Concept Kadernota e250070940
Tekst van het document
concept Kadernota 2027-2030
13 november 2025
Inhoudsopgave 1. Inleiding / samenvatting
3
2. Wat doet VNOG?
7
3. Ontwikkelingen algemeen
9
4. Ramingsgrondslagen begroting 2027
14
5. Ontwikkelrichtingen
17
6. Autonome ontwikkelingen
19
7. Financiële ontwikkelingen
22
8. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit
29
9. De uitgevoerde risico-inventarisatie
31
10. Risico’s versus weerstandscapaciteit
36
11. Financieel meerjarenperspectief 2027-2030
37
Bijlagen
38
Pagina 2 van 47
1. Inleiding / samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2027 – 2030 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De Kadernota vormt de basis voor de komende begroting 2027-2030 en bevat daarvoor de financieel-technische uitgangspunten, beschrijving van ontwikkelingen, ontwikkelrichtingen en autonome ontwikkelingen. 1.1. Hoofdlijn van deze Kadernota 2027-2030 In deze paragraaf wordt de hoofdlijn van de Kadernota geschetst. 1.1.1. De bredere context De al jaren spelende groeiende onzekerheid in de wereld op allerlei vlakken heeft grote effecten; zowel op de taken en rol van VNOG, als op de eigen bedrijfsvoering van VNOG en haar financiën. Het gaat bijvoorbeeld om (nieuwe) dreigingen, klimaatverandering, fluctuerende energiekosten en grondstofprijzen, cybercriminaliteit, (geopolitieke) instabiliteit, hybride oorlogvoering, etc. Niemand kan alle effecten op dit moment volledig overzien of voorspellen. De ontwikkelingen leiden er onder andere toe dat onze inwoners, gemeenten, bedrijven en instellingen meer en andere hulp- en dienstverlening van onze veiligheidsregio nodig hebben (en verwachten). Er zijn nieuwe eisen aan VNOG (en overheidsinstanties in het algemeen). VNOG moet zich ontwikkelen om bij de tijd te blijven. Door dit alles zijn er (al dan niet onvoorziene en soms onvermijdelijke) extra kosten, bijvoorbeeld op het gebied van de informatievoorziening.
VNOG moet er voor waken dat haar bedrijfsvoering (ook op de langere termijn) op orde en up-todate blijft. Door de besparingen op de bedrijfsvoering de afgelopen jaren is deze sober geworden, zeker ook gelet op de genoemde ontwikkelingen en eisen. Ook de accountant heeft aangegeven dat de bedrijfsvoering van VNOG op onderdelen té sober geworden is. Bij de Halfjaarrapportage 2025 heeft het AB binnen de bestaande begroting incidentele middelen gereserveerd om aan dit aandachtspunt te werken, maar er zijn ook structurele inspanningen nodig. Deze situatie en de ontwikkelingen die op VNOG af komen, vragen continue scherpte in het verbeteren van processen en investeren in de transitie van een sobere naar een robuuste bedrijfsvoering; deze Kadernota gaat daar op in. De opgaven binnen de bedrijfsvoering zijn breed, maar bij gelijkblijvende omstandigheden gaat VNOG ervan uit dat ze, na verwerking van deze Kadernota, uit te voeren zijn binnen de bestaande middelen. Enerzijds krijgen bestaande taken van VNOG vanwege nieuwe omstandigheden/dreigingen een nieuwe dimensie. Dit vergt extra inspanningen van ons. Bij de afweging van de voorstellen voor deze Kadernota is het principe onuitstelbaar en onontkoombaar gehanteerd. Anderzijds zijn er nieuwe taken, bijvoorbeeld vanuit het Rijk in het kader van weerbaarheid, met verwachte Rijksfinanciering.
VNOG gaat ervan uit dat nieuwe rijkstaken door het Rijk bekostigd zullen worden en maakt zich daar, ook via de landelijke samenwerking met andere veiligheidsregio's, hard voor. Alsook zijn er nieuwe taken rondom veerkracht en brede maatschappelijke continuïteit. VNOG is inmiddels ook, net als alle veiligheidsregio’s, door het Rijk ‘vitaal verklaard’ voor een aantal belangrijke processen, waaronder proces ‘crisisorganisatie’, ‘inzet brandweer’ en ‘informatievoorziening’. Dit brengt de plicht met zich mee dat deze processen altijd door moeten gaan. Dit maakt versterking van de eigen bedrijfscontinuïteit van VNOG noodzakelijk.
Pagina 3 van 47
1.1.2. Wat voor veiligheidsregio hebben we nodig en willen we We willen een robuuste, wendbare en informatiegestuurde veiligheidsorganisatie die staat voor continuïteit en stabiliteit. VNOG is een betrouwbare en stabiele partner die antwoord heeft op de hulpvragen van de samenleving en de aan haar gevraagde taakontwikkeling aan kan. We willen een dynamische veiligheidsregio zijn die proactief nauw samenwerkt met de gemeenten, andere diensten (politie, GGD, etc.), maatschappelijke organisaties en de inwoners. De huidige situatie vraagt om een flexibele en wendbare houding van VNOG om op een snel veranderende en onzekere context in te spelen. Daarvoor is een robuuste basis nodig. Dit alles maakt dat er de komende jaren geen sprake zal zijn van verdere besparingen/bezuinigingen1, maar dat VNOG, samen met haar partners, ervoor moet zorgen dat de organisatie actueel blijft door in de organisatie te investeren. 1.1.3. Waar we vandaan komen − Na financieel lastige jaren heeft het AB in 2020 gekozen voor een basisscenario voor de inrichting van VNOG. Dit hebben wij de afgelopen jaren geoperationaliseerd. − We zien financieel moeilijke jaren voor de gemeenten aankomen. VNOG heeft hier oog en begrip voor en heeft gehoor gegeven aan eerdere oproepen van gemeenten hierover. Daarom hebben wij in de begroting een besparing doorgevoerd die per 2026 structureel € 1,9 mln. bedraagt.
− Per 2026 hebben alle 25 veiligheidsregio’s een structurele korting van 10% gekregen op hun Rijksbijdrage (de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR). Voor VNOG gaat het om € 1,1 mln. In 2026 is die tijdelijk gedekt, per 2027 zijn structurele maatregelen getroffen. − In voorgaande kadernota’s en begrotingen is reeds aangegeven dat de kapitaallasten dusdanig zullen stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve. Een verhoging van de gemeentelijke bijdrage wordt op termijn noodzakelijk en onvermijdelijk. Dit moment breekt in 2027 aan. 1.1.4. Bijstellingen Begrotingen opstellen wordt steeds moeilijker door alle onzekerheden die spelen. Soms zullen bijstellingen van documenten nodig zijn. Het is bijvoorbeeld voorzienbaar dat het nieuwe kabinet in de loop van 2026 toch met nadere eisen voor de veiligheidsregio’s rondom weerbaarheid komt, waardoor de concept VNOG begroting 2027, die tegen die tijd al ter zienswijze bij de raden ligt, bijstelling behoeft. Dit vraagt flexibiliteit van VNOG en van de lezers. Documenten kunnen achterhaald raken tijdens de besluitvormingsroute. VNOG doet haar best om de betrokkenen tijdig en volledig te informeren over de voortschrijdende ontwikkelingen, maar vraagt ook om begrip voor latere bijstellingen als gevolg hiervan. 1.2.
Uitwerking in deze Kadernota De elementen zoals geschetst in de vorige paragraaf komen in separate hoofdstukken in deze Kadernota terug. 1.3. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage2 In 2027 stijgt de gemeentelijke bijdrage door de gebruikelijke toegepaste loon- en prijsindexatie, door autonome ontwikkelingen, ontwikkelrichtingen en gestegen kapitaallasten.
