Gewijzigd bestemmingsplan e260016617
Tekst van het document
Werkplan Detailuitwerking inrichting en beheer bestaand heidegebied .................................................. 12
1
1. INLEIDING
1.1 AANLEIDING De gemeente Ermelo heeft het voornemen om het bestemmingsplan van een aantal percelen aan de Haspel 99-101 en 123 t/m 129 te Ermelo te wijzigen om hier o.a. woningbouw mogelijk te maken. Voor het beheer van de natuurlijk ingerichte delen van het plangebied wordt in voorliggend beheerplan beschreven hoe de functionaliteit van de natuur blijvend in stand te houden. Dit beheerplan is qua uitwerking op onderdelen gebaseerd op de notitie: ‘Overzicht van te treffen mitigerende maatregelen Haspel 99-129, Ermelo’ (Ecogroen, 2 november 2022).
Afbeelding 1. Locatie maatregelen herontwikkeling Haspelstrook Ermelo
2
2. BEHEERVISIE
2.1 BOUWSTENEN VOOR DE BEHEERVISIE Het stedenbouwkundig plan, inrichtingsplan en ecologische visie vormen de bouwstenen voor de ecologische beheervisie en beheerplan. Onderstaand worden ze kort besproken.
Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan Haspel borduurt voort op de aanwezige rechtlijnige structuren, maar door de ruime opzet wordt ingezet op een zeer natuurlijk beeld, zowel binnen als buiten de woonpercelen. De bos- en natuurbeleving worden gemaximaliseerd in het nieuwe plan.
Inrichtingsplan Het inrichtingsplan gaat uit van een natuurlijk beeld, wonen op de Veluwe. Dat betekent geen aangeharkt plantsoen, maar natuur die het aanzicht en sfeer bepaald. Wonen op de Veluwe houdt hier niet in dat er overal bomen tot aan de gevel staan, maar wel dat er continuïteit in het maaiveld aanwezig is. De onderbegroeiing zal dus vanuit de omgeving (bos/heide/ruigte) doorlopen tot aan de erfgrenzen. Met de detaillering van de openbare ruimte en de overgangen naar privé wordt hier in de volgende planfase met het verder definitief maken van de inrichtingsplannen en de bouwplannen rekening mee gehouden.
Ecologische visie In deze notitie is een overzicht gegeven van alle maatregelen die nodig zijn vanuit natuurbeleid en- wetgeving. Hierbij is onderscheid gemaakt in algemene maatregelen, voorbereidende maatregelen (als voorbereiding op het bouwrijp maken van percelen), inrichtingsmaatregelen en beheermaatregelen. Voor het beheer van de natuurlijk ingerichte delen van het plangebied (o.a. stobbenwallen, bermen, heidevegetatie, ruigte en bosstroken) is onderliggend beheerplan opgesteld dat erop is gericht om de functionaliteit van de natuur blijvend in stand te houden.
2.2 STREEFBEELDEN De ruimtelijke/ecologische visie met de beschreven mitigerende maatregelen wordt in deze paragraaf vertaald naar integrale streefbeelden. Een streefbeeld is de na te streven toekomstige situatie, die door het treffen van gerichte beheermaatregelen bereikt kan worden. Daarbij zijn integrale streefbeelden geformuleerd van de verschillende ruimtelijke eenheden van het inrichtingsplan gecombineerd met de onderdelen uit de notitie van de te treffen mitigerende maatregelen zoals beschreven door Ecogroen. Daarnaast is in een later planstadium (februari 2025) door de Omgevingsdienst verzocht om een zone met groenblijvende struiken in te passen tussen de paardenmennerij en de 3 woningen daar aan grenzend op Haspel 123a. Deze dragen bij aan het voorkomen van verspreiding van (fijn)stof vanuit de paardenmennerij. Deze streefbeelden zijn:
•
Bosstroken
3
•
Heidevegetatie / reptielengebied
•
Ruigte en bermen
•
Stobbenwallen
•
Groenblijvende struikenzone voor afvang van (fijn)stof
2.2.1 STREEFBEELD BOSSTROKEN Ruimtelijke kenmerken: Van de Haspel naar de gemeentegrens met Harderwijk wordt een minimaal vijf meter brede bosstrook gespaard die door de dassen gebruikt kan worden om door het plangebied te trekken. Voor extra dekking en ontwikkeling van leefgebied van kleine marterachtigen worden takkenrillen geplaats aan de rand van de bosstrook. Het bestaande bos (met twee vluchtpijpen van das) langs de gemeentegrens met Harderwijk blijft behouden en wordt niet omgevormd tot speelnatuur. Het terrein wordt met een minimaal 80 centimeter hoog hekwerk afgescheiden van het woongebied. Hierbij wordt tussen de onderkant van het hekwerk en het maaiveld een ruimte van tenminste 20 centimeter vrijgehouden, zodat passage van dassen (en kleine marterachtigen) mogelijk blijft. Aan de noordrand van de Haspelstrook op het terrein van de pelletfabriek wordt een bosstrook (oppervlakte circa 2.500 m2) aangeplant met diverse struiken en bomen. Daarnaast wordt ter afscherming van de manage een houtwal aangeplant met vergelijkbare soorten. Wonen in De Haspel houdt in dat de omgeving relatief schaduwrijk is en bomen vaak tot vlak aan de erfgrenzen staan en de wegen begeleid worden door bomen. De onderbegroeiing is afgestemd op de schaduwrijke omgeving en bestaat deze ook uit ruigte.
