CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting BP e250010714 (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 14 mei 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Riebroekseweg 3516.789 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

r

r

gemeente

n„

erme/o

Bestemmingsplan

Riebroekseweg Bijlagen Bij De Toelichting

35

ermelo

Bestemmingsplan

Riebroekseweg

35

Bijlagen Bij De Toelichting

Plan Identificatie Planstatus Afdeling

Gemeente Ermelo

: NL. IMRO. 0233. Riebroekseweg35-0301 : Vastgesteld : Ruimetlijke

Ontwikkeling

Bijlagen Bij De Toelichting - Riebroekseweg 35 - Vastgesteld

pagina 3 van 222

Inhoudsopgave Bijlagen

bij de

toelichting

5

Bijlage 1

Landschapsplan

6

Bijlage 2

Advies Prowind

42

Bijlage 3

Verkennend bodem-

Bijlage 4

Quickscan Wet

Bijlage 5

Stikstofrapport

Bijlage 6

Zienswijzennota

Gemeente Ermelo

en

asbest in grondonderzoek

45

natuurbescherming

109 181

en

ambtshalve wijzigingen

210

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

pagina 4 van 222

Gemeente Ermelo

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

pagina 5 van 222

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Ermelo

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

pagina 6 van 222

Bijlage 1

Gemeente Ermelo

Landschapsplan

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

De Regt-i Danz ARCHITECTUUR

LANDSCHAPPELIJKE

EN STEDENBOUWKUNDIGE INRICHTING VOOR

DE FUNCTIEVERANDERING

BEELDKWALITEITSPARAGRAAF LANDSCHAPPELIJKE

INPASSING / GROEN- EN NATUURINCLUSIEF BOUWEN

AAN DE RIEBROEKSEWEG

35 IN DE GEMEENTE

ERMELO

19-08-2024

De Regt

Danz

bna

Kasteel 24 , 3823 BM Amersfoort

T: 033-455 05 09

E: info @deregtdanz.nl

I: www. deregtdanz. nl

bna

à LANDSCHAP

INHOUD

1.

Landschappelijke en stedenbouwkundige analyse

3

2.

Verevening functieverandering (sloopberekening)

14

3.

Het stedenbouwkundig plan

16

4.

Beeldkwaliteit

19

4. 1

Bebouwing: Stedenbouw en Architectuur

20

Stedenbouwkundige structuur Oriëntatie , bouwmassa en -hoogte

20 20

Materialen en kleurstellingen

21

Referenties voor traditionele woningen en bijgebouwen

22

Referenties voor hedendaagse landelijke woningene n bijgebouwen

23

4. 2 Gezamenlijk gebied

24

Gezamenlijke ontsluitingsgebieden

24

Materialen en kleurstellingen Z Referenties voor ontsluiting

25

Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied

-

erfafscheidingen

26

Gesneden hagen

27

4. 3 Groeninrichting gezamenlijk gebied

28

Overzicht groengebieden

28

Bestaande en nieuwe bomen

29

Groen- en natuurinclusief bouwen

-

puntentabel

30

Referenties / sfeerbeelden

31

2

1. LANDSCHAPPELIJKE

EN

STEDENBOUWKUNDIGE

ANALYSE

Ligging van het erf in de landschappelijke context Uitgangspunten Sloop van agrarische opstallingen_ Functieverandering naar wonen Behoud van recreatieve bestemming

_

1-Q

1

’

Ui

7

pp

1. LANDSCHAPPELIJKE

EN STEDENBOUWKUNDIGE . WKY E fENľ

ANALYSE

De Regt+Danz 19 08 2024

3

bna

ARCHITECTUUR Ã LANDSCHAP

Reliëf

Plangebied is gelegen op gemiddeld drie meter boven NAP in de overgang tussen de lage gebieden langs de Randmeren en de hogere gronden van de Veluwe.

31, m NAP

42, m NAP

28, m NAP 22, m NAP

39, m NAP 27, m NAP 22, m NAP 33, m NAP

fcUįkerkeŵë ľJ .

i-r

i

68, m NAP

POWERED BY#

Esri Nederland , AHN

4

I Esri Nederland , beeldmateriaal. nl

Geomorfologie en bodem

Gelegen in de dekzandvlakte tussen de poldergronden en de dekzandgordel

Gordeldekzandglooing met bruine enkeerdgronden Dekzandvlakte met beekeerdgronden Nijkerkerweg

Beekdalbodem

bruine enkeerdgronden

Dekzandrug met zwarte enkeerdgronden Getijdenvlekte met poldervaaggronden

zwarte enkeerdgronden

De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR Ã LANDSCHAP 19 08 2024

5

Historische ontwikkeling

-

rond 1849

In de omgeving van het erf liggen voornamelijk natte hooi- I graslanden op relatie smalle en oost-west gerichte kavels. De kavels zijn van sloten en houtstroken begeleid. Er zijn percelen met (broek)bossen aanwezig. Op het erf staat nog geen bebouwing. Er lopen verschillende werkpaden naar het erf.

'ì \ -ť

■ut :i

Bosgebieden Akker- en bouwland Nijkerkerwej

Bebouwing Grasland (hooi- en weidegronden) Zuiderzee

6

Landschapsstructuur

Kampenlandschap Lage ligging Natte gronden Open landschap Grasland met sloten

Ligging in de landschappelijke overgang Halfopen strokenlandschap Grasland met rechte lange sloten Boomsingels , houtstroken en bospercelen

Gevarieerde kavelpatronen

Hogere ligging Droge rijke gronden

Voormalige bospercelen

Halfopen onregelmatig landschap met kampen Akkerzone met enken en enkcomplexen Onregelatige houtwallen en bosperce­ len

Voormalige weg Enkcomplex

r* *»* * * * *1

Voormalige bospercelen

ge boomsingels

Voormalige bospercelen

De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR Ã LANDSCHAP 19 08 2024

8

Historische waarden

In de omgeving van het erf zijn weinig beschermde monumenten aanwezig. De Riebroekseweg is een

cultuurhistorisch waardevolle lijn.

Archeologisch monument Monumentale boerderij Waardevolle lijn

De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR Ã LANDSCHAP 19 08 2024

9

Natuurwaarden

Beschermde natuurwaarden zijn alleen westelijk van de Riebroekseweg aanwezig

Groene ontwikkelingszone

Gelders natuurnetwerk ^erweg

Natura 2000

Esri Nederland , beeldmateriaal. nl

10

Bestaande situatie van het erf en het omringende landschap

Relicten van boomsingels

Waardevolle boombestand om het erf

Lange rechte sloten

Relicten van boomsingels De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR S LANDSCHAP 19 08 2024

Foto’s van het erf

Bestaande I te slopen stallen

O’į'

Bestaande I te slopen stallen

'w

Bestaande I te slopen stallen

12

■:. v ' --l-. - ~ -v

.

' '■■f-s

Foto’s van het erf

uw

2.

