Bestemmingsplan e240022019
Tekst van het document
7
Globale ligging plangebied
Globale begrenzing plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Recreatieterreinen', dat op 4 juli 2013 is vastgesteld door de raad van de gemeente Ermelo, en het 'Bestemmingsplan Horst Noord', vastgesteld op 20 april 2017. Op grond van het vigerende bestemmingsplan heeft het overgrote deel van het plangebied de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1'. De gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor recreatiebedrijven met recreatiewoningen, stacaravans, mobiele kampeermiddelen en trekkershutten met de daarbij behorende voorzieningen. Binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' zijn twee bouwvlakken opgenomen, waarbij een bouwvlak bijna het gehele plangebied beslaat. Het andere bouwvlak is een stuk kleiner. Voor beide bouwvlakken geldt
8
dezelfde bouwaanduiding, namelijk 'specifieke bouwaanduiding - hoge dichtheid. Deze bouwaanduiding regelt het totaal aantal recreatiewoningen, stacaravans, standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen en trekkershutten per ha. Een klein deel van het plangebied nabij de beoogde nieuwe entree van de wijk via de Spijkweg hebben de bestemmingen 'Natuur', 'Natuur - Landschapselement', 'Verkeer' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Daarnaast geldt er voor een groot deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Op deze gronden mag niet worden gebouwd, indien daarvoor dieper dan 0,30 m in de bodem zal worden geroerd en de oppervlakte van het nieuwe bouwwerk of de uitbreiding van het bestaande bouwwerk meer dan 100 m2 bedraagt. Indien er wel groter en dieper wordt gebouwd dan voorgenoemde maatvoeringen dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Een klein deel van het plangebied bevat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie H' en 'Waarde - Archeologie L'. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van de vigerende bestemmingsplannen weergegeven. Het plangebied is hierop globaal met een rode stippellijn weergegeven.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'De Horsterhoeve' bestaat uit de volgende stukken: Toelichting Bijlagen bij toelichting Verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0233.BP29045-0401) Regels Bijlagen bij regels De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
9
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe). Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande en beoogde situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In Hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. Hoofdstuk 5 geeft inzicht in de plansystematiek en de opzet van de regels. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan, zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 de gevolgde procedure beschreven.
10
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het plan
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ermelo, in het noordwesten van de gelijknamige gemeente en vlak langs de A28. De locatie betreft recreatiepark De Horsterhoeve met de bijbehorende opstallen en groenvoorzieningen. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 11,4 hectare en bevindt zich in een landelijk gebied met weilanden, houtopstanden, woonerven en boerenerven. Langs de zuidelijke rand van het gebied stroomt het Tweelingbeekje. De bebouwing op de Horsterhoeve bestaat uit een hoofdgebouw met daarbinnen een receptie, een restaurant, een snackbar en een aangebouwd woonhuis. Verder zijn er drie schuren voor de opslag van materialen, een milieustraat, een aantal schuurtjes en hooimijten van de kinderboerderij, twee vrijstaande woonhuizen, twee voormalige paardenschuren, een kiosk, een toiletgebouw en tientallen vakantiehuisjes, stacaravans en tuinschuurtjes. Het terrein is verder voor een groot deel onverhard. Andere elementen die aanwezig zijn lijnhagen, weitjes, sportvelden, een speeltuin, een zwembad, een parkeerterrein, elzensingels, diverse vrijstaande bomen en een houtopstand met zomereiken. Navolgende afbeeldingen tonen een impressie van de huidige situatie binnen het plangebied.
Hoofdgebouw met het aangebouwde woonhuis (linksboven), een voorbeeld van een stacaravan (rechtsboven), een voorbeeld van een vakantiehuisje met een tuinschuurtje (linksonder) en het vrijstaande woonhuis in het noorden van het plangebied (rechtsonder).
11
2.2
Beoogde situatie
Ten behoeve van de ontwikkeling is door Buro Ontwerp & Omgeving een stedenbouwkundig plan opgesteld. Tevens is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan is bijgevoegd als Bijlage 1. Onderstaand wordt dit stedenbouwkundig plan verder toegelicht.
Globale invulling stedenbouwkundig plan De Horsterhoeve
Context plangebied De uitlopers (dekzandruggen) van de Veluwe worden al lang gebruikt voor bewoning. De kern Ermelo ligt op de rand van het grote massief van de Veluwe. Het deel 'lo' in Ermelo verwijst naar een op zandgrond gelegen bos. In westelijke richting strekken zich langgerekte ruggen uit richting het Veluwemeer, oftewel de voormalige Zuiderzee. Op deze ruggen ontstonden in een kleinschalig kampenlandschap boerderijcomplexen vaak op de rand van droog en nat. Deze bewoning concentreerde zich in buurtschappen langs de oost-west gerichte wegen zoals de Horster Engweg (Horlo), de Buitenbrinkweg en de Zeeweg (buurtschap Horst). De natuur leende zich ook goed voor instellingen, zoals bijvoorbeeld 's-Heerenloo en Groot Emaus. Na WO2 kwamen er ook nog verschillende recreatieparken bij. Tussen de hoger gelegen dekzandruggen liggen lagere delen waar beweiding plaats vindt en waar hooilanden zijn. De afwatering loopt op natuurlijke wijze van het oosten naar het westen, richting het Veluwemeer. Op korte afstand van elkaar is er hier sprake van verschillende landschapstypen met grote onderlinge verschillen. De aanleg van de A28 en later de Spijkweg vormden een barrière tussen deze dekzandruggen met hun kleinschalige landschap en het Veluwemeer. De landschappelijke overgangen, waar de Veluwe bijna tot in de zee liep zijn hierdoor verdwenen of op zijn minst verwaterd.
