Infomemo e260034818
Tekst van het document
Informatiememo Datum: 9 juni 2026 Onderwerp: Stand van zaken Tomassen Duck-To na uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak
Documentnr: 02330015124770 Zaaknr.: 02330000094767 Mandaatnr. Portefeuillehouder: C.A.J. Tigchelaar Ambtenaar/projectleider: projectgroep Tomassen
Datum
9 juni 2026, Nr. 22.
Collegebesluit
1. In te stemmen met de bijgaande informatiememo; 2. dit informatiememo via de griffie ter informatie aanbieden aan de raad.
☐ ter informatie voorleggen aan het college ☒ ter informatie voorleggen aan de raad ☐ ter bespreking voorleggen aan de raad Kennisnemen van Gevolgen van uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: Afdeling) van 15 april 2026 en voorzieningenrechter rechtbank Amsterdam dd 13 mei 2026 over Tomassen Duck To BV. Kernboodschap Wat heeft de Afdeling bepaald? De uitspraak van de Afdeling heeft betrekking op de door ons college opgelegde lasten uit 2023. Daarbij is aan het bedrijf aangegeven dat hij in strijd met het bestemmingsplan het perceel Fokko Kortlanglaan 112 (achterzijde) en 122 gebruikt ten behoeve van een pluimveeslachterij. De last is bedoeld om de overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden. Daarnaast is er nog de verplichting een houtsingel aan te leggen. De Afdeling heeft in de uitspraak van 15 april 2026 bepaald dat ons college deze lasten terecht heeft opgelegd en heeft aangegeven dat het bedrijf moet voldoen aan deze lasten. Doet het bedrijf dat niet, dan wordt een dwangsom per week per perceel verbeurd, met een maximum van 500.000 euro. De Afdeling gaf het bedrijf 8 weken de tijd om aan de last te voldoen (dus om de overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden). Deze termijn eindigt op 10 juni 2026.
Vanaf donderdag 11 juni moet het bedrijf dan ook concreet het gebruik van de percelen Fokko Kortlanglaan 112 (achterzijde) en 122 voor het pluimveeslachtbedrijf hebben beëindigd. Doet het bedrijf dat niet, dan wordt een dwangsom “verbeurd van rechtswege”; dat wil zeggen dat er bij overtreding een betalingsverplichting ontstaat. Uiteraard moet dat wel worden geconstateerd. Gesprek met het bedrijf Op 9 juni heeft een gesprek plaatsgevonden met het bedrijf. Daarbij is door ons college gevraagd hoe zij omgaan met de uitspraak van de Afdeling en op welke manier zij zich hebben voorbereid op de gevolgen van de uitspraak. Het bedrijf heeft aangegeven maatregelen te hebben getroffen. Dit zullen we betrekken bij de verdere beoordeling. Wat is de relatie tussen de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling en de daaruit voortvloeiende consequenties en uitspraak van de voorzieningenrechter op 13 mei? In januari hebben wij de aanvraag om vergunning door het bedrijf geweigerd en de bestaande vergunningen ingetrokken. Het bedrijf heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen deze weigering en intrekking. De rechtbank behandelt deze zaken in december 2026. In de tussentijd is er door de voorzieningenrechter uitgesproken dat het besluit tot intrekking van de vergunningen is geschorst totdat de zaak in december is behandeld. Vervolg
pagina
2 van 2
De controles naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling zullen gedurende vijf weken worden uitgevoerd. Interne afstemming Deze informatiememo is afgestemd met de projectgroep Tomassen. Bijlage(n) nvt