CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage implementatiehandleiding modelbeleidsregels schuldhulpverlening

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 20255.314 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatiehandleiding Behorend bij model beleidsregels schuldhulpverlening

Documenttitel

Oktober 2025

Thema of datum

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 070 373 83 93 Schulden@vng.nl Oktober 2025

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1/14

Inhoud 1. 2.

Inleiding ................................................................................................................................... 3 Beleidsregels ........................................................................................................................... 4 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.

3. 4.

Beleidsplan ................................................................................................................... 4 Achtergrond en noodzaak ............................................................................................. 4 Keuzes in de beleidsregels ........................................................................................... 4 Wettelijk kader .............................................................................................................. 5 De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening ................................. 5 Routekaart Financiële zorgen ....................................................................................... 5

Artikelsgewijze toelichting ....................................................................................................... 6 Format beslisnota .................................................................................................................. 13

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/14

1. Inleiding De gemeente heeft sinds de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) op 1 juli 2012, de wettelijke taak om schuldhulpverlening te bieden aan inwoners. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgs is dat de schuldhulpverlening integraal is. Dit betekent dat er bij de schuldhulpverlening niet alleen aandacht moet zijn voor de financiële problemen van een inwoner, maar ook voor omstandigheden die verband houden met financiële problemen. De gemeente is het beste in staat om een regierol bij de integrale schuldhulpverlening op zich te nemen, omdat de gemeente dicht bij de inwoner en de betrokken instanties staat. De model beleidsregels schuldhulpverlening gaan over de invulling van de taak van het college. Om deze beleidsregels toekomstbestendig te maken, de schuldhulpverlening zo toegankelijk mogelijk te maken voor inwoners en ervoor te zorgen dat de schuldhulpverlening in iedere gemeente uit minimaal dezelfde elementen bestaat, zijn de elementen basisdienstverlening ook in het model verwerkt. Deze elementen komen voort uit de bestuurlijke afspraken basisdienstverlening schuldhulpverlening die door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Divosa, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 21 maart 2024 zijn ondertekend.

Gemeenten hebben vanzelfsprekend de vrijheid om zelf te bepalen of zij de modelbeleidsregels geheel of gedeeltelijk overnemen en behouden daarmee hun eigen autonomie Deze handleiding gaat in op de keuzes die gemeenten bij het implementeren van de model beleidsregels schuldhulpverlening kunnen maken. Verder vindt u informatie over: • •

De achtergrond en de noodzaak van het vaststellen van de model beleidsregels schuldhulpverlening; Een artikelsgewijze toelichting en de keuzes die u aan de hand van uw gemeentelijke context kunt maken.

Deze implementatiehandleiding is opgesteld door de VNG in afstemming met gemeenten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/14

2. Beleidsregels 2.1.

Beleidsplan

De gemeenteraad moet op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening een plan opstellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. Dit plan moet toezien op: • De wettelijke taak van gemeenten rond schuldhulpverlening; • Het samenhangende beleid rond de integrale schuldhulpverlening; • De acties en de maatregelen die de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) nemen om de kwaliteit van (de integrale wijze van) schuldhulpverlening te borgen. Het college moet dit plan uitvoeren en schuldhulpverlening bieden aan inwoners. Het college kan zijn bevoegdheden uit de Wgs mandateren. Deze beleidsregels zijn in dat geval ook van toepassing op de uitvoering van schuldhulpverlening door degene die daarvoor een mandaat heeft1. Inwoners hebben pas toegang tot schuldhulpverlening als het college hen een aanbod doet. Om schuldhulpverlening goed uit te voeren, is het wenselijk dat het college beleidsregels vaststelt waarin staat wanneer een aanbod voor schuldhulpverlening wordt gedaan, hoe het aanbod tot stand komt en hoe de schuldhulpverlening wordt gegeven. Het is daarbij belangrijk dat het beleidsplan van de gemeenteraad en de beleidsregels van het college op elkaar aansluiten.

2.2.

Achtergrond en noodzaak

Het is belangrijk dat schuldhulpverlening laagdrempelig en breed toegankelijk is, zodat zoveel mogelijk inwoners er gebruik van maken. Daarnaast is bestuurlijk afgesproken dat de schuldhulpverlening in iedere gemeente uit minimaal dezelfde onderdelen bestaat; de elementen basisdienstverlening. Om die reden zijn deze model beleidsregels schuldhulpverlening gebaseerd op: • de wetgeving, in het bijzonder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; • de elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening; • de VNG-handreiking ‘Begeleiding’; • het inwonersperspectief, uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen.

2.3.