Daar waar gekapt wordt om de bouw mogelijk te maken worden in de directe nabijheid nieuwe bomen aangeplant.
Vegetatie Aangeplant worden struiken als: •
Wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia)
•
Gewone vlier (Sambucus nigra)
•
Sporkehout/Vuilboom (Rhamnus frangula)
•
Hazelaar (Corylus avellana)
•
Meidoorn (randen) (Crataegus laevigata/monogyna)
•
Sleedoorn (randen) (Prunus spinosa)
•
Boswilg (Salix caprea)
En bomen als: •
Zomereik (Quercus robur)
•
Veldesdoorn (Acer campestre)
•
Walnoot (Juglans regia)
•
Tamme kastanje (Castanea sativa)
•
Beuk (Fagus Sylvatica)
•
Ruwe Berk (Betula pendula)
4
•
Grove den (Pinus sylvestris)
•
Winterlinde (Tilia cordata)
•
Zomerlinde (Tilia platyphyllos)
Het ‘bos’ omvat het bostype: eiken-berkenbos (met grove den). Het bostype hoort bij droge, zandige bodem. De kruidlaag is soortenarmer met soorten als blauwe bosbes, bochtige smele, pijpestrootje en bramen. De randen van de bosstroken zijn relatief opener, en daardoor juist weer aantrekkelijk als lucht plek voor bij voorbeeld zandhagedissen.
Beheer en gebruik Extensief beheer en gebruik 2.2.2 STREEFBEELD HEIDEVEGETATIE / REPTIELENGEBIED Ruimtelijke kenmerken Op zandige locaties met een oppervlakte van circa 0,3 hectare binnen de bestemming Natuur (deel langs de gemeentegrens met Harderwijk) wordt heidemaaisel/ -plagsel aangebracht. Het gaat om delen die nu niet geschikt zijn als leefgebied van reptielen zoals kort gemaaide delen of delen waar na het verwijderen van de loodsen open zandgrond aan de oppervlakte komt. Hierdoor kunnen zich heidevegetaties ontwikkelen die geschikt leefgebied vormen voor reptielen. Wonen op De Haspel betekent wonen op de Veluwe. Door heide toe te voegen wordt de sfeer versterkt en is er zonlicht, openheid en uitzicht. Daarbij wordt wel de kanttekening gesteld dat het geen enorm heideveld betreft. Heide zal ook nooit 100% bedekt zijn en bovendien bloeit heide maar een beperkte periode in het jaar. Het beeld zal dan ook voornamelijk bestaan uit een heide en gras en enkele solitaire struiken.
Vegetatie In het streefbeeld is struikhei de bepalende soort. Andere struiksoorten zoals brem en stekelbrem zorgen voor de variatie. Het totaal is een mozaiekvormig patroon met overgangen van struikhei naar grazige vegetaties voor met soorten als schapengras, schapenzuring, pilzegge en verschillende mossoorten. De hei biedt plek aan soorten die van warmte en variatie houden. De heivlinder zou er kunnen voorkomen, maar ook reptielen als zandhagedis en hazelworm. Beide soorten houden van de afwisseling van warme plekken en beschutting en zijn doelsoorten voor de Haspel. Belangrijk zijn de factoren zoals voldoende dekking en rust en een goede verbinding met de omgeving. De stobbenwallen dragen hier ook aan bij. Ideaal voor de diersoorten is een afwisselende structuur: heidepollen van verschillende leeftijden, met hier en daar grazige en zandige plekken en her en der verspreid wat struiken erom heen (vuilboom, braam, lijsterbes).
Beheer en gebruik Heide heeft de neiging te vergrassen (onder andere door atmosferische depositie) en geleidelijk aan dicht te groeien met grove den en andere boomsoorten (‘successie’). Om de heide vrij te houden van gras en boomopslag is regelmatig beheer nodig. Met regelmatig plaggen of maaien kan die successie worden tegengegaan.
5
2.2.3 STREEFBEELD BERMEN EN RUIGTE Ruimtelijke kenmerken Grasbermen langs wegen en overige ruige delen worden ingezaaid met inheemse bloemenmengsels van droge zandgronden.
Vegetatie Een geschikt mengsel is G1 Bloemrijk grasland - lichte grond van Cruydthoeck. Beheer en gebruik Extensief beheer en gebruik 2.2.4 STREEFBEELD STOBBENWALLEN Ruimtelijke kenmerken Stobbenwallen en takkenrillen worden aangebracht langs de gemeentegrens met Harderwijk en als verbinding tussen De Haspel en de gemeentegrens met Harderwijk (totale lengte circa 530 meter lengte) om leefgebied voor reptielen en marterachtigen te creëren.
Vegetatie n.v.t. Beheer en gebruik Extensief beheer en gebruik 2.2.5 STREEFBEELD GROENBLIJVENDE STR UIKENZONE Ruimtelijke kenmerken: Tussen de paardenmennerij en de 3 woningen grenzend aan Haspel 123a een minimaal 10 meter brede groenblijvende struikenzone van ca. 200m1. Het aanbrengen van groenblijvende struiken kan bijdragen aan het voorkomen van verspreiding van stof vanuit de paardenmennerij. Op bladeren en stengels/takken vindt afzetting van stofdeeltjes plaats. Deze stofdeeltjes kunnen op de vegetatie neerslaan via de zwaartekracht of door de wind. Elektrische lading van het blad en/of een ruw of kleverig bladoppervlak bevordert het wegvangen van (fijn)stof door de vegetatie. De neergeslagen stofdeeltjes worden door het regenwater weggespoeld en ze worden in de bodem gefixeerd.
