CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kostenvergelijking Elektriciteitsprijs Nederland in MWh (Geanonimiseerd)

Gemeenteraad 14 mei 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 14 mei 20252.832 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke kostenvergelijking van energiemixen: met

of zonder

kernenergie

(geanonimiseerd)

Summary Dit rapport presenteert een maatschappelijke kostenvergelijking van verschillende energiemixen voor de Nederlandse elektriciteitsvoorziening , met als centrale vraag: wel of geen kernenergie? Gekeken is naar drie scenario’s: (1) 100% hernieuwbaar (zon en wind in een 50/50-mix) , (2) 85% hernieuwbaar + 15% kernenergie (SMR) , en (3) 100% wind op zee als zelfstandige hernieuwbare optie. De analyse is uitgevoerd per megawattuur (MWh) en omvat opwekkosten , systeemkosten

(zoals netaanpassing , opslag en balancering) , technologische trends en maatschappelijke factoren zoals ruimtebeslag , realisatiesnelheid en geopolitieke afhankelijkheid. De resultaten tonen dat de totale maatschappelijke kosten per MWh vergelijkbaar zijn voor alle drie scenario’s , variërend van 90 tot 130 euro per MWh. Wind op zee blijkt

structureel goedkoper dan zonne-energie en kernenergie , en iets duurder dan wind op land , maar kent een lagere opslagbehoefte en stabielere productie. De keuze tussen de opties wordt daardoor niet primair bepaald door kosten , maar door

beleidsmatige randvoorwaarden zoals snelheid van realisatie , ruimtelijke inpasbaarheid , systeemflexibiliteit en geopolitieke afhankelijkheid. Een mix van hernieuwbare energie , zonder kernenergie , scoort daarbij gunstig — vooral op het gebied van schaalbaarheid , investeringsstructuur en energie-autonomie , met minder politieke afhankelijkheid van grootmachten bij de aanvoer van brandstoffen of strategische materialen. Het rapport concludeert dat een energiemix zonder kernenergie economisch haalbaar

blijft , mits voldoende wordt geïnvesteerd in systeemflexibiliteit. Wind op zee speelt daarin een steeds belangrijkere rol. De rol van kernenergie kan aanvullend zijn , maar vereist langdurige besluitvorming , hoge publieke investeringen , stabiel beleid over meerdere kabinetsperiodes én een oplossing voor het kernafval en zou bij voorkeur via marktmechanismen moeten plaatsvinden , zonder directe staatsdeelname.

Aanvullend advies: De overheid kan zich beperken tot het ontwikkelen van een geschikte infrastructuur waar alle aanbieders gebruik van maken en waarin kernenergie geen voorkeurspositie krijgt maar wel kan toetreden zodra dit economisch haalbaar blijkt. Onderzoeksreactoren of demonstratieprojecten kunnen apart met publieke middelen worden ondersteund vanuit het belang van kennisontwikkeling. ,

,

,

2

Inleiding In deze analyse is een kostenvergelijking gemaakt van drie strategieën: (1) 100% hernieuwbare energie (zon en wind in een 50/50-mix) , (2) 85% hernieuwbaar plus 15% kernenergie (SMR) , en (3) 100% wind op zee als zelfstandige hernieuwbare optie met hoge vollasturen en beperkte opslagbehoefte [9]. De analyse is uitgevoerd per MWh , inclusief investeringen ,

systeemkosten , opslag , publieke bijdragen en technologische trends. Doel is om inzicht te geven in de maatschappelijke kostprijs van elektriciteit en de beleidsimplicaties daarvan [1][2][3]. Totale kosten zonder systeemkosten