Voor omgeving Horlo heeft dit ook betekend dat het gebied opgesloten kwam te liggen in de oksel van deze grootschalige infrastructuur. De verschillende ontwikkelingen in het gebied hebben geleid tot een bonte verzameling van functies en bewoningsvormen. Er zijn grootschalige woningbouwprojecten als Groot-Horloo, recreatiewoningen, al dan niet permanent bewoond en kleinere nieuwbouwprojecten in de vorm van buitenplaatsen en rood-voor-rood ontwikkelingen tussen agrarische erven en bedrijven. Het resultaat is een behoorlijk dicht bebouwd landschap dat een onduidelijk profiel heeft. Stedenbouwkundig ontwerp
12
Globaal gezien kan het plangebied worden opgedeeld in twee verschillende type landschappelijke eenheden, namelijk 'dekzandrug' en 'hooiland'. Vanwege de aanwezigheid van deze natuurlijke landschappelijke eenheden is ervoor gekozen om in het ontwerp verschillende type woningen te realiseren op de twee landschappelijke eenheden. Tot slot wordt er ook nog een maatschappelijke functie gerealiseerd, De Meent.
Dekzandrug tegenover hooiland
Dekzandrug Op de dekzandrug kan er onderscheid worden gemaakt tussen vier woonvelden. Deze woonvelden worden van elkaar gescheiden door groenstructuren of de wegenstructuur. De woningen zullen grotendeels met de voorgevel gesitueerd worden aan de straat. Binnen de woonvelden zal er meer dan voldoende ruimte zijn om te parkeren. Bij twee woonvelden wordt dit gesitueerd in het midden van het woonveld, waardoor er een soort centraal pleintje per woonveld ontstaat. Bij de overige woonvelden vindt het parkeren meer plaats langs de rand of achter de woningen. Voetgangers en fietsers kunnen gemakkelijk tussen de woonvelden heen bewegen, terwijl er voor auto's een knip zit tussen de noordelijke woonvelden en de zuidelijke woonvelden. De architectuur zal worden gereduceerd tot herkenbare, grote volumes. Hierbij worden typische dorpse vormen (zoals een pastorie, winkelpand, notabelenwoning, boterfabriek) vertaald naar eigentijdse woningen. Hierbij ontstaat er een dorpse kleinschaligheid met kleine architectonische ensembles. Daar horen variatie in vormen, massa's en architectuurstijlen bij. Hooiland In het hooiland worden compacte clusters van woningen in een groene kamer gerealiseerd. Hierbij worden de woningen niet aan de straat gesitueerd, maar in een erf/cluster als architectonisch ensemble.
Er zal veel meer vermenging zijn tussen wonen en groen, waarbij er diffuse grenzen tussen privé en openbaar groen ontstaan. De auto wordt zoveel mogelijk beperkt door de openbare parkeerplaatsen te clusteren en de infrastructuur zo aan te passen dat het gebruik van de auto minder uitnodigend is. De architectuur zal bestaan uit natuurlijke materialen en een ingetogen kleurstelling. Hierbij vormen compacte en eenvoudige vormen de boventoon. De Meent
13
Er zal, ter plaatse van de voormalige hoofdingang, een maatschappelijk gebouw worden gerealiseerd. Het gebruik zal nog nader bepaald dienen te worden, en daarmee ook de omvang van het gebouw. De omgeving het gebouw zal een open ruimte betreffen. Hiervan zal het overgrote deel een ecologische functie krijgen. De gronden worden zo ingericht dat deze bijdragen aan de bestaande ecologische waarden in het gebied en deze zelfs versterken. Hierbij kan er ook gedacht worden aan een natuurlijke manier van begrazing. Bebouwing en programma Het woningbouwprogramma bestaat uit 266 woningen. Hierbij is een onderverdeling gemaakt tussen sociale huur/koop, middenhuur woningen en vrije sectorwoningen.
Woningbouwprogramma
Sociale huur/koop In totaal worden er 136 sociale huur/koopwoningen gerealiseerd. Dit is circa 51% van het totale woningbouwprogramma. De sociale huur/koopwoningen bestaan uit drie verschillende type woningen: 85 appartementen met een gemiddeld BVO van 65 m2; 35 rug-aan-rug woningen die tevens uitgevoerd zijn als beneden-bovenwoning; 16 rug-aan-rugwoningen. Middenhuur woningen In totaal worden er 19 middenhuur woningen gerealiseerd. Dit is circa 7% van het totale woningbouwprogramma. De middenhuur woningen bestaan allen uit rijwoningen met een smalle beukmaat. Hoekwoningen kunnen tevens in deze categorie vallen. Vrije sectorwoningen
14
In totaal worden er 111 vrije sectorwoningen gerealiseerd. Dit is circa 42% van het woningbouwprogramma. De vrije sectorwoningen bestaan uit drie verschillende type woningen:
totale
54 rijwoningen met een smalle beukmaat; 38 twee-onder-een kapwoningen; 19 vrijstaande woningen. Beeldkwaliteit Zoals eerder benoemd zal er een verschil zijn in architectuur en daarmee beeldkwaliteit tussen de woningen op de dekzandrug en de woningen in het hooiland. Op de dekzandrug worden typische dorpse vormen toegepast met een variatie in architectuurstijlen. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de beeldkwaliteit van de woningen op de dekzandrug.
Beeldkwaliteit Dekzandrug
In het Hooiland worden meer compacte clusters van woningen en een groene kamer gerealiseerd. Het erf of cluster dient als architectonisch ensemble. Er zal een vermenging ontstaan tussen wonen en groen, waarbij de grenzen tussen privé en openbaar groen diffuus zijn. De architectuur focust zich op natuurlijke materialen, een ingetogen kleurstelling en compacte en eenvoudige vormen.
15
Beeldkwaliteit Hooiland
Water- en groenstructuur Het landschappelijk raamwerk is een belangrijke bouwsteen voor het stedenbouwkundig ontwerp. Het landschappelijk raamwerk bestaat uit een groen- en waterstructuur. De groen- en waterstructuur heeft meerdere functies, namelijk voor de woonkwaliteit (zicht op groen en water, recreatieve mogelijkheden), klimaatadaptatie (schaduw, verkoeling, stof beperken, water vasthouden en bergen) en natuurwaarden (natuurinclusiviteit, biodiversiteit). Beplantingen en soortkeuze voor nieuwe bomen en groen sluiten aan bij de landschappelijke context en identiteit. De beplantingen dragen bij aan de versterking van de lokale biodiversiteit. Er kan een onderscheid worden gemaakt in de water- en groenstructuur van de dekzandrug en het hooiland. Dekzandrug Een dekzandrug is van nature hoog en droog. Dit is ook van belang voor de waterhuishouding ter plaatse. De grondwaterstroming loopt af van noordoost naar het zuidwest. De beoogde opzet van de wijk en de verschillen in hoogte lenen zich goed voor een bovengrondse afvoer van hemelwater. Dit is kostenbesparend (geen tweede rioolbuis) en draagt bij aan het waterbewustzijn. Door zoveel mogelijk af te voeren in het aanliggend groen kan hemelwater wegzakken naar de ondergrond zoals de klimaatvisie van de gemeente voorschrijft.