FUNCTIEVERANDERING

Te slopen

(SLOOPBEREKENING)

bebouwing

Totale sloop: 25048, m:

Sloop

25048, m

Terugbouw:

45 07o

Maatwerk 045 , x 25048,

1.1272, m

De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR Ä LANDSCHAP 19 08 2024

14

Conceptinrichting

Versterken groene hoofdstructuur

Recreatiefunctie beëindigen

Natuurontwikkeling

Bestaande groene rand Bestaai wonir

Bestaande woning met waarde volle tuin

Nieuwe woningen

Versterken groene hoofdstmctuur

Behoud van waardevolle elementen en structuren Versterken van de landschapsstructuur: Behoud van bestaande bomen en vervanging bij ziekte Versterking van de landschappelijke hoofdstructuur Ontwikkeling van natte Z wisseldroge natuur met ruimte voor natuurvriendelijke slootranden Groen erf met verschillende landschapselementen (hofje met solitaire bomen , boomgaard , moestuin en bloemrijk grasland) Compacte inrichting van het erf met zo min mogelijk verharding Bestaande woningen Nieuwe woningen (waarvan de helft in het sociale segment) De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR S LANDSCHAP 19 08 2024

15

m

3. STEDENBOUWKUNDIG Verevening en nieuwe

jÌÉL Ş. ř. ’ľļ lÉĮ

PLAN

" «SB fĘļ lijf K

inrichting

ill TW i SS®

Terugbouw:

45 /o

^

045 , x 25048,

O 3 x 2o1 kap-woningen (A , B , C) ^ O 1 x 2o1 kap-woningen (D) ^ Bergingen bij (D) ^ ^ Schuurtje bij moestuin

6 x 12500 , 2 x 9425 , 2 x 1600 , 1 x 4800 ,

Rest terugbouwmeters: Rest sloopmeters

1.1272, m2 m2 m2 m2 m2

75000 m2 , 18850 m2 , 3200 , m2 4800 m2 , 1.0185, m2 1087, m2

1087, m2 045 ,

2415, m2

Behoud van waardevolle elementen en structuren Groen aanzicht van het erf (vergezichten van buitenaf) Versterken van de landschapsstructuur: Behoud van bestaande waardevolle bomen Vervanging van zieke bomen Versterking van de landschapsstructuur met nieuwe boomsingels (elzen Z knot­ wilgen) Ontwikkeling van natte Z wisseldroge natuur met ruimte voor natuurvriendelijke slootranden Groen erf met verschillende landschapselementen (hofje met solitaire bomen , beukenhagen , boomgaard , moestuin en bloemrijk grasland Compacte inrichting van het erf met nieuwe woningen Drie 2o1-kap woningen met inpandige bergingen 2o1-kap woningen op de plaats van de voormalige stal aan de noordelijke zijde van het erf (eveneens) met inpandige bergingen 4 van de 8 woningen zijn bedoeld voor sociale koop Z huur Organisatie van de woningen om een gemeenschappelijk hofje De Regt+Danz

bna

ARCHITECTUUR S LANDSCHAP 19 08 2024

16

Nieuwe

inrichting detail

luurtje bij loestuin

Ontwikkeling van een strook wisseldroge natuur (plas - dras zuidelijk van de elzen)

2o1 kap-woningen met

io1 kap-woningen I -j1;"

inpandige bergingen

Moestuin Bestaand woning 2o1 kap-woningen met I

ndige bergingen

Compact gezamenlijk erf met Twee bestaande woningen

volle tuin

Recreatiefunctie beëindigen 2o1-kap woningen op de plaats van de voormalige stal met bergingen Drie nieuwe 2o1 -kap woningen met inpandige ber-

-

oekzone passeerhave

-

gingen Organisatie van de woningen om een gemeen­

schappelijk hofje Vrije zichten vanaf de woningen (ontzien elkaar) Groen aanzicht van het erf vanaf buitenaf gezien door landschappelijke inpassing

19 08 202-0

17

10

15

20

25m

Nieuwe inrichting detail + berekening

•ļirt'TY m

rĩM

L______I

Terugbouw: O O

45 y0

^

3 x 2o1 kap-woningen (A , B , C) 1 x 2o1 kap-woningen (D) Bergingen bij (D) Schuurtje bij moestuin

045 , x 25048, ^ ^ ^ ^

6 x 12500 , 2 x 9425 , 2 x 1600 , 1 x 4800 ,

Rest terugbouwmeters:

1.1272, m2 m2 m2 m2 m2

75000 , 18850 , 3200 , 4800 , 1.0185,

m2 m2 m2 m2 m2

1087, m2 1087, m2 045 ,

Rest sloopmeters

18

4 woningen bedoeld voor sociale koop I huur

2415, m2

19 08 202-4

10

15

20

25m

4. BEELDKWALITEITSPARAGRAAF

4. 1

Bebouwing: Stedenbouw en Architectuur

20

Stedenbouwkundige structuur Oriëntatie , bouwmassa en -hoogte

20 20

Materialen en kleurstellingen

21

Referenties voor traditionele woningen en bijgebouwen

22

Referenties voor hedendaagse landelijke woningen en bijgebouwen 4. 2 Gezamenlijk gebied

23 24

Gezamenlijke ontsluitingsgebieden

24

Materialen en kleurstellingen Z Referenties voor ontsluiting

25

Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied

-

erfafscheidingen

26

Gesneden hagen

27

4. 3 Groeninrichting gezamenlijk gebied

28

Overzicht groengebieden

28

Bestaande en nieuwe bomen

29

Groen- en natuurinclusief bouwen

-

puntentabel

30

Referenties / sfeerbeelden

31

19

4. 1 BEBOUWING:

STEDENBOUW

EN

ARCHITECTUUR

Bebouwing eerste orde (Verwantschap in architectuur / beide traditioneel of beide hedendaags) Bebouwing tweede orde (Verwantschap in architectuur Z beide traditioneel of beide hedendaags) Stedenbouwkundige -

-

Boerenerf met landelijke uitstraling Opzet met centraal hofje Bebouwing in relatief compacte opstelling met een hiërarchische opbouw I verdeling: Eerste orde: de zuidelijke 2o1-kap woningen als markant hoofdgebouw Tweede orde: architectonische verwantschap met het hoofd­ gebouw maar soberder in de uitstraling I uitvoering Derde orde: duidelijk ondergeschikt (twee noordelijke 2o1kap woningen - sociale woningen met ingetogen uitstraling van schuren) Ontsluiting via een lus met zo min mogelijk verharding Zo min mogelijk losse bijgebouwen door inpandige bijgebouwen bij drie 2o1-kap woningen en een zone die gevrijwaard blijft van losse bijgebouwen en opstallingen

Oriëntatie , bouwmassa -

Bebouwing derde orde (Ondergeschikt)

structuur

Voorgevel met oriëntatie naar het hofje (Hoogwaardige kwaliteit) 35a

Achtergevel met ingetogen uitstraling (Hoogwaardige kwaliteit) Kopgevel (Hoogwaardige kwaliteit) Ingetogen gevel Ingetogen bijgebouwen (landelijk karakter)

en -hoogte

Zone vrij van opstallingen , bijgebouwen

aanbouwen en uitbouwen

Nieuwe woningen zijn met de voorgevel georiënteerd naar het hofje Achterzijde van de woningen georiënteerd naar het landschap met hoge architectonische kwaliteit en ingetogen uitstraling Nokhoogte van de woningen bedraagt maximaal 8 meter Goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 4 meter

