CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag 2025 Rekenkamer Ermelo-Harderwijk-Zeewolde

Gemeenteraad 31 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken1.491 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2025 Rekenkamer Ermelo-Harderwijk-Zeewolde 12 maart 2026 In dit document verantwoorden wij de werkzaamheden van de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk over 2025 en kijken we vooruit naar 2026. Dat doen we zowel inhoudelijk als financieel. Hoewel Zeewolde sinds 1 januari 2026 onderdeel is van de rekenkamer Ermelo-Harderwijk-Zeewolde, spreken we in dit jaarverslag van 2025 nog over de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk.

1. Verantwoording 2025 2025 was net als 2024 een overgangsjaar voor de rekenkamer vanwege de geplande toetreding van Zeewolde tot de rekenkamer alsmede de personele mutaties. De rekenkamer heeft een nieuwe visie opgesteld en Zeewolde is per 1 januari 2026 toegetreden tot de reeds bestaande rekenkamersamenwerking van Ermelo en Harderwijk. In april is er een nieuwe secretaris gestart. De voorzitter en een lid zijn in 2025 afgetreden waardoor er op korte termijn een kwartiermaker gevonden moest worden om de rekenkamer in 2026 stabiliteit te verschaffen. Naast de organisatorische ontwikkelingen heeft de rekenkamer voor Harderwijk een onderzoek afgerond naar het afvalbeleid, en is er voor Ermelo een onderzoek afgerond naar grip op grote projecten.

1.1 Samenstelling van de rekenkamer In april 2025 is secretaris Anton Stel gestopt als secretaris van de rekenkamer. In diezelfde maand is Yannick Jean gestart als nieuwe secretaris van de rekenkamer. Judith Calmeyer is per 1 mei 2025 uit eigen beweging teruggetreden als lid. Op 1 december 2025 is voorzitter Monique van Dijen ook uit eigen beweging teruggetreden als voorzitter van de rekenkamer. Het resterende lid Jan Joris Kram heeft aangegeven te willen terugtreden nadat de sollicitatieprocedure voor nieuwe leden is afgerond. Vanwege de lopende onderzoeken, de nieuw opgestelde visie alsmede de toetreding van Zeewolde tot de rekenkamer, werd vanwege tijdsgebrek beoogd om de werving voor een lid als vervanger van Judith Calmeyer begin 2026 pas op te starten nadat Zeewolde was toegetreden. Omdat voorzitter Monique van Dijen per 1 december is gestopt als voorzitter, en Jan Joris kram heeft aangegeven te willen stoppen als lid, hebben vertegenwoordigers van de drie auditcommissies aangegeven dat er behoefte is aan stabiliteit van de rekenkamer. Om deze reden hebben de auditcommissies van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde ieder een lid afgevaardigd om een selectiecommissie te vormen voor de werving van een nieuwe voorzitter en een nieuw lid.

1

De heer Pieter den Besten is op voordracht van de selectiecommissie op interim-basis op 1 januari 2026 gestart als voorzitter van de nieuwe rekenkamer. Op dit moment heeft de selectiecommissie in samenwerking met de rekenkamer de selectieprocedure afgerond en is de rekenkamer per 1 april 2026 weer voltallig mits de drie raden besluiten om de nieuwe leden te benoemen. Mehmet Duran en Fred Flentge worden door de selectiecommissie voorgedragen als de twee nieuwe leden. Net als in 2024 is de hele rekenkamer en ambtelijke ondersteuning hiermee nieuw.

1.2 Basis op orde De raden van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde hebben in december 2025 de nieuwe verordening en samenwerkingsovereenkomst vastgesteld. De verordening en samenwerkingsovereenkomst zijn geactualiseerd in samenspraak met rekenkamer. De rekenkamer is content dat hierin is opgenomen dat het budget jaarlijks wordt geïndexeerd. De rekenkamer heeft afgesproken om samen met de griffiers en de auditcommissies begin 2027 het budget te evalueren. Vanwege de vele personele mutaties en de toetreding van Zeewolde heeft de rekenkamer weinig tijd kunnen steken in de basiswerkzaamheden van de rekenkamer. Er zijn voor 2026 nog geen nieuwe onderzoeken gestart. Omdat in begin 2026 de rekenkamer weer een compleet nieuwe samenstelling kent, zal de rekenkamer zich moeten heroriënteren op de reeds opgestelde visie en de mogelijke onderzoeksonderwerpen. De verwachting is dat de rekenkamer per april weer voltallig is en dat vanaf april ook gestart kan worden met het inventariseren van onderwerpen voor de groslijst. Hierbij oriënteert de rekenkamer zich op dit moment op een juiste balans tussen enerzijds de 3 gemeenten jaarlijks te willen bedienen van onderzoek maar deze wel met de bestaande middelen uit te kunnen voeren. Een secretaris-onderzoeker zou een meerwaarde kunnen zijn voor de rekenkamer om aan de wens te voldoen om de 3 gemeenten jaarlijks te bedienen van een onderzoek.