Vegetatie Aangeplant worden groenblijvende struiken als: •
Brem (Cytisus scoparius)
•
Hulst (Ilex aquifolium)
•
Venijnboom (Taxus baccata)
6
Beheer en gebruik Extensief beheer en gebruik
2.3 DUURZAAM GROENBEHEER IN HASPEL Om de hier beschreven streefbeelden te realiseren is beheer nodig. Voor Haspel wordt de principiële keuze gemaakt voor een ecologisch groenbeheer met duurzaam elektrisch materieel.
7
3. BEHEERPLAN
3.1 INLEIDING Het beheerplan is de concretisering van de beheervisie. In dit hoofdstuk worden de streefbeelden uit de beheervisie vertaald naar natuur- en gebruiksdoelen, waarbij per doel een bijpassend beheer wordt beschreven. Voor zover relevant vinden detailleringen van maatregelen plaats voor specifieke ecotopen en/of soorten. De opbouw is als volgt. Op grond van de streefbeelden uit hoofdstuk 2 worden in paragraaf 3.1 de doelstellingen voor het beheer geformuleerd. In paragraaf 3.2 worden vervolgens de beheermaatregelen in het algemeen uitgeschreven en specifiek voor de komende vijf jaar. Hierbij wordt met name ingezoomd op het beheer van de heidevegetatie en de ruigte/bermen. Het beheer van de bosstroken is een kwestie van langere termijn. Hiervoor worden algemene richtlijnen beschreven.
3.2 DOELSTELLINGEN VEGETATIE Bosstroken Doelstelling: Zelfregulerende bosstroken bestaande uit ter plekke thuishorende boomsoorten, met name zomereik, ruwe berk en grove den. Deze sluit qua sfeer en karakteristiek aan op het omliggende bosgebied. Zeker de eerste decennia zal grove den een bepalende invloed houden, daarna zal – door natuurlijke verjonging – geleidelijk aan het aandeel zomereik toenemen. De bosstroken hebben op langere termijn een gevarieerde en natuurlijke leeftijdsopbouw, structuur en gelaagdheid. In de bosstroken is voldoende dood hout (staand en liggend) aanwezig als substraat voor andere soorten (zoals paddenstoelen, vleermuizen en broedvogels). In de beheerfase wordt gestreefd naar natuurlijke verjonging van de bosstrook (dus geen kap en vervolgens aanplant). Houtoogst is – gezien de geringe oppervlakte en het landschappelijk belang van de bosstrook – niet een doelstelling. Eventueel vrijkomend hout bij dunningen richting eindbeeld kan worden verwerkt in de stobbenwal.
Heide/heischraal grasland Doelstelling: Een gevarieerd heidegebiedje bestaand uit een mozaïek van structuurrijke heide, plekjes met open zand, schraalland en kleine boselementen t.b.v. reptielen. Als geheel bestaat het heidegebied voor ca 80 % uit open terrein en voor 20 % uit struikgroepen. De verhouding open en besloten terrein is dusdanig dat er een aangename visuele afwisseling ontstaat. In de initiële inrichting van het heideterrein wordt sterk rekening gehouden met bestaande waarden. Het beheer is erop gericht om de initiële variatie – van open zand, heide en bosgroepen - die ontstaat na de inrichting duurzaam in stand te houden. Dat gebeurt door middel van periodieke ecologisch maaibeheer.
Ruigte en bermen Ruigte en bermen zijn extensief en is ingezaaid met Kruidenrijk grasmengsel G1 van Cruydt-hoeck. Kruidenrijk gras dient maar 2 keer gemaaid te worden. Als het vaker gemaaid wordt dan wordt het gemaaid voordat het gras en de kruiden kunnen bloeien. Daarom wordt het 2 keer per jaar gemaaid. Daarbij is het belangrijk dat het vrijkomende maaisel 3 tot 5 dagen blijft liggen zodat insecten uit het maaisel kunnen kruipen en het kruidenrijk
8
gras droogt waardoor de zaden vrijkomen. Als het vrijkomende gras niet geruimd wordt dan treedt er geen verschralend effect op wat de ontwikkeling van de biodiversiteit in de vegetatie tegengaat. Eventueel kan een deel (20-30%) overgeslagen worden en blijven staan in de winterperiode. Naast het maaien dient kruidenrijk gras vrijgehouden te worden van zwerfvuil.
3.3 ECOLOGISCH MAAIBEHEER In deze paragraaf worden de algemene beheermaatregelen beschreven voor de verschillende natuurtypen, zoals die gelden voor de gehele uitvoeringsfase (een periode van ruwweg 10 jaar). Vervolgens worden deze in paragraaf 3.3 gedetailleerd uitgewerkt tot een werkplan. Op grond van dit werkplan kan een aanbesteding van de gevraagde werkzaamheden plaatsvinden. Werkplannen voor de latere fasen kunnen in een later stadium aan het beheerplan worden toegevoegd.