'•íivv pr .

i " ■’V

De Regt+Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024 1

20

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

Materialen en kleurstellingen

Materialen I kleurstellingen voor daken

Materialen I kleurstellingen voor de gevel

ÉJ

-jįft

Plint: Baksteen grijs 7 aardetinten

Geveldelen: hout 7 potdeksel

21

Referenties voor traditionele landelijke woningen en bijgebouwen

Eerste orde

-

-

'

'

:

Gevel georiënteerd naar het hofje en kopgevel (metselwerk) met asymmetrische gevelindeling en rieten kap

Gevel georiënteerd naar het hofje en kopgevel (houten delen)

Tweede orde

Voorbeeld schuurtje ten behoeve van de moestuin

22

Kopgevel tweede orde

Ingetogen gevel en kopgevel

Hedendaagse uitstraling kopgevel met voorbeeld impandige garage I berging

Bijgebouw opgaand in het landschap (mogelijk ook donkere tinten passend bij de gevels van de woningen)

23

4. 2 GEZAMENLIJK

Gezamenlijke

GEBIED

ontsluitingsgebieden

Behoud van de landelijke uitstraling van de ontsluiting Zo min mogelijk verharde gebieden

Nieuwe ontsluiting

Eenvoudige bestrating

I Bestaande ontsluiting (35a)

■Ş il

ÍN

Markering parkeerplaatsen

1

De Regt*» Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024

24

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

e

enties voor ontsli

itin

sssr-

r.

"

4

íjtmŕmŘBÊřZ -

7

--

3řî.

Eenvoudige bestrating met landelijke uitstraling

„ļvvņ I

Groene paden

25

Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied scheidingen

-

erfaf

Erfafscheidingen worden uitgevoerd als (gesneden) haag: Voorzijde van de woning circa 1 m hoog Achterzijde woningen maximaal 180 , m hoog Soorten voor hagen: Beuk (Fagus sylvatica) Haagbeuk (Carpinus betulus) Veldesdoorn (Acer campestre) Meidoorn (Crataegus monogyna) Liguster (Ligustrum ovalifolium) Schuttingen en gebouwde erfafscheidingen zijn ongewenst

Bestaande hagen Lage haag voorzijde woningen en naar

het landschap gerichte zijde (uitzicht) Hogere haag tussen de woningen

(privacy)

Hekwerk met klimop is een mogelijk alternatief voor hogere hagen tussen de woningen (in verband met privacy)

De Regt*» Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024

26

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

Gesneden hagen

Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de voor- en zijkant van de erven. Door het onderhoud ontstaat een compacte en dichte heg. Een haag biedt bescherming voor vogels en insecten. Aanplant Mogelijke soorten zijn: Beuk (Fagus sylvatica) Haagbeuk Carpinus betulus) Veldesdoorn (Acer campestre) Meidoorn (Crataegus monogyna) Liguster (Ligustrum ovalifolium) (heeft bloemen en bessen) Aanplant in 1 plantrij met 4 planten per meter (bosplantsoen) Volgroeide breedte: circa 05, tot 1 meter en hoogte: circa 1 meter aan de voorzijde en maximaal 180 , meter aan de achterzijde. Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De haag dient ongeveer 2 tot 3 keer per jaar gesnoeid te worden in een trapezium vorm (onderin wat breder dan boven) zodat ook de onderste delen van de haag voldoende bezonning krijgen

Veldesdoornhaag

Meidoornhaag

Beukenhaag

27

4. 3 GROENINRICHTING

GEZAMENLIJK

GEBIED

j*. \iVrV

Overzicht

groengebieden

Behoud van de bestaande landelijke sfeer Inrichting met traditionele elementen van een boerenerf: -

Bos

Moestuin

Boomgaard met hoogstamfruit Centraal hofje met erfbomen / eikengaard Ontwikkeling van een strook wisseldroge natuur (plas - dras zuide­ lijk van de elzen) -

Centraal hofje met eikengaard Rand landschappelijke inpassing met Boomgaard (hoogstamfruit) en bomen (Gemeenschappelijke) moestuin Nieuwe wisseldroge natuur

Wār

De Regt*» Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024

28

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

Bestaande en nieuwe

bomen

Bestaande bomen

Versterking van de landschappelijke hoofdstructuur (oost-west ge­ richte houtstructuren) Elzen-eikenbos aan de zuidzijde (met vooral zomereik , gewo­ ne es , esdoorn en zwarte els in de boomlaag) Doorzetten van de dichte elzensingel langs de sloot aan de noordzijde van het erf Behoud van de bestaande bomen (mogelijke vervanging van de rij beuken bij de bestaande woning Nieuwe eiken in het centrale hofje Nieuwe hoogstam fruitbomen in de boomgaard tussen de woningen

Elzen-eikenbos Elzensingel

- Alnus

Notenboom

- Juglans

Zomereik

glutinosa

- Quercus

regia

robur

Verschillende soorten fruitbomen Veldesdoorn

- Acer

campestre

Gewone Wilg

- Salix

alba

De Regt*» Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024

29

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

26 punten nodig

Maatregelen Z Locatie

4 bomen

15 bomen

Punten

Insectenhotels (2 stk)

1

Nestkast voor vlinders (1 stk)

1

Nestplaats voor vogels (2 stk)

1

Het hele jaar is er voedsel voor

Groen- en natuurinclusief bouwen

Stap 1

- bepalen

-

puntentabel

project De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang , hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld: A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2. B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2. 000 m2 C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2. 000 m2 en 10. 000 m2. D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10. 000 m2. omvang

3 5a 7 bomen

Stap 2 - het verplichte aantal te behalen punten Zeer grootschalige projecten:

26 punten.

vogels in tuin/erf beschikbaar

1

Verblijfplaats vleermuizen (1 stk)

1

Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen

1

Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o. a. Egel)

1

Inheemse bomen (27 stk) s (27/3) s 9

9

Inheemse haag O 10 m lang)

1

Boomgaard met > 10 fruitbomen

2

Bloemrijk grasland O 1000 m2)

3

Inheems bosje > 300 m2 (ca 533 m2)

3

Waterschaal voor vogels

1

Regenton (indicatief 8 stk)

1

Natuurvriendelijke oever > 10 m Strook van 10 m breedte en 100 m lengte

2

12 fruitbomen

Totaal

29

1 boom

De Regt*» Danz ARCHITECTUUR 19 08 2024

30

a

0

bna

LANDSCHAP 5

10

15

20

25m

Centraal hofje met eikengaard

(Gemeenschappelijke) moestuin

Boomgaard van hoogstamfruit

Behoud van de bestaande landschappelijke rand met bomen aan de oost- en zuidzijde van het erf

31

ALGEMEEN Bij uitvoering van de werkzaamheden moet altijd invulling gegeven worden aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1. 11 Wet natuurbescherming). Er moeten passende maatregelen genomen worden om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Tijdens het broedseizoen worden geen aanleg- of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (15 maart tot 15 juli). De natuurinclusieve maatregelen worden in de anterieure overeenkomst en in regels van het bestemmingsplan

vastgelegd als voorwaardelijke verplichting. De meest belangrijke onderdelen I punten hebben betrekking tot de landschappelijke inpassing (solitaire bomen , boomsingels , bosje , bloem- en kruidenrijk grasland I randen , boomgaard en hagen).