In dit deelgebied zullen niet veel wadi's worden gerealiseerd omdat het water een natuurlijk verloop heeft van noord naar zuid.
16
Tevens wordt er hier gekozen voor een forse groenstructuur waarbij ook veel huidige bomen en bosschages worden ingepast. In het noorden van de dekzandrug zullen de woningen als het ware tussen de bestaande bomen en bosschages worden gesitueerd, waardoor en gewoond wordt tussen de bomen. Tevens is er een inmeting gedaan waarbij de bomen met de meeste waarde behouden dienen te worden. Het overige groen bevindt zich voornamelijk langs de randen van het plangebied en tot aan de grens met het hooilandschap. Hooiland Hooiland is van nature laag en nat. Dit is ook van belang voor de waterhuishouding ter plaatse van het hooiland. Er zullen meerdere wadi's worden gerealiseerd om het water langzaam te laten infiltreren in de bodem. Het overtollige water kan via het Tweelingbeekje worden afgevoerd naar het Wolderwijd. In het Hooiland wordt gekozen voor een meer ingetogener groenstructuur. Hier worden ook zoveel mogelijk bestaande bomen en bosschages ingepast. Er ontstaat echter een meer open landschap waarbij de grens tussen privé en openbaar groen vervaagd. Bomen worden meer sporadisch en in laanstructuur aangebracht. Ontsluiting en parkeren De infrastructuur zal bestaan uit verschillende soorten (half)verhardingen. Bewoners van het noordelijk deel van de dekzandrug zullen hun woningen met de auto kunnen bereiken via de Horster-Engweg.
De aansluiting met de Horster-Engweg is momenteel een Y-splitsing. Om de verkeersveiligheid te bevorderen, zal de nieuwe aansluiting haaks worden uitgevoerd. Tevens wordt de kruising ingericht als 30 km/h kruising. Met deze aanpassingen wordt de aansluiting op de Horster-Engweg veiliger. De overige woningen in het plangebied worden ontsloten via de Spijkweg. Op de Spijkweg zal hiervoor een nieuwe rotonde worden gerealiseerd. Het is niet mogelijk om met de auto vanaf de Spijkweg, via het plangebied, naar de Horster-Engweg te komen. Om dit te voorkomen zullen er paaltjes worden geplaatst waardoor het voor auto's onmogelijk is deze route te gebruiken. Hulpdiensten kunnen wel via deze route rijden. Binnen de woonvelden, op de plekken waar parkeren wordt toegepast, zal andere verharding worden aangelegd. Deze zal zich onderscheiden van de ontsluitingswegen in het plangebied. De woonvelden waar de erfstructuur geldt zullen ook op deze manier kenbaar worden gemaakt. Tot slot maakt de Drift een belangrijk onderdeel uit van de infrastructuur. De Drift is een onverhard pad dat nu vanuit het zuiden uitkomt op het recreatieterrein. Dit pad zal nu verder worden getrokken tot aan de Meent, waar vervolgens de Horster-Engweg begint. Gedeeltelijk zal de Drift langs de hoofdontsluitingsweg van het zuidelijke deel lopen.
Hierbij is ervoor gekozen om, naast de verharding, het pad onverhard door te laten lopen.
17
Ontsluiting verkeer en parkeren
Geluidscherm langs A28 Vanwege een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op de gevels van de nieuwe woningen vanuit de A28 (zie paragraaf 4.7), is ervoor gekozen een geluidscherm te realiseren tussen het plangebied en de A28. In de berm tussen de A28 en de Spijkweg is ruimte om een geluidscherm te plaatsen. Het geluidscherm zal geluidsabsorberend zijn, en een lengte van 520 meter krijgen. De hoogte van het geluidscherm wordt 4,5 meter. Het geluidscherm wordt tevens landschappelijk ingepast. Deze landschappelijke inpassing wordt weergegeven in het beeldkwaliteitplan (zie bijlage Bijlage 1). In de onderstaande figuur is de ligging van de geluidsscherm (blauwe lijn) weergegeven:
18
Ligging van het geluidscherm
19
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Rijksbeleid en regelgeving
Nationale Omgevingsvisie(NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteits- voorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. Het Barro bevat geen specifieke regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen directe invloed op dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De ontwikkelingen in het plangebied zouden kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro.
20
Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met een maximum van elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan voorziet in de bouw van 266 woningen en wordt daarom aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing. Door Buro Ontwerp & Omgeving is een toets voor de ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. Deze toets is als Bijlage 2 bijgevoegd. De conclusies worden hierna kort behandeld. Per saldo is sprake van een toename van 266 woningen. Binnen het kader van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid levert het initiatief een significante bijdrage aan het bereiken van de doelstelling over het toevoegen van woningen. De ontwikkeling voldoet vooral aan de provinciale, regionale en gemeentelijke kwalitatieve behoefte door het toevoegen van geschikte woningen voor verschillende type doelgroepen. Dit initiatief levert een waardevolle bijdrage aan het toevoegen van veel verschillende type woningen. Specifiek is minimaal 50 procent van de woningen gereserveerd voor sociale huurwoningen of sociale koopwoningen.
Met dit woningbouwprogramma wordt woonruimte gecreëerd die aantrekkelijk is voor starters, zoals de rijwoningen en de appartementen, en voor jong volwassenen, stellen, gezinnen en senioren. Geconcludeerd kan worden dat met het initiatief gelegen in nabijheid van een bestaand stedelijk gebied wordt voorzien in zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan woningen binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de (her)ontwikkellocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro).
3.2
Provinciaal beleid
OmgevingsvisieGaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing. Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen.
