Bijlage Regels BP e250010713
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Riebroekseweg 35 Bijlagen Bij De Regels
Bestemmingsplan Riebroekseweg 35 Bijlagen Bij De Regels
Plan Identificatie Planstatus Afdeling
Gemeente Ermelo
: NL.IMRO.0233.Riebroekseweg35-0301 : Vastgesteld : Ruimetlijke Ontwikkeling
Bijlagen Bij De Regels - Riebroekseweg 35 - Vastgesteld
pagina 3 van 41
Inho udsopgave
Bijla gen bij de regels
5
Bijlage 1
6
Gemeente Ermelo
Landschapsplan
Riebroekseweg 35 - vastgesteld
pagina 4 van 41
Gemeente Ermelo
Riebroekseweg 35 - vastgesteld
pagina 5 van 41
Bijlagen bij de regels
Gemeente Ermelo
Riebroekseweg 35 - vastgesteld
pagina 6 van 41
Bijlage 1
Gemeente Ermelo
Landschapsplan
Riebroekseweg 35 - vastgesteld
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE INRICHTING VOOR DE FUNCTIEVERANDERING
BEELDKWALITEITSPARAGRAAF LANDSCHAPPELIJKE INPASSING / GROEN- EN NATUURINCLUSIEF BOUWEN
AAN DE RIEBROEKSEWEG 35 IN DE GEMEENTE ERMELO
19-08-2024
De Regt Danz BNA
Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort
T: 033-455 05 09
E: info@deregtdanz.nl
I: www.deregtdanz.nl
INHOUD
1. Landschappelijke en stedenbouwkundige analyse
3
2. Verevening functieverandering (sloopberekening)
14
3. Het stedenbouwkundig plan
16
4. Beeldkwaliteit
19
4.1 Bebouwing: Stedenbouw en Architectuur
20
Stedenbouwkundige structuur
20
Oriëntatie, bouwmassa en -hoogte
20
Materialen en kleurstellingen
21
Referenties voor traditionele woningen en bijgebouwen
22
Referenties voor hedendaagse landelijke woningen en bijgebouwen
23
4.2 Gezamenlijk gebied
24
Gezamenlijke ontsluitingsgebieden
24
Materialen en kleurstellingen / Referenties voor ontsluiting
25
Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied - erfafscheidingen
26
Gesneden hagen
27
4.3 Groeninrichting gezamenlijk gebied
28
Overzicht groengebieden
28
Bestaande en nieuwe bomen
29
Groen- en natuurinclusief bouwen - puntentabel
30
Referenties / sfeerbeelden
31
2
1. LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE ANALYSE Ligging van het erf in de landschappelijke context Uitgangspunten Sloop van agrarische opstallingen Functieverandering naar wonen Behoud van recreatieve bestemming
Riebroekseweg
▪ ▪ ▪
Nijkerkerweg
1. LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE ANALYSE 19 08 2024
3
Reliëf Plangebied is gelegen op gemiddeld drie meter boven NAP in de overgang tussen de lage gebieden langs de Randmeren en de hogere gronden van de Veluwe.
0,7 m NAP
Riebroekseweg
3,1 m NAP
2,2 m NAP
4,2 m NAP
2,8 m NAP
3,9 m NAP 2,7 m NAP 2,2 m NAP 3,3 m NAP
Nijkerkerweg
6,8 m NAP
4
Geomorfologie en bodem
Riebroekseweg
Gelegen in de dekzandvlakte tussen de poldergronden en de dekzandgordel.
Gordeldekzandglooing met bruine enkeerdgronden Dekzandvlakte met beekeerdgronden
Nijkerkerweg
Beekdalbodem
bruine enkeerdgronden Dekzandrug met zwarte enkeerdgronden Getijdenvlekte met poldervaaggronden
zwarte enkeerdgronden
19 08 2024
5
Historische ontwikkeling - rond 1849
Riebroekseweg
In de omgeving van het erf liggen voornamelijk natte hooi- / graslanden op relatie smalle en oost-west gerichte kavels. De kavels zijn van sloten en houtstroken begeleid. Er zijn percelen met (broek)bossen aanwezig. Op het erf staat nog geen bebouwing. Er lopen verschillende werkpaden naar het erf.
