Discussienotitie themas Recreatieterreinen juni 2021
Tekst van het document
Discussienotitie Thema’s omgevingsplan Recreatieterreinen
8 juni 2021
Pagina 1 van 22
Voorwoord Beste lezer, Voor u ligt de “Discussienotitie: thema’s omgevingsplan recreatieterreinen”. Het startpunt voor een in Ermelo uniek planproces. We betrekken namelijk zowel belanghebbenden als de gemeenteraad in een vroeg stadium bij het plan. Deze discussienotitie is een informatief document waarin we voorstellen doen voor een nieuw omgevingsplan voor de Ermelose recreatieterreinen. Deze krijgt een verbrede reikwijdte. Dit doen we in het licht van en ter voorbereiding op de Omgevingswet (in werking 1-7-2022). Deze wet biedt de mogelijkheid om thema’s over de gehele fysieke leefomgeving op te nemen zoals bouwen, gebruik, gezondheid en duurzaamheid. Met het nieuwe omgevingsplan willen we ondernemers en eigenaren op de bestaande Ermelose recreatieterreinen ruimere mogelijkheden bieden om te (ver)bouwen en gebruiken. Het plan biedt één duidelijk kader voor fysieke ontwikkelingen op recreatieterreinen. Deze ruimere ontwikkelruimte en duidelijkheid helpt ondernemers eenvoudiger en sneller zaken te regelen. Recreatieterreinen kunnen hierdoor bijvoorbeeld vlot meebewegen met marktontwikkelingen in de verblijfsrecreatie en vitaal worden of blijven. Dit sluit goed aan bij de dienstverlening die we als gemeente Ermelo willen bieden. Deze discussienotitie is het startpunt voor het nieuwe omgevingsplan. Het geeft een beeld van de huidige situatie.
Maar juist ook welke ruimte en mogelijkheden er zijn voor de toekomst. Het is bedoeld als achtergrondinformatie voor een dialoogavond tussen belanghebbenden en de gemeenteraad op 13 oktober 2021. De gemeenteraad neemt de opbrengst van de dialoogavond mee in het debat over de kaders van het nieuwe omgevingsplan voor de recreatieterreinen. Ik nodig u van harte uit kennis te nemen van de informatie en voorstellen in deze discussienotitie en zie u graag op de dialoogavond op 13 oktober 2021.
Hans de Haan Wethouder
Pagina 2 van 22
Inhoudsopgave
Deel 1 Inleiding ........................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding voor een nieuw omgevingsplan.................................................................................. 4 1.2 Noodzaak voor dialoog .................................................................................................................. 4 1.3 Uitgangspunten ............................................................................................................................. 5 1.4 Vervolgproces na dialoogbijeenkomst .......................................................................................... 6 1.5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6 Deel 2 Beschrijving situatie Ermelose recreatieterreinen ....................................................................... 7 2.1 Omvang en samenstelling ............................................................................................................. 7 2.2 Geldend beleid en regelgeving .....................................................................................................
8 2.3 Ontwikkelingen ............................................................................................................................. 9 Deel 3 Thema’s ...................................................................................................................................... 10 3.1 Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen met bedrijfsmatige exploitatie .............. 11 3.2 Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen zonder bedrijfsmatige exploitatie .......... 14 3.3 Nevenactiviteiten op recreatieterreinen..................................................................................... 16 3.4 Kwaliteitsaspecten op recreatieterreinen ................................................................................... 19
Pagina 3 van 22
Deel 1 Inleiding Voor u ligt een discussienotitie voor een nieuw planologisch kader voor de Ermelose recreatieterreinen. Het college van burgemeester en wethouders besloot dit te maken in het licht van en ter voorbereiding op de Omgevingswet. Deze wet integreert verschillende wetten en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Deze notitie is ter voorbereiding op de dialoogbijeenkomst op 13 oktober 2021 en geeft informatie over de aanleiding voor een nieuw planologisch kader, de actuele situatie op de Ermelose recreatieterreinen en mogelijke inhoudelijke en thematische beleidskeuzes die in het nieuwe omgevingsplan een plek krijgen. Deze discussienotitie is de basis om het gesprek aan te gaan met belanghebbenden.
1.1 Aanleiding voor een nieuw omgevingsplan In januari 2016 stelde de gemeenteraad de ‘Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie’ vast. Deze visie is de basis om de verblijfsrecreatie in Ermelo aan te pakken samen met de ondernemers en eigenaren. In de visie staan de ambities voor de drie recreatieclusters: kern Horst, Strokel en Tonsel en Drieërweg. Er staat ook een visie in op parken gelegen in het buitengebied. Naast de publiek/private ontwikkelplannen die we met de parken maken, staat er in de visie ook de ambitie een flexibeler (bestemmings)plan voor de recreatieterreinen op te stellen. Dit is niet alleen een wens van de gemeente, maar juist ook van de recreatieondernemers zelf. Zij ervaren dat de regels in het nu geldende bestemmingsplan belemmerend werken om mee te kunnen groeien met de veranderende vraag van recreanten. In de toekomstvisie staan de volgende doelstellingen die we willen bereiken met het nieuwe omgevingsplan:
minder strenge regels over dichtheden en nokhoogtes; meer mogelijkheden voor het vergroten van bungalows, de (her)ontwikkeling van bestaande terreinen boven nieuwe terreinen stellen.