Faunaverblijven De verschillende nestkasten , -verblijven voor insecten , bijen , vlinders en vogels (mussenflat)worden geplaatst op hiervoor geschikte locaties op het erf of in de omgeving. Zo wordt een nestkast voor vogels en een waterschaal voor vogels in de nieuw aan te leggen boomgaard met hoogstamfruit geplaatst. De verblijfplaats voor vleermuizen (aan het bijgebouw) wordt uitgevoerd in drie geschakelde I gekoppelde spouwmuurkasten aan de rand van het erf zodat de vleermuizen in het open landschap kunnen voerageren. Nestkasten voor mussen en I of zwaluwen

tenhotel

ĩ-

I

I,

Bloemrijk grasland en de kruidenrijke randen Waarde voor natuur en landschap: Bloemrijk grasland is door het hele jaar een schuil- en foerageerplek voor de vleermuizen , zwaluwen , kleine zoogdieren , bijen , vlinders en andere insecten. Een gebied met bloemrijk grasland heeft verschillende kleuren , geuren , beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Aanleg is niet van toepassing. Het gaat om bestaand grasland zonder inzaaien. De soortensamenstelling van soorten is grondgebonden en afhankelijk van het maaibeheer , bezonning en neerslag. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.

IO CUIf ill Avny

.

Aanleg Er wordt uitgegaan van verschraling door maaibeheer. Inzaaien is niet gewenst omdat de meeste zaaigoedmengsels niet grondgebonden zijn.

Nestkast I verblijfplaats voor vleermuizen

Beheer Twee keer per jaar maaien (eind juli en september)

Maaigoed altijd afvoeren Niet bemesten met (drijf)mest Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)

Nestkasten voor mussen

32

Nestkasten voor zwaluwen

Strook met wisseldroge natuur (plas - dras gebied) ùv*ŵ'

Waarde voor natuur en landschap: Vochtige schraalgraslanden zijn grazige , laagproductieve begroeiingen op vochtige en natte bodems. In goede vorm zijn ze opmerkelijk soortenrijk , vooral wat de flora betreft. Geringe verschillen in de bodem en het grondwaterregime geven

mm

aanleiding voor vele verschillende soortencombinaties.

Het gebied heeft verschillende kleuren , geuren , beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld.

Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer.

Aanleg De gronden worden enigszins gemodelleerd: lage delen zijn het licht glooiende tracé van de regenwaterafvoer en de natte natuurzone met plas-dras gebied. In de winter en na regenbuien blijft het water in de (circa 50 tot 70 cm) lage zone staan. De helling van de oevers is flauw (minimaal 1 op 6). Na modellering van de gronden (in grondbalans Z zonder grondafvoer) hoeft niet ingezaaid te worden. De grondge­ bonden soortencombinaties groeien vanzelf. Verdere verschraling ontwikkelt zich geleidelijk door maaibeheer. De exacte omvang en de diepte van het waterbergingsgebied zijn afhankelijk van de waterbergingsberekening en de aanwezige grondwaterstanden. Om permanent water te laten staan moet het gebied tot minimaal 30 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) worden afgegraven. Nader onderzoek (standen GHG en GLG) en uitwerking zijn noodzakelijk in overleg met het Waterschap Vallei en Veluwe.

Beheer Een tot twee keer per jaar maaien (eind juli en september)

Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren) Bloemrijk grasland met natuurvriendelijke oevers langs de sloot

I'-Ŕíţ i'į

Nat Z wisseldroog grasland

Droog bloemrijk grasland

33

rA , -...

;3BİJ

Inheems bosje (Elzen-eikenbosje) Waarde voor natuur en landschap: Kleine bossen zijn gebieden van rust en bieden nest- , schuil- en voedselgelegenheid voor vele dieren zoals vogels , zoogdieren en insecten. Kleine bossen hebben een kernzone , een mantel met struiken en een zoom met kruidenlaag. Oude bomen bieden broedgelegenheid aan spechten en andere holenbroeders (vleermuizen overwinteren en brengen jongen voort in boomholten). Omgevallen dode bomen raken begroeid met mossen en paddestoelen en vormen een leefgebied voor veel soorten Insecten.

Kleine bossen zijn prachtige structuurelementen in het landschap. In kleine bossen wordt veel CO2 opgeslagen. Het bosje bestaat in los verband geplante bomen en struiken als mantelvegetatie met de volgende soorten:

Zomereik (Quercus robur) Els (Alnus glutinosa) Verschillende soorten esdoorn (Acer campestre , Acer pseudoplatanus , Acer platanoides) Zachte berk (Betula pubescens) Es (Fraxinus excelsior) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Sporkehout (Rhamnus frangula) In de randen Z (mantelvegetatie): Inheemse vogelkers (Prunus padus) Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Gewone vlier (Sambucus nigra) Hazelaar (Corylus avellana) Gelderse roos (Viburnum opulus)

Inheems bosje (met rijke ondergroei) in de vroege lente

Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) De bomen worden op circa 4 - 5 m van elkaar geplant De struiken worden op circa 15, tot 2 m van elkaar geplant (als ondergroei en mantelvegetatie aan de buitenrand van het bosje) Plantmateriaal: Bomen: geveerde bomen (150 Z 200) Heesters: 2 x verplant , zonder kluit (60 Z 80) Eventueel kan een raster ter bescherming van het bosje geplaatst worden (tijdens de eerste 2 - 3 jaren) De bomen en struiken moeten voldoende groeiruimte krijgen Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig Indien nodig kan de houtsingel (gedeeltelijk Z gefaseerd) afgezet worden (om de 10 - 15 jaar) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)

Inheems bosje (met rijke ondergroei) in de zomer

34

Inheemse

bomen

Boomsingels Singels van (elzen

en (knot)wilgen) structureren het landschap en passen bij de cultuurhistorisch gegroeide broekontginningslandschap. Eiken in de boomgaard Eiken groeien vrij en ontwikkelen een natuurlijke kroonvorm. Bomen bieden schaduw in de zomer en laten het zonlicht / warmte Bomen zijn kenmerkende elementen op het erf.

door in de winter.

Hoogstamfruit in de boomgaard Een hoogstamboomgaard is een karakteristiek landschapselement van een Boomgaard bestaat uit meerdere fruitbomen op bloemrijk grasland. De eerste zijtakken groeien op minimaal 180 centimeter boven de grond.

boerenerf.

Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) Plantmateriaal: Boomsingels een hoogstam-boom (plantmaat 10-12) Eiken in de boomgaard (plantmaat 12-14) Aanplant met boompaal is te adviseren Beheer

De jonge bomen hebben met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden nodig Na 4-5 jaar kunnen boompaal en -band worden verwijderd Bij jonge fruitbomen wordt de vormsnoei toegepast waarbij iedere fruitboom in zijn specifieke vorm wordt gesneden en het gestel wordt vastgelegd. Later vindt jaarlijk de onderhoudsnoei plaats , waarbij dood hout en wilde scheuten worden verwijderd en de vruchttakken Z het vruchthout wordt onderhouden. Indien nodig kunnen dode of zieke takken gesnoeid worden in de wintermaanden (met uitzondering van de eventueel te planten notenboom - als vervanging van de zieke beuken - die het beste tussen september en december gesnoeid kunnen worden vanwege sapuittreding Z bloeden) De knotwilgen worden om de vier jaar in de wintermaanden geknot. Overige maatregelen van het puntensysteem

*

ţ »*

Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes

heeft een tweede gebruik

Toepassing van regentonnen

Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen en andere dieren Toepassing van faunavriendelijke verlichting

Aandacht voor vleermuis- en faunavriendelijke verlichting (Timberlab - faunavriendelijke verlichtingselementen van hout)

35

pagina 42 van 222

Bijlage 2

Gemeente Ermelo

Advies Prowind

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

E

rn

é

gemeente

(geanonimiseerd) BN Adviseurs Postbus

Raadhuisplein

195

3880 AD

PUTTEN t

500

3850

AM

Ermelo

0341

56 73 21

f 085 e

2

Postbus

110

8515

gemeente@ermelo.nl

i www.ermelo.nl NL92

datum

onderwerp

BNGH

0285

0024

3 oktober 2022

planologische medewerking functieverandering Riebroekweg 35

ref.

e220038446

casenr.

21e0001509

onze

behandeld

door

(geanonimiseerd)

telefoon

direct

0341

56 71

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN

Geachte Met

79

deze

brief informeren

werkwijze van het initiatief aan de Riebroekseweg 35 gemeente windpark Horst en Telgt. U heeft afgelopen periode een brief van Prowíind ontvangen waarin werd aangegeven dat Prowind onder bepaalde voorwaarden geen bezwaar heeft tegen uw initiatief. U kunt verder met de uitwerking van uw initiatief. We geven hierbij informatie en richtlijnen aan om te zorgen dat het proces van uw initiatief zo spoedig mogelijk verloopt. Ermelo

wij

u

over

de verdere

in relatie tot het

Prowind met

heeft aangegeven geen bezwaar tegen uw initiatief te hebben als uw voldoende rekening houdt slagschaduw van het windpark. U dient in uw ruimtelijke onderbouwing van uw initiatief aan te

tonen

dat

uw

initiatief geen invloed heeft op het windpark. U kunt hiervoor gegevens bij Prowind de op dat moment beschikbare gegevens van de maximale bandbreedte van

opvragen.

U ontvangt

windpark,

de gegevens

Als

uw

7 grote windmolens 250 meter hoog en 8 windmolens van 200 initiatief geen invloed heeft op de maximale bandbreedte, zal uw initiatief ook geen

opleveren

wanneer

Wij adviseren

u om

bijlage(n)

dat

u

misschien

er

minder en/of lagere windmolens

bij verdere uitwerking

bestemmingsplan af uitwerken

van

te

stemmen

voldoende

met

rekening

de

het

hoog.

problemen

komen.

ruimtelijke onderbouwing en het concept U kunt door afstemming met Prowind, uw plan dusdanig met het windpark.

Prowind. houdt

meter

49

onderwerp onze

ref.

pagina

planologische medewerking functieverandering Riebroekweg

35

@220038446 2

van

2

moment dat u een concept bestemmingptan bij ons aanlevert zullen we Prowind naast andere partijen uitnodigen voor het vooroverleg over het concept bestemmingsplan. Prowind zal dan om advies worden gevraagd omtrent uw initiatief. De verwachting is dat als u uw initiatief heeft afgestemd met Prowind, er geen aanleiding voor Prowind zal zijn om een negatief advies af te geven of bij de ter inzage van het ontwerp bestemmingsplan een zienswijze in te dienen. Het voldoende afstemmen met Prowind heeft als doel om vertraging door negatieve adviezen en/of zienswijzen en beroep te voorkomen en het proces rondom uw initiatief zo spoedig mogelijk te laten verlopen.

Op het

dat uw initiatief voldoende rekening dient te houden ruimtelijke aspecten worden beoordeeld. Zo dient uw provinciaal en landelijke beleid en van relevante regelgeving.

het

windpark,

Behalve

met

andere

initiatief te passen

Wij hopen

u

hierbij voldoende

te

hebben

geïnformeerd.

(geanonimiseerd) burgemeester

De

namens

RJ.

van

Ermelo,

haar,

(geanonimiseerd) Im.

adviseur | ruimte,

afschrift gezonden

aan:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN. Riebroekseweg 35, 3853

EN

PB

ERMELO

zal

uw

in het

initiatief ook op

gemeentelijk,

pagina 45 van 222

Bijlage 3

Gemeente Ermelo

Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek

Riebroekseweg 35

-

vastgesteld

Ē

milieu

VERKENNEND BODEMGRONDONDERZOEK

bv

EN ASBEST IN

Riebroekseweg 35 Ermelo kenmerk PJ Milieu BV: 23013201A

T 40m. ASBEST INVENTARISATIE

BODEM ONDERZOEK

BODEMVERKENNEND GRONDONDERZOEK

Riebroekseweg

EN

ASBEST

BODEM SANERING

GEOHYDROLOGISCH ADVIES

IN

35

Ermelo kenmerk

PJ Milieu

opdrachtgever: datum

rapport:

BV:

23013201A

Familie

(geanonimiseerd) te Ermelo BN

_ 19 april 2023

kenmerk:

23013201A

status:

Definitief

uitgevoerd door:

PJ) Milieu

BV

projectleider en

rapporteur:

autorisatie: kwa i

|

ISO 9001

PJ Milieu BV

MR opimii inc (geanonimiseerd) a,U (geanonimiseerd) ns ON

SP

£ Dd

| (geanonimiseerd)

u.nl

2

e

2:

Dbehee!

| Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511

| info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

2

VOORONDERZOEK. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 1 Werkwijze. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 2 Resultaten vooronderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 2. 1 Onderzoekslocatie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2. 2. 2 Omgeving. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 2. 3 Hypothese en onderzoeksopzet. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 1 Uitvoering veldonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 2 Resultaten veldonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3. 3 Laboratoriumonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 3. 4 Analyseresultaten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 3. 5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

4

VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 1 Uitvoering veldonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 2 Resultaten veldonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 3 Laboratoriumonderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 4. 4 Analyseresultaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 4. 5 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14

5

SAMENVATTING , CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 5. 1 Resultaten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 5. 2 Conclusies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 5. 3 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

BIJLAGEN

1 |

Documenten vooronderzoek en foto's

2 |

Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk

3 |

Analysecertificaten

4 |

Toetsing analyseresultaten

5 |

Achtergrondinformatie

6 |

Tekening

1

INLEIDING

BN

In opdracht van familie (geanonimiseerd) te Ermelo is door PJ Milieu BV in maart 2023 een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Riebroekseweg 35 te Ermelo.

Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning.

wijziging

het

van

(geanonimiseerd) Het algemene doel van kwaliteit. De doelstelling

het

onderzoek is het vaststellen van de actuele deelonderzoek is in de volgende hoofdstukken per

Indeling rapport In de rapportage worden de resultaten van hoofdstukken Het uitgewerkt. separate rapport en aanbevelingen.

milieuhygiënische weergegeven.

de deelonderzoeken in achtereenvolgende sluit af met een samenvatting met conclusies

Verantwoording Dit onderzoek

uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor en Desondanks dient dat een richtlijnen!. opgemerkt te worden bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten en analyses uitgevoerd wordt. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. opgestelde

Het een

is

normen

onderzoek is, voor zover bodemonderzoek is geen

bodemonderzoek, verlangd worden. Tenslotte kwaliteit

De

23013201A

een

toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar partijkeuring. Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen)

wordt

opgemerkt

de

onderzochte

van

gebruikte

normen

en

van

dat

PJ Milieu locatie.

richtlijnen zijn

| Riebroekseweg 35 Ermelo

in de

BV

geen

navolgende

financieel

of

hoofdstukken

zakelijk

belang

heeft

bij

de

weergegeven

4

2

VOORONDERZOEK

Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57252 , aanleiding A3.

Werkwijze

2. 1

Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. bronnen zijn geraadpleegd:

het Kadaster; de opdrachtgever; de omgevingsdienst Noord-Veluwe; het Bodemloket en Topotijdreis. nl; de Grondwaterkaart van Nederland , DINOloket.

-

" " "

de

Bodemkaart

van

Nederland

De volgende

en/of

het

Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Relevante documenten en foto's van de locatie zijn opgenomen in bijlage 1. 2. 2

Resultaten vooronderzoek

2. 2. 1

Onderzoekslocatie

Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1

Topografische en algemene gegevens locatie

Algemeen Adres onderzoekslocatie

Riebroekseweg 35 Ermelo

Gemeente Kadastrale aanduiding

Ermelo

Artikel 55

Oppervlakte onderzoekslocatie

Gemeente Ermelo , sectie H , perceel 2849 & 3694 Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is Circa 4. 720 m2

Huidig gebruik De locatie heeft een agrarische functie , namelijk voormalige boerderij met erf. Het buitenterrein is voorzien van een klinkerverharding zonder onderliggende (puin)fundering. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn de volgende bodembedreigende activiteiten aangetroffen: een voormalige druplijn aan de noordoostelijke schuur. Hierbij wordt opgemerkt dat diverse klinkerbestratingen weliswaar sterk begroeid zijn maar wel aanwezig. Ook lozen diverse regenpijpen op straatkolken , terwijl er van afstand sprake lijkt te zijn van lozing op het maaiveld. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen.

2 3

NEN 5725 , Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek , Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

5

Historisch gebruik De locatie heeft van oorsprong een agrarische functie , namelijk boerderij met erf. Uit Topotijdreis en BAG blijkt het volgende: iets naar het westen is al voor de Tweede Wereldoorlog bebouwing aanwezig " sinds 1955 is op de huidige locatie sprake van bebouwing; " de huidige bebouwing dateert veelal van 1970 of 1990. Op basis van de vergunningen

is de locatie diverse malen opnieuw ingericht.

Van de locatie is een verkennend bodemonderzoek (Grondvitaal , kenmerk 20029197 , d. d. 1 oktober 2002) bekend. De resultaten zijn als volgt samen te vatten: -

" -

de aanwezigheid van kiwa-certificaten (zie bijlage 1) voor de viertal voormalige ondergrondse tanks wordt de hypothese onverdacht gehanteerd; de onderzoekslocatie betreft de twee noordoostelijke schuren; in de bovengrond zijn enkele licht verhoogde gehalten aangetoond; in de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond; in het grondwater is een matig verhoogd gehalte zink en zijn licht verhoogde gehalten chroom en nikkel aangetoond. Dit gehalte zink wordt als achtergrondgehalte beschouwd. vanwege

Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw

van

woongebouwen te

realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest , zijn de volgende acties uitgevoerd: globale inspectie van de locatie (maaiveld en gebouwen); -

bestuderen luchtfoto's; verzamelen informatie over ophogingen , dempingen en/of stort afval of puin.

Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van een nog herleidbare voormalige druplijn. Dat wil zeggen er vanuit gaande dat het dak dezelfde vorm heeft als het voormalige asbesthoudende dak is de locatie nog exact te bepalen. 2. 2. 2

Omgeving

Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving afstand van maximaal 25 meter.

tot een

Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot activiteiten. zijn (voormalige) bodembedreigende Voorbeelden (ondergrondse) brandstoftanks , een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminforma tie Van de omgeving is verder geen relevante bodeminformatie (bijvoorbeeld bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend.

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

een

voorgaand

6

Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 38 en gelegen op kaartblad 26 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand , meest matig fijn. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Achtergrondgehalten De omgevingsdienst Noord-Veluwe beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond. Het is in Ermelo gebruikelijk de grond en het grondwater aanvullend te analyseren op arseen. 2. 3

Hypothese en onderzoeksopzet

Op

basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt niet verwacht dat op de locatie sprake zal zijn van aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij wordt aangesloten bij het oordeel van de eerdere bouwvergunning waarbij de tanks als voldoende onderzocht zijn beschouwd. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 57 404. In onderstaande tabel zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven.

Tabel 2

Te onderscheiden deellocaties

DL

Omschrijving

V/OVerwachte stoffen

Oppervlakte (m2)

A

Onderzoekslocatie

O

4. 720

B

Druplijn

O

DL

V/O

= =

Asbest

deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien

van

15

bodemverontreiniging

algemene doel van verkennend bodemonderzoek is: het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. Volgens de NEN 5740 is de doelstelling in deze situatie als volgt: het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde (deellocatie A); " met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem (deellocatie B). Het

In de onderstaande tabellen is de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) en de daarop

gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.

4

NEN 5740+A1 , Bodem.

