Gedragscode e240044986
Tekst van het document
b) De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier De burgemeester bespreekt dit met de griffier en verwoordt zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, pagina 15); Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf aan de gemeenteraad. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3); Bij aanhoudende twijfel is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
onze ref. pagina
02330000186877 24 van 32
3.5 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie De burgemeester twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bijgestaan door de daartoe aangewezen adviseurs, bij een uitgevoerde handeling, of een melding wordt opgepakt. De gemeentesecretaris verzorgt de communicatie met de melder (de burgemeester). Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van deze procesafspraken. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad; In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf, informeert de burgemeester het college van wethouders en betrekt hij/zij interne of externe deskundigen bij eventuele vervolgstappen. Fase 2 – Duiden en onderzoeken Hieronder wordt beschreven welke stappen worden gezet indien in fase 1 gebleken is dat er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending dat mogelijk onderzocht moet worden. De beoordeling van de melding vormt in elk traject een cruciaal moment. Een zorgvuldige afweging is geboden, aangezien tot het instellen van een formeel, persoonsgericht onderzoek niet overhaast mag worden overgegaan.
Indien uit het vooronderzoek blijkt dat de melding onderzoekswaardig is, volgt er een objectief integriteitsonderzoek. Stap 1: Duiding en vooronderzoek 1.1 Betreft: handelen een raadslid, een wethouder of de griffier Bij een melding van een mogelijke integriteitsschending door een raadslid, een wethouder of een griffiefunctionaris beoordeelt de burgemeester of er sprake is een onderzoekswaardige melding. Dit is het geval indien: de melding een vermoedelijke schending van de gedragscode en/of wetgeving betreft, van een zekere ernst; de melding voldoende betrouwbaar en concreet is; de melding in redelijkheid onderzoekbaar is (dat wil zeggen: er zijn voldoende onderzoeksmogelijkheden). Om de onderzoekswaardigheid te kunnen bepalen vindt altijd een gesprek met de melder plaats. Daarna kan het vooronderzoek onder meer bestaan uit: het in kaart brengen van de feitelijke situatie; het checken van de beschikbaarheid van (administratieve) informatie; het nalopen van relevante wet- en regelgeving. Ook een gesprek met degene op wie de melding betrekking heeft, zal deel uitmaken van het vooronderzoek. Een dergelijk gesprek vindt niet plaats indien de vermoedelijke schending ernstig is en een eventueel vervolgonderzoek in gevaar kan komen als de betrokkene in dit stadium op de hoogte wordt gesteld. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het vooronderzoek.
In de regel zal hij/zij ervoor kiezen zich te laten ondersteunen door een adviesgroep met specialisten die concrete taken uitvoeren. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld behoren: integriteitscoördinator, senior jurist, adviseur bestuurlijke zaken; externe deskundigen.
onze ref. pagina
02330000186877 25 van 32
Adviezen van ondersteuners aan de burgemeester worden bij voorkeur op schrift gesteld. Op basis hiervan brengt de burgemeester advies uit. Er zij vier mogelijke scenario’s te onderscheiden: 1. De burgemeester concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een kleinigheid betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. De burgemeester informeert de melder hierover en, indien dat gepast is, ook degene op wie de melding betrekking had; 2. Degene die onder verdenking is komen te staan erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3); 3. De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de betrokkene. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1); 4. De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1).
Blijkt uit het vooronderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht. 1.2 Betreft: handelen van de burgemeester Bij een melding van een mogelijke integriteitsschending door de burgemeester is de CvdK verantwoordelijk voor een zorgvuldige procesgang. De behandeling van de melding verloopt analoog aan het handelingsproces zoals beschreven onder 1.1, waarbij de melding eerst wordt geduid en daarna desgewenst een vooronderzoek kan plaatsvinden. De CvdK is in dat geval eindverantwoordelijk voor een deugdelijk vooronderzoek. In de regel zal de CvdK er dan voor kiezen zich te laten ondersteunen door een adviesgroep van ondersteuners die in het kader van het vooronderzoek concrete taken uitvoeren. Hierin hebben minimaal de volgende gemeenteambtenaren zitting: de integriteitscoördinator en een senior jurist. Desgewenst kan de CvdK ook externe deskundigen inschakelen. De CvdK beoordeelt de resultaten van het vooronderzoek. Er zijn dan vier mogelijkheden: 1. De CvdK concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een kleinigheid betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. Hiermee is de zaak afgedaan.