In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de
21
voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten.
Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het voorliggende plan biedt een passend juridisch kader voor de bestaande recreatieverblijven waardoor de gebruiksfunctie wijzigt van recreatie naar wonen. De wijziging gaat gepaard met de realisatie van nieuwe gebouwen. De locatiekeuze is reeds gemotiveerd in de onderbouwing van de Ladder voor duurzame verstedelijking welke is opgenomen in paragraaf 3.1. Voorliggend plan past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Daarnaast worden de nieuwe woningen gerealiseerd binnen een klimaat adaptieve omgeving. Er wordt veel groen gehandhaafd en gerealiseerd, waardoor de kans op hittestress en wateroverlast worden verkleind. Tevens worden er diverse wadi's in het plangebied aangebracht om het eventueel overtollige regenwater langzaam te laten infiltreren of af te voeren. Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is.
De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De meest recente versie is het 'Actualisatieplan 9 Omgevingsverordening', vastgesteld op 5 juli 2022. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen', 'klimaatadaptatie' en 'intrekgebied' relevant. Wonen, instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art.
2.2) In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woningen alleen mogelijk zijn als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking;
22
b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied (art. 2.38) Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk.
23
Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In de verordening is bepaald dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In paragraaf 3.3 Regionaal beleid en 3.4 Gemeentelijk beleid wordt het voorliggende plan getoetst aan het woonbeleid. In de verordening is tevens opgenomen dat er geen bestemmingsplannen mogen worden opgesteld waarin is opgenomen dat recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden. Deze moeten van een reguliere woonbestemming worden voorzien. Voorliggend plan voorziet hierin door de recreatieve woningen die blijven staan aan de noordzijde van het plangebied een woonbestemming toe te kennen. Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied sprake is van behoorlijke plasvorming na een korte of lange bui. Dit gaat echter wel uit van de bestaande situatie in het plangebied. In paragraaf 4.3 wordt uitgebreid ingegaan op welke manier er in de toekomst wordt omgegaan met hemelwater en hoe wateroverlast wordt voorkomen. Hittestress.
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Daarnaast bevindt de ontwikkeling zich in het buitengebied, waardoor het 'hitte eiland effect' minder aanwezig is. Tevens worden er verschillende groenstructuren aangebracht binnen het plangebied. Zeker in het hooiland worden de woningen 'in een groene kamer' gesitueerd, waardoor er minder sprake is van hittestress. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige situatie ook zo is. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid.
Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. Ondanks het feit dat het plangebied zeer dicht tegen de Wolderwijd aanligt, is er geen sprake van overstromingsgevaar. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen significante overstromingskans is binnen het plangebied. Hiermee vormt overstroming geen belemmering voor de ontwikkeling. Dit komt doordat de gronden in het plangebied op hoge zandgronden gelegen zijn. Tot slot zal er geen winning van fossiele energie plaatsvinden binnen het bestemmingsplan. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen', 'klimaatadaptatie' en 'intrekgebied'. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid.
3.3
Regionaal beleid
Regionale woonagenda De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werken sinds 2018 samen in de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV). De afgelopen jaren heeft de samenwerking geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo is er in 2014 een regionale woonvisie opgesteld. In 2019 is er gekozen voor een Regionale woonagenda. Deze agenda gaat uit van lokale beleidsvrijheid waar dat kan en samenwerking waar dat meerwaarde heeft of noodzakelijk is. Regionale trend Sinds de afgelopen jaren is er een oplopend tekort aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en
24
er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. De gemeente Ermelo maakt binnen deze regionale samenwerking onder andere onderdeel uit van de werkgroep die zich bezighoudt met differentiatie in wonen. Hierbij sluit ook het programmateam Vitale Vakantieparken aan. Binnen deze samenwerking zijn afspraken gemaakt over de huisvesting van de doelgroep die geholpen is met flexibele huisvestingsvormen zoals bewoners van recreatieterreinen. De gemeente Ermelo onderzoekt welke parken in aanmerking kunnen komen voor een transformatie naar wonen. Woondeal Regio Noord-Veluwe Op 8 maart 2023 is door de gemeente van de regio Noord-Veluwe een woondeal ondertekend. Dit betreft de 'Woondeal regio Noord-Veluwe 2022-2030. In deze woondeal wordt aangegeven dat de gemeente Ermelo bruto 1.508 woningen dient te realiseren. Onderhavig initiatief wordt genoemd als één van de sleutelprojecten binnen de woondeal. Met 266 woningen draagt het initiatief bij aan de beoogde hoeveelheid te realiseren woningen. Woningmarktonderzoek Noord-Veluwe en Zeewolde De afgelopen jaren nam de vraag naar woningen op de Noord-Veluwe en in Zeewolde fors toe. Die vraag komt deels uit de regio zelf, maar is ook steeds vaker afkomstig uit gebieden met een grote druk op de woningmarkt, zoals de Randstad of stadsregio Zwolle.
De gemeenten en corporaties streven ernaar om zo vraaggericht mogelijk te bouwen, zodat iedereen die in de regio wil wonen een passende woning kan vinden. Uit het woningmarktonderzoek zijn een aantal conclusies en aanbevelingen gekomen. Hieronder worden deze kort samengevat: 1. Huishoudensgroei in de regio zet door. De verwachting is dat de regio Noord-Veluwe tot 2030 met ongeveer +8.200 huishoudens groeit. 2. Kernen met voorzieningen groeien het sterkst. Overal is behoefte aan extra woningen, maar de vraag is per saldo het grootst in goed bereikbare kernen met voorzieningen voor dagelijks en niet-dagelijks gebruik. 3. Genoeg plannen, bijstelling naar type nodig. De Noord-Veluwse gemeenten hebben plannen voor 9.200 woningen. Dat zijn plannen waarvan het reëel is dat ze doorgaan. Er is dus genoeg planruimte om de regionale vraag plus het actuele woningtekort (8.200 woningen) op te vangen. In veel gemeenten is wel een kwalitatieve bijstelling nodig. 4. Blijf instroom door gezinnen faciliteren. De laatste jaren bestond de huishoudensgroei op de Noord-Veluwe steeds vaker uit gezinnen. De verwachting is dat het aantal gezinnen de komende jaren nog toeneemt. 5. Sociale huur: jongeren meest in de knel. Op de Noord-Veluwe moet op regioniveau 30% van de netto opgave uit sociale huur bestaan. Dat zijn omgerekend ca. 2.500 huizen.
