CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiememo e250056629

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 20251.648 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiememo

Datum: 8 oktober 2025 Onderwerp: Voortgang opstellen Warmteprogramma 2026

Documentnr: 02330015070137 Zaaknr.: 02330000083402 Mandaatnr. Portefeuillehouder: H.R. van Veen Ambtenaar/projectleider: T.L.H. Kamphuis

Datum

28 oktober 2025, Nr. 14.

Collegebesluit

Kennisnemen van de voortgang van het opstellen van het Warmteprogramma.

☒ ter informatie voorleggen aan het college ☒ ter informatie voorleggen aan de raad ☐ ter bespreking voorleggen aan de raad Kennisnemen van De huidige transitievisie warmte voor Ermelo loopt eind 2025 af. Uiterlijk eind 2026 moet de opvolger van de van de transitievisie warmte, het Warmteprogramma, door B&W worden vastgesteld. Middels deze memo wordt uw raad op de hoogte gebracht van de voortgang van het opstellen van het Warmteprogramma. Kernboodschap De gemeente Ermelo staat voor de opgave om de gebouwde omgeving voor 2050 aardgasvrij te maken. De plannen hiervoor moet conform nieuwe wetgeving uiterlijk eind 2026 in een Warmteproramma worden vormgegeven. In het Warmteprogramma komt te staan welke voorkeursoplossing voor een warmtealternatief per wijk door de gemeente wordt voorzien. Toelichting op de Warmteoplossingen Tot nu toe is de conclusie dat een individuele aanpak (de all-electric strategie) de meest geschikte koers is als warmtealternatief voor de gemeente Ermelo. In de uitvoeringsprogramma’s zal gekeken worden of een kleinschalig laagtemperatuur warmtenet voor bepaalde gebouwen een geschikte oplossing kan zijn. Naar verwachting is eind 2025 het ontwerp-warmteprogramma gereed. Hierna wordt het warmteprogramma ter inzage gelegd en kunnen inwoners en partijen zienswijzen indienen. Het warmteprogramma kan vervolgens door het college worden vastgesteld.

De verwachting is dat dit in het eerste kwartaal van 2026 zal gebeuren. Plan-mer-beoordeling Warmteprogramma’s die kaders stellen hebben conform de wetgeving een plan-mer-plicht. Een planMER is een onderzoek naar aanzienlijke milieueffecten van een plan of programma. Op dit moment lijkt het er op dat er voor de gekozen voorkeursoplossing, de all-electric strategie, een plan-mer-beoordeling moet worden uitgevoerd. De doorlooptijd van de plan-mer-beoordeling kan invloed hebben op de verwachte planning. Het is daarom mogelijk dat het warmteprogramma pas medio of eind 2026 kan worden vastgesteld.

pagina

2 van 4

Om te komen tot een voorkeursoplossing die past bij de kenmerken van onze gemeente is een analyse gedaan op basis van verschillende studies. Hierbij is gekeken naar vier warmtealternatieven: 1. Individuele warmtepomp (all-electric), 2. Warmtenetten op midden-en hogetemperatuurbronnen 3. Combinatie (zeer)lagetemperatuur-warmtenet met individuele elektrische warmtepompen 4. Klimaatneutraal gas Voor het op te stellen Warmteprogramma is een analyse gemaakt, gebaseerd op de Bronnenstudie NoordVeluwe en de voorgaande Transitievisie Warmte Gemeente Ermelo. Dit heeft geleid tot de conclusie dat een individuele aanpak (de all-electric strategie) de meest geschikte koers is voor de gemeente. Deze aanpak kan gecombineerd worden met kleinschalige collectieve systemen. Hieronder volgt een toelichting per warmteoplossing. 1. Individuele All-Electric Oplossingen In deze strategie worden woningen verwarmd met een individuele warmtepomp, veelal een lucht-water warmtepomp. Deze pompen werken efficiënt bij een relatief lage aanvoertemperatuur van het water voor de ruimteverwarming, waardoor woningen goed geïsoleerd moeten zijn (minimaal energielabel B vereist). Deze individuele oplossing lijkt voor de gemeente Ermelo de meest geschikte koers als warmtealternatief. Netcongestie Het elektriciteitsnet wordt de komende jaren in Ermelo verzwaard.