Bosgebieden Akker- en bouwland
Nijkerkerweg
Bebouwing Grasland (hooi- en weidegronden) Zuiderzee
6
Historische ontwikkeling - rond 1849 tot 1975
1849
1900
1950
1975
7
Landschapsstructuur
Polder
Broekontginning
Kampenlandschap
Lage ligging Natte gronden Open landschap Grasland met sloten Gevarieerde kavelpatronen
Ligging in de landschappelijke overgang Halfopen strokenlandschap Grasland met rechte lange sloten Boomsingels, houtstroken en bospercelen
Hogere ligging Droge rijke gronden Halfopen onregelmatig landschap met kampen Akkerzone met enken en enkcomplexen Onregelatige houtwallen en bospercelen
Riebroekseweg
Voormalige bospercelen
Voormalige weg Enkcomplex
Voormalige bospercelen
singels Voormalige boom
Nijkerkerweg Voormalige bospercelen
19 08 2024
8
Historische waarden
Riebroekseweg
In de omgeving van het erf zijn weinig beschermde monumenten aanwezig. De Riebroekseweg is een cultuurhistorisch waardevolle lijn.
Archeologisch monument Monumentale boerderij
Nijkerkerweg
Waardevolle lijn
19 08 2024
9
Natuurwaarden
Riebroekseweg
Beschermde natuurwaarden zijn alleen westelijk van de Riebroekseweg aanwezig.
Groene ontwikkelingszone Gelders natuurnetwerk
Nijkerkerweg
Natura 2000
10
Bestaande situatie van het erf en het omringende landschap
Relicten van boomsingels
Riebroekseweg
Waardevolle boombestand om het erf
oten Lange rechte sl
Relicten van boomsingels
19 08 2024
11
Foto’s van het erf
Bestaande / te slopen stallen
Bestaande / te slopen stallen
Bestaande / te slopen stallen
Bestaande / te slopen stallen
12
Foto’s van het erf
Sloot met houtsingel aan de noordzijde van het erf
Tuin en bestaande woning
Toegangsweg vanaf de Riebroekseweg
Landschappelijke tuin met poeltje
13
2. FUNCTIEVERANDERING (SLOOPBEREKENING)
Riebroekseweg
Te slopen bebouwing
383,4 m²
Totale sloop: 2504,8 m²
Sloop:
2504,8 m² → Maatwerk
Terugbouw:
45 %
→
0,45 x 2504,8
→ 1.127,2 m²
19 08 2024
14
Riebroekseweg
Conceptinrichting
Versterken groene hoofdstructuur & Natuurontwikkeling
Recreatiefunctie beëindigen Bestaande groene rand
Bestaande woning
Bestaande woning met waardevolle tuin
Hofje
Nieuwe woningen
Versterken groene hoofdstructuur
Behoud van waardevolle elementen en structuren Versterken van de landschapsstructuur: ▪ Behoud van bestaande bomen en vervanging bij ziekte ▪ Versterking van de landschappelijke hoofdstructuur ▪ Ontwikkeling van natte / wisseldroge natuur met ruimte voor natuurvriendelijke slootranden ▪ Groen erf met verschillende landschapselementen (hofje met solitaire bomen, boomgaard, moestuin en bloemrijk grasland) Compacte inrichting van het erf met zo min mogelijk verharding ▪ Bestaande woningen ▪ Nieuwe woningen (waarvan de helft in het sociale segment)
19 08 2024
15
3. STEDENBOUWKUNDIG PLAN Verevening en nieuwe inrichting
Riebroekseweg
Terugbouw:
45 %
→
0,45 x 2504,8
3 x 2o1 kap-woningen (A, B, C) → 1 x 2o1 kap-woningen (D) → Bergingen bij (D) → Schuurtje bij moestuin →
6 x 125,00 m² 2 x 94,25 m² 2 x 16,00 m² 1 x 48,00 m²
→ 1.127,2 m²
C D
→ 750,00 m² → 188,50 m² → 32,00 m² → 48,00 m² → 1.018,5 m²
B Rest terugbouwmeters: Rest sloopmeters
→ 108,7 m² 108,7 m² 0,45
A
→ 241,5 m²
Behoud van waardevolle elementen en structuren Groen aanzicht van het erf (vergezichten van buitenaf) Versterken van de landschapsstructuur: ▪ Behoud van bestaande waardevolle bomen ▪ Vervanging van zieke bomen ▪ Versterking van de landschapsstructuur met nieuwe boomsingels (elzen / knotwilgen) ▪ Ontwikkeling van natte / wisseldroge natuur met ruimte voor natuurvriendelijke slootranden ▪ Groen erf met verschillende landschapselementen (hofje met solitaire bomen, beukenhagen, boomgaard, moestuin en bloemrijk grasland Compacte inrichting van het erf met nieuwe woningen ▪ Drie 2o1-kap woningen met inpandige bergingen ▪ 2o1-kap woningen op de plaats van de voormalige stal aan de noordelijke zijde van het erf (eveneens) met inpandige bergingen ▪ 4 van de 8 woningen zijn bedoeld voor sociale koop / huur ▪ Organisatie van de woningen om een gemeenschappelijk hofje