Het aandeel van (minimaal) 30% sociale huur binnen de netto opgave is cruciaal om deze problemen op te lossen. 6. Middenhuur: actueel toenemende vraag. Zowel op de Noord-Veluwe als in Zeewolde moet ongeveer 9% van de netto opgave uit middenhuur bestaan. De vraag naar middenhuur en het aanbod aan betaalbare koop zijn in de huidige markt vaak communicerende vaten. 7. Koop: leg nadruk op betaalbaar aanbod. Veruit het grootste deel van de netto opgave moet uit koopwoningen bestaan: 61% op de Noord-Veluwe. Ongeveer de helft moet in het betaalbare segment vallen, tot € 320.000. 8. Stimuleer doorstroming met juiste producten. Veel ouderen wonen al jarenlang in hun gezinskoopwoning en stromen niet door naar een kleinere woning, omdat passend aanbod ontbreekt. Het is daarom zaak om de komende tijd meer geschikte woningen te bouwen in de sociale huur én koop, om zo de doorstroming op gang te helpen. 9. Bouw ‘duurzaam’ en niet overhaast. Makelaars zien dat er soms woningen worden gebouwd die in de huidige markt in een vraag voorzien, maar in een meer ontspannen markt niet meer, bijvoorbeeld ze te klein of van een verkeerd type zijn. Deze keuzes worden vaak om ruimtelijke of financiële redenen gemaakt. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De ontwikkeling voorziet in een nieuwe woonwijk met 266 nieuwe woningen.
Hierdoor wordt er met één initiatief een grote hoeveelheid woningen toegevoegd aan de regio Noord-Veluwe. Er worden verschillende type woningen gebouwd, waarbij tevens veel eengezinswoningen worden gerealiseerd. Daarbij wordt tevens groot ingezet op de realisatie van sociale huur- en koopwoningen en middenhuur woningen. Deze woningen zijn voor jongeren interessant. Tot slot wordt het overgrote deel van de vrije sector uitgevoerd als rijwoningen. Deze woningen zijn
25
goedkopere woningen ten opzichte van twee-aaneengebouwde woningen en vrijstaande woningen. Voor het overige wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid in paragraaf 3.4.
3.4
Gemeentelijk beleid
OmgevingsvisieErmelo De omgevingsvisie is een van de instrumenten van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is een strategisch document en schetst de toekomstige ontwikkelingsrichting van de gehele leefomgeving van de gemeente op hoofdlijnen. De omgevingsvisie nodigt uit, helpt prioriteren, vormt de basis voor afweging van initiatieven. De omgevingsvisie bestaat uit zes thema's: Leefbaar, zorgzaam en gezond wonen; Economisch Vitaal; Ontspannen, verblijven en recreëren; Groen, natuurlijk met kwaliteit; Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; Bereikbaar en toegankelijk. De thema's zijn beschreven aan de hand van verschillende kernpunten. De thema's zijn gebiedsgericht vertaald in zeven gebieden. Het plangebied ligt in het gebied 'Buitengebied west'. Voor het plangebied zijn de in de toekomst de thema's 'Leefbaar, zorgzaam en gezond wonen' en 'Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief' van toepassing. Daarnaast heeft het plangebied in de huidige situatie betrekking op het thema 'Ontspannen verblijven en recreëren'. Ermelo streeft naar vitale, attractieve en hoogwaardige vakantieparken. Verblijfsrecreatie is het hart van de toeristische sector in Ermelo. Op meerdere plekken is de verblijfsrecreatie toe aan een kwaliteitsslag. Ermelo beschikt nu over te veel van hetzelfde. In het buitengebied zijn, buiten bepaalde clusters, nog tientallen vakantieparken aanwezig.
De gemeente maakt in afwijking van de 'Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie' een nieuw beleidskader voor de ontwikkeling van deze parken. Vanuit dat kader kan de gemeente maatwerk toepassen voor het toekomstperspectief per park. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Onderhavige ontwikkeling zorgt voor de realisatie van 266 woningen binnen de gemeente Ermelo. Gezien er weinig nieuwbouwprojecten van deze schaal binnen de gemeente mogelijk zijn, zorgt de ontwikkeling voor leefbaar wonen voor alle doelgroepen. Daarnaast worden alle woningen in een groene setting gerealiseerd, wat een positieve bijdrage heeft aan de gezondheid van de bewoners. Tot slot zullen alle woningen duurzaam worden uitgevoerd volgens de laatst geldende eisen. Woonvisie Ermelo 2030 In het voorjaar 2021 is de Woonvisie 2030 vastgesteld. Het woonbeleid van Ermelo is gericht op 'Exclusief wonen voor iedereen'. Exclusief staat voor de woonomgeving die Ermelo biedt; groen, gezond, een sterke sociale verbondenheid en zorgstructuur. Deze woonomgeving wil Ermelo toegankelijk houden voor iedereen. Dit betekent dat Ermelo zich inspant voor een gevarieerd woningaanbod voor jong en oud, kleine en grote huishoudens, lage, midden en hoge inkomens en voor mensen met een specifieke zorgvraag.