Keuzes in de beleidsregels

Door bovenstaande ontwikkelingen te integreren in de model beleidsregels, maken we ze zo toekomstbestendig mogelijk. Tegelijkertijd betekent dit dat de model beleidsregels mogelijk (nog) niet (volledig) aansluiten bij de huidige praktijk van schuldhulpverlening in uw gemeente. Mede daarom bevat de model beleidsregels schuldhulpverlening een aantal bepalingen waarin gemeenten uitdrukkelijk de ruimte hebben om keuzes te maken. In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/14

2.4.

Wettelijk kader

In de beleidsregels zijn een aantal regels opgenomen die volgen uit de Wgs. Bij het geven van schuldhulpverlening kan niet worden afgeweken van deze wettelijke verplichtingen. Artikel 3 van de Wgs bepaalt dat de uitvoering van het plan van de gemeenteraad, dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening, een taak van het college is. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wgs moet het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld, binnen vier weken na de aanvraag plaatsvinden. Verder bepaalt artikel 4a, eerste lid, van de Wgs dat een toelatingsbeschikking een plan van aanpak bevat. Daarnaast zijn in artikel 4a van de Wgs aanvullende regels opgenomen over de toelatingsbeschikking of de afwijzingsbeschikking. Tot slot wordt in artikel 6 en 7 van de Wgs de kaders van de inlichtingenplicht en de medewerkingsplicht van inwoners bepaald.

2.5.

De elementen van de basisdienstverlening schuldhulpverlening

Sommige keuzes in de beleidsregels zijn gebaseerd op de elementen uit de basisdienstverlening. Om de werkwijze tussen gemeenten zo veel mogelijk te harmoniseren, is het wenselijk dat zoveel mogelijk beschikbare elementen worden opgenomen of worden toegevoegd wanneer ze geïmplementeerd (kunnen) worden. Met de keuzemogelijkheden in de beleidsregels bieden we gemeenten de ruimte om naar deze situatie toe te werken. Het is nuttig om de beleidsregels regelmatig te herzien om te bepalen welke elementen kunnen worden toegevoegd aan de beleidsregels. Van de twintig elementen zijn er een namelijk aantal elementen die – stand najaar van 2025 – nog verder ontwikkeld worden en op lange termijn ingezet kunnen worden bij de schuldhulpverlening. Tien van de twintig elementen basisdienstverlening zien op begeleiding. Om ondersteuning aan gemeenten te bieden bij het implementeren van deze elementen heeft de VNG de handreiking begeleiding opgesteld. De beleidsregels zijn mede op deze handreiking gebaseerd.

2.6.

Routekaart Financiële zorgen

De model beleidsregels sluiten aan bij de routekaart Financiële Zorgen van de VNG. De routekaart biedt de gemeente handvatten om de capaciteit en middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaring tussen gemeenten te delen en de dienstverlening op gelijke basis in te richten. Hierbij staat het inwonersperspectief centraal en zijn de elementen uit de basisdienstverlening verwerkt. Inwoners met allerlei financiële zorgen kunnen zich melden en er wordt direct ondersteuning geboden om duidelijk te krijgen wat de hulpbehoefte is.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/14

3. Artikelsgewijze toelichting Deze handleiding gaat in op bepaalde keuzes die gemeenten kunnen maken bij de implementatie van de model beleidsregels schuldhulpverlening. Sommige bepalingen zijn cursief gemaakt in de model beleidsregels, waaruit uitdrukkelijk blijkt dat deze facultatief opgenomen kunnen worden. Reden hiervoor is dat die bepaling mogelijk (nog) niet (volledig) aansluit bij de huidige praktijk. Voor alle bepalingen geldt dat gemeenten zelf moeten nagaan of het past binnen de eigen gemeentelijke context. Het doel van het model is om, gelet op de bestuurlijke afspraken, zoveel mogelijk bij de tekst van de bepalingen aan te sluiten en zo de schuldhulpverlening in de basis zoveel mogelijk eenduidig te maken. Artikel 1. Definities In de model beleidsregels wordt in de artikelen 4 en 9 gesproken over de mogelijkheid om gebruik te maken van een meetinstrument. Het opnemen van de definitie van ‘meetinstrument’ is alleen nodig als uw gemeente besluit een meetinstrument te gebruiken. De inzet van een meetinstrument is een van de elementen van de basisdienstverlening. Het college kan ervoor kiezen om alleen tijdens de systematische intake of ook tijdens de evaluatiemomenten een meetinstrument te gebruiken. Verder kan de gemeente ervoor kiezen om de resultaten van het meetinstrument te gebruiken om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 2.