Wel hebben we de versterking van de crisisorganisatie moeten versoberen om de korting op de BDuR van het Rijk te kunnen dragen, zie hoofdstuk 6. 2 Bedragen t.o.v. begroting 2026 1
Pagina 4 van 47
1.3.1. Loon- en prijsindex De verwachte ontwikkeling van de lonen en prijzen leiden conform vastgesteld beleid (op basis van de gegevens van het Centraal Planbureau) in 2027 tot een stijging van (€ 2.158.000 (lonen) + € 348.800 (prijzen) =) € 2.506.800 afgerond € 2,5 miljoen. De loon- en prijsindex van de meldkamer brandweer-multi (MKON-MKBM) staat in de VNOG-begroting, maar wordt bekostigd door de vijf betrokken veiligheidsregio’s samen; het VNOG-aandeel hierin bedraag 25,45%. In het genoemde bedrag van € 2,5 miljoen is de bijdrage van de vier andere veiligheidsregio’s verrekend. 1.3.2. Autonome ontwikkelingen Dit zijn ontwikkelingen die leiden tot kostenstijgingen, die verplicht of op een andere manier onvermijdbaar zijn. 1.3.3. Ontwikkelrichtingen Dit zijn voorstellen op reguliere taken die noodzakelijk zijn om VNOG bij de tijd te houden, zodat kan worden voldaan aan de hulpvragen en verwachtingen uit de samenleving. Voor een deel van de ontwikkelrichtingen wordt een beroep gedaan op de gemeenten, een ander deel wordt binnen de bestaande begroting gedekt door middelen op een andere manier in te zetten of andere taken af te bouwen. 1.3.4.
Investeringen en kapitaallasten en verhoging gemeentelijke bijdrage In vorige Kadernota’s is opgenomen, en vertaald in de meerjarenbegrotingen, dat de stijging van de kapitaallasten vanaf 2027 niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking uit de beschikbare egalisatiereserve. Daarom is een verhoging van de gemeentelijke bijdrage aangekondigd en in de meerjarenbegroting opgenomen. In deze Kadernota is het meerjarenbeeld ten aanzien van de ontwikkeling van de kapitaallasten opnieuw doorgerekend (zie par. 7.5). Hieruit blijkt opnieuw de eerder berekende - en genoemde stijging. De grote brandweervoertuigen worden inmiddels in een vast tempo uitgeleverd en daarnaast gaan de leveringen, na afronding van de aanbesteding van de elektrische (dienst)voertuigen, lopen vanaf eind 2025. Verder wordt rekening gehouden met de onderhanden - en nog uit te voeren investeringen in o.a. (specialistische) brandweervoertuigen, verbindingsmiddelen en in ICT - en facilitaire zaken, op basis van een meerjarig investeringsplan. De hiermee gepaard gaande kredieten zullen zoals gebruikelijk in de meerjarenbegroting worden opgenomen (c.q. geactualiseerd voor de bestaande kredieten). Uitgaande van een hogere beginstand van de egalisatiereserve wordt voor 2027 en 2028 uitgegaan van een lagere stijging van de gemeentelijke bijdrage dan in Kadernota en begroting 20262029.
In plaats van de daarin voorgestelde bijdrage van € 3 mln. en € 4,5 mln. voor de jaren 2027 en 2028, kan voor genoemde jaren nu worden gerekend met resp. € 2,5 mln. en € 4 mln. (structureel). Vanaf 2030 wordt met aanvullend € 0,5 mln. (structureel) gerekend tot totaal € 4,5 mln. (structureel).
Pagina 5 van 47
Het totale effect van deze Kadernota is als volgt: Effect Kadernota 2027 t.o.v. gemeentelijke bijdrage MJB 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029 2030 Gemeentelijke bijdrage conform MJB 2026 - 2029 58.039.820 61.040.320 62.559.920 62.559.920 62.559.920 Loon- en prijscompensatie 2.506.800 2.506.800 2.506.800 2.506.800 Ontwikkelrichtingen 278.800 278.800 278.800 278.800 Autonome ontwikkelingen 402.600 422.600 442.600 442.600 Ontwikkeling kapitaallasten (vorig jaar) -3.000.000 -4.500.000 -4.500.000 -4.500.000 Ontwikkeling kapitaallasten (huidig jaar) 2.500.000 4.000.000 4.000.000 4.500.000 Totaal 58.039.820 63.728.520 65.268.120 65.288.120 65.788.120
1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft VNOG op hoofdlijnen. Hoofdstuk 3 beschrijft ontwikkelingen en hoofdstuk 4 de ramingsgrondslagen. Hoofdstuk 5 gaat in op de ontwikkelrichtingen, hoofdstuk 6 op autonome ontwikkelingen en hoofdstuk 7 op financiële ontwikkelingen. Tenslotte gaan hoofdstuk 8, 9 en 10 in op de risico’s en de weerstandscapaciteit. De Kadernota eindigt met een financieel meerjarenperspectief (hoofdstuk 11) en enige bijlagen.
Pagina 6 van 47
2. Wat doet VNOG? 2.1. Vragen van de samenleving en Missie De samenleving stelt primair twee vragen aan VNOG: • Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren (gevaar te voorkomen/mezelf te helpen). Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan ons. Wij beantwoorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s. De missie van VNOG daarbij is: “Samen werken aan veiligheid”. 2.2. Opgaven Met onze Opgaven beantwoorden wij de twee vragen van de samenleving: • Opgave 0: Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht, incidentbestrijding en crisisorganisatie) • Opgave 1: Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2: Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3: Sterke informatiepositie • Opgave 4: Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder de opgavegerichte begroting. 2.3. Visie De visie beschrijft hoe VNOG haar missie gestalte geeft. De visie luidt als volgt: − Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar nu en in de toekomst veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.
− VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. − VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. − Bij een incident, crisissituatie of ramp staat VNOG garant voor professionele hulpverlening: o VNOG heeft een fijnmazig netwerk van slagvaardige brandweerposten met passend materieel en goed opgeleide en getrainde medewerkers (Brandweer). o VNOG coördineert de geneeskundige hulpverlening bij rampen/crises (GHOR). o Samen met partners (o.a. gemeenten) bereiden we ons voor op crises en bestrijden die (Multidisciplinaire crisisorganisatie). − VNOG zet in op zelfredzaamheid. Wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om die te vergroten, stimuleren veilig gedrag en helpen gemeenten goede vergunningen te verlenen. − VNOG verzamelt, monitort, analyseert en duidt data. Daarmee beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij de bestrijding. − Wij voeren alle ondersteunende werkzaamheden voor onze taken uit, zoals oefenen, opleiden, inkoop, onderhoud en alle achterliggende administratie. − VNOG zet in op samenwerking met vele partners, want die is waardevol, noodzakelijk en onmisbaar: regionaal, interregionaal, landelijk en internationaal.
− Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij samen met partners uitvoering aan onze missie: ‘Samen werken aan veiligheid’ De missie, opgaven en visie staan in het regionale beleidsplan 2025-2028.