Om de visie 'Exclusief wonen voor iedereen' te bewerkstelligen wordt ingezet op drie strategische woonopgaven: Samen investeren in toekomstbestendige buurt(schapp)en; Woningbouwprogramma in balans; Passend en betaalbaar wonen voor iedereen. Een van de punten hieruit is dat er ingezet wordt op het toevoegen van betaalbare woningen en geschikte woningen voor starters en ouderen die tegelijkertijd toekomstbestendig zijn. Daarom is het toevoegen van kleinere woningen in koop en huur noodzakelijk. Immers moeten voor 2030 1.060 woningen bijkomen om aan de woningbehoefte te kunnen voldoen. Verder is in de woonvisie uitgesproken dat het noodzakelijk is om kleinere woningen (appartementen) in huur en
26
koop toe te voegen voor de groeiende groep senioren en (jonge) kleine huishoudens. Met deze toevoeging wordt tevens de doorstroming bevorderd, doordat er eengezinswoningen vrijkomen voor gezinnen en starters op de koopmarkt. Er wordt daarom ingezet op het toevoegen van ongeveer 140 appartementen tot 2030. Samen investeren in toekomstbestendige buurt(schapp)en Het doel is om bestaande woningen en buurten goed aan te sluiten bij toekomstige woonwensen en duurzaamheidseisen. Ook moet voortdurend gezocht worden naar slimme kansen voor nieuwbouw en transformatie. Maar de gemeente Ermelo wil ook kijken naar aanpassingen in de openbare ruimte, het verbeteren van toegankelijkheid en klimaatadaptatie. Woningbouwprogramma in balans De gemeente Ermelo wil inzetten op nieuwbouw, herstructurering en transformatie. In het programma voor woningbouw moet er een goede verdeling komen in woningen voor de korte of lange duur. Verder moedigt de gemeente aan om bij nieuwbouwaanvragen groen- en natuurinclusief te bouwen. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen De gemeente Ermelo probeert een voorraad woningen te hebben die goed past bij de wensen, inkomens, leeftijd en gezinsgrootte van haar inwoners. Er is keuze voor iedereen, ook door een passend en betaalbaar aanbod in woningen. Het doel is het om het aantal sociale huurwoningen de komende jaren te vergroten.
Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van 266 woningen binnen de gemeente Ermelo. Voor elk segment worden er verschillende type woningen gerealiseerd waardoor er een gevarieerd woningaanbod ontstaat voor lage, midden en hoge inkomens. Minimaal 50% van het plan bestaat uit betaalbare huur/koopwoningen van verschillende typen en grootten. Hierbinnen zitten ook kleinere woningen die geschikt zijn voor starters en ouderen, wat een van de punten is uit de Woonvisie Ermelo 2030. Deze zijn ook beschikbaar in de vorm van appartementen. In de vrije sector worden er tevens diverse woningen gerealiseerd, waardoor er een woningbouwprogramma ontstaat dat goed in balans is. Hierbij wordt ook aangesloten bij het groen- en natuurinclusief bouwen van woningen. Er zal veel groen worden gehandhaafd waar mogelijk en ook veel nieuw groen binnen het plan worden gerealiseerd. Tot slot zullen er tevens sociale huurwoningen worden gerealiseerd, waardoor er ook in dat segment een passend en betaalbaar aanbod in woningen ontstaat. Motie zoekzones (grootschalige)woningbouw Op 12 mei 2021 is er door de SGP een motie ingediend betreffende zoekzones voor (grootschalige) woningbouw. Deze motie is aangenomen door de gemeenteraad.
De motie constateert dat er voor de korte-, middellange- en lange termijn blijvend woningen nodig zijn voor verschillende doelgroepen in Ermelo. Daarbij kent Ermelo een relatief dure woningmarkt en heeft het een relatief klein aanbod betaalbare koopwoningen. Met de motie worden zoekzones in kaart gebracht voor de ontwikkeling van (grootschalige) woningbouw. Doorwerking in het onderhavig plan en conclusie Het plangebied is niet aangewezen als zoekzone voor grootschalige woningbouw door de raad. De raad heeft nog geen keuze gemaakt over de locatie voor grootschalige woningbouw. Voor de uiteindelijke locatie zal een visie worden opgesteld. Het plan sluit wel goed aan bij de motie en wens van de gemeente om meer (betaalbare) woningen te realiseren en zodoende wordt dit als een positieve ontwikkeling beschouwd. Verordening sociale woningbouw 2022 en Beleidsregelssociale woningbouw Ermelo 2022 Op 7 december 2022 is de 'Verordening sociale woningbouw 2022' en 'Beleidsregels sociale woningbouw Ermelo 2022' door de gemeenteraad van Ermelo vastgesteld. De aanleiding voor deze nieuwe regels is het tekort aan
27
sociale koop- en/of huurwoningen in Ermelo. Met de vaststelling van de verordening sociale woningbouw 2022 zal een vereveningsfonds sociale woningbouw worden ingesteld. De inhoud van dit vereveningsfonds is vastgelegd in de beleidsregels sociale woningbouw Ermelo 2022. Het vereveningsfonds houdt in dat voor alle afzonderlijk te ontwikkelen plannen, 50% van de nieuw te realiseren woningen uit sociale huur en koopwoningen dienen te bestaan. Alleen wanneer het gaat om de bouw van één woning voor eigen gebruik is de doelgroepeis opgenomen in de 'verordening sociale woningbouw 2019' niet van toepassing. Wanneer in een project onvoldoende sociale huur of koopwoningen worden gerealiseerd dient er een bijdrage te worden geleverd aan het vereveningsfonds. Projecten met meer dan 50% sociale woningbouw kunnen gelden uit het fonds ontvangen. Daarnaast zijn er per categorie streefpercentages benoemd. In onderstaande tabel wordt per categorie het streefpercentage aangegeven. Categorie Sociale huur Sociale koop-laag Sociale koop-hoog Geliberaliseerde woning voor middenhuur Overige woningen
Omschrijving Netto huurprijs tot € 763,47 per maand V.o.n. prijs tot € 260.000 V.o.n. prijs tussen €260.000 – NHG grens Netto huurprijs tussen € 763,47 - €1.000 per maand
Percentage 28% 22% 11% 6%
Overige huur- of koopprijzen
33%
Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Onderhavige ontwikkeling zal voldoen aan de streefpercentages zoals in bovenstaande tabel zijn benoemd. Hierbij zijn de percentages ook vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan, waardoor deze ook juridisch-bindend zijn. Hiermee voldoet het plan aan de 'Verordening sociale woningbouw 2022' en de 'Beleidsregels sociale woningbouw Ermelo 2022'. Afweging woningbouwplannen In 2019 werd geconstateerd dat hoewel er al verschillende jaren meer dan voldoende plannen zijn, deze plannen niet of niet snel tot realisatie komen. Naast de scheefgroei in het aantal woningbouwplannen ten opzichte van het aantal woningen dat daadwerkelijk wordt gerealiseerd, is er ook sprake van een kwalitatieve mismatch: de invulling van het woningbouwprogramma sluit niet aan bij het gewenste programma dat door de gemeente is vastgesteld. De gemeente Ermelo heeft er behoefte aan om meer grip te krijgen op de daadwerkelijke realisatie van woningbouwplannen. Daarom is in 2019 besloten een afwegingskader voor woningbouwplannen vast te stellen en een bijpassende werkwijze te ontwikkelen. Onder een woningbouwplan wordt het volgende verstaan: een plan waarbij woningen gebouwd worden dan wel een plan waarbij een gebouw/ruimte waar niet gewoond mag worden, wordt omgezet naar een gebouw/ruimte waar wel gewoond mag worden.