Doelgroep In dit artikel is opgenomen dat inwoners met financiële zorgen en schulden zich tot het college kunnen wenden voor schuldhulpverlening. In de definities is uitgewerkt dat een inwoner een ingezetene van de gemeente is, als bedoeld in artikel 1 van de wet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening laagdrempelig is en toegankelijk is voor iedere inwoner met schulden of financiële zorgen. In het tweede lid staat dat schuldhulpverlening in bijzondere omstandigheden ook kan worden gegeven aan een persoon die geen inwoner van de gemeente is (bijvoorbeeld bij een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheid). Artikel 3. Aanvraag Op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wgs kan een inwoner een aanvraag voor schuldhulpverlening schriftelijk of mondeling indienen bij het college. Het doel van de wet is dat inwoners met financiële zorgen de weg naar schuldhulpverlening kunnen vinden. De wijze waarop het college daaraan invulling geeft is opengelaten. In deze bepaling kan worden opgenomen hoe inwoners kenbaar kunnen maken dat zij schuldhulpverlening willen. De bepaling noemt enkele voorbeelden, zoals e-mailen, bellen, digitaal of melding bij fysieke loketten binnen de gemeente. Gezien de gewenste laagdrempeligheid is aan te raden om inwoners zo veel mogelijk opties te geven. Ook is dit een element van de basisdienstverlening. Artikel 4.

Systematische intake Het college kan ervoor kiezen om tijdens de systematische intake gebruik te maken van een meetinstrument. Dit is een element van de basisdienstverlening schuldhulpverlening. Als het college gebruik maakt van dit element dan wordt het vierde lid opgenomen in de beleidsregel. Dit meetinstrument kan de systematische intake ondersteunen. Het is een middel om een zo objectief en duidelijk mogelijk beeld te krijgen van de inwoner op de verschillende leefgebieden. Daardoor kan gestructureerd en methodisch verantwoord worden bepaald wat de inwoner nodig heeft en wat diens hulpvraag is. Voor de overweging om een meetinstrument te gebruiken wordt

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/14

verwezen naar de-handreiking ‘Het begeleiden van inwoners vanuit de elementen basisdienstverlening’. Als volgen en nazorg wordt geboden als onderdeel van het begeleidingstraject, dan wordt de inwoner bij het eerste gesprek hierover geïnformeerd. Hiermee wordt zoveel mogelijk duidelijkheid gegeven over het gehele begeleidingstraject. In dat geval wordt aangeraden om artikel 4, derde lid, sub d, onderdeel 2, op te nemen in de beleidsregels. De periode van volgen is facultatief opgenomen, omdat dit mogelijk door gemeenten nog niet in de huidige praktijk wordt gedaan. Nazorg daarentegen is een wettelijke verplichting op grond van de Wgs. Voor meer toelichting over de periode van volgen en nazorg, wordt verwezen naar artikel 13 tot en met 15. Artikel 5. Beschikking Op grond van artikel 4a, derde lid, van de Wgs wordt een beschikking afgegeven binnen een door de gemeenteraad vast te stellen termijn die volgens de Wgs maximaal acht weken na het eerste gesprek mag zijn. Het is uiteraard toegestaan om een kortere beslistermijn vast te stellen. De termijn wordt vastgesteld in een Verordening beslistermijn schuldhulpverlening. In dit artikel moet de vastgestelde termijn worden opgenomen. Artikel 6.

Toegang Het tweede lid van dit artikel bevat een facultatieve bepaling om een inwoner aan te melden bij de verwijsindex schuldhulpverlening (VISH) als de inwoner toegang krijgt tot de schuldhulpverlening. VISH zorgt voor snelle schuldrust bij inwoners met schulden. (Gerechts)deurwaarders raadplegen het systeem voor het uitbrengen van een dagvaarding. Daarin zien ze of de inwoner schuldhulpverlening krijgt. Zij informeren hun klant (de schuldeiser) dat er schuldhulpverlening is aangevraagd en adviseren om af te zien van verdere stappen. Dit draagt bij aan schuldenrust voor de inwoner. Aansluiting op de VISH is een element van de basisdienstverlening. Het Schuldenknooppunt is de standaard in de schuldenketen voor digitale uitwisseling van gestandaardiseerde berichten. Het zorgt voor een efficiënte en veilige manier van gegevensuitwisseling. Voor zowel financiële hulpverleners als schuldeisers staat een set standaardberichten klaar. Deze zijn in onderling overleg opgesteld. Het Schuldenknooppunt verbindt en versnelt. Dit is een element van de basisdienstverlening. Artikel 7. Weigering Op grond van artikel 3, tweede en derde lid, van de Wgs kan het college de toegang tot schuldhulpverlening weigeren als een inwoner al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening of fraude heeft gepleegd.