Onderstaande tabel toont de totale kosten per technologie in euro per MWh , uitgesplitst naar opbouwkosten , overige kosten en het totaal zonder systeemkosten. De opbouwkosten omvatten de investeringskosten in de energie-infrastructuur , zoals turbines , zonnepanelen of kernreactoren , inclusief installatie en aansluiting op het net. De overige kosten (ook wel " rest " genoemd) bestaan uit exploitatie- en onderhoudskosten , brandstofkosten (voor kernenergie) , en afschrijving. Voor de hernieuwbare opties is in de opbouwkosten tevens de benodigde energieopslag inbegrepen om het wisselende aanbod van wind en zon te kunnen balanceren. De optie " Hernieuwbaar 50/50 " betreft een combinatie van 50% wind en 50% zon , inclusief opslag. De optie " 85% hernieuwbaar + 15% kern " combineert hernieuwbare opwekking met een beperkt aandeel kernenergie voor basislastvoorziening. Aanvullend is wind op zee als aparte optie opgenomen , gezien de stijgende bijdrage in de Nederlandse energiemix en het onderscheidende kostenprofiel ten opzichte van wind op land.

3

Systeemkosten Systeemkosten zijn de extra kosten die nodig zijn om het energiesysteem betrouwbaar , stabiel en efficiënt te laten functioneren bij de integratie van verschillende opwekopties. Deze kosten komen bovenop de directe opwek- en overige kosten per technologie en hangen sterk af van de mate waarin een technologie flexibel kan worden ingezet of juist afhankelijk is van weersomstandigheden. Totale kosten omgerekend naar euro per MWh geven inzicht in wat de verschillende energieopties uiteindelijk kosten per eenheid geleverde elektriciteit. Hierbij zijn de totale kosten (inclusief opbouw- , overige en systeemkosten) omgerekend van miljoen euro per terawattuur (M€/TWh) naar euro per megawattuur (€/MWh) , wat een gebruikelijkere eenheid is voor consumenten en beleidsmakers. De omgerekende kosten maken de technologieën beter onderling vergelijkbaar en geven een indicatie van

de potentiële stroomprijs bij kostendekkende exploitatie , exclusief belastingen en winstmarges. Door deze conversie wordt duidelijk welke technologie het goedkoopst is per

geproduceerde eenheid stroom wanneer alle kostencomponenten worden meegenomen. Zo kan blijken dat hernieuwbare energie , ondanks hogere systeemkosten , nog steeds concurrerend is vanwege de lage opwek- en overige kosten , terwijl kernenergie mogelijk duurder uitvalt door hoge investerings- en exploitatiekosten. Wind op zee vereist substantiële netinvesteringen (zoals zeekabels en offshore platforms) , maar heeft daarentegen een gunstiger opslagprofiel dankzij de relatief stabiele productie , vooral in de wintermaanden. Tabel 2. Systeemkosten per technologie (in euro per MWh) Opslagkosten (€/MWh)

Energieoptie

Kernenergie (SMR) Wind op land Wind op zee Zonnepanelen (PV) Hernieuwbaar 50/50 85% hernieuwbaar + 15% kernenergie Eenheid: €/MWh

Netkosten (€/MWh)

Totaal systeemkosten (€/MWh)

Balanskosten (€/MWh)

2

5

3

10

50

25

15

90

40 80

30 35

10 10

80 125

60

18

5

83

40

16

8

64

= euro per megawattuur

geleverde elektriciteit.

.

4

Beschouwing bij de kostenprognoses tot 2050 De geprojecteerde kostencurven voor hernieuwbare energie en kernenergie tot 2050 zijn

gebaseerd op een reeks aannames en gevoeligheden die in belangrijke mate de uitkomsten beïnvloeden. Hoewel de modellen robuust zijn opgezet , blijft de uitkomst sterk afhankelijk van externe factoren en beleidskeuzes. In deze beschouwing worden enkele van de belangrijkste factoren toegelicht die van invloed zijn op de betrouwbaarheid en interpretatie van de prognoses. Gevoeligheid voor rente , bouwtijd en technologische ontwikkeling De kostprijs van energieprojecten is bijzonder gevoelig voor het rentepeil , aangezien

