Bestemmingsplan e250041580
Tekst van het document
128
26
Legenda Plangebied
Ha m
28
bu
165 163
Enkelbestemmingen
rg e
rw
161
eg
159 157
T
Tuin
W
Wonen
Dubbelbestemmingen
155 153
WR-AH
6
T Bouwvlakken
11
W
Waarde - Archeologie H
bouwvlak
4
Maatvoeringen
WR-AH
4
7
6
6
143
11
102
11
maximum aantal wooneenheden maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
14 16 104 106 108 110
12 112 114 116
10 118
8 6
Get.:
Bestemmingsplan:
d Ou
e eT
erw
WDK
Hamburgerweg 149 t/m 151 Ermelo Gemeente Ermelo
eg
lgt
95
Formaat:
Schaal:
A3
1:500
Tekeningnummer: NL.IMRO.0233.BPhamburgerweg149-0403
GIS/CAD Ondersteuning en software
Opdrachtgever: BiedtRuimte Status: vastgesteld
Datum:
13-05-2024
Noordpijl
Dalenstraat 4B, 5466 PM Eerde Tel: 0413-303279 E-mail: info@bragis.nl Web: www.bragis.nl
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan:
het bestemmingsplan Hamburgerweg 149-151 met identificatienummer NL.IMRO.0233.BPhamburgerweg149-0403 van de gemeente Ermelo; 1.2 bestemmingsplan:
de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 de verbeelding:
de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan huis gebonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, advies gevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonfunctie blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtererf:
erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.8 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage:
de oppervlakte van gebouwen uitgedrukt in procenten van de nader aangegeven gronden; 1.10 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13 bijzondere woonvorm:
woningen of een woongebouw, waarin al dan niet zelfstandige woningen zijn opgenomen met gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van verzorgingsbehoevenden en/of ouderen. 1.14 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17 bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.19 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dak:
iedere boven beëindiging van een gebouw; 1.22 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 dienstverlening:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij afnemers rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen;
1.24 eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond; 1.25 eerste verdieping:
tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, boven de eerste bouwlaag; 1.26 erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.27 erker:
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.28 evenement:
een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve, of een daarmee gelijk te stellen activiteiten, zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, en dergelijke; 1.29 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 gevellijn
een op de verbeelding aangegeven lijn, die de voorgevelzijde van een gebouw aanduidt; 1.31 halfvrijstaande woning:
een woning van het type twee-aan-eengebouwd; 1.32 hoekerker:
een erker op de hoek van een gebouw; 1.33 hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.34 kantoor:
een ruimte die dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige dan wel financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening – niet zijnde detailhandel – al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie; 1.35 landschapswaarden:
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht; 1.36 Lijst van niet-publiekgerichte bedrijfsmatige bedrijven aan huis:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van nietpubliekgerichte bedrijfsmatige bedrijven aan huis; 1.37 maatschappelijke voorzieningen:
educatieve, sociale, culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, medische voorzieningen waaronder huisartsen, dierenartsen, tandartsen en fysiotherapie, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie – met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren – en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, wonen in bijzondere woonvormen, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.38 natuurwaarden:
de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden; 1.39 onderbouw:
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen; 1.40 peil:
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop': de hoogte van het terrein direct aansluitend aan de molen; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; 1.41 pension
het geven van kost en inwoning tegen vaste betaling in een gebouw of gedeelte van een gebouw; 1.42 seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de om-vang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.43 staat van bedrijfsactiviteiten:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.44 verdieping:
de bouwlagen boven de bouwlaag op de begane grond; 1.45 voorerf:
erf aan de voorkant en de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant tot maximaal 1 m achter de voorkant van het hoofdgebouw; 1.46 voorgevel:
de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door het college aan te wijzen gevel; 1.47 woning:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.48 woongebouw:
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte twee of meer woningen zijn gelegen die zijn te bereiken door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten; 1.49 woonhuis:
een aaneengebouwd gebouw, dat slechts één woning omvat. 1.50 zolder:
een gedeelte van een gebouw waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 meter, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag.