19 08 2024
16
Nieuwe inrichting detail
Schuurtje bij moestuin
Bergingen
singel (elzen) Versterken landschapsstructuur: boom
Ontwikkeling van een strook wisseldroge
) natuur (plas - dras zuidelijk van de elzen
2o1 kap-woningen met inpandige bergingen
2o1 kap-woningen
Moestuin Bestaande woning 35a
Hofje met enkele solitaire bomen 2o1 kap-woningen met inpandige bergingen
35
Boomgaard van hoogstamfruit
Bestaande woning met waardevolle tuin
2o1 kap-woningen met inpandige bergingen
en Zoekzone passeerhav
Compact gezamenlijk erf met ▪ Twee bestaande woningen ▪ Recreatiefunctie beëindigen ▪ 2o1-kap woningen op de plaats van de voormalige stal met bergingen ▪ Drie nieuwe 2o1-kap woningen met inpandige bergingen ▪ Organisatie van de woningen om een gemeenschappelijk hofje ▪ Vrije zichten vanaf de woningen (ontzien elkaar) ▪ Groen aanzicht van het erf vanaf buitenaf gezien door landschappelijke inpassing
19 2908 06 2024 2020
17
Nieuwe inrichting detail + berekening
2 x 4,00 x 4,00 m
8,00 x 6,00 m 3,50 m 9,00 m
C 10,00 m
D
10,00 m
9,42 m
4 woningen bedoeld voor sociale koop / huur 10,00 m
12,50 m
35a
B
10,00 m
35
A
12,50 m
Terugbouw:
45 %
→
3 x 2o1 kap-woningen (A, B, C) 1 x 2o1 kap-woningen (D) Bergingen bij (D) Schuurtje bij moestuin
0,45 x 2504,8
→ 1.127,2 m²
→ → → →
→ 750,00 m² → 188,50 m² → 32,00 m² → 48,00 m² → 1.018,5 m²
6 x 125,00 m² 2 x 94,25 m² 2 x 16,00 m² 1 x 48,00 m²
Rest terugbouwmeters: 108,7 m² 0,45
Rest sloopmeters
18
→
108,7 m²
→
241,5 m²
19 2908 06 2024 2020
4. BEELDKWALITEITSPARAGRAAF
4.1 Bebouwing: Stedenbouw en Architectuur
20
Stedenbouwkundige structuur
20
Oriëntatie, bouwmassa en -hoogte
20
Materialen en kleurstellingen
21
Referenties voor traditionele woningen en bijgebouwen
22
Referenties voor hedendaagse landelijke woningen en bijgebouwen
23
4.2 Gezamenlijk gebied
24
Gezamenlijke ontsluitingsgebieden
24
Materialen en kleurstellingen / Referenties voor ontsluiting
25
Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied - erfafscheidingen
26
Gesneden hagen
27
4.3 Groeninrichting gezamenlijk gebied
28
Overzicht groengebieden
28
Bestaande en nieuwe bomen
29
Groen- en natuurinclusief bouwen - puntentabel
30
Referenties / sfeerbeelden
31
19
4.1 BEBOUWING: STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR
Bebouwing eerste orde (Verwantschap in architectuur / beide traditioneel of beide hedendaags) Bebouwing tweede orde (Verwantschap in architectuur / beide traditioneel of beide hedendaags) Bebouwing derde orde (Ondergeschikt)
Stedenbouwkundige structuur ▪ ▪ ▪
▪ ▪
Boerenerf met landelijke uitstraling Opzet met centraal hofje Bebouwing in relatief compacte opstelling met een hiërarchische opbouw / verdeling: ▪ Eerste orde: de zuidelijke 2o1-kap woningen als markant hoofdgebouw ▪ Tweede orde: architectonische verwantschap met het hoofdgebouw maar soberder in de uitstraling / uitvoering ▪ Derde orde: duidelijk ondergeschikt (twee noordelijke 2o1kap woningen - sociale woningen met ingetogen uitstraling van schuren) Ontsluiting via een lus met zo min mogelijk verharding Zo min mogelijk losse bijgebouwen door inpandige bijgebouwen bij drie 2o1-kap woningen en een zone die gevrijwaard blijft van losse bijgebouwen en opstallingen
Voorgevel met oriëntatie naar het hofje (Hoogwaardige kwaliteit) 35a