Verder blijkt dat het nu geldende bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ en het daarbij behorende ‘Facetbestemmingsplan Recreatieterreinen Permanente bewoning’ een aantal gebreken kent. Deze gaan we repareren.
1.2 Noodzaak voor dialoog Om een gedragen planologisch kader voor de bestaande recreatieterreinen te ontwerpen met meer flexibiliteit voor de recreatieondernemer is vroegtijdige betrokkenheid van gemeenteraad en belanghebbenden in het planvormingsproces belangrijk. In deze discussienotitie werken we de mogelijkheden per thema verder uit. Op een dialoogbijeenkomst bespreken we ieder geval deze thema’s. Maar misschien komen ook andere zaken naar voren.
Pagina 4 van 22
1.3 Uitgangspunten Over welke locaties gaat het Het nieuwe omgevingsplan is een herziening van de huidige planologische regeling voor de Ermelose recreatieterreinen. Dit planologisch kader bestaat in de basis uit:
het bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ vastgesteld op 4 juli 2013 en; het facetbestemmingsplan ‘Recreatieterreinen permanente bewoning’ vastgesteld op 28 november 2013.
Bij een aantal recreatieterreinen zijn in de afgelopen jaren via een partiële herziening planologische wijzigingen (bijvoorbeeld ten behoeve van uitbreiding) aangebracht. In deel 2 gaan we hier verder op in. Recreatieterreinen die al zijn herbestemd naar een andere functie, zoals ‘De Loohof’ aan Fokko Kortlanglaan 132 (bestemmingsplan De Driehoek 2016), vallen buiten het plangebied van het nieuwe omgevingsplan. De ambitie voor het nieuwe omgevingsplan is het bieden van meer flexibiliteit en duidelijkheid over de mogelijkheden die er zijn in de fysieke leefomgeving aan ondernemers/terreineigenaren waar dat kan. Het omgevingsplan ziet op de al bestaande recreatieterreinen en handhaaft de bestaande planologische rechten. Grote ontwikkelingen zoals uitbreiding van of nieuwe recreatieterreinen worden niet meegenomen. Wat zijn geen discussiethema’s In deze discussienotitie komen een viertal onderwerpen aan bod waarover discussie noodzakelijk is. Hiernaast zijn er thema’s die in het nieuwe omgevingsplan worden opgenomen waarover geen discussie nodig is. Hieronder wordt hier kort op ingegaan. Herziening archeologieregeling In het geldende bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ is via een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ een archeologieregeling opgenomen.
Deze regeling houdt kortgezegd in dat bodemingrepen dieper dan 0,3 m beneden maaiveld en groter dan 100 m2 niet zijn toegestaan. Het bestemmingsplan biedt geen mogelijkheden om hiervan af te wijken als uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden verstoord worden. In het nieuwe omgevingsplan nemen we hiervoor in de plaats - net als in de meer recente bestemmingsplannen die in Ermelo zijn vastgesteld - een archeologieregeling op die uitgaat van vier verschillende archeologische verwachtingswaarden voor gronden met bijbehorende onderzoekverplichting. De nieuwe regeling biedt de mogelijkheid - wanneer na onderzoek de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld en eventuele voorwaarden zijn vastgesteld – wel een afwijkingsmogelijkheid. Dit geeft meer flexibiliteit voor ontwikkelingen waarbij bodemingrepen nodig zijn. Recreatieobjecten met status ‘permanente bewoning’ Zoals hiervoor vermeld is op 28 november 2013 het facetbestemmingsplan ‘Recreatieterreinen permanente bewoning’ vastgesteld. Hierin is voor ongeveer 160 recreatieverblijven, verspreid over verschillende recreatieterreinen, permanente bewoning toegestaan. Omdat het hier objectgebonden planologische rechten betreft nemen we deze één op één over in het nieuwe omgevingsplan door deze recreatieverblijven een woonbestemming te geven.
Pagina 5 van 22
Vereenvoudiging typen recreatieverblijven In het geldende bestemmingsplan Recreatieterreinen zijn veel typen recreatieverblijven opgenomen. Dit is erg onduidelijk. Het worden er drie : recreatieverblijven, groepsaccommodaties en mobiele kampeermiddelen.
1.4 Vervolgproces na dialoogbijeenkomst Na de dialoogbijeenkomst met de gemeenteraad en belanghebbenden verwerken we de gesteunde voorstellen in een kadernotitie. De kadernotitie vormt de basis voor het nieuwe omgevingsplan.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding gaan we in deel 2 in op de huidige situatie van de Ermelose recreatieterreinen, het geldende beleid en actuele ontwikkelingen. In deel 3 zetten we de discussiethema’s en bijbehorende scenario’s uiteen.