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 de askophoogte van een windmolen: De hoogte vanaf het peil waar de wieken aan de bovenas bevestigd zijn; 2.1.2 de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; 2.1.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.1.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.1.8 afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt. 2.3 Uitzondering goothoogte Een hogere goothoogte dan is voorgeschreven in deze regels is toegestaan, mits in de vorm van een terugwijkende hogere goot die niet uitsteekt boven het denkbeeldige dakvlak geprojecteerd vanaf de maximaal toegelaten goothoogte met een dakhelling van 55º of de lagere dakhelling als die is voorgeschreven in deze regels.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woonhuizen; b. ruimte voor een aan huis gebonden beroep dan wel voor een aan huis gebonden bedrijf dat is genoemd in de Lijst van niet-publiekgerichte bedrijfsmatige bedrijven aan huis dan wel een bedrijf dat daarmee qua aard, omvang en invloed vergelijkbaar is; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, privésportvoorzieningen zoals zwembaden en tennisbanen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor hoofgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. een woonhuis mag alleen in een rij worden gebouwd;
c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geldt dat het aantal te bouwen woonhuizen niet meer mag bedragen dan dit aantal; d. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte; e. een hoofdgebouw mag plat worden afgedekt of van een kap worden voorzien met een dakhelling van niet minder dan 25º en niet meer dan 60º. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 2 m bedragen, tenzij het betreft (hoek-)erkers over maximaal de halve gevelbreedte van het hoofdgebouw, waarvoor geldt dat deze zijn toegestaan tot een afstand van 1 m vóór de voorgevel van het hoofdgebouw; b. de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelsgrens wordt gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw bedraagt maximaal: 1. 15% van de perceelsgrootte voor percelen kleiner dan 500 m²; 2. 100 m² voor percelen groter dan of gelijk aan 500 m²; 3. 150 m² voor percelen groter dan of gelijk aan 1.000 m²; 4.
200 m² voor percelen groter dan of gelijk aan 3.000 m²; met dien verstande dat het bebouwingspercentage van het achtererf maximaal 50% bedraagt. Bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden meegerekend de gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.2.2. d. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; e. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan bedragen dan de bestaande bouwhoogte van het hoofdgebouw minus 2 m; f. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen; g. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 5 m bedragen; 3.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. b. c. d. e.
bij pergola's en soortgelijke constructies 3 m; bij palen en masten, zoals vlaggenmasten 8 m; bij erfafscheidingen op het voorerf 1 m; bij overige erfafscheidingen 2 m; bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 m;
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering, nokrichting, dakvorm, gevelindeling, gevelbreedte en parcelering van hoofdgebouwen, ten behoeve van: a. het behoud van de dorpse bebouwingskarakteristiek ter plaatse; b. een samenhandend straat- en bebouwingsbeeld; c. het beschermen van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
d. de verkeersveiligheid; e. de sociale veiligheid. 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijken goothoogte Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder d voor het verhogen van de goothoogte met maximaal 1 m, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.5 Specifieke gebruiksregels 3.5.1 Bewoning vrijstaande bijbehorende bouwwerken Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen een gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor doeleinden van zelfstandige bewoning”. 3.5.2 Aan huis gebonden beroep en bedrijf Een aan huis gebonden beroep respectievelijk een aan huis gebonden bedrijf dat is genoemd in de Lijst van niet publiekgerichte bedrijfsmatige bedrijven aan huis dan wel een bedrijf dat daarmee qua aard, omvang en invloed vergelijkbaar is, is toegelaten met dien verstande dat: a. ten hoogste 30% van de bruto vloeroppervlakte van een woonhuis tot een maximum van 60 m² mag worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep dan wel bedrijf. Daarbij mogen tevens bijbehorende bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van het aan huis gebonden beroep/bedrijf, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke voor het aan huis gebonden beroep/bedrijf te gebruiken oppervlakte per woning inclusief bijbehorende bouwwerken niet meer dan 100 m² bedraagt; 2. in afwijking van het bepaalde onder 1 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' deze oppervlakte niet meer dan 140 m² bedraagt; b. de uitstraling van de woning intact blijft; c. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d.
het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; e. geen detailhandel is toegestaan; f. het beroep uitsluitend door de bewoner wordt uitgeoefend. 3.5.3. Voorwaardelijke verplichting natuurinclusief bouwen 1. Het gebruik conform het bepaalde in lid 3.1 is uitsluitend toegestaan indien de maatregelen voor 'groen- en natuurinclusief bouwen' zoals beschreven in het advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-151 te Ermelo d.d. 19-2-2021; aangepast 8-2-2-2023 zijn toegepast. Zie bijlage 4 bij deze regels voor het advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-151 te Ermelo d.d. 19-22021; aangepast 8-2-2-2023. De maatregelen voor groen- en natuurinclusief bouwen dienen binnen
één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de eerste omgevingsvergunning bouwen te zijn toegepast en deze maatregelen dienen in stand te worden gehouden. 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijking afhankelijke woonruimte Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in dit plan voor het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor afhankelijke woonruimte. 3.6.2 Vereisten afwijking Afwijking als bedoeld in artikel 3.6.1 kan slechts worden verleend, mits: a. het gebruik noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen aangetoond dient te worden door een verklaring van een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige; b. op het perceel al een woning aanwezig is; c. de omgevingsvergunning niet meer dan één keer wordt verleend per woning; d. er geen milieuhygiënische belemmeringen vanwege percelen van derden bestaan c.q. bestaande belemmeringen vanwege percelen van derden zijn opgeheven; e. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken wordt ingepast, met dien verstande dat de maximale voor afhankelijke woonruimte te benutten oppervlakte niet meer dan 85 m² mag bedragen.