Pagina 7 van 47
2.4. Samenvatting De vragen van de samenleving en het antwoord van VNOG daarop:
Kernwaarden: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd
2.5. Speerpunten 2025-2028 In het regionaal beleidsplan 2025-2028 zijn voor deze beleidsperiode zes speerpunten benoemd op diverse Opgaven, die we naast de reguliere taken op de Opgaven gaan oppakken. Op een tweetal speerpunten hebben we de ambitie om te excelleren. De activiteiten op de speerpunten komen in de begroting terug bij de betreffende afdelingen. Op de voortgang van de activiteiten van de speerpunten wordt in de reguliere P&C-cyclus gerapporteerd. In overzicht: Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Crisisbeheersing ➢ Speerpunt: Grensoverstijgende samenwerking ➢ Speerpunt: Natuurbrandbeheersing (excelleren) Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Risicobewust maken van de samenleving (gedragsinterventies) (excelleren) Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig ➢ De reguliere taken op deze Opgave Opgave 3. Sterke informatiepositie ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Informatievoorziening Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers ➢ De reguliere taken op deze Opgave ➢ Speerpunt: Arbeidsmarkt
2.6. Vitaal verklaring, bedrijfscontinuïteit en weerbaarheid VNOG is medio 2025 door het Rijk vitaal verklaard voor een aantal processen, waaronder proces ‘crisisorganisatie’, ‘inzet brandweer’ en ‘informatievoorziening’. Dit brengt de plicht met zich mee dat deze processen altijd door moeten gaan. Dit maakt versterking van de eigen bedrijfscontinuïteit van VNOG noodzakelijk. Anderzijds brengt dit ook rechten met zich mee, bijvoorbeeld voorrang op noodrantsoenen vanuit het Rijk. Er is bij dit alles een verbinding met het grotere thema ‘weerbaarheid’: ook VNOG zelf moet weerbaar zijn. Alleen een weerbare VNOG kan van meerwaarde zijn voor de weerbaarheidsopgave waar de samenleving als geheel voor staat.
Pagina 8 van 47
3. Ontwikkelingen algemeen 3.1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de voornaamste ontwikkelingen waar VNOG mee te maken krijgt. Het gaat daarbij onder andere om het belangrijke thema ‘weerbaarheid’ en de gevolgen van de vitaal verklaring van VNOG. Tenslotte zijn er ook ontwikkelingen op reguliere taken en bestaande dossiers van VNOG. Deze ontwikkelingen kunnen op dit moment nog niet gekwantificeerd worden. 3.2. Weerbaarheid Het AB heeft aan VNOG de opdracht gegeven om een organisatiestructuur op te zetten voor weerbaarheid & veerkracht, waarbij in ieder geval een informatieknooppunt en ondersteuning gemeenten is meegenomen. Belangrijke elementen van de weerbaarheidsopgave zijn onder ander: − − −
−
Versterking van de bedrijfscontinuïteit van de VNOG-organisatie zelf – zodat de organisatie haar cruciale taken onder alle omstandigheden kan blijven uitvoeren. Een robuuste en adaptieve crisisorganisatie – die snel en effectief kan reageren op uiteenlopende crisissituaties Een weerbare en veerkrachtige regio – waar inwoners, publieke en private netwerkpartners risicobewust, zelf- en samenredzaam zijn en indien nodig ondersteund worden (bv. via noodsteunpunten). Versterking van de continuïteit van de 22 gemeenten – coördineren en ondersteunen van gemeenten op het gebied van de continuïteit van de gemeentelijke (crisis)organisatie.
De opgave en de context waarin weerbaarheid moet worden georganiseerd zijn complex en vragen input van veel verschillende organisaties. Een heldere taakverdeling tussen Rijk, veiligheidsregio’s, gemeenten en partners is noodzakelijk om doelmatig en efficiënt te werken. Daarbij moet worden gebalanceerd tussen maatwerk, vooruitlopen en in gezamenlijkheid organiseren. In de Voorjaarsnota wordt door het kabinet vanaf 2027 voor Weerbaarheid structureel € 70 miljoen vrijgemaakt. Voor de invulling van deze middelen zal de focus liggen op de versterking van de regionale en lokale weerbaarheid èn de publiekscampagne inclusief een huis-aan-huis- publicatie. Over de versterking van de regionale en lokale weerbaarheid (waaronder de inrichting van noodsteunpunten) worden met het Veiligheidsberaad en in afstemming met de VNG afspraken gemaakt. Nadat deze afspraken zijn gemaakt, worden de veiligheidsregio’s geïnformeerd over hoe dit mogelijk doorwerkt in de BDuR. Het is daarom op dit moment nog niet duidelijk hoeveel de veiligheidsregio’s van de € 70 miljoen krijgen en welke taken de veiligheidsregio’s met die gelden van het Rijk moeten gaan uitvoeren. Zodra dit wel duidelijke is, wordt u hierover geïnformeerd en zal een voorstel voor aanpassing van de begroting t.z.t. worden voorgelegd.
Het organiseren van weerbaarheid kan een langdurige en onvoorspelbare exercitie zijn, omdat het momentum lastig te bepalen is. De dreiging kan onverwachts enorm toenemen, of niet. Het is belangrijk het thema actueel te houden, het urgentiebesef hoog te houden. VNOG organiseert zaken ‘flexibel’, zodat adequaat kan worden ingespeeld op ontwikkelingen. 3.3. Noodstroomvoorziening In het kader van de bedrijfscontinuïteit van VNOG is er een verbetering in de noodstroomvoorziening nodig. Nu VNOG vitaal is verklaard door het Rijk, moeten wij de continuïteit van bepaalde processen garanderen. Het blijvend uitvoeren van de processen brandweerzorg en crisisorganisatie en informatievoorziening zijn processen waarvoor VNOG vitaal is verklaard. Hierdoor is
Pagina 9 van 47
o.a. noodstroom nodig op de locaties van waaruit de brandweerzorg wordt geleverd (de brandweerkazernes) en op de uitwijklocatie van de crisisorganisatie. Aan deze verplichting kan op verschillende manieren uitvoering worden gegeven. Dit zal in nauw overleg met de gebouweigenaren (de gemeenten) moeten worden geregeld. 3.4. Informatievoorziening 3.4.1. Landelijke ontwikkelingen Informatievoorziening is cruciaal. VNOG heeft dit dan ook als speerpunt opgenomen in haar regionaal beleidsplan 2025-2028. Er spelen momenteel grote landelijke ontwikkelingen op dit gebied. Zo is er het “Masterprogramma IV 2025 – 2030” opgestart, gaan er grote projecten lopen bij de meldkamer (meldkamersysteem en verbindingen) en is het te verwachten dat andere eisen aan VNOG gesteld gaan worden rondom de informatievoorziening in het kader van weerbaarheid / vitaal verklaring door het Rijk. Op het moment zijn nog niet alle elementen helemaal uitgekristalliseerd, noch is op alle elementen in te schatten welke kosten hiermee gepaard gaan. Een aantal ontwikkelingen worden hierna geschetst. 3.4.2. Business intelligence-datawarehousespecialist De huidige inrichting van het Data Warehouse (DWH) sluit niet meer aan bij de veranderende behoefte van de organisatie.
Dit betreft de vraag naar meer data (zowel diversiteit als groter volume) en de vraag naar meer dan alleen rapportages, namelijk data science, data-analyse en near real-time. Door het BI team zal het DWH doorontwikkeld moeten worden wat meer capaciteit vergt; ook om onze toekomstige rol voor de centrale gegevensvoorziening te kunnen vervullen. 3.4.3. Doorontwikkeling Business intelligence-datawarehouse Door business intelligence (BI)/DWH door te ontwikkelen kan VNOG voorzien in de veranderende behoefte naar data en vraag naar informatie in de organisatie die informatie gestuurd wil werken om zo aan de (hulp)vraag van de samenleving te blijven voldoen (data science, dataanalyse en real-time dashboards). Er zijn hiervoor nog diverse opties in onderzoek hoe dit te organiseren (on premise, in de cloud of hybride). Uiteindelijk benodigde middelen zijn nog sterk afhankelijk van nog te maken keuzes. 3.4.4. SLA’s met leveranciers afsluiten Door Servicelevelagreements (SLA’s) met leveranciers af te sluiten zorgen we voor meer leveringszekerheid, wat van belang is in het kader van weerbaarheid. Bovendien krijgen we hierdoor de mogelijkheid tot verbinding binnen onze regio op innovatieve wijze. 3.4.5.
