CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Discussienota uitgangspunten Omgevingsplan Recreatieterreinen 15 november 2021

Gemeenteraad 1 december 2021, gemeente ErmeloBij agendapunt: Debatavond Recreatieterreinen3.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Discussienota

Datum: 15 november 2021

Documentnr: e210043671

Onderwerp: Uitgangspunten Omgevingsplan Recreatieterreinen

Ter behandeling door: college (meegegeven voorkeur wordt teruggekoppeld aan organisatie) raad (de bij de oordeelsvormende gevoerde discussie wordt teruggekoppeld aan college)

Datum

*

Collegebesluit

De raad adviseert het college *

1

Portefeuillehouder: dr. J.A. de Haan Ambtenaar/projectleider: mevrouw S.M.L. Venemanvan Beek

Inleiding

Op 9 juni 2021 heeft uw gemeenteraad besloten om het Omgevingsplan Recreatieterreinen (kenmerk e210014451) voor te bereiden door middel van een groot traject: met de zogenoemde Dialoog- en Debatavond. Dit traject houdt in dat de gemeenteraad de uitgangspunten voor het nieuwe Omgevingsplan meegeeft aan het college. De uitgangspunten worden tijdens de Debatavond op 1 december 2021 besproken. Deze discussienota bevat de verzamelde input voor het debat. Van de griffie ontvangt u nadere informatie over de opzet van de Debatavond. Proces tot nu toe Op 29 september heeft er een startbijeenkomst plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst is uitleg gegeven over het proces van een groot traject, is de concept discussienotitie ‘Thema’s omgevingsplan Recreatieterreinen’ (kenmerk e190040394, bijlage) toegelicht en is gevraagd of er nog punten misten waar de aanwezigen wel graag over in gesprek zouden gaan. Hiermee is rekening gehouden met het opstellen van de stellingen voor de Dialoogavond. Vervolgens heeft de Dialoogavond op 13 oktober 2021 plaatsgevonden. Tijdens de Dialoogavond zijn de aanwezigen (recreatieondernemers, inwoners, recreanten, belangenorganisaties en raadsleden) in gesprek met elkaar gegaan over vier verschillende thema’s aan de hand van stellingen.

De stellingen, de samenvattingen van de gesprekken en opties met argumenten en kanttekeningen zijn hierna uitgewerkt, zodat u per thema de uitgangspunten voor het Omgevingsplan Recreatieterreinen kunt bepalen. Voor alle uitgangspunten geldt wel altijd dat ze moeten voldoen aan rijks- of provinciale wet- en regelgeving en nader uit te voeren onderzoeken. Dit wordt verder bekeken en uitgewerkt bij het opstellen van het Omgevingsplan. Daarbij zullen ook nadere regels opgesteld worden voor bijvoorbeeld een goede landschappelijke inpassing en geen toename van verkeersbewegingen. De relatie met het gemeentebrede Omgevingsplan wordt hierna verder toegelicht. Achtergrondinformatie over de thema’s en stellingen zijn te vinden in de concept discussienotitie ‘Thema’s omgevingsplan Recreatieterreinen’.

pagina

2 van 10

Over een tweetal thema’s is geen discussie nodig, dit betreffen omissies in het huidige bestemmingsplan die hersteld moeten worden. Dat betreffen: 1. het opnemen van een afwijkingsmogelijkheid van het verbod om bodemingrepen dieper dan 0,30 cm beneden maaiveld en groter dan 100 m² uit te voeren, in verband met mogelijk aanwezige archeologische waarden. Voorwaarde van de afwijkingsmogelijkheid is uiteraard dat, na onderzoek, gebleken moet zijn dat de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld en eventuele voorwaarden zijn gesteld, en: 2. het overnemen van de bestaande rechten van recreatieobjecten met de status ‘permanente bewoning’. Zij zullen van een passende bestemming worden voorzien. Deze twee thema’s worden ongeacht de verdere discussie in het nieuwe Omgevingsplan hersteld. Vervolg Nadat u de uitgangspunten tijdens de Debatavond heeft besproken, worden deze door het college vastgelegd in een informatiememo. Dit informatiememo dient als ‘toets’ of het college de juiste uitgangspunten uit de Debatavond heeft gehaald. Deze kunt u desgewenst agenderen voor een beeldvormende tafel. Daarna wordt gestart met de voorbereidingen voor het Omgevingsplan. Dit zal de gebruikelijke participatie- en juridische inspraakmomenten kennen, zodat iedereen voldoende gelegenheid heeft om zijn mening hierover te geven.