3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Ten behoeve van het toevoegen van twee extra woningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het toevoegen van twee extra woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ met inachtneming van het volgende: a. planwijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’; b. de wijzigingsbevoegdheid kan uitsluitend worden toegepast indien de toegangsweg niet aan de Wethouder Paulushof maar aan de Hamburgerweg wordt ontsloten, c. de wijzigingsbevoegdheid wordt uitsluitend toegepast voor het realiseren van sociale huurwoningen; d. er dient een stedenbouwkundigplan te worden overlegd waarin wordt aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke inrichting; g. Er dient aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de parkeernormen zoals vastgesteld in het gemeentelijke parkeerbeleid. 3.8 Parkeernormen Op dit bestemmingsplan is naast het bepaalde in dit bestemmingsplan tevens het bepaalde van bijlage 1: “Nota Parkeernormen Ermelo van 22 februari 2017” van het bestemmingsplan 'Parkeernormen' of diens opvolger, van toepassing”
Artikel 4 – Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, privésportvoorzieningen zoals zwembaden en tennisbanen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en erven en gebouwen ten dienste van de naastgelegen woonbestemming. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken ten dienste van de bestemming en (hoek)erkers ten dienste van de naastgelegen woonbestemming. 4.2.2 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een (hoek-)erker mag worden gebouwd over maximaal de halve gevelbreedte van het hoofdgebouw, waarvoor geldt dat deze is toegestaan tot een afstand van 1 m vóór de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw; b. de bouwhoogte van een (hoek-)erker mag niet meer bedragen dan 3 m; c. de oppervlakte van (hoek-)erkers worden meegerekend bij de berekening van de maximale oppervlakte zoals bedoeld in artikel 3.2.3, onder c. 4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: a. b. c. d. e.
bij pergola's en soortgelijke constructies 3 m; bij palen en masten, zoals vlaggenmasten 8 m; bij erfafscheidingen op het voorerf 1 m; bij overige erfafscheidingen 2 m; bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 m.
Artikel 5 Waarde - Archeologie H 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie H' aangewezen gronden zijn naast de andere voor die gronden aangewezen basisbestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Waarde - Archeologie H' aangewezen gronden mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd of bestaande gebouwen worden vergroot indien en voor zover: a. het nieuwe gebouw of de uitbreiding groter is dan 100 m², en b. daarvoor de grond dieper dan 0,3 m zal worden geroerd; met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - grafheuvel' dit bouwverbod ook van toepassing is op gebouwen kleiner dan 100 m². 5.3 Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het rooien van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; f. het scheuren van grasland.
5.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 5.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden over een oppervlakte van niet groter dan 100 m² worden geroerd. b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden niet dieper dan 0,3 m worden geroerd; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; d. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 nodig is. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van het verwijderen van de bestemming 'Waarde - Archeologie H', indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Bestaande afmetingen In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 7.2 Bestaande afstanden In die gevallen dat de bestaande afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 7.3 Bestaande percentages In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
7.4 Bestaande gebouwen buiten bouwvlak In die gevallen dat een bestaand gebouw, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, in afwijking van de bouwregels in hoofdstuk 2, is gebouwd buiten een bouwvlak, geldt die situering als grens van het bouwvlak. 7.5 Ondergronds bouwen Ondergrondse bebouwing is uitsluitend toegestaan daar waar op grond van dit bestemmingsplan gebouwen mogen worden gebouwd, met een diepte van maximaal één bouwlaag. In die gevallen dat een bestaand ondergronds bouwwerk, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, in afwijking hiervan is gebouwd, geldt die situering en diepte ter plaatse als maximale bouwmogelijkheid.
Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Seksinrichting Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. 8.2 Evenementen, festiviteiten en manifestaties
Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt niet begrepen het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift vergunning, ontheffing of vrijstelling is vereist en deze is verleend. 8.3 Voorwaardelijke verplichting ecologie Het herinrichten van het plangebied en het slopen van de bestaande woningen is uitsluitend toegestaan indien er een ontheffing voor de gierzwaluw is afgegeven. 8.4 Voorwaardelijke verplichting archeologie Het herinrichten van het plangebied conform het erfinrichtingsplan, bijlage 1 van het bestemmingsplan, is uitsluitend toegestaan indien de archeologische vondsten binnen het plangebied worden veiliggesteld. Het gehele plangebied dient afgegraven te worden, hierbij dient ook constant een gecertificeerde archeoloog aanwezig te zijn.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Afwijkingsbevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de voorschriften gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsbepalingen met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de vrijstelling gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvangen/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 25 m, met dien verstande dat voor zendmasten geldt dat aangetoond dient te zijn dat plaatsing op een gemeentelijke voorkeurslocatie niet mogelijk is; f.
de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. schotelantennes; 3. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 4. (hoek-)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de (verlengde) bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; g. het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte
van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m², met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m². 9.2 Afwegingskader De in artikel 9.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de sociale en/of externe veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken 10.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 10.1.1 met maximaal 10%. 10.1.3 Uitzondering Artikel 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik 10.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
10.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering Artikel 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Hamburgerweg 149-151.
Ha
mb
ur
ge
rw
eg
B 1
2
3
B 4
5
6
7
B
8
in gebruik door "In pp de luwte" 16 1
2
3
4
5
6
7
8
B
In bruikleen
B
B
B
B
B
B
B
braakliggend terrein
d Ou 0
10
Hamburgerweg Ermelo opZoom architecten bv | www.opzoom.nl
e
Te
t lg
e
e rw
g
25
Fase 1 08-07-2025 | teknr. SO-13 | schaal 1:500
Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 4.1) SBI-code
SBI-code 2008
Nr.
Omschrijving
slachterijen en pluimveeslachterijen vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m² loonslachterijen
vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-enklaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m² conserveren verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² jam groente algemeen met koolsoorten
p.c. < 250.000 t/j p.c. < 250.000 t/j p.c. < 250.000 t/j melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² p.c. < 500 t/u
p.c. < 10 t/u mengvoeder, p.c. < 100 t/u
v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens v.c. >= 7500 kg meel/week
cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m²
Cat.
cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m² suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
theepakkerijen
zonder poederdrogen
p.c. < 5.000 t/j
aantal weefgetouwen < 50
met creosootolie met zoutoplossingen
p.c. < 3 t/u p.c. 3 - 15 t/u
p.c. < 3 t/u p.c. >= 3 t/u
p.c. < 100.000 t/j formulering en afvullen geneesmiddelen verbandmiddelenfabrieken zonder dierlijke grondstoffen
vloeropp. < 100 m 2 vloeropp. >= 100 m 2
zonder fenolharsen productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j
vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
p.c. < 100.000 t/j p.c. < 100.000 t/j zonder persen, triltafels en bekistingtrille p.c. < 100.000 t/j
p.c. < 100 t/u p.c. < 100 t/d zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m² zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²
overige isolatiematerialen
gesloten gebouw 2 gesloten gebouw, p.o. < 200 m 2 in open lucht, p.o. < 2.000 m
2
algemeen stralen metaalharden lakspuiten en moffelen scoperen (opspuiten van zink) thermisch verzinken thermisch vertinnen mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten) anodiseren, eloxeren chemische oppervlaktebehandeling emailleren galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)
2
p.o. < 2.000 m
2
2
p.o. < 2.000 m 2 p.o. >= 2.000 m 2
p.o. < 10.000 m
2
houten schepen kunststof schepen metalen schepen < 25 m algemeen zonder proefdraaien motoren
2
Bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m² Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m²
consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton munitie klein, lokaal verzorgingsgebied vloeistoffen, o.c. < 100.000 m
algemeen: b.o. > 2000 m² algemeen: b.o. <= 2000 m²
3
algemeen: b.o. > 200 m² algemeen: b.o. <= 200 m² algemeen: b.o. > 2.000 m² algemeen: b.o. < = 2.000 m²
Autosloperijen: b.o. <= 1000 m² Overige groothandel in afval en schroot: b.o. <= 1000 m² machines voor de bouwnijverheid overige
stations
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m²
stukgoederen
< 100.000 i.e.