1.3 Afvalbeleid Harderwijk Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 was afvalbeleid een thema dat vele partijen aankaartten. De afvalstoffenheffingskosten voor inwoners speelden daarbij een wezenlijke rol. Ook de wijze van inzamelen van plastic, metaal en drankkartons (PMD) via bron of nascheiding kreeg aandacht. We merkten dat het afvalbeleid echt leeft in Harderwijk. In 2025 heeft IPR Normag namens de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk onderzoek gedaan naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het Harderwijkse afvalbeheer. De aanleiding voor dit onderzoek was de aanhoudende politieke discussie over de inzamelmethode (bron- versus nascheiding) en de kosten voor de inwoners. In de periode 2020-2024 presteerde de gemeente Harderwijk op het gebied van afvalbeheer bovengemiddeld goed, met milieuprestaties die boven het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten liggen en kosten die relatief laag zijn. Zo daalde de hoeveelheid fijn restafval naar

2

107 kg per inwoner in 2023 en bleven de tarieven voor de afvalstoffenheffing ongeveer 18% onder het landelijk gemiddelde . De veelbesproken pilot voor PMD-bronscheiding bevestigde uiteindelijk dat nascheiding voor de specifieke situatie in Harderwijk de meest efficiënte en duurzame optie blijft om de kwaliteit van grondstoffen te waarborgen. De rekenkamer concludeert echter dat de gemeenteraad in deze periode te dicht op de uitvoering heeft gezeten, waardoor de focus verschoof van de strategische kaderstelling naar technische details van pilots. Hierdoor bleven aspecten als servicebeleving voor inwoners, participatie en een integrale inzet van handhaving en communicatie onderbelicht . Voor het nieuwe Grondstoffenplan heeft de rekenkamer geadviseerd om realistischere milieudoelstellingen te formuleren en structureel inzicht te krijgen in de behoeften van inwoners door middel van periodieke tevredenheidsmetingen. De rekenkamer is content dat deze adviezen zijn overgenomen in het Grondstoffenplan. 1.4 Grip op grote projecten Ermelo TwynstraGudde heeft in opdracht van de Rekenkamer Ermelo-Harderwijk onderzoek gedaan naar ‘Grip op Grote Projecten’ en hiermee een kritische, maar ontwikkelingsgerichte spiegel voorgehouden aan de gemeente Ermelo .

De centrale conclusie is dat de gemeente opereert in een uitdagende context van hoge politieke ambities en grote fysieke projecten, terwijl zij tegelijkertijd kampt met structurele personele krapte en verloop . Dit heeft ertoe geleid dat de beheersing van grote projecten, zoals Markt 2.0, Windmolenpark Horst en Telgt en het Oranjepark, in de praktijk te veel afhankelijk is geworden van de inzet en ervaring van individuele projectleiders in plaats van een eenduidige, geborgde werkwijze . Hoewel instrumenten zoals het Project Initiatie Document (PID) inmiddels stevig zijn verankerd bij de start van projecten, constateerde de rekenkamer dat de grip tijdens de verdere uitvoering verslapt. Afspraken over risicomanagement, archivering en evaluatie worden nog te vaak ad hoc of informeel ingevuld . Bovendien ontbrak het de gemeenteraad aan een integrale, inhoudelijke ‘kapstok’ — een duidelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Ermelo — waardoor het lastig bleek om projecten scherp te prioriteren en strategisch te sturen . Hierdoor ontstond het risico dat de raad zich verloor in details, terwijl sturing op hoofdlijnen gewenst was. De rekenkamer heeft daarom geadviseerd om samen met de raad een heldere definitie van ‘grote projecten’ vast te stellen en de rol van de raad bij faseovergangen expliciet te beleggen .

Het college heeft deze aanbevelingen constructief opgepakt en koppelt de verdere professionalisering van het projectmatig werken nu direct aan de doorontwikkeling van inhoudelijke kaders, zoals de Omgevingsvisie 2.0 . Ook de introductie van portfoliomanagement moet gaan helpen om de balans tussen ambities en de schaarse ambtelijke capaciteit structureel

3

te bewaken . Hiermee zet Ermelo belangrijke stappen naar een lerende organisatie die met meer voorspelbaarheid en transparantie werkt aan haar grote maatschappelijke opgaven.

2. Vooruitblik 2026 De rekenkamer verwacht per 1 april weer voltallig te zijn. Omdat de eerste maanden in het teken staan van het bepalen van de strategie doormiddel van het eventueel herzien van de visie en het onderzoeksprotocol, kennismaking met de auditcommissies en het inventariseren voor de groslijst, zullen de eerste onderzoeken pas na het zomerreces worden opgestart. Dit betekent dat er in 2026 geen grote onderzoeken worden opgeleverd door de rekenkamer. Om deze reden kan de rekenkamer nog niet gelijktijdig met het jaarverslag een onderzoeksprogramma aanleveren. De rekenkamer wil graag vanaf 2027 de drie raden jaarlijks bedienen van onderzoeksproducten. Binnen het huidige budget is het niet mogelijk om dit met drie grote onderzoeken voor elke gemeenteraad te doen. De rekenkamer gaat zich verdiepen in de meerwaarde die een secretarisonderzoeker voor de rekenkamer kan zijn. Hierdoor zou de rekenkamer twee onderzoeken extern kunnen uitbesteden en één onderzoek zelfstandig uitvoeren met een secretaris-onderzoeker of door één of meerdere leden.

3. Financiën De gemeente Ermelo is kassier voor de rekenkamer Ermelo-Harderwijk-Zeewolde. Van het beschikbare budget van € 78.000 in 2025 is in totaal een bedrag van € 41.411,32 uitgegeven. Het gaat om een bedrag van € 16.633,10 aan onderzoeken, € 23.712,38 aan kosten voor de secretaris en de vergoeding voor de leden van de rekenkamer en € 1.065,84 aan overige kosten. Voor de begroting van 2026 is een bedrag van €103.000 beschikbaar.

Pieter den Besten, voorzitter Yannick Jean, secretaris

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16711091/1