Informatiememo e250001411
Tekst van het document
Informatiememo
Datum: 9 januari 2025 Onderwerp: Beslissing op bezwaar Participatiewet (Pw) inzake oplegging van een boete in afwijking van advies commissie voor bezwaarschriften.
Documentnr: 02330000256132 Zaaknr.: 02330000065584 Mandaatnr. Portefeuillehouder: S. Hamstra Ambtenaar/projectleider: L.G. Rost
Datum
28 januari 2025, nr. 9
Collegebesluit
Kennisnemen van in afwijking van het advies van de commissie voor bezwaarschriften besluiten op een ingediend bezwaarschrift. ter informatie voorleggen aan het college ter informatie voorleggen aan de raad ter bespreking voorleggen aan de raad
Kennisnemen van In afwijking van het advies van de commissie voor bezwaarschriften besluiten op een ingediend bezwaarschrift. Kernboodschap Door de bewindvoerder is namens haar cliënt op 17 juli 2024 een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit haar cliënt een boete op te leggen in verband met het te laat melden van inkomsten uit arbeid waardoor er teveel bijstand is verstrekt. Op 7 januari 2025 heeft het college het bezwaarschrift gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van een boete herzien door te volstaan met het opleggen van een waarschuwing. Communicatie De beslissing op bezwaar is naar bezwaarmaker verzonden. Vervolg Tegen de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingesteld bij de Rechtbank Gelderland. Argumenten De commissie voor bezwaarschriften adviseert het bestreden besluit tot oplegging van een boete in stand te laten. Zij overweegt hiertoe dat bezwaarde op 1 juli 2023 is begonnen met betaalde werkzaamheden. De werkzaamheden zijn niet tijdig doorgegeven en zijn door de bewindvoerder pas gemeld via een contactformulier op 9 oktober 2023. Dit heeft er toe geleid dat aan bezwaarde op grond van artikel 18a het schenden van de inlichtingenplicht die op hem rust ingevolge artikel 17 eerste lid van de Participatiewet (Pw). Op grond van artikel 18a, zevende lid, Pw, kan het college op grond van dringende redenen af zien van het opleggen van een boete.
Dringende redenen als hiervoor bedoeld moeten zijn gelegen in onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties van de boete voor bezwaarde. Het is de commissie niet gebleken dat er sprake is van dringende reden waardoor zou moeten worden afgezien van het opleggen van een boete. De commissie komt tot de conclusie dat het
pagina
2 van 2
college terecht een boete heeft opgelegd en dat het college de regels die gelden bij het opleggen van een boete op de juiste wijze heeft toegepast. Wij kunnen ons niet vinden in het advies van de commissie. In het bezwaarschrift wijst de bewindvoerder op de kwetsbare positie van haar cliënt gezien zijn leeftijd (19 jaar) en het feit dat hij niet op de hoogte is van alle geldende regels. Nu bezwaarde de kosten van de boete zou moeten dragen, terwijl wij de bewindvoerder voor het ontstaan van de boete in belangrijke mate medeverantwoordelijk achten, hebben wij besloten slechts een waarschuwing aan bezwaarde op te leggen. In een apart schrijven wijzen wij de bewindvoerder op haar verantwoordelijkheid als professioneel bewindvoerder jegens deze kwetsbare jongere. Bijlage(n) Beschikking op bezwaar (e240056488); Begeleidende brief bij bezwaar (e250001401); Advies commissie voor bezwaarschriften (e240056283).