Voor beide weigeringsgronden geldt dat het gaat om een bevoegdheid om schuldhulpverlening te weigeren en niet om een verplichting. Het is aan het college om te beoordelen of het feit dat er al eerder schuldhulpverlening gegeven is of dat er fraude is gepleegd aanleiding is om de nieuwe aanvraag te weigeren. Dit is alleen mogelijk als de gemeenteraad deze weigeringsgronden heeft opgenomen in het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2 van de Wgs. Om de toegankelijkheid van schuldhulpverlening te bevorderen, is opgenomen dat de weigeringsgronden slechts voor een bepaalde periode van toepassing zijn. Een verzoek kan dan niet langer worden geweigerd, mits er een bepaalde termijn is verstreken sinds de beëindigingsbeschikking. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen welke termijn zij daarbij redelijk achten, maar voorgesteld is uit te gaan van een termijn van zes maanden.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/14

Voor de weigeringsgrond inzake een eerder beroep op schuldhulpverlening is van belang dat persoonsgegevens die betrekking hebben op eerder gebruik van schuldhulpverlening alleen kunnen worden opgevraagd bij andere gemeenten en instanties als de gemeenteraad in het beleidsplan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan deze weigeringsgrond. Voor de weigeringsgrond inzake fraude geldt hetzelfde. Op grond van artikel 13, tweede en vierde lid, van het Bgs kunnen persoonsgegevens bij fraude alleen worden opgevraagd bij andere gemeenten en instanties, als de gemeenteraad in het plan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan de weigeringsgrond bij fraude. In onderdeel c is in aanvulling op de wet geregeld dat het college de toegang tot schuldhulpverlening kan weigeren als een inwoner zich misdraagt door bijvoorbeeld een persoon die schuldhulpverlening geeft te beledigen of te intimideren. Het college heeft daarbij de ruimte om in het concrete geval te beoordelen of een bepaalde misdraging moet leiden tot een weigering van de toegang van schuldhulpverlening. Ook voor deze weigeringsgrond geldt dat hier een termijn aan gebonden is en dat het aan de gemeente is om te bepalen welke termijn redelijk is.

Tot slot wordt benadrukt dat deze weigeringsgrond alleen in de beleidsregels kan worden opgenomen, als de gemeenteraad in het beleidsplan inzake schuldhulpverlening heeft opgenomen dat toepassing wordt gegeven aan deze weigeringsgrond. Artikel 8 Begeleiding bij wettelijke schuldsanering Inwoners die schulden hebben, maar geen toegang tot de minnelijke schuldsaneringsregeling krijgen of vanuit het minnelijke traject doorstromen, kunnen mogelijk wel een beroep doen op het wettelijke schuldsaneringstraject. Om de kansen op een geslaagd beroep hierop te vergroten, is in deze bepaling uitgewerkt dat het college begeleiding biedt bij de aanvraag en het doorlopen van het wettelijke schuldsaneringstraject om zo uitval te voorkomen. Dit is een element van de basisdienstverlening. Dit element betreft de inwoners die gemeenten al in beeld hebben wanneer zij een wettelijk schuldsaneringstraject gaan volgen. De begeleiding bestaat onder andere uit hulp bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de toelatingszitting en meegaan naar de zitting. Daarna wordt gedurende het traject dezelfde financiële begeleiding geboden als bij een regulier traject schuldhulpverlening. Artikel 9. Inhoud plan van aanpak Het college kan bij de evaluatie van het plan van aanpak gebruik maken van een meetinstrument.

Als het college hier gebruik van maakt, wordt het derde lid opgenomen in de beleidsregel. Het gebruik van een meetinstrument bij de evaluatie kan bijdragen aan het bepalen van de effectiviteit van de begeleiding. De uitkomsten van de toepassing van het meetinstrument kunnen worden vergeleken met de uitkomsten van de systematische intake als dit daarbij ook is gebruikt of met de uitkomsten van de toepassing van het meetinstrument bij voorgaande evaluaties. Hiermee wordt voor de inwoner en het college objectief zichtbaar wat de resultaten zijn van de schuldhulpverlening. Op basis van de resultaten kan het plan van aanpak worden gewijzigd. Als het plan van aanpak wordt gewijzigd, is een aanpassing van de toegangsbeschikking ook nodig, als de rechtspositie van de inwoner wijzigt. De financiële begeleiding wordt periodiek geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt bepaald of het plan van aanpak aangepast moet worden. Het evalueren aan de hand van een meetinstrument is een element van de basisdienstverlening. In het tweede lid, onder f is

