CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiememo e250049217

Gemeenteraad 24 september 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 24 september 20251.564 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiememo

Datum: 13 augustus 2025 Onderwerp: Afhandeling Motie Mestvergisters

Documentnr: 02330000244559 Zaaknr.: 02330000045954 Mandaatnr. Portefeuillehouder: H.R. van Veen Ambtenaar/projectleider: M.C.S. van Wagensveld/S.R. Ramaker

Datum

26 augustus 2025, Nr. 10

Collegebesluit

1. De motie mestvergisters d.d. 23 oktober 2024 niet uit te voeren. 2. De aanvragen voor mestvergisters te monitoren en mee te nemen in de evaluatie van het afwegingskader Energieopwekking en Energie-infrastructuur. 3. De informatiememo (e240049217) door te sturen naar de raad.

☒ ter informatie voorleggen aan het college ☒ ter informatie voorleggen aan de raad ☐ ter bespreking voorleggen aan de raad Kennisnemen van De afhandeling van de motie mestvergisters die is aangenomen bij de vaststelling van het afwegingskader energieopwekking en energie-infrastructuur (e240039152) d.d. 23 oktober 2024. Kernboodschap Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo heeft besloten de motie betreffende mestvergisters niet uit te voeren. Door het ontbreken van een specifiek afwegingskader voor mestvergisters, wordt een aanvraag behandeld via de reguliere procedures voor een omgevingsvergunning. Dit betekent dat een initiatiefnemer moet voldoen aan alle standaard wettelijke eisen en procedures, die vaak uitgebreider zijn dan de kaders die in een beleidsdocument worden vastgelegd. De complexiteit en impact van mestvergisters maken dit proces extra belangrijk. Bovendien moet hierbij het juiste bevoegd gezag worden beschouwd: de gemeente voor kleinschalige projecten en de provincie voor grootschalige projecten (zie bijlage 1c) Dit besluit is ingegeven door de noodzaak van omvangrijke voorafgaande onderzoeken en het ontbreken van specifieke kennis en ervaring met mestvergisters. In plaats daarvan zal het college de vragen vanuit de samenleving aangaande mestvergisters actief monitoren.

Alvorens mestvergisters op te nemen in het afwegingskader, acht de gemeente het essentieel om kennis en ervaring op te doen binnen het reguliere ruimtelijke proces. Het afwegingskader zal in 2026 worden geëvalueerd, waarbij tevens eventuele aanvragen voor mestvergisters in overweging kunnen worden genomen. Argumenten om de vergunning van de mestvergisters niet via het afwegingskader mogelijk te maken c.q. te versnellen: • Geen noodzaak tot aanpassing afwegingskader energieopwekking en -opslag: Sinds de vaststelling van het afwegingskader voor energieopwekking en -opslag heeft de gemeente Ermelo

2 van 4

pagina

•

•

•

geen aanvragen ontvangen voor mestvergisters. Tevens is er in de afgelopen jaren geen vergunning voor dergelijke installaties aangevraagd en/of verleend. Gebrek aan kennis en ervaring: De gemeente Ermelo heeft geen kennis en ervaring met het beoordelen en afwegen van mestvergisters. Het doel van het afwegingskader is om initiatiefnemers richting te geven. Omdat de afweging complex is en een grote impact kan hebben op de omgeving, is het wenselijk dat het reguliere traject wordt gehandhaafd om tot een vergunning te komen. Nadat ervaring is opgedaan, kan het een overweging zijn om het afwegingskader aan te vullen met criteria voor mestvergisters. De omvang van het project bepaalt de procedure voor de Milieueffectrapportage (MER) en Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD): De meeste mestvergisters vallen onder de D-lijst van de Omgevingswet. Dit betekent dat er een MER-beoordeling nodig is. De enige uitzondering is als het project onder de vastgestelde drempelwaarden blijft. Deze drempelwaarden staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan van de gemeente. Ze zijn afhankelijk van de hoeveelheid afval die wordt verwerkt. Als een project op de D-lijst staat maar onder de drempelwaarden blijft, is een vormvrije MERbeoordeling nodig. Hierbij beoordeelt het bevoegd gezag1 of het project aanzienlijke milieueffecten kan hebben.

