Infographic e250030823
Tekst van het document
Visuele samenvatting Armoedemonitor & IER Gemeente Ermelo
Armoedemonitor De peildatum van het onderzoek is 1 april 2024. In de Armoedemonitor worden de huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm weergegeven.
Minimahuishoudens
Kinderen in minimahuishoudens Naar schatting groeien 592 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm.
Wij schatten dat de totale hoeveelheid huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm bestaat uit 1.098 huishoudens.
Dit is 11,4% van alle kinderen in de gemeente.
Dit is 9,3% van alle huishoudens in de gemeente Ermelo. De gemeente heeft 61 procent van de minimahuishoudens in beeld.
De gemeente heeft 354 kinderen in beeld: 60 procent van de populatie.
Huishoudtype
schatting
De 1.098 minimahuishoudens bestaan uit:
54% alleenstaanden In perspectief: gemiddeld is het aandeel alleenstaanden 50 tot 55 procent. Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen is in vergelijkbare gemeenten 15 tot 20 procent.
Inkomensbron
Participatiewet
27% 31% AOW
Zzp Arbeid
14% *WW, Arbeidsongeschikten
10% eenoudergezinnen meerpersoons
17% huishoudens met kinderen
Cijfers op een rij
schatting
18% Overige uitkeringen*
meerpersoons
19% huishoudens zonder kinderen
10%
schatting
Naast cijfers over de minimadoelgroep met een inkomen tot 130 procent Wsm, zijn gegevens verzameld over andere (minima)doelgroepen. Inkomen
Huishoudens Kinderen
tot 100% Wsm
5,3%
7,1%
tot 110% Wsm
6,3%
8,1%
tot 120% Wsm
7,7%
9,6%
tot 130% Wsm
9,3%
11,4%
Overig
90,7%
88,6%
Totaal
100%
100%
Minimaregelingen Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten over de periode 1 april 2023 tot en met 1 april 2024. In het figuur is het gebruik van de regelingen weergegeven in percentages.
Bereik van de minimaregelingen
schatting
Het bereik van de minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000. In het figuur is het bereik van de regelingen weergegeven in percentages.
Bereik in voorbeeldgemeente Gemiddeld bereik 29% 23%
Bijzondere bijstand 262 huishoudens
69% 73%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 432 huishoudens
61%
Individuele inkomenstoeslag
45%
305 huishoudens
Collectieve zorgverzekering
10% 35%
93 huishoudens
10%
Tegemoetkoming aanvullende zorgkosten 142 huishoudens
41%
Maatschappelijke bijdrageregeling volwassenen
33%
302 huishoudens
29%
Maatschappelijke bijdrageregeling kinderen
47%
87 huishoudens
Schoolkosten
53 huishoudens
Stichting Leergeld
21% 23% 29% 40%
116 kinderen
37% 30%
Jeugdfonds Sport & Cultuur
186 kinderen
0%
20%
40%
60%
80%
Inkomenseffect rapportage Voor acht verschillende voorbeeldhuishoudens met vijf verschillende inkomensniveaus brengen wij in beeld hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen in 2024. Het gaat om inkomens van 100 tot en met 130 procent Wsm.
Huishoudens die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken waar zij recht op hebben, hebben daardoor logischerwijs (meer) budget over aan het einde van de maand dan huishoudens die van geen enkele regeling gebruikmaken. Voor alleenstaanden met een zorgvraag met een inkomen tot 110 procent is het gebruik van deze regelingen noodzakelijk om maandelijks rond te kunnen komen. Voor andere huishoudens geldt dat zij het niet nodig hebben om rond te komen, hierbij zorgen de regelingen voor een grotere bestedingsruimte.
Wanneer huishoudens die in één van de acht onderzochte huishoudtypes alle beschikbare gemeentelijke regelingen ontvangen, loont werken tegen een hoger inkomen tot 130 procent Wsm bijna altijd. Alleen als een huishouden de individuele inkomenstoeslag ontvangt is er niet altijd direct sprake van een hoger maandbudget bij werkaanvaarding, dit is bijvoorbeeld bij alleenstaanden en alleenstaande ouders het geval.
Bijna alle huishoudens die vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon van 110, 120 en 130 procent Wsm maandelijks voldoende budget hebben om zowel de basisuitgaven als de uitgaven voor sociale participatie te bekostigen, met de gemeentelijke regelingen. De enige uitzondering hierop zijn alleenstaanden met een zorgvraag.