23013201A

Strategie voor het uitvoeren

| Riebroekseweg 35 Ermelo

van

verkennend bodemonderzoek , Delft 2016 7

^^milieu bv

Tabel 3 A

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

- Onderzoekslocatie

Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen Boring tot

05,

m

11

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters

én boring tot

én boring met

grondwater

peilbuis

3

1

Grond Bovengrond

Grondwater Ondergrond

2

1

1

Standaardpakket bodem5 en arseen

Standaardpakket bodem en arseen

Standaardpakket grondwater6 en arseen

Tabel 4

Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek

B - Druplijn Verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (AIG Kern) Veldonderzoek Aantal gaten Gaten tot de onverdachte ondergrond

Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters Grond (verdachte laag)

2

1* Asbest in grond

en

SEM

uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm en afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen

5

6

Droge stof , metalen (barium , cadmium , kobalt , koper , kwik , molybdeen , nikkel , lood en zink) , minerale olie (GC) , PAK (10) , PCB (7) en het lutum- en organische stofgehalte Metalen (barium , cadmium , kobalt , koper , kwik , molybdeen , nikkel , lood en zink) , aromaten (BTEXN) , styreen , VOCL (11) , vinylchloride , 11, dichlooretheen , chloorpropanen (3) , bromoform en minerale olie (GC)

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

8

3

VERKENNEND

BODEMONDERZOEK

In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in de vorige paragraaf. 3. 1

Uitvoering veldonderzoek

Het veldonderzoek

is uitgevoerd door PJ Milieu BV conform de Beoordelingsrichtlijn voor de SIKB-procescertificaten voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 20 007) en de protocollen 20018 en 20029 (bijlage 2 , verklaring onafhankelijkheid uitvoering

veldwerk). Op 20 maart 2023

is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2. 3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd vanaf nr. 1. Het grondwater is bemonsterd op 30 maart 2023. Gelijktijdig zijn de stand , de zuurgraad (pH) , het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3. 2

Resultaten veldonderzoek

Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 5 omschreven. Tabel 5

Globale bodemopbouw onderzoekslocatie

Traject (m-mv)

Lithologische beschrijving

00,

-

05,

Zand , matig fijn , zwak siltig , matig humeus

05

-

24

Zand , matig fijn , zwak siltig

,

m-mv

,

meter minus maaiveld

=

Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen bijzonderheden (waaronder olie-indicaties) of bijmengingen aangetroffen , die kunnen duiden op aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal zijn ook geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand , zuurgraad , geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 6 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het

grondwater

schematisch

weergegeven.

7

8

Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Plaatsen van handboringen en peilbuizen , maken

9

waterpassen Het nemen van grondwatermonsters

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

van

boorbeschrijvingen , nemen

van

grondmonsters

en

9

Tabel 6

Veldmetingen grondwater

Peilbuis

Datum monstername

Grondwaterstand (m-mv)

Zuurgraad (-)

Geleidbaarheid (MS/cm)

Troebelheid (NTU)

30-03-2023

081 ,

73,

610

2. 03

4

De in tabel 6 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is lager dan 10 NTU zodat er sprake is van een voldoende helder watermonster.

Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 7 zijn de waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 7

Waarnemingen grondwater

Peilbuis

Zintuiglijke waarnemingen

GoedVslechtlopend

Belucht

Geen

Goedlopend

Niet belucht

4

3. 3

Laboratoriumonderzoek

De monsters zijn aangeboden Milieu B. V. te Barneveld.

het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico

aan

De resultaten van

het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2. 3). In tabel 8 zijn de voor analyses geselecteerde monsters zijn onderzocht , schematisch weergegeven.

Tabel 8

en

de stoffen waarop de monsters

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters

Monstercode

Boringen

Traject (m-mv)*Geanalyseerde parameters

MM-1

I , 2 , 5 , 6 , 8 , 9 , 10 , II , 14 en 15

O O

MM-2

3 , 4 en 12

MM-3

1 t/m 4

o 10

4

Grond n

Standaardpakket bodem , arseen , lutum stof

en

organische

i

n

Standaardpakket bodem , arseen , lutum stof

en

organische

,

-

15,

Standaardpakket bodem , arseen , lutum stof

en

organische

20,

-

30,

Standaardpakket grondwater

1

pI o I

Grondwater 4-1-1 MM

*

= =

en

arseen

mengmonster

het betreft de minimale

en

maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het

monsternametraject per boring weergegeven

3. 4

Analyseresultaten

De analysecertificaten zijn opgenomen

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

in bijlage 3.

10

^^milieu bv

De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrondVstreef10- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief11 getoetst volgens het Besluit12 en de Regeling13 bodemkwaliteit. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico's bij het gebruik van de grond. De toetsingen zijn opgenomen in bijlage 4. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing14 opgenomen voor respectievelijk de

grond en het grondwater. Tabel 9

Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing

Monstercode (traject m-mv)

BoringenGrondsoort*

Bijmengingen**Resultaat toetsing***

Klasse indeling****

I, 2 , 5 , 6 , 8 , 9 , 10 ,

-

, Licht: PCB (00077)

Altijd toepasbaar

Klasse Industrie

Bovengrond MM-1 (00,

-

, 05)

Grond

II , 14 en 15

MM-2 (00,

-

, 05)

3, 4

en

12Zand

-

, Licht: PCB (0040)

15) ,

1 t/m 4

Zand

-

-

Ondergrond MM-3 (10,

-

MM

mengmonster indeling in hoofdnamen: zand , grond (humeus zand) , klei , leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in de bijlage 2 mate van verhoging (licht , matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d. s. betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer geen

10 11

12 13 14

Altijd toepasbaar

bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden

betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ’Altijd toepasbaar' , ’Klasse Wonen' , ’Klasse Industrie' , ’Niet toepasbaar' en ’Nooit toepasbaar' Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007 , nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing Het

»

niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrondystreefwaarde niet; er is in principe sprake van , ’schoon' monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ’parameters * factor 07' kunnen als ’niet verhoogd' worden beschouwd , indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet een

»

» »

23013201A

overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrondystreefwaarde , maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrondystreef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard , mate , omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk | Riebroekseweg 35 Ermelo

11

Tabel 10

Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing

Monstercode (traject m-mv)

Peilbuis

Resultaat toetsing*

4-1-1 (20 ,

4

Licht: naftaleen (0060) ,

-

30) ,

en

tetrachlooretheen (017) ,

mate van verhoging (licht , matig of sterk). Tussen geen

3. 5

haakjes het gemeten gehalte in ^g/l

verhoogde gehalten boven de streefwaarden

Deelconclusie verkennend bodemonderzoek

Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. De vormt vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering voor de wijziging voorgenomen van het bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning.

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

12

4

VERKENNEND

ASBEST

IN

GRONDONDERZOEK

In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in paragraaf 2. 3. 4. 1

Uitvoering veldonderzoek

Het veldonderzoek is op 20 maart 2023 uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2 , verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de

Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 201815.

veldwerk

bij

milieuhygiënisch

Er zijn 2 gaten (afmetingen op profielen) handmatig gegraven gelijktijdig met het verkennend bodemonderzoek. De situering van de gaten (nrs. 101 en 102) is aangegeven op de tekening in bijlage 6. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: " het uitvoeren van een maaiveldinspectie; " het uitgegraven materiaal is , ter monstervoorbehandeling , visueel geïnspecteerd; van het ontgraven materiaal is na voorbehandeling 1 mengmonster samengesteld; " van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; " de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd; 4. 2

Resultaten veldonderzoek

Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er geen sprake van neerslag (regen). De locatie is sterk begroeid. Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt lager dan 500Zo (orde grootte 10 tot 200Zo) en niet uitvoerbaar conform de NEN 5707. Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven besproken in hoofdstuk 3. In geen van de gegraven gaten is asbestverdacht 4. 3

op

de

(boor)profielen

in

bijlage

2

en

materiaal ^20mm) aangetroffen.

