CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage model parkeerverordening 2025

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken 9 juli 20254.373 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Model Parkeerverordening 2025 (nieuw model 2025) [Deze parkeerverordening bevat regels voor het gebruik van parkeerplaatsen. Denk aan regels over parkeervergunningen, digitale parkeersystemen en deelauto’s. Het doel van deze regels is om de parkeerruimte op een verantwoorde en evenwichtige manier over bewoners, bezoekers en bedrijven te verdelen.] Leeswijzer modelbepalingen - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 1, over autodeelbedrijf. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, derde lid, aanhef en onder d. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 13 tweede lid. Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 5, vierde lid, aanhef en onder e. Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Parkeerverordening parkeren [naam gemeente [en eventueel jaartal]] De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Parkeerverordening parkeren [naam gemeente [en eventueel jaartal]]

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: - adres: adres als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; [- autodeelbedrijf: organisatie die bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook motorvoertuigen op of aan de weg beschikbaar stelt voor gebruik in het verkeer, met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door een besloten kring van personen;] - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; - gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; - houder van een motorvoertuig: 1°. persoon van wie het kenteken van het motorvoertuig op naam is ingeschreven in het kentekenregister als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; of 2°. persoon die met een schriftelijke overeenkomst of een melding in het parkeersysteem kan aantonen dat het motorvoertuig tijdens het parkeren bij deze persoon in gebruik was;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/11

- motorvoertuig: auto, motor, of ander motorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, en een brommobiel als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; - parkeersysteem: middel voor het bijhouden van parkeerrechten en parkeergegevens voor parkeerplaatsen waarvoor aan- en afmelden nodig is, waaronder ook wordt begrepen parkeermeters, parkeerautomaten of het digitaal systeem voor de gehandicaptenparkeerkaart; - parkeervergunning: vergunning van het college voor het parkeren van een motorvoertuig op een of meer in die vergunning aangegeven parkeerplaatsen of in een in die vergunning aangewezen vergunninggebied; - parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten; - vergunninggebied: gebied, bedoeld in artikel 2, eerste lid, of een gebied dat wordt begrensd door verkeersbord E9 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met daarboven het woord 'zone' en een of meer in samenhang met dat verkeersbord geplaatste borden waarmee het einde van de zone wordt aangeduid.

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen over parkeervergunningen Artikel 2 Aanwijzing van vergunninggebieden en adressen 1. Het college kan gebieden aanwijzen waar met een parkeervergunning mag worden geparkeerd. Daarbij kan per gebied of deel daarvan worden aangegeven welke vergunninghouders er kunnen parkeren. 2. Het college kan adressen binnen een vergunninggebied aanwijzen, waarvoor geen parkeervergunning wordt verleend. Artikel 3 Parkeervergunning algemeen 1. Het college geeft in de parkeervergunning in ieder geval aan: a. voor welke periode de parkeervergunning geldt; b. voor welk gebied of welke parkeerplaats de parkeervergunning geldt; c. op welke naam of op welk kenteken de parkeervergunning staat. 2. Het college kan nadere regels stellen over het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning, de gevallen waarin aan- of afmelden bij het parkeersysteem verplicht is om van een parkeervergunning gebruik te maken en op welke wijze dat aan- en afmelden plaatsvindt. Artikel 4 Nadere regels, voorschriften en beperkingen parkeervergunning [1.] Het college kan nadere regels stellen over de tijden waarop vergunninghouders mogen parkeren. Het college kan hierbij verschillende regels stellen voor parkeertijden met verschillende soorten parkeervergunningen, genoemd in hoofdstukken 3 tot en met [6 OF 7], en voor verschillende typen motorvoertuigen. [2.

Het college kan nadere regels stellen over parkeervergunningen [waaronder in ieder geval regels over: (a. het maximaal aantal uit te geven parkeervergunningen per vergunninggebied, per adres of per bedrijf; b. het type motorvoertuig waarvoor men een parkeervergunning kan krijgen; c. het maximaal aantal uren per periode waarvoor een parkeervergunning voor een bezoeker geldt; d.… )].]

