CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE NIEUW: Bestemmingsplan e250041580

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Hamburgerweg 149-15123.401 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De tweede tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2021. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.

Waterbeheer 21e eeuw De commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21) is gevraag advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland, rekening houdend met ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en

25

zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer: -

Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren; Schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Bij ‘vasthouden, bergen, afvoeren’ wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer toch een wateroverschot ontstaat, wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij ‘schoonhouden, scheiden en zuiveren’ gaat het om een voorkeurvolgorde, waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten.

Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma’s, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het IJsselmeerpeil, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene – en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst.

Een belangrijk principe is dat zoveel mogelijk van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

26

Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Analyse Watertoets In het kader van voorliggend plan is een digitale watertoets uitgevoerd. Het plan is, vanuit waterhuishouding bezien, voor het waterschap Vallei en Veluwe van geen essentieel waterbelang. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven, zie bijlage 8. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebied specifieke aandachtspunten voor water.

Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Op het erf is genoeg ruimte en groen om aan infiltrerende maatregelen en buffering te voldoen. De erfverharding in het plangebied is in staat hemelwater te laten infiltreren.

Met andere woorden, het hemelwater in het plangebied valt, wordt geïnfiltreerd in de bodem en niet afgevoerd via de riolering. Infiltratie wordt mogelijk gemaakt d.m.v. infiltratiekratten of een natuurlijke verlaging in het terrein (wadi). Overstromingsrisicoanalyse Het plangebied valt buiten een van de 14 dijktrajecten. Dit betekend dat er geen overstromingsrisicoanalyse uitgevoerd hoeft te worden. Conclusie Het aspect wordt nader onderzocht.

27

5.8 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving van een beoogde ontwikkeling worden belemmerd door de ontwikkeling en of ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het gaat hierbij om interne en externe werking. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. Wanneer het plangebied en omgeving getypeerd kunnen worden als 'gemengd gebied' bedragen de hindercontouren minder. De VNG-publicatie omschrijft een gemengd gebied als: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven.’ Analyse Het plan voorziet in het realiseren van woningen. Dit is een gevoelige bestemming die binnen het bestemmingsplan reeds mogelijk is. In de direct omgeving van het plangebied bevinden zich overwegend woningen. Uitsluitend aan de westzijde ligt aan de Hamburgerweg een perceel met de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, namelijk op basis van artikel 1 van het bestemmingsplan: “educatieve, sociale, culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, medische voorzieningen waaronder huisartsen, dierenartsen, tandartsen en fysiotherapie, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie – met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren – en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, wonen in bijzondere woonvormen, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen”. Theoretisch kan in een worstcase situatie sprake zijn van een sporthal. De grootste te hanteren richtafstand is in dat geval 50 meter vanwege het hinderaspect geluid. De afstand van het bouwvlak Maatschappelijk tot het bouwvlak van het beoogde Wonen is korter dan 50 meter en voldoet daarmee niet aan de richtafstand.

Dat wil echter niet zeggen dat het Wonen hier niet kan worden toegestaan. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan liggen namelijk al gevels van andere geluidgevoelige bestemmingen (bestaande bebouwing Hamburgerweg 159 & 163) dichter bij deze maatschappelijke bestemming (ca. 1,5 meter afstand) en die zijn dan ook maatgevend voor de ter plaatse toelaatbare hinder. In dit geval heeft de bestemming “Maatschappelijk” in werkelijkheid betrekking op een ‘zorgvilla’ voor langdurig verblijf voor ouderen met dementie. De daadwerkelijk daarbij te verwachten hinder is nihil. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd door functies uit de omgeving, evenmin vormt het plan een belemmering voor bestaande functies.