Laboratoriumonderzoek

De monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B. V. te Deurningen. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2. 3). In

tabel

11

zijn

de

monsteromschrijvingen

en

geanalyseerde

parameters

schematisch

weergegeven.

15

Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

13

Tabel 11

Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters

Monstercode

Gaten

MM-A

101

MM

4. 4

=

en

102

Traject (m-mv)*

Geanalyseerde parameters

00,

Asbest in grond

-

01,

mengmonster

Analyseresultaten

Het analysecertificaat is opgenomen

in bijlage 3.

In het mengmonster MM-A is asbest aangetoond in een gewogen In de fractie ^5 , mm is asbest niet aantoonbaar.

gehalte van 81 mg/kg d. s.

Het gehalte ligt lager dan de interventiewaarde (in druplijnen kan gezien dat de asbest enkel in de fijne fractie wordt aangetoond rechtstreeks aan de interventiewaarde (100 mg/kg d. s. ) worden getoetst). De grenswaarde voor onaanvaardbare risico's buiten (10 mg/kg d. s. in fractie ^5, mm) wordt niet overschreden. 4. 5

Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek

De hypothese Verdachte locatie' voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In het mengmonster (MM-A) van de gaten 101 en 102 is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt niet de interventiewaarde (100 mg/kg d. s. ).

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

14

^^milieu bv

5

SAMENVATTING

CONCLUSIES

,

EN

AANBEVELINGEN

In maart 2023 is een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Riebroekseweg 35 te Ermelo. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de wijziging voorgenomen van het bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning. 5. 1

Resultaten

In onderstaande tabel zijn de resultaten van het onderzoek weergegeven.

Tabel 12

Resultaten

Vooronderzoek Werkwijze vooronderzoek

NEN

5725 , aanleiding A

Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 4. 700 m2

Gebruik locatie

Agrarische functie

Bijzonderheden

Vier onder kiwa gesaneerde voormalige tanks op en nabij de locatie

Bodemonderzoek Strategie bodemonderzoek

NEN

Bodemopbouw tot 30,

Zand met humeuze bovenlaag

m-mv

5740 , onverdachte locatie

Grondwaterstand

, 081

Bijmengingen of bijzonderheden

Geen

Analyseresultaten

Bovengrond

Licht: PCB

Ondergrond

Geen

Grondwater

Licht: naftaleen

m-mv

en

tetrachlooretheen

Asbest in grondonderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 15 m2

Strategie asbest in grondonderzoek

Verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern

Gebruik locatie

Agrarische functie

Bijzonderheden

Geen

Waarnemingen

Geen asbest

Analyseresultaten

Asbest aangetoond in gewogen gehalte 05, mm niet aantoonbaar

5. 2

waargenomen van

81 mg/kg d. s. Z In fractie <

Conclusies

Bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt niet noodzakelijk geacht. De vormt vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering voor de wijziging voorgenomen van het bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning.

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

15

Asbest in grondonderzoek De hypothese 'verdachte locatie' voor het asbest in grondonderzoek houdt stand. In het mengmonster (MM-A) van de gaten 101 en 102 is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt niet de interventiewaarde (100 mg/kg d. s. ). 5. 3

Aanbevelingen

De onderzoeksresultaten geven ons inziens geen aanleiding om aanvullend of nader bodemof asbest in grondonderzoek te adviseren. Het onderzoek is , voor zover van toepassing , onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd , maar bodemonderzoek is geen partijkeuring. Door derden kan , ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek , een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van verwerkingskosten. een

23013201A

| Riebroekseweg 35 Ermelo

16

Bijlage

| 1

Documenten vooronderzoek

Foto's

TANKSANERINGSCERTIFICAAT BRL-K

ieenkeurbcen

‘Tanksanering HBO/diesel’

902

afgegeven door ondervermeld

tanksaneringsbedrijf hi

enn

kiuwa aceniicesd ll

…__

E

arsijns

2280 AB Rijswijk Telefoon 070 41 44 400 Telefax 070 41 44 420

©

‘

| Wa

-

-

Á

opdrachtgever

wenken

Opdrachtgever:

indien de tanksanering niet volgens de voorschriften is uitgevoerd of dit certificaat onvolledig is ingevuld

a °

|__dient a.

Riebroekseweg 3853

PB

contact

u

de

voor

afnemer

op te

nemen

met:

het

tanksaneringsbedrijf; zonodig Met

en Kiwa.

35 _

Ermelo

b.

n

Datum Datum

@

melding

kiwa:

tanksanering:

17-06-1998 24-06-1998

tank:

evens

lokatie

:

situering

:

Riebroekseweg ondergronds

inhoud

:

12.000

product

:

huisbrandolie

opmerkingen

:

tank

Ingangscontrole Rondom

de

voerd,

waarbij

Uitvoering

tank

Ermelo

Ltr. 3

bodem: is het geen

35,

4

van

voorgeschreven

verontreiniging

zintuiglijke is

tanksanering:

tank is inwendig gereinigd en daarna een door het bevoegd gezag geaccepteerd voerd.

*

uitgevoerd

„Aannemersbedrijf ‘

door:

Dusseldorp

Postbus

31

7130

Lichtenvoorde

AA

uitge-

aangetroffen.

De

Tanksanering

onderzoek

de tank verwijderd; verschrotingsbedrijf

CT

3

0

3

3

uitvoerder:

naar

afge-

*

vandsekendng:

(geanonimiseerd) OÀ

b.v.

4

is

sn

Á

‚

verklaring van Kiwa N.V. op grond van onderzoek, alsmede regelmatig door Kiwa uitgevoerde controles, worden de door onderstaand tanksaneringsbedrijf uitgevoerde tanksaneringswerkzaamheden geacht te voldoen aan de Kiwa beoordelingsrichtlijn BRL-K902 ‘Tanksanering HBO/diesel’. verklaring van het tanksaneringsbedrijf het tanksaneringsbedrijf verklaart dat de tanksaneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd overeenkomstig deze zijn vastgelegd in beoordelingsrichtlijn BRL-K 902 ‘Tanksanering HBO/diesel'.

Certificaatnummer

Exemplaren

eigenaar -

-

BB

805

20-07-1998

-

gemeente Kiwa

N.V.

provincie

van

het certificaat :

zijn bestemd

voor

de voorschriften

zoals

TANKSANERINGSCERTIFICAAT BRL-K 902 ‘Tanksanering HBO/diesel’ afgegeven door

ondervermeld tanksaneringsbedrijf

gie Certificatie

Churchill-laan 273

kiwa

erk

:

Keuringen

en

Sir Winston Postbus 70 2280 AB Rijswijk Telefoon 070 41 44 400 41 44 420 Telefax 070

gecertificeerd

wenken

Opdrachtgever:

indien de is

de

voor

L__dient

3853

Datum Datum

…

contact

u

op

melding

te

nemen

met:

tanksaneringsbedrijf;

a.

het

en

zonodig met

b. Kiwa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15326730/1