Advies e240056283 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
ES
Zeewolde
Geschil Het op 17 juli 2024 ingekomen bezwaarschrift gericht tegen boete op te leggen in verband met het zich niet houden
het besluit
een
Zaaknr.
99990000041699
Documentnr. Hoorzitting
99990000205633
Bezwaarde
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) | | (OKbewind)
Bestuursorgaan
Het
Advies
uitgebracht
|
van 5 juli 2024 waarbij inlichtingenplicht.
de
is besloten
om
oktober 2024
31
door
aan
college
van
burgemeester
De heer
mr.
drs. H. Maaijen
De heer
mr.
J.F. Penning
Mevrouw
namens
en
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) On
wethouders
Ermelo
van
de Vries
B. Nota
Advies bezwaarschriftencommissie Inleiding Bezwaarde ontvangt
sinds 4 mei 2022
een uitkering voor de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud (verder: Pw). Bij brief van 5 juli 2024 heeft het college van burgemeester en het college) een boete opgelegd in verband met een schending van de inlichtingenplicht. Bij e-mail van 17juli 2024, heeft het college hiertegen een bezwaarschrift ontvangen van bezwaarde. Per brief d.d. 31 juli 2024 heeft bezwaarde het bezwaarschrift aangevuld.
op grond van de Participatiewet wethouders van Ermelo (verder:
Ontvankelijkheid Het bezwaarschrift is tijdig
ingediend
en
voldoet ook
voor
het overige
aan
de
ontvankelijkheidsvereisten.
Hoorzitting Het bezwaarschrift is door de commissie
digitaal
|
heeft
de
behandeld
ter
zitting
Het
(geanonimiseerd) Van de voren
Gronden
van
was
net
gezien zijn leeftijd was
oktober 2024,
heeft zich laten
waar
(geanonimiseerd) |
vertegenwoordigen door (geanonimiseerd) | tijdens de hoorzitting naar
door partijen
bezwaar
Namens bezwaarde Bezwaarde
31
van
deelgenomen hoorzitting. college hoorzitting is een geluidsopname gemaakt. Hetgeen is gebracht, is betrokken bij dit advies. aan
ook lerend
om
wordt aangevoerd dat er geen sprake is van onwil of dat er bewust fraude is gepleegd. 19 jaar op het moment dat de inlichtingenplicht werd geschonden. Het is bezwaarde niet aan te rekenen dat hij de totale wet- en regelgeving niet helemaal kent. Bezwaarde contact te
leggen
en
te onderhouden.
Hierdoor
was
de bewindvoerder ook niet op de
hoogte. Als tweede
bezwaargrond
wordt
aangevoerd dat het niet redelijk is om voor de maand september een boete september zou de informatie wel tijdig zijn doorgegeven. De periode van en augustus betreffen. Op hoorzitting geeft bezwaarde aan dat het geld op 2 oktober 2023 is ontvangen op de beheerrekening en op 9 oktober 2023 heeft bezwaarde via de website een melding gedaan, dus binnen 7 dagen. De eerdere uitbetalingen zijn overgemaakt op de leefgeldrekening, waardoor de bewindvoerder hier niet gelijk zicht op had. op te leggen. Voor de maand verzuim zou de maanden juli
Pagina 1/4 Zaaknummer 99990000041699 / 99990000205633
Meerinz .
.
DV
ej
Relevante bepalingen wet- en regelgeving Artikel 17 Participatiewet Artikel 18a Participatiewet Boetebesluit socialezekerheidswetten Overwegingen De commissie staat voor de vraag of het bestreden besluit tot het opleggen van een boete gronden is genomen. ,
,
op
goede
Opleggen boete Bezwaarde ontvangt sinds 4 mei 2022 een uitkering voor de noodzakelijke kosten van zijn levensonderhoud op grond van de Pw. In de toekenningsbeschikking van de uitkering is vermeld dat inkomsten moeten worden opgegeven en dat deze inkomsten worden verrekend met de uitkering. In artikel 17 eerste lid van de Pw is bepaald dat een belanghebbende op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet aan het college van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op bijstand. Daarmee verband houdend legt het college ingevolge artikel 18a eerste lid van de Pw voor zover van belang een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende van de inlichtingenverplichting ,
,
,
,
,
Bezwaarde is op 1 juli 2023 begonnen met betaalde werkzaamheden. De werkzaamheden zijn niet tijdig doorgegeven en zijn door de bewindvoerder pas gemeld via een contactformulier op 9 oktober 2023. Dit heeft er toe geleid dat aan bezwaarde op grond van artikel 18a een boete is opgelegd van €51925 wegens het schenden van de inlichtingenplicht die op hem rust ingevolge artikel 17 eerste lid van de Pw. De inkomsten die bezwaarde heeft ontvangen door de betaalde werkzaamheden zijn immers van invloed op het recht van bijstand van bezwaarde. De commissie concludeert dat de inlichtingenplicht door bezwaarde is geschonden. ,
Op grond van artikel 18a zevende lid Pw kan het college op grond van dringende redenen af zien van het opleggen van een boete. Dringende redenen als hiervoor bedoeld moeten zijn gelegen in onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties van de boete voor bezwaarde. Het moet gaan om incidentele gevallen waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging plaatsvindt van alle relevante omstandigheden.1 Het is de commissie niet gebleken dat er sprake is van dringende reden waardoor zou moeten worden afgezien van het opleggen van een boete. ,