5.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Met betrekking tot de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) en Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip 'niet in

28

betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstof (NO 2), fijnstof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: -

er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL; een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Analyse Het plan betreft de sloop van 2 woningen en de vervangende nieuwbouw in de vorm van 11 grondgebonden woningen. Het betreft hier een plan categorie 3A.2 overeenkomstig bijlage 3a van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (milieukwaliteitseisen). Per ontsluitingsweg worden minder dan 1.500 woningen en/of minder dan 100.000 m² bvo kantoor gerealiseerd. Volgens bijlage 3B van de Regeling draagt het plan hierdoor ‘niet in betekenende mate’ bij. Er hoeft daarom niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof PM10/PM2,5. Conclusie Het plan draagt in niet betekende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het project is op basis van het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.

5.10 Externe veiligheid Beleidskader Uitgangspunt bij het externe veiligheidsbeleid is een risicobenadering op basis van risicoberekeningen, met daarbij een wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico (een basisbeschermingsniveau voor elk individu) en een afwegingsruimte voor het bevoegd gezag om te bepalen welke risico’s voor grotere groepen mensen aanvaard worden (de verantwoordingsplicht van het groepsrisico). De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid luidt: ‘Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s. De overheid garandeert een zogenaamd ‘basisbeschermingsniveau’ voor externe veiligheid.’ Analyse In de omgeving van het plangebied ligt op een afstand van meer dan 400 meter een leiding van de Gasunie (rode stippellijn in de figuur) met buitendiameter 4,25 inch en een druk van 40 bar. De 1% letaliteitcontour bevindt zich op circa 50 meter afstand van de gasleiding. Het plangebied bevindt zich niet binnen de 10-6 risicocontour noch het invloedsgebied van deze leiding. Nader onderzoek naar het Groepsrisico is hier dan ook niet nodig. De spoorlijn waarop Ermelo is aangesloten, betreft een spoorlijn waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De veiligheidscontour 10-8 is maximaal 148 meter vanaf de spoorlijn gelegen.

Het plangebied ligt op 350 meter afstand van het spoort en valt hiermee niet binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. Nader onderzoek dan wel een verantwoording van het Groepsrisico vanwege de spoorlijn is niet nodig. Groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied

29

van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". De provinciale weg N303 is een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risicocontour PR 106 ligt op 0 meter afstand van de weg. Het plangebied ligt op meer dan 900 meter afstand van deze weg en derhalve niet in het invloedsgebied. Nader onderzoek of een verantwoording van het Groepsrisico is hiervoor dan ook niet nodig. Ten zuidwesten van het plangebied ligt aan de Oude Telgterweg, nabij de spoorlijn, “Meatindustrie”, een bedrijf dat op grond van de opslag van ammoniak van maximaal 1900 kg een 10-6 PR-risicocontour bevat op 35 m afstand. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Nader onderzoek en een verantwoording van het Groepsrisico zijn hier dan ook niet nodig.

Afbeelding 7 Risicokaart plangebied en omgeving Op basis van de uitgevoerde inventarisatie en beoordeling externe veiligheid wordt geconcludeerd dat er geen vervolgonderzoek of verantwoording van het groepsrisico nodig is. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen beperking voor onderliggend initiatief.

5.11 Mer-beoordeling Beleidskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer (Wm) zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de D-drempel.

30

In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, dienen de volgende stappen genomen te worden. 1. De initiatiefnemer stelt een aanmeldingsnotitie op. 2. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit. 3. De initiatiefnemer voegt het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Vormvrije m.e.r-beoordeling Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de Dlijst uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: -

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en de bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet niet in het bouwen van 2.000 of meer woningen. Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Er zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en daarom hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn de belangrijkste milieuaspecten in beeld gebracht in dit hoofdstuk. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldingsnotitie in het kader van het Besluit milieueffectrapportage.

5.12 Conclusie Op basis van uitgevoerde onderzoeken en een analyse van de beoogde situatie blijkt dat ruimtelijke en milieukundige aspecten geen belemmering vormen voor het voorziene bouwplan.

