Bijlage bij aanvulling schriftelijke reactie BKE Memo RO aspecten TDT BV 8.10.2025 Bedrijvenkring Ermelo
Tekst van het document
Ruimtelijke aspecten VVGB Reactie op genoemde aspecten raadsvoorstel d.d. 2 september 2025 namens Bedrijvenkring Ermelo (BKE)
Cumulatie van geur Raadsvoorstel: “In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet rekening worden gehouden met de cumulatie van geur (lees: de totale geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten). Er is alleen sprake van een goede ruimtelijke ordening als ter plaatse van geurgevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarvoor moet inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen van de aanvraag zijn voor de totale geurbelasting op geurgevoelige objecten en moet worden onderbouwd waarom de totale geurbelasting aanvaardbaar is. Relevant is dat in de nabije omgeving van de locatie Fokko Kortlanglaan 112, 116 en 122, meerdere geurrelevante activiteiten plaatsvinden of planologisch gezien plaats kunnen vinden. Zo is aan de Oude Nijkerkerweg 159 een agrarisch bedrijf (kalvermesterij) gevestigd. Deze locatie ligt direct achter de locatie van Tomassen Duck-To B.V. Daarom is het noodzakelijk om de cumulatie van geur te beoordelen. In de vergunningaanvraag en de daarbij behorende stukken is de cumulatie van geur niet inzichtelijk gemaakt en is niet onderbouwd dat en waarom er voor wat betreft het aspect geur sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarom staat niet vast dat de gevolgen van de luchtwasser, de bloed- en slibtank en de verenopslagplaats in ruimtelijke opzicht aanvaardbaar zijn.
Dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening is niet aangetoond.” Reactie: Het cumuleren van agrarische geur (de kalverhouderij) en industriële geur (Tomassen) is niet gebruikelijk omdat de geuren totaal verschillend zijn. De geuren worden ook niet gecumuleerd ervaren. Er zijn ook geen goede handvatten voor de beoordeling daarvan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt soms wel verzocht om geur te cumuleren. In dit geval is een cumulatieve beschouwing echter niet aan de orde. Het vigerende bestemmingsplan maakt de activiteiten (qua aard en doorzet) van Tomassen mogelijk. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan is het aspect geur reeds cumulatief beschouwd en is het optredende geurniveau in de omgeving acceptabel geacht. Dit wordt daarna geborgd door bij vergunningverlening de activiteiten te toetsen aan het geldende geurbeleid. Uitgangspunt is dan dat als de activiteiten passen binnen het geurbeleid de optredende geurbelasting ook ruimtelijk acceptabel wordt geacht. De nu aangevraagde afwijkingen (o.a. luchtwasser, bloed- en slibtank buiten bouwvlak, afwijking hoogte luchtwasser) veroorzaken geen extra geuremissie. Daarnaast maken deze afwijkingen niet dat de activiteiten van Tomassen niet inpasbaar zijn binnen het bestemmingsplan. De activiteit (het slachten van eenden) is immers al mogelijk binnen het bestemmingsplan.
Wel zorgen de afwijkingen, ervoor, specifiek m.b.t. de luchtwasser, dat de optredende geurbelasting in de omgeving afneemt. Omdat de geurbelasting, dankzij de afwijkingen van het bestemmingsplan, afneemt in de omgeving is een gecumuleerde beschouwing niet nodig. Het wordt immers alleen maar beter. Dat de totale geurbelasting van Tomassen (gecumuleerd) acceptabel wordt geacht volgt al uit het feit dat de totale activiteiten inpasbaar zijn conform het geurbeleid (bron bovenstaande: geurdeskundige Peutz). Het huidige standpunt van het college, dat het ontbreken van inzicht in de cumulatie van geur aanleiding geeft om de VVGB te weigeren, is onjuist in deze situatie. 1
Omgevingsvisie Ermelo Raadsvoorstel: “Uw raad heeft op 26 januari 2022 de Omgevingsvisie Ermelo vastgesteld. Op basis van de Omgevingsvisie Ermelo valt de locatie binnen het deelgebied ‘Tonsel & Veldzicht’. Voor dit deelgebied formuleert de Omgevingsvisie Ermelo een aantal opgaven/wensen. Eén van de opgaven is om hinder te beperken en om een kwaliteitsslag te leveren Zoals gezegd is (de gevolgen voor) de cumulatie van geur niet inzichtelijk gemaakt. Daardoor staat niet vast dat de hinder wordt beperkt en dat er een kwaliteitsslag wordt geleverd. Kortom: er is niet aangetoond dat de aanvraag in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Ermelo.” Reactie: Verwezen wordt naar de opmerkingen hierboven. De opgave uit de Omgevingsvisie waar in casu door het college op gewezen wordt is het beperken van hinder en het leveren van een kwaliteitsslag, gezien het beperken van geurhinder is hier overduidelijk sprake van en is het in kaart brengen van eventuele cumulatie van geur niet nodig. De conclusie is dus dat het initiatief, het oprichten van de bouwwerken, ruimtelijk gezien past binnen de Omgevingsvisie Ermelo.