,
,
,
Hoogte boete Er is aan bezwaarde een boete opgelegd van €51925 zijnde 50% van het netto benadelingsbedrag zoals staat in artikel 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten. Bij het vaststellen van de boete is het uitgangspunt geweest dat er sprake is van normale verwijtbaarheid. De commissie volgt dit uitgangspunt en is van oordeel dat het feit dat bezwaarde niet op de hoogte was van zijn verplichtingen geen reden is om een verminderde verwijtbaarheid aan te nemen. Er is over de periode 1 juli 2023 tot en met 30 september 2023 teveel aan uitkering aan bezwaarde uitbetaald. Dit betreft een bedrag van €103851 netto. Bij besluit van 28 mei 2024 is het te veel aan uitkering uitbetaalde bedrag over de periode 1 juli tot en met 30 september teruggevorderd. Er is geen bezwaar ingediend tegen dit besluit en daarmee is de terugvordering over deze periode in rechte vast komen te staan. ,
,
,
,
1
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) van 25 februari 2020 ECLI:NL:CRVB:2020:490. Pagina 2/4 Zaaknummer 99990000041699 / 99990000205633
,
Bezwaarde geeft aan dat over de periode september geen boete had moeten worden opgelegd omdat het bekend was dat er in september inkomen uit werk was. Dit is door de bewindvoerder op 9 oktober 2023 via een webformulier gemeld. De commissie oordeelt hierover als volgt. De werkzaamheden zijn op 1 juli 2023 begonnen. De werkzaamheden zijn ruim drie maanden later op 9 oktober 2023 gemeld. Dit is ruim buiten de 14 dagen termijn waarop deze informatie door bezwaarde had moeten worden doorgegeven. Het betoog van bezwaarde dat voor de maand september de informatie wel tijdig is doorgegeven volgt de commissie niet. De plicht tot het verschaffen van inlichtingen ontstond immers vanaf het moment dat de werkzaamheden zijn begonnen en niet elke maand opnieuw na betaling van bijstand. Het late melden op 9 oktober 2023 heeft geleid tot teveel betaalde uitkering over de periode 1 juli 2023 tot en met 30 september 2023. De boete bedraagt 50% van het netto benadelingsbedrag van €103851 over de periode 1 juli tot en met 30 september 2023. De commissie is van oordeel dat het opleggen van de boete en de hoogte hiervan op de juiste wijze is bepaald. ,
,
,
,
,
Het late melden kan niet leiden tot toepassing van artikel 2aa Boetebesluit. Het college zou dan kunnen afzien van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien de betrokkene wel inlichtingen heeft verstrekt die echter onjuist of onvolledig waren of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld maar uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd tenzij de betrokkene deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting (Artikel 2aa lid 1b Boetebesluit). Een redelijke termijn als bedoeld in het eerste lid onderdeel b is niet langer dan 60 dagen nadat de inlichtingen hadden behoren te worden verstrekt (artikel 2aa lid 2 Boetebesluit). De termijn van 60 dagen wordt ook ruimschoots overschreden door het melden op 9 oktober 2023. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Bezwaarde moet de boete binnen een redelijke termijn kunnen terugbetalen. Voor normale verwijtbaarheid is de terugbetalingstermijn 12 maanden. Het college moet daarbij ook rekening houden met de (fictieve) draagkracht van bezwaarde. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het volledige bedrag van het inkomen boven de beslagvrije voet volledig beschikbaar is of wordt aangewend voor het betalen van de boete ongeacht of die ruimte de facto op andere wijze is beperkt of ingenomen. Bezwaarde wordt in staat geacht om de boete binnen de betalingstermijn van 12 maanden te kunnen voldoen. Er loopt nu een aflossing van €11000 per maand voor de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde bijstand. Voor het aflossen van de boete zal het college rekening houden met de beslagvrije voet van bezwaarde. Mocht er aanleiding bestaan om de afloscapaciteit te heronderzoeken dan zal er rekening worden gehouden met het inkomen en de beslagvrije voet van bezwaarde. ,
,
In hetgeen in het bezwaarschrift en tijdens de hoorzitting wordt aangevoerd ziet de commissie geen dringende redenen die aanleiding geven om de periode waarover de boete is opgelegd te herzien of de hoogte van de boete te verlagen. ,
Conclusie De commissie komt tot de conclusie dat het college terecht een boete heeft opgelegd en dat het college de regels die gelden bij het opleggen van een boete op de juiste wijze heeft toegepast.
Pagina 3/4 Zaaknummer 99990000041699 / 99990000205633