Pagina 6 van 22
Deel 2 Beschrijving situatie Ermelose recreatieterreinen 2.1 Omvang en samenstelling Ermelo herbergt op dit moment ongeveer 120 recreatieve accommodaties. Het grootste deel hiervan, 98 stuks, zijn vakantieparken in de vorm van bungalowpark, camping of een combinatie daarvan. Bungalowparken Onder bungalowparken verstaan we terreinen met recreatieverblijven, chalets en/of stacaravans. Ermelo telt 77 van deze terreinen. Met een totale oppervlakte van meer dan 100 hectare. Op deze parken staan ruim 2.500 verblijven. Veel parken hebben een lange historie: gemiddeld bestaan zij sinds het begin van de zeventiger jaren. Op 29 parken zijn de verblijven in privaat eigendom. Op de andere 48 parken is een ondernemer actief. Maar ook hier zijn de meeste verblijven in particulier bezit. En zijn alleen de algemene ruimten en de grond eronder in eigendom van de ondernemer. Er zijn twee concentraties van bungalowparken in Ermelo. Beide buiten de bebouwde kom. Eén cluster ligt bij Tonsel, langs de Eendenparkweg en de Haspel. Het andere cluster ligt rondom de Horsterweg en de Kawoepersteeg. Campings In de gemeente Ermelo zijn 6 kampeerterreinen. Met in totaal zo’n 135 plaatsen. De meeste campings zijn relatief klein. De grootste telt 43 plaatsen. Alle campings worden bedrijfsmatig geëxploiteerd en het zijn bijna allemaal vakantiecampings.
Het zijn meestal toeristische plaatsen, tenten en/of stacaravans voor de wisselende verhuur. De campings leveren de gemeente daarmee relatief veel bezoekers op. De eigenaren van de campings beheren deze over het algemeen zelf. Alleen of met hun partner. Eén camping is eigendom van Staatsbosbeheer. Combinaties bungalowpark/camping Ermelo telt 16 vakantieparken waar zowel kampeerplaatsen als bungalows, chalets en/of stacaravans verhuurd worden. Al deze parken worden bedrijfsmatig geëxploiteerd door een ondernemer. Deze 16 parken bieden in totaal ruim 2.800 plaatsen. Het grootste deel van de plaatsen op deze accommodaties wordt recreatief gebruikt en wisselend verhuurd. Wanneer alle plaatsen bezet zijn, verblijven er in totaal ongeveer 7.500 mensen. Jaarlijks vinden op deze parken meer dan 150.000 toeristische overnachtingen plaats. Op parken zonder camping is dat ongeveer 28.000. Deze combinatieparken leveren daarmee de meeste werkgelegenheid en economische winst op van alle categorieën in de verblijfsrecreatie in Ermelo. De bungalowparken met campingplaatsen zijn in het (zuid) oosten van Ermelo. Langs de Drieërweg liggen zes van de zestien parken. Vier parken hebben meer dan 200 plaatsen en er zijn twee kleinere parken. Ook zijn er meerdere parken te vinden richting Drie en Speuld. Op de volgende pagina staat een overzichtskaart van de recreatiesector in Ermelo.
Pagina 7 van 22
Overzicht verblijfsrecreatie Ermelo (Bron: Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie 2015)
2.2 Geldend beleid en regelgeving 2.2.1 Planologisch kader Zoals in de inleiding benoemd bestaat het geldende planologische kader in de basis uit:
het bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ (vastgesteld op 04-07 2013) en; het facetbestemmingsplan ‘Recreatieterreinen permanente bewoning’ (vastgesteld op 28-11-2013).
Daarnaast zijn bij een aantal recreatieterreinen in de afgelopen jaren via een partiële herziening van het bestemmingsplan planologische wijzigingen (bijvoorbeeld ten behoeve van uitbreiding) aangebracht. Het gaat hierbij om de volgende plannen:
Uitbreiding De Paalberg, Drieërweg 125 (vastgesteld op 04-07-2013); De Kriemelberg, Drieërweg 104 (vastgesteld op 28-02-2013); Tonselse Veld 2014 (vastgesteld op 18-2-2016) en Gerechtelijke uitspraak (05-04-2017) betreft alleen De Haeghehorst (Fazantlaan 4); De Heivlinder (vastgesteld op 01-10-2018) (loopt nog beroepszaak en is nog niet in werking).
Verder is op 8 juni 2017 het bestemmingsplan “Parkeernormen” vastgesteld voor het hele grondgebied van Ermelo.
Pagina 8 van 22
2.2.2 Beleid Op het gebied van beleid is de ‘Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie (2016)’ het belangrijkste document. Deze visie vormt de basis om de verblijfsrecreatie in Ermelo aan te pakken samen met de ondernemers en eigenaren. Het maken van een flexibeler (bestemmings)plan voor de recreatieterreinen is één van de doelstellingen van de visie.