Uiteraard ontvangt de raad te zijner tijd informatiememo’s over de stand van zaken en uiteindelijk een raadsvoorstel dat de reguliere raadscyclus van beeldvormende-, oordeelsvormende- en besluitvormende tafel zal volgen. Naar verwachting zal dit traject minimaal een jaar in beslag nemen.

1.1

Relatie Omgevingsplan Ermelo

Op dit moment wordt er ook gewerkt aan het Omgevingsplan voor de hele gemeente. Dit wordt in eerste instantie vormgegeven als een casco Omgevingsplan (het geraamte van het Omgevingsplan), dat zal bestaan uit alle huidige bestemmingsplannen, diverse verordeningen en verplichte Rijksregels. Een Omgevingsplan kan gebiedsgericht, themagericht of gecombineerd worden opgesteld. Ermelo is voornemens het casco Omgevingsplan gebiedsgericht uit te werken conform de Omgevingswet en wordt daarmee stap voor stap definitief. Het centrum wordt daarbij het eerste nader uit te werken gebied. Voor de recreatieterreinen wordt een themagerichte uitwerking gemaakt, omdat de recreatieterreinen verspreid in Ermelo liggen en daarmee onder meerdere gebieden vallen. Deze themagerichte uitwerking maakt vervolgens onderdeel uit van het Omgevingsplan voor de hele gemeente.

pagina

3 van 10

2

Thema’s

2.1

Bouwen en gebruik

2.1.1

Waar hebben we het over

Recreatieterreinen (bedrijfsmatige exploitatie) in de verblijfsrecreatiesector in de gebieden Drieërweg, Strokel en Tonsel en het buitengebied en terreinen waar tweedewoningbezit aanwezig is (zonder bedrijfsmatige exploitatie) verspreid over de hele gemeente. In het huidige bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ zijn voor deze terreinen specifieke bouwregels opgenomen voor verschillende typen recreatieverblijven, zoals recreatiewoningen, stacaravans, mobiele kampeermiddelen, trekkershutten en groepsaccommodaties. Daarnaast zijn hoge of lage dichtheden voor de terreinen aangegeven op de bestemmingsplanverbeelding. Uit de toelichting van het geldende bestemmingsplan blijkt dat het onderscheid in dichtheden is gemaakt op basis van landschappelijke waarden en openheid in gebieden binnen de gemeente Ermelo. De recreatieverblijven moeten wisselend verhuurd worden, tenzij in het geldende bestemmingsplan is bepaald dat zij niet wisselend verhuurd hoeven te worden. Verder is op een aantal percelen binnen de recreatieterreinen het facetbestemmingsplan ‘Recreatieterreinen permanente bewoning’ van toepassing. Deze recreatieverblijven mogen permanent bewoond worden en zullen een passende bestemming krijgen in het Omgevingsplan. De huidige bestemming voldoet niet aan de provinciale regels. 2.1.2

Dialoogavond

2.1.2.1

Stellingen

1.

2.

3.

4.

Er zou maximale flexibiliteit moeten zijn voor bouwmogelijkheden op de recreatieterreinen. Bijvoorbeeld door middel van een maximaal bebouwingspercentage per terrein, mits rekening wordt gehouden met onder andere een goede landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling; Er zou beperktere flexibiliteit voor en verantwoordelijkheid bij ondernemer moeten zijn voor bouwmogelijkheden, maar wel ruimer dan de huidige regels. Bijvoorbeeld door maatvoering voor recreatieverblijven en een bebouwingspercentage voor de overige bebouwing; Er moeten regels zijn voor verschillende typen parken, bijvoorbeeld bedrijfsmatig/niet-bedrijfsmatig, tweede woningbezit/wisselende verhuur en/of de typen verblijven (onderscheid bungalows, stacaravans, caravans en tenten); Er moeten helemaal geen regels zijn voor de indeling van het gebruik op een park, mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan, bijvoorbeeld goede landschappelijke inpassing