Mocht het bevoegd gezag na deze beoordeling tot de conclusie komen dat er wel sprake is van aanzienlijke milieueffecten, dan moet er alsnog een volledige MER worden opgesteld. Voor een volledige MER is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)2 vereist. Bij een MER-beoordeling is dit niet het geval. De beoordeling wordt gedaan op basis van een aanmeldingsnotitie van de initiatiefnemer. Participatie: Participatie is een verplicht onderdeel van de Omgevingswet. Initiatiefnemers dienen dit te organiseren, ongeacht of dit specifiek wordt benoemd in het afwegingskader. Het doel van participatie is om inwoners een eerlijke kans te geven betrokken te zijn bij een project en om maatschappelijk draagvlak te creëren. Een goede participatie vergroot de slagingskans van een project.

Bij het beoordelen van een aanvraag voor een mestvergister wordt, zoals ook in de motie Mestvergisters wordt aangegeven, rekening gehouden met de complexiteit van een dergelijk project. Naast de ruimtelijke inpassing en de mogelijke milieu- en gezondheidseffecten, zijn er diverse factoren die de gemeenteraad meeweegt in het besluit. Deze omvatten onder andere: • Mogelijke risico's en overlast: Mestvergistingsinstallaties kunnen risico's met zich meebrengen op het gebied van externe veiligheid. De opslag van vergistingsmaterialen kan geurhinder veroorzaken, en de installaties kunnen leiden tot geluids- en geuroverlast. Bovendien brengen ze intensieve verkeersbewegingen met zich mee vanwege de dagelijkse aan- en afvoer van grote hoeveelheden mest en restmateriaal. Daarom is een zorgvuldige ruimtelijke inpassing, rekening houdend met geurgevoelige functies, kwetsbare locaties en gebouwen in de omgeving, van groot belang. • Beperkte bijdrage aan mestreductie: Vergisting, of het nu een mestvergister of een co-vergister betreft, zet slechts 3% tot 4% van de mestmassa om in biogas. De mineralen blijven achter in het digestaat, wat betekent dat vergisting niet bijdraagt aan de vermindering van het mestoverschot/mineralenoverschot. • Positieve broeikaseffecten van mestvergisting: Bij de opslag van mest in stallen komt methaan vrij, een broeikasgas dat 25 keer sterker is dan CO2.

Door mest direct op te vangen en in een vergister te verwerken, wordt deze methaanemissie vermeden. Dit levert een 'win-win' situatie op, met zowel duurzame energie als verminderde methaanemissies. • Verkeer en infrastructuur: De mogelijke toename van zwaar verkeer voor het aan- en afvoeren van mest en restproducten (digestaat) en de impact hiervan op de lokale wegen worden meegenomen in het besluit. • Nadelige impact op leefomgeving en economie: Mestvergisters zijn grote installaties die als niet fraai in het landschap worden ervaren. De aanwezigheid ervan kan leiden tot waardedaling van

Dit is vaak de gemeente. Zie bijlage 1c. over bevoegd gezag. Een NRD, ofwel de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, is een document dat de inhoud van een milieueffectrapport (MER) afbakent. Het beschrijft welke milieueffecten onderzocht moeten worden en hoe gedetailleerd dit moet gebeuren. In het geval van projecten zoals mestvergisters, vormt de NRD de onderzoeksagenda voor de MER. Dit is een wettelijke vereiste. 1 2

pagina

3 van 4

huizen en het wegblijven van toeristen in het buitengebied, waardoor de economische voordelen van de vergister afnemen. Communicatie Niet van toepassing. Vervolg Monitoren van de aanvragen voor mestvergisters. Interne afstemming Deze informatiememo is afgestemd met de volgende collega’s: Marieke van der Klaauw Stefan Ramaker Bijlage 1a. Uitleg over mestvergister, 1b. het ruimtelijk traject en 1c. het bevoegd gezag.

