Advies e250040523 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Geschil Het op 25 maart 2025 ingekomen besloten om het verzoek om een
bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 5 maart invorderingsbeschikking te nemen af te wijzen.
Zaaknr.
99990000048707
Documentnr.
99990000247847
Hoorzitting
12
Bezwaarde
V.o.f. De
Bestuursorgaan uitgebracht door
Advies
|
2025
waarbij
is
juni 2025
Boterlap vertegenwoordigd door de heer mr. F.W. Bijl Aartsen Advocaten Ermelo Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo De heer mr. drs. H. Maaijen
Aartsen
van
Van
Zeijl
De heer A.M. Dekker De heer
mr.
J.M.N.
Packbier
(geanonimiseerd)
Belanghebbende
namens
de
Dorpskamer
Advies bezwaarschriftencommissie Inleiding Bij brief van
5 februari 2025
heeft bezwaarde
ingediend om verbeurde dwangsommen in te vorderen en een nieuwe last onder dwangsom leggen. Bij brief van 5 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo (verder: het college) besloten geen invorderingsbeschikking op te leggen aan belanghebbende. Bij brief van 25 maart 2025, eveneens ingekomen op 25 maart 2025, heeft het college hiertegen een bezwaarschrift ontvangen van bezwaarde. een
verzoek
op te
Ontvankelijkheid Het bezwaarschrift is tijdig
ingediend
en
voldoet ook
voor
het
overige aan
de
ontvankelijkheidsvereisten.
Hoorzitting Het bezwaarschrift is door de commissie De
Gronden e
van
is verschenen,
behandeld ter
zitting van
door de heer
12
juni 2025,
mr.
F.W. Aartsen.
waar
(geanonimiseerd)
Boterlap bijgestaan college heeft zich laten door mevrouw mr. M. Huisman en mevrouw mr. L. Faber. vertegenwoordigen Belanghebbende was afwezig de en heeft na van de laten door weten op hoorzitting afloop hoorzitting omstandigheden verhinderd te zijn de is een door Van geweest. hoorzitting geluidsopname gemaakt. Hetgeen partijen tijdens de hoorzitting naar voren is is betrokken dit advies. gebracht, bij namens
Het
bezwaar
_Erissprake van een ondeugdelijke motivering. Het college heeft ten onrechte overwogen dat het betrekking heeft op de eerste last onder dwangsom, het verwijderen van het terras aan de van de Pastorieweg. Het invorderingsverzoek van De Boterlap ziet op het niet naleven van de zijde tweede opgelegde last onder dwangsom, te weten het binnen vier weken aanleggen van acht parkeerplaatsen aan de zijde van de Pastorieweg; _ Voor zover het college heeft willen betogen dat met het verwijderen van het terras tevens de bij de opgelegde last te realiseren acht parkeerplaatsen zijn gerealiseerd, kan dat betoog niet als juist verzoek
e
worden
aanvaard.
Pagina 1/5 Zaaknummer 9999000048707 / 99990000247847
inne H
H
4 De
^
Uit de feitelijke situatie ter plaatse blijkt dat er geen acht parkeerplaatsen aan de zijde van de Pastorieweg zijn gerealiseerd. Op grond van paragraaf 3. 5 van de toepasselijke Nota Parkeernormen Ermelo dienen de ruimten voor het parkeren van auto's afmetingen te hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Bij gebreke van een inrichtingsvoorstel blijkt op geen enkele wijze dat aan de opgelegde last is voldaan; Bezwaarde verzoekt om vergoeding van de gemaakte proceskosten. ,
^
Relevante bepalingen wet- en regelgeving Artikel 5:37 van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) 1. Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom beslist het bestuursorgaan bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom. 2. Het bestuursorgaan geeft voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom indien een belanghebbende daarom verzoekt. 3. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken op het verzoek. ,
,
Overwegingen De commissie staat voor de vraag of het besluit tot het afwijzen van een verzoek om verbeurde dwangsommen in te vorderen op goede gronden is genomen. ,
,
Relevante feiten en omstandigheden Bij brief van 9 maart 2024 heeft bezwaarde een handhavingsverzoek ingediend met het verzoek om handhavend op te treden tegen het illegaal plaatsen van een terras en het illegaal gebruiken van een buitenbar. Bij besluit van 18 juli 2024 heeft het college het handhavingsverzoek ten aanzien van het illegaal plaatsen van een terras toegewezen. Ten aanzien van het illegaal gebruiken van een buitenbar is geen overtreding geconstateerd en is het handhavingsverzoek op dit punt afgewezen. Bij besluit van eveneens 18 juli 2024 is aan belanghebbende een last onder dwangsom opgelegd voor het in gebruik hebben van een terras op een locatie die bedoeld is voor parkeren c. q. parkeren aan de Stationsstraat 5 te Ermelo hetgeen in strijd is met de verleende vergunning d. d. 13 mei 2009 met uitzondering van één parkeerplaats waar ingevolge de vergunning een serre is geplaatst. Concreet betekende dit dat belanghebbende zoveel mogelijk parkeerplaatsen op het betreffende perceelgedeelte aan de Stationsstraat 5 diende te realiseren die voldoen aan de maatvoering conform de Nota parkeernormen en voor wat betreft de overige parkeerplaatsen diende belanghebbende binnen zes weken een plan te overleggen voor een structurele oplossing. ,
,