Omdat tijdens de dialoogavond de thema’s bouwen en gebruik veel overeenkomsten bleken te hebben, zijn deze samengevoegd in deze discussienota. 2.1.2.2

Reacties

Begrippen Een algemeen geluid is dat de huidige begrippen onduidelijk zijn: wat is bedrijfsmatige exploitatie precies, wat valt er nu wel en niet onder het bebouwingspercentage, wat is een perceel etc. Ook het verschil tussen hoge en lage dichtheid stuit op problemen. Dit is ingegeven door het type gebied, echter ligt de natuur om de parken en niet er op. Type park en verblijven De meeste ondernemers willen het liefst zo weinig mogelijk regels en daarmee dus ook geen onderscheid in verschillende parken of verblijven. Op die manier kunnen ze snel inspelen op de trends die de markt op dat moment vraagt. De huidige regeling is volgens hen ook ingegeven door de angst voor permanente bewoning. Ondernemers zouden meer vertrouwen moeten krijgen dat dit niet gebeurd op hun parken. Veel parken hebben een gemixte vorm van recreatie met verblijven als tweede woningbezit, verblijven voor wisselende verhuur, plaatsen voor caravans en tenten en andere recreatieverblijven.

4 van 10

pagina

Daarom zijn veel specifieke regels voor hen niet wenselijk. Een enkeling wil wel regels voor gebruiksmogelijkheden bijvoorbeeld onderscheid in campingplaatsen, huisjes en chalets. Het vorige bestemmingsplan voor de Drieërweg wordt hierin als beter ervaren, doordat deze een regeling bevatte om bouwmogelijkheden in te wisselen. Nu mag je huisjes niet inwisselen voor caravans, chalets etc. Tweede woningbezitparken waarbij de gronden allemaal in eigendom zijn van de huisjeseigenaren hebben wel behoefte aan ‘eigen’ regels, zodat er minder discussie gevoerd hoeft te worden binnen de Vereniging van Eigenaren over de gezamenlijke bouw- en functiemogelijkheden. Hiermee wordt voorkomen dat de buren de bouwmogelijkheden van andere gebruikers opsouperen. Bovendien is er zo een betere grip mogelijk om de recreatieve beleving te behouden. Ruimte voor nevenactiviteiten zoals horeca zijn op deze parken minder relevant en zouden wegbestemd kunnen worden. Wellicht is het wel verstandig een kleine oppervlakte beschikbaar te houden voor een gezamenlijk gebouw voor materialen voor onderhoud van de algemene delen van de parken. Bouwmogelijkheden Ondernemers zien het liefst zo veel mogelijk flexibiliteit. Op dit moment moeten er te veel procedures worden gevoerd, omdat initiatieven waar de gemeente wel aan mee wil werken niet passen binnen de huidige regels.

Een boomhut kan bijvoorbeeld alleen met een ontheffing, een veranda kan niet en de nokhoogte is vaak ook een probleem voor creatieve modellen met een andere vormgeving. De wens bestaat om snel in te kunnen spelen op de markt en regels voor het aantal eenheden los te laten. Het is dan bijvoorbeeld makkelijker mogelijk huisjes voor stacaravans in te wisselen. Daarbij worden wel kanttekeningen geplaatst, te hoge huisjes zouden de omgeving aan kunnen tasten, er zou onduidelijkheid kunnen ontstaan bij maximale flexibiliteit en hoe wordt handhaving geregeld. Enkelen vinden de huidige oppervlaktes voor de huisjes en chalets en bebouwingspercentage voor de bedrijfsbebouwing prima en pleiten voor sturing vanuit de gemeente op de maten. Daardoor hoeft er niet zelf gerekend te worden over de verdelingen. Daarnaast bestaat de angst dat men benadeeld wordt door een maximum op te nemen. Verder wordt aangegeven dat het bij maximale flexibiliteit belangrijk is om voor iedereen gelijke regels te hebben, aansluiting gezocht moet worden bij de provinciale regels en regels van buurgemeente en er mag geen overlast ontstaan op de omgeving (zowel natuur, bedrijven als omwonenden). Als tip wordt nog meegegeven te kijken naar bestemmingsplannen in de Achterhoek. Die zijn al flexibeler gemaakt. Wisselende verhuur Het is de wens om de eis van wisselende verhuur los te laten.