zowel kerncentrales als grootschalige hernieuwbare energieprojecten kapitaalintensief zijn. Hoge rentestanden vergroten de kapitaalslast , vooral bij langlopende projecten zoals kernenergie. Ook de bouwtijd is van grote invloed: bij kerncentrales loopt deze op tot 15 à 20 jaar , waardoor kosten langdurig op de balans drukken en blootstaan aan onzekerheden. Hernieuwbare technologieën daarentegen kunnen doorgaans binnen 2 tot 5 jaar worden gerealiseerd , wat sneller rendement mogelijk maakt en flexibeler inspeelt op veranderende omstandigheden. De technologische ontwikkeling speelt eveneens een sleutelrol. Terwijl zon en wind de

voorbije jaren al een sterke leercurve vertoonden met significante kostendalingen , wordt verwacht dat deze trend – zij het in afvlakkende mate – doorzet. Voor kernenergie zijn de verwachtingen minder eenduidig: SMR-technologie (Small Modular Reactors) kan op termijn schaalvoordelen bieden , maar bevindt zich in veel gevallen nog in het prototypeof demonstratiestadium. Dit betekent dat het moment van grootschalige inzet van SMR’s onzeker blijft zonder aanzienlijke publieke investering en versnelde vergunningstrajecten. Realisatiesnelheid en schaalbaarheid De relatief korte realisatietijd van hernieuwbare projecten maakt ze aantrekkelijk in het

licht van klimaatdoelstellingen op middellange termijn. Bovendien kunnen zonne- en windprojecten modulair worden opgeschaald , waardoor aanbod sneller aangepast kan worden aan de vraag of beleidsveranderingen. Kernenergie daarentegen vereist langdurige vergunningsprocedures , uitgebreide veiligheidsanalyses en grootschalige investeringen vooraf. Dat maakt het minder geschikt om snel in te spelen op veranderingen in de energievraag. Ruimtebeslag en ruimtelijke impact Een vaak over het hoofd geziene factor is het fysieke ruimtebeslag. Hoewel kerncentrales per opgewekte

eenheid energie relatief weinig ruimte nodig hebben , vereist de veiligheidszone rondom een centrale een buffergebied van circa 10 km² , waarin geen grootschalige woningbouw of economische activiteit plaatsvindt. Ter vergelijking: dat staat gelijk aan de ruimte voor ongeveer 40. 000 woningen. Hernieuwbare bronnen nemen meer verspreide ruimte in beslag , maar kunnen vaak gecombineerd worden met landbouw , infrastructuur (bijv. zonneparken langs snelwegen) of worden geïntegreerd op daken.

5

Geopolitieke afhankelijkheden De afhankelijkheid van grondstoffen verschilt wezenlijk tussen beide opties. Kernenergie

is afhankelijk van uranium , dat grotendeels uit een beperkt aantal landen wordt geïmporteerd , waaronder Kazachstan , Canada en Rusland. Dit brengt geopolitieke risico’s met zich mee , zeker bij toenemende spanningen of exportbeperkingen. Hernieuwbare technologieën maken gebruik van kritieke metalen zoals lithium , kobalt en neodymium , die eveneens geopolitiek gevoelig zijn , maar in meer uiteenlopende vormen voorkomen en waarvoor alternatieve technologieën en recycling mogelijk zijn. Investeringsstructuur en financierbaarheid Tot slot verschilt de aard van de benodigde investeringen fundamenteel. Hernieuwbare

energie trekt steeds vaker private investeerders aan , mede dankzij de voorspelbaarheid van opbrengsten , lagere risico’s en kortere terugverdientijden. Kernenergie daarentegen vereist doorgaans publieke garanties of staatsdeelname , vanwege de hoge initiële investeringskosten , lange bouwtijd en maatschappelijke risico’s. Dit maakt kernenergie politiek gevoeliger en afhankelijker van stabiel overheidsbeleid over meerdere kabinetsperiodes heen. Kernenergie vereist doorgaans publieke garanties of staatsdeelname , vanwege de hoge initiële investeringskosten , lange bouwtijd en maatschappelijke risico’s. Een alternatief is echter mogelijk: de overheid kan zich richten op het faciliteren van een open infrastructuur die alle opwekopties , inclusief kernenergie , gelijk behandelt. Private investeerders kunnen dan – zonder voorkeurspositie – toetreden tot de markt wanneer kernenergie zich economisch bewijst. Zo blijft het energiesysteem marktgestuurd en wordt publieke financiering gericht op collectieve infrastructuur , in plaats van specifieke technologieën. Samenvattend , hoewel de kostenprojecties tot 2050 een duidelijke trend laten zien waarin hernieuwbare energie economisch aantrekkelijker wordt dan kernenergie , blijven de uitkomsten afhankelijk van meerdere factoren.