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/11

[3. Het college kan aan een parkeervergunning voorschriften of beperkingen verbinden [ten behoeve van de volgende belangen: (a. ter bescherming van het evenwicht van de verdeling van de beschikbare parkeerruimte; b. tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, zoals hinder of schade; en c. tot het beperken van de negatieve gevolgen voor het milieu, waaronder het zoveel mogelijk voorkomen van het gebruik van de auto als dat niet nodig is d…..)].] Artikel 5 Vervallen, intrekken of wijzigen van de parkeervergunning 1. De parkeervergunning vervalt als het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning geldt, wordt opgeheven. 2. Het college trekt de parkeervergunning in als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de parkeervergunning is verleend. 3. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder de parkeervergunning wijzigen of intrekken. [4. Als het niet gaat om een aanvraag van de vergunninghouder, kan het college een parkeervergunning wijzigen of intrekken als: (a. een vergunninghouder niet of niet tijdig de verschuldigde leges voldoet die worden geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; b. een vergunninghouder zich niet houdt aan de regels en voorschriften op grond van deze verordening; c. blijkt dat een vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt; d.

om redenen van openbaar belang; e. ....).] Artikel 6 Parkeren zonder parkeervergunning: uitzonderingen op het verbod 1. Het college kan uitzonderingen maken op het verbod om zonder parkeervergunning op een parkeerplaats voor vergunninghouders te parkeren. 2. Een uitzondering kan zijn: a. een vrijstelling voor soorten van gevallen, of b. een ontheffing voor individuele gevallen.

Hoofdstuk 3 Parkeervergunning voor bewoners en bezoekers van bewoners Artikel 7 parkeervergunning bewoners 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bewoner voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2. Het college verleent een parkeervergunning alleen aan een bewoner die houder van een motorvoertuig is en die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college ook een parkeervergunning verlenen aan degene die wel in een vergunninggebied woont, maar daar niet is ingeschreven in de basisregistratie personen. Artikel 8 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bewoners Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bewoner, die in de basisregistratie personen staat ingeschreven in het vergunninggebied waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd, voor het parkeren in dat vergunninggebied door een bezoeker van die bewoner.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/11

Hoofdstuk 4 Parkeervergunning voor bedrijven en bezoekers van bedrijven Artikel 9 Aanvraag parkeervergunning bedrijven 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2. Het college verleent alleen een parkeervergunning aan een bedrijf dat is gevestigd in het vergunninggebied, en daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. 3. In afwijking van het tweede lid kan het college ook een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf dat wel in een vergunninggebied is gevestigd, maar niet daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel 10 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bedrijven Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bedrijf, dat is gevestigd in het vergunninggebied en daar is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, voor het parkeren in dat vergunninggebied door een bezoeker van dat bedrijf.

[Hoofdstuk 5 Parkeervergunning voor autodeelbedrijven Artikel 11 Aanvraag parkeervergunning autodeelbedrijven 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning aan een autodeelbedrijf verlenen voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. 2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, kan het college bepalen dat bij het afgeven van de parkeervergunning het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning geldt niet hoeft te worden vermeld. Dit is toegestaan als het parkeersysteem voldoende informatie biedt.]

Hoofdstuk 6 Parkeervergunning gehandicapten Artikel 12 Aanvraag parkeervergunning gehandicapten 1. Het college kan op aanvraag een parkeervergunning voor gehandicapten verlenen aan een houder van een motorvoertuig als deze houder een geldige gehandicaptenparkeerkaart heeft. 2. Als de gehandicaptenparkeerkaart is uitgegeven door een andere gemeente, kan alleen een parkeervergunning worden verleend als de gehandicaptenparkeerkaart op de voorgeschreven manier is aangemeld bij het parkeersysteem van de gemeente [naam eigen gemeente][, en ook is geaccepteerd]. 3. Het college kan nadere regels stellen over de registratie, controle en het gebruik van de parkeervergunning voor gehandicapten en over het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart voor het parkeren.