kabelbranderijen pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) oplosmiddelterugwinning verwerking fotochemisch en galvano-afval
belucht v.c. < 20.000 ton/jr belucht v.c. > 20.000 ton/jr GFT in gesloten gebouw
Advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-152 te Ermelo
Colofon Advies natuurinclusief bouwen Hamburgerweg 149-151 te Ermelo
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever: Contactpersoon:
BiedtRuimte dhr. R. Nijmeijer
Projectnummer en versie: 2617 versie 1.1 Veldmedewerker(s): P.Leemreise
Auteur: P.Leemreise
Status: Concept Rapportdatum: 19-2-2021; aangepast 82-2-2023
Ligging projectgebied: Hamburgerweg 149-151 Ermelo
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding en doel ........................................................................................................................ 3
1.1 INLEIDING .................................................................................................................................................... 3 1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 3 1.3
Voorgenomen activiteit ..................................................................................................................... 3
1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2
Het plangebied ......................................................................................................................... 5
2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 Hoofdstuk 3
Potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren ................................................ 6
3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 6 3.2 Potentie van het plangebied .................................................................................................................... 6 Hoofdstuk 4
Kansen voor natuurinclusief bouwen in het plangebied.......................................................... 7
4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 4.2 Medegebruik van dieren in het plangebied ............................................................................................. 7 4.3 Inrichting van de buitenruimte .............................................................................................................. 13 4.4 Voorzieningen voor dieren ..................................................................................................................... 14 4.5 Erfverharding .......................................................................................................................................... 15 4.6 Conclusie ................................................................................................................................................ 15
2
HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN DOEL 1.1 INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de herontwikkeling van een perceel aan de Hamburgerweg 149-151 te Harderwijk. De ontwikkeling wordt gefaseerd uitgevoerd waarbij fase één bestaat uit de bouw van elf grondgebonden woningen. In het kader van gemeentelijk beleid om natuurinclusief bouwen te promoten, is de initiatiefnemer verplicht een aantal maatregelen uitte voeren. BiedtRuimte heeft Natuurbank Overijssel gevraagd een advies te geven over passende maatregelen, overeenkomstig de gemeentelijke lijst met maatregelen, voor natuurinclusief bouwen in het plangebied. 1.2 Doel De gemeente Ermelo heeft een lijst met concrete maatregelen opgesteld welke een bijdrage leveren aan natuurinclusief bouwen. Elk van deze maatregelen wordt gewaardeerd met een bepaald aantal punten (tussen 1 en 3 punten). De puntenwaardering is afhankelijk van de omvang van de maatregelen. Initiatiefnemer moet in totaal 11 punten scoren indien het plangebied tussen de 1-2000 m2. In voorliggende rapportage worden zinvolle en toepasbare maatregelen uit de gemeentelijke lijst met maatregelen voorgesteld voor fase 1, zodat initiatiefnemer voldoet aan het minimum aantal van 11 punten. De maatregelen dienen functioneel te zijn voor het plangebied.
Het advies is tot stand gekomen op basis van een analyse van de ligging van het plangebied in het landschap, regionale kenmerken, oppervlakte van het plangebied, beschikbaarheid aan buitenruimte, bouwstijl en gebruikte materialen. De initiatiefnemer kan vervolgens een keuze maken uit de voorgestelde maatregelen.
1.3 Voorgenomen activiteit Het voornemen is om elf grondgebonden (huur)woningen te bouwen, verdeeld in twee blokken. Dit zijn compacte maar complete sociale huurwoningen met een GO van ca. 90 m2. De woningen zijn deels gelegen op het braakliggende binnenterrein en deels aan de Hamburgerweg. De woningen aan het binnenterrein zijn geplaatst aan een nieuw groen hofje. Dit hofje is de afsluiting van de recente nieuwe ontwikkeling van de Oude Telgt. Aan de Hamburgerweg staat een rijtje woningen met de voordeur aan straatzijde. De architectuur met het afwisselende wit en bruin gemêleerde metselwerk verwijst direct naar de kleurstelling van de woningen aan de Oude Telgt. Door de beschikbare ruimte achter ‘de Luwte’ is er voldoende ruimte voor het parkeren. Met deze parkeerkoffer is er een positieve parkeerbalans. Waarbij we het centrale groene hofje niet hoeven te verharden om parkeerplaatsen te realiseren. Al het regenwater wordt bovengronds afgekoppeld. Er zal worden onderzocht op welke wijze dit het beste mogelijk is. Op onderstaande afbeelding wordt een aanzicht van nieuwbouw weergegeven. Tevens wordt een plattegrond weergegeven, waarop de buitenruimte van het plangebied na planrealisatie zichtbaar is.
3
Plattegrond van het wenselijke eindbeeld.
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld.
1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt kort ingegaan op het plangebied. De karakteristieken van het plangebied worden beschreven, inclusief de directe omgeving. In hoofdstuk 3 wordt de potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren, specifiek voor een bouwplaats in de woonkern Ermelo, weergegeven, om vervolgens in hoofdstuk 4 voorstellen te presenteren voor natuurinclusief bouwen. De voorstellen worden zo concreet mogelijk gepresenteerd, inclusief verbeeldingen en adviezen over plaatsing en onderhoud.