In het bijzonder de bouwtijd , technologische onzekerheden , geopolitieke afhankelijkheden en investeringsstructuur kunnen in de praktijk sterk doorwerken op zowel de kosten als de maatschappelijkpolitieke haalbaarheid van de verschillende energieopties. De weergegeven onzekerheidsmarges in de prognosegrafiek weerspiegelen deze dynamiek en onderstrepen de noodzaak tot regelmatige herijking van de scenario’s.

Totale maatschappelijke kosten per MWh De totale kosten per energieoptie zijn omgerekend van miljoen euro per terawattuur (M€/TWh) naar euro per megawattuur (€/MWh) een gebruikelijke rekeneenheid voor beleidsmakers investeerders en consumenten. Deze conversie geeft inzicht in de maatschappelijke kostprijs per ,

,

6

geleverde megawattuur en maakt het mogelijk om verschillende technologieën beter met elkaar te vergelijken. Let op: deze kostenrepresentatie betreft niet de marktprijs die de consument betaalt maar de totale maatschappelijke kostprijs per megawattuur – inclusief investerings- en systeemkosten die uiteindelijk deels via belastingen of subsidies op de eindgebruiker verhaald zullen worden. De omgerekende eenheidskosten vormen een belangrijke basis voor beleidsafwegingen investeringsbeslissingen en systeemoptimalisatie maar mogen niet worden verward met de marktprijs die consumenten op hun energierekening zien. ,

,

,

Door alle kostencomponenten – opwek opslag infrastructuur en balans – mee te nemen wordt zichtbaar welke technologie per geproduceerde megawattuur het voordeligst is bij kostendekkende exploitatie exclusief belastingen en winstmarges. Zo blijkt dat hernieuwbare energie ondanks hogere systeemkosten vaak concurrerend blijft door de lage opwek- en exploitatiekosten terwijl kernenergie duurder kan uitvallen door hoge investerings- en onderhoudslasten. ,

,

,

,

,

,

,

De toevoeging van wind op zee als zelfstandige optie laat zien dat deze qua maatschappelijke kostprijs tussen wind op land en de 50/50 zon-windmix in ligt en structureel goedkoper blijft dan kernenergie en zonne-energie. ,

Leveringszekerheid geopolitiek en netstabiliteit. ,

Leveringszekerheid , geopolitieke onafhankelijkheid en netstabiliteit zijn essentiële aanvullende criteria bij de beoordeling van energieopties , naast puur economische overwegingen. Leveringszekerheid heeft betrekking op de mate waarin een energiesysteem continu in staat is om te voldoen aan

de elektriciteitsvraag. Kernenergie levert een stabiele baseload , onafhankelijk van het weer , en kan daarmee een stabiliserende rol vervullen in een energiesysteem dat sterk leunt op variabele bronnen zoals zon en wind. Hernieuwbare energie vereist daarentegen voldoende opslagcapaciteit , slimme vraagsturing en flexibele back-upvoorzieningen om ook tijdens perioden met weinig zon en wind de leveringszekerheid te waarborgen. Geopolitieke onafhankelijkheid betreft de afhankelijkheid van geïmporteerde

energiebronnen of grondstoffen. Kernenergie is afhankelijk van uraniumimport , vaak uit landen met instabiele geopolitieke verhoudingen of autoritaire regimes. Hernieuwbare technologieën maken gebruik van kritieke metalen zoals lithium , kobalt en zeldzame aardmetalen , die eveneens geopolitiek gevoelig zijn , maar waarvan de bronnen geografisch meer gespreid zijn en waarvoor meer alternatieven en recyclingopties beschikbaar zijn. Bovendien biedt hernieuwbare opwekking , eenmaal gerealiseerd , een grotere mate van energieautonomie op nationaal of lokaal niveau. Netstabiliteit verwijst naar de technische betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet.