De CvdK informeert de melder en de burgemeester hierover; 2. De burgemeester erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3); 3. De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de burgemeester. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2); 4. De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2).
onze ref. pagina
02330000186877 26 van 32
Indien de verdenking van het plegen van een strafbaar feit de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet.
Communicatie Als de conclusie van een vooronderzoek luidt dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie is gemeld, de burgemeester (of, indien de melding de burgemeester betreft, de CvdK) en eventuele ondersteuners ervan. Een besluit tot het instellen van een integriteitsonderzoek wordt genomen door de burgemeester (dan wel de CvdK, in het geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester). Het is belangrijk om de kring van betrokkenen niet groter te maken dan strikt nodig is. De vermeende schender wordt altijd geïnformeerd over het instellen van een integriteitsonderzoek. Hiervan wordt alleen afgezien indien dit het vervolgonderzoek in gevaar kan brengen. In dit stadium kan de burgemeester (dan wel de CvdK) er wel voor kiezen om de fractievoorzitters vertrouwelijk te informeren. Als de kwestie onverhoopt al in de openbaarheid is gekomen is dit sowieso raadzaam.
Stap 2: Integriteitsonderzoek 2.1 Betreft: handelen van een raadslid, een wethouder of de griffier Als het vooronderzoek heeft geleid tot de conclusie dat een melding over een wethouder, een raadslid of een griffiefunctionaris onderzoekswaardig is, geeft de burgemeester – na al dan niet intern of extern deskundig advies te hebben ingewonnen – opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. Tot het moment van openbaarmaking wordt geheimhouding opgelegd op alles wat met het onderzoek te maken heeft. De onderzoeksopdracht wordt zo helder mogelijk geformuleerd en omvat ten minste de volgende zaken: de onderzoeksvraag (of -vragen); de wet- en regelgeving waaraan het handelen wordt getoetst; de termijn waarbinnen het onderzoek dient te zijn afgerond. De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek (in termen van kwaliteit, tijd en kosten). Concrete taken laat hij uitvoeren door: professionele onderzoekers uit de ambtelijke organisatie van de gemeente en/of; onderzoekers van een extern – gecertificeerd – onderzoeksbureau. In dit geval verstrekt het onderzoeksbureau een opdrachtbevestiging met daarin ten minste: een weergave van in te zetten onderzoeksmethoden, zorgvuldigheidswaarborgen, een planning en een begroting. In het kader van het onderzoek wordt in ieder geval degene geïnterviewd op wie de melding betrekking heeft.
Daarnaast kan het onderzoek onder meer bestaan uit: het interviewen van andere betrokkenen; het verzamelen en beoordelen van schriftelijke informatie; het toetsen van relevante informatie aan wet- en regelgeving. De burgemeester draagt er zorg voor dat alle personen gehoord in het onderzoek op voorhand voldoende zijn geïnformeerd zodat zij weten waar zij aan toe zijn, welke rechten zij hebben en welke instanties hen bij kunnen staan.