Innovatieve ICT infrastructuur vanwege dreigingen In het kader van versterking van onze digitale weerbaarheid en daarmee de continuïteit van onze informatievoorziening bij dreigingen en grote verstoringen, dient de technische infrastructuur te worden aangepast. 3.4.6. Team digitale verkenning Om de informatiepositie tijdens incidenten te versterken en het lerend vermogen van de organisatie te vergroten, is voorgesteld om binnen VNOG een Team Digitale Verkenning (TDV) op te richten. Dit team zal met behulp van digitale middelen (zoals drones en camera’s) verkenningen uitvoeren bij uiteenlopende incidenten in de regio. De inzet van digitale verkenning sluit aan op het speerpunt ‘informatievoorziening’ in het regionaal beleidsplan 2025-2028 en draagt bij aan effectievere en efficiëntere Incidentbestrijding. Er volgt eerst een haalbaarheidsonderzoek naar een TDV, dat binnen de bestaande begroting zal worden uitgevoerd.
Pagina 10 van 47
3.5. Brandweer Bij specifiek de brandweer spelen een aantal ontwikkelingen die hier en daar verbonden zijn met de hiervoor geschetste ontwikkelingen. 3.5.1. Klimaatverandering en natuurbranden Door klimaatverandering worden meer en grotere natuurbranden verwacht waarbij de inzet van de brandweer grootschaliger en langduriger zal zijn. Passend binnen het speerpunt ‘Natuurbrandbeheersing’ in het regionaal beleidsplan VNOG 2025-2028, zet VNOG in op: − Intensieve samenwerking met terreinbeheerders, waterschappen en andere veiligheidsregio’s − Investeringen in materieel en opleiding gericht op natuurbrandbestrijding 3.5.2. Energietransitie en nieuwe risico’s Door de energietransitie ontstaan nieuwe risico’s. Verwacht worden meer incidenten met elektrische voertuigen, zonnepanelen, batterijen en waterstofinstallaties. Om hier goed mee om te gaan, zet VNOG in op: − Aanpassing van repressieve technieken en veiligheidsprotocollen − Versterking van kennisdeling en innovatie binnen de VNOG 3.5.3. Digitalisering en datagedreven werken Zie ook paragraaf 3.4. Door verdergaande digitalisering en datagedreven werken wordt een grotere inzet verwacht van data-analyse en van AI voor het risicogericht werken van de brandweer. Om dit goed te kunnen faciliteren, zet VNOG in op: − Verbetering van meldkamersystemen en alarmeringsmethoden.
− Gebruik van sensoren, drones en slimme systemen binnen brandweerzorg 3.5.4. Cyberveiligheid en digitale dreigingen Zie ook paragraaf 3.4. Door toenemende digitale dreigingen komt de cyberveiligheid steeds meer onder druk te staan. Om hier goed mee om te kunnen gaan, zet VNOG in op: − Versterking van kennis over cyberincidenten en digitale infrastructuur. − Samenwerking met andere hulpdiensten en vitale sectoren. Opleiding en oefening gericht op digitale weerbaarheid. 3.5.5. Personeel, vrijwilligers en inclusiviteit Het wordt steeds lastiger om geschikt personeel te vinden en te behouden. Dit geldt zowel voor beroeps als vrijwillig personeel. Passend binnen het speerpunt ‘Arbeidsmarkt’ van het regionaal beleidsplan VNOG 2025-2028, zet VNOG in op: − Meer gerichte werving. − Versterking van diversiteit en inclusiviteit binnen de organisatie. − Gebruik van flexibele inzetmodellen en aandacht voor werk-privébalans. 3.5.6. Samenwerking veiligheidsketen Door toenemende complexiteit van de samenleving en van incidenten is een verdere verbetering van de multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk. Om hier goed mee om te kunnen gaan, zet VNOG in op: − Versterking van samenwerking met politie, ambulance, gemeenten en andere veiligheidsregio’s. − Gezamenlijke voorbereiding op grootschalige crises en rampen. − Heldere rolverdeling en communicatie in de veiligheidsketen.
Pagina 11 van 47
3.5.7. De veranderende rol van de brandweer Zie ook paragraaf 3.2. Door veranderingen in de samenleving en om de samenleving meer weerbaar te maken is een veranderende rol van de brandweer noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken, zet VNOG in op: − Meer aandacht voor preventie, risicocommunicatie en maatschappelijke ondersteuning. − Actieve rol in het versterken van de zelfredzaamheid van burgers. − Flexibele inzet bij maatschappelijke crises zoals overstromingen of pandemieën 3.6. Versterken crisiscommunicatie Crisiscommunicatie wordt steeds relevanter; de bestaande werkvoorraad is groot en groeit, o.a. vanwege weerbaarheid. Om de coördinator crisiscommunicatie te ondersteunen bij doorontwikkeling van het regionale crisiscommunicatieproces de verdere professionaliseren van de leden van de expertteams crisiscommunicatie is hulp nodig. De medewerker crisiscommunicatie ondersteunt bij het opleiden, trainen, oefenen, het organiseren van (netwerk)bijeenkomsten en het actueel houden van gegevens van netwerkpartners. 3.7. Voertuigen Veiligheidsregio huisstijl Landelijk is er de intentie om het beeldmerk van de Veiligheidsregio verder te ontwikkelen, wat aansluit bij de wens van Crisisbeheersing en Crisiscommunicatie van VNOG om beter zichtbaar en herkenbaar te zijn. Brandweer en GHOR zijn herkenbaar, maar deze onderdelen nog niet.
Hoewel er een huisstijl bestaat die in andere regio’s wordt gebruikt (groene piketvoertuigen), gebruikt VNOG die nog niet. Er wordt nu een voorstel uitgewerkt om dit bij reguliere voertuigvervanging wel te gaan doen en dan vier groene voertuigen te bestellen (er zijn dan geen extra kosten). Wel loopt er nog overleg over belastingvrijstelling voor groene voertuigen, wat t.z.t. mee zal wegen bij de uiteindelijke bestelling. 3.8. Voorlopig voortzetten individuele verrekening facilitaire kosten demarcatie Per 2023 is de regeling demarcatie van kracht tussen AB VNOG en de 22 colleges, waarin is vastgelegd wie verantwoordelijk is voor uitvoering en bekostiging van taken in de kazernes. Afspraak 11 in de regeling bepaalt dat VNOG specifieke facilitaire taken overneemt van de gemeenten (zoals gespecificeerd in de regeling) en dat die via het algemene verdeelmodel door de 22 gemeenten gezamenlijk gedragen worden. Hoewel deze taken inmiddels zijn overgedragen door de gemeenten aan VNOG en door VNOG worden uitgevoerd, is de verrekening via het verdeelmodel nog niet ingevoerd. In plaats daarvan worden de kosten momenteel individueel per gemeente afgerekend op basis van werkelijke kosten. In december 2022 heeft het AB hiertoe besloten.