pagina

4 van 4

Bijlage 1a. Uitleg over mestvergister, 1b. het ruimtelijk traject en 1c. het bevoegd gezag. 1a Wat is een mestvergister? • Bij mestvergisting is er sprake van monovergisting als alleen dierlijke mest wordt vergist. Er is sprake van covergisting als de mest samen met een afval- of reststof wordt vergist. • Monovergisting gebeurt meestal op kleine schaal, als onderdeel van de veehouderij. (Co)vergisting van mest kan ook een zelfstandige activiteit zijn. • Daarnaast zijn er grote centrale mestvergistingsinstallaties. In dergelijke gevallen wordt mest van meerdere agrarische bedrijven aangevoerd en kan ook het covergistingsmateriaal door verschillende partijen worden aangeleverd. • Voor het oprichten en uitbreiden van een kleinschalige mestvergister is een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nodig. Het gaat om installaties voor het vergisten van alleen dierlijke mest met een verwerkingscapaciteit van maximaal 25.000 m3 per jaar. • Via het omgevingsplan of een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit kan de gemeente een mestvergistingsinstallatie op een locatie toelaten. Bij deze ruimtelijke inpassing spelen verschillende omgevingsthema’s een rol, zoals externe veiligheid en geur. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels voor externe veiligheid bij het toelaten van mestvergistingsinstallaties.

1b Ruimtelijk traject voor een mestvergister Een monovergister moet verschillende ruimtelijke stappen doorlopen voordat deze gerealiseerd kan worden. Dit traject omvat: 1. Omgevingsplan & Omgevingsvergunning o Controle of de locatie binnen het omgevingsplan past. o Indien nodig, wijziging van het omgevingsplan of afwijken via een omgevingsvergunning. 2. Milieu- en stikstoftoetsing o Beoordeling van milieueffecten (zoals geur, geluid en emissies). o Indien van toepassing, een AERIUS-berekening voor stikstofuitstoot. 3. Participatie & inspraak o Overleg met omwonenden en belanghebbenden. o Reacties verwerken in de aanvraag. 4. Vergunningverlening & handhaving o Gemeente en provincie beoordelen de aanvraag. o Na goedkeuring volgt monitoring en controle op naleving. Dit proces vraagt afstemming tussen gemeente, provincie en initiatiefnemers. 1c Wie is bevoegd gezag voor mestvergisters: De gemeente is bevoegd gezag In de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag. Dit geldt met name voor: • Monovergisters op boerderijschaal: Installaties die uitsluitend dierlijke mest van het eigen bedrijf vergisten. • Mestvergisters die mest van derden verwerken tot een bepaalde grens: In de regel is dit 25.000 m³ mest per jaar van buiten het eigen bedrijf. Zodra deze grens wordt overschreden, verschuift de bevoegdheid.

• Andere milieubelastende activiteiten: De gemeente is verantwoordelijk voor de vergunningen en het toezicht op algemene milieubelastende activiteiten die onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vallen. De provincie is bevoegd gezag De provincie wordt het bevoegd gezag in de volgende situaties: • Grootschalige mestverwerking: Dit zijn installaties die meer dan 25.000 m³ mest van derden per jaar verwerken. • IPPC-installaties: Als een mestvergister wordt geclassificeerd als een IPPC-installatie (een installatie die valt onder de Europese richtlijn industriële emissies), dan is de provincie altijd het bevoegd gezag. Dit geldt vaak voor de grotere, industriële vergisters. • Complexe bedrijven: De provincie is ook bevoegd gezag voor een categorie complexe milieubelastende activiteiten, waaronder grootschalige mestverwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15895016/1