2.3 Ontwikkelingen Voor een aantal recreatieterreinen ontwikkelen de eigenaren op basis van de Toekomstvisie een ontwikkel- of transformatieplan. Twee voorbeelden staan hieronder. Ontwikkeling recreatieterrein met vernieuwend concept Een ondernemer ontwikkelt zijn recreatieterrein geleidelijk tot een park in het topsegment. Deze ontwikkeling vindt in fases plaats. Het bestaande pakte ze al aan. Ook vindt er een uitbreiding plaats: een innovatief concept gericht op de paardensector. Een deel van recreatieverblijven krijgt de mogelijkheid een eigen paardenstal te realiseren. Hiermee voorzien ze in de groeiende behoefte van ruiters die op de Veluwe willen recreëren en overnachten. Ruiters kunnen hun eigen paard/pony bij de accommodatie stallen. De ontwikkeling is een pilot in het project Vitale Vakantieparken. Hierin geeft de gemeente Ermelo samen met recreatieondernemers het toeristisch-recreatieve product in Ermelo een duurzame toekomst. Om de ontwikkeling mogelijk te maken stelden we een nieuw bestemmingsplan vast. Ontwikkeling van een omgevingsvisie voor functieverandering van recreatieterrein Voor een aantal aan elkaar geschakelde recreatieterreinen stelden we een omgevingsvisie vast. Omdat deze recreatieterreinen volgens de ‘Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie’ weinig tot geen toekomstperspectief meer hebben in de recreatiesectorsteken we in op functieverandering.
Samen met gebiedseigenaren, parkondernemers, de vereniging van eigenaren en andere belanghebbenden spraken we over de toekomst van parken en het gebied. Uit deze inventarisatie bleek dat er grofweg drie ontwikkelrichtingen zijn: 1. Recreatiepark voor tweede woning (huidige situatie behouden); 2. Woonpark (recreatiepark in huidige vorm maar met woonbestemming); 3. Herstructurering (realiseren van totaal nieuw woonmilieu en structuur). De ontwikkelrichtingen en bijbehorende kaders werkten we in een omgevingsvisie met bijpassend financieel vereveningsmodel uit. Relatie ontwikkelingen met het nieuwe omgevingsplan Het doel van het nieuwe omgevingsplan is het zo goed en duidelijk mogelijk faciliteren van ontwikkelingen op recreatief gebied binnen de daarvoor gestelde kaders. Bij het opstellen van het omgevingsplan wordt gekeken of, en zo ja hoe, lopende projecten in het omgevingsplan kunnen worden ingepast.
Pagina 9 van 22
Deel 3 Thema’s In dit deel van de notitie geven we per thema aan welke scenario’s er zijn voor het flexibeler maken van de planologische regeling voor de Ermelose recreatieterreinen. In de Toekomstvisie op de Verblijfsrecreatie worden drie grote gebiedsclusters in de gemeente aangewezen waar recreatieterreinen zich concentreren. Dit zijn de clusters: -
Strokel en Tonsel Drieërweg Recreatiecluster Horst
Er liggen ook nog een aantal recreatieterreinen in het buitengebied. Hieronder staat een overzicht van de thema’s in relatie tot de vier te onderscheiden gebieden. Vervolgens lichten we deze thema’s en mogelijke scenario’s toe.
Recreatiegebied: Onderwerp: 3.1: Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen met bedrijfsmatige exploitatie
Drieërweg
Strokel/Tonsel
*
*
3.2: Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen zonder bedrijfsmatige exploitatie
*
3.3: Nevenactiviteiten op recreatieterreinen
*
*
3.4: Kwaliteitsaspecten op recreatieterreinen
*
*
Pagina 10 van 22
Horst
Buitengebied
*
*
* *
*
3.1 Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen met bedrijfsmatige exploitatie
Pagina 11 van 22
Waar hebben we het over Recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie en toekomstperspectief in de recreatiesector in de gebieden Drieërweg, Strokel en Tonsel en het buitengebied. In het huidige bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ zijn voor deze terreinen specifieke bouwregels opgenomen voor verschillende typen recreatieverblijven zoals recreatiewoningen, stacaravans, mobiele kampeermiddelen, trekkershutten en groepsaccommodaties. Daarnaast zijn hoge of lage dichtheden voor de terreinen aangegeven op de bestemmingsplanverbeelding. Uit de toelichting van het geldende bestemmingsplan blijkt dat dit onderscheid is gemaakt op basis van landschappelijke waarden en openheid in gebieden binnen de gemeente Ermelo. In de Toekomstvisie is als doel gesteld om voor de Ermelose recreatieterreinen een nieuw planologisch kader te ontwerpen dat minder steng is en de recreatieondernemer daarmee meer ruimte geeft om te ondernemen. Aan de andere kant is het natuurlijk van belang het algemeen belang voor ogen te houden. Eén van de kwaliteiten van de Ermelose recreatieterreinen is de groene omgeving. Door onbeperkte mogelijkheden te geven kan er druk op de groene omgeving ontstaan waardoor de kwaliteit achteruit gaat. Daar hangt het behoud van groen op de terreinen ook mee samen. Maar er kan bijvoorbeeld ook gedacht worden aan de toename van verkeersbewegingen.