Achtergevel met ingetogen uitstraling (Hoogwaardige kwaliteit) Kopgevel (Hoogwaardige kwaliteit) 35 Ingetogen gevel
Ingetogen bijgebouwen (landelijk karakter)
Oriëntatie, bouwmassa en -hoogte ▪ ▪ ▪ ▪
Zone vrij van opstallingen, bijgebouwen aanbouwen en uitbouwen
Nieuwe woningen zijn met de voorgevel georiënteerd naar het hofje Achterzijde van de woningen georiënteerd naar het landschap met hoge architectonische kwaliteit en ingetogen uitstraling Nokhoogte van de woningen bedraagt maximaal 8 meter Goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 4 meter
19 2908 06 2024 2020
20
Materialen en kleurstellingen
Materialen / kleurstellingen voor daken
Dakpannen grijs
Dakpannen antraciet
(Gedeeltelijk) rieten kap (alleen eerste orde)
Op elkaar afgestemde / geïntegreerde / meeontworpen zonnepanelen
Geveldelen: baksteen rood
Geveldelen: hout / potdeksel
Geveldelen: hout / potdeksel
Materialen / kleurstellingen voor de gevel
Plint: Baksteen grijs / aardetinten
21
Referenties voor traditionele landelijke woningen en bijgebouwen
Eerste orde
Derde orde
Geen schuttingen
Gevel georiënteerd naar het hofje en kopgevel (metselwerk) met asymmetrische gevelindeling en rieten kap
Gevel georiënteerd naar het hofje en kopgevel (houten delen)
Tweede orde
Geen schuttingen
Gevel georiënteerd naar het hofje en kopgevel (metselwerk)
Voorbeeld schuurtje ten behoeve van de moestuin
22
Referenties voor hedendaagse landelijke woningen en bijgebouwen
Kopgevel tweede orde
Ingetogen gevel en kopgevel
Hedendaagse uitstraling kopgevel met voorbeeld impandige garage / berging
Bijgebouw opgaand in het landschap (mogelijk ook donkere tinten passend bij de gevels van de woningen)
23
4.2 GEZAMENLIJK GEBIED
Gezamenlijke ontsluitingsgebieden ▪ ▪ ▪
Behoud van de landelijke uitstraling van de ontsluiting Zo min mogelijk verharde gebieden Eenvoudige bestrating
Nieuwe ontsluiting 35a Bestaande ontsluiting (35a)
Markering parkeerplaatsen 35
19 2908 06 2024 2020
24
Materialen en kleurstelling / Referenties voor ontsluiting
Eenvoudige bestrating met landelijke uitstraling
Eenvoudige straatstenen
Groen parkeren
Groene paden
25
Overgangen tussen eigen terrein en gezamenlijk gebied - erfafscheidingen ▪
▪
▪ ▪
Erfafscheidingen worden uitgevoerd als (gesneden) haag: ▪ Voorzijde van de woning circa 1 m hoog ▪ Achterzijde woningen maximaal 1,80 m hoog Soorten voor hagen: ▪ Beuk (Fagus sylvatica) ▪ Haagbeuk (Carpinus betulus) ▪ Veldesdoorn (Acer campestre) ▪ Meidoorn (Crataegus monogyna) ▪ Liguster (Ligustrum ovalifolium) Schuttingen en gebouwde erfafscheidingen zijn ongewenst
Bestaande hagen 35a
Lage haag voorzijde woningen en naar het landschap gerichte zijde (uitzicht) Hogere haag tussen de woningen (privacy) 35
Hekwerk met klimop is een mogelijk alternatief voor hogere hagen tussen de woningen (in verband met privacy)
19 2908 06 2024 2020
26
Gesneden hagen Waarde voor natuur en landschap: De haag vormt een groene kader aan de voor- en zijkant van de erven. Door het onderhoud ontstaat een compacte en dichte heg. Een haag biedt bescherming voor vogels en insecten. Aanplant Mogelijke soorten zijn: Beuk (Fagus sylvatica) Haagbeuk Carpinus betulus) Veldesdoorn (Acer campestre) Meidoorn (Crataegus monogyna) Liguster (Ligustrum ovalifolium) (heeft bloemen en bessen) Aanplant in 1 plantrij met 4 planten per meter (bosplantsoen) Volgroeide breedte: circa 0,5 tot 1 meter en hoogte: circa 1 meter aan de voorzijde en maximaal 1,80 meter aan de achterzijde. Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig De haag dient ongeveer 2 tot 3 keer per jaar gesnoeid te worden in een trapezium vorm (onderin wat breder dan boven) zodat ook de onderste delen van de haag voldoende bezonning krijgen
