vereisen aanpassingen benodigde faciliteiten voor o.a. de crisisorganisatie en ook voor het werken op kantoor en thuis.
Het beleid voor thuiswerken is uitgewerkt en de mogelijkheden daartoe worden gefaciliteerd. De verwachting is dat de medewerkers van VNOG gemiddeld ongeveer voor de helft van de tijd thuis zullen werken. In de periode van overbrugging (na vertrek Europaweg en voor het betrekken van de nieuwe locatie in Apeldoorn) zal ook de crisiorganisatie elders tijdelijk moeten worden gehuisvest. Verwachte meerkosten voor (extra) verbindingen en thuiswerken opnemen in weerstandscapaciteit.
50%
200.000
Berekening kosten (meer) thuiswerken voor 50% van (300) medewerkers. Aanpassingen/extra faciliteiten thuiswerkplek (€ 500 over 3 jaar). Extra kosten verbindingen t.b.v. crisisorganisatie € 125.000.
100.000
14 Digitale verstoring, onder meer vanwege cybercrime. Belemmerd worden in de uitvoering van crisis- en incidentbestrijdingsactiviteiten en ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door verstoring van de systemen voor de informatie- en telecommunicatietechnologie. ICT omgeving wordt geraakt door defecten infrastructuur of hardware en/of cybercrime waardoor leverancier niet kan leveren.
Vanuit het plan van aanpak Baseline informatieveiligheid (BIO) wordt in de toekomstige investeringsplannen voorzien in uitwijkmogelijkheden voor uitvoering van kritische ICT processen en centralisatie van beheer bij de toegang van mensen en systemen tot faciliteiten. Voor externe ondersteuning bij monitoring en beveiliging van ICT-systemen werkt VNOG landelijk samen met collega's. Daarmee wordt het risico óp en de impact ván een volgende hack verminderd maar blijft wel bestaan. Daarnaast ontwikkelt cybercrime zich snel en wordt ook steeds vernuftiger zoals blijv. blijkt uit misbruik van Artificial Intelligence (AI).
30%
500.000
Kosten opheffen gijzeling c.q. gevolgen hacks e.d. (o.b.v. cijfers hack 2020).
150.000
15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjuiste (aansluiting) basisgegevens; onjuiste toepassing cao -/fiscale regelingen en onvoldoende controles/ - kennis, kunnen berekende salarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of leiden tot boetes / eindheffing (ATW, WKR, Loonheffing, reiskosten, IKB).
Doorvoeren interne controle -/beheersmaatregelen, procesbewaking, procedurevastleggingen en kennisverbetering medewerkers. Voor de verschillende risico zijn/worden maatregelen getroffen. Zo is voor de FLOuitvoering externe ondersteuning aangetrokken, krijgt de uitvoering van de (fiscale) Werkkostenregelingen specifieke aandacht en loopt een project aansluiting van (basis)gegevens tussen systemen.
10%
450.000
Berekening o.b.v. percentage personele kosten 1% van € 45 mln. (beroeps + vrijwilligers).
45.000
16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. bij aanbestedingen). De inkoopdiscipline wordt niet altijd tijdig en juist betrokken in het proces van inkoop en inhuur. De gevolgen hiervan zijn mogelijke claims van leveranciers. Ook is er risico op onrechtmatigheid bij mogelijke (niet juiste) aanbestedingen. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel (na dienstongevallen) en stijging verzekeringspremie. Door veranderingen in de verzekeringsmarkt, wijzigen de mogelijkheden van dekking bij (personele) aanspraken/- schades.
Beleid en (centrale) sturing op het inkoop(proces) resp. verduidelijken en verbeteren en VNOG-breed inzichtelijk maken bij welke inkopen er sprake is/kan zijn mogelijke aanbestedingsplicht. Voorkomende claims zijn, met inzet van externe juristen, tot op heden onterecht gebleken. De personele aanspraken na een dienstongeval worden/zijn voor alle veiligheidsregio's gelijk getrokken. Ter behartiging van de collectieve belangen is landelijke een expertise bureau en waarborgsom opgericht. Onderzocht wordt de mogelijkheid om minder te verzekeren en schades als collectief te dragen. Het eigen risico kan dan meer gaan fluctueren.
10%
150.000
Berekening o.b.v. percentage en volume inkoop (w.o. investeringen) 0,5% van € 30 mln.
15.000
10%
300.000
Voor het risico van premiestijging(en) voor de sector en/of stijging van het eigen risico (aandeel) van VNOG, € 100.000 p.j. opnemen voor 3 jaar.
30.000
Pagina 38 van 39
Nr.
18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bv. nieuwe taken.
Inbreng in begrotingsproces NIPV.
10%
85.500
Berekend risico: stijging 5% huidige bijdrage € 570.000, voor 3 jaar.
9.000
19 Stijging financieringskosten bij aantrekken financiering d.m.v. leningen (vreemd vermogen). Door stijging van het rentepercentage kunnen de kosten voor (her)financiering toenemen.
In de berekende weerstandscapaciteit rekening houden met een stijging van de rente.
50%
900.000
Berekening: verwachte (her)financiering in de periode 2025 t/m 2029: € 40 mln. Risico stijging rentepercentage gemiddeld van 3,25% naar 4%, voor 3 jr.
450.000
20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening Plan van aanpak AVG is uitgewerkt. Het bewustzijn voor privacygegevensbescherming (AVG)). schendingen wordt scherp gehouden o.a. door een awereness Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige programma en het üpdaten van het werwerkingsregister. De uitvoering gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen. en vastlegging van processen (blijven) toetsen en waar nodig verbeteren.