Op dit moment is wisselende verhuur voor huisjes verplicht (tenzij al in het voorgaande bestemmingsplan sprake was van niet-wisselende verhuur) en voor andere recreatieverblijven niet. In de praktijk blijkt de regel voor wisselende verhuur ook lastig te controleren, bijvoorbeeld bij tweedewoningbezitparken. Toekomstbestendig Kleinere bedrijven hebben behoefte aan een nevenfunctie om toekomstbestendig te kunnen zijn, bijvoorbeeld een functie als cultuur, zorg of horeca. 2.1.3

Opties

1.

Een bebouwingspercentage opnemen voor alle bebouwing1 ongeacht het type park. Argumenten  Maximale ondernemersvrijheid en flexibiliteit om snel te kunnen inspelen op de markt. Bestaande rechten worden daarbij omgerekend, zodat niemand wordt benadeeld;  Controle vooraf en handhaving nog steeds mogelijk door invoering melding- en/of vergunningstelsel;  Blijk van vertrouwen.

1

Hieronder worden ook caravans en tenten verstaan.

pagina

5 van 10

Kanttekeningen  Kan voor wrijving zorgen bij tweede woningbezitparken mede omdat men elkaars ruimte kan gebruiken en eventueel discussie over gemeenschappelijke voorzieningen/nevenfuncties;  Onbekend wat het resultaat is (recreatiewoningen zijn nu echter helemaal welstandvrij en er zijn geen excessen tot nu toe. Bovendien zijn recreatiewoningen op dit moment ook bouwvergunningvrij mits het binnen de regels van het bestemmingsplan past);  Er zullen wellicht meer randvoorwaarden gesteld worden om de kwaliteiten van het gebied en omgeving te waarborgen. 2.

Onderscheid maken in parken die geheel bestaan uit tweede woningbezit en overige parken. Bij overige parken zou een bebouwingspercentage opgenomen kunnen worden voor alle bebouwing (inclusief caravans en tenten). Bij parken die geheel bestaan uit tweede woningbezit blijven er wel specifieke regels, gebaseerd op de huidige regeling. Bedrijfsgebouwen (inclusief bedrijfswoningen) op deze parken worden niet meer mogelijk gemaakt of tot een minimum beperkt. Argumenten  Het onderscheid tussen de parken is duidelijk. Geheel tweedewoningbezit met gezamenlijk eigendom van openbare ruimtes op het park en ‘overig’ voor alle soorten bedrijven met een eigenaar;  Voor Verenigingen van Eigenaren ontstaan er geen wrijving tussen de leden wat wel en niet mag;  Een ondernemer krijgt wel alle flexibiliteit. Kanttekeningen  Het doel uit de toekomstvisie om flexibelere regels op te stellen wordt maar deels behaald;  Hoe om te gaan met ‘overige’ parken die besluiten verder te gaan als tweedewoningbezitpark;  Er zullen wellicht meer randvoorwaarden gesteld worden om de kwaliteiten van het gebied en omgeving te waarborgen bij ‘overige parken’.

3.

Een flexibelere regeling dan nu het geval is voor recreatieverblijven en een percentage voor overige bebouwing. Bijvoorbeeld met betrekking tot de maximale hoogtes, het uitwisselen van verschillende type verblijven en het mogelijk maken van veranda’s. Het is dan niet nodig onderscheid te maken tussen de verschillende terreinen. Argumenten  Het lijkt op de huidige regeling en voelt daardoor ‘veilig’, doordat er nog steeds sturing plaatsvindt vanuit de gemeente;  Een ondernemer kan zelf kiezen of hij/zij gaat voor grotere en daarmee minder recreatieverblijven of kleinere verblijven maar meer. En is daarmee ook flexibeler in het uitwisselen tussen verschillende recreatieverblijven;  Er blijft grip op de bebouwingsdichtheid en overige bebouwing. Dit kan de kwaliteit van de terreinen ten goede komen;  Er hoeft geen onderscheid gemaakt te worden in de verschillende type terreinen. Dit voorkomt discussies over de definitie van terreinen;

Het is duidelijk waar iedereen aan toe is.