Bij beslissing op bezwaar van 5 december 2024 is de last onder dwangsom van 18 juli 2024 herroepen en is een nieuwe last onder dwangsom opgelegd. Deze last hield concreet twee lasten onder dwangsom in: 1. Het binnen één week verwijderen en verwijderd houden van het terras aan de zijde van de Pastorieweg. De ruimte die hiermee vrijkomt dient te worden gebruikt als parkeerplaats voor het restaurant De Dorpskamer; 2. Binnen 4 (vier) weken 8 (acht) parkeerplaatsen aan te leggen aan de zijde van de Pastorieweg en 14 (veertien) parkeerplaatsen aan de zijde van de Stationsstraat 5. Bij het opleggen van deze last heeft het college gekeken wat er op eigen terrein maximaal mogelijk is aan parkeerplaatsen die voldoen aan de Nota Parkeernormen. De last is een uitkomst van een belangenafweging en evenredigheidstoets met gebruikmaking van de hardheidsclausule in de Nota Parkeernormen. ,
Op 14 januari 2025 is door bezwaarde beroep ingesteld tegen de lasten onder dwangsom. Bij brief van 20 mei 2025 is dit beroep ingetrokken. Belanghebbende heeft geen beroep ingesteld. De commissie stelt vast dat de bij besluit op bezwaar van 5 december 2024 opgelegde lasten onder dwangsom in rechte zijn komen vast te staan. Dit betekent dat de inhoud daarvan niet ter discussie kan staan.
Pagina 2/5 Zaaknummer 99990000048707/99990000247847
Het invorderingsverzoek van bezwaarde ziet op invordering van van rechtswege verbeurde dwangsommen doordat er volgens bezwaarde niet voldaan is aan de tweede last onder dwangsom en dan specifiek het aanleggen van 8 parkeerplaatsen aan de zijde van de Pastorieweg. Het college heeft het invorderingsverzoek afgewezen omdat naar oordeel van het college de overtreding ongedaan is gemaakt. Omdat het invorderingsverzoek zich beperkt tot de last onder dwangsom ten aanzien van het aanleggen van de 8 parkeerplaatsen zal de commissie zich in dit advies beperken tot dit onderdeel van de tweede last onder dwangsom. ,
Is er sprake van een overtreding? De commissie staat voor de vraag of er voldaan is aan de last ten aanzien van het aanleggen van de 8 parkeerplaatsen. De commissie stelt vast dat de last onder dwangsom concreet aangeeft dat er 8 parkeerplaatsen aangelegd moeten worden aan de zijde van de Pastorieweg daar waar een gedeelte van het terras stond. Uit de constateringen d. d. 11 december 2024 6 januari 2025 en 6 februari 2025 in het procesdossier blijkt dat het terras is verwijderd. In het verslag van de constatering van 6 februari 2025 staat vermeld dat de vrijgekomen ruimte geschikt is om te parkeren. Het college stelt zich in haar standpuntbepaling op het standpunt dat met verwijdering van het terras het beoogde doel is bereikt. Er staat geen illegaal terras meer wat ten koste kan gaan van de concurrentiepositie van bezwaarde. Het toewijzen van het verzoek om een invorderingsbeschikking te nemen zou niet evenredig zijn in relatie tot het belang van belanghebbende en de inhoud van het initiële handhavingsverzoek van 9 maart 2024. Daarnaast stelt het college dat gelet op de kleinschaligheid de compactheid en de opzet van het terrein het in de praktijk vrij overzichtelijk is hoe er geparkeerd kan worden. Het is met andere woorden niet een relatief grootschalig(er) en onoverzichtelijk terrein waar het parkeren chaotisch zou kunnen verlopen bij gebreke van belijning en rijroutes.
Er is geen schets opgenomen in de last onder dwangsom omdat het college van mening is dat belanghebbende een vrije invulling heeft hoe de 8 parkeerplaatsen te realiseren. Verder stelt het college dat op het bewuste terrein straatwerk aanwezig is wat geschikt is om te parkeren. Het parkeerterrein is zodanig ingericht dat het voor de hand ligt om aan de linker- en rechterzijde 4 auto's te parkeren conform de in de standpuntbepaling opgenomen schets van de verkeerskundige. Volgens het college wijst het parkeren zich in de praktijk eigenlijk vanzelf. ,
,
,
,
,
,
,
De commissie kan de redenering van het college niet volgen dat de opgelegde last is nageleefd en overweegt hierover als volgt. Het straatwerk op het bewuste terrein was ook al aanwezig voordat de last werd opgelegd en is dus niet aangelegd naar aanleiding van de last. Op het straatwerk is op geen enkele wijze een parkeerplaats gerealiseerd. Er is geen bebording of belijning aangebracht waaruit het ook voor bezoekers van de horeca inrichting duidelijk is dat er geparkeerd kan worden en op welke wijze. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat er is getoetst of er voldaan is aan de voorwaarden waaraan een parkeerplaats moet voldoen zoals beschreven in paragraaf 3. 5 van de Nota Parkeernormen. Het college geeft hierover aan dat de horeca inrichting al op deze locatie was gevestigd voordat de Nota Parkeernormen in werking is getreden en dat zij geen bevoegdheid heeft om een inrichtingsvoorstel van belanghebbende te vragen dat voldoet aan de huidige Nota Parkeernormen. Hierover oordeelt de commissie dat het college met de geformuleerde last om in totaal 22 parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein van belanghebbende heeft gekeken wat er maximaal mogelijk is te realiseren op eigen terrein van belanghebbende aan parkeerplaatsen die voldoen aan de Nota Parkeernormen. Ook heeft het college gebruik gemaakt van de hardheidsclausule in de Nota Parkeernormen.