10%
300.000
Mogelijk bedrag boete per overtreding € 300.000. Kans relatief gering.
30.000
21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt. 22 Wegvallen OTO-stimuleringsgelden specifieke omgeving ‘LCMS-GZ’. De aansluitkosten (voor de OTOmodule) stijgen na het wegvallen van de subsidie vanuit het regionaal netwerk acute zorg. Hierdoor verdubbelen de kosten voor de zorgpartners en/of VNOG voor de aansluiting van de OTO-module.
10%
250.000
25.000
70%
75.000
Mogelijke extra kosten voor uitvoering organisatie OVGD'en voor 2 jaar. Evaluatie risico na 1e jaar uivoering. Mogelijk kosten voor VNOG € 25.000 per jaar, opnemen voor 3 jaar. Totaal weerstandscapaciteit
3.188.000
Risico's en oorzaken
Ervaring opdoen met de uitvoering van deze wettelijke activiteit door de VNOG waardoor inzicht ontstaat welke mogelijke extra kosten daarmee gemoeid zijn. Het gebruik van 'LCMS-GZ' is in belang van VNOG/GHOR. Onderzocht wordt waar de extra kosten komen te liggen bij het wegvallen van de subsidie (op 50% van de kosten) .
Niet kwantificeerde risico's Beheersmaatregelen
Kans in % bedrag
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o. relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet In een zgn. bouwsteen Verplichtend Karakter worden de alternatieven voor van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). het afschaffen van consignatie en kazernering bij vrijwilligers, uitgewerkt. Uitkomst van het afgeronde project Taakdifferentiatie -n.a.v. Europese eisen omtrent gelijkschakeling van De VNOG is nauw betrokken bij het opstellen van een implementatieplan rechtspositie tussen beroeps - en vrijwillige brandweer- is dat consignatie en kazernering van voor geheel brandweer Nederland. vrijwilligers t.z.t. niet meer kan en mag. Alternatieven hiervoor, zoals parttime aanstellingen, zullen resulteren in hogere personeelskosten . 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. Bij het later vervangen van bestaande blusvoertuigen, a.g.v. latere levering van de nieuwe, neemt het risico op hogere onderhoudskosten toe.
Vooreerst beoordelen of de financiële gevolgen van de hogere onderhoudskosten bij latere vervanging blusvoertuigen, kunnen worden opgevangen binnen de bestaande begroting en daarnaast het selectief beoordelen van het in te ruilen materieel, zodat het beste het langst kan worden ingezet.
3 Onvoldoende financiële middelen voor (toekomstige) crises. Voortschrijdende ontwikkelingen w.o. bezuinigingen bij (decentrale) overheden kunnen leiden tot ontoereikende dekking van (structurele) kosten voor de inzet van mensen (o.a. t.b.v. coördinatietaken) en middelen door VNOG bij (toekomstige) crises. Concreet is daarbij de voorgenomen bezuiniging in 2024 op de eerdere verhoging van de BDuR in 2022 voor dit doel, een forse bedreiging.
N.a.v. de ervaringen met COVID-19, is een pandemie als worst-case scenario, (opnieuw) tegen het licht gehouden. Er zal voldoende (in)zicht moeten komen op welke wijze de (v.a. 2023) bijgestelde BDuR-gelden mogen/kunnen worden ingezet en wat de gevolgen zijn van de in 2024 aangekondigde bezuinigingen op de BDuR.
4 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de bestuurlijk vastgestelde demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. Dit risico raakt ook de hierop betrekking hebbende stijging van volume qua inkopen.
Gesprekken met de gemeenten over het demarcatievraagstuk, hebben geleid tot afspraken daaromtrent. Al-werkende-weg zal volledig(er) inzicht (moeten) worden verkregen over de uitvoering en de mogelijk aanvullend te maken afspraken.
5 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS.
Op bepaalde locaties die VNOG gebruikt is sprake is van PFAS verontreiniging. Onderzocht wordt /is of/welke maatregelen moeten worden uitgevoerd en wat de bijbehorende kosten zijn. Hierover vindt (vervolgens) verdere afstemming plaats met de gemeente (als eigenaar van de kazernes). Posttraumatische stressstoornissen komen ook voor bij medewerkers/vrijwilligers van veiligheidregio's die werkzaam zijn in de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Dit geldt met name voor de repressieve taken uitgevoerd door brandweerzorg.
Bij in gebruik zijnde kazernes en oefenterreinen is sprake van PFAS verontreiniging. De omvang hiervan en de mogelijk bijkomende kosten, zijn/worden nader onderzocht.
6 Posttraumatische stressstoornissen (PTSS) a.g.v. uitvoering van (repressieve) taken.
Landelijk wordt (meer) aandacht gevraagd voor PTSS klachten bij uitvoering van (brandweer)taken bij Veiligheidsregio's.
Pagina 39 van 39
Effect in euro's toelichting Voor verwachte hogere personeelskosten (bij overgang van vrijwilligheid naar parttime dienstverbanden) wordt voor het generieke landelijke aandeel van vrijwilligers, gerekend op een compensatie vanuit rijks-/ gemeentelijke middelen. Mogelijke toename van de kosten, in eerste instantie opvangen binnen de bestaande begroting van M&L en daarnaast kijken naar langere inzet van het bestaande materieel.
VNOG volgt de landelijke ontwikkelingen t.a.v. de verwachte onderzoeken naar het gebruik/aanwezigheid van PFAS bij (overheids) gebouwen. VNOG kijkt wat hierbij qua aanpak (landelijk) van belang wordt gevonden en welk afwegingskader daarvoor gaat gelden.
53.000