Op deze manier is het stroomnet klaar voor de toekomst. Om een gehele wijk te voorzien van warmtepompen is daarom afstemming met Liander noodzakelijk. Voor een aanpak per wijk zijn we daarom afhankelijk van wanneer de netbeheerder Liander besluit om de het stroomnet per wijk te verzwaren. Netcongestie is een breed vraagstuk binnen Nederland. De effecten van de schaarse netcapaciteit voor de gemeente Ermelo worden op dit moment in kaart gebracht, hierover wordt u middels een separate informatiememo in de toekomst geïnformeerd. 2. Warmtenetten met midden- en hogetemperatuurbronnen Bij strategie 2 worden alle gebouwen in een buurt aangesloten op een warmtenet met een afgiftetemperatuur op het middenniveau (70˚C). Het warmtenet wordt gevoed door warmtebronnen met een temperatuur van 70˚C of hoger. Inzet van dergelijke warmtenetten zijn in de gemeente Ermelo niet mogelijk vanwege de afwezigheid van middelhoge temperatuur bronnen en de relatief lage warmtevraag binnen de gemeente. 3. Combinatie (zeer)lagetemperatuur-warmtenet met individuele elektrische warmtepompen Bij strategie 3 worden de gebouwen in een buurt aangesloten op een warmtenet met (zeer)lagetemperatuurbron (15-30˚C) en/of op een individuele elektrische warmtepomp. Voor elk gebouw wordt daarbij afgewogen welke optie financieel het meest rendabel is.

De temperatuur van de lagetemperatuurbronnen wordt opgewaardeerd met een collectieve of individuele warmtepomp zodat ze de juiste temperatuur voor warm tapwater en ruimteverwarming bereikt. Bij deze strategie is het ook noodzakelijk dat woningen goed geïsoleerd moeten zijn (minimaal energielabel B vereist). Uit de analyse blijkt dat er binnen de gemeente Ermelo geen realistische laag temperatuur (LT) warmtebronnen beschikbaar zijn voor een warmtenet, voornamelijk vanwege de schaalgrootte en leveringszekerheid. Zo heeft Ermelo veel verspreide bebouwing en kunnen potentiële bronnen op het bedrijventerrein niet op alle momenten in de benodigde warmte voorzien. Het meest waarschijnlijke scenario is dat slechts een klein deel van de buurten (minder dan 10% van de buurt of minder dan 50 woningequivalenten) daadwerkelijk aansluit op een kleinschalig (Z)LT-warmtenet. Een voorbeeld hiervan is een appartementencomplex met een gezamenlijke Warmte- en Koudeopslaginstallatie (WKO) of een aantal woningen met een gedeelde warmtepomp. De rest van de wijk kiest dan voor individuele oplossingen, zoals een individuele warmtepomp.

pagina

3 van 4

Strategieën 1 en 3 zijn vergelijkbaar Een all-electric oplossing is sterk vergelijkbaar met de optie voor (zeer) lagetemperatuur Warmtenetten Dat komt omdat bij strategie 3 woningen die niet op het (kleinschalige) warmtenet zijn aangesloten, een individuele lucht-water warmtepomp krijgen. Het kostenverschil tussen strategie 1 en 3 is voor bijna alle buurten in Ermelo minder dan 20%. 4. Klimaatneutraal Gas Bij strategie 4 wordt gebruik gemaakt van een hybride warmtepomp met klimaatneutraal gas. Klimaatneutraal gas, waaronder biogas en groene waterstof, wordt in de context van de energietransitie voor de gebouwde omgeving beschouwd als een veelbelovende optie vanwege de reeds bestaande infrastructuur. De optie voor klimaatneutraal gas is echter niet kansrijk voor grootschalige inzet binnen de gemeente Ermelo. Dit komt vanwege de beperkte beschikbaarheid en prijsgevoeligheid van klimaatneutraal gas. De uitgevoerde Bronnenstudie Noord-Veluwe concludeert dan ook om de strategie niet als voorkeursstrategie op te nemen in het warmteprogramma. Het onzekere kostenprofiel voor de eindgebruiker/inwoner wordt nader bevestigd in de Eindgebruikerskosten Tool (ontwikkeld door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening).

Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid is een bevoegdheid die gemeenten krijgen om in de warmtetransitie gebieden aan te wijzen waar gebouwen vóór een bepaalde datum moeten overstappen op een duurzaam alternatief voor aardgas. In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is vastgelegd dat het college deze bevoegdheid heeft om gebieden of wijken binnen Ermelo aan te wijzen. Het doel is om inwoners en bedrijven duidelijkheid te geven over het tijdspad voor de transitie naar aardgasvrij. In het warmteprogramma kan een begrensd gebied worden aangegeven waar de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet. Vervolgens wordt middels een op te stellen omgevingsplan daadwerkelijk de deadline voor de levering van aardgas vastgesteld. In het komende warmteprogramma zal de aanwijsbevoegdheid nog niet worden ingezet. Conclusie In het op te stellen warmteprogramma stelt de gemeente vast welke wijken als eerste worden aangepakt met plannen om aardgasvrij te worden. Voor wijken die later aan de beurt zijn, geldt dat zij op eigen tempo kunnen verduurzamen en hiervoor gebruik kunnen maken van bestaande nationale subsidies of lokale regelingen. De analyse van de warmteopties voor Ermelo wijst op een individuele aanpak (de all-electric strategie) als de meest geschikte koers voor de gemeente.

Hoewel deze individuele benadering de hoofdstrategie is, biedt de uitgevoerde bronnenstudie wel mogelijke potentie voor (zeer) lagetemperatuur warmtenetten ((Z)LT-warmtenetten). Dit betreft echter kleinschalige systemen, vaak in combinatie met all-electric oplossingen via individuele warmtepompen. Bijvoorbeeld nieuwbouwprojecten met een gezamenlijke bodemwarmtepomp. De daadwerkelijke mogelijkheden en haalbaarheid van deze (Z)LT-warmtenetten zijn nog onzeker en moeten nader worden onderzocht. Dit vervolgonderzoek zal plaatsvinden in de nog op te stellen uitvoeringsplannen. Na het vaststellen van het warmteprogramma zullen deze uitvoeringsplannen worden opgesteld. Middels een haalbaarheidsanalyse en participatie per doelgroep of per gebied wordt dan gekeken of en in hoeverre een kleinschalig (Z)LT-warmtenet voor bepaalde gebouwen een geschikte oplossing kan zijn.

pagina

4 van 4

Isoleren is een noodzakelijke eerste stap voor de strategieën die voor Ermelo van toepassing zijn. Het verminderen van de vraag naar aardgas is een hybride tussenstap om te komen tot een aardgasvrije gemeente. Deze aanpak is vergelijkbaar met de transitievisie warmte, zie ook de figuur. Ook zal er in het warmteprogramma speciale aandacht zijn voor doelgroepen die verduurzaming het hardst nodig hebben. Onder andere met het al lopende isolatieprogramma worden deze doelgroepen reeds ondersteund. Omgevingsvisie Met de nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt de transitievisie warmte vervangen door het warmteprogramma. Dit is een verplicht programma onder de Omgevingswet. In de Wgiw staat dat het college van B&W verantwoordelijk is voor het opstellen en vaststellen van het warmteprogramma. Tevens is het warmteprogramma een verplicht thematisch programma onder de omgevingsvisie. Communicatie Zodra het ontwerp-warmteprogramma (inclusief de eventuele uit te voeren plan-mer-beoordeling) gereed is zal deze ter inzage worden gelegd. Via de officiële kanalen zal de gemeente hierover worden geïnformeerd. Voor uitvoeringsplannen zullen bewoners voor wie dit van toepassing is worden geïnformeerd zodra hiermee wordt gestart. Tijdens de diversenavond van 26 november wordt de voortgang en achtergrond van het op te stellen warmteprogramma nader toegelicht.

Vervolg Het concept-warmteprogramma is naar verwachting eind 2025 gereed. Hierna wordt dit programma ter inzage gelegd en kunnen eventuele zienwijzen ingediend worden. Het college van burgemeester en wethouders zijn het bevoegd gezag en kunnen het warmteprogramma in Q1 2026 gaan vaststellen. Indien een plan-mer-beoordeling noodzakelijk is kan het warmteprogramma pas medio of eind 2026 worden vastgesteld. Zodra het warmteprogramma is vastgesteld worden er uitvoeringsplannen opgesteld waarin de keuzes definitief worden gemaakt, deze komen tot stand middels participatie in de wijk(en). Interne afstemming Stefan Ramaker (Senior Beleidsadviseur Duurzaamheid) Bijlage(n) Geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16148341/1