4
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Hamburgerweg 149-151 te Ermelo. Het in de woonkern Ermelo en wordt aan alle zijden omgeven voor stedelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een luchtfoto.
Globale ligging van het plangebied (aangeduid met geld lijn).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat gedeeltelijk uit braakland en gedeeltelijk uit grasland. In het plangebied staan enkele solitaire loofbomen.
5
HOOFDSTUK 3
POTENTIE VOOR DUURZAAM MEDEGEBRUIK VAN PLANTEN EN DIEREN
3.1 Algemeen De potentie voor duurzaam medegebruik van planten en dieren in een bepaald plangebied is afhankelijk van een aantal factoren. Zo zijn gebruik van het plangebied, oppervlakte, landschappelijke kenmerken, mate van isolatie, beheer, materiaalgebruik, mate van direct zonlicht, beslotenheid, verspreiding van bepaalde (weinig) mobiele soorten, bouwstijl en materiaalgebruik allemaal factoren die van invloed zijn op de potentiële geschiktheid van het plangebied als leefgebied, groeiplaats of rust- of voortplantingsplaats. 3.2 Potentie van het plangebied Het plangebied (fase I) is 2.050 m2 groot en ligt in de woonkern van Ermelo. Het ligt in deel van de woonkern met veel vrijstaande woningen, waarvan de meeste een kleine voor- en achtertuin hebben. Verspreid in de omgeving staan enkele solitaire bomen. Laanbomen ontbreken langs de wegen in de omgeving van het plangebied. Het woonblok van vier woningen krijgt een voor- en achtertuin, het woonblok van acht woningen krijgt alleen een achtertuin, gericht naar de achtertuin van woningen aan de Oude Telgterweg. Ten noorden van het woonblok van acht woningen, wordt een hofje aangelegd. Gelet op de aard van het plangebied, het omringende landschap en de verspreiding van soorten, zijn er potenties voor natuurinclusief bouwen.
Er is potentie voor planten en dieren in de buitenruimte en er is potentie voor het integreren van rust- en voortplantingsplaatsen voor vogels en vleermuizen in de gebouwen. Technisch bezien, kan ook het dak van schuurtjes voorzien worden van een groen dak. In het volgende hoofdstuk worden de concrete voorstellen gepresenteerd.
6
HOOFDSTUK 4
KANSEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN IN HET PLANGEBIED
4.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden per ecologische groep, concrete voorstellen gedaan voor natuurinclusief bouwen in het plangebied. Bij het bepalen van de voorstellen is rekening gehouden met concrete maatregelen, zoals de gemeente Ermelo die heeft opgenomen in een puntenlijst (zie bijlage). 4.2 Medegebruik van dieren in het plangebied Insectenhotel In het plangebied kan een insectenhotel geplaatst worden. Deze dient in de volle zon geplaatst te worden. de minimale oppervlakte van een insectenhotel is 1 m2. Insectenhotels zijn kant en klaar te koop.
Insectenhotel
Conclusie: er kan 1 punt worden toegekend. Vlinderkast Op een beschutte plek, maar met een vrije aanvliegmogelijkheid, kan een vlinderkast geplaatst worden. Geadviseerd wordt om niet meer dan één vlinderkast te plaatsen.
Vlinderkast
Op onderstaande afbeelding wordt de plek aangeduid waar de vlinderkast en insectenhotel aangebracht worden.
7
Locatie van de te plaatsen voorzieningen.
Er kunnen twee punten toegekend worden.
Nestkast voor vogels In de bomen in het plangebied kunnen vogelkasten geplaatst worden. Geadviseerd wordt om één kast voor de pimpelmees en één kast voor de koolmees te plaatsen. Deze kasten kunnen ook door andere vogelsoorten benut worden. Om huismussen een nestplaats te bieden, kunnen huismussenkasten geplaatst worden, zowel op de gevel als in de gevel, middels inbouwkasten. Kasten aan de gevel van de woning geplaatst, het liefst onder de dakrand. Ook kan vogelschroot verhoogd worden geplaatst, zodat huismussen onder de onderste rij dakpannen kunnen nestelen. Geadviseerd wordt om minimaal vier nestplaatsen voor de huismussen te plaatsen.
Huismus kasten; type opbouwkast.
Ook kan gekozen worden zes nestkasten voor gierzwaluwen te plaatsen op- of in de buitengevel, bij voorkeur de zijgevel . Geadviseerd wordt zes ingemetselde gierzwaluwkasten te plaatsen (3x2 stuks). 8
Links: geschikte zijgevels voor gierzwaluwkast. Rechts: verbeelding van gierzwaluwkast.
Voorgestelde maatregelen Er worden zes inmetselkasten voor de gierzwaluw aangebracht (zie tekening onder).