Dit biedt ruimte om ervaring op te doen, begrotingsposten gezamenlijk (met gemeentelijke gebouwbeheerders en het FAO) te toetsen aan werkelijke uitvoering en kosten, werkwijzen te harmoniseren en het kwaliteitsniveau gelijk te trekken. Individuele afrekening van werkelijke kosten maakt het mogelijk om lagere, dan wel hogere kosten (dan begroot), af te rekenen met de individuele gemeente, zonder dat dit de andere gemeenten raakt. Per brief van december 2022 is het voornemen uitgesproken om deze individuele verrekening tot en met 2026 voort te zetten en dan per 2027 de kosten via het verdeelmodel te verrekenen (te regelen bij de Kadernota 2027). VNOG constateert nu echter, mede in overleg met de gemeentelijke betrokkenen, dat meer tijd nodig is om een betrouwbare inschatting van de totale kosten te maken. Dit komt o.a. doordat de overdracht van taken langer heeft geduurd en de ervaringscijfers daardoor nog te beperkt zijn. Ook wordt de regeling demarcatie nog geëvalueerd. Daarom wordt voorgesteld de individuele verrekening voorlopig voort te zetten en pas bij een volgende Kadernota te besluiten over het moment van overgang naar het verdeelmodel. Deze aanvulling op de brief van december 2022 Pagina 12 van 47
en op afspraak 11 in de regeling wordt nu formeel aan de colleges gemeld via de aanbiedingsbrief bij de Kadernota 2027. 3.9. VNOGinBeweging! VNOGinBeweging! is een nieuw programma binnen VNOG. De samenleving verandert voortdurend en snel en VNOG moet mee bewegen, zodat wij kunnen blijven voldoen aan de (hulp)vragen vanuit de samenleving, onze medewerkers vitaal blijven en duurzaam inzetbaar. Met VNOGinBeweging! maken wij onze organisatie en medewerkers toekomstbestendig, omgevingsbewust, wendbaar en weerbaar. VNOGinBeweging! is de blijvende voortzetting van de organische werkwijze die via ‘de Expeditie’ de afgelopen jaren is in – en uitgevoerd. De lessen uit de evaluatie van ‘de Expeditie’ hebben we meegenomen in het nieuwe programma. Het programma VNOGinBeweging! brengt een logische samenhang in bestaande en nieuwe initiatieven, zoals trainingen, werkwijzen, HRM-instrumenten, etc. Het programma vormt zo de paraplu voor de activiteiten om de doelen te behalen en brengt eenheid en onderlinge samenhang in alles wat we op dit terrein (gaan) doen. Voor het overzicht zijn alle acties/gereedschappen van het programma verzameld in de zogenaamde ‘gereedschapskist’ van VNOGinBeweging! Zo kunnen medewerkers en leidinggevenden gemakkelijk uit het beschikbare gereedschap een keuze maken en dit ter hand nemen en zo werken aan de doelen en visie.
Heel veel acties uit de gereedschapskist voeren we op dit moment al uit. Daar zijn teamleiders, of MT-leden, of team HRM of de medewerkers zelf al mee bezig. Een aantal gereedschappen in de gereedschapskist zijn verplicht: we verwachten dat alle medewerkers er gebruik van maken, waarbij waar nodig een gereedschap wel naar specifieke behoefte van een medewerker/team kneedbaar is, zodat het past (maatwerk). Het programma loopt gelijk op met de huidige beleidsperiode van het regionaal beleidsplan (2025-2028) en in de reguliere P&C-documenten zullen wij rapporteren op de voortgang. Het programma wordt binnen de bestaande middelen uitgevoerd.
Pagina 13 van 47
4. Ramingsgrondslagen begroting 2027 Dit hoofdstuk beschrijft de financiële uitgangspunten voor de begroting 2027. 4.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2027 verschilt niet van degene die is toegepast voor vorige begrotingen. Een onzekerheid bij het opstellen van de Kadernota 2027 - 2030 betreft het aflopen van de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s per 1 augustus 2025. Begin oktober, bij het opstellen van de Kadernota 2027 – 2030, is er nog geen akkoord bereikt tussen de werkgevers en vakcentrales3. De daadwerkelijke loonontwikkelingen voor de begrotingsjaren 2025 (periode 1 augustus tot en met 31 december), 2026 en 2027 en later zijn, door het ontbreken van een nieuwe CAR(UWO) Veiligheidsregio’s, nog onbekend. Als gevolg van het ontbreken van de daadwerkelijke loonontwikkelingen worden de percentages (loonvoet sector overheid) uit de Septembercirculaire 2025 gehanteerd. 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2027 wordt berekend op basis van het percentage (loonvoet sector overheid), dat wordt genoemd in de Septembercirculaire 2025 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoorden en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken.
Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR): Voor de raming van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2027 is dit de beschikking die de VNOG voor 2026 ontvangt in december 2025. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de VNOG. Als de uitkering in 2026 en 2027 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loonen prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. 4.2. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2026. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2.
De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. inhuur van derden, bij voorbeeld ter vervanging van ziekte, vacatureoverbrugging of knelpunten wordt niet geraamd en wordt in principe opgevangen vanuit de kaderstellende loonkosten;
3
https://wvsv.nl/blog/onderhandelingen-opgeschort/
Pagina 14 van 47
3.
4.
5.
6.
c. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; d. het laatst bekende arbeidsvoorwaardenakkoord; e. het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027) (zie in de tabel in hoofdstuk 7 de berekening); f. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2025. Voor 2026 en 2027 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; g. gedurende het begrotingsjaar 2027 wordt bij de tussentijdse rapportages en de jaarrekening een toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; h. het opleidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom (minus €100.000 conform eerder opgevoerde besparing uit Kadernota 2024-2027); i. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2025 genomen; b.
het loonindexcijfer 2026 en 2027 uit de Septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (2,9% voor 2026 en 5,1% voor 2027) (zie in de tabel in hoofdstuk 7 de berekening); c. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2026) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2025, die nog niet in de primitieve begroting 2026 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen en ontwikkelrichtingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2027; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2025 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2027: 2,2%; d. de begroting 2027 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen die onderdeel uitmaken van het dekkings- en spreidingsplan conform de vastgestelde Toekomstvisie (2020). Deze zijn verwerkt in het MeerjarenInvesteringsprogramma (MJIP) evenals de verdere reguliere vervangingen zoals bijvoorbeeld voor ICT-middelen. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c.
lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve afschrijvingen gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Het rente-omslagpercentage voor 2027 komt op basis van de meest recente berekeningen uit op 1,7%. Pagina 15 van 47
7. Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. 8. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG en is per ingang van 2025 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren. De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2027, na toepassing van de hiervoor beschreven systematiek en kaders, staan in hoofdstuk 7 beschreven en toegelicht.
Pagina 16 van 47
5. Ontwikkelrichtingen 5.1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft voorstellen op reguliere taken die noodzakelijk zijn om VNOG bij de tijd te houden, zodat kan worden voldaan aan de hulpvragen en verwachtingen uit de samenleving. Voor een deel van deze ontwikkelrichtingen wordt een beroep gedaan op de gemeenten, een ander deel wordt binnen de bestaande begroting gedekt door middelen op een andere manier in te zetten of andere taken af te bouwen. 5.2. Ontwikkelrichtingen 5.2.1. Tweede contentbeheerder vakbekwaamheid brandweer Het brandweerwerk verandert (zoals uitlevering nieuwe voertuigen, nieuwe (inzet)technieken) en de leefomgeving verandert (o.a. nieuwe duurzame bouw, blussen van elektrische voertuigen, verdere elektrificatie samenleving, etc.). Onze brandweer moet zich hierop voorbereiden en geschoold worden. We hebben content nodig die actueel moet zijn, ook qua moderne innovatieve onderwijsmiddelen en -methodes, zoals leertrajecten op maat. Denk hierbij aan kennisclips, instructiefilms en de nieuwe landelijke elektronische leeromgeving (ELO). De vraag naar content (nieuw en actueel lesmateriaal) is dermate groot dat formatie-uitbreiding noodzakelijk is. Betreft 1 fte, schaal 9 (€ 88.700). 5.2.2. Vakspecialist vakbekwaamheid brandweer De afgelopen jaren zijn er steeds meer taken en verantwoordelijkheden bijgekomen binnen het vakgebied ‘vakbekwaamheid brandweer’.
