Afschrift ingebrekestelling door inwoner inzake niet tijdig beslissen bezwaar Smidsweg 22 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Aan:
College van burgemeester tevens
t.a.v. commissie
en
wethouders
van
Ermelo
bezwaarschriften
Postbus 500 3850 AM
Ermelo
Van:
(geanonimiseerd) Datum: 24
september
2025
Betreft:
Ingebrekestelling uitvoering verbouwing) college, Zojuist heb ik via DigiD
-
Smidsweg
22
(niet tijdig beslissen, weigering
te
beslissen, feitelijke
Geacht
99990000052325
en
een
nu
ingebrekestelling verzonden
betreffende zaaknummer
ook middels dit schrijven formeel ter kennisname
en
behandeling. Op
augustus 2025 heb ik bezwaar ingediend tegen het besluit tot het beschikbaar stellen
van
7
de
de Smidsweg 22 voor de huisvesting van alleenstaande minderjarige statushouders. heb ik op 20 augustus 2025 aangevuld. Tot op heden heeft u hierop niet inhoudelijk beslist. Daarmee handelt u in strijd met artikel 7:10 Awb (beslistermijn bezwaar).
pastorie
aan
Dit bezwaar
In
correspondentie stelt u dat de beslistermijn voor de behandeling van bezwaar 12 weken bedraagt, met de mogelijkheid tot verlenging met 6 weken, dus 18 weken in totaal. Dit is onjuist. Op grond van artikel 7:10 Awb bedraagt de beslistermijn 6 weken, die slechts éénmalig kan worden verlengd, mits dit gemotiveerd en tijdig wordt medegedeeld (art. 7:10 lid 3 Awb). Door structureel een termijn van 12 weken te communiceren, wordt een onjuist rechtsbeeld gecreëerd en wordt de indruk gewekt dat langere vertraging toelaatbaar is. Dit is in strijd met art. 3:4 Awb omdat het disproportioneel is in verhouding tot de spoedeisendheid van de situatie (jongeren worden per 1 november gehuisvest volgens het college). in strijd met de wet en met het zorgvuldigheids- en fair-playbeginsel. uw
Naast het niet
tijdig beslissen,
is er ook
sprake van weigering
een
besluit te nemen
in de zin
van
artikel 6:2, aanhef en onder a, Awb. Uit o.a. afwijzingsbrieven van 4, 12 en 27 augustus 2025 blijkt dat u stelt dat er “geen besluit” zou zijn genomen, terwijl uit de informatiememo van 24
juni 2025, informatieavond
3 september enz. blijkt dat er wél een concreet besluit ligt. Door te besluit bestaat, weigert u feitelijk een besluit te nemen waartegen rechtsmiddelen kunnen worden benut. Dit is in strijd met de Awb en ondermijnt mijn ontkennen
dat
een
rechtsbescherming
en
die
van
mijn buurtgenoten.
Ondanks het
uitblijven van een besluit op mijn bezwaar en andere lopende bezwaren én lopende voorlopige voorziening en een beroepsprocedure bij de rechter is inmiddels met begonnen feitelijke voorbereidingen voor de verbouwing van de pastorie. Zo is er een container geplaatst en zijn er voertuigen van een verhuis- en klusbedrijf aanwezig (zie foto's, bijlage 1a, 1b, 1c). Daarmee wordt concreet uitvoering gegeven aan het besluit terwijl verzoeken
rechtsmiddelen nog openstaan.
Voorlopige voorziening en verweer in mijn verzoek om voorlopige voorziening heb ik onder meer verzocht om schorsing van de feitelijke voorbereidingen en uitvoering van de AMV-opvang in de pastorie, zolang er geen
rechtsgeldig besluit ligt en mijn bezwaar niet is behandeld. In uw verweerschrift van 18 september 2025 , opgesteld door een lid van uw bezwarencommissie die onafhankelijk behoort te opereren , neemt u daarover een innerlijk tegenstrijdige positie in. Enerzijds stelt u , in lijn met eerdere afwijzingsbrieven van 4 , 12 en 27 augustus , dat er nog géén besluit is genomen. Anderzijds voert u in uw verweerschrift van 18 september aan dat er wél een besluit is genomen , maar dat dit slechts een privaatrechtelijke rechtshandeling betreft (het sluiten van een huurovereenkomst) en daarom niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (art. 8:3 lid 2 Awb). Deze redenering is zowel juridisch als feitelijk onjuist. Uit de informatiememo van 24 juni 2025 , de concrete voorbereidingen ter plaatse (zie nogmaals de foto’s van vanochtend in bijlage 1a , 1b en 1c) en de informatieavond van 3 september volgt dat er wel degelijk een concreet besluit is genomen en hier ook op wordt gehandeld. Het wegzetten van dit besluit als louter privaatrechtelijk miskent dat besluiten van het college met rechtsgevolg kwalificeren als besluiten in de zin van art. 1:3 Awb. De beleidsregel “Ruimtelijk sturen op maatschappelijke functies” (2020) bevestigt bovendien dat het hier om een activiteit gaat die niet onder de bestemming “maatschappelijk” valt.
