CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Modelverordening antidiscriminatievoorziening

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 10 juli 20241.509 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Model Verordening

antidiscriminatievoorziening (nieuw model, juni 2024) De raad van de gemeente [naam gemeente];

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

gelet op artikel 2, tweede lid van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;

gezien het advies van de [naam commissie];

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening antidiscriminatievoorziening [naam gemeente en eventueel jaartal] Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

- antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;

- Besluit: Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen; - burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente];

- ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

- klacht: klacht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;

- klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit;

- verzoek: verzoek om het instellen van een onderzoek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit.

Artikel 2. Toegankelijkheid antidiscriminatievoorziening Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat:

a. er een procedure is zodat ingezetenen in hun directe leefomgeving melding kunnen maken van een klacht;

b. de medewerker die meldingen van klachten opneemt en doorleidt voor behandeling over de daarvoor vereiste deskundigheid beschikt; c. een klacht na de melding ervan wordt doorgeleid naar de antidiscriminatievoorziening;

d. de in het eerste lid genoemde procedure bekend wordt gemaakt. Artikel 3. Deskundigheid en onafhankelijkheid klachtbehandeling Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat:

a. de klachtbehandelaars beschikken over de voor de klachtbehandeling vereiste deskundigheid en onafhankelijkheid;

b. de klachtbehandelaars hun deskundigheid kunnen onderhouden en verder kunnen ontwikkelen;

c. patronen van discriminatie worden gemonitord en maatregelen worden genomen ter preventie van discriminatie door beleidsadvisering en publieksvoorlichting. Artikel 4 Protocol behandeling klachten en verzoeken

Het protocol voor de behandeling van klachten, als bedoeld in artikel 6 van het

Besluit, ien het protocol voor de behandeling van verzoeken, als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Besluit, regelt in ieder geval:

a. de afdoeningstermijn van de klachten en verzoeken; b. de wijze van afdoening van klachten en verzoeken; c. de registratie van klachten en verzoeken;

d. de verslaglegging richting burgemeester en wethouders over de klachten en verzoeken en de wijze waarop de klachten en verzoeken zijn afgedaan.

[Artikel 5 Intrekking oude regelingen 1. De Verordening [citeertitel verordening] wordt ingetrokken. 2. Klachten die op basis van de verordening, genoemd in het eerste lid, in behandeling zijn ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden op basis van deze verordening afgehandeld.] Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening antidiscriminatievoorziening [naam gemeente en eventueel jaartal].

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Toelichting Algemeen

De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (hierna: de Wet) voorziet erin

dat de burger zoveel mogelijk in zijn directe leefomgeving terecht kan voor bijstand als hij zich gediscrimineerd voelt. Om dat te bereiken verplicht de Wet het college van burgemeester en wethouders (hierna ook: burgemeester en wethouders) om ingezetenen toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening (hierna:

voorziening). De gemeenteraad dient op grond van artikel 2, tweede lid van de Wet

bij verordening regels vast te stellen omtrent de inrichting van de voorziening en de uitvoering door die voorziening van diens taak. Deze verordening voorziet in die regels.

Artikelsgewijs

Artikel 2 Deskundigheid en onafhankelijkheid klachtbehandeling

Doel van de Wet is dat burgers die zich gediscrimineerd voelen, op een

laagdrempelige manier onafhankelijke en efficiënte bijstand kunnen krijgen.1 Tegen die achtergrond zijn in het landelijke Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (hierna: het Besluit) verschillende bepalingen opgenomen om de

onafhankelijkheid van de klachtbehandelaars te waarborgen. Zo is geregeld dat de

klachtbehandelaars onafhankelijk dienen te zijn en dus geen lid zijn van het college van burgemeester en wethouders, geen arbeidsovereenkomst hebben met het

college van burgemeester en wethouders en ook niet op een andere manier aan het college van burgemeester en wethouders ondergeschikt zijn (artikel 2, eerste,

tweede en derde lid, van het Besluit). Verder is geregeld dat de voorziening haar taak zonder vooringenomenheid moet vervullen en ertegen waakt dat een

klachtbehandelaar die een persoonlijk belang bij een ingediende klacht heeft de behandeling van deze klacht beïnvloedt (artikel 2, vijfde en zesde lid, van het Besluit).