Locatie van de te plaatsen voorzieningen.
Er kunnen zes punten toegekend worden.
9
Er worden twee mezennestkasten geplaats (zie tekening onder).
Locatie van de te plaatsen voorzieningen.
Er kunnen twee punten toegekend worden.
Er wordt verhoogd vogelschroot aangebracht op drie daken (zie tekening onder). Hiervoor wordt een puntentelling van punten per dakvlak aangehouden.
Locatie van de te plaatsen voorzieningen.
10
Er kunnen 9 punten toegekend worden. Voedsel voor vogels Een siertuin met gazon, bomen, struiken en heesters hebben vogels het hele jaar door voedsel te bieden. Geadviseerd wordt om niet alle gevallen bladeren weg te halen. Veel vogels vinden in de winterdag hun voedsel tussen bladeren op de grond. Mits de buitenruimte met het oog op het aanbieden van voedsel voor vogels wordt beheerd, voldoet het aan de gestelde eisen. Er kan 1 punt worden toegekend.
Verblijfplaats voor vleermuizen Door in iedere windrichting van de gebouwen minimaal twee open stootvoegen aan te brengen, of soortgelijke openingen in de buitengevel aan te brengen, wordt vleermuizen een verblijfplaats aangeboden die het hele jaar door geschikt is. Ook kunnen vleermuiskasten aan de buitenzijde van de gevel geplaatst worden. Dergelijke kasten zijn alleen geschikt als verblijfplaats in de zomer- en nazomer. Voor externe kasten wordt een kast van houtbeton geadviseerd (www.vivara.nl). Geadviseerd wordt om één kast in iedere windrichting aan het gebouw te plaatsen (4 kasten), maar de voorkeur gaat uit naar open stootvoegen of inbouwkasten (of combinatie van opbouwkasten en maatregelen in de muur).
Foto links: opbouw vleermuiskast. Deze kast wordt aan de buitenzijde van de gevel geplaatst. Foto rechts: inbouwkast voor een vleermuis.
Zie ook: https://www.vleermuiskasten.nl/content/inbouwkasten
Er worden vier opbouw of inbouwkasten aangebracht. Op onderstaande afbeelding worden de te plaatsen voorzieningen aangeduid.
11
Locatie van de te plaatsen voorzieningen.
Er kunnen 4 punten toegekend worden.
Rekening houden met vleermuizen d.m.v. verlichting Door de gebouwen en de buitenruimte niet te verlichten, uitgezonderd verlichting welke naar beneden is gericht op maximaal 0,5 meter hoogte, wordt rekening gehouden met de functie van de tuin als foerageergebied. Er kan 1 punt toegekend worden.
Rekening houden met kleine zoogdieren in de tuin Een deel van de tuin bestaat uit struiken, heesters, gazon en in 25% van de tuin wordt het bladafval niet verwijderd. Op deze wijze wordt rekening gehouden met kleine zoogdieren in de tuin. Geadviseerd wordt een takkenhoop van 2 m3 aan te leggen in een stil hoekje van de tuin en hier jaarlijks nieuwe takken aan toe te voegen. Er kan 1 punt toegekend worden.
12
4.3 Inrichting van de buitenruimte Struiken Er worden in de buitenruimte minimaal vijf vlinderstuiken geplant.
Vlinderstruik
Er kan 1 punt toegekend worden.
Takkenril Er is in het plangebied ruimte om een takkenril aan te leggen van minimaal 5x1x1 m. in het groene hofje gelegd worden. Een takkenril vormt een rust- en verblijfplaats voor kleine zoogdieren, insecten en amfibieën. Een tikkenril mag niet benut worden als ‘klimtoestel’ door kinderen en dient iedere 3-4 jaar hersteld te worden omdat takken wegrotten.
Takkenril
Er kan 1 punt toegekend worden.
Groendak De daken van de bergingen van de woningen lijken geschikt om ingericht te worden als groendak met sedum, grassen en kruiden (zie onder). Bij het ontwerp is rekening gehouden met een iets zwaardere dakbelasting.
13
Locaties met sedumdak.
Voorbeeld van een groendak.
Conclusie: Voor een volledig grasdak met sedum, grassen en kruiden worden 2 punten toegekend. Omdat verschillende daken benut wordt als groen dak, wordt verondersteld dat 14 punten (7x2) toegekend worden
4.4 Voorzieningen voor dieren Waterschaal voor vogels Er kan een waterschaal voor vogels geplaatst worden. Geadviseerd wordt een robuuste waterschaal te plaatsen. Er kan 1 punt toegekend worden. 14
4.5 Erfverharding Hemelwaterinfiltratie De erfverharding in het plangebied is in staat hemelwater te laten infiltreren. Met andere woorden, het hemelwater in het plangebied valt, wordt geïnfiltreerd in de bodem en niet afgevoerd via de riolering. Infiltratie wordt mogelijk gemaakt d.m.v. infiltratiekratten of een natuurlijke verlaging in het terrein (wadi). Er kan 1 punt toegekend worden.