3.3.1 ECOLOGISCH MAAIBEHEER Om de gewenste openheid van de heide te handhaven en te voorkomen dat de bermen langs wegen en paden sterk verruigen is er maaibeheer nodig. Voorkomen moet worden dat er grootschalig gemaaid wordt. Dit is schadelijk voor de kleine fauna van bermen en heide. Het aanwezige biotoop wordt in één keer vernietigd, om vervolgens geleidelijk te herstellen. Dat heeft een negatieve uitwerking op kleine diersoorten zoals dagvlinders. Vandaar dat er kleinschalig en op basis van een inventarisatie gemaaid gaat worden.
3.3.2 UITVOERINGSASPECTEN Zoals beschreven in paragraaf 2.2 is er een voorstel gedaan om Haspel op een duurzame ecologische wijze te gaan beheren, met elektrisch materieel.
3.4 BOSSTROOKBEHEER Om de doelstellingen voor de bosstroken te bereiken zijn maatregelen nodig. Daarbij gaat het om een meer ecologische grondslag, in plaats van het traditionele bosbouwkundige beheer. Over een periode van 10 jaar (2024-2034) worden de volgende maatregelen zoals beschreven in paragraaf 3.4.1. uitgevoerd.
3.4.1 BEHEER BOS- EN STRUIKSTROKEN Geleidelijke omvorming naar zelfregulerend gemengd bos. Over een periode van 10 jaar (2024-2034) worden de volgende maatregelen uitgevoerd: • • •
Indien nodig inboeten plantmateriaal Het uitvoeren van dunningen, op een meer ecologische grondslag Ontwikkeling van gevarieerde structuurrijke randen, door in de randzones periodiek (eenmaal per 10 jaar) enkele boomvormers af te zetten
9
3.5 BEHEER HEIDE VEGETATIE Voor het natuurtype heidevegetatie zijn initiële maatregelen nodig. Deze zijn omschreven in paragraaf 3.3.1. In deze paragraaf wordt het toekomstig beheer aangegeven, nadat de initiële maatregelen zijn uitgevoerd.
Beheer heidevegetatie •
Het beheer van het heidegebied bestaat uit ecologisch maaibeheer met elektrisch materieel
•
Boom- en struikgroepen en de randen daarvan moeten minder intensief worden gemaaid, om te voorkomen dat ze ‘hol’ worden. De boom- en struikgroepen kunnen eenmaal per 3 jaar lichtjes worden meegemaaid
•
Plaggen op zeer lange termijn na ca. 20 jaar
3.6 BEHEER RUIGTE EN BERMEN Aanleg natuurlijk openbaar groen. Over een periode van 10 jaar (2024-2034) worden de volgende maatregel uitgevoerd: Gedeelten van het openbaar groen krijgen een meer ruige grasachtige ondergroei. Deze vegetatie wordt beheerd door middel van jaarlijkse maaien.
3.7 SPECIFIEKE MAATREGELEN FAUNA In de huidige situatie heeft Haspel een (potentiële) functie voor enkele zeldzame en beschermde diersoorten. Dat zijn o.a. zandhagedis, hazelworm, das en vleermuis. Door het nemen van mitigerende maatregelen zullen deze soorten naar verwachting profiteren. De Eendenstallen verdwijnen en met bosstroken, heidevegetatie en stobbenwallen ontstaat er aansluiting op het omringende Natura 2000 bos. Door de ontwikkeling van heide wordt het gebied gevarieerder. Tegelijkertijd vind er wel een wezenlijke verandering plaatst. Daarmee is het wenselijk om voor de genoemde soorten extra maatregelen te treffen. Onderstaand worden enkele maatregelen genoemd.
Maatregelen zandhagedis Het biotoop van zandhagedissen bestaat uit een kleinschalig landschap met plekken open zand en beschutting in de directe omgeving. Het open zand wordt gebruikt om snel op te warmen. Op het heidegebied zullen – zonder aanvullende maatregelen – de open plekken geleidelijk aan dichtgroeien. Daarom wordt voorgesteld om enkele kleinere plekken van ca 10-15 m2 (zuidwaarts geëxponeerd) open te houden, door ze zo nodig jaarlijks te ontdoen van vegetatie.
Maatregelen hazelworm Voor de hazelworm is de afwisseling van bos met een strooisellaag en opener plekken om op te warmen van belang. De soort is gebaat bij de aanwezigheid van dikkere strooiselhopen waarin de eieren worden gelegd. Door op verschillende plekken dit soort hopen te leggen en regelmatig aan te vullen neemt de kans dat hazelwormen het gebied gaan gebruiken toe.
10
Maatregelen vleermuizen Voor vleermuizen is de aanwezigheid van holtes in bomen en bebouwing van belang. Oudere bomen met holtes zijn nu al aanwezig, dat aandeel zal bij het ingezette natuurlijker beheer vanzelf toenemen. Daarnaast worden in de appartementen aan de Haspel 123A op de vier kopgevels van de nieuwbouw per gevel twee hout-betonnen, twee of drie laagse vleermuiskasten ingemetseld op aanwijzing van de ecologisch deskundige. De kasten worden zo hoog mogelijk ingemetseld.