Kerncentrales leveren constante vermogensstromen , maar zijn weinig flexibel in het snel op- of afregelen van productie. In een energiesysteem met veel variabele hernieuwbare bronnen kan dit leiden tot spanningen in het net. Hernieuwbare bronnen zijn juist flexibel inzetbaar qua schaal en locatie , maar stellen hogere eisen aan netsturing , opslag en infrastructuur om fluctuaties effectief op te vangen. 7

Wind op zee levert doorgaans meer constante vermogens dan wind op land en zon , wat bijdraagt aan de voorspelbaarheid van aanbod , al vereist het net wel robuuste infrastructuur op zee.

Tabel 3. Totale maatschappelijke kosten per technologie (in euro per MWh) Technologie

Opwek + overige kosten (€/MWh)

Systeemkosten (€/MWh)

Totaal maatschappelijke kosten (€/MWh)

Kernenergie (SMR)

118

10

128

Wind op land

49

90

139

Wind op zee

76

80

156

Zonnepanelen (PV)

45

125

170

Hernieuwbaar 50/50

47

83

130

85% hernieuwbaar + 15% kernenergie

65

64

129

Prognose kostenontwikkeling tot 2050 De kostencurven voor hernieuwbare energie en kernenergie zijn opgesteld op basis van een combinatie van historische kostenreeksen , technologische trends , schaalvoordelen , beleidsontwikkelingen en internationale projecties. Voor hernieuwbare bronnen is rekening gehouden met verdere kostendalingen als gevolg van massaproductie , technologische innovatie en dalende financieringskosten. Bij kernenergie zijn factoren zoals langere bouwtijden , hogere kapitaalslasten , strengere veiligheidsnormen en maatschappelijke acceptatie meegewogen , inclusief de mogelijke impact van Small Modular Reactors (SMR’s).

Rond het jaar 2025 wordt een omslagpunt verwacht waarbij hernieuwbare elektriciteit (zon en wind , inclusief opslag) goedkoper wordt dan nieuwe kernenergie. Deze kruising van de kostencurven is gebaseerd op projecties waarin de LCOE (Levelized Cost of Energy) van hernieuwbare bronnen sneller daalt , terwijl die van kernenergie relatief constant blijft of zelfs stijgt vanwege de complexiteit en lange realisatietijd van nieuwe installaties. De onzekerheidsmarges in deze prognoses nemen toe naarmate de tijd vordert. Voor 2025 is de onzekerheid nog beperkt (circa ±5%) dankzij recente marktdata en concrete projecten. Richting 2050 lopen de onzekerheidsbanden op tot ongeveer ±20% , onder 8

invloed van factoren zoals schommelende grondstofprijzen , technologische doorbraken , beleidswijzigingen , geopolitieke ontwikkelingen en veranderende maatschappelijke voorkeuren. Deze onzekerheid is in de prognosegrafiek weergegeven met grijze banden rond de centrale kostencurves. Hoewel deze prognoses geen exacte voorspellingen zijn , geven ze wel een onderbouwde inschatting van de verwachte kostenontwikkeling op basis van plausibele aannames. Het blijft essentieel om dergelijke projecties regelmatig te actualiseren aan de hand van de nieuwste markt- en technologiegegevens. De grafiek toont het kantelpunt rond 2025 waarbij hernieuwbare elektriciteit (zon en wind , inclusief opslag) goedkoper wordt dan nieuwe kernenergie. De grijze banden representeren de toenemende onzekerheid in de kostenprojecties richting 2050.

Figuur 1. Geprojecteerde ontwikkeling van de opwekkosten (LCOE) voor verschillende energiemixen tot 2050 , inclusief onzekerheidsmarges. Wind op zee is toegevoegd als afzonderlijke curve en toont een gunstig kostenverloop door schaalvoordelen en stabiele productie.