Het gaat hierbij om permanente ontwikkelingen. Voor vitale vakantieparken geldt, dat als er sprake is van omzetting naar woningbouw, deze buiten de afweging woningbouw worden behandeld. Voor dit soort plannen gelden namelijk andere doorlooptijden dan voor de plannen die in het afwegingskader woningbouw worden voorgelegd. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Onderhavige ontwikkeling valt onder het beleid voor vitale vakantieparken. Dit betekent dus dat de ontwikkeling niet getoetst hoeft te worden aan het beleid 'Afweging woningbouwplannen'. OntwikkelperspectiefHorst & Telgt De gemeente heeft samen met buurtvereniging Horst & Telgt een ontwikkelingsperspectief gemaakt. Dit is een vervolg op het buurtplan uit 2015. Het geeft duidelijkheid in de haalbaarheid van kleine ontwikkelingen in dit gebied. De gemeenteraad stelde het ontwikkelingsperspectief op 3 maart 2021 vast. Het document richt zich op de lokale initiatieven. Dit zijn relatief kleinschalige projecten; nieuwbouw, vervanging
28
of functieverandering van één of enkele woningen / bedrijven in de bestaande linten en buurtschappen. Deze talrijke initiatieven zetten de bestaande kwaliteit van het dorp en landschap verder onder druk. Het ontwikkelingsperspectief vergroot het inzicht waar en op welke manier er gebouwd kan worden met respect voor de aanwezige waarden. Grote initiatieven vragen om maatwerk, hier worden aparte beeldkwaliteitsplannen voor opgesteld. Een specifieke opgave die in het gebied speelt is de functieverandering van de recreatieparken naar reguliere woningbouw. Voor de recreatieparken in cluster Horst is de Omgevingsvisie Herontwikkeling recreatiecluster Horst leidend. Voor de overige recreatieparken is de Toekomstvisie op de verblijfsrecreatie leidend. Voord de parken in het buitengebied wordt nieuw beleid gemaakt. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het plangebied valt buiten de scope van het ontwikkelingsperspectief. Op de kaart behorend bij dit ontwikkelingsperspectief wordt het plangebied aangeduid als 'Recreatiepark, zie Omgevingsvisie Vitale Vakantieparken'. Hiermee is het ontwikkelingsperspectief verder niet van toepassing op onderhavig plan. Voor het plangebied geldt het beleid voor Vitale Vakantieparken, toekomstvisie op de verblijfsrecreatie.
Vitale vakantieparken, toekomstvisieop de verblijfsrecreatie Met circa 80 vakantieparken heeft Ermelo de meeste verblijfplaatsen van alle gemeenten in de Regio Noord-Veluwe. De toeristisch-recreatieve sector is dan ook van groot belang voor Ermelo. Deze sector staat echter onder druk. Vooral bij de bungalowparken is sprake van teruglopende bezetting en wisselende toekomstperspectieven. Bovendien worden veel parken in de praktijk ook voor andere doeleinden gebruikt dan alleen recreatie. Deze sector staat dan ook voor een belangrijke herstructureringsopgave. In het regionale programma ‘Vitale Vakantieparken’ werkt Ermelo samen met tien Noord Veluwse gemeenten en diverse andere publieke en private partners aan tal van vraagstukken over de verblijfsrecreatie. Het beoogd resultaat is het versterken van de verblijfsrecreatie op de Noord Veluwe door middel van een gezamenlijke en integrale aanpak. Er zijn veel ondernemers die om uiteenlopende redenen niet kunnen of willen werken aan kwaliteitsverbetering. Financieringsproblemen, beperkte schaalgrootte en/of het ontbreken van bedrijfsopvolging remmen het kwalitatieve en innovatieve vermogen van deze groep bedrijven. Zij zitten op slot en zijn niet meer rendabel. Stilstand is achteruitgang, en zodoende wordt een verouderd bedrijf al snel een verloederd bedrijf.
Voor exploitanten is het aanlokkelijk om hun bungalows, chalets en stacaravans tijdelijk of permanent te verhuren aan andere doelgroepen die wel bereid zijn om ervoor te betalen. In deze gevallen is sprake van oneigenlijk en onwenselijk gebruik, dat beëindigd moet worden. Afhankelijk van onder meer de ligging van de recreatieparken wordt ingezet op terugbewegen naar recreatie of functiewijziging. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De eigenaren van recreatiepark De Horsterhoeve zijn van plan het recreatiepark te beëindigen, waarbij er een nieuwe invulling voor het terrein gezocht dient te worden. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op het wijzigen van de bestemming van het recreatiepark naar een woonbestemming. Hiermee wordt voorkomen dat er onwenselijk gebruik ontstaat op het recreatiepark. Tevens draagt het plan bij aan de woningbouwopgave die de gemeente Ermelo heeft. LandschapsontwikkelingsplanErmelo - Putten 2011-2021 Het 'Landschapsontwikkelingsplan Ermelo-Putten 2011-2021' is vastgesteld op 9 juni 2011. De gemeenten willen ruimte bieden aan ontwikkelingen en initiatieven in het buitengebied, maar willen ook werken aan de kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Met het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) worden richtlijnen/kaders gesteld om te komen tot behoud en verbetering van de kwaliteit van het landschap.
Hierna wordt het planvoornemen getoetst aan het LOP. De gemeente Ermelo kent een duidelijke ruimtelijke opbouw in verschillende landschappelijke eenheden. Globaal is het landschap onder te verdelen in: Randmerenzone;
29
Flank naar het Veluwemassief; Veluwemassief - droog; Veluwemassief - nat.