onze ref. pagina
02330000186877 27 van 32
Het onderzoek mondt uit in een schriftelijk rapport. Nadat de burgemeester de conceptversie heeft gelezen, wordt deze ter inzage voorgelegd aan degene wiens handelen is onderzocht in het kader van hoor en wederhoor. Feitelijke onjuistheden worden indien vastgesteld aangepast in het rapport. De eventuele op- en aanmerkingen bij de inhoudelijke vaststellingen in het conceptrapport worden schriftelijk vastgelegd en als bijlage toegevoegd aan het definitieve rapport. Vanzelfsprekend is het concept rapport niet openbaar. Het is mogelijk dat delen van het definitieve rapport openbaar gemaakt moeten worden, als daartoe een verzoek komt. 2.2 Betreft: handelen van de burgemeester Indien een onderzoekswaardige melding de burgemeester betreft, is het de CvdK die opdracht geeft tot het instellen van een integriteitsonderzoek. Het onderzoekstraject voltrekt zich verder analoog aan het proces zoals hierboven geschetst, met twee verschillen: eventuele interne – zijnde niet van een extern onderzoeksbureau – professionele onderzoekers komen uit de provinciale ambtelijke organisatie en niet de eigen ambtelijke organisatie. Deze onderzoekers kunnen wel een beroep doen op de gemeentelijke organisatie voor het verkrijgen van relevante informatie; het concept-rapport gaat naar de CvdK voordat dit ter inzage voorgelegd aan de burgemeester.
Fase 3 – Oordelen en sanctioneren Als is vastgesteld dat een politieke ambtsdrager een integriteitsregel heeft overtreden kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie moet proportioneel zijn. Een te lichte sanctie bij een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan van zowel individuele ambtsdragers als bestuursorganen. Hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. In ons democratisch bestel is het aantal formele sanctiemogelijkheden voor volksvertegenwoordigers beperkt. Echter, ook een publiekelijk geuite blijk van afkeuring door (een meerderheid binnen) de gemeenteraad over het feit dat een van de leden een regel heeft overtreden zal als een sanctie worden ervaren. Tegelijkertijd levert dit informatie op voor de burger, die bij volgende verkiezingen zijn stem moet bepalen. Bij het bepalen van een passende sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen die heeft plaatsgevonden een belangrijke rol. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming – zoals daadwerkelijke belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rond het gebruik van informatie – raken aan de kerntaak van de politieke ambtsdrager en zijn dus een vorm van machtsmisbruik. Bij dergelijke schendingen passen in de regel zwaardere sancties.
Het onvoldoende voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling of corruptie levert ook een integriteitsschending op, maar een veel lichtere. De zuiverheid van de besluitvorming is hier niet in het geding en machtsmisbruik is niet aan de orde; wel wordt het vertrouwen in de politiek geschaad. Ook interpersoonlijke integriteitsschendingen zijn er in soorten en maten – van incidentele onheuse bejegening tot intimidatie en geweld. Nadat de aard van de schending is vastgesteld, moeten zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart worden gebracht. Erkent de betrokkene dat hij/zij een schending heeft gepleegd? Was er sprake van naïviteit, van opzet of recidive? Is de politieke ambtsdrager onder druk gezet door partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel die is overtreden, hoe minder snel een bepaalde omstandigheid als verzachtend kan worden aangenomen. Blijkt uit het integriteitsonderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een
onze ref. pagina
02330000186877 28 van 32
ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht. Indien de verdenking de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet.
Sanctiemogelijkheden Voor (benoemde of gekozen) politieke ambtsdragers en de griffier zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn. Deze laten zich in drie categorieën verdelen: 1) politieke sancties opgelegd door de gemeenteraad; 2) sancties opgelegd door de eigen fractie/partij; 3) strafrechtelijke sancties. Overzicht van sanctiemogelijkheden: binnenskamers corrigerend toespreken; publieke excuses; motie van treurnis / afkeuring / wantrouwen; schorsing / ontslag (alleen voor burgemeester, wethouder en griffier); royement door de eigen politieke partij; ontslag uit een bijkomende functie die men als raadslid vervult en waarin men door de raad is benoemd; verwijdering uit de raadsfractie; raadslidmaatschap houdt op te bestaan of wordt vervallen verklaard; strafrechtelijke vervolging en veroordeling.