Maatregelen das Van de Haspel naar de gemeentegrens met Harderwijk wordt een minimaal vijf meter brede bosstrook gespaard die door de dassen gebruikt kan worden om door het plangebied te trekken. Voor extra dekking en ontwikkeling van leefgebied van kleine marterachtigen worden takkenrillen geplaats aan de rand van de bosstrook. Ook worden er stobbenwallen en takkenrillen aangebracht langs de gemeentegrens met Harderwijk en als verbinding tussen De Haspel en de gemeentegrens met Harderwijk (totale lengte circa 530 meter lengte) om leefgebied voor reptielen en marterachtigen te creëren.
11
4. WERKPLANNEN
4.1 INLEIDING In dit beheerplan is er voor de heidevegetatie een werkplan nader uitgewerkt: 4.2. WERKPLAN DETAILUITWERKING INRICHTING EN BEHEER BESTAAND HEIDEGEBIED Het is van belang om tijdig ervaring op te doen met het ecologisch beheer en wat daarmee bereikt kan worden. Hierbij wordt er bewust voor gekozen om op een kleinschalige wijze in te grijpen, enerzijds om de bestaande waarden te handhaven en om praktische ervaring op te doen met de verschillende typen maatregelen. Die ervaring bestaat overigens al elders, maar het gaat er om ook specifiek voor de situatie in Haspel de juiste benadering te vinden. De maatregelen bestaan uit een combinatie van plaggen, ecologisch maaien en het uitspreiden van vers heideplagsel en/of -zaad. •
Verwijderen opslag struiken. Niet op kaart aangegeven, maar wel wenselijk: het voorafgaand aan de overige maatregelen verwijderen van de opslag van struiken en jonge grove dennen
•
Dit proces zal in de periode 2024-2124 enkele malen herhaald moeten worden, totdat de vegetatie voldoende gesloten is en het beheer door middel van ecologisch maaien verdere opslag van struiken en bomen onder controle houdt
•
Plaggen: Hierbij wordt de vegetatie + strooisellaag geheel verwijderd tot op het minerale (gele) zand (1015 cm, afhankelijk van de dikte van de toplaag). Dit is een vrij rigoureuze ingreep die daarom op kleinschalige wijze wordt toegepast
•
Voorafgaand aan de ingreep dient de aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht te worden. Indien deze aangetroffen worden dient er conform het ‘Ecologisch werkprotocol’ te worden gehandeld
•
Het minerale zand is een goede uitgangssituatie voor de vestiging van nieuwe heide. Dit proces kan versneld worden door toepassing van een van de volgende maatregelen: verspreiden heideplaggen en/of zaad
•
Verspreiden heideplaggen: Hiermee wordt beoogd het proces van vestiging van heide (en andere daar thuishorende soorten, inclusief kleine fauna) te bespoedigen. Als richtlijn kan worden aangehouden het uitspreiden van 1 m2 plagsel per 30 m2 . Voorwaarde om dit te kunnen doen is de aanwezigheid van plagmateriaal. Geadviseerd wordt om hierover tijdig contact op te nemen met terreinbeherende organisaties in de omgeving (gemeente Harderwijk en gemeente Ermelo)
•
Uitspreiden vers maaisel(/zaad): Een alternatief is het uitspreiden van vers maaisel (uit een soortenrijk heideterrein uit de omgeving). Toepassing van zaad zou ook kunnen, maar is lastiger. Ten eerste is het moeilijk vast te stellen of het wel om de wilde soorten gaat (geen cultivars!). Daarnaast blijkt zaad uit vers maaisel makkelijker te kiemen. Bij vers maaisel moet gedacht worden aan een dichtheid van 1m2 per 2m2
12
pagina 49 van 556
Bijlage 4
Gemeente Ermelo
Beeldkwalit eit splan
Haspel 99 -129 - vastgesteld
Beeldkwaliteitsplan Haspelstrook te Ermelo Haspel 99-129
veluwse
juli 2023
WP02
WP02
WP02
WP02 te kappen boom
te kappen boom te kappen boom
WP04
WP02
moestuin
bestaande wadi
10p
WP02
WP02 8p opstelplaats trafo voorzieningen trafo
WP01
Project: Beeldkwaliteitsplan haspelstrook
Afbeelding: Ontwikkeling Haspel 99-129 (Bron: Veluwse Architecten) Groen- en natuurinclusief bouwen puntensysteem
bedrijfsbestemming
bos bestemming
natuur bestemming beschermd
inheemse boom
bestaande boom indicatief
bestaande bomen ingemeten
verblijfplaats voor vleermuizen
inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren
waterschaal voor vogels
nestplaats voor vogels
laadpaal elec. auto's
knip- en scheerheg
inheemse haag
uitritconstructie
plateau (kleur accent)
bebouwing nieuw
bebouwing bestaand
punten
punten
99-129
123A 2
nestplaats voor vogels
1
1
het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar
2
4
verblijfplaats voor vleermuizen
1
1
met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen
2
2
inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o.a. egel)
14
6
drie inheemse bomen
1
1
vijf inheemse struiken
1
1
de vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen inheemse bloeiende planten
4
3
inheemse haag > 10 meter
-
2
boomgaard met > 10 fruitbomen
1
1
zoomvegetatie langs perceelrand(en)
1
1
waterschaal voor vogels
-
1
ecologische wadi
4
omschrijving
halfsteensverband
redresseerstrook
klein dierenweide
houtwal
2
bestaande bomen Haspel 123A
bestaande fruitbomen Haspel 123A
bos
park/recreatie in natuurlijke omgeving
zoomvegetatie
lichtmast: Disano/Attiva Volo met een paaltopmast van 4 meter
30
26
26
26
30 => 26
26 => 26
buitenberm/obstakelvrij
buitenberm/obstakelvrij
punten aanwezig zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m2.