Veldesdoornhaag
Beukenhaag
Meidoornhaag
27
4.3 GROENINRICHTING GEZAMENLIJK GEBIED
Overzicht groengebieden ▪ ▪
▪
Behoud van de bestaande landelijke sfeer Inrichting met traditionele elementen van een boerenerf: ▪ Moestuin ▪ Boomgaard met hoogstamfruit ▪ Centraal hofje met erfbomen / eikengaard Ontwikkeling van een strook wisseldroge natuur (plas - dras zuidelijk van de elzen)
Bos 35a Centraal hofje met eikengaard Rand landschappelijke inpassing met Boomgaard (hoogstamfruit) en bomen 35 (Gemeenschappelijke) moestuin
Nieuwe wisseldroge natuur
19 2908 06 2024 2020
28
ca 6-7 m
Bestaande en nieuwe bomen ▪
▪ ▪ ▪
Versterking van de landschappelijke hoofdstructuur (oost-west gerichte houtstructuren) ▪ Elzen-eikenbos aan de zuidzijde (met vooral zomereik, gewone es, esdoorn en zwarte els in de boomlaag) ▪ Doorzetten van de dichte elzensingel langs de sloot aan de noordzijde van het erf Behoud van de bestaande bomen (mogelijke vervanging van de rij beuken bij de bestaande woning Nieuwe eiken in het centrale hofje Nieuwe hoogstam fruitbomen in de boomgaard tussen de woningen
Bestaande bomen
Elzen-eikenbos 35a Elzensingel - Alnus glutinosa
Notenboom - Juglans regia 35 Zomereik - Quercus robur
Verschillende soorten fruitbomen
Veldesdoorn - Acer campestre
Gewone Wilg - Salix alba
19 2908 06 2024 2020
29
26 punten nodig Maatregelen / Locatie
Groen- en natuurinclusief bouwen - puntentabel 1 boom
Stap 1 - bepalen omvang project
Stap 2 - het verplichte aantal te behalen punten: Zeer grootschalige projecten:
Insectenhotels (2 stk)
1
Nestkast voor vlinders (1 stk)
1
Nestplaats voor vogels (2 stk)
1
Het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar
1
Verblijfplaats vleermuizen (1 stk)
1
Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen
1
Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o.a. Egel)
1
Inheemse bomen (27 stk) = (27/3) = 9
9
Inheemse haag (> 10 m lang)
1
Boomgaard met > 10 fruitbomen
2
Bloemrijk grasland (> 1000 m²)
3
Inheems bosje > 300 m² (ca 533 m²)
3
Waterschaal voor vogels
1
Regenton (indicatief 8 stk)
1
Natuurvriendelijke oever > 10 m Strook van 10 m breedte en 100 m lengte
2
4 bomen
15 bomen
De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang, hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld: A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m². B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m² en 2.000 m² C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m² en 10.000 m². D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m².
Punten
35a
7 bomen
35
26 punten.
12 fruitbomen
Totaal
1 boom
19 2908 06 2024 2020
30
29
Referenties voor groengebieden en landschappelijke inpassing
Centraal hofje met eikengaard
(Gemeenschappelijke) moestuin
Boomgaard van hoogstamfruit
Behoud van de bestaande landschappelijke rand met bomen aan de oost- en zuidzijde van het erf
31
ALGEMEEN Bij uitvoering van de werkzaamheden moet altijd invulling gegeven worden aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Er moeten passende maatregelen genomen worden om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Tijdens het broedseizoen worden geen aanleg- of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (15 maart tot 15 juli). De natuurinclusieve maatregelen worden in de anterieure overeenkomst en in regels van het bestemmingsplan vastgelegd als voorwaardelijke verplichting. De meest belangrijke onderdelen / punten hebben betrekking tot de landschappelijke inpassing (solitaire bomen, boomsingels, bosje, bloem- en kruidenrijk grasland / randen, boomgaard en hagen).