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/14

opgenomen dat de beslagvrije voet in acht genomen moet worden en onder sub g dat het plan van aanpak in ieder geval de afloscapaciteit bevat, op basis van het vrij te laten bedrag volgens de Recofa-methode. Het bieden van een standaard saneringskrediet met een aflostermijn van 18 maanden en waarbij de afloscapaciteit wordt berekend op basis van het vrij te laten bedrag (Vtlb) is een element van de basisdienstverlening. Artikel 10. Aanbod schuldhulpverlening Het oplossen van schulden kan in verschillende vormen. De vormen die kunnen worden ingezet zijn opgenomen in het eerste lid. Om ervoor te zorgen dat het aanbod voor schuldhulpverlening overal zo passend mogelijk kan worden gedaan, zijn al deze vormen opgenomen in de beleidsregels. Verder zijn in het tweede lid de omstandigheden opgenomen die het college in ieder geval betrekt bij het bepalen van het aanbod voor schuldhulpverlening. Het college heeft de ruimte om deze omstandigheden in onderlinge samenhang te bezien om tot een aanbod te komen. Daarbij heeft het college ook nog de ruimte om omstandigheden te betrekken die niet genoemd zijn. Artikel 11. Verplichtingen Uit artikel 7 van de wet volgt een algemene medewerkingsplicht voor een inwoner tijdens de uitvoering van schuldhulpverlening.

Op grond van artikel 7, derde lid, van de wet hebben inwoners in dat kader in elk geval de verplichting om zich te identificeren als dit nodig is voor de schuldhulpverlening. Wat de medewerkingsplicht verder concreet inhoudt wordt echter niet uitgewerkt in de wet. Het college heeft hiermee de ruimte om dit zelf te bepalen. Die beoordelingsruimte is in de beleidsregels ingevuld met een facultatieve bepaling. Voorop staat dat het moet gaan om de medewerking die nodig is om de schuldhulpverlening te laten slagen. Verder moet het binnen de kaders van artikel 7, derde lid, van de wet blijven en moet het gaan om concrete verplichtingen die zien op individuele situaties. In het vierde lid staat dat inwoner ook over de verplichtingen wordt geïnformeerd. Zowel tijdens het gesprek als in de beschikking. Door de inwoner zowel mondeling als schriftelijk te informeren over de verplichtingen is de inwoner hier ook op aanspreekbaar. Artikel 12. Begeleidingsplan Het college bepaalt de inhoud van het begeleidingsplan. De begeleidingsproducten worden op hoofdlijnen opgenomen in het plan van aanpak als onderdeel van de toegangsbeschikking. In het begeleidingsplan wordt de invulling van de ondersteuning verder uitgewerkt. In het tweede lid kan het college de onderwerpen opnemen die een vast onderdeel zijn van het begeleidingsplan.

Deze onderwerpen moeten bijdragen aan de functie van het begeleidingsplan binnen de schuldhulpverlening. In artikel 12 zijn hiervoor een aantal suggesties gedaan. Bijvoorbeeld dat het begeleidingsplan duidelijkheid biedt over de beginsituatie van de inwoner, het einddoel van het begeleidingstraject en de subdoelen die daartussen in liggen. Verder gaat het om het inzicht in de manier waarop er wordt gewerkt aan de doelen, de rolverdeling tussen de inwoner en de professional en de geschatte duur van de begeleiding en de momenten van evaluatie. De voorbeelden uit het tweede lid geven een beeld van de onderwerpen die het college in de beleidsregels zou kunnen opnemen. Het college heeft daarnaast de mogelijkheid om ook andere onderwerpen te benoemen, zolang die onderwerpen redelijkerwijs bijdragen aan de functie van het begeleidingsplan. Net als bij het plan van aanpak kan het begeleidingsplan worden gewijzigd op basis van een evaluatie. Als de gemeente hierbij gebruik maakt van een meetinstrument, dan kunnen de resultaten daarvan worden gebruikt om te bepalen of het begeleidingsplan moet