1000
3200
1000
suggestiestrook
50 1100 50
wegprofiel 1 [WP01]
toegangsweg ontsluiting plangebied referentie straat: haspel
halfsteensverband
opsluitband rijloper
enkele strekstrook
5200
26 punten minimaal benodigd voldoende punten aanwezig
buitenberm obstakelvrij
visgraatverband
halfsteensverband
opsluitband
redresseerstrook rijloper
visgraatverband
midden-as
mogelijke speelplaats in natuurlijke omgeving
midden-as
nieuwe boom
midden-as
woon/tuin bestemming
midden-as
Renvooi
50 suggestiestrook enkele strekstrook
3300
50
1700
visgraatverband
opsluitband buitenberm
buitenberm
enkele
obstakelvrij
obstakelvrij
strekstrook
50
rijloper
3300
enkele
buitenberm
buitenberm
strekstrook
obstakelvrij
obstakelvrij
suggestiestrook
rijloper
enkele strekstrook
50
1700
50
basis wegprofiel referentie straat: alexiahof te Ermelo
50 suggestiestrook enkele strekstrook
3300
50 1100 50 8350
wegprofiel 3 [WP03]
basis wegprofiel [versmald] referentie straat: alexiahof te Ermelo
graskeien
opsluitband
6300
wegprofiel 2 [WP02]
halfsteensverband
wegprofiel 4 [WP04]
basis wegprofiel met langsparkeren referentie straat: alexiahof te Ermelo
opsluitband parkeerstrook
buitenberm
langsparkeren
obstakelvrij
2000
50
project:
Haspel 99-129
opdrachtgever:
Samenwerking Haspelstrook
projectstatus:
Ontwerp bestemmingsplan
onderdeel:
inrichtingsplan + wegprofielen
ontwerp:
BV
tekenwerk:
PW
schaal:
1:500 / 1:100 As indicated
formaat:
A0 + 420 15-02-2023
datum:
Stationsstraa 3851 NJ Erm
0341 55 48 2 veluwse archi
projectn
2
bladn
wijziging 1:
wijziging 2:
wijziging 3:
wijziging 4:
15-03-2023
26-04-2023
04-05-2023
18-07-2023
SO
Titel rapport:
Beeldkwaliteitsplan - Haspel 99-129 - Ermelo
Opgesteld:
Juli 2023, Ermelo
Gewijzigd:
-
Status:
Definitief
Auteur:
Veluwse architecten B.V. Stationsstraat 36A 3851 NJ Ermelo t 0341 - 55 48 27 e info@veluwsearchitecten.nl
3
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
2. Locatie 3. Beeldkwaliteit algemeen - nota omgevingskwaliteit - beeldkwaliteit bestaand 4. Beeldkwaliteit deelgebieden - algemene criteria 4a. Beeldkwaliteit bedrijf - architectuur 4b. Beeldkwaliteit woongebied - algemeen - architectuur - architectuur woningen aan de bosrand - architectuur woningen niet aan de bosrand - openbare ruimte
6
1. Inleiding Aanleiding De bestaande eendenhouderijen beëindigen hun activiteiten en slopen de agrarische opstallen. Gezien de nabijheid van Natura 2000 gebieden vindt er een planologische wijziging plaats naar ‘Wonen’ en niet naar ‘Werken’ (zoals in het voorontwerp bestemmingsplan Tonselseveld 2014). Doel Bij nieuw te ontwikkelen gebieden of gebieden die ingrijpend worden veranderd, werkt de gemeente Ermelo met beeldkwaliteitsplannen. Dit is na vaststelling door de raad het toetsingskader voor welstand.
7
8
2. Locatie De ‘Haspelstrook’ ligt in het noordoosten van Ermelo, in het buitengebied. Het omvat de percelen de Haspel 101, 103, 105, 121, 123a, 125, 127 en 129. De strook is omgeven door Natura2000 gebied, het realiseren van woningbouw op deze vrijgekomen locatie is daarbij een wenselijke invulling.
9
10
11
12
3. Beeldkwaliteit algemeen Bij nieuw te ontwikkelen gebieden of gebieden die ingrijpend worden veranderd, werkt de gemeente Ermelo met beeldkwaliteitsplannen. Dit is na vaststelling van het bestemmingsplan door de raad het toetsingskader voor welstand.