Om het doel meer ruimte te bieden te bereiken, maar daarbij wel het algemeen belang voor ogen te houden zijn twee scenario’s denkbaar namelijk:
Scenario 3.1.1: Veel flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij ondernemer Scenario 3.1.2: Beperktere flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij ondernemer
Scenario 3.1.1: Veel flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij ondernemer In dit scenario vereenvoudigen we de bouw- en gebruiksregeling in flinke mate door: Bebouwingspercentage voor alle bebouwing per recreatieterrein De huidige terreinbehoefteregeling wordt vervangen door een regeling waarbij per recreatieterrein een maximaal bebouwingspercentage voor alle bebouwing wordt vastgesteld die overeenkomt met de bestaande toegestane terreinbehoefte. Zo worden er niet zonder gedegen onderzoek extra planologische mogelijkheden toegevoegd. Aan deze nieuwe regeling wordt de verplichting van een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan Ermelo-Putten gekoppeld. Voor wat betreft onderlinge afstanden wordt aangesloten op de eisen die het Bouwbesluit stelt aan brandveiligheid. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook groepsaccommodaties op alle terreinen bij recht worden toegestaan binnen het aangegeven bebouwingspercentage. In het huidige bestemmingsplan is een groepsaccommodatie uitsluitend na verlening van een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan toegestaan. Deze wordt beschouwd als een bedrijfsgebouw en gaat daarom ten koste van de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen.
Aan het bij recht toestaan kunnen wel voorwaarden worden gesteld over bijvoorbeeld een bedrijfsmatige exploitatie, de landschappelijke-/beeldkwaliteit, gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden, verkeersveiligheid en de instandhoudingsdoelen van natuurgebieden (met name stikstofdepositie door toename verkeersgeneratie). Daarnaast worden door het opnemen van alleen een maximaal bebouwingspercentage de mogelijkheden voor recreatieve (luxe) voorzieningen verruimd. Op dit moment zijn dergelijke voorzieningen in het bestemmingsplan geregeld onder de bedrijfsgebouwen (kampwinkel, kiosk, receptie, ondersteunende horeca, sanitair, overdekt zwembad, opslagruimte) en is hiervoor een maximum bebouwingspercentage van 3,5 % van de oppervlakte van het bouwvlak opgenomen.
Pagina 12 van 22
2
Bij recreatieverblijven en stacaravans zelf mag in de huidige situatie uitsluitend een berging van 6 m worden gebouwd. Door de keuze bij de ondernemer te laten, kan hij beter inspelen op de markt. Hierdoor worden bijvoorbeeld ook mogelijkheden gecreëerd voor nieuwe concepten zoals recreatieverblijven met eigen atelierruimte. Net als in het geldende bestemmingsplan worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden gekoppeld aan een bedrijfsmatige exploitatie en wisselende verhuur van de recreatieverblijven.
Scenario 3.1.2: Beperktere flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij de ondernemer In dit scenario voegen we beperktere flexibiliteit toe. Anders dan in scenario 3.1.1 wordt de opzet van de huidige planologische regeling in de basis behouden. Maatvoering voor recreatieverblijven en bebouwingspercentage voor alle overige functies 1
De huidige terreinbehoefteregeling wordt vervangen door een regeling waarbij een recreatieverblijf een maximaal oppervlak en inhoudsmaat per kavelgrootte inclusief berging, wordt aangegeven. Bijvoorbeeld (maten op basis geldende bestemmingsplan): Kavel < 150 m² 150 - 200 m² 200 - 250 m² 250 - 350 m² > 350 m²
Max. oppervlak incl. berging 32 m² 46 m² 53 m² 66 m² 75 m²
Max. inhoud 128 m³ 184 m³ 212 m³ 264 m³ 300 m³
Voor alle overige bebouwing wordt daarnaast een maximaal bebouwingspercentage vastgesteld, waarbij het totaal overeenkomt met de bestaande toegestane terreinbehoefte. Zodat er ook bij dit scenario niet zonder gedegen onderzoek extra planologische mogelijkheden worden toegevoegd. Aan deze nieuwe regeling wordt de verplichting van een goede landschappelijke inpassing conform de uitgangspunten van het Landschapsontwikkelingsplan Ermelo-Putten gekoppeld. Voor wat betreft onderlinge afstanden wordt aangesloten op de eisen die het Bouwbesluit stelt aan brandveiligheid. Ook hier kunnen voorwaarden worden gesteld omtrent bijvoorbeeld de landschappelijke/beeldkwaliteit, gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden, verkeersveiligheid en de instandhoudingsdoelen van natuurgebieden (met name stikstofdepositie door toename verkeersgeneratie). Door het loslaten van bijvoorbeeld maximale hoogtes, zijn innovatieve ontwerpen van recreatieverblijven mogelijk. En door daarnaast een maximaal bebouwingspercentage voor overige bebouwing op te nemen kunnen ook nog steeds groepsaccomodaties en gezamenlijke ruimtes worden gebouwd voor activiteiten. Net als in het geldende bestemmingsplan worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden gekoppeld aan een bedrijfsmatige exploitatie en wisselende verhuur van de recreatieverblijven.
De voorgenoemde scenario’s zijn toe te passen op het gebiedscluster Drieërweg, delen van gebiedscluster Strokel en Tonsel en het buitengebied waar de verblijfsrecreatie wordt gestimuleerd.