31

6 Uitvoerbaarheid 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1 Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1.Bro en artikel 6.18 Bor moet een bestemmingsplanherziening aan verschillende overheidsinstanties voorgelegd worden. Hierna een korte samenvatting. Waterschap Vallei & Veluwe Vooroverleg met het Waterschap heeft plaatsgevonden via het invullen van de digitale watertoets op 15 oktober 2020. De bestemming en de grootte van het plan hebben geen invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Waterschap Vallei en Veluwe heeft aangegeven geen waterschapbelang te hebben bij dit plan. Provincie Gelderland Het bouwplan omvat een kleinschalige vorm van inbreiding door in fase 1 11 grondgebonden woningen te realiseren en dat is in principe binnen de woonbestemming toegestaan. Het bouwplan is hierdoor uitgezonderd van het provinciale vooroverleg.

6.1.2 Betrokkenheid omwonenden De directe aanwonenden aan de Hamburgerweg 143, 153-159, de Oude Telgterweg 102-116 en Wethouder Paulushof 10, 12, 16 zijn door de initiatiefnemer bezocht. Vanuit de omwonenden zijn geen bezwaren op dit plan geuit.

6.1.3 Zienswijzen De ontwerp bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kan iedereen zienswijzen indienen bij de gemeenteraad van Ermelo. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze toelichting weergegeven.

6.2 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat ruimtelijke plannen economisch uitvoerbaar moeten zijn. De gemeente Raalte heeft een ontwikkelingsovereenkomst met de initiatiefnemer (UWOON) gesloten, waarin is vastgelegd dat de kosten voor de procedure, de landschappelijke inpassing en eventuele kosten voor planschade volledig voor zijn rekening komen. Het is niet nodig een exploitatieplan vast te stellen omdat het kostenverhaal met een ontwikkelingsovereenkomst is geregeld. De economische uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling is hiermee voldoende gegarandeerd.

6.3 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk, en economisch uitvoerbaar is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.

32

7 Vooroverleg 7.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat deze bestemmingsplanherziening geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

7.2 Provincie Gelderland Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Gelderland heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt en een zogenoemde ‘Vooroverleglijst ruimtelijke plannen’ opgesteld. Voor plannen in het buitengebied/ groene omgeving is in deze lijst onder B, lid 4 opgenomen: Nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen met KGO Plannen/omgevingsvergunningen waarvoor de KGO van toepassing is, wanneer deze passen binnen een gemeentelijk beleidskader (vastgesteld door de raad) dat door de provincie is beoordeeld als zijnde in overeenstemming met de Omgevingsvisie Overijssel, Omgevingsverordening en Werkboek KGO. In dit beleidskader staat in ieder geval: - op welke wijze de balans tussen ontwikkelingsruimte en kwaliteitsruimprestatie wordt bepaald, - op welke wijze via het proces binnen de gemeentelijke organisatie geborgd wordt, dat de gewenste ruimtelijke kwaliteit wordt behaald. De goede werking van dit beleidskader moet zich bewezen hebben bij een aantal casussen waarover de provincie positief advies heeft uitgebracht. Het vorenstaande wordt daarom afgezien van het voeren van vooroverleg met de provincie Overijssel.

7.3 Waterschap Vallei & Veluwe Het waterschap is geïnformeerd middels de digitale watertoets. Deze toets resulteerde in een positief wateradvies van het waterschap Vallei & Veluwe. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat nader overleg in het kader van vooroverleg niet noodzakelijk is. De standaard waterparagraaf is te vinden in bijlage 8.

7.4 Inspraak De ontwerp bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn kan iedereen zienswijzen indienen bij de gemeenteraad van Ermelo. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze toelichting weergegeven.

33

8 Toelichting op de regels 8.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Inleidende regels; - Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; - Hoofdstuk 3 Algemene regels; - Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

8.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.

8.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 2 Wijze van meten: In dit artikel is de wijze van meten opgenomen.