Hoofdstuk 7 Parkeervergunning voor bijzondere organisaties en doelgroepen Artikel 13 Parkeervergunning bijzondere organisaties en doelgroepen [1.] Het college kan op aanvraag een parkeervergunning verlenen aan een bijzondere organisatie of doelgroep, voor het parkeren in een vergunninggebied of een deel daarvan. [2. Het college bepaalt in nadere regels welke bijzondere organisaties en doelgroepen dit zijn OF Het college kan in ieder geval een parkeervergunning verlenen aan de volgende doelgroepen, organisaties of leden daarvan:

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/11

(a. personen die mantelzorg verlenen aan bewoners van adressen; b. sportverenigingen die sportactiviteiten uitvoeren; c. religieuze instellingen; d. onderwijsinstellingen; e. ...).]

Hoofdstuk 8 Verboden Artikel 14 Verbod om voorwerp op parkeerplaats te plaatsen 1. Het is verboden om een ander voorwerp dan een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan of liggen op een parkeerplaats voor vergunninghouders of een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven volgens artikel 225, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet. 2. Dit verbod geldt niet bij het plaatsen of laten staan of liggen van voorwerpen als dat is toegestaan op grond van een vergunning, ontheffing of andere regelgeving. Artikel 15 Verbod onjuist gebruik van parkeerautomaat en parkeersysteem 1. Het is verboden het normaal gebruik van een parkeersysteem te hinderen. 2. Het is verboden een parkeersysteem anders te gebruiken dan door het college is aangegeven of dan duidelijk de bedoeling of de bedoeling van de gemeente is.

Hoofdstuk 9 Toezicht en handhaving Artikel 16 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de regels, vergunningen en voorschriften die bij of krachtens deze verordening gelden, zijn belast de door het college aangewezen toezichthouders. Artikel 17 Strafbepaling Overtreding van de regels van deze verordening of nadere regels op basis van deze verordening, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 18 Onredelijke uitkomst van de regels: hardheidsclausule Het college kan besluiten om deze verordening of de daarop gebaseerde nadere regels en vergunningvoorschriften niet toe te passen of daarvan af te wijken voor zover toepassing, mede gelet op het belang van het reguleren van het parkeren van motorvoertuigen in de gemeente, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor de betrokken persoon of het betrokken bedrijf. Artikel 19 Oude regels en overgang naar nieuwe regels 1. De [citeertitel oude verordening] wordt per datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken, maar blijft gelden voor de periode waarvoor die gold. 2. Parkeervergunningen die zijn verleend op grond van de ingetrokken verordening blijven geldig voor de periode waarvoor ze zijn verleend. Artikel 20 Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking met ingang van [datum].

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/11

Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening [gemeente jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum vergadering]. De voorzitter, De griffier, Toelichting Algemeen deel Er zijn verschillende dingen die gemeenten kunnen regelen rond het parkeren van auto's. In de Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) of het omgevingsplan kan een regeling worden opgenomen om parkeerexcessen tegen te gaan. Verder kan er met verkeersbesluiten en verkeersborden worden gekozen voor parkeerverboden op bepaalde plaatsen. Als de gemeente kiest voor een systeem van parkeervergunningen is een parkeerverordening nodig. Als de gemeente kiest voor betaald parkeren, is een parkeerbelastingverordening nodig. Daarbij kunnen gemeenten ook vergunninghouders parkeerbelasting laten betalen. Gebruikelijk is om dan een speciaal, lager belastingtarief voor vergunninghouders te rekenen. In de voorliggende parkeerverordening gaat het om een regeling voor parkeervergunningen. Deze parkeerverordening is het juridische kader voor parkeren met een vergunning binnen de gemeente (parkeervergunning). Naast regels over parkeervergunningen bevat deze verordening ook algemene regels. Deze vergunningen en regels helpen parkeerdruk in gebieden met schaarse parkeerruimte te beperken. Verder gaat het overbelasting van de wegen en andere openbare ruimte tegen.