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/14

worden gewijzigd. Op basis van de overwegingen onder artikel 9 kan de keuze worden gemaakt om een meetinstrument de gebruiken bij de evaluaties. Dit is een element van de basisdienstverlening. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt aangeraden het plan van aanpak met de producten op hoofdlijnen en het begeleidingsplan over de uitvoering van de begeleiding gescheiden te houden. Gemeenten bepalen echter zelf op welke wijze zij hieraan invulling geven. Artikel 13. Periode van [volgen en] nazorg Na het opstarten van het begeleidingstraject vindt een cyclus van uitvoeren van de financiële begeleiding en daarna evalueren van het begeleidingsplan plaats. Uit artikel 13 volgt dat op basis van een evaluatie het begeleidingsplan kan worden aangepast. Daarbij wordt ook bekeken of het plan van aanpak moet worden aangepast. Het begeleidingstraject eindigt nog niet als er bij de evaluatie blijkt dat aan alle doelen van het begeleidingstraject is voldaan. Er volgt daarna eventueel een periode volgen, maar in ieder geval van nazorg. De periode van volgen is in dit artikel facultatief opgenomen, omdat de fase van volgen niet verplicht is en mogelijk nog niet bij alle gemeenten onderdeel is van de huidige praktijk. Nazorg is daarnaast een wettelijke verplichting op grond van de wet.

De wijze waarop en de inhoud van de begeleiding tijdens de fase van volgen wordt in samenspraak met de inwoner vastgelegd. Dit kan betekenen dat de ene inwoner graag elke maand op kantoor langskomt om samen te bekijken of de afgesproken acties goed zijn verlopen. Voor de andere inwoner is een huisbezoek passend, waarin de uitstaande afspraken die zijn gemaakt in het begeleidingsplan worden doorgenomen en nieuwe afspraken worden gemaakt. In de periode van volgen vindt minimaal elke maand een afspraak plaats met de inwoner. Beide zijn onderdeel van de begeleiding en richten zich op het voorkomen van een terugval. Contact bij terugval is een element van de basisdienstverlening. Bij het volgen kunnen de volgende onderwerpen aan bod komen: •

• • • •

Werkt de structuur van de inwoner om financieel gezond te blijven of moeten er bijvoorbeeld aanpassingen plaatsvinden in de inrichting van de betaalrekening, de wijze van administratie voeren of de manier waarop betalingen plaatsvinden? Lukt het de inwoner om vooruit te blijven kijken naar toekomstige veranderingen? Lukt het de inwoner om zelfmanagement te blijven uitvoeren? Heeft de inwoner voldoende vertrouwen ontwikkeld? Wat zijn signalen dat het mogelijk niet goed gaat?

Na de periode van volgen wordt met de inwoner bekeken of verlenging nodig is, of dat het traject afgesloten kan worden. Na volgen volgt de nazorg waarbij de professional gedurende een jaar één of meerdere keren contactmomenten heeft met de inwoner. Deze momenten worden ook weer in samenspraak met de inwoner vastgelegd. Bij de nazorggesprekken wordt de inwoner gevraagd hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Daarbij wordt aangeraden om te werken naar een situatie waarin volgen ook onderdeel wordt van het begeleidingstraject en dus aan nazorg voorafgaat. Het gaat dan eerst om een periode van intensievere begeleiding in de vorm van volgen en dan een periode van wat minder intensieve begeleiding in de vorm van nazorg. Als volgen ook onderdeel is geworden van het

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/14

begeleidingstraject kunnen de artikelen 13 tot en met 15 geheel opgenomen worden in de beleidsregels. Artikel 14. Volgen In artikel 4, derde lid, onder c, is vastgelegd dat de inwoner tijdens het eerste gesprek wordt ingelicht over de periode van volgen en de periode van nazorg. Op basis van het eerste lid van dit artikel legt het college, in overleg met de inwoner, vast op welke wijze de begeleiding tijdens de volgperiode wordt vormgegeven en wat die begeleiding inhoudt. De volgperiode maakt deel uit van het begeleidingstraject. Het begeleidingstraject eindigt dan dus (nog) niet. Door goed invulling te geven aan volgen, kan terugval worden voorkomen. In deze periode is met name het aanleren van zelfmanagement belangrijk. Het is ook belangrijk om te onderzoeken of de vertrouwensband, zoals die vanaf het eerste contact is opgebouwd, voldoende sterk is om inwoners het gevoel te geven dat ze laagdrempelig opnieuw contact mogen zoeken. Op het moment dat de inwoner, bijvoorbeeld na een periode van budgetbeheer, weer zelfstandig verder kan, wordt de begeleiding voortgezet door de inwoner gedurende een periode te volgen. Dit houdt in dat minimaal elke maand een afspraak plaatsvindt met de inwoner. De wijze waarop en de inhoud van de begeleiding tijdens de fase van volgen wordt in samenspraak met de inwoner vastgelegd.

