Informatiememo natuurherstel
Tekst van het document
Informatiememo
Datum: 17 juni 2025 Onderwerp: Informatiememo natuurherstel
Documentnr: 02330000276446 Zaaknr.: 02330000075835 Mandaatnr. Portefeuillehouder: H.R. van Veen Ambtenaar/projectleider: A.C.J. van de Scheur
Datum
24 juni 2025, nr. 1
Collegebesluit
1. In te stemmen met bijgaande informatiememo’s over de gevolgen van het voorbereidingsbesluit van de provincie (02330000284176) en natuurherstel (02330000276446) 2. Deze memo’s ter kennis te brengen aan de raad.
☐ ter informatie voorleggen aan het college ☒ ter informatie voorleggen aan de raad ☐ ter bespreking voorleggen aan de raad Kennisnemen van Kennis nemen van onderstaande informatie naar aanleiding van de vraag en toezegging tijdens de raadsvergadering van 9 april 2025 en aanvullende vraag in de raadsvergadering van 4 juni 2025 met betrekking tot natuurherstel. Stikstofzonering In de raadsvergadering van 31-05-2025 is uw raad in gesprek gegaan met gedeputeerde Drenth van de provincie Gelderland. De rode draad is een uitspraak van de rechtbank: het kabinet heeft alle middelen en beleidslijnen ingetrokken, dit betekent dat er landelijk geen stikstofaanpak is. Alle eigenaren van de natuur, moeten beheren conform het habitattype. De provincie heeft middelen beschikbaar voor natuurherstel. De provincie kan op dit moment geen vergunningen afgeven, want de kwaliteit van de natuur is niet op orde. Er kan nu niet worden aangetoond wat het effect is op de natuur. Maatregelen moeten er voor zorgen dat de natuur verbetert. Daarvoor opgekochte stikstofruimte (extern salderen) moet voor 65% (percentage kan in bijzondere gevallen oplopen) worden ingeleverd bij de provincie en de resterende 35% kan ingezet worden voor een project. Specifiek t.a.v. de 500 meter zone geeft gedeputeerde Drenth aan: eerst uitstoot verminderen, daarnaast natuurherstel.
Natuurherstel Waarom is natuurherstel nodig? Kwetsbare natuurgebieden lijden onder een overmatige neerslag van stikstof. Stikstof werkt als een soort meststof, wat leidt tot vermesting en verzuring van de bodem. De neerslag verstoort en ecologisch evenwicht en bedreigt de soortenrijkdom (biodiversiteit). Doordat planten die goed gedijen op stikstof (brandnetel, braam), zeldzame planten die juist behoefte hebben aan schrale grond overwoekeren. Verzuring zorgt ervoor dat essentiële voedingsstoffen zoals kalk en kalium uit de bodem verdwijnen. Hierdoor kunnen giftige stoffen, zoals aluminium, vrijkomen. Dit is schadelijk voor het bodemleven,
pagina
2 van 4
bomen en planten die er groeien. Door het teruglopen van de biodiversiteit verdwijnen habitatten en daarmee wordt de natuur nog kwetsbaarder. Natuurkwaliteit en -herstel wordt gemeten aan de kwaliteit van de Natura2000 habitattypen (zoals bijvoorbeeld H4030 - Droge heiden, H6230 Heischrale graslanden of H9190 Oude Eikenbossen, zie langetermijnvisie heideterreinen Ermelo (e230031670)). Hoe wordt natuurherstel uitgevoerd? Natuurherstel in het kader van stikstof omvat zowel maatregelen om de bron aan te pakken (minder stikstofuitstoot) als herstelmaatregelen in de natuurgebieden zelf. Belangrijk is te realiseren dat natuurherstel breder is dan alleen stikstof gerelateerde onderwerpen. 1. Verminderen van uitstoot Het meest effectief is verminderen van de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) van verkeer en industrie en ammoniak (NH3) wat voornamelijk van de landbouw komt. In de landbouw gaat het bijvoorbeeld om de extensivering van de veehouderij (minder dieren per hectare), aanpassingen in mestbeleid, en de transitie naar duurzame en natuurvriendelijke bedrijfsvoering. En bij verkeer en industrie gaat het om strengere emissienormen, stimuleren van elektrisch vervoer en investeren in schonere technologieën. 2. Herstelmaatregelen in de natuurgebieden Herstelmaatregelen zijn erop gericht de natuur te laten herstellen en weerbaarder te maken tegen de gevolgen van stikstofdepositie.