Daardoor wordt de bereikbaarheid en leefbaarheid van zowel woonwijken als bedrijfsgebieden verbeterd. [Daarnaast is er in de verordening aandacht voor duurzaamheid in die zin dat het mogelijk is om een deel van de parkeervergunningen te reserveren voor elektrische voertuigen.] [Ook zijn er mogelijkheden om deelmobiliteit aan te moedigen.] [In deze verordening wordt tot slot een nieuw instrument geïntroduceerd, namelijk het parkeersysteem waar gebruikers van parkeerplaatsen zich moeten aan- en afmelden. Dit systeem van aan- en afmelden geeft ruimte voor innovaties zoals: - het gebruiken van een digitale gehandicaptenparkeerkaart; - het gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart uitgegeven door een andere gemeente; - het aan- en afmelden van verschillende voertuigen voor bijvoorbeeld een bezoekersvergunning of een autodeelvergunning.] De verordening is zo ingedeeld dat ieder hoofdstuk gaat over een bepaalde groep gebruikers: bewoners en hun bezoekers, bedrijven en hun bezoekers, personen met een gehandicaptenparkeerkaart[, autodeelbedrijven] en bijzondere doelgroepen en organisaties. Dit zorgt ervoor dat de regels voor elke situatie (en dus ook voor de eigen situatie) snel zijn terug te vinden. De vergunningen uit deze Parkeerverordening kunnen via de website van de gemeente worden aangevraagd. Daar staat meer informatie over de verschillende soorten vergunningen en de kosten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/11

Artikelsgewijs Hier worden alleen de bepalingen toegelicht die naar inschatting toelichting nodig hebben. [Onder de titel van de Parkeerverordening is een inleidende tekst opgenomen om de belangrijkste dingen over deze verordening duidelijk te maken. (“Deze parkeerverordening bevat regels voor het gebruik van parkeerplaatsen, enz.”). Net als een overzichtelijke structuur en duidelijk taalgebruik is dit bedoeld om de begrijpelijkheid van de verordening te vergroten.] Artikel 1 Definities Hieronder worden verschillende definities uitgelegd. [Autodeelbedrijf De APV geeft de mogelijkheid voor het verlenen van een vergunning voor het aanbieden van deelvervoer (deelauto’s, deelscooters, deel(bak)fietsen, etc.). De APV-vergunning regelt de gemeentelijke toestemming voor het aanbieden van deze dienst binnen de gemeente. De aanbieders van deelauto’s worden in deze verordening autodeelbedrijven genoemd. Met “bedrijfsmatig of tegen betaling in welke vorm dan ook" wordt bedoeld dat de diensten bedrijfsmatig moeten worden aangeboden of dat ervoor moet worden betaald. Dit kan in de vorm van geld, maar kan ook bijvoorbeeld een cadeaubon of kortingscode voor een gratis ritje zijn.

Met de tekst “met uitzondering van motorvoertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor gebruik door een besloten kring van personen” wordt bedoeld dat informele samenwerkingsvormen van deelvervoer (ook wel coöperatief autodelen genoemd) niet vallen onder deze vergunning. Dit gaat bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven waarbij een deelauto wordt gedeeld onder verschillende huishoudens. Het kan wel nuttig zijn om deze coöperatieve deelvervoergebruikers toch een parkeervergunning te geven. Dit kan via een bewoners- of bedrijfsparkeervergunning.] Houder van een motorvoertuig Voor een aantal vergunningen is het een vereiste om houder te zijn van een motorvoertuig. Een persoon of rechtspersoon (bijvoorbeeld bedrijf of vereniging) kan houder zijn. Iemand is houder als die in het kentekenregister van de RDW staat geregistreerd als eigenaar of houder van een motorvoertuig. Daarnaast is het ook mogelijk om via een overeenkomst houder te zijn. Uit de overeenkomst moet blijken dat de auto in gebruik of beheer bij de houder is. Dit kan met een leaseovereenkomst, arbeidsovereenkomst of andere overeenkomst. Soms is een verklaring van de werkgever of een andere partij nodig, waaruit blijkt dat het motorvoertuig alleen aan houder ter beschikking wordt gesteld.