8.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: - bestemmingsomschrijving

34

- bouw- en gebruiksregels - afwijken van bouw en gebruiksregels

8.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels bestaan uit de Anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduiding regels, algemene afwijkingsregels en overige regels.

8.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotregels. Hierin wordt de officiële benaming van dit bestemmingsplan weergegeven.

8.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.

35

Bijlagen Bijlage 1 Advies Natuurinclusief bouwen Bijlage 2 Rapport Archeologie Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna Bijlage 4 Aanvullend ecologisch onderzoek Bijlage 5 Stikstofberekening Bijlage 5a AERIUS-ontwikkelfase Bijlage 5b AERIUS-gebruiksfase

Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Watertoets Bijlage 9 Amendement Bijlage 10 Raadsbesluit vaststelling bestemmingsplan Bijlage 11 Civieltechnische tekening

36

Advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-152 te Ermelo

Colofon Advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-151 te Ermelo

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

BiedtRuimte dhr. R. Nijmeijer

Projectnummer en versie: 2617 versie 1.1 Veldmedewerker(s): P.Leemreise

Auteur: P.Leemreise

Status: Concept Rapportdatum: 19-2-2021; aangepast 82-2-2023

Ligging projectgebied: Hamburgerweg 149-151 Ermelo

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding en doel ........................................................................................................................ 3

1.1 INLEIDING .................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 3 1.3

Voorgenomen activiteit ..................................................................................................................... 3

1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 5

2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3

Potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren ................................................ 6

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Potentie van het plangebied .................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 4

Kansen voor natuurinclusief bouwen in het plangebied.......................................................... 7

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 4.2 Medegebruik van dieren in het plangebied ............................................................................................. 7 4.3 Inrichting van de buitenruimte .............................................................................................................. 13 4.4 Voorzieningen voor dieren ..................................................................................................................... 14 4.5 Erfverharding .......................................................................................................................................... 15 4.6 Conclusie ................................................................................................................................................ 15

2

HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN DOEL 1.1 INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de herontwikkeling van een perceel aan de Hamburgerweg 149-151 te Harderwijk. De ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij fase één bestaat uit de bouw van elf grondgebonden woningen. In het kader van gemeentelijk beleid om natuurinclusief bouwen te promoten, is de initiatiefnemer verplicht een aantal maatregelen uitte voeren. BiedtRuimte heeft Natuurbank Overijssel gevraagd een advies te geven over passende maatregelen, overeenkomstig de gemeentelijke lijst met maatregelen, voor natuurinclusief bouwen in het plangebied. 1.2 Doel De gemeente Ermelo heeft een lijst met concrete maatregelen opgesteld welke een bijdrage leveren aan natuurinclusief bouwen. Elk van deze maatregelen wordt gewaardeerd met een bepaald aantal punten (tussen 1 en 3 punten). De puntenwaardering is afhankelijk van de omvang van de maatregelen. Initiatiefnemer moet in totaal 11 punten scoren indien het plangebied tussen de 1-2000 m2. In voorliggende rapportage worden zinvolle en toepasbare maatregelen uit de gemeentelijke lijst met maatregelen voorgesteld voor fase 1, zodat initiatiefnemer voldoet aan het minimum aantal van 11 punten. De maatregelen dienen functioneel te zijn voor het plangebied.

Het advies is tot stand gekomen op basis van een analyse van de ligging van het plangebied in het landschap, regionale kenmerken, oppervlakte van het plangebied, beschikbaarheid aan buitenruimte, bouwstijl en gebruikte materialen. De initiatiefnemer kan vervolgens een keuze maken uit de voorgestelde maatregelen.