1
(vaste) recreatieverblijven, stacaravans, trekkershutten etc. Pagina 13 van 22
3.2 Bouw- en gebruiksmogelijkheden recreatieterreinen zonder bedrijfsmatige exploitatie
Pagina 14 van 22
Waar hebben we het over Recreatieterreinen zonder een bedrijfsmatige exploitatie gelegen verspreid over de gehele gemeente Ermelo. Voor deze terreinen gelden in het geldende bestemmingsplan in principe dezelfde bouw- en gebruiksregels als voor terreinen met een bedrijfsmatige exploitatie. Voor deze terreinen is in het geldende bestemmingsplan vastgelegd dat een bepaald aantal objecten niet wisselend verhuurd hoeft te worden (geen bedrijfsmatige exploitatie). Verder is op een aantal percelen binnen de recreatieterreinen het facetbestemmingsplan ‘Recreatieterreinen permanente bewoning’ van toepassing. Deze recreatieverblijven mogen permanent bewoond worden. Voor terreinen die op dit moment geen bedrijfsmatige exploitatie kennen zijn de volgende scenario’s denkbaar namelijk:
Scenario 3.2.1: Veel flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij eigenaren Scenario 3.2.2: Beperktere flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij ondernemer
Scenario 3.2.1: Veel flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij eigenaren Dit scenario sluit in de basis aan bij hetgeen is opgeschreven onder 3.1.1., maar de eis van wisselende verhuur wordt losgelaten. Wel wordt voorgesteld alleen de bestaande toegestane terreinbehoefte aan recreatieverblijven op te nemen in het bebouwingspercentage. Dit omdat bedrijfsgebouwen (vrijwel) niet voorkomen op parken zonder bedrijfsmatige exploitatie.
Scenario 3.2.2: Beperktere flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid eigenaren Dit scenario sluit in de basis aan bij hetgeen is opgeschreven onder 3.1.2. Ook hier wordt voorgesteld de eis van wisselende verhuur los te laten en alleen de bestaande toegestane terreinbehoefte aan recreatieverblijven op te nemen.
De hiervoor genoemde scenario’s zijn toe te passen op recreatieterreinen in de gebiedsclusters Strokel en Tonsel, Horst en buitengebied.
Pagina 15 van 22
3.3 Nevenactiviteiten op recreatieterreinen
Pagina 16 van 22
Waar hebben we het over Het geldende bestemmingsplan “Recreatieterreinen” maakt op recreatieterreinen uitsluitend ondersteunende 2 horeca tot een oppervlakte van maximaal 200 m mogelijk. Via een binnenplanse afwijkingsbepaling mag 2 hiervan worden afgeweken tot een oppervlakte van 400 m wanneer het bouwvlak van het recreatiebedrijf tenminste 5 hectare bedraagt. In de begripsbepalingen van het plan is gedefinieerd wat verstaan wordt onder ondersteunende horeca: "Van ondersteunende horeca is sprake wanneer men in een inrichting die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft, (kleine) eetwaren en/of dranken kan consumeren en men daarvoor moet betalen". Uit deze definitie zijn de volgende criteria te herleiden:
de horeca-activiteit mag uitsluitend in samenhang met en ondersteunend aan de hoofdactiviteit plaatsvinden; de openingstijden van de horeca-activiteiten zijn gelijk aan de openingstijden van de hoofdactiviteit; de toegang tot de horeca-activiteit is dezelfde toegang van de hoofdactiviteit, er is dus geen aparte ingang van het horecagedeelte; voor de horeca-activiteit mag geen reclame worden gemaakt (bijvoorbeeld in de media); de ondersteunende horecavoorziening moet tijdens de openingsuren van de hoofdactiviteit openbaar toegankelijk zijn. Verhuur aan derden tijdens en buiten de openingstijden voor al dan niet besloten feesten en partijen is niet toegestaan.
Op een klein aantal recreatielocaties in de gemeente Ermelo is van oudsher al zelfstandige horeca (zonder koppeling met het recreatiebedrijf) toegestaan. Deze locaties hebben in het geldende bestemmingsplan een specifieke aanduiding ‘Horeca’. Recreatielocaties lenen zich vanwege ligging aan recreatieve routes soms ook goed voor zelfstandige horeca. Bijvoorbeeld in de vorm van een thee-/koffiehuis voor fietsers en wandelaars of gebruik van voorzieningen voor kinderfeestjes of bedrijfsuitjes. Deze vormen van horeca zijn niet direct gelieerd aan het recreatiebedrijf en daarom op dit moment niet mogelijk. Naast het geldende bestemmingsplan is in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Ermelo een regeling opgenomen voor bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen. Paracommerciële inrichtingen zijn niet-commerciële rechtspersonen zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot de hoofdactiviteit. In de APV is de volgende regeling opgenomen: Artikel 2:34b Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen 1.
Het is in paracommerciële inrichtingen verboden om alcoholhoudende drank te schenken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 2. In afwijking op lid 1 hebben paracommerciële inrichtingen de mogelijkheid om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens ten hoogste 12 bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 3. De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 5 werkdagen vóór een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid hiervan melding aan de burgemeester.