Kanttekeningen  Het doel uit de Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie om flexibelere regels op te stellen wordt maar voor een klein deel behaald.

pagina

6 van 10

2.2

Nevenactiviteiten

2.2.1

Waar hebben we het over

Het geldende bestemmingsplan “Recreatieterreinen” maakt op recreatieterreinen uitsluitend ondersteunende horeca tot een oppervlakte van maximaal 200 m 2 mogelijk. Via een ontheffing van het college mag hiervan worden afgeweken tot een oppervlakte van 400 m 2 , wanneer het bouwvlak van het recreatiebedrijf tenminste 5 hectare bedraagt. Ondersteunende horeca is: "Van ondersteunende horeca is sprake wanneer men in een inrichting die geen (planologische) hoofdbestemming horeca heeft, (kleine) eetwaren en/of dranken kan consumeren en men daarvoor moet betalen". Op een klein aantal recreatieterreinen in de gemeente Ermelo is van oudsher al zelfstandige horeca (zonder koppeling met het recreatiebedrijf) toegestaan. Deze locaties hebben in het geldende bestemmingsplan een specifieke aanduiding ‘Horeca’. Recreatieterreinen lenen zich vanwege ligging aan recreatieve routes soms ook goed voor zelfstandige horeca. Bijvoorbeeld in de vorm van een thee/koffiehuis voor fietsers en wandelaars of gebruik van voorzieningen voor kinderfeestjes of bedrijfsuitjes. Deze vormen van horeca zijn niet direct gelieerd aan het recreatiebedrijf en daarom op dit moment niet mogelijk. Naast het geldende bestemmingsplan is in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Ermelo een regeling opgenomen voor bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen.

Paracommerciële inrichtingen zijn niet-commerciële rechtspersonen zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot de hoofdactiviteit. In de APV is de volgende regeling opgenomen: Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag vanaf 14.00 uur tot 00.00 uur. 2. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens ten hoogste twaalf bijeenkomsten per jaar van persoonlijke aard of die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 3. Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk vijf werkdagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid, hiervan melding aan de burgemeester. Een recreatiebedrijf is geen paracommerciële rechtspersoon, maar in de praktijk wordt door recreatiebedrijven wel gebruik gemaakt van deze regeling voor maximaal 12 bijeenkomsten per jaar. 2.2.2

Dialoogavond

2.2.2.1

Stellingen

1. 2.

Nevenactiviteiten zoals horeca of andere recreatieve voorzieningen moeten breed ingezet kunnen worden zonder beperkende regels over bijvoorbeeld de omvang ervan; De huidige regels voor nevenactiviteiten werken prima zoals ze er nu zijn: uitsluitend ondersteunende horeca.

2.2.2.2 Reacties Algemeen Het algemene beeld van dit thema is dat er behoefte is aan het toestaan van nevenactiviteiten, maar dat dit sterk afhankelijk is van het gebied waar het park ligt en dat er een goede afstemming met de buurt moet plaatsvinden over het type activiteit om mede daarom te kunnen bepalen of de nevenactiviteit passend is of niet. Daarnaast moet uiteraard altijd getoetst worden aan de reguliere aspecten uit de (landelijke) regelgevingen, zoals milieu, verkeer, parkeren, stikstof en natuur. Een andere voorwaarde die naar voren kwam is dat de hoofdfunctie verblijfsrecreatie moet blijven en niet dat de nevenactiviteit deze hoofdfunctie overneemt.

pagina

7 van 10

Type Qua type nevenactiviteit worden veel verschillende soorten benoemd, van activiteiten als een Jumbo of Plus to go, tandarts en massagesalon/wellness tot een indoorspeeltuin, evenementen, horeca, cultuur en sportvoorzieningen. Daarbij wordt ook aangegeven dat sommige activiteiten nu al plaatsvinden, maar de huidige regels eigenlijk te beperkt zijn. Bovendien zouden ze niet alleen toegankelijk moeten zijn voor de gasten van het park, maar ook voor anderen. Wel dient daarbij goed gelet te worden op concurrentie met andere bedrijven binnen Ermelo. Tot slot is er gewezen op de ‘maatschappelijke plus’ die het ontwikkelen van nevenfuncties kan leveren voor de bredere omgeving. 2.2.3 1.