In de huidige structuur is het niet mogelijk om al deze werkzaamheden goed en blijvend te borgen. Het gaat bijvoorbeeld om de vakbekwaamheid van operationeel functionarissen, de (beleids)ontwikkelingen bij duiken en waterongevallen, de vakbekwaamheid bij grootschalig brandweeroptreden en nieuwe taken rond natuurbrandbestrijding en klimaatverandering die veel meer tijd en inzet vragen dan voorheen. Een formatie-uitbreiding is noodzakelijk om bij te blijven. Betreft 0,4 fte, schaal 10 (€ 40.000). 5.2.3. Projectleiders In de Halfjaarrapportage VNOG 2023 zijn een aantal knelpunten benoemd waarvoor tijdelijke dekking t/m 31-12-2026 is geregeld. Dit betrof onder meer de inzet van projectleiders bij het team Vastgoed-Services-Projecten (VSP) van de afdeling Bedrijfsvoering. Dit team voorziet in projectleiders voor de gehele VNOG organisatie. De werkvoorraad en daarmee de werkbelasting van projectleiders blijft gelet op technische ontwikkelingen en innovaties onverminderd hoog (bijv. aanbestedingen voertuigen (bijv. hoogwerkers, schuimbluseenheid), systemen (o.a. personeelsadministratiesysteem), diverse cycli van vervangingsprojecten die doorlopend doorgaan, ontwikkeling wet- en regelgeving waar we aan moeten voldoen) waardoor de formatie-uitbreiding met 2,0 fte structureel nodig is, omdat er anders achterstanden gaan ontstaan. De kosten voor deze 2,0 fte bedragen € 225.400. 5.2.4.
Voertuig voor Brandveilig Leven Brandveilig leven (BVL) geeft voorlichting op diverse locaties in onze uitgestrekte regio. BVL gaat de wijk in, naar waar brand is geweest, naar natuurgebieden, naar evenementen en open dagen, etc. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van standaard dienstvoertuigen. Deze zijn echter niet altijd op het juiste moment voorhanden of geschikt qua laadcapaciteit. Door een specifiek voertuig beschikbaar te krijgen, met de juiste uitstraling en inrichting, kan effectiever worden gewerkt. Door de luifel en het grote voorlichtingsmateriaal (w.o. banners) valt dit voertuig van afstand op, waardoor de interesse van voorbijgangers wordt gewekt. Structurele lasten bedragen
Pagina 17 van 47
€ 12.000 per jaar en komen ten laste van het bestaande exploitatiebudget voor “Risicobewust & zelfredzaam”. 5.2.5. SIR borgen voor komende periode De afgelopen drie jaar heeft VNOG deelgenomen aan het traject Start-Up In Residence (SIR), een innovatieprogramma waarin startups samenwerken met overheden aan innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Deze samenwerking is waardevol gebleken en willen we graag voortzetten. Ultimo 2025 eindigt de tijdelijke financiering. Om twee challenges per jaar te kunnen doen, is budget nodig. Gelet op het innovatieve karakter, wordt voorgesteld dit ten laste te brengen van het bestaande innovatiebudget. De kosten bedragen € 40.000 per jaar. Dit doen we voor de komende twee jaar, daarna volgt evaluatie en besluitvorming over het vervolg. 5.2.6. Invulling Privacy Officer De functie van Privacy Officer (PO) bij VNOG (0,4 fte) werd voorheen gedeeld met Veiligheidsregio Gelderland-Midden, maar is nu vacant door personeelswisselingen aldaar. Vanwege de toenemende taken rondom privacy is 0,4 fte onvoldoende en afhankelijkheid van andere regio’s niet wenselijk. VNOG heeft 0,6 fte voor de komende vier jaar nodig, onder andere voor 28 uit te voeren DPIA’s, bewustwording en coördinatie van Woo- en AVG-verzoeken. Sinds 2024 is ook de juristenfunctie niet ingevuld; juridische taken zijn verdeeld en deels uitbesteed.
Uitbreiding van 0,2 fte bedraagt € 19.700. 5.2.7. Aanpassing brandstofbudget Onderdeel van het Klimaatplan voor VNOG, dat op 7 november 2024 is vastgesteld door het AB, is de aanschaf van elektrische dienstvoertuigen en laadpalen bij de 56 brandweerposten, Deze laadpalen zijn in 2024 en 2025 in opdracht van VNOG bij de kazernes geplaatst. De elektriciteitsrekening voor het laden van de dienstvoertuigen van VNOG bij de posten, wordt door de gemeenten betaald. Met de gemeenten is afgesproken om geen individuele verrekening van het elektriciteitsverbruik per laadpaal/kazerne/gemeente door te voeren. Daarmee wordt de nodige administratieve rompslomp voorkomen waarbij het uiteindelijk gaat om relatief geringe mogelijke verschuivingen qua bijdragen tussen/voor gemeenten. Met de overstap naar elektrisch rijden van ca. 55 auto’s verwachten we ca. € 95.000 aan fossiele brandstof te besparen. Daartegenover zijn de verwachte kosten voor elektrisch laden voor de gemeenten ca. € 60.000. Na aftrek van de beheer(s)kosten bij VNOG, ad. € 10.000, bedraagt het netto voordeel voor de gemeenten tezamen ca. € 25.000. 5.3. Samenvatting ontwikkelrichtingen Onderstaande tabel vat de ontwikkelrichtingen samen:
Financieel effect ontwikkelrichtingen (€) 2027 2028 2029 2030 5.2.1. Contentbeheerder vakbekwaamheid brandweer 88.700 88.700 88.700 88.700 5.2.2. Vakspecialist vakbekwaamheid brandweer 40.000 40.000 40.000 40.000 5.2.3. Projectleiders 225.400 225.400 225.400 225.400 5.2.6. Invulling Privacy Officer 19.700 19.700 19.700 19.700 5.2.7. Aanpassing brandstofbudget -95.000 -95.000 -95.000 -95.000 Totaal 278.800 278.800 278.800 278.800
Pagina 18 van 47
6. Autonome ontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft de autonome ontwikkelingen. Het zijn onvermijdelijke onderwerpen. De kosten zorgen voor een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Verder beschrijft dit hoofdstuk ook de maatregelen waarmee de korting op de Rijksbijdrage (BDuR) per 2027 structureel wordt gedragen. 6.1. BIG-boeken De BIG-boeken (Brandweerinterventieboeken Gevaarlijke Stoffen) bevatten informatie en interventiekaarten over gevaarlijke stoffen die brandweerlieden helpen bij incidenten en het snel informeren van leidinggevenden. Ze zijn daarmee onmisbaar. Voor 2027 was rekening gehouden met de vervanging van de BIG-boeken via een krediet (€ 33.000 met een afschrijftermijn van 4 jaar, € 8.250 kapitaalslasten per jaar). De boeken worden inmiddels door de uitgever echter digitaal uitgegeven via een licentie, zodat ze permanent actueel worden gehouden. De boeken zijn onmisbaar en er is geen alternatief beschikbaar. De meerkosten bedragen € 23.500 structureel. 6.2. Licentiekosten meldkamer Wereldwijd speelt het fenomeen van extra stijgende kosten voor automatisering die niet te vermijden zijn, want vaak opgelegd door aanbieders van diensten waarvoor geen alternatief bestaat. De prijsstijgingen overstijgen de toegepaste prijsindex. Dit raakt ook de Meldkamer Brandweer-Multi van de Meldkamer Oost-Nederland (MKON-MKBM).
Vanwege stijgende licentiekosten wordt de bijdrage voor de vijf deelnemende veiligheidsregio’s aan de MKON-MKBM per 2027 verhoogd met € 40.000. VNOG betaalt hiervan haar aandeel conform de afgesproken verdeelsleutel tussen de vijf regio’s, namelijk 25,45%. De meerkosten bedragen voor VNOG daarom € 10.180 structureel. 6.3. Uitstel afbouw formatie meldkamer Bij de vorming van de MKON-MKBM is een afbouw in formatie voorzien door de vijf veiligheidsregio’s. Deze afbouw zou 3 jaar na de start (in 2023) plaatsvinden, per 2026 (tijdelijke formatie is tot 1-4-2026, nl. 2,5 fte centralist en 1,0 fte coördinator). Uit een tussenevaluatie uit 2024 is echter gebleken dat afbouw nu, gelet op werkdynamiek en grote ontwikkelingen, niet verantwoord is. De afbouw wordt daarom uitgesteld. Een eindevaluatie vindt plaats in 2026. Op basis daarvan kunnen straks beter onderbouwde keuzes worden gemaakt. Het rapport van de evaluatie zal naar verwachting in de loop van 2027 verschijnen. Dat betekent dat het eerste formele moment om zaken financieel te verwerken, zal liggen in het najaar van 2027, bij de ‘voorzet begroting 2029 MKON-MKBM’. VNOG had deze afname nog niet verwerkt in haar eigen begroting. Het (voorlopig) niet doorgaan van de afbouw heeft daardoor geen financieel effect voor VNOG. 6.4.