De houder is verantwoordelijk voor het aanvragen van de parkeervergunning en voor het naleven van de regels die van toepassing zijn op een vergunninghouder. Parkeersysteem Een parkeersysteem is een systeem dat gebruikt wordt om parkeerrechten en parkeergegevens bij te houden. Dit systeem houdt bij wie mag parkeren en met welk voertuig én het registreert gegevens zoals kentekens en parkeertijden. Voor gehandicaptenparkeerkaarten wordt vaak een digitaal systeem gebruikt om het gebruik te vereenvoudigen en fraude te voorkomen. Daarnaast zijn parkeerautomaten of fysieke bewijzen, zoals een kaart, onderdeel van het systeem. Parkeren Deze definitie is overgenomen van artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Artikel 2 Aanwijzing van vergunninggebieden en adressen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/11

Een verkeersbesluit en het ophangen van het verkeersbord E9 maken samen dat parkeerplekken alleen mogen worden gebruikt door vergunninghouders. Dit gaat meestal over een kleinere specifieke groep vergunninghouders (bijvoorbeeld alleen bewoners). Met het aanwijzen van een vergunninggebied kan het college bepalen dat met een parkeervergunning niet in de gehele gemeente kan worden geparkeerd, maar dat deze gereserveerd is voor een bepaald gebied. Bijvoorbeeld rondom het huis van een bewoner. Het college kan binnen vergunninggebieden specifieke parkeerplaatsen aanwijzen voor verschillende soorten vergunningen of voertuigen. Bijvoorbeeld bewoners, bedrijven[, autodeelbedrijven,] of bijzondere organisaties en doelgroepen. Dit kan betekenen dat het college bepaalt dat het parkeren door bedrijven niet in alle vergunninggebieden mag plaatsvinden of dat niet in alle vergunninggebieden bewonersvergunningen worden uitgegeven. Daarbij kan het college ook adressen aanwijzen waarvoor geen parkeervergunning wordt afgegeven, bijvoorbeeld als deze beschikken over eigen parkeervoorzieningen zoals een eigen parkeerplaats of -garage. Artikel 3 Parkeervergunning algemeen Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om (nadere) regels te stellen over de aanvraagprocedure voor parkeervergunningen of op welke wijze parkeervergunningen worden verleend.

De nadere regels die het college kan stellen over het aan- of afmelden bij een parkeersysteem en op welke manier dit moet gebeuren, zijn ten behoeve van een correcte registratie. Dat kan nodig zijn om nauwkeurig bij te houden wie op welk moment gebruik maakt van een parkeervergunning. Het college kan bepalen of hij specifieke regels stelt voor bepaalde parkeervergunningen of meer in het algemeen regels wil stellen. [Artikel 4 Nadere regels, voorschriften en beperkingen parkeervergunning Het college kan op grond van het derde lid ook voorschriften en beperkingen verbinden aan parkeervergunningen. Dit kan alleen als dit nodig is om de parkeerruimte eerlijk te verdelen, overlast door verkeer te beperken en negatieve gevolgen voor het milieu te verminderen. Deze eisen aan voorschriften en beperkingen zijn bedoeld om het parkeren in de gemeente zo rechtvaardig, duurzaam en efficiënt mogelijk te maken.] Artikel 5 Vervallen, intrekken of wijzigen van de parkeervergunning Als een vergunninggebied vervalt, moet ook de parkeervergunning vervallen. Om misverstanden en uitvoeringslasten tegen te gaan, is in het eerste lid geregeld dat dat automatisch gaat. In het tweede lid staat dat het college de parkeervergunning intrekt als de vergunninghouder niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Bij de voorwaarden kan het bijvoorbeeld gaan om een bewoner die niet meer in gebied woont waarvoor de parkeervergunning is verleend. In het derde lid is geregeld dat het college de parkeervergunning ook op aanvraag van de vergunninghouder kan wijzigen of intrekken. In dat geval gelden de beperkingen voor wijziging of intrekking van het tweede [en het vierde] lid niet. [Tot slot zijn in het vierde lid een aantal bijzondere gevallen genoemd waarin het college kan besluiten de parkeervergunning te wijzigen of in te trekken. Bijvoorbeeld als de vergunninghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt of niet (meer) voldoet aan de vergunningvoorschriften. Het gaat hier om een kan-bepaling: anders dan in gevallen van het tweede lid, is het college in gevallen van het vierde lid niet verplicht om de vergunning in te trekken.] Artikel 6 Parkeren zonder vergunning: uitzonderingen op het verbod