Opties

Bredere inzetbaarheid van nevenfuncties op recreatieterreinen waarbij een bepaald percentage van het grondgebied van het park mag gebruikt worden voor nevenactiviteiten. Deze zijn benoemd in een bijlage en beperkt tot een bepaalde milieucategorie. Een soortgelijke activiteit is ook mogelijk. Harde voorwaarden daarbij zijn dat dit alleen mogelijk is op ‘overige’ parken, dat er een relatie moet zijn met de recreatiesector, dat er een goede afstemming met de nabije omgeving heeft plaatsgevonden en dat er geen overlast ervaren mag worden door bijvoorbeeld geluid of parkeren. Argumenten  De ondernemer kan goed inspelen op de markt door de nevenactiviteit af te stemmen op de behoefte van de recreant op dat moment;  Een ondernemer kan ook inkomsten halen uit de nevenfunctie is daardoor minder afhankelijk van de markt voor recreatieverblijven;  Een ieder kan gebruik maken van de faciliteiten van het park. Niet alleen de recreant op het park, maar ook de voorbijganger en inwoners van Ermelo. Kanttekeningen  Er kunnen verschillende behoeftes bestaan in afzonderlijke delen van Ermelo (bv Speuld, Drieërweg, Strokel en Tonsel). Dit kan opgelost worden door verschillende regelingen per gebied op te nemen;  Mogelijk ontstaat er concurrentie met bestaande functies in (het centrum van) Ermelo.

2.

Vasthouden aan onzelfstandige horeca op recreatieterreinen. Argumenten  Alles blijft zoals het nu is, daarbij weet iedereen waar hij/zij aan toe is. Kanttekeningen  De bestaande situatie is al anders. Er wordt al gebruik gemaakt van de ondersteunende horecafaciliteiten van bezoekers die niet op het park verblijven. Dit is ook lastig te controleren.  Er is geen mogelijkheid om mee te gaan ontwikkelingen in de sector.

pagina

8 van 10

2.3

Kwaliteit

2.3.1

Waar hebben we het over

Gezondheid en duurzaamheid zijn thema’s die onder de Omgevingswet opgenomen kunnen worden in een omgevingsplan. Gezondheid In reguliere bestemmingsplannen komt gezondheid al aan bod in thema’s als bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit, geur- en stofhinder. Het Omgevingsplan biedt de mogelijkheid om, naast deze eisen, verdergaande gezondheidsbescherming en -bevordering mee te nemen in het plan. Duurzaamheid Duurzaamheid komt nog niet aan bod in de huidige bestemmingsplannen, maar wordt wel steeds belangrijker en overlapt deels de doelen vanuit gezondheid. In 2018 is via de Wet voortgang energietransitie het aardgasvrij bouwen van nieuwbouwwoningen, waaronder recreatiewoningen, verplicht gemaakt. De eisen voor energieprestaties worden steeds opnieuw aangescherpt. Zo zijn in het Bouwbesluit via de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) de minimale milieuprestaties van gebouwen vastgelegd. Niet alleen vanwege energieprestaties is duurzaam bouwen van belang. Zo stelt ook klimaatverandering gebiedsontwikkeling voor nieuwe uitdagingen. Op toenemende droogte, hevigere piekbuien en hittestress kan worden ingespeeld door de buitenruimte anders in te richten. Een duurzame gebiedsontwikkeling van recreatieterreinen gaat verder over het gebruik van circulaire materialen en het oog hebben voor biodiversiteit en de gezondheid van de gebruiker bij het inrichten van het gebied.

Ook mobiliteit en toekomstbestendigheid zijn thema’s die spelen. 2.3.2

Dialoogavond

2.3.2.1 Stellingen 1.

2.