Faunaverblijven De verschillende nestkasten, -verblijven voor insecten, bijen, vlinders en vogels (mussenflat)worden geplaatst op hiervoor geschikte locaties op het erf of in de omgeving. Zo wordt een nestkast voor vogels en een waterschaal voor vogels in de nieuw aan te leggen boomgaard met hoogstamfruit geplaatst. De verblijfplaats voor vleermuizen (aan het bijgebouw) wordt uitgevoerd in drie geschakelde / gekoppelde spouwmuurkasten aan de rand van het erf zodat de vleermuizen in het open landschap kunnen voerageren. Nestkasten voor mussen en / of zwaluwen
Insectenhotel
Nestkast voor vlinders
Bloemrijk grasland en de kruidenrijke randen Waarde voor natuur en landschap: Bloemrijk grasland is door het hele jaar een schuil- en foerageerplek voor de vleermuizen, zwaluwen, kleine zoogdieren, bijen, vlinders en andere insecten. Een gebied met bloemrijk grasland heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Aanleg is niet van toepassing. Het gaat om bestaand grasland zonder inzaaien. De soortensamenstelling van soorten is grondgebonden en afhankelijk van het maaibeheer, bezonning en neerslag. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer. Aanleg Er wordt uitgegaan van verschraling door maaibeheer. Inzaaien is niet gewenst omdat de meeste zaaigoedmengsels niet grondgebonden zijn.
Nestkast / verblijfplaats voor vleermuizen
Beheer Twee keer per jaar maaien (eind juli en september) Maaigoed altijd afvoeren Niet bemesten met (drijf)mest Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
Nestkasten voor mussen
32
Nestkasten voor zwaluwen
Strook met wisseldroge natuur (plas - dras gebied) Waarde voor natuur en landschap: Vochtige schraalgraslanden zijn grazige, laagproductieve begroeiingen op vochtige en natte bodems. In goede vorm zijn ze opmerkelijk soortenrijk, vooral wat de flora betreft. Geringe verschillen in de bodem en het grondwaterregime geven aanleiding voor vele verschillende soortencombinaties. Het gebied heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer. Aanleg De gronden worden enigszins gemodelleerd: lage delen zijn het licht glooiende tracé van de regenwaterafvoer en de natte natuurzone met plas-dras gebied. In de winter en na regenbuien blijft het water in de (circa 50 tot 70 cm) lage zone staan. De helling van de oevers is flauw (minimaal 1 op 6). Na modellering van de gronden (in grondbalans / zonder grondafvoer) hoeft niet ingezaaid te worden. De grondgebonden soortencombinaties groeien vanzelf. Verdere verschraling ontwikkelt zich geleidelijk door maaibeheer. De exacte omvang en de diepte van het waterbergingsgebied zijn afhankelijk van de waterbergingsberekening en de aanwezige grondwaterstanden. Om permanent water te laten staan moet het gebied tot minimaal 30 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) worden afgegraven.
Nader onderzoek (standen GHG en GLG) en uitwerking zijn noodzakelijk in overleg met het Waterschap Vallei en Veluwe. Beheer Een tot twee keer per jaar maaien (eind juli en september) Maaigoed altijd afvoeren (nadat zaden van het maaigoed zijn uitgevallen) Niet bemesten met (drijf)mest) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren) Bloemrijk grasland met natuurvriendelijke oevers langs de sloot
Nat / wisseldroog grasland
Droog bloemrijk grasland
33
Inheems bosje (Elzen-eikenbosje) Waarde voor natuur en landschap: Kleine bossen zijn gebieden van rust en bieden nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele dieren zoals vogels, zoogdieren en insecten. Kleine bossen hebben een kernzone, een mantel met struiken en een zoom met kruidenlaag. Oude bomen bieden broedgelegenheid aan spechten en andere holenbroeders (vleermuizen overwinteren en brengen jongen voort in boomholten). Omgevallen dode bomen raken begroeid met mossen en paddestoelen en vormen een leefgebied voor veel soorten Insecten. Kleine bossen zijn prachtige structuurelementen in het landschap. In kleine bossen wordt veel CO2 opgeslagen.