Verkeersbewegingen Raadsvoorstel: “Voor de verkeersbewegingen is gesteld dat de aanvraag niet leidt tot een significante toename van de verkeersbewegingen. Dit is onvoldoende toegelicht. Het blijft onduidelijk in welke mate de verkeersbewegingen specifiek als gevolg van de aangevraagde activiteiten zullen toenemen.” Reactie: Bij de verzoeken om aanvullingen is op dit onderwerp uitvoerige aanvullende informatie aangedragen door TDT BV. In de aanvraag is o.a. hierover gesteld: ““De ontwikkelingen uit voorliggende onderbouwing dragen niet significant bij aan een toename van het aantal verkeersbewegingen. De ruimtelijke ontwikkelingen maken de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten echter wel mogelijk en zorgen daarmee voor een verkeer aantrekkende werking. Het aantal vrachtwagenbewegingen neemt wel af in de nieuwe vergunning (van 45 naar 40) maar het aantal personenauto's neemt toe (van 120 naar 180).” (Bron: Haskoning, expert).
Uitvoerbaarheid; stikstof Raadsvoorstel: “Op 22 juli 2019 heeft Tomassen Duck-To B.V. bij Gedeputeerde Staten van Gelderland een natuurvergunning aangevraagd. Omdat een natuurvergunning is aangevraagd, haakt de natuurtoestemming niet aan bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Dat betekent dat de aanvraag om natuurvergunning in principe losstaat van de procedure over de aanvraag om omgevingsvergunning. Echter, uit de rechtspraak volgt dat een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingplan niet mag worden verleend indien en voor zover op voorhand in redelijkheid moet worden onderkend dat het gebiedsbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat. In dat verband moet voor de aanvraag om omgevingsvergunning wél getoetst worden aan het natuurbeschermingsregime.
2
Tomassen Duck-To B.V. wil voor het beoogde project intern salderen. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of Tomassen Duck-To B.V. beschikt over een referentiesituatie met voldoende stikstofruimte voor het beoogde project. Daarvoor is het volgende van belang, Op 13 mei 2022 is aan Tomassen Duck-To B.V. een natuurvergunning verleend. Tegen deze natuurvergunning is door derden beroep ingesteld. Bij brief van 14 augustus 2024 hebben Gedeputeerde Staten aan de rechtbank aangeven de natuurvergunning te willen intrekken, omdat de referentiesituatie van Tomassen onjuist was vastgesteld. Uit deze brief volgt dat Gedeputeerde Staten vinden dat de referentiesituatie niet ontleend wordt aan de revisievergunning van 8 oktober 2002, maar aan een Hinderwetvergunning van 29 juni 1992. De op 13 mei 2022 verleende natuurvergunning is op 12 februari 2025 door de rechtbank1 vernietigd. Dat is gebeurd vanwege de vergunningplicht voor intern salderen die sinds 18 december 2024 geldt. Aan het antwoord op de vraag waaraan de referentiesituatie moet worden ontleend, is de rechtbank niet toegekomen. De rechtbank heeft Gedeputeerde Staten opgedragen opnieuw op de aanvraag te beslissen. Tomassen Duck-To B.V. beschikt daarom op dit moment niet over een natuurvergunning. Ons college heeft Tomassen Duck-To B.V.
meerdere keren de gelegenheid gegeven om te onderbouwen dat zij over een toereikende referentiesituatie beschikt. Volgens Tomassen Duck-To B.V. wordt haar referentiesituatie ontleend aan een milieutoestemming van 8 oktober 2002. De reden hiervoor zou zijn dat met de milieutoestemming van 8 oktober 2002 minder zou zijn vergund dan met de Hinderwetvergunning van 29 juni 1992. Echter, dit standpunt is onvoldoende onderbouwd. Tomassen Duck-To B.V. heeft niet aannemelijk gemaakt wat met de Hinderwetvergunning van 1992 is vergund en waarom die vergunning leidt tot minder gevolgen voor Natura 2000-gebieden dan de Hinderwetvergunning. Bovendien is de stikstofonderbouwing tegenstrijdig met de toelichting in de ruimtelijke onderbouwing. Zo wordt in de stikstofonderbouwing aangegeven dat het aantal vrachtwagens per dag 29 stuks bedraagt. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat het gaat om 40 vrachtwagens per dag. Omdat Tomassen Duck-To B.V.
niet voldoende heeft onderbouwd dat zij een toereikende referentiesituatie heeft, moet op voorhand in redelijkheid worden onderkend dat het gebiedsbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat.” Reactie: Zoals door TDT is aangegeven is de intrekking van de eerder verleende natuurvergunning het gevolg van een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024. Door deze uitspraak zijn enorm veel bedrijven in Nederland nu gedupeerd. Immers daar waar eerder in bepaalde gevallen geen vergunning nodig was (intern salderen) is dat nu alsnog met terugwerkende kracht wel het geval. Er is momenteel een nieuwe aanvraag in voorbereiding in overleg met de provincie en volgens de al uitgevoerde berekeningen is sprake van een vergunbare situatie. In overleg met de provincie is echter besloten om de aanvraag niet eerder dan 7 oktober 2025 in te dienen omdat op die datum de nieuwe AERIUS-berekening beschikbaar komt en de provincie daarop zal toetsen. De verwachting is dat de nieuwe AERIUS-berekening geen wezenlijk andere uitkomst zal geven en de natuurvergunning gewoon moet kunnen worden verleend aan Tomassen Duck-To. Het voornemen opleggen last onder dwangsom d.d.
4 september 2025 afkomstig van de provincie, met een begunstigingstermijn tot 1 januari 2026, kan niet anders worden gezien dan als waarschuwing tijdig de aanvraag
3
aan te passen. Mede op aandringen van diverse organisaties (ons allen bekend), welke verzoeken om handhaving hebben ingediend.
Conclusie Het voorstel van het college aan de raad de VVGB niet te verlenen is gestoeld op onjuiste opvattingen qua ruimtelijke onderbouwing, en op onjuiste informatie voor wat betreft de natuurvergunning.
4