4.6 Conclusie De bouw van de twee appartementengebouwen in het plangebied biedt veel verschillende mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen, inclusief het natuurvriendelijk inrichten en beheren van de tuin rondom de gebouwen. Indien alle hierboven voorgestelde maatregelen uitgevoerd worden, mogen 43 punten toegekend worden.
maatregel insectenhotel vlinderkast nestkast mezen nestkast gierzwaluw verhoogd vogelvide kasten vleermuizen rekening houden met vleermuizen rekening houden met kleine zoogdieren aanplant vlinderstruiken takkenril Groendak waterschaal vogels hemelwaterinfiltratie totaal
punt/object 1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 7 1 1
aantal objecten 1 1 2 6 3 4 1 1 1 1 2 1 1
aantal punten 1 1 2 6 9 4 1 1 1 1 14 1 1 43
Puntentelling van de voorgestelde maatregelen.
15
TOELICHTING Bestemmingsplan Hamburgerweg, Ermelo
Dit document is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. BiedtRuimte is op geen enkele manier aansprakelijk voor de conclusies en vervolgwerkzaamheden die worden uitgevoerd op basis van dit document.
BiedtRuimte Heinoseweg 6A 7722 JP Dalfsen Auteurs: L. Middelkamp, Msc R. Nijmeijer, Msc Opdrachtgever: Uwoon IMRO: NL.IMRO.0233.BPhamburgerweg1490403 Versie: Vastgesteld Datum: Juni 2025
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................................. 4 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................................. 4
1.2
Procedure ................................................................................................................................................. 4
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................................. 5
2
Planbeschrijving ................................................................................................................................................ 6 2.1
Ligging en gebruik .................................................................................................................................... 6
2.2
Verdieping bestaande situatie en omgeving ............................................................................................. 6
2.3
Huidige planologische situatie .................................................................................................................. 7
2.4
Toets aan het bestemmingplan................................................................................................................. 8
3
Beschrijving van het initiatief ............................................................................................................................. 9 3.1
Toelichting op het programma .................................................................................................................. 9
3.2
Ruimtelijke inpassing ................................................................................................................................ 9
3.3
Architectonische vormgeving .................................................................................................................. 10
3.4
Conclusie ................................................................................................................................................ 10
4
Beleidskaders.................................................................................................................................................. 11 4.1
Rijksbeleid .............................................................................................................................................. 11 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4
4.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 11 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) 12 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 12 Conclusie Rijksbeleid 13 Provinciaal beleid.................................................................................................................................... 14
4.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 14 4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 15 4.3 Regionaal beleid ..................................................................................................................................... 16 4.4
4.3.1 Regionale Woonagenda 16 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................ 16 4.4.1 Structuurvisie Gemeente Ermelo 2025 16 4.4.2 Woonvisie 2020 17 4.4.3 Afwegingskader Woningbouw 17 4.4.4 Groenvisie 2017-2027 18 Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten ............................................................................................ 19
5 5.1
Algemeen................................................................................................................................................ 19
5.2
Archeologie & cultuurhistorie .................................................................................................................. 19 5.2.1 Archeologie 5.2.2 Monumentenzorg
19 20
1
5.3
Flora en fauna......................................................................................................................................... 20
5.3.1 Quickscan natuurwaardenonderzoek 20 5.3.2 Aanvullend onderzoek ecologie 21 5.3.3 Stikstofberekening 21 5.4 Bodem .................................................................................................................................................... 22 5.5
Geluid ..................................................................................................................................................... 23
5.6
Verkeer en parkeren ............................................................................................................................... 23
5.7
Water ...................................................................................................................................................... 25
5.8
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................... 28
5.9
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................... 28
5.10
Externe veiligheid ................................................................................................................................... 29
5.11
Mer-beoordeling...................................................................................................................................... 30
5.12
Conclusie ................................................................................................................................................ 31
6
Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................................... 32 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................... 32
6.1.1 Vooroverleg 32 6.1.2 Betrokkenheid omwonenden 32 6.1.3 Zienswijzen 32 6.2 Economische uitvoerbaarheid................................................................................................................. 32 6.3 7
Conclusie ................................................................................................................................................ 32 Vooroverleg ..................................................................................................................................................... 33
7.1
Het Rijk ................................................................................................................................................... 33