1.3 Voorgenomen activiteit Het voornemen is om elf grondgebonden (huur)woningen te bouwen, verdeeld in twee blokken. Dit zijn compacte maar complete sociale huurwoningen met een GO van ca. 90 m2. De woningen zijn deels gelegen op het braakliggende binnenterrein en deels aan de Hamburgerweg. De woningen aan het binnenterrein zijn geplaatst aan een nieuw groen hofje. Dit hofje is de afsluiting van de recente nieuwe ontwikkeling van de Oude Telgt. Aan de Hamburgerweg staat een rijtje woningen met de voordeur aan straatzijde. De architectuur met het afwisselende wit en bruin gemêleerde metselwerk verwijst direct naar de kleurstelling van de woningen aan de Oude Telgt. Door de beschikbare ruimte achter ‘de Luwte’ is er voldoende ruimte voor het parkeren. Met deze parkeerkoffer is er een positieve parkeerbalans. Waarbij we het centrale groene hofje niet hoeven te verharden om parkeerplaatsen te realiseren. Al het regenwater wordt bovengronds afgekoppeld. Er zal worden onderzocht op welke wijze dit het beste mogelijk is. Op onderstaande afbeelding wordt een aanzicht van nieuwbouw weergegeven. Tevens wordt een plattegrond weergegeven, waarop de buitenruimte van het plangebied na planrealisatie zichtbaar is.

3

Plattegrond van het wenselijke eindbeeld.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld.

1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt kort ingegaan op het plangebied. De karakteristieken van het plangebied worden beschreven, inclusief de directe omgeving. In hoofdstuk 3 wordt de potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren, specifiek voor een bouwplaats in de woonkern Ermelo, weergegeven, om vervolgens in hoofdstuk 4 voorstellen te presenteren voor natuurinclusief bouwen. De voorstellen worden zo concreet mogelijk gepresenteerd, inclusief verbeeldingen en adviezen over plaatsing en onderhoud.

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Hamburgerweg 149-151 te Ermelo. Het in de woonkern Ermelo en wordt aan alle zijden omgeven voor stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een luchtfoto.

Globale ligging van het plangebied (aangeduid met geld lijn).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit braakland en gedeeltelijk uit grasland. In het plangebied staan enkele solitaire loofbomen.

5

HOOFDSTUK 3

POTENTIE VOOR DUURZAAM MEDEGEBRUIK VAN PLANTEN EN DIEREN

3.1 Algemeen De potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren in een bepaald plangebied is afhankelijk van een aantal factoren. Zo zijn gebruik van het plangebied, oppervlakte, landschappelijke kenmerken, mate van isolatie, beheer, materiaalgebruik, mate van direct zonlicht, beslotenheid, verspreiding van bepaalde (weinig) mobiele soorten, bouwstijl en materiaalgebruik allemaal factoren die van invloed zijn op de potentiële geschiktheid van het plangebied als leefgebied, groeiplaats of rust- of voortplantingsplaats. 3.2 Potentie van het plangebied Het plangebied (fase I) is 2.050 m2 groot en ligt in de woonkern van Ermelo. Het ligt in deel van de woonkern met veel vrijstaande woningen, waarvan de meeste een kleine voor- en achtertuin hebben. Verspreid in de omgeving staan enkele solitaire bomen. Laanbomen ontbreken langs de wegen in de omgeving van het plangebied. Het woonblok van vier woningen krijgt een voor- en achtertuin, het woonblok van acht woningen krijgt alleen een achtertuin, gericht naar de achtertuin van woningen aan de Oude Telgterweg. Ten noorden van het woonblok van acht woningen, wordt een hofje aangelegd. Gelet op de aard van het plangebied, het omringende landschap en de verspreiding van soorten, zijn er potenties voor natuurinclusief bouwen.

Er is potentie voor planten en dieren in de buitenruimte en er is potentie voor het integreren van rust- en voortplantingsplaatsen voor vogels en vleermuizen in de gebouwen. Technisch bezien, kan ook het dak van schuurtjes voorzien worden van een groen dak. In het volgende hoofdstuk worden de concrete voorstellen gepresenteerd.