Onrechtmatige overheidsdaad De verwijzing in uw verweerschrift naar de literatuur van Schlössels (RM Themis 2013/6) klemt temeer omdat in dat artikel juist wordt benadrukt dat de rechtsbescherming van burgers niet illusoir mag worden gemaakt. Door u op deze manier te beroepen op privaatrechtelijke constructies , ondermijnt u bewust de mogelijkheid tot bezwaar en beroep en frustreert u mijn rechtsbescherming en die van mijn buurtgenoten. Door feitelijke voorbereidingen voor de verbouwing van de pastorie te treffen terwijl meerdere bezwaren , een handhavingsverzoek , tweemaal een verzoek voorlopige voorziening en een beroepsprocedure bij de bestuursrechter nog lopen , handelt het college in strijd met de wet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De bestuursrechter heeft meermaals geoordeeld dat een bestuursorgaan geen onomkeerbare feitelijke handelingen mag verrichten zolang de rechtsmiddelenprocedure niet is afgerond , omdat daarmee de rechtsbescherming illusoir wordt gemaakt (vgl. ABRvS 27 april 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1134). Het college ondermijnt door deze handelwijze het beginsel van fair play (art. 2:4 Awb) , de zorgvuldigheidsplicht (art. 3:2 Awb) en het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb). Daarmee is sprake van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW jo. artikel 8:88 Awb.
Het college kan hiervoor zowel civielrechtelijk als bestuursrechtelijk aansprakelijk worden gehouden. Juridische grondslag - Artikel
6:2 , aanhef en onder a en b , Awb: het niet tijdig nemen én het weigeren te nemen van een besluit wordt gelijkgesteld met een besluit waartegen beroep openstaat. - Artikel 7:10 Awb: het bestuursorgaan dient in beginsel binnen zes weken , verlengbaar met zes weken , te beslissen op bezwaar. - Artikel 4:17 Awb: bij niet-tijdig beslissen verbeurt het bestuursorgaan een dwangsom. - Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (art. 2:4 , 3:2 , 3:4 Awb): fair play , zorgvuldigheid en evenredigheid worden geschonden doordat de feitelijke uitvoering het rechtsmiddel illusoir maakt. Ingebrekestelling en verzoek
Ik stel
college hierbij formeel in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit danwel het weigeren te nemen van een besluit op mijn bezwaar van 7 augustus (aangevuld 20 augustus). Indien binnen twee weken na dagtekening van deze brief geen besluit is genomen, verbeurt u van rechtswege een dwangsom conform artikel 4:17 Awb. Daarnaast verzoek ik u met klem om per ommegaande alle feitelijke werkzaamheden in/aan/om de pastorie aan Smidsweg 22 te Ermelo stil te leggen totdat op de lopende bezwaren is beslist en lopende gerechtelijke procedures zijn uitgewerkt. Doorgaan met verbouwingsvoorbereidingen e.d. ondermijnt het recht op bezwaar en beroep en is in strijd met de Awb. Graag de container tegenover de pastorie verwijderen en de medewerkers van Martin's huisservice e.a. laten stoppen met hun werkzaamheden en laten vertrekken uit de pastorie. Ik verzoek u tevens om mij schriftelijk binnen 48 uur te bevestigen dat alle feitelijke werkzaamheden zijn gestaakt en dat betrokken aannemers/bedrijven hiervan in kennis zijn gesteld. uw
Ik zal de rechter verzoeken
om
inmiddels graag
deze
omstandigheden
ingestelde beroep bij krijg ik een ontvangstbevestiging.
zwaar
te laten
de rechtbank Gelderland. Alvast
Graag hartelijk dank.
meewegen in mijn dit schrijven anonimiseren,
Bijlagen 1a 1b 1c
-
-
-
Foto container Foto
sloop/voorbereiding/verbouwing Smidsweg op oprit Smidsweg 22
auto en bus
Foto Martin's Huisservice
Hoogachtend,
(geanonimiseerd)
22