9

Conclusie De totale maatschappelijke kosten per MWh blijken vergelijkbaar voor meerdere scenario’s: 100% hernieuwbaar (zon en wind in een 50/50-mix) , 85% hernieuwbaar + 15% kernenergie , en – op termijn – ook 100% wind op zee. Wind op zee laat een gunstig

kostenverloop zien dankzij hoge vollasturen , afnemende investeringskosten en beperkte opslagbehoefte , al blijven de systeemkosten door netinfrastructuur relatief hoog [4][5][6]. De keuze tussen deze opties wordt daarmee in toenemende mate bepaald door nietkostengerelateerde factoren , zoals: • snelheid van realisatie (voordeel voor zon en wind) , • ruimtebeslag (voordeel voor wind op zee en kernenergie) , • leveringszekerheid en flexibiliteit (voordeel voor combinaties) , • en geopolitieke afhankelijkheid (waarbij hernieuwbaar gunstiger scoort) [7][8]. De analyse onderstreept het belang van een diverse mix , waarin wind op zee een steeds

centralere rol kan spelen in het toekomstige Nederlandse energiesysteem , naast zon , wind en kernenergie.

10

Aanvullend advies: een marktconforme benadering

van

kernenergie

In de huidige beleidsdiscussie wordt kernenergie vaak benaderd als een strategische

technologie waarvoor directe overheidsdeelname of een staatsbedrijf noodzakelijk zou zijn. Vanuit een conservatieve invalshoek wordt dit gelegitimeerd door leveringszekerheid , nationale controle en lange terugverdientijden. Toch kleven aan een staatsbedrijf of directe overheidsdeelname belangrijke nadelen , zoals marktverstoring , financiële risico’s voor de belastingbetaler en verminderde prikkels tot efficiëntie. Een alternatief is een marktconforme benadering , waarin de overheid zich richt op de

ontwikkeling van een open , toekomstbestendige energie-infrastructuur , die geschikt is voor alle typen opwekking – inclusief kernenergie. Denk hierbij aan het realiseren van robuuste netaansluitingen , flexibele opslag en balanceringscapaciteit , waar zowel hernieuwbare als conventionele bronnen op kunnen aansluiten. Deze infrastructuur wordt beheerd door de netbeheerder , die de kosten factureert aan alle gebruikers op basis van transparante tarieven. Binnen dat systeem kan kernenergie worden toegelaten als optie voor private investeerders , zonder voorkeurspositie of directe staatsfinanciering. Wanneer

kernenergie zich economisch kan bewijzen , zal deze vanzelf toetreden tot de markt. Zo blijft het energiebeleid in lijn met het vrije marktmechanisme en wordt vermeden dat de overheid onnodige financiële risico’s neemt of concurrentie vervalst. Een uitzondering blijft mogelijk voor onderzoek en innovatie. De staat kan en moet

investeren in fundamenteel onderzoek , bijvoorbeeld via een kleinschalige onderzoeksreactor of testfaciliteiten , zoals gebruikelijk is in andere technologische domeinen. Dat is geen marktverstoring , maar een publiek belang in kennisontwikkeling. Kortom , geef de markt de ruimte om te kiezen wat rendabel is , en zorg als overheid voor een infrastructuur

waarin die keuze eerlijk kan plaatsvinden.

Referenties 1. Ministerie van EZK. (2024). Kamerbrief Kernenergie & SMR's. Tweede Kamer , vergaderjaar 2023–2024 , 32645 nr. 130. 2. Stichting Laka. (2023). Nieuwe , kleinere kerncentrales (SMR) in Nederland. 3. CE Delft. (2023). Kosten hernieuwbare opwek en opslagtechnologieën in Nederland. 4. IRENA. (2022). Renewable Power Generation Costs. 5. BloombergNEF. (2023). New Energy Outlook. 6. NVDE / Ecofys. (2023). Kostendalingen zon en wind in Nederland. 7. OECD/NEA. (2020). The Costs of Decarbonisation: System Costs with High Shares of Nuclear and Renewables. 8. TNO. (2022). Energie in Nederland: markt en beleid in transitie. 9. TNO. (2023). Kosten en systeemeffecten van offshore wind in Nederland. 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15349214/1