CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiememo e240052857

Gemeenteraad 22 januari 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 22 januari 20251.051 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiememo

Datum: 19 november 2024 Onderwerp: Beslissing op bezwaar inzake Kampvelderweg 27d in afwijking van advies commissie bezwaarschriften.

Documentnr: 02330000248025 Zaaknr. 02330000068659 Portefeuillehouder: H.R. van Veen Ambtenaar/projectleider: G. Oostra

Datum

26 november 2024, nr. 9.

Collegebesluit

1. 2. 3.

Kennis te nemen van het advies van de bezwaarschriftencommissie d.d. 15 januari 2024, kenmerk 02330000201048; Kennis te nemen van de uitspraak van de Voorzieningenrechter d.d. 18 september 2024; Het bestreden besluit d.d. 8 augustus 2023, kenmerk e230033942, tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor een dakopbouw in stand te houden, in afwijking van het advies van de commissie;

☐ ter informatie voorleggen aan het college ☒ ter informatie voorleggen aan de raad ☐ ter bespreking voorleggen aan de raad

Kennisnemen van In afwijking van het advies van de commissie bezwaarschriften besluiten op een ingediend bezwaarschrift. Kernboodschap Op 15 juni 2023 heeft de eigenaar van de Kampvelderweg 27d een aanvraag ingediend voor het realiseren van een dakopbouw. Bij brief van 8 augustus 2023 heeft het college besloten de aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Op 8 september 2023 heeft het college hiertegen een bezwaarschrift ontvangen van de vertegenwoordiger van bezwaarde. Op 10 april 2024 heeft het college het bezwaarschrift ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. Hiertegen is beroep ingediend. Bij uitspraak van 18 september 2024 heeft de voorzieningenrechter de beslissing op bezwaar van 10 april 2024 vernietigd. Ondanks de uitspraak van de voorzieningenrechter blijft het college bij het besluit dat de vergunning op goede gronden is verleend. Het college heeft dan ook besloten om wederom bij beslissing op bezwaar het bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Communicatie De beslissing op bezwaar is naar bezwaarmaker en vergunninghouder verzonden. Vervolg Tegen de beslissing op bezwaar kan hoger beroep ingediend worden bij de Raad van State. Argumenten

1.1 De bezwaarschriftencommissie adviseert het bestreden besluit te herroepen en de aangevraagde omgevingsvergunning te weigeren. De commissie overweegt in haar advies dat het plan niet past binnen de regels van het bestemmingsplan. De commissie constateert dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan vanwege het overschrijden van de toegestane maximale goothoogte. De aanvraag zal dan ook

pagina

2 van 2

aangemerkt moeten worden als een aanvraag omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Voor het overschrijden van de maximale goothoogte biedt het bestemmingsplan geen toereikende afwijkingsmogelijkheden. De commissie is van mening dat het bouwplan niet voldoet aan de beleidsregels voor het afwijken van het bestemmingsplan. De commissie komt daarom tot het advies de verleende vergunning te herroepen en te weigeren. 2.1 De Voorzieningenrechter heeft de beslissing op bezwaar van 10 april 2024 vernietigd. De voorzieningenrechter is van mening dat het bouwplan in strijd is met de Nota omgevingskwaliteit en hiermee eveneens met de beleidsregel voor kruimelafwijkingen. De voorzieningenrechter draagt het college daarom op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen. Daarbij moet beoordeeld worden od het college aanleiding ziet om met toepassing van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van de beleidsregel of alsnog de vergunning te weigeren. Middels onderhavig voorstel wordt aan de uitspraak van de Voorzieningenrechter voldaan. 3.1 Het realiseren van een dakopbouw past volgens de commissie niet binnen het beleid van de gemeente. Het bouwplan past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. De wet biedt de mogelijkheid om middels een zogenoemde ‘kruimelafwijking’ af te wijken van het bestemmingsplan.

Een kruimelafwijking is een mogelijkheid die de gemeente wordt geboden, maar geen plicht. Om deze reden heeft de gemeente Ermelo een beleidsstuk opgesteld waarin beschreven staat wanneer we middels een ‘kruimelafwijking’ medewerking willen verlenen aan een plan wat niet passend is binnen het bestemmingsplan. Het bouwplan voldoet volgens de commissie niet aan de regel uit het opgestelde beleidsstuk. De beleidsregel stelt namelijk als voorwaarde dat voldaan dient te worden aan de Nota omgevingskwaliteit. In deze nota zijn voor dakopbouwen onder 3.5 enkele criteria opgenomen. Voor de maatvoering wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Nu onderhavig plan niet voldoet aan het bestemmingsplan stelt de commissie dat de vergunning niet verleend kan worden. De commissie komt hiermee tot de conclusie dat het bouwplan niet vergund kan worden op basis van de kruimelafwijking, nu het plan niet voldoet aan het beleid van de gemeente. 3.2 Wij kunnen ons niet vinden in het advies van de commissie Ondanks dat de voorzieningenrechter de beslissing op bezwaar heeft vernietigd, blijven wij van oordeel dat wij het advies van de commissie bezwaarschriften niet kunnen volgen. De regels over dakopbouwen zijn in 3.5 van de Nota omgevingskwaliteit beschreven. Het gaat dan om bouwplannen die voldoen aan de welstandscriteria en dus niet langs de commissie Omgevingskwaliteit hoeven.

Daarbij is dus van belang dat de maatvoeringen in het bestemmingsplan zijn benoemd. Wij zijn van oordeel dat de passage zoals beschreven in 3.5 bedoeld zijn voor bouwplannen die zonder ontheffing vergund kunnen worden. Het gaat om eenvoudige bouwwerken met een lichte welstandsbeoordeling. Juist bij bouwplannen waar ontheffing voor is verleend op grond van de kruimelregeling, wordt het bestemmingsplan verlaten. Er vindt een afzonderlijke ruimtelijke beoordeling plaats en per definitie is daarmee de maatvoering in het bestemmingsplan flexibel geworden. Wij zijn van oordeel dat het gegeven van de bepaling over maatvoering op grond 4:84 Awb achterwege dient te blijven. Juist bij de beoordeling van een bouwplan waarbij de kruimelregeling is toegepast, heeft vanuit een ruimtelijk kader een belangenafweging plaats gevonden. De beleidsregels 2017 artikel 2:12 eerste lid onder a onder 2 Wabo (kruimelbeleid) schrijft dwingend voor, zie hiervoor 3.3 van het kruimelbeleid, dat er geen onevenredige aantasting van plaatsvinden van de diverse belangen. Wanneer wij hebben besloten om medewerking te verlenen met het een bouwplan op basis van het kruimelbeleid, dan leidt een beperking van die mogelijkheid door de nota omgevingskwaliteit tot een onevenredige beperking.

Wij zijn van oordeel dat er in het onderhavige geval sprake is van een bijzondere omstandigheid die onevenredig is in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Immers op basis van de beleidsstukken moet medewerking voor een veelvoorkomend bouwplan mogelijk zijn. Juist in dat geval waar ontheffing op grond van de kruimelregeling mogelijk is, kan welstand daaraan niet in de weg staan Om die reden wijken wij af van de bepaling van de nota omgevingskwaliteit en menen wij dat ontheffing (kruimelregeling) mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14870620/1