6

HOOFDSTUK 4

KANSEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN IN HET PLANGEBIED

4.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden per ecologische groep, concrete voorstellen gedaan voor natuurinclusief bouwen in het plangebied. Bij het bepalen van de voorstellen is rekening gehouden met concrete maatregelen, zoals de gemeente Ermelo die heeft opgenomen in een puntenlijst (zie bijlage). 4.2 Medegebruik van dieren in het plangebied Insectenhotel In het plangebied kan een insectenhotel geplaatst worden. Deze dient in de volle zon geplaatst te worden. de minimale oppervlakte van een insectenhotel is 1 m2. Insectenhotels zijn kant en klaar te koop.

Insectenhotel

Conclusie: er kan 1 punt worden toegekend. Vlinderkast Op een beschutte plek, maar met een vrije aanvliegmogelijkheid, kan een vlinderkast geplaatst worden. Geadviseerd wordt om niet meer dan één vlinderkast te plaatsen.

Vlinderkast

Op onderstaande afbeelding wordt de plek aangeduid waar de vlinderkast en insectenhotel aangebracht worden.

7

Locatie van de te plaatsen voorzieningen.

Er kunnen twee punten toegekend worden.

Nestkast voor vogels In de bomen in het plangebied kunnen vogelkasten geplaatst worden. Geadviseerd wordt om één kast voor de pimpelmees en één kast voor de koolmees te plaatsen. Deze kasten kunnen ook door andere vogelsoorten benut worden. Om huismussen een nestplaats te bieden, kunnen huismussenkasten geplaatst worden, zowel op de gevel als in de gevel, middels inbouwkasten. Kasten aan de gevel van de woning geplaatst, het liefst onder de dakrand. Ook kan vogelschroot verhoogd worden geplaatst, zodat huismussen onder de onderste rij dakpannen kunnen nestelen. Geadviseerd wordt om minimaal vier nestplaatsen voor de huismussen te plaatsen.

Huismus kasten; type opbouwkast.

Ook kan gekozen worden zes nestkasten voor gierzwaluwen te plaatsen op- of in de buitengevel, bij voorkeur de zijgevel . Geadviseerd wordt zes ingemetselde gierzwaluwkasten te plaatsen (3x2 stuks). 8

Links: geschikte zijgevels voor gierzwaluwkast. Rechts: verbeelding van gierzwaluwkast.

Voorgestelde maatregelen Er worden zes inmetselkasten voor de gierzwaluw aangebracht (zie tekening onder).

Locatie van de te plaatsen voorzieningen.

Er kunnen zes punten toegekend worden.

9

Er worden twee mezennestkasten geplaats (zie tekening onder).

Locatie van de te plaatsen voorzieningen.

Er kunnen twee punten toegekend worden.

Er wordt verhoogd vogelschroot aangebracht op drie daken (zie tekening onder). Hiervoor wordt een puntentelling van punten per dakvlak aangehouden.

Locatie van de te plaatsen voorzieningen.

10

Er kunnen 9 punten toegekend worden. Voedsel voor vogels Een siertuin met gazon, bomen, struiken en heesters hebben vogels het hele jaar door voedsel te bieden. Geadviseerd wordt om niet alle gevallen bladeren weg te halen. Veel vogels vinden in de winterdag hun voedsel tussen bladeren op de grond. Mits de buitenruimte met het oog op het aanbieden van voedsel voor vogels wordt beheerd, voldoet het aan de gestelde eisen. Er kan 1 punt worden toegekend.

Verblijfplaats voor vleermuizen Door in iedere windrichting van de gebouwen minimaal twee open stootvoegen aan te brengen, of soortgelijke openingen in de buitengevel aan te brengen, wordt vleermuizen een verblijfplaats aangeboden die het hele jaar door geschikt is. Ook kunnen vleermuiskasten aan de buitenzijde van de gevel geplaatst worden. Dergelijke kasten zijn alleen geschikt als verblijfplaats in de zomer- en nazomer. Voor externe kasten wordt een kast van houtbeton geadviseerd (www.vivara.nl). Geadviseerd wordt om één kast in iedere windrichting aan het gebouw te plaatsen (4 kasten), maar de voorkeur gaat uit naar open stootvoegen of inbouwkasten (of combinatie van opbouwkasten en maatregelen in de muur).