3.1 Betreft: handelen van een raadslid Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid is afgerond, beoordeelt de burgemeester het definitieve onderzoeksrapport. Als de conclusie luidt dat er geen schending is gepleegd, deelt de burgemeester de onderzoeksresultaten in principe alleen met het raadslid dat onder verdenking stond, de melder, de griffier en de fractievoorzitters. Eventueel kan de burgemeester er in overleg met het betrokken raadslid voor kiezen om de onderzoeksresultaten breder bekend te maken. Als de conclusie luidt dat er wel een schending is begaan, spreekt de burgemeester (na al dan niet intern of extern advies te hebben ingewonnen) zijn oordeel uit over de zwaarte ervan, daarmee voorsorterend op het sanctie-oordeel van de gemeenteraad. In een vertrouwelijk overleg van de burgemeester en de fractievoorzitters wordt gesproken over: 1. het onderzoek en de resultaten daarvan; 2. het zwaarte-oordeel van de burgemeester; 3. de wijze waarop de onderzoeksresultaten en het zwaarte-oordeel van de burgemeester aan de raad zullen worden voorgelegd; 4. de wijze waarop de onderzoeksresultaten, het zwaarte-oordeel van de burgemeester en het raadsbesluit over een eventuele sanctie aan de burger zullen worden gecommuniceerd. Vervolgens legt de burgemeester de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel.
De raad vormt zich over dit alles een oordeel en neemt een besluit over een eventuele sanctie. Hierbij vermijdt de raad iedere partijpolitieke bevangenheid. 3.2 Betreft: handelen van een wethouder Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een wethouder is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt hij/zij het
onze ref. pagina
02330000186877 29 van 32
onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties. 3.3 Betreft: handelen van de burgemeester Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de burgemeester is afgerond, neemt de CvdK als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de CvdK het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, zonder een zwaarte-oordeel te vellen over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties. 3.4 Betreft: handelen van de griffier Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de griffier is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de werkgeverscommissie, die besluit over een eventuele sanctie. Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadsadviseur of griffiemedewerker is afgerond, draagt de gemeentesecretaris ervoor zorg dat de burgemeester als eerste kennisneemt van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de griffier, die besluit, na consultatie met de werkgeverscommissie, over een eventuele sanctie.
Communicatie
Bij sanctionering van een raadslid: Nadat de burgemeester het eigen zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd – en nog vóór de raadsvergadering – stelt hij/zij de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen (zoals de melder, het raadslid wiens handelen is onderzocht, fractievoorzitters, raadsleden, politieke partijen) met de pers. Allen wachten daarmee tot na de raadsvergadering, aangezien dit de kans op onpartijdigheid sterk vergroot. Bij sanctionering van een wethouder: Kort voor de raadsvergadering stelt de burgemeester de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Bij sanctionering van de burgemeester: Kort voor de raadsvergadering stelt de CvdK de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Bij sanctionering van de griffier: Over een eventuele schending van de griffier wordt niet gecommuniceerd naar de pers, behalve als het een zwaardere schending met dientengevolge een zwaardere sanctie. De burgemeester brengt dan, kort nadat de werkgeverscommissie een besluit over sanctionering heeft genomen, de pers op de hoogte kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
Fase 4 – Evalueren en leren 4.1 Leren van elk vraagstuk Raadsleden of wethouders maken gedurende hun politieke loopbaan hoogstens een beperkt aantal handhavingstrajecten mee, meestal zijdelings. De burgemeester en de griffier zullen meer ervaring
onze ref. pagina
02330000186877 30 van 32
opdoen, maar ook voor hen geldt: handhaven wordt nooit routine. Daarom is in de regel na afronding van een integriteitsvraagstuk een korte reflectie geboden – of de zaak nu al wordt afgerond na de beoordeling van een melding, nadat er vooronderzoek is verricht of pas na een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot sanctionering heeft geleid. Bij complexere en/of ernstige zaken krijgt deze terugblik het karakter van een meer formele (schriftelijke) evaluatie. Dan is doorgaans ook een vorm van nazorg geboden. Na een raadsvergadering waarin de uitkomsten van een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder zijn besproken, kan de burgemeester een evaluatiegesprek met betrokkene inplannen. 4.2 Leren van de grote lijn In de gedragscode is vastgelegd wanneer de evaluatie van de gedragscode plaatsvindt door de raad en het college, eventueel met hulp van deskundigen of interne stakeholders. Desgewenst worden de afspraken bijgesteld.