Voor laagdrempelige, onafhankelijke en efficiënte bijstand is echter meer nodig. In

artikel 3 van het Besluit staat dus ook dat bij de inrichting van de voorziening in elk geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de

voorziening moet worden gewaarborgd. In deze verordening is voor wat betreft de deskundigheid en de onafhankelijkheid van de klachtbehandelaars expliciet een

zorgplicht voor burgemeester en wethouders opgenomen. Zij moeten er op grond

van artikel 2 van de verordening voor zorgen dat de klachtbehandelaars beschikken over de deskundigheid en onafhankelijkheid die voor de klachtenbehandeling 1 Kamerstukken II, 2007/08, 31 439, nr. 3, p. 2.

vereist is. Verder moet de voorziening er ook voor zorgen dat de klachtbehandelaars de mogelijkheid hebben de voor de klachtbehandeling vereiste deskundigheid op

peil te houden en verder te ontwikkelen. In het belang van preventie is daar tot slot aan toegevoegd dat burgemeester en wethouders ervoor zorgen dat patronen van

discriminatie worden gemonitord en dat er preventiemaatregelen worden genomen. Artikel 3 Toegankelijkheid antidiscriminatievoorziening

Voor de laagdrempeligheid van de voorziening is van belang dat artikel 7 van het

Besluit de mogelijkheid biedt om per post, elektronisch, telefonisch en persoonlijk klachten te melden. In het verlengde daarvan is in artikel 3 van de verordening geregeld dat burgemeester en wethouders ervoor moeten zorgen dat er een

procedure is zodat de ingezetenen van de gemeente niet alleen bij de voorziening zelf, maar ook meer in hun directe leefomgeving melding kunnen maken van een klacht (eerste lid). De bepaling is ook van toepassing als burgemeester en

wethouders besluiten om middels een regionale samenwerking uitvoering te geven

aan de wettelijke verplichting om ingezetenen toegang te geven tot een voorziening. Dit kan bijvoorbeeld door ingezetenen de mogelijkheid te geven om bij de balie van het gemeentehuis melding te maken van een klacht.

Verder moeten burgemeester en wethouders er op grond van het tweede lid voor

zorgen dat de medewerkers, waarbij melding kan worden gemaakt van een klacht, over de deskundigheid beschikken die nodig is om klachten over discriminatie op een adequate manier op te nemen en door te verwijzen naar de voorziening. Dit

betekent bijvoorbeeld dat burgemeester en wethouders ervoor moeten zorgen dat er op plek waar de melding in de directe leefomgeving kan worden gedaan, een

medewerker is die weet wat de taken van de voorziening zijn en hoe de voorziening met klachten omgaat, maar ook bijvoorbeeld hoe de voorziening de privacy borgt van degene die een klacht indient. Burgemeester en wethouders moeten er

bovendien voor zorgen dat de klacht wordt doorgeleid naar de voorziening (derde lid). Dit betekent dat het ook van belang is dat de medewerkers beschikken over

kennis van de wijze waarop de doorgeleiding plaatsvindt en wat daarna het vervolg is. Tot slot moeten burgemeester en wethouders bekend maken hoe de procedure eruit ziet (vierde lid).

Artikel 4 Protocol behandeling klachten en verzoeken

In het Besluit is al deels omschreven hoe de voorziening haar taken uit moet voeren. Zo bevat artikel 4 een opsomming van hoe de voorziening onafhankelijke bijstand verleent, is in artikel 9 en 10 in grote lijnen kenbaar gemaakt hoe de voorziening (voor)onderzoek doet naar een klacht en is in artikel 11 beschreven welke

voorwaarden er voor de voorziening zijn om tussen een klager en een beklaagde te bemiddelen. Op grond van artikel 6 van het Besluit dient de voorziening echter ook

een protocol vast te stellen waarin is vastgelegd hoe de voorziening klachten

behandelt. Verder dient de voorziening op grond van artikel 12, derde lid, van het Besluit een protocol vast te stellen waarin staat hoe de voorziening verzoeken

behandelt om een onderzoek te doen naar de wijze waarop een persoon, werkzaam onder de voorziening, zich jegens een klager of beklaagde heeft gedragen.

In artikel 4 van deze verordening zijn een viertal elementen opgesomd die in elk

geval een plaats moeten krijgen in het protocol voor de behandeling van klachten en verzoeken. In de eerste plaats is geregeld dat het protocol moet voorzien in een afdoeningstermijn zodat helder is hoe lang de behandeling van een klacht of

verzoek duurt. Verder moet het protocol voorschriften bevatten over de wijze waarop de voorziening een klacht of verzoek afdoet. Dit betekent dat de

voorziening, aan de hand van hetgeen in het Besluit opgenomen is, uit moet werken welke stappen de voorziening tijdens het proces zet en welke werkwijze de

voorziening daarbij precies toepast. Daarnaast moet het protocol regels bevatten

over de registratie van klachten en verzoeken. Dit onder andere zodat duidelijk is

hoe de voorziening de privacy waarborgt. Tot slot is opgenomen dat in het protocol

moet staan hoe verslaglegging richting burgemeester en wethouders plaatsvindt. Dit in verband met de verplichting van burgemeester en wethouders om op grond van artikel 3 van de Wet jaarlijks verslag uit te brengen aan de minister van

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de door de voorziening geregistreerde klachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14339430/1