Pagina 17 van 22
Een recreatiebedrijf is geen paracommerciële inrichting, maar in de praktijk wordt door recreatiebedrijven wel gebruik gemaakt van deze regeling voor maximaal 12 bijeenkomsten per jaar. Voor het nieuwe bestemmingsplan zijn twee scenario’s denkbaar: Scenario 3.3.1: Bredere inzetbaarheid van nevenfuncties op recreatieterreinen Scenario 3.3.2: Vasthouden aan onzelfstandige horeca op recreatieterreinen
Scenario 3.3.1: Bredere inzetbaarheid van nevenactiviteiten op recreatieterreinen Een te onderzoeken optie is of bredere inzet van nevenactiviteiten op recreatieparken wenselijk en mogelijk is. Zoals hiervoor al aangegeven lenen recreatieterreinen zich vanwege ligging aan recreatieve routes soms ook goed voor zelfstandige horeca. Zoals een thee-/koffiehuis voor fietsers en wandelaars of gebruik van de reeds aanwezige voorzieningen voor kinderfeestjes of bedrijfsuitjes. Deze vormen van horeca zijn niet direct gelieerd aan het recreatiebedrijf en daarom op dit moment niet mogelijk. Maar dit geldt ook voor andere (recreatieve) activiteiten, zoals evenementen, outdoor- en welnessactiviteiten. Door de omvang van dit gebruik te koppelen aan de schaal/omvang van het bedrijf kan geregeld worden dat de functie niet overheersend wordt/overlast zal geven aan de hoofdfunctie recreatie. Dit kan bijvoorbeeld geregeld worden via een maximum vloeroppervlak en een koppeling aan de omvang van het terrein. Daarnaast kan de aard van de nevenactiviteit ingekaderd worden via categorieën. Verder is een afwegingskader noodzakelijk, waarmee voorkomen wordt dat de activiteiten overlast gaat geven voor bestaande functies in de omgeving. Bijvoorbeeld met betrekking tot voldoende parkeergelegenheid.
Scenario 3.3.2: Vasthouden aan ondersteunende/onzelfstandige horeca op recreatieterreinen In dit scenario wordt vastgehouden aan de regeling voor ondersteunende horeca zoals deze nu in het geldende bestemmingsplan is opgenomen.
Scenario 3.3.1 is toe te passen op het recreatieterreinen met toekomstperspectief in de gebiedsclusters Strokel en Tonsel, Drieërweg en het buitengebied.
Pagina 18 van 22
3.4 Kwaliteitsaspecten op recreatieterreinen
Pagina 19 van 22
Waar hebben we het over Gezondheid en duurzaamheid zijn thema’s die onder de Omgevingswet opgenomen kunnen worden in een omgevingsplan. Gezondheid In reguliere bestemmingsplannen komt gezondheid al aan bod in thema’s als bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit, geur- en stofhinder. Het Omgevingsplan biedt de mogelijkheid om, naast deze eisen, verdergaande gezondheidsbescherming en -bevordering mee te nemen in het plan. Duurzaamheid Duurzaamheid komt nog niet aan bod in de huidige bestemmingsplannen. Maar wordt wel steeds belangrijker en overlapt deels de doelen vanuit gezondheid. In 2018 is via de Wet voortgang energietransitie het aardgasvrij bouwen van nieuwbouwwoningen, waaronder recreatiewoningen, verplicht gemaakt. De eisen voor energieprestaties worden steeds opnieuw aangescherpt. Zo zijn in het Bouwbesluit via de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) de minimale milieuprestaties van gebouwen vastgelegd. Niet alleen vanwege energieprestaties is duurzaam bouwen van belang. Zo stelt ook klimaatverandering gebiedsontwikkeling voor nieuwe uitdagingen. Op toenemende droogte, hevigere piekbuien en hittestress kan worden ingespeeld door de buitenruimte anders in te richten.
Een duurzame gebiedsontwikkeling van recreatieterreinen gaat verder over het gebruik van circulaire materialen en het oog hebben voor biodiversiteit en de gezondheid van de gebruiker bij het inrichten van het gebied. Ook mobiliteit en toekomstbestendigheid zijn thema’s die spelen.
Scenario 3.4.1: Specifieke bepalingen omtrent gezondheid en duurzaamheid voor recreatieterreinen verplichten bij nieuwe ontwikkelingen op de terreinen In dit scenario worden gezondheid- en duurzaamheidsbepalingen gekoppeld aan bouw- en gebruiksregels voor de recreatieterreinen voor nieuwe ontwikkelingen en zijn daarmee verplicht (prestatie-eisen). Hierbij kan gedacht worden aan: -
-
2
minimaal 10 m aan schaduwbuitenruimte gedurende de dagperiode per recreatieobject of via een centrale ontmoetingsplek; de openbare ruimte op het recreatieterrein is rookvrij; een maximaal geluidsniveau voor nieuwe recreatieobjecten opnemen in de planregels; bij verbouw of renovatie worden eventueel aanwezige gaskachels, geisers en asbest gesaneerd; bij herontwikkeling van het terrein wordt voorzien in een centrale parkeergelegenheid voor auto’s met oplaadmogelijkheden. Op deze wijze wordt zowel de luchtkwaliteit en veiligheid op het terrein verbeterd en wordt men aangemoedigd meer te lopen of fietsen; een strengere BENG-norm dan vereist; klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwater; circulariteit, bijvoorbeeld door hergebruik materialen zonder kwaliteitsverlies; biodiversiteit, aandeel vegetatie en groen bij nieuwe ontwikkelingen.