Hoofdzones binnen LOP
Binnen de hoofdzones kunnen verschillende landschapstypen worden onderscheiden die elk hun eigen karakteristieken kennen. Het plangebied is daarbij gelegen binnen zone II: Flankzone van het Veluwemassief, welke onder te verdelen is in het kampen- en de oude en jonge broekontginningen. Het plangebied ligt maakt onderdeel uit van het kampenlandschap. Daarbij ligt het plangebied binnen/op de grenzen van een waardevolle ruimtelijke eenheid. In deze eenheden zijn de landschapstypen het meest herkenbaar. Doorwerking in het onderhavige plan Kampenlandschappen liggen verspreid rond buurtschappen en kenmerken zich door een kleinschalig cultuurlandschap met oude akkerlanden met een kleinschalige verkaveling. Het betreft een open/half open landschap met af en toe gesloten bosgebieden. De huidige locatie past niet helemaal binnen het beeld van een Kampenlandschap. Het recreatieterrein heeft een hoge dichtheid qua bebouwing waardoor er niet echt sprake is van kleinschalige verkaveling. Als gevolg van het onderhavig plan worden de landschappelijke structuren niet geschaad, gezien alleen de locatie van het huidige recreatieterrein wordt gebruikt om woningen te realiseren. Hierbinnen is het kampenlandschap al minder zichtbaar. De ontwikkeling zorgt juist deels voor herstel van de landschappelijke eenheden. Op de dekzandrug wordt bebouwing toegepast die past bij deze landschappelijke eenheid.
Hierbij worden typische dorpse vormen (zoals een pastorie, winkelpand, notabelenwoning, boterfabriek) vertaald naar eigentijdse woningen. Hierbij ontstaat er een dorpse kleinschaligheid met kleine architectonische ensembles. Het hooiland krijgt juist meer woonclusters in het groen waarbij grenzen tussen privé en openbaar groen diffuus is, wat typerend is voor dat landschap. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met het 'Landschapsontwikkelingsplan Ermelo-Putten 2011-2021'.
30
Programma Duurzaamheid Ermelo In het vastgestelde 'Programma Duurzaamheid' zijn de volgende twee ambities verwoord: Ermelo is energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2035. In het programma Duurzaamheid presenteert Ermelo zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Op grond van het Bouwbesluit worden vanaf 2019 strikte eisen gesteld aan de EPC waarden. Om duurzaamheid een nog prominentere plek te geven kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen, die verder gaan dan het bouwbesluit, bijvoorbeeld in energieneutrale en klimaatneutrale woningen, worden ingezet als vereveningsbijdrage. Ook wil de gemeente duurzaamheid nadrukkelijker agenderen door meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid. Gezien de toekomst van de energie infrastructuur dient geanticipeerd te worden op gasloze nieuwe woningbouw. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De woningen zullen gasloos worden uitgevoerd en conform het Bouwbesluit. In een later stadium kan worden bekeken of er meer geïnvesteerd zal worden in energieneutrale en klimaatneutrale woningen. Mobiliteitsvisie 2022-2030'Ermelo gaat!' De gemeente Ermelo heeft een nieuwe mobiliteitsvisie vastgesteld. De gemeente wil nu de juiste keuzes maken over hoe er binnen, van en naar de gemeente wordt gereisd. Om die reden zijn er een aantal ambities opgesteld.
Vanuit deze ambities zijn er vier thema's opgesteld, welke hieronder kort worden toegelicht. Groen Ermelo is een groene gemeente, dit moet behouden blijven en waar mogelijk uitgebreid. De visie gaat in op een aantal aandachtsgebieden die aan het thema zijn gerelateerd, en met name gericht om Ermelo stedelijk groener te maken. Auto's nemen veel ruimte in, bijvoorbeeld bij het parkeren. Door op een andere manier tegen parkeernormen aan te kijken, maar ook door andere mobiliteitsvormen te stimuleren, ontstaan er mogelijkheden om grijs in te ruilen voor groen. Om lopen en fietsen te stimuleren is een goed ‘klimaat’ hiervoor cruciaal. Er moet echt een goede reden zijn om de auto te gaan gebruiken wanneer het ritten binnen de kern van Ermelo betreft. Dit betekent dat de voorzieningen, infrastructuur en netwerken actueel en op een goed niveau moeten zijn zodat men ertoe wordt verleid om de auto te laten staan. Dat geldt voor iedereen in Ermelo, dat een inclusieve gemeente wil zijn, een gemeente met een bovengemiddeld aantal zorginstellingen. Een ander doel wordt hiermee bereikt: autoluwe verblijfs- en centrumgebieden. Veilig Iedereen moet zich veilig kunnen verplaatsen in Ermelo. Om het aantal slachtoffers verder terug te dringen wordt er gewerkt volgens het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030, onder het motto ‘Verkeersveiligheid vooraf’.
In Ermelo zal een duurzaam veilige wegenstructuur zorgen voor een inrichting die herkenbaar is en waar gewenst gedrag wordt uitgelokt. Geloofwaardige snelheden en minder afleiding in het verkeer dragen hier aan bij. Wanneer gemotoriseerd verkeer zich 'te gast' voelt én weet, dan zullen de bestuurders ander gedrag vertonen. Dát is het doel: gedragsverandering. Vitaal Voor veel mensen is mobiliteit een vanzelfsprekendheid, maar niet voor iedereen. Juist de bewonersgroep met een achterstand op het gebied van mobiliteit, vraagt om extra aandacht binnen de Mobiliteitsvisie. Iedereen moet mee kunnen - en durven - doen in de maatschappij. Het wegnemen van belemmeringen in het verkeer kan daaraan bijdragen. Ouderen wonen langer zelfstandig, dit vraagt ook iets van de openbare ruimte zodat een ieder zich goed en veilig kan verplaatsen. Om vitaal te zijn en te blijven nemen goede voorzieningen in de openbare ruimte een belangrijke plaats in. De buitenruimte nodigt uit wanneer het ‘beweegvriendelijk’ is en er gelegenheden zijn om elkaar te ontmoeten. Met