Als de inwoner in de periode van volgen terugvalt, dan is in het tweede lid geregeld dat het college contact met de inwoner opneemt en nagaat welke begeleiding nodig is. Aan de hand daarvan wordt dan vervolgens het oorspronkelijke begeleidingsplan geëvalueerd, aangepast en verder uitgevoerd. Het is belangrijk om terugval te normaliseren. Terugvallen is een onderdeel van de gedragsverandering die nodig is om schulden te voorkomen. Door een terugval ook voor inwoners te normaliseren wordt de schaamte over een terugval minder en wordt de kans groter dat inwoners bij een terugval opnieuw contact zoeken met de professional. Na de periode van volgen wordt met de inwoner bekeken of verlenging van de begeleiding nodig is, of dat de schuldhulpverlening na de periode van nazorg beëindigd kan worden. Artikel 14 is een facultatieve bepaling voor gemeenten die in de uitvoering van schuldhulpverlening invulling geven aan de periode van volgen. Voor gemeenten die dit nog niet doen is deze bepaling mogelijk nog niet toepasbaar in de beleidsregels. Artikel. 15 Nazorg Dit artikel regelt dat het college met de inwoner onderzoekt welke vorm van nazorg gewenst is en dit in overleg met de inwoner vastlegt. In deze periode neemt de professional nogmaals gedurende een jaar één of meerdere keren contact op met de inwoner.

Bij het nazorggesprek wordt de inwoner gevraagd hoe de afgelopen periode is verlopen en of er nog ondersteuning nodig is. Ook bij nazorg is het van belang om al bij de start aan te geven dat nazorg bij het totale traject hoort. Daardoor verwachten inwoners het nazorggesprek en staan zij meer open om in gesprek te gaan. Nazorg is maatwerk, dus het college onderzoekt samen met inwoners tijdens de fase van volgen welke nazorg gewenst is. Verder is nazorg onderdeel van het begeleidingstraject. Na het beëindigen van de nazorg wordt een beëindigingsbeschikking gestuurd voor schuldhulpverlening. Wanneer er nog andere niet vrij toegankelijke producten lopen, kan in plaats daarvan een

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/14

wijzigingsbeschikking worden gestuurd met een aangepast plan van aanpak, waarvan financiële begeleiding geen onderdeel meer uitmaakt. Artikel 16. Beëindiging schuldhulpverlening In het tweede lid is opgenomen dat het college met de inwoner contact opneemt als in een periode van zes maanden na de beëindigingsbeschikking een vroegsignaal binnenkomt. Dit is een element van de basisdienstverlening. Het tweede lid is facultatief opgenomen, omdat gemeenten dit in de huidige praktijk mogelijk nog niet doen. Als dit zich voordoet wordt bij voorkeur door de laatst bekende professional contact opgenomen en onderzocht welke hulp geboden wordt. Een eventuele niet vrij toegankelijke voorziening zal weer beschikt moeten worden door het college. Daarna kan schuldhulpverlening weer worden opgestart. Artikel 17. Voortijdige beëindiging schuldhulpverlening In het eerste lid, onder c is facultatief opgenomen dat het college kan besluiten de schuldhulpverlening eerder te beëindigen als de inwoner zich misdraagt tegenover personen die schuldhulpverlening bieden. Een dergelijke bepaling is ook opgenomen bij artikel 7 over de weigering van de schuldhulpverlening. Artikel 18.

BKR-registratie problematische schulden Als een inwoner is toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject wegens problematische schulden, doet het college een melding (SH) bij het Bureau Kredietregistratie (BKR), zodat dit in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) wordt geregistreerd. Artikel 19. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht Dit artikel is facultatief. Als deze beleidsregels de bestaande beleidsregels voor schuldhulpverlening vervangen, kan het eerste lid worden gebruikt. Hiermee kan duidelijkheid worden geboden over de toepasselijke beleidsregels. In het tweede lid is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor lopende schuldhulpverlening. De bepalingen hoeven uiteraard niet te worden opgenomen als er geen bestaande beleidsregels zijn voor schuldhulpverlening. Als deze er wel zijn, kan het noodzakelijk zijn om dit artikel op te nemen om inwoners de nodige duidelijkheid te bieden over welke beleidsregels van toepassing zijn. Artikel 20. Inwerkingtreding De beleidsregels kunnen op grond van artikel 3:40 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) pas in werking treden als deze zijn bekendgemaakt. Volgens artikel 3:42 van de Awb en artikel 6 van de Bekendmakingswet moeten beleidsregels worden bekend gemaakt in het Gemeenteblad.