13
nota omgevingskwaliteit Gebiedsbeschrijving Gebiedsbeschrijving In het buitengebied wordt de samenhang bepaald door de omgeving, In het buitengebied wordt samenhang bepaald de omgeving, oftewel het landschap. De de bebouwing is vaak sterkdoor verschillend en kan oftewel het landschap. De bebouwing is vaak sterk verschillend en kan in de ene omgeving wel gewaardeerd worden, terwijl deze in een andere inomgeving de ene omgeving wel gewaardeerd terwijl deze inuitvoeriger een anderein niet gewaardeerd wordt. Deworden, informatiekaart gaat omgeving niet gewaardeerd wordt. Dedie informatiekaart in op de verschillende landschapstypen voorkomen ingaat het uitvoeriger buitengebied op verschillende landschapstypen in buurtschappen het buitengebied vandeErmelo en de karakterstieken vandie de voorkomen verschillende (zie van Ermelo en de karakterstieken van de verschillende buurtschappen (zie bijlage 4.1.4). Er is een aantal elementen te benoemen die bijdragen aan bijlage 4.1.4). Er is eenbebouwing aantal elementen te benoemen die bijdragen aan goed gewaardeerde in het buitengebied: goed gewaardeerde bebouwing in het buitengebied: • •• •• •• •• •• •• •• •
De bebouwing past bij zijn omgeving (zie informatiekaart). De bij zijn omgeving (zie informatiekaart). Debebouwing hoofdvorm past van het gebouw is eenvoudig (niet geschakeld). De hoofdvorm van het gebouw is eenvoudig (niet geschakeld). De bebouwing heeft een kap en (overwegend) een lage goothoogte. De bebouwing heeft een kap en (overwegend) een lage De kap heeft een helling van tussen de 30 tot 60 graden.goothoogte. De kap heeft helling kleurgebruik van tussen detoegepast. 30 tot 60 graden. Er wordt eeneen ingetogen Er een ingetogen kleurgebruik toegepast. Dewordt bebouwing is symmetrisch. De bebouwing is symmetrisch. Er worden natuurlijke materialen gebruikt (steen en/of hout). Er worden natuurlijke materialen gebruikt (steen hout). Er is sprake van relatief kleine raampartijen (geenen/of beeldbepalende Er is sprake van relatief kleine raampartijen (geen beeldbepalende glasvlakken). glasvlakken).
Hoofdgebouw met een kap en (overwegend) lage goothoogte. Hoofdgebouw met een kap en (overwegend) lage goothoogte.
Wanneer afgeweken wordt van deze elementen is er sprake van een ‘bijzonder’ Wanneer afgeweken wordt van dezehet elementen is bij er sprake van een bouwinitiatief. Dit kan bijvoorbeeld geval zijn het gebruik van‘bijzonder’ een bouwinitiatief. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij het gebruik van een overwegend witte gevelkleur, een plat dak of glimmende materialen. overwegend witte gevelkleur, een plat dak of glimmende materialen. ALGEMEEN EEN SOEPEL REGIME & STRENG REGIME BIJ UITZONDERING ALGEMEEN EEN SOEPEL REGIME & STRENG REGIMEregime. BIJ UITZONDERING In het buitengebied geldt overwegend een soepel Een bouwinitiatief In het buitengebied geldt overwegend een soepel regime. Een bouwinitiatief zal dan ook meestal afgehandeld kunnen worden door de kleine commissie zal dan ook meestal afgehandeld kunnen worden door de kleine commissie Omgevingskwaliteit. Er zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing, Omgevingskwaliteit. Er zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing, waarbij altijd een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit waarbij altijd een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit gevraagd wordt. Dit is altijd het geval wanneer het gaat om: gevraagd wordt. Dit is altijd het geval wanneer het gaat om: • •• •• •• •• •• •
Alle vormen van een functieverandering. Alle van eenoffunctieverandering. Eenvormen monumentaal karakteristiek pand. Een monumentaal of karakteristiek Bouwinitiatieven in buurtschappen.pand. Bouwinitiatieven buurtschappen. Bouwinitiatieveninaan (historische) bebouwingslinten. Bouwinitiatieven (historische) bebouwingslinten. Bouwinitiatievenaan binnen beschermde stads- en dorpsgezichten. Bouwinitiatieven binnen beschermde stadsBouwinitiatieven op instellingsterreinen. en dorpsgezichten. Bouwinitiatieven op instellingsterreinen.
(Recreatieterreinen zijn welstandsvrij) (Recreatieterreinen zijn welstandsvrij)
14
Voormalige stal, omgebouwd voor nieuwe functies. Voormalige stal, omgebouwd voor nieuwe functies.
Bedrijfsgebouw met ingetogen kleurgebruik en beeldbepalend dak. Bedrijfsgebouw met ingetogen kleurgebruik en beeldbepalend dak.
37 37
nota omgevingskwaliteit
GEBIED EN BUURTSCHAPPEN ERMELO 2.4
Gebiedsbeschrijving
BUITENGEBIED EN BUURTSCHAPPEN ERMELO
In de Nota omgevingskwaliteit zijn de criteria voor het (bestaande) buitengebied opgenomen. De gebiedscriteira zijn hiernaast weergegeven.
Gebiedsbeschrijving
Bij alle ontwikkelplannen zijn deze kenmerken van belang. Hiernaast geldt bij nieuwe ontwikkelingen dat aansluiting moet worden gezocht op bestaande landschappelijke kwaliteiten. Voor het buitengebied geldt dat in ieder geval een erfinrichtingsplan moet worden opgesteld.
Het Bos- en heidelandschap Het grootste gedeelte van het buitengebied van Ermelo bestaat uit bos en heide. De bossen variëren van oude bossen en recentere aangeplante delen op heideterreinen. De terreinen die niet aangeplant zijn, resteren nu nog als heidevelden. Karakteristieken van het bos- en heidelandschap: Besloten landschap door boscomplexen; • • Grote opoenheid van heidevelden, omgeven door bos; • Verspreid liggende bebouwing in het landschap; • Karakteristieke agrarische enclaves in en aan de randen van het boslandschap, zoals Drie en Houtdorp.