Foto links: opbouw vleermuiskast. Deze kast wordt aan de buitenzijde van de gevel geplaatst. Foto rechts: inbouwkast voor een vleermuis.

Zie ook: https://www.vleermuiskasten.nl/content/inbouwkasten

Er worden vier opbouw of inbouwkasten aangebracht. Op onderstaande afbeelding worden de te plaatsen voorzieningen aangeduid.

11

Locatie van de te plaatsen voorzieningen.

Er kunnen 4 punten toegekend worden.

Rekening houden met vleermuizen d.m.v. verlichting Door de gebouwen en de buitenruimte niet te verlichten, uitgezonderd verlichting welke naar beneden is gericht op maximaal 0,5 meter hoogte, wordt rekening gehouden met de functie van de tuin als foerageergebied. Er kan 1 punt toegekend worden.

Rekening houden met kleine zoogdieren in de tuin Een deel van de tuin bestaat uit struiken, heesters, gazon en in 25% van de tuin wordt het bladafval niet verwijderd. Op deze wijze wordt rekening gehouden met kleine zoogdieren in de tuin. Geadviseerd wordt een takkenhoop van 2 m3 aan te leggen in een stil hoekje van de tuin en hier jaarlijks nieuwe takken aan toe te voegen. Er kan 1 punt toegekend worden.

12

4.3 Inrichting van de buitenruimte Struiken Er worden in de buitenruimte minimaal vijf vlinderstuiken geplant.

Vlinderstruik

Er kan 1 punt toegekend worden.

Takkenril Er is in het plangebied ruimte om een takkenril aan te leggen van minimaal 5x1x1 m. in het groene hofje gelegd worden. Een takkenril vormt een rust- en verblijfplaats voor kleine zoogdieren, insecten en amfibieën. Een tikkenril mag niet benut worden als ‘klimtoestel’ door kinderen en dient iedere 3-4 jaar hersteld te worden omdat takken wegrotten.

Takkenril

Er kan 1 punt toegekend worden.

Groendak De daken van de bergingen van de woningen lijken geschikt om ingericht te worden als groendak met sedum, grassen en kruiden (zie onder). Bij het ontwerp is rekening gehouden met een iets zwaardere dakbelasting.

13

Locaties met sedumdak.

Voorbeeld van een groendak.

Conclusie: Voor een volledig grasdak met sedum, grassen en kruiden worden 2 punten toegekend. Omdat verschillende daken benut wordt als groen dak, wordt verondersteld dat 14 punten (7x2) toegekend worden

4.4 Voorzieningen voor dieren Waterschaal voor vogels Er kan een waterschaal voor vogels geplaatst worden. Geadviseerd wordt een robuuste waterschaal te plaatsen. Er kan 1 punt toegekend worden. 14

4.5 Erfverharding Hemelwaterinfiltratie De erfverharding in het plangebied is in staat hemelwater te laten infiltreren. Met andere woorden, het hemelwater in het plangebied valt, wordt geïnfiltreerd in de bodem en niet afgevoerd via de riolering. Infiltratie wordt mogelijk gemaakt d.m.v. infiltratiekratten of een natuurlijke verlaging in het terrein (wadi). Er kan 1 punt toegekend worden.

4.6 Conclusie De bouw van de twee appartementengebouwen in het plangebied biedt veel verschillende mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen, inclusief het natuurvriendelijk inrichten en beheren van de tuin rondom de gebouwen. Indien alle hierboven voorgestelde maatregelen uitgevoerd worden, mogen 43 punten toegekend worden.

maatregel insectenhotel vlinderkast nestkast mezen nestkast gierzwaluw verhoogd vogelvide kasten vleermuizen rekening houden met vleermuizen rekening houden met kleine zoogdieren aanplant vlinderstruiken takkenril Groendak waterschaal vogels hemelwaterinfiltratie totaal

punt/object 1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 7 1 1

aantal objecten 1 1 2 6 3 4 1 1 1 1 2 1 1

aantal punten 1 1 2 6 9 4 1 1 1 1 14 1 1 43

Puntentelling van de voorgestelde maatregelen.