Stijging kosten licenties en hardware De toenemende digitalisering van de samenleving en de hoge veiligheidseisen voor toegang tot digitale systemen zorgen voor stijgende licentiekosten. Voor VNOG gaat het om relatief grote aantallen door de omvang van het personeelsbestand (incl. de vrijwilligers ca 1.800 personen). De prijsstijgingen van de leveranciers overstijgen de toegepaste prijscompensatie. De licenties zijn noodzakelijk en er is geen alternatief. Wel beziet VNOG of op langere termijn door meer landelijke samenwerking de licentiekosten omlaag kunnen, bijvoorbeeld via gezamenlijke aanbestedingen. De licenties voor access management houden onze systemen toegankelijk, beheersbaar en veilig. Hiervoor zijn nu aanvullende modules nodig. De meerkosten hiervan bedragen structureel € 75.000. Daarnaast zijn er onvermijdelijke kosten vanuit de software en hardware leveranciers. Voor software: 8% prijsstijging voor het gros van de licenties. De meerkosten hiervan bedragen structureel € 200.000. Steeds meer medewerkers moeten toegang krijgen tot
Pagina 19 van 47
meer applicaties om hun werk goed te kunnen uitvoeren. De meerkosten hiervan bedragen structureel € 40.000. 6.5. Uitbreiding SIEM SOC In het kader van de noodzakelijke en onmisbare informatiebeveiliging stijgen de kosten. Het betreft kosten voor SIEM (Security Information and Event Management, software die beveiligingsgegevens en gebeurtenissen uit verschillende bronnen verzamelt, analyseert en centraliseert om cyberdreigingen te detecteren, te onderzoeken en erop te reageren) en SOC (Security Operations Center, voor real-time monitoring en analyse). Dreigingen nemen toe; het is daarom cruciaal dit bij te houden en uit te breiden. De meerkosten bedragen € 20.000 in 2027, oplopend naar € 40.000 in 2028 en daarna per 2029 € 60.000 structureel. 6.6. Assessments brandweer De huidige assessments voor Bevelvoerders en postcommandanten van de brandweer zijn zeer waardevol. De assessments bieden onmisbare informatie voor het aannamebeleid, doorstoom naar nieuwe functies en efficiënt uitgeven van opleidingsgelden. Er komt een nieuwe aanbesteding. Het huidige budget is € 75.000 en is nu al krap. De stellige verwachting is dat door inhoudelijke aanpassingen en de nieuwe aanbesteding € 20.000 tekort gaat komen op het budget. Gemiddeld aantal assessments ca 40 op jaarbasis en het wordt meer toegepast om beter zicht te krijgen op geschiktheid. De meerkosten bedragen € 20.000 structureel.
6.7. Wegvallen OTO-stimuleringsgelden voor GHOR GHOR VNOG en haar ketenpartners (ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancedienst, GGD) gebruiken al jaren succesvol LCMS GZ, een essentieel digitaal systeem voor informatie-uitwisseling tijdens crises. Verrekening van de kosten verloopt via de GHOR. De helft van de kosten werd gedekt door OTO-stimuleringsgelden van het ministerie van VWS. Deze financiering stopt echter per 2026. Om het gebruik van LCMS GZ te behouden en de informatiepositie tijdens incidenten te waarborgen, is in 3-oost-verband afgesproken dat GHOR de extra kosten op zich neemt voor het systeem, dat cruciaal is voor effectieve crisiscommunicatie binnen de geneeskundige zorgketen. De meerkosten bedragen € 14.000 structureel. 6.8. Dekking korting Rijksbijdrage BDuR 6.8.1. Extra-BDuR 2023 en korting BDuR 2026 In de periode 2023-2026 heeft het Rijk de Rijksbijdrage (BDuR4) aan de veiligheidsregio’s stapsgewijs verhoogd. De extra-BDuR was bedoeld ter versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening. Het AB heeft in maart 2023 een Bestedingsplan vastgesteld voor deze extra-BDuR. Per 2026 hebben alle 25 veiligheidsregio’s van het Rijk een structurele korting van 10% gekregen op de BDuR. Voor VNOG gaat het om € 1,1 mln. In 2026 is de korting tijdelijk gedekt, per 2027 zijn structurele maatregelen getroffen.
Voor de tijdelijke dekking in 2026 is het volgende gedaan. Het AB heeft in december 2024 de jaarschijven 2025 en 2026 van het Bestedingsplan voorlopig bevroren5. Zo kwam er dekking beschikbaar om de korting in 2026 te dragen. De inhoudelijke gevolgen van deze voorlopige bevriezing zijn in juni 2025 voor het AB in beeld gebracht.
4 BDuR: Brede Doeluitkering Rampenbestrijding
Samen met de inzet van (het grootste deel van) de structureel hogere BDuR bijdrage 2025 (=loon-en prijscompensatie 2024) - die VNOG nog niet had ingezet - is er dan in 2026 dekking.
5
Pagina 20 van 47
6.8.2. Structurele maatregelen 2027 e.v. De structurele maatregelen voor de BDuR korting per 2027 zijn binnen de bestaande middelen van VNOG gevonden. De maatregelen hebben vooral tot gevolg dat de versterking van de crisisbeheersing wordt versoberd, doordat onderdelen van het Bestedingsplan extra-BDuR permanent niet of verminderd worden uitgevoerd. Zo komt de verbetering van de kwaliteit van de operationele multidisciplinaire crisisorganisatie beperkter van de grond. De in het Bestedingsplan geplande middelen hiervoor zouden ook worden ingezet voor nieuwe dreigingen en taken daaromtrent. Verder was in het Bestedingsplan versterking van de begeleiding van de vakbekwaamheid van de gemeentelijke bevolkingszorg ingepland. Ook dit wordt nu niet ingevuld. Ook is dekking gevonden door inzet van nog niet ingezette loon-/prijscompensatie op de BDuR. 6.8.3. In 2025 en 2026 bevroren onderdelen extra-BDuR die per 2027 wel worden ingevuld Een aantal van de in 2025 en 2026 bevroren onderdelen van het Bestedingsplan extra-BDuR worden per 2027 wel in uitvoering genomen. Hun bevriezing eindigt per 2027. Het betreft o.a. de formatie voor de verdere opbouw van het Veiligheids Informatieknooppunt (VIK). Het VIK is als centraal punt van cruciaal belang voor de informatievoorziening, die een onmisbaar onderdeel is in het werk van de veiligheidsregio en ook steeds van groter belang wordt.