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/11

Het is op grond van artikel 24, eerste lid, onder g, van het RVV 1990 verboden om te parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder een daarvoor geldige parkeervergunning. Het college kan een uitzondering maken op dit verbod voor soorten gevallen (vrijstelling) of voor individuele gevallen (ontheffing). Bij de vrijstelling valt te denken aan bijvoorbeeld de hulpdiensten zoals brandweer, ambulance en politie. Bij de ontheffing kan het bijvoorbeeld gaan om een verhuiswagen. Artikel 7 Aanvraag parkeervergunning bewoners Het college verleent deze parkeervergunning in principe uitsluitend aan bewoners die ingeschreven staan in de basisregistratie personen (BRP) op een adres binnen het betreffende vergunninggebied. Dit zorgt ervoor dat de regeling alleen geldt voor bewoners met een geregistreerd adres. Voor bewoners die om gerechtvaardigde redenen niet in de BRP staan ingeschreven, maar wel feitelijk wonen in het gebied, kan het college een specifieke uitzondering maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om een diplomaat, consulair medewerker of werknemer van een internationale organisatie die in Nederland woont en werkt. Artikel 8 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bewoners Het college kan een parkeervergunning voor bezoekers verlenen aan bewoners, zodat hun bezoekers kunnen parkeren in het vergunninggebied waar de bewoners wonen.

Artikel 9 Aanvraag parkeervergunning bedrijven Het college kan parkeervergunningen verstrekken aan bedrijven die gevestigd zijn binnen een vergunninggebied en daar ook staan ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dit zorgt ervoor dat alleen gevestigde bedrijven in het gebied in aanmerking komen. Voor bedrijfslocaties binnen het vergunninggebied die niet zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, kan het college aparte uitzonderingen maken. Artikel 10 Aanvraag parkeervergunning bezoekers van bedrijven Bedrijven kunnen een parkeervergunning aanvragen waarmee hun bezoekers kunnen parkeren in het vergunninggebied. [Artikel 11 Aanvraag parkeervergunning autodeelbedrijven Het eerste lid maakt het mogelijk voor autodeelbedrijven om een parkeervergunning te krijgen voor het parkeren van een deelmotorvoertuig. Het college kan ervoor kiezen om een autodeelbedrijf een parkeervergunning te verlenen voor aangewezen parkeerplaatsen voor vergunninghouders of voor een aangewezen gebied ruimer dan één vergunninggebied (freefloating). Het tweede lid maakt het mogelijk om de parkeervergunning voor autodeelbedrijven niet te verlenen op kenteken. Deze mogelijkheid is belangrijk voor situaties waarin met verschillende motorvoertuigen – en dus verschillende kentekens – gebruik moet kunnen worden gemaakt van de parkeervergunning.