Parken moeten meer mogen als ze betere kwaliteit voor de leefomgeving creëren, bijvoorbeeld door het vergroten van de biodiversiteit, zorgen voor hemelwateropvang, auto te gast, duurzaamheid en/of stimuleren van het creëren van een goed leefgebied voor bijzondere diersoorten; De gemeente zou een systeem moeten ontwikkelen, zodat er bij nieuwe ontwikkelingen een minimum aantal punten moet worden behaald op het gebied van duurzaamheid en natuur.

2.3.2.2 Reacties Het algemene beeld van dit thema is dat er vaak al goed wordt nagedacht over dit thema, het is economisch aantrekkelijk en ‘werk je aan kwaliteit, komt de beloning vanzelf’. Dit zouden regels zijn die bovenop alle andere regels zou komen. Bovendien is het de vraag hoe je dit zou moeten meten en zou isolatie ook verplicht moeten zijn bij seizoensgebonden parken? Ook wordt aangegeven dat dit niet bij een bestemmingsplan zou moeten horen en dat sociale veiligheid ook een belangrijk aspect is. Stimuleren en informeren door de overheid is goed, verplichten echter niet. Daarnaast zou er een verschil moeten worden gemaakt tussen tweedewoningparken en ‘overige’ parken. 2.3.3 1.

Opties

Een niet juridisch bindend inspiratiedocument opstellen voor kwaliteitsaspecten. Het document heeft als doel ondernemers en eigenaren te inspireren het park en de objecten zo in te richten dat ze een gezonde leefwijze en duurzame leefomgeving bevorderen met praktijkvoorbeelden en wordt toegevoegd als bijlage bij het omgevingsplan. Daarnaast zal het verspreid worden onder ondernemers en eigenaren.

Argumenten  Groot draagvlak onder de deelnemers aan de dialoogavond;  Ondernemers en eigenaren worden gestimuleerd goed na te denken over deze kwaliteitsaspecten en kunnen bijdragen aan een betere recreatiebeleving.

pagina

9 van 10

Kanttekeningen  Er is geen toets vooraf en controle achteraf mogelijk, het is een vrijblijvend document. De ambities van de gemeente worden hierdoor minder waargemaakt. 2.

Specifieke bepalingen omtrent de kwaliteitsaspecten opnemen door middel van een puntensysteem bij nieuwe ontwikkelingen. Dit systeem wordt nu al toegepast voor natuurinclusief bouwen.

Argumenten  Ondernemers en eigenaren worden gedwongen bepaalde investeringen te doen bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en gezondheid;

Ondernemers en eigenaren zijn vrij en flexibel in de maatregelen die ze nemen. Ze moeten een minimum aantal punten behalen bij een ontwikkeling op het park. Daarbij kunnen ze de door de gemeente opgestelde lijst gebruiken, maar ze mogen ook andere maatregelen aandragen.

Kanttekeningen  Bepaalde duurzaamheid- en gezondheidsaspecten zijn nu ook al wettelijk verplicht, bijvoorbeeld de regeling van het Bouwbesluit omtrent duurzaam bouwen (Beng: Bijna energie neutrale gebouwen) en bodem- en luchtkwaliteit, geur- en stofhinder;  Het is een extra eis bovenop de bestaande eisen waaraan moet worden voldaan, ook die buiten de gemeente om;

Weinig draagvlak onder de deelnemers van de dialoogavond.

pagina

10 van 10

3.

Communicatie

Voordat de dialoogavond heeft plaatsgevonden, is het traject en de concept discussienotitie ‘Thema’s omgevingsplan Recreatieterreinen’ toegelicht tijdens een startavond, zodat een ieder met de juiste verwachtingen deel kon nemen aan de dialoogavond. Naar aanleiding van de dialoogavond is onderhavige nota opgesteld als input voor de gemeenteraad voor de debatavond op 1 december. Deze nota is ook gedeeld met de aanmeldingen van de startavond.

Bijlagen  Jambord dialoogavond Recreatieterreinen, kenmerk e210043676  Concept discussienotitie ‘Thema’s omgevingsplan Recreatieterreinen’, kenmerk e190040394.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10792796/1