Het knooppunt speelt een belangrijke rol in de informatievoorziening binnen de veiligheidsregio, tussen veiligheidsregio’s onderling en met het Rijk. 6.9. Samenvatting autonome ontwikkelingen Onderstaande tabel vat de autonome ontwikkelingen samen: Financieel effect autonome ontwikkelingen (€) 6.1. BIG-boeken 6.2. Licentiekosten meldkamer 6.4. Stijging kosten licenties en hardware 6.5. Uitbreiding SIEM SOC 6.6. Assessments brandweer 6.7. Wegvallen OTO-stimuleringsgelden voor GHOR Totaal
Pagina 21 van 47
2027 23.420 10.180 315.000 20.000 20.000 14.000 402.600
2028 23.420 10.180 315.000 40.000 20.000 14.000 422.600
2029 23.420 10.180 315.000 60.000 20.000 14.000 442.600
2030 23.420 10.180 315.000 60.000 20.000 14.000 442.600
7. Financiële ontwikkelingen 7.1. Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de financiële ontwikkelingen. Eerst volgt een korte beschouwing over de loon- en prijscompensatie over het jaar 2025 en 2026. Daarna volgt de specificatie van de loonen prijscompensatie 2027, die conform de systematiek en kaders (zie hoofdstuk 4) is berekend. Daarna wordt ingegaan op de investeringen en kapitaallasten. 7.2. Loon- en prijscompensatie 2025 en 2026 7.2.1. Werkwijze De beleidslijn is dat de stijging van lonen en prijzen structureel opgenomen wordt in de gemeentelijke bijdrage. Hiervoor worden gegevens uit de Septembercirculaire gebruikt. Volgens de afspraken met de gemeenten wordt de looncompensatie bij de jaarrekening afgerekend, maar de prijscompensatie niet. Een verschil kan ontstaan doordat de overeengekomen loonstijging in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s afwijkt van de voorcalculatorische procentuele verhoging welke is opgenomen in de kadernota en begroting in enig jaar. De nacalculatie van de looncompensatie wordt in principe verrekend met de gemeenten (eenmalig teruggeven of nabetalen); het AB kan bij de bestemming van een jaarrekeningresultaat hiervan afwijken.
De structurele effecten van de nacalculatie worden meegenomen bij het bepalen van de gemeentelijke bijdrage: als de VNOG over de jaren vóór de Kadernota meer of minder loonindex heeft geraamd dan werkelijk in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s is overeengekomen, wordt dit ook structureel gecorrigeerd. 7.2.2. 2025 In 2024 is een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling afgesloten met een looptijd tot 1 augustus 2025. De verwachting is dat de verhoging van de loonsom voor de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025 incidenteel kan worden gedekt uit een deel van het jaarrekeningresultaat 2024 (€ 365.000) en de (incidentele) loon- en prijscompensatie BDuR 2025 (€ 335.000). Het structurele effect moet worden gedekt uit de looncompensatie begrotingsjaar 2026. 7.2.3. 2026 Als gevolg van het ontbreken van de daadwerkelijke loonontwikkelingen worden de percentages (loonvoet sector overheid) uit de Septembercirculaire 2025 gehanteerd. Hierbij wordt de verwachte (structurele) verhoging zoals opgenomen in de Kadernota 2026 – 2029 gecorrigeerd. Bij het opstellen van de Kadernota 2027 – 2030 is geconstateerd dat bij de berekening van de looncompensatie in de Kadernota 2026 – 2029 een onvolledige loonsom is gehanteerd. Hierdoor is feitelijk 3,25% aan looncompensatie in rekening gebracht in plaats van 4,25%.
Het verschil van € 410.000 wordt in de voorliggende Kadernota 2027 – 2030 gecorrigeerd. 7.3. Specificatie loon- en prijscompensatie 2027 De beheerders van het gemeentefonds hebben in de Septembercirculaire 2025 een stijging van de loonvoet overheid van 5,1% voor 2027 opgenomen. In de Septembercirculaire 2025 is daarnaast voor 2026 een percentage van 2,9% opgenomen. In de kadernota 2026 – 2029 is vorig jaar reeds 4,25% gevraagd. Het verschil van -1,35% (2,9% - 4,25%) wordt gecorrigeerd op de looncompensatie 2027. Dit percentage wordt ook gebruikt voor het benodigde budget voor de vrijwilligersvergoeding. Zoals gebruikelijk wordt de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie uit de Septembercirculaire 2025 in de Kadernota opgenomen; deze is 2,2% voor 2027.
Pagina 22 van 47
Loon- en prijscompensatie 2027 looncompensatie Kadernota 2026 2029 4,25%
2026 2027 Percentage voor looptijd tot en met 31 december 2027 Loon- en prijscompensatie 2027 Correctie Kadernota 2026 - 2029 * Totaal loon- en prijscopmensatie 2027 exclusief MKON
Septembercirculaire Kadernota 2027 gemeentefonds 2025 2030 2,90% -1,35% 5,10% 5,10% 3,75% 1.700.000 410.000 2.110.000
Meldkamer Oost Nederland (Meldkamer Brandweer Multi) Bijdrage 4 Veiligheidsregio's Totaal VNOG
190.000 -142.000 2.158.000
prijscompensatie Septembercirculaire gemeentefonds 2025
Totaal
2,20% 346.000 346.000
2.046.000 410.000 2.456.000
11.000 -8.200 348.800
201.000 -150.200 2.506.800
* Zie voor een nadere toelichting paragraaf 7.2.3. 2026
Bovengenoemde berekeningen leiden tot een bedrag aan loon- en prijscompensatie voor 2027 van (€ 2.158.000 + € 348.800 =) € 2.506.800. 7.4. Ontwikkelingen in materieel en materiaal, kapitaallasten, etc. Deze paragraaf gaat in op de ontwikkelingen rondom investeringen voor voertuigen, bepakking, ICT, etc. zoals opgenomen in het meerjarig investeringsprogramma (MJIP) en de hierbij behorende kapitaallasten. Hierna worden eerst de lopende investeringen toegelicht en vervolgens de nieuwe die in deze Kadernota zijn opgenomen, daarbij wordt (zoveel mogelijk) rekening gehouden met de beoogde periode/jaren van levering van de investeringsgoederen. 7.4.1. Voertuigen (repressief en dienst) en bepakking Brandweerzorg De uitlevering van de blusvoertuigen (tankautospuiten) die is begonnen in 2024, loopt door (volgens planning) tot eind 2026. Deze voertuigen zijn de belangrijkste basisvoertuigen van de brandweer en vormen de voornaamste uitgave in het voertuigenpark. Naast de basis blusvoertuigen (de tankautospuiten) zijn er ook specialistische (blus)voertuigen, zoals: de WTS 500 (watertransport-systemen); Schuimblus-; Natuurbrandbestrijdings-; Red(hoogwerkers); Hulpverlenings – en Haakarmvoertuigen. Voor de WTS 500, Natuurbrandbestrijdings- en Hulpverleningsvoertuigen wordt gekeken welke specificaties en mogelijkheden (in de markt) voor VNOG passend zijn voor de komende jaren.
Dit is een uitdaging in een markt waarin het aanbod van specialistische kennis bij potentiële leveranciers gering en duur is en er op bepaalde aanbestedingen geen (passende) aanbiedingen zijn gekomen. Dit kan mogelijk leiden tot hogere benodigde kredieten, waarmee in deze Kadernota nog geen rekening is gehouden. Enkele specialistische voertuigen krijgen een midlife update waarmee door verlenging van de levensduur met 4 tot 5 jaar, er kosten worden bespaard. Voor de Schuimblusvoertuigen en een Redvoertuig is/wordt daarmee de vervanging uitgesteld tot 2027 resp. 2031. Het voornemen daarbij is verder om het MJIP zo aan te passen, dat in 2031 alle (6) Redvoertuigen worden vervangen. De huidige inschatting daarbij is dat de vervanging van de hoogwerkers in 2031 fors duurder zal zijn dan waar in het MJIP mee rekening is/wordt gehouden. Het totaal te investeren bedrag hiervoor komt zo’n € 4.000.000 hoger uit dan waar nu mee rekening wordt gehouden in het MJIP. Hoewel deze vervanging net buiten de (meerjarige) periode ligt van waar deze Kadernota over gaat, is het van belang om te beseffen dat de extra kapitaalslasten vanaf 2032 een extra beslag leggen op de (beschikbare) middelen uit de egalisatiereserve.