15

RAAP-RAPPORT 5340

Plangebied Hamburgerweg 149 te Ermelo Gemeente Ermelo Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Colofon Titel: Plangebied Hamburgerweg 149 te Ermelo, gemeente Ermelo; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek Versie: 16-08-2021 Auteur: J.W.D. Tuinstra MA Projectcode: ERHB Bestandsnaam: RAAPrap_5340_ERHB_20210816 Autorisatie: drs. H.B.G. Scholte Lubberink

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Hamburgerweg 149 te Ermelo, gemeente Ermelo; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Samenvatting In opdracht van Bureau BiedtRuimte heeft RAAP op 9 augustus 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van het project ‘Hamburgerweg 149 fase 1’ in de gemeente Ermelo. Het doel van het proefsleuvenonderzoek was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze aard en omvang van de vindplaats. In het verlengde daarvan is in kaart gebracht wat de consequenties zijn van de onderzoeksresultaten voor de verdere planvorming in het plangebied. Is de archeologische vindplaats behoudenswaardig, en, zo ja, kan deze behouden blijven of dient deze te worden opgegraven? Tijdens het onderzoek zijn verspreid over het plangebied vier proefsleuven aangelegd met een totaal oppervlak van 155 m 2 . Dit komt neer op een dekkingsgraad van 10,16% van het totale plangebied (1526 m 2 ). Verspreid over de proefsleuven zijn archeologische resten aangetroffen. Het gaat om (paal)kuilen en een greppel. Aard van de vindplaats

: nederzettingsterrein

Diepteligging

: circa 80 cm -mv

Datering

: vermoedelijk in de Midden- of Laat Romeinse tijd, met de mogelijkheid dat ook iets oudere en iets jongere sporen aanwezig zijn

Op basis van de waardering van de aangetroffen resten, waarbij is gekeken naar zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats, wordt geconcludeerd dat het gaat om een behoudenswaardige vindplaats. Het selectieadvies luidt: opgraven.

RAAP-rapport 5340 / versie 16-08-2021

[3]

Plangebied Hamburgerweg 149 te Ermelo, gemeente Ermelo; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.2 Voorgaand onderzoek .......................................................................................................................... 8 1.3 Doelstellingen en onderzoeksvragen ....................................................................................................10

2 Methoden ....................................................................................................................................... 11 2.1 Algemeen ...........................................................................................................................................11 2.2 Werkputten .........................................................................................................................................11 2.3 Documentatie en registratie .................................................................................................................13 2.4 Behandeling van sporen ......................................................................................................................13 2.5 Behandeling van vondsten ...................................................................................................................13 2.6 Behandeling van profielen ...................................................................................................................14 2.7 Bemonstering .....................................................................................................................................14 2.8 Uitwerking ..........................................................................................................................................14 2.9 Afwijking en aanpassing van de

onderzoeksstrategie ............................................................................14

3 Resultaten ...................................................................................................................................... 15 3.1 Landschap en stratigrafie ....................................................................................................................15 3.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................16 3.3 Vondsten ............................................................................................................................................21 3.4 Monsters ............................................................................................................................................22 3.5 Interpretatie van de vindplaats .............................................................................................................22 3.6 Waardestelling ....................................................................................................................................23 3.7 Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................................25

4 Conclusie ....................................................................................................................................... 26 5 Selectieadvies ................................................................................................................................ 27 Literatuur .......................................................................................................................................... 29 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 30

RAAP-rapport 5340 / versie 16-08-2021

[4]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16042482/2