4
Het bosje bestaat in los verband geplante bomen en struiken als mantelvegetatie met de volgende soorten: Zomereik (Quercus robur) Els (Alnus glutinosa) Verschillende soorten esdoorn (Acer campestre, Acer pseudoplatanus, Acer platanoides) Zachte berk (Betula pubescens) Es (Fraxinus excelsior) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Sporkehout (Rhamnus frangula) In de randen / (mantelvegetatie): Inheemse vogelkers (Prunus padus) Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) Gewone vlier (Sambucus nigra) Hazelaar (Corylus avellana) Gelderse roos (Viburnum opulus)
-5
m
Inheems bosje (met rijke ondergroei) in de vroege lente
4-
2 1,5 -
m
5m
1,5 - 2 m Indicatief plantschema
Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) De bomen worden op circa 4 - 5 m van elkaar geplant De struiken worden op circa 1,5 tot 2 m van elkaar geplant (als ondergroei en mantelvegetatie aan de buitenrand van het bosje) Plantmateriaal: ▪ Bomen: geveerde bomen (150 / 200) ▪ Heesters: 2 x verplant, zonder kluit (60 / 80) Eventueel kan een raster ter bescherming van het bosje geplaatst worden (tijdens de eerste 2 - 3 jaren) De bomen en struiken moeten voldoende groeiruimte krijgen Beheer De aanplant heeft met name de eerste 2 jaar voldoende water in droge perioden nodig Indien nodig kan de houtsingel (gedeeltelijk / gefaseerd) afgezet worden (om de 10 - 15 jaar) Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
Inheems bosje (met rijke ondergroei) in de zomer
34
Inheemse bomen Boomsingels Singels van (elzen en (knot)wilgen) structureren het landschap en passen bij de cultuurhistorisch gegroeide broekontginningslandschap.
Eiken in de boomgaard Eiken groeien vrij en ontwikkelen een natuurlijke kroonvorm. Bomen bieden schaduw in de zomer en laten het zonlicht / warmte door in de winter. Bomen zijn kenmerkende elementen op het erf.
Hoogstamfruit in de boomgaard Een hoogstamboomgaard is een karakteristiek landschapselement van een boerenerf. Boomgaard bestaat uit meerdere fruitbomen op bloemrijk grasland. De eerste zijtakken groeien op minimaal 180 centimeter boven de grond.
Aanplant De aanplant vindt plaats tijdens de wintermaanden (half oktober tot half maart; vorstvrij!) Plantmateriaal: ▪ Boomsingels een hoogstam-boom (plantmaat 10-12) ▪ Eiken in de boomgaard (plantmaat 12-14) Aanplant met boompaal is te adviseren Beheer De jonge bomen hebben met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden nodig Na 4-5 jaar kunnen boompaal en -band worden verwijderd Bij jonge fruitbomen wordt de vormsnoei toegepast waarbij iedere fruitboom in zijn specifieke vorm wordt gesneden en het gestel wordt vastgelegd. Later vindt jaarlijk de onderhoudsnoei plaats, waarbij dood hout en wilde scheuten worden verwijderd en de vruchttakken / het vruchthout wordt onderhouden. Indien nodig kunnen dode of zieke takken gesnoeid worden in de wintermaanden (met uitzondering van de eventueel te planten notenboom - als vervanging van de zieke beuken - die het beste tussen september en december gesnoeid kunnen worden vanwege sapuittreding / bloeden) De knotwilgen worden om de vier jaar in de wintermaanden geknot.
Overige maatregelen van het puntensysteem Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een tweede gebruik Toepassing van regentonnen
Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen en andere dieren Toepassing van faunavriendelijke verlichting
Opvang en gebruik van regenwater in de tuin
Aandacht voor vleermuis- en faunavriendelijke verlichting (Timberlab - faunavriendelijke verlichtingselementen van hout)
35
Heeft u naar aanleiding van de inhoud nog vragen,
Raadhuisplein 2
dan kunt u zich richten tot...
www.ermelo.nl
Postbus 500 3850 AM Ermelo t
0341 56 73 21
f
0341 56 73 69
e
gemeente@ermelo.nl
i
www.ermelo.nl