Wel moet in dat geval gebruik worden gemaakt van het parkeersysteem. Op deze manier kunnen parkeergegevens worden bijgehouden door het aan- en afmelden van het motorvoertuig.] Artikel 12 Aanvraag parkeervergunning gehandicapten Overigens is het alleen nodig om de fysieke GPK achter de voorruit te plaatsen bij de gehandicaptenparkeerplaatsen (verkeersbord E6). Voor de overige (fiscale) parkeerplaatsen wordt het parkeersysteem gebruikt. Artikel 13 Parkeervergunning bijzondere organisaties en doelgroepen

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/11

In dit artikel is vastgelegd dat aan bijzondere organisaties of doelgroepen en leden daarvan een parkeervergunning kan worden verleend. Het gaat hier om organisaties zoals scholen of sportverenigingen en doelgroepen zoals mantelzorgers en verloskundigen. Deze organisaties en doelgroepen zijn geen bewoners en (veelal) geen bedrijven. Vanuit het algemeen belang is het wel belangrijk dat zij in voorkomende gevallen kunnen parkeren. Het gaat om een “kan-bepaling”. Dit betekent dat het college bij de beoordeling van de aanvragen maatwerk kan leveren. In onvoorziene of zeer bijzondere gevallen, of in situaties waarin een parkeervergunning niet optimaal is, zijn er nog de uitzonderingsmogelijkheden van artikel 6. Artikelen 14 en 15 Verboden In het artikel staan gemeentelijke verboden. Deze zijn in aanvulling op de landelijke verboden. Zo zijn er al landelijke verboden om te parkeren waar een parkeerverbod geldt en om zonder geldige parkeervergunning te parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders (artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het RVV 1990). De verboden in dit artikel zijn nodig om de goede werking van het systeem te borgen, en spreken voor zich. Het betekent bijvoorbeeld dat er geen voorwerpen op parkeerplaatsen mogen staan of liggen, dat er geen fiets tegen een parkeerautomaat mag worden gezet en dat er geen zak overheen mag worden getrokken.

Hieronder, bij de strafbepaling van artikel 17, wordt ingegaan op de strafbaarstelling en de handhaving van de gemeentelijke verboden van de artikelen 14 en 15. Artikel 17 Strafbepaling Overtreding van de landelijke verboden is al strafbaar. Om de gemeentelijke verboden van artikel 14 en 15 (en die van eventuele nadere regels op basis van artikel 4, eerste lid) ook strafrechtelijk te kunnen handhaven, stelt dit artikel overtreding van ook die verboden strafbaar. Artikel 18 Onredelijke uitkomst van de regels: hardheidsclausule De hardheidsclausule is een regeling voor bijzondere gevallen waarin toepassing van de Parkeerverordening ernstige onbedoelde gevolgen heeft of kan hebben. Het college kan in deze omstandigheden afwijken van de regels. Bijvoorbeeld voor bewoners die vanwege een brand tijdelijk moeten verhuizen of bij de opvang van vluchtelingen. Door dit artikel kan het college beter inspelen op dit soort uitzonderlijke omstandigheden. De beoordeling of en hoe dit wordt gedaan is aan het college. Artikel 19 Oude regels en overgang naar nieuwe regels Dit artikel regelt de overgang van de oude naar de nieuwe Parkeerverordening. In het eerste lid is geregeld dat de oude parkeerverordening ook na intrekking nog blijft gelden voor gevallen waarop die verordening nog van toepassing is.

In het tweede lid is geregeld dat bestaande parkeervergunningen die zijn verleend met de oude parkeerverordening, ook onder de nieuwe Parkeerverordening parkeren blijven gelden, voor de periode waarvoor ze zijn verleend. Daarna geldt de nieuwe Parkeerverordening. Ook bij een verlenging van de vergunning. Verder geldt voor vergunningprocedures dat de nieuwe Parkeerverordening per de datum van kracht worden, ook wordt toegepast in lopende procedures. Dit gaat om gevallen waarin de aanvraag al daarvoor is gedaan, maar nog niet is beslist op de aanvraag. Dus als de aanvraag voor een parkeervergunning is ingediend op grond van de oude parkeerverordening, maar bij inwerkingtreding van de nieuwe parkeerverordening nog niet is beslist hierop, geldt de nieuwe parkeerverordening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/11

Omdat dit de hoofdregel van het overgangsrecht is, hoeft dit niet apart in de verordening te worden geregeld. Uiteraard is de nieuwe Parkeerverordening ook van toepassing op nieuwe aanvragen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15750388/2