De commissie volgt daarom de stelling niet van het college dat er niet voldaan hoeft te worden aan de Nota Parkeernormen nu het college zelf in de last refereert aan de Nota Parkeernormen. ,
,
,
,
,
De commissie kan bezwaarde in zijn stelling volgen dat er enkel door verwijdering van het terras niet is voldaan aan de tweede last het aanleggen van de 8 parkeerplaatsen. Wanneer dit wel het geval zou zijn geweest had het college namelijk kunnen volstaan met alleen het opleggen van de eerste last voor het ,
,
Pagina 3/5 Zaaknummer 99990000048707/99990000247847
verwijderen van het terras. Er is nu een last opgelegd voor het verwijderen van het terras én daarnaast een last voor het aanleggen van 8 parkeerplaatsen. Dat het college recentelijk heeft geconstateerd dat een deel van de grond van het naastliggende perceel bij het parkeerterrein is getrokken en dat daarop feitelijk 5 auto's kunnen staan maakt het oordeel van de commissie niet anders. Deze feitelijke wijziging in de situatie is na het verstrijken van de begunstigingstermijn gerealiseerd en bevindt zich bovendien niet op eigen terrein van belanghebbende. Dit betekent dat van rechtswege de dwangsom is verbeurd met het verstrijken van de begunstigingstermijn. De commissie is van oordeel gelet op alles hiervoor genoemd dat er niet binnen de begunstigingstermijn is voldaan aan de opgelegde last voor het aanleggen van 8 parkeerplaatsen en er dwangsommen zijn verbeurd. ,
,
,
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) eerder heeft overwogen (uitspraak van 6 februari 2019 ECLI:NLRVS:2019:333) dient bij een besluit omtrent de invordering van een verbeurde dwangsom aan het belang van de invordering een zwaarwegend gewicht te worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Steun voor dit uitgangspunt kan worden gevonden in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 5:37 eerste lid van de Awb (Kamerstukken II 2003/04 29 702 nr. 3 blz. 115). Hierin is vermeld dat een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook worden geëffectueerd en derhalve dat verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien. Door belanghebbende zijn er geen bijzondere omstandigheden aangevoerd aan de hand waarvan de commissie zou kunnen oordelen dat van invordering moet worden afgezien. Nu een adequate handhaving vergt dat de opgelegde sancties ook worden geeffectueerd en er geen bijzondere omstandigheden zijn aan de hand waarvan van invordering moet worden afgezien is de commissie van oordeel dat het college zijn besluit niet op goede gronden heeft genomen. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
De commissie komt tot de conclusie dat het besluit om afwijzing van het invorderingsverzoek moet worden herroepen en dat met inachtneming van wat hiervoor is overwogen een nieuw besluit genomen moet worden op het invorderingsverzoek van bezwaarde. Verzoek om proceskostenvergoeding De vertegenwoordiger van bezwaarde heeft gevraagd de kosten die hij in verband met de behandeling van het bezwaarschrift heeft moeten maken te vergoeden. Ingevolge het bepaalde in artikel 7:15 tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten die de bezwaarde in verband met de behandeling van het bezwaarschrift redelijkerwijs heeft moeten maken door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de bezwaarde voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Wanneer verweerder dit advies volgt wordt het bestreden besluit herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. De commissie adviseert dan ook overeenkomstig artikel 7:15 Awb om deze kosten te vergoeden te weten 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting. ,
,
,
,
,
Pagina 4/5 Zaaknummer 99990000048707/99990000247847
,
,
Advies De Bezwaarschriftencommissie
adviseert
om
invorderingsbeschikking te herroepen, een proceskostenvergoeding toe te kennen. Ermelo,
besluit te
nemen
en
aan
afwijzen
plaatsvervangend voorzitter,
(geanonimise rd)
Geling mr.
Pagina 5/5 Zaaknummer 99990000048707 / 99990000247847
drs. H.
Maaijen
van
bezwaarde
3 juli 2025
(geanonimiseerd) A.J.C.
het bestreden besluit tot het
nieuw
een een