Voorbeeldmaatregelen zijn: Plaggen, maaien en afvoeren, begrazing, verwijderen van opslag van ongewenste soorten of het toevoegen van mineralen (kalk, steenmeel). Wat doen wel al Heide De heideontwikkeling is alleen te volgen aan de hand van langjarige monitoring op verschillende parameters. Hiervoor is een monitoringsschema opgesteld dat is gekoppeld aan de doelstellingen horend bij de heidekwaliteit en bijbehorende SNL-subsidievoorwaarden (subsidiestelsel Natuur en Landschap). Er geldt voor de heide een behoud en verbeterdoelstelling. In de praktijk is onder de huidige omstandigheden, behoud al een enorme uitdaging. In algemene zin gaat het matig tot slecht met de heide in Ermelo en de hele Veluwe. Maatregelen die we nu nemen zijn pas over een aantal jaren te monitoren op effect. Het gaat dan al snel om een termijn van vijf jaar of langer. Juist vanwege deze lange termijn, willen we benadrukken dat nu maatregelen nemen niet direct betekent dat er bijvoorbeeld volgend jaar al (zichtbaar) effect is. Het beheerplan heideterreinen (e230031722) bevat een uitvoeringslijst van maatregelen op de verschillende heideterreinen, zie pagina’s 18-25. Dit is een uitgebreide lijst maatregelen waar aan gewerkt wordt. Revitaliseren van bossen Waar het effect van maatregelen op de heide al over een lange tijdsperiode gaat, is dit voor bossen nog veel meer het geval.
Door bij boswerkzaamheden te werken met vaste dunningspaden, voorkomen we zoveel mogelijk bodemschade. Processen verlopen hier veel trager en effecten zijn moeilijker te meten en waar te nemen. Ook in de bossen is sprake van verzuring en een verstoorde bodem. Met het planten van strooisel verbeterende soorten als linde, kers, esdoorn, iep en haagbeuk proberen we dit effect enigszins te keren. Ook in het bos worden proeven uitgevoerd met bufferende stoffen zoals op de heide. Echter hebben we het in het bos over decennia voordat het effect zichtbaar is. Leemputten Naast stikstof vormt verdroging een belangrijke reden voor natuurherstel. In de Leemputten richtte de aanpak van de natuurherstelwerkzaamheden van afgelopen winter zich op systeemherstel, onder andere gebaseerd een Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA). Bij de aanpak werkten Provincie Gelderland, Geldersch Landscap en Kasteelen en de gemeente Ermelo samen. Natuur omarmen
pagina
3 van 4
Natuurkwaliteit valt niet alleen te verbeteren in de natuurgebieden zelf. Ook omringende (bebouwde) gebieden moeten bijdragen aan de algemene natuurkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen, woningbouw, landbouw, landschap en het reguliere groen van Ermelo moeten bijdragen aan de natuur of een buffer vormen. Zowel door uitbreidingsmogelijkheden van voedselaanbod en migratiemogelijkheden van soorten wordt de draagkracht van de natuurgebieden zelf vergroot. Denk hierbij aan buffers, groenstructuur en aanbod van nectar voor insecten (stimuleren biodiversiteit door o.a. blije bermen en minder maaien zoals Lijsterlaan) en natuur inclusief bouwen. Groen en natuur moeten hiervoor vanaf het allereerste begin worden meegenomen in planvorming. Daarnaast borgt Ermelo dit o.a. door deelname en ondersteuning aan GEUS en gebiedsaanpak Speuld (landschapsontwikkeling/houtwalherstel), bomencompensatie met natuurontwikkeling (ecologische verbindingszone) aan de Flevoweg. Voor het groen binnen de bebouwde kom wordt een kansenkaart biodiversiteit opgesteld die hieraan bijdraagt en ook het Natuurinclusief bouwen is een voorbeeld waarmee de natuur wordt omarmd in Ermelo. In de raadvergadering van 4 juni 2025 is door de heer Arts gevraagd of het versneld of vooraf uitvoeren van herplant bij onvermijdelijke bomenkap effect heeft op het zichtbaar maken van natuurherstel.
Antwoord hierop is: Of dit effect heeft moet blijken uit ecologisch onderzoek, horend bij een betreffend project. Maar in algemene zin zal het versneld uitvoeren van herplant in projecten geen effect hebben op de beoordeling op natuurkwaliteit vanuit de provincie, dit hoort al zo te zijn. Op basis van de op 24 juni 2024 vastgestelde Europese Verordening Natuurherstel (staat boven nationale wetgeving, maar wordt nog uitgewerkt in nadere normering door het rijk), is in Artikel 8 vastgelegd: Herstel van stedelijke ecosystemen geeft het volgende aan: 1. Vanaf 2024 géén nettoverlies totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte én stedelijke boomkroonbedekking in ‘stedelijke ecosysteemgebieden’ 2. Vanaf 2031 toenemende trend totale oppervlakte stedelijke groene ruimte elke 6 jaar meten tot aan ‘bevredigend’ niveau 3. Vanaf 2031 toenemende trend stedelijke boomkroonbedekking elke 6 jaar meten tot aan ‘bevredigend’ niveau. Wat wel logisch lijkt dat hoe eerder elders groen er bij komt, de buffer verhoudingsgewijs op dat moment groter is en natuurteruggang minder groot lijkt te zijn bij onvermijdelijke bomenkap. Zeker wanneer het gaat om grote oppervlakten. Maatschappelijke betrokkenheid natuurherstel De gemeente ondersteund van harte maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan natuurherstel ook zijn er veel vrijwilligers die zich actief inzetten voor natuurherstel.