Samenvatting van rollen en taken Griffier Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor alle politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is; Ondersteunt de burgemeester, de gemeenteraad en individuele raadsleden bij de invulling van hun rol; Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder; Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester; Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die een raadsadviseur of griffiemedewerker betreffen; beoordeelt de uitkomsten van een eventueel integriteitsonderzoek en legt zo nodig, na consultatie van de werkgeverscommissie, een sanctie op. Burgemeester Geeft, bij twijfel over een voorgenomen handeling van een raadslid, wethouder of de griffier, gevraagd en ongevraagd advies over de vraag of die handeling een schending zou opleveren; Doet (c.q.
laat doen), in geval van een vermoeden van een schending, vooronderzoek om vast te stellen of die verdenking grond heeft; Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek; Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een raadslid betreft: o Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek; o Vormt een zwaarte-oordeel over een schending die is vastgesteld; o Informeert de fractievoorzitters over de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel; o Legt de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad; Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een wethouder betreft: o Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek; o Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad; Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de griffier betreft: o Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek;
onze ref. pagina
02330000186877 31 van 32
o Legt de onderzoeksresultaten voor aan de werkgeverscommissie; Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van raadsadviseur of griffiemedewerker betreft: o Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek; o Legt de onderzoeksresultaten voor aan de griffier; Doet zo nodig aangifte bij de politie. Bij alle bovenstaande stappen kan de burgemeester, indien hij/zij dat wenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen.
Gemeenteraad Velt het eindoordeel over de uitkomsten van onderzoek naar een vermoedelijke schending door een raadslid, een wethouder of de burgemeester; Legt een passende sanctie op. Commissaris van de Koning (CvdK) Laat, in geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester, vooronderzoek doen om vast te stellen of die verdenking grond heeft; Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek; Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de burgemeester betreft: o Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek; o Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad; Doet zo nodig aangifte bij de politie. Bij alle bovenstaande stappen kan de CvdK, desgewenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen. Fractievoorzitters Informeren fractiegenoten over de regels uit de gedragscode en waarschuwt hen voor integriteitsrisico’s; Oordelen in uitzonderlijke situaties of een vraagstuk, waarbij een raadslid of wethouder afwijkt van het advies van de burgemeester, doorgezet dient te worden naar de voltallige gemeenteraad; Vormen een klankbord voor de burgemeester, vanaf het moment dat een integriteitskwestie betreffende een raadslid in de openbaarheid is gekomen dan wel vanaf het moment dat het integriteitsonderzoek is afgerond en de resultaten bekend zijn.
Als het raadzaam lijkt, kan de burgemeester er ook voor kiezen om de fractievoorzitters reeds bij aanvang van het integriteitsonderzoek te informeren. Gemeentesecretaris Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor all politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is; Ondersteunt de burgemeester, het college en de individuele wethouders bij de invulling van hun rol; Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder; Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester;
onze ref. pagina
02330000186877 32 van 32
Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die ambtenaren (voor zover zij niet werkzaam zijn bij de griffie) betreffen. Handelt daarbij in lijn met het ambtelijke integriteitsbeleid van de gemeente.
Locoburgemeester Aanspreekpunt van de CvdK indien burgmeester nalaat het niet opvolgen van advies te melden. Werkgeverscommissie Beoordeelt de uitkomsten van onderzoek naar een vermoedelijke schending door de griffier; Legt een eventuele sanctie op; Vormt het klankbord voor de griffier bij een mogelijke sanctie van een raadsadviseur of griffiemedewerker. ●