Buitengebied Ermelo Bijzondere gebieden (streng regime)
engebied Ermelo
Visie op het bos- en heidelandschap Het besloten boslandschap verdraagt diverse bouwinitiatieven, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de landschapswaarde. De heidevelden echter, zijn gevoeliger voor veranderingen vanwege hun openheid. het verbeteren van de beeldkwaliteit van erven en de buurtschappen staat voorop. Hierbij dient aandacht uit te gaan naar waarden zoals oude bossen, open ruimten in het bos, structuurrijke bosranden en open heidevelden.
Recreatieterreinen (welstandsvrij)
ndere gebieden (streng regime)
Centrumgebied en waardevolle bebouwingslinten
36 eatieterreinen (welstandsvrij)
gebied en waardevolle bebouwingslinten
15
beeldkwaliteit bestaand
16
Haspel 101-103
Haspel 121
Haspel 123A
Haspel 125
Haspel 127
Haspel 129
Haspel 99
Haspel 105
beeldkwaliteit bestaand Bestaande omgeving De eerste bebouwing aan de Haspel ontstaat in de wederopbouwperiode. De relatief goedkope gronden werden benut voor eendenhouderijen en bijbehorende bedrijfswoningen. In de jaren ‘70 kwam het toerisme in het gebied in trek. De kleine eendenhouderijen waar minder economische toekomst in gezien werd zochten hun heil in de recreatieve markt. De langgerekte bosstrook tussen de Eendenparkweg en de Haspel fungeert door aanwezige wandel- en fietspaden als belangrijk uitloopgebied voor de recreatieparken en verbinding met de bossen ten zuiden van Het Tonselse Veld. In de huidige situatie is er bedrijvigheid verspreid over het gebied. In Het Tonselse Veld is de agrarische functie bijna niet meer aanwezig. De aanwezige palletfabriek werd in de jaren ‘80 geplaatst als buffer tussen enkele grote eendenhouderijen, die aanwezig waren aan de Haspel. Ook werd destijds een bestaande grote eendenhouderij met broederij binnen de gemeente verplaatst naar de Haspelstrook (Haspel 127/ 129).
1930
Enkele eendenhouderijen, die betrokken zijn bij de tot stand koming van dit beeldkwaliteitsplan, zijn voornemens hun bedrijfsvoering te beëindigen en worden de in onbruik geraakte schuren gesloopt. Andere eendenhouderijen aan de Haspel zijn reeds gestopt met hun bedrijfsvoering. Dan resteert er binnen het voormalige Eendehouderijgebied ‘Tonselse Veld’ nog 1 eendenhouderij, welke is gelegen aan de Harderwijkerweg. Hierdoor ontstaat een grote kwaliteitsimpuls in natuur en ruimtelijke omgeving en wordt beoogd de ruimtelijke kwalitieit van het gebied op een zorgvuldige manier vorm te geven. Geplande nieuwbouw woon-zorggebouw Vooruitlopend op het wijzigen van de gehele ‘Haspelstrook’ zijn de schuren van Haspel 123A al gesloopt om woningbouwontwikkeling aan het Rodeschuurderwegje mogelijk te maken. Tevens is er een woon-zorggebouw gepland, waarvan het ontwerp in dit plan is meegenomen. 1970
2021
17
Bedrijf
Kavel B ca. 1.424 m²
Kavel C ca. 1.316 m²
Kavel C ca. 1.316 m²
Kavel B ca. 1.499 m²
Kavel B ca. 1.413 m²
Kavel C ca. 2.050 m²
Kavel A ca. 1.428 m²
Kavel C ca. 1.969 m²
Kavel C ca. 1.811 m²
Kavel A ca. 1.430 m² Kavel dhr. E. ten Hove ca. 28.186 m²
Kavel A ca. 1.346 m²
Kavel A ca. 1.042 m²
Kavel A ca. 1.042 m²
Kavel B ca. 1.012 m²
Kavel A ca. 1.422 m²
Kavel C ca. 1.116 m²
Kavel B ca. 1.012 m²
Kavel B ca. 1.352 m²
Kavel C ca. 1.114 m²
Kavel C ca. 6.302 m²
Kavel C ca. 1.607 m²
Kavel E ca. 9.441 m² Kavel A ca. 1.430 m²
Kavel B ca. 1.351 m²
Kavel C ca. 1.607 m²
Kavel E ca. 3.729 m²
Kavel B ca. 1.843 m²
Kavel F ca. 1.703 m²
Kavel B ca. 1.832 m²
Kavel C ca. 2.023 m²
Kavel D ca. 3.412 m²
Kavel F ca. 1.414 m²
Wonen
Onbebouwde perceel Onderdeel onbebouwd onbebouwd onbebouwd
18
Oppervlakten per kavel
Oppervlakte 1 1 41140 41142
Kavel Kavel A Kavel A Kavel A Kavel A Kavel A Kavel A Kavel A Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel B Kavel C Kavel C Kavel C
Oppervlakte 1042 1042 1346 1422 1428 1430 1430 1012 1012 1351 1352 1413 1424 1499 1832 1843 1114 1116 1316
project:
Haspel 99-129
opdrachtgever:
Samenwerking Haspelstrook