Het college heeft in deze bepaling de keuze om de inwerkingtreding te koppelen aan de bekendmaking of een concreet moment te bepalen voor de inwerkingtreding. Geadviseerd wordt om expliciet te maken per wanneer de bepalingen in werking treden. Artikel 21. Citeertitel In dit artikel moet de citeertitel van de beleidsregels worden opgenomen. Bij de citeertitel is herkenbaarheid voor burgers belangrijk. Aanbevolen wordt om na ‘Beleidsregels schuldhulpverlening’ de naam van de gemeente toe te voegen en, afhankelijk van het plaatselijke gebruik, het jaar van het vaststellen van de beleidsregels.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/14

4. Format beslisnota Ontwerp besluit Het college van de gemeente [naam gemeente] besluit: De beleidsregels schuldhulpverlening [naam gemeente en eventueel jaartal] voor de gemeente [naam gemeente] vast te stellen. Inleiding Op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Wgs) hebben gemeenten de taak om schuldhulpverlening te bieden aan inwoners. Een belangrijk uitgangspunt van de Wgs is dat schuldhulpverlening integraal is. Dit betekent dat er bij de schuldhulpverlening zowel aandacht moet zijn voor de financiële problemen van inwoners, als ook met omstandigheden die verband houden met die financiële problemen. Op 21 maart 2024 hebben het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VNG, Divosa en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) de bestuurlijke afspraken voor de basisdienstverlening schuldhulpverlening ondertekend. Deze partijen onderschrijven daarmee de doelstelling dat meer mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen en dat gemeenten in dat kader de dienstverlening gelijktrekken. Uit de bestuurlijke afspraken volgt dat schuldhulpverlening in iedere gemeente uit minimaal dezelfde onderdelen bestaat, namelijk de elementen van de basisdienstverlening. Op 5 juni 2025 is het plan opnieuw bekrachtigd door de bestuurders van de vier partijen. Daarnaast heeft de VNG de routekaart Financiële zorgen ontwikkeld.

De routekaart biedt gemeenten handvatten om de capaciteit en middelen voor schuldhulpverlening zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaringen te delen en dienstverlening op gelijke basis in te richten. De routekaart geeft houvast, gebaseerd op wat vanuit inwonersperspectief als ideaal gezien wordt. De elementen van de basisdienstverlening en de routekaart Financiële Zorgen zijn zoveel mogelijk in deze beleidsregels verwerkt. Met de model beleidsregels wordt gestuurd op schuldhulpverlening die laagdrempelig en breed toegankelijk is, zodat zoveel mogelijk inwoners er gebruik van kunnen maken. Hiermee wordt met deze beleidsregels invulling gegeven aan de ambitie om het bereik en de kwaliteit van schuldhulpverlening in de gemeente verder te verhogen. Daarnaast geven de model beleidsregels ook invulling aan de ambitie om het schuldhulpverleningsproces in gemeenten gelijk te trekken. Hiermee wordt bijgedragen aan de versterking van de landelijke basisdienstverlening schuldhulpverlening. De beleidsregels zijn toekomstbestendig gemaakt door de elementen van de basisdienstverlening en het inwonersperspectief uit het basisproces van de routekaart Financiële Zorgen erin te verwerken. Door middel van facultatieve bepalingen heeft de gemeente de ruimte gekregen om in de beleidsregels aansluiting te vinden met de gemeentelijke praktijk.

Hierbij kunnen er verschillen bestaan tussen gemeenten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13/14

Beoogd effect Het college van de gemeente [naam gemeente] is van mening: • dat het wenselijk is dat mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen; • dat de beleidsregels bijdragen aan een laagdrempelige en toegankelijke schuldhulpverlening; • dat de beleidsregels bijdragen aan verdere verbetering van de kwaliteit van schuldhulpverlening vanuit de gemeente; • dat het wenselijk is dat schuldhulpverlening in iedere gemeente in ieder geval bestaat uit de elementen van de basisdienstverlening; • dat de beleidsregels bijdragen aan het gelijktrekken van de dienstverlening binnen de schuldhulpverlening tussen gemeenten; • dat het vaststellen van de beleidsregels bijdraagt aan de versterking van de landelijke basisdienstverlening schuldhulpverlening. Risico’s Een risico is dat de gemeentelijke praktijk van schuldhulpverlening nog niet volledig aansluit bij de beleidsregels. Een risico is dat wanneer andere gemeenten in de regio deze beleidsregels niet of anders vaststellen, er verschillen ontstaan in de wijze waarop schuldhulpverlening wordt verleend. Financiën Het vaststellen van de beleidsregels heeft geen financieel gevolgen. Communicatie Na het vaststellen van de beleidsregels zullen deze met de eventueel betrokken uitvoerders worden besproken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16113623/1