Hier zijn verschillende voorbeelden van zoals werkgroepen in het landschap en op de heide (KNNV/SLG), iedere maandagmiddag zijn betrokken inwoners actief op de heide. Evenals deelname aan de jaarlijkse natuurwerkdag op de heide. Maar ook een initiatief als de Natuurtuin Zandkamp (NMP).
Kansen Groevenbeekse heide De Groevenbeekse heide is er relatief slecht aan toe. Hierdoor liggen hier kansen voor het versnellen of toevoegen van beheermaatregelen. Echter is er ook veel intensieve recreatie en daarom zijn voor de Groevenbeekse heide in het Heidebeheerplan minder maatregelen voorgesteld dan op de andere heidevelden. Door de intensieve recreatie worden bijvoorbeeld reptielen overreden. Honden, in het bijzonder loslopend, zorgen voor een verstorend effect op (broed)vogels en andere dieren die door honden worden weggejaagd. Uitwerpselen zorgen voor eutrofiëring (vermesting) en dit heeft een verzurend effect. Uitwerpselen en haren (roskammen) bevatten gifstoffen die schadelijk zijn voor insecten en via de insecten voor vogels. De aanwezigheid van (loslopende) honden maken begrazing nagenoeg onmogelijk en de recreatiedruk maakt maaien en plaggen weinig kansrijk. Dat geldt ook voor het aanleggen van tijdelijke akkertjes om de bodemvorming in de goede richting te stimuleren. Dit zijn door de gemeente te beïnvloeden en te reguleren vormen van gebruik van de heide, die echter ook op veel weerstand kunnen rekenen. Er zijn mogelijkheden om de bodem te verbeteren door het uitstrooien van o.a. kalkrijke stoffen (bv. steenmeel). Hiermee worden op andere plekken proeven gedaan.
Deze vorm van natuurherstel is een vorm van symptoombestrijding, omdat de bronnen niet worden weggenomen.
pagina
4 van 4
Op dit moment is niet bekend of de provincie ook een pilot in Ermelo op dit vlak wil toestaan en ondersteunen. Daarnaast moet feitelijk onderzocht worden waar dit toe te passen en in welke mate dit passend is (veld-, bodemonderzoek, 0-meting etc.). Vervolgens is monitoring van de effecten noodzakelijk. Wanneer het effect positief is, kan dit bijdragen aan een mogelijke aanpassing van de 500m grens. De voorbereiding, uitvoering en monitoring vergt specifieke kennis en capaciteit die in de ambtelijke organisatie niet aanwezig is. Voor de realisatie van het onlangs vastgestelde heidebeheerplan zijn al externe opdrachten en inhuur noodzakelijk, deze aanpak komt daar bij. Overige heide Over de andere heideterreinen is ook van alles te zeggen, maar die liggen relatief ver van de beoogde bouwlocaties vandaan. Bovendien voorziet hier het heidebeheerplan ruimschoots in maatregelen om de kwaliteit van de heide te behouden en hopelijk daarmee ook te verbeteren.
Risico’s Er zijn veel onzekerheden als het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van de natuur: - Op korte termijn is een effect wenselijk, waarbij herstel van de natuur (te) langzaam verloopt
-
Weersinvloeden, zoals lange tijden van droogte zijn van grote invloed op de mogelijkheden tot herstel van heide en bos. En kunnen genomen maatregelen volledig teniet doen.
-
Er is vooralsnog geen zicht op nieuwe regelgeving of aanpak ten aanzien van stikstof vanuit het rijk. Hierdoor is er ook geen meetlat waarmee effecten kunnen worden beoordeeld.
-
De behoud en verbeterdoelstelling geldt al voor onze natuurgebieden.
-
De mate van haalbaarheid en draagvlak voor vergaande beperkingen op het gebied van (loslopende) honden en de mogelijke effecten op andere gebieden.
We hebben beperkt zicht op wat na het voorbereidingsbesluit met de 500 meter grens gebeurt die nu door de provincie voor 1,5 jaar is ingesteld.
Interne afstemming N.v.t. Bijlage(n)
1. informatiememo over de gevolgen van het voorbereidingsbesluit van de provincie (e250030483) 2. schema activiteit in Natura-2000 gebied (e250032534)