Pagina 20 van 22
Scenario 3.4.2: Specifieke bepalingen omtrent gezondheid en duurzaamheid voor recreatieterreinen opnemen door middel van een puntensysteem bij nieuwe ontwikkelingen op de terreinen In dit scenario worden maatregelen op het gebied van gezondheid en duurzaamheid bij nieuwe ontwikkelingen verplicht gesteld door middel van een puntensysteem. Anders dan bij scenario 3.4.1 kan gekozen worden welke maatregelen worden getroffen. Het puntensysteem kennen we nu ook al voor groenen natuurinclusief bouwen (raadsbesluit 2019). De aanvrager moet een bepaald aantal punten halen om zijn initiatief te mogen uitvoeren. Hiervoor kan een puntenlijst (niet uitputtend) worden opgesteld, waarbij het aantal te scoren punten afhankelijk is van de omvang van het project. Bijvoorbeeld:
beperking hitte en bevorderen schaduw door aanwezigheid van verharding/bebouwing en groen; stralingsvrij (communicatie) recreatiepark; voorzieningen die een actieve leefstijl bevorderen zoals fietsen, buitenspelen, sporten, ontmoeten, centrale parkeerplaats waarna gelopen/gefietst moet worden naar het verblijf; beperking/verbod houtrook van kachels of open vuur; beperking lawaai en luchtverontreiniging: recreatieverblijven worden wettelijk niet gezien als gevoelige objecten in het kader van wegverkeers- of industrielawaai en luchtkwaliteit, maar verblijf van mensen in lawaai verontreinigde lucht (bijv. nabij drukke wegen) heeft wel degelijk invloed op de gezondheid van mensen; bereikbaarheid en verkeersveiligheid fiets/wandelpaden; binnenklimaat en veiligheid recreatieverblijven en voorzieningen gebouwen (temperatuur, luchtvochtigheid, geluidsniveau, vervanging gaskachels/geisers i.v.m. koolmonoxidevergiftiging); sanering van asbest in en op daken van recreatieobjecten bij verbouw of renovatie; opwekken duurzame energie; strengere BENG-norm dan vereist; aanleg laadvoorzieningen elektrische voertuigen; vasthouden regenwater; hergebruik van materiaal; gebruik circulaire materialen; groene daken.
Scenario 3.4.3: Een gezonde en duurzame leefomgeving op recreatieterreinen stimuleren via beloningsplanologie In dit scenario wordt een gezonde en duurzame leefomgeving op recreatieterreinen gestimuleerd via een bestemmingsregeling die uitgaat van beloningsplanologie. Dat wel zeggen dat in ruil voor gezondheid- en duurzaamheidsmaatregelen meer planologische ruimte wordt geboden. Gedacht wordt aan de volgende regelingen: -
-
Het belonen van extra maatregelen (bovenop het Bouwbesluit) op het gebied van geluidsisolatie, spuiventilatie, daglichttoetreding met extra oppervlakte aan bebouwing voor beweegfaciliteiten via een verruiming van aangeven maximale maten, afmetingen, percentages tot maximaal 10%. Het belonen van asbestsanering bij verbouw of renovatie met extra oppervlakte aan bebouwing voor beweegfaciliteiten via een verruiming van aangeven maximale maten, afmetingen, percentages mogen tot maximaal 10%.
Pagina 21 van 22
-
-
Het stimuleren van isolatie van gebouwen door de bouwregels voor recreatieobjecten en voorzieningengebouwen te verruimen ten behoeve van isolatiemaatregelen die uitgaan boven de wettelijke normering zoals aangeven in het Bouwbesluit. Dit kan bijvoorbeeld door verruiming van de aangegeven maximale afmetingen met maximaal 10% voor bijvoorbeeld het aanbrengen van extra isolatie. Deze verruiming mag uitsluitend worden toegepast bij een BENG-waarde die niet hoger is dan 0. Het verstrekken van een energielabel bij het uitvoeren van extra duurzaamheidsmaatregelen. Het toelaten van andere bouwwerken ten behoeve van duurzame energie op object- en terreinniveau. Hierbij kan worden gedacht aan mogelijkheden voor: o zonnepanelen anders dan op daken (bijvoorbeeld een zonneveld voor één of meerdere parken); o de bouw van kleine windturbines, mits passend in de omgeving qua milieu- veiligheid en beeldkwaliteit; o warmte– en koudeopslag (WKO).
Scenario 3.4.4: Een niet juridisch bindend inspiratiedocument gezondheid en duurzame leefomgeving opstellen als bijlage bij het bestemmingsplan In dit scenario worden ondernemers en eigenaren geïnspireerd het recreatieterrein en de recreatieobjecten zo in te richten dat ze een gezonde leefwijze en duurzame leefomgeving bevorderen. Hiervoor wordt een inspiratiedocument met praktijkvoorbeelden opgesteld en opgenomen in de niet juridisch bindende toelichting van het omgevingsplan. Daarnaast zal het inspiratiedocument worden verspreid onder de ondernemers en eigenaren van recreatieterreinen en recreatieverblijven.
De hiervoor genoemde scenario’s zijn toe te passen op recreatieterreinen in